
Bronteksten
[geen voorgaande tekst in het nederlands
beshikbaar]:
Drumila
Explains the Incarnations of Godhead to King
Nimi
Tekst
1:
De
achtenswaardige koning [Nimi] zei: 'Alstublieft vertel
ons over de handelingen van ieder van deze verschijningen uit
Zichzelf aangenomen, waarmee de Heer optrad, heeft opgetreden
en zal optreden in deze wereld [zie ook
2.7].'
King
Nimi said: The Supreme Personality of Godhead descends into
the material world by His internal potency and according to
His own desire. Therefore, please tell us about the various
pastimes Lord Hari has performed in the past, is performing
now and will perform in this world in the future in His
various incarnations.
Tekst
2:
S'rî
Drumila zei: 'Waarlijk, hij die tracht de onbegrensde,
bovenzinnelijke kwaliteiten van de Onbegrensde op te sommen is
voorzeker een persoon met de intelligentie van een kind; men
kan er op de een of andere manier op den duur in slagen het
aantal stofdeeltjes van de aarde te tellen, maar dat lukt niet
met de kwaliteiten van het Reservoir van alle Vermogens
[zie ook 10.14:
7,
10.51:
38].
S'rî
Drumila said - Anyone trying to enumerate or describe fully
the unlimited qualities of the unlimited Supreme Lord has
the intelligence of a foolish child. Even if a great genius
could somehow or other, after a time-consuming endeavor,
count all the particles of dust on the surface of the earth,
such a genius could never count the attractive qualities of
the Personality of Godhead, who is the reservoir of all
potencies.
Tekst
3:
Toen de
Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God Nârâyana
Zijn volkomen deelaspect binnenging, het vanuit Hemzelf
gegenereerde lichaam van het universum geschapen uit de vijf
materiële elementen, raakte Hij aldus bekend als de
purusha
[zie ook 1.3:1].
When
the primeval Lord Nârâyana created His universal
body out of the five elements produced from Himself and then
entered within that universal body by His own plenary
portion, He thus became known as the Purusha.
Tekst
4:
Aanwezig in dit
uitgebreide drie-werelden-lichaam van Hem is Hij voor de
belichaamde wezens, door Zijn zinnen zowel de zinnen van
waarnemen als handelen zijnde, door Zijn aard de geestelijke
kennis zijnde en van Zijn traditie de kracht en het vermogen
zijnde, de oerbeweger [de oorspronkelijke doener èn
niet-doener] die met de goedheid en de andere kwaliteiten
van schepping, vernietiging en behoud is [zie B.G.
3:
27,
13:
30 en S.B.
6.17:
19,
3.
26: 7,
3.27:
2,
3.32:
12-15,
10.46:
41,
10.83:
3].
Within
His body are elaborately arranged the three planetary
systems of this universe. His transcendental senses generate
the knowledge-acquiring and active senses of all embodied
beings. His consciousness generates conditioned knowledge,
and His powerful breathing produces the bodily strength,
sensory power and conditioned activities of the embodied
souls. He is the prime mover, through the agency of the
material modes of goodness, passion and ignorance. And thus
the universe is created, maintained and annihilated.
Tekst
5
In den beginne
werd Hij in de hartstocht van het scheppen van dit universum de
Ene die de honderden [wijzen] sturing gaf [Heer
Brahmâ]; in het handhaven als de beschermer van het
dharma van de tweemaal geborenen werd Hij Vishnu, de Heer van
het Offer en voor de vernietiging in de geaardheid onwetendheid
werd Hij Rudra [Heer S'iva]; aldus is Hij de
Oorspronkelijke Persoon altijd van schepping, handhaving en
vernietiging onder de geschapen wezens [zie ook
2.10:
41-46,
4.29:
79,
4.30:
23].
In
the beginning, the original Supreme Personality manifested
the form of Brahmâ through the material mode of
passion in order to create this universe. The Lord
manifested His form as Vishnu, the Lord of sacrifice and
protector of the twice-born brâhmanas and their
religious duties, to maintain the universe. And when the
universe is to be annihilated the same Supreme Lord employs
the material mode of ignorance and manifests the form of
Rudra The created living beings are thus always subject to
the forces of creation, maintenance and destruction.
Tekst
6
Als
Nara-Nârâyana, de beste der wijzen volmaakt van
vrede, werd Hij geboren uit Mûrti, de dochter van Daksha
en echtgenote van Dharma [*];
gekenmerkt door het beëindigen van alle materiële
arbeid sprak Hij die zelfs vandaag nog leeft en wiens voeten
worden gediend door de grootste wijzen, over het werk en bracht
Hij ook dat werk ten uitvoer dat [in feite] moest
worden verricht [zie B.G. 9:
27 en ook
2.7:
6,
4.1:
49-57,
5.19:
9].
Nara-Nârâyana
Rishi, who is perfectly peaceful and is the best of sages,
was born as the son of Dharma and his wife Mûrti, the
daughter of Daksha. Nara-Nârâyana Rishi taught
the devotional service of the Lord, by which material work
ceases, and He Himself perfectly practiced this knowledge.
He is living even today, His lotus feet served by the
greatest of saintly persons.
Tekst
7
Heer Indra
angstig denkend 'Hij wil mijn koninkrijk inpalmen', zette
Cupido in die zich begevend naar Badarikâs'rama met zijn
metgezellen de Apsara's, met zijn pijlen, de blikken van de
vrouwen, en de zachte bries van de lente, niet wetend van Zijn
grootheid, het probeerde Hem te treffen.
King
Indra became fearful, thinking that
Nara-Nârâyana Rishi would become very powerful
by His severe penances and seize Indra's heavenly kingdom.
Thus Indra, not knowing the transcendental glories of the
incarnation of the Lord, sent Cupid and his associates to
the Lord's residence in Badarikâs'rama. As the
charming breezes of spring created a most sensuous
atmosphere, Cupid himself attacked the Lord with arrows in
the form of the irresistible glances of beautiful
women.
Tekst
8
De
Oorspronkelijke Godheid met begrip voor de overtreding begaan
door Indra, sprak vrij van trots lachend tot hen die op hun
benen stonden te trillen: 'Alstublieft, vreest niet, o machtige
Madana [Heer der Liefde], o god van de wind en
echtgenotes van de halfgoden, alstublieft aanvaard deze gaven
van Ons, laat deze âs'rama niet de leegte'.
The
primeval Lord, understanding the offense committed by Indra,
did not become proud. Instead He spoke laughingly as follows
to Cupid and his followers, who were trembling before Him -
'Do not fear, O mighty Madana, O wind-god and wives of the
demigods. Rather, please accept these gifts I am offering
you and kindly sanctify My âs'rama by your
presence.'
Tekst
9
O god der
mensen [Nimi], toen de Schenker der Onbevreesdheid op
deze manier had gesproken, bogen de goden zich beschaamd neer
voor Hem, met hun hoofden naar beneden smekend om mededogen
zeggend: 'O Almachtige, dit is voor U niet zo verrassend, U de
Allerhoogste Onveranderlijke voor wiens voeten in grote getalen
zij die nuchter zijn en in zichzelf tevreden zich verbuigen
[zie ook 1.7:
10].
My
dear King Nimi, when Nara-Nârâyana Rishi thus
spoke, eradicating the fear of the demigods, they bowed
their heads with shame and addressed the Lord as follows, to
invoke His compassion - Our dear Lord, You are always
transcendental, beyond the reach of illusion, and therefore
You are forever changeless. Your causeless compassion toward
us, despite our great offense, is not at all unusual in You,
since innumerable great sages who are self-satisfied and
free from anger and false pride bow down humbly at Your
lotus feet.
Tekst
10
Voor hen die U
van dienst zijn, die met het voorbij gaan aan hun eigen
verblijf proberen het Uwe te bereiken, zijn er vele obstakels
opgeworpen door de goddelijken, maar voor de andere toegewijde,
die in offerplechtigheden offers brengend hen hun aandeel
toekent, is er geen sprake van iets dergelijks daar hij met U,
de Beschermer, met zijn voet heenstapt over de kop opgestoken
door die stoornis [zie ook 9.4:
9 en
10.2:
33].
The
demigods place many obstacles on the path of those who
worship You to transcend the temporary abodes of the
demigods and reach Your supreme abode. Those who offer the
demigods their assigned shares in sacrificial performances
encounter no such obstacles. But because You are the direct
protector of Your devotee, he is able to step over the head
of whatever obstacle the demigods place before him.
Tekst
11
Sommige
personen die de onbegrensde oceanen van ons van de lust en van
de tong en de geslachtsdelen, de winden, de honger en de dorst
naar de drie kwaliteiten van de tijd [zomer winter en
lente-herfst] te boven zijn gekomen, werpen, verdronken als
ze zijn in de hoefafdruk van een kalf in de greep beland van
een woede die nergens toe leidt, hun lastig uit te voeren
boetedoeningen ter zijde als zijnde zonder enig nut of doel
[zie B.G. 17:
5-6: en ook
6.1:
16 en
vergelijk 5.8:
23 en
10.12:
12].'
Some
men practice severe penances to cross beyond our influence,
which is like an immeasurable ocean with endless waves of
hunger, thirst, heat, cold and the other conditions brought
about by the passing of time, such as the sensuous wind and
the urges of the tongue and sex organs. Nevertheless,
although crossing this ocean of sense gratification through
severe penances, such persons foolishly drown in a cow's
hoofprint when conquered by useless anger. Thus they exhaust
the benefit of their difficult austerities in vain.
Tekst
12
Met hen aldus
van lofprijzing manifesteerde Hij voor hun ogen [een reeks
van] vrouwen hoogst wonderbaarlijk van verschijning, die
allen fraai aangekleed de eredienst verrichtten voor de
Almachtige [zie ook 2.7:
6].
While
the demigods were thus praising the Supreme Lord, the
all-powerful Lord suddenly manifested before their eyes many
women, who were astonishingly gorgeous, decorated with fine
clothes and ornaments, and all faithfully engaging in the
Lord's service.
Tekst
13
Zij, de
volgelingen van de goddelijken, deze vrouwen ziend waren,
verbijsterd over de pracht van de vrouwen die zo mooi waren als
de godin van het geluk, verslagen in hun eigen
rijkdom.
When
the followers of the demigods gazed upon the fascinating
mystic beauty of the women created by
Nara-Nârâyana Rishi and smelled the fragrance of
their bodies, the minds of these followers became
bewildered. Indeed, upon seeing the beauty and magnificence
of such women, the representatives of the demigods were
completely diminished in their own opulence.
Tekst
14
Voor hen die
zich hadden neergebogen zei de Heer der Heerscharen met een
flauwe glimlach: 'Alstublieft kiest u zich een van deze dames
zo geschikt als een sieraad van de hemel.'
The
Supreme Lord of lords then smiled slightly and told the
representatives of heaven, who were bowing down before Him,
'Please choose one of these women, whomever you find
suitable for you. She will become the ornament of the
heavenly planets.'
Tekst
15
Daartoe 'om'
laten klinkend, boden die dienaren van de halfgoden Hem hun
eerbetuigingen en keerden ze terug naar de hemel met het voor
hen uit laten gaan van Urvas'î, de beste der
Apsara's.
Vibrating
the sacred syllable om, the servants of the demigods
selected Urvas'î, the best of the Apsaras. Placing her
in front of them out of respect, they returned to the
heavenly planets.
Tekst
16
Neerbuigend
voor heer Indra in zijn vergadering vertelden ze hem, terwijl
de ingezetenen der drie hemelen toehoorden, over de kracht van
Nârâyana, waardoor hij in grote verwondering en
twijfel belandde.
The
servants of the demigods reached the assembly of Indra, and
thus, while all the residents of the three heavens listened,
they explained to Indra the supreme power of
Nârâyana. When Indra heard of
Nara-Nârâyana Rishi and became aware of his
offense, he was both frightened and astonished.
Tekst
17
Acyuta in de
gedaante van de [bovenzinnelijke] zwaan sprekend over
zelfverwerkelijking, Dattâtreya,
de Kumâra's
en Rishabha,
is de Vader, de Allerhoogste Heer Vishnu, die voor het welzijn
van de ganse wereld middels Zijn expansies nederdaalt in deze
wereld [B.G. 14:
4]; door
Hem, de doder van Madhu,
werden in Zijn paard-incarnatie [Hayagrîva]
de oorspronkelijke teksten van de Veda's
teruggebracht.
The
infallible Supreme Personality of Godhead, Vishnu, has
descended into this world by His various partial
incarnations such as Lord Hamsa [the swan],
Dattâtreya, the four Kumâras and our own father,
the mighty Rishabhadeva. By such incarnations, the Lord
teaches the science of self-realization for the benefit of
the whole universe. In His appearance as Hayagrîva He
killed the demon Madhu and thus brought the Vedas back from
the hellish planet Pâtâlaloka.
Tekst
18
In zijn
vis-incarnatie [Matsya]
werden Vaivasvata Manu [Satyavrata],
de planeet aarde en de kruiden beschermd; in Zijn
zwijn-incarnatie [Varâha]
de aarde bevrijdend uit de wateren, werd
[Hiranyâksha]
de demonische zoon van Diti gedood; als een schildpad
[Kurma]
hield Hij toen de nectar werd gekarnd de berg op Zijn rug en
[als Vishnu] bevrijdde Hij de koning van de olifanten
[Gajendra]
die zich overgaf in zijn nood vanwege de krokodil.
In
His appearance as a fish, the Lord protected Satyavrata
Manu, the earth and her valuable herbs. He protected them
from the waters of annihilation. As a boar, the Lord killed
Hiranyâksha, the son of Diti, while delivering the
earth from the universal waters. And as a tortoise, He
lifted Mandara Mountain on His back so that nectar could be
churned from the ocean. The Lord saved the surrendered king
of the elephants, Gajendra, who was suffering terrible
distress from the grips of a crocodile.
Tekst
19
De ascetische
wijzen [de Vâlakhilya's]
die gebeden brengend ten val waren gekomen [in het water
van de hoefafdruk van een koe] verloste Hij van [een
lachende] Indra; Hij verloste Indra van de duisternis van
het gedood hebben van Vritrâsura;
Hij verloste de echtgenotes van de halfgoden [door
Bhaumâsura]
gevangen gezet in het asurapaleis; als Nrisimhadeva doodde Hij
Hiranykas'ipu,
de asurakoning, ten einde de geheiligde toegewijden de
onbevreesdheid te bezorgen.
The
Lord also delivered the tiny ascetic sages called the
Vâlakhilyas when they fell into the water in a cow's
hoofprint and Indra was laughing at them. The Lord then
saved Indra when Indra was covered by darkness due to the
sinful reaction for killing Vritrâsura. When the wives
of the demigods were trapped in the palace of the demons
without any shelter, the Lord saved them. In His incarnation
as Nrisimha, the Lord killed Hiranyakas'ipu, the king of
demons, to free the saintly devotees from fear.
Tekst
20
Voor het heil
van de godvrezenden doodde Hij de daityaleiders in de slag
tussen de goden en de demonen [zie 8.10],
middels Zijn verschillende verschijningen [de
ams'a-avatâra's]
gedurende de heerschappij van iedere Manu beschermt Hij al de
werelden en als Heer Vâmana nam Hij met het voorwendsel
van de liefdadigheid de aarde weg van Bali
en gaf Hij haar in handen van de zoons van Aditi.
The
Supreme Lord regularly takes advantage of the wars between
the demons and demigods to kill the leaders of the demons.
The Lord thus encourages the demigods by protecting the
universe through His various incarnations during the reigns
of each Manu. The Lord also appeared as Vâmana and
took the earth away from Bali Mahârâja on the
plea of begging three steps of land. The Lord then returned
the entire world to the sons of Aditi.
Tekst
21
Als Heer
Paras'urâma de aarde vrijmakend van de leden van de kaste
der krijgers, vernietigde het vuur, dat Hij afstammend van
Bhrigu
was, zevenentwintig keer de dynastie van Haihaya;
als de echtgenoot van Sîtâ
[Râmacandra]
de oceaan onderwerpend doodde hij Tienkop
[Râvana]
met inbegrip van de soldaten van Lankâ - met het verhalen
over de heerlijkheden van Hem altijd zegerijk, wordt de
besmetting van de hele wereld vernietigd.
Lord
Paras'urâma appeared in the family of Bhrigu as a fire
that burned to ashes the dynasty of Haihaya. Thus Lord
Paras'urâma rid the earth of all kshatriyas twenty-one
times. The same Lord appeared as Râmacandra, the
husband of Sîtâdevî, and thus He killed
the ten-headed Râvana, along with all the soldiers of
Lankâ. May that S'rî Râma, whose glories
destroy the contamination of the world, be always
victorious.
Tekst
22
De Ongeboren
Heer [als Krishna] Zijn geboorte nemend in de
Yadu-dynastie, zal, ten einde de overlast terug te dringen van
de aarde, daden volbrengen die zelfs voor de goddelijken
moeilijk op te brengen zijn; als [de Boeddha] zal Hij
met argumenten van speculatieve aard degenen verbijsteren die
niet geschikt zijn de vedische offers te brengen en aan het
einde van Kali-yuga zal Hij [als Heer Kalki] een einde
maken aan de heersers van twijfelachtig allooi.
To
diminish the burden of the earth, the unborn Lord will take
birth in the Yadu dynasty and perform feats impossible even
for the demigods. Propounding speculative philosophy, the
Lord, as Buddha, will bewilder the unworthy performers of
Vedic sacrifices. And as Kalki the Lord will kill all the
low-class men posing as rulers at the end of the age of
Kali.
Tekst
23
Van de zo heel
glorieuze Heer van het Levend Wezen [Jagadîs'vara]
aldus omschreven, o machtig gearmde, zijn er ontelbare
verschijningen en handelingen precies als deze.
O
mighty-armed King, there are innumerable appearances and
activities of the Supreme Lord of the universe similar to
those I have already mentioned. In fact, the glories of the
Supreme Lord are unlimited.
*:
Volgens de Matsya Purâna (3.10), werd Dharma, de vader
van Nara-Nârâyana Rishi, geboren uit de
rechterborst van Brahmâ en trouwde hij later met dertien
van de dochters van Prajâpati Daksha.