regelbalk


 

Canto 3

Kabe Ha'be

 

Hoofdstuk 26: Basisprincipes van de Materiële Natuur

(1) De Allerhoogste Heer zei: 'Ik zal nu voor u de verschillende categorieën van de werkelijkheid beschrijven, met de kennis waarvan een ieder bevrijding kan vinden van de geaardheden der materiële natuur. (2) Dat waarover men spreekt als de spirituele kennis, die voor een persoon de uiteindelijke volmaaktheid van de zelfverwerkelijking is, zal ik u nu uiteenzetten, daar het dat is waardoor de knopen in het hart worden doorsneden. (3) De Opperziel van de Oorspronkelijke Persoon is zonder een begin, transcendentaal aan de geaardheden der natuur in het voorbije en is overal waarneembaar als het zelf-verlichte van de gehele schepping door Hem gehandhaafd. (4) Diezelfde persoon, die grootste der groten, aanvaarde geheel uit eigen beweging de subtiele materiële energie in relatie tot het goddelijke als Zijn spel en vermaak en verwierf de bekleding met de drie geaardheden. (5) Door de geaardheden schiep de natuur de uiteenlopende vormen der materieel levende schepselen, die daarmee geconfronteerd terstond aldaar in illusie waren verzet met de overdekking van hun spirituele kennis. (6) Door identificatie met de materiële activiteiten die in feite worden teweeggebracht door de geaardheden der natuur, schrijft het levende wezen ze aldus foutief aan zichzelf toe. (7) Door de misvatting van zijn leven in materiële conditionering wordt het afhankelijk gemaakt, hoewel het door degene die niet handelt, die de natuurlijke vreugdevolle getuige is, onafhankelijk is. (8) De geschoolden begrijpen dat het lichaam en de zintuigen van respect onder de veroorzaking van het materiële van de natuur verkeren; wat betreft de waarneming van geluk en ongeluk is de geestelijke ziel boven de materie verantwoordelijk.'

(9) Devahûti zei: 'Wees zo goed me uit te leggen wat de kenmerken zijn van zowel de energieën als de Hoogste Persoonlijkheid, die beide oorzaak zijn van het manifeste en niet-manifeste waaruit deze schepping bestaat.

(10) De Allerhoogste Heer zei: 'Het ongedifferentieerde, dat in bezit is van de gedifferentieerde materiële natuur die bestaat uit de oorzaak en het effect van de combinatie van de drie geaardheden, wordt de primaire natuur [pradhâna] genoemd. (11) Die primaire natuur, weet men, vormt de basis waaruit de vijf grofstoffelijke en vijf subtiele elementen, het geestelijke van de vier interne zinnen en de tien zinnen van waarneming en arbeid ontstonden, die aldus tezamen uitkomen op een aantal van vierentwintig. (12) De vijf grofstoffelijke elementen zijn om precies te zijn: aarde, water, vuur, lucht en ether; van de subtiele elementen zijn er, zoals Ik het zie, een gelijk aantal, het zijn de reuk en dergelijke [smaak, kleur, aanraking en geluid]. (13) De tien zinnen zijn de organen voor het horen, aanraken, zien, proeven, en ruiken, [voor de waarneming], met [voor het handelen] de mond, de handen, de benen, de geslachtsorganen en de organen voor de uitscheiding als de tiende . (14) Het denken, de intelligentie, ego en bewustzijn zijn de vier aspecten van de interne subtiele zin die men heeft, met het acht slaan op de onderscheiden functies in de vorm van verschillende kenmerken. (15) Aldus zijn naar de geest de materiële kwaliteiten opgesomd zoals ze feitelijk door Mij zijn gerangschikt [en saguna brahman worden genoemd], waarbij wat betreft de tijd wordt gesproken van het vijfentwintigste element.

(16) De invloed van de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God wordt gezegd de tijdfactor te zijn waarvan sommigen vrees koesteren in het begoocheld zijn door het ego van het in contact staan met de materiële natuur van het individuele bestaan. (17) De beweging van de materiële natuur zonder haar interactie van de geaardheden en haar specifieke kwaliteiten, o dochter van Manu, is de tijd waarvan we alhier Hem kennen, de Opperheer. (18) Hij die van binnenuit bestaat, in de vorm van de oorspronkelijke persoon en van buiten in de vorm van de tijd, is Hij, de Allerhoogste Heer bij al Zijn vermogens naar alles [al de elementen] van het leven. (19) Door haar bestaan in beweging gebracht, bezwangert de Hoogste Persoon vanuit Zijn uitgebalanceerde vermogen de baarmoeder [van moeder natuur] en brengt zij het volledige van de waarheid van Brahmâ's stralende gouden werkelijkheid [hiranmaya] voort. (20) Het universum dat in zich deze onveranderlijke grondoorzaak herbergt, slokt door de eigen uitstraling de hechte duisternis op waarin zij verwikkeld was. (21) De geaardheid goedheid, welke de heldere en nuchtere manier is van het verstaan van de Allerhoogste Heer, staat bekend onder de naam Vâsudeva; dat bewustzijn vormt de aard van het intellect. (22) Helderheid, niet afgeleid zijn en sereniteit worden aldus de kenmerkende eigenschappen genoemd van het [Krishna- of natuurlijke tijd-]bewustzijn dat gelijk de natuurlijke staat van zuiver water is.

(23-24) Van de volledige werkelijkheid die de veranderingen ondergaat teweeggebracht door de Allerhoogste Heer Zijn energieën, ontsprong, behept met het actieve vermogen ervan, het materiële ego zich in drie soorten transformerend als zijnde van de goedheid, de hartstocht en de onwetendheid, waaruit zich eveneens het denken ontwikkelde, de verschillende zinnen van handelen en waarnemen en de elementen in vijf verdeeld. (25) Alles van het ego bestaande uit de elementen, de zinnen en de geest is direct de Hoogste Persoonlijkheid van Ananta met Zijn duizenden hoofden [Vishnu's slangenbed] bekend onder de naam Sankarshana [eveneens bekend als de Heer Zijn eerste volkomen expansie]. (26) Het ego geïdentificeerd met de materie kan aldus worden gekenschetst als degene die handelt, die het instrument en het effect is, zowel als zijnde sereen, actief en traag. (27) Uit de goedheid van de materiële identificatie ontwikkelde zich na transformatie het principe van het denken waarvan de gedachten en bespiegelingen aanleiding geven tot verlangens. (28) Die geest staat feitelijk bekend onder de naam Aniruddha, de heerser over de zinnen die blauwachtig is als een lotus in de herfst en alleen geleidelijk aan gerealiseerd wordt door de yogi's. (29) Door de transformatie van de materiële identificatie in de hartstocht deed zich het principe van de intelligentie voor, o deugdzame dame, om ondersteuning te verlenen in het naar de zinnen constateren van de voorwerpen die in zicht komen. (30) Twijfel, misverstaan, het juiste begrip, geheugen en slaap worden aldus beschouwd als zijnde de kenmerken van de intelligentie in haar verschillende functies.

(31) Uit de hartstocht van het ego hebben we eveneens de zinnen van handelen en kennis overeenkomstig respectievelijk de werkzame krachten van de vitale energie en het effect van de ervaring van de intelligentie. (32) Van de duisternis van het ego en haar transformatie, werd, daartoe aangezet door het vermogen van de Allerhoogste Heer, het subtiele element van het geluid gemanifesteerd, waarvan het etherische toen de gehoorzin vormde die er is als de ontvankelijkheid voor de werking ervan. (33) Geleerde personen weten het te definiëren als dat wat een materieel object aanduidt; ze kennen geluid als het verraad van de aanwezigheid van een spreker en als dat wat kenmerkend is voor het subtiele element van de ether. (34) De activiteiten en kenmerken van het element van de ether voorzien in de buiten- en de binnenruimte, voor alle levende wezens het handelingsgebied zijnd van de levensadem, de zinnen en het denken. (35) Van het etherische zich ontwikkelend uit het subtiele van het geluid, vindt onder de transformerende impuls van de tijd de evolutie van het subtiele element der aanraking plaats en wordt aldus de lucht gevonden, het zinsorgaan ervoor en van die zin de waarneming. (36) Zachtheid en hardheid, koude en hitte eveneens, zijn van dit subtiele element van aanraking de onderscheiden eigenschappen in het zinnelijk ervaren van de lucht. (37) Door de onderscheiden kenmerken van de activiteiten van de lucht die beweegt en zich vermengd, maakt het [element van de aanraking] de toenadering [tot objecten] mogelijk, daarbij de deeltjes en golven van geluid meevoerend die de zinnen tot het juiste functioneren aanzetten. (38) Van de lucht gerealiseerd door de subtiele werkelijkheid der aanraking, ontwikkelden, zoals voorbeschikt, zich de vormen waaruit de waarneming van het vuur voortkwam in de zin van het zien van kleur en vorm.

(39) O deugdzame, de kenmerken van de vorm van een object zijn naar de werkelijkheid der zinnen, de afmetingen ervan, de kwaliteit, de bepaalde individualiteit en de stralende gloed. (40) De functies van het vuur zijn in werkelijkheid het verlichten, het verteren van wat men drinkt en eet, het verdrijven van de kou en het verdampen als ook het van dienst zijn met honger en dorst. (41) Vanuit de substantie van de vorm die de transformaties van het vuur ondergaat, manifesteerde zich naar goddelijke beschikking de zin voor de smaak, waardoor het water en de tong in relatie daarmee werden gevonden. (42) Hoewel de smaak één is, is zij door omvorming aldus naar de veelvoud van andere substanties verdeeld in de gewaarwording van het wrange, zoete, bittere, scherpe [zoute] en zure. (43) Het typische van water is dat het bevochtigt, coaguleert, de dorst lest, het leven in stand houdt, verfrist, zacht maakt, doet afkoelen en in overvloed beschikbaar is. (44) Door het element van de smaak, in het ondergaan van de transformaties door het water, deed zich van boven beschikt de maat der geur voor in het vinden van de aarde en het ruiken van aroma's. (45) Het ene van de geur is, verdeeld naar de verhoudingen van substanties in het afzonderlijke van vermengd zijn, opdringerig, welriekend, mild, sterk, zurig van geur zijn, enzovoorts. (46) De kenmerkende functie van de aarde is de plaats te zijn voor de manifestatie van de in de ruimte gescheiden aard van al het bestaande dat van de Hoogste Geest is gemodelleerd in vormen, verblijfplaatsen, opbergpotten etc. (47) De zin die het onderscheiden kenmerk van de lucht [geluid] als haar object heeft wordt de gehoorzin genoemd en die zin welke de onderscheiden kenmerken van de lucht [de aanraking] als haar object heeft staat bekend als de tastzin. (48) De zin die het afzonderlijke van het vuur [vorm] als haar object heeft wordt het gezichtsvermogen genoemd, de onderscheiden waarneming van de kenmerken van water staat bekend als de smaakzin en het afzonderlijke van de aarde in de waarneming wordt de reukzin genoemd.

(49) De kenmerken van de oorzaak worden waargenomen in het gevolg en bijgevolg worden naar die orde de onderscheiden kenmerken van alle elementen waargenomen in de aarde alleen [en in mindere mate in de voorgaande elementen]. (50) Toen dezen [in het begin] onvermengd waren, gingen al de zeven van de oorspronkelijke volledigheid [de vijf materiële elementen, de totale energie - de mahat-tattva - en het geïdentificeerde ego] vanaf het begin de schepping binnen; in feite vanuit de associatie met de tijd, het karma en de drie geaardheden der natuur. (51) Toen stap voor stap [met Hem als de tijd], werd vanuit deze zeven principes, tot activiteit aangezet, een eivorm verenigd zonder bewustzijn, waaruit het gevierde Kosmische Wezen [of de oorspronkelijke 'gigantische' persoon, de virâth purusha] zich opwierp. (52) Dit ei genaamd Vis'esha ['het actieve'], vond orde in de tienvoudige uitbreiding naar het grotere van het water en de andere elementen zoals ze zijn verwikkeld in de geaardheden van de primaire natuur aan de oppervlakte van de zich uitstrekkende planetenstelsels; dit is de [universele] gedaante die de Heer, het Opperwezen, aannam. (53) Uit het gouden [zonlicht] van het ei rees, vanuit de wateren die Hij doordrong en waarin Hij lag, het grote van het goddelijke op, in vele cellen verdeeld in het controleren van het licht. (54) Het eerste dat van Hem verscheen was een mond om in geluid een relatie aan te gaan [vânî] waarna, met dat orgaan, er de goddelijkheid van het [spijsverterings-]vuur was, toen vergezeld door de neusvleugels met de levensadem en de reukzin in hen. (55) Uit de reukzin werd het goddelijke van de lucht [Vâyu] gerealiseerd, de twee ogen van het gezichtsvermogen brachten de goddelijkheid van de zon [Sûrya] in het bewustzijn en door de gehoorzin van de twee oren straalde de goddelijkheid van de windrichtingen voort. (56) Van de gevierde vorm verscheen de huid met haar haargroei en dergelijke, waarna de geneeskrachtige kruiden werden gezien zowel als de geslachtsorganen. (57) Daarvan was er het zaad [der voortplanting], verscheen er de goddelijkheid der wateren en manifesteerde zich een anus met daarop volgend het vermogen zich te ontlasten, waarna er de [god van de] dood kwam die in de gehele wereld in angst verzet. (58) Eveneens manifesteerden zich twee handen met naar hun macht het vermogen naar eigen goeddunken te handelen [Heer Indra]. Van de manifestatie van de twee voeten werd de voortgang gezien, waarnaar men toen tot het besef van de Heer [Vishnu] kwam. (59 - 60) Van het gevierde persoonlijke toonden zich de aderen en de bloedsomloop daarnaar. Naar hen worden de rivieren waargenomen. Vervolgens manifesteerde zich een maag waarvan zich honger en dorst voordeed. In navolging daarvan zag men de oceaan. Uit het verschijnen van een hart kwam toen het denken voort. (61) Uit het denken kwam toen naar de intelligentie de maan [Candra] in het zicht en van die intelligentie zag men de Heer van de spraak [Brahmâ] tegemoet. Het zich identificeren met de materie gaf toen de verschijning van Rudra [S'iva], de godheid heersend over het bewustzijn.

(62) Al deze vormen van goddelijkheid die hun bestaan vonden waren in het geheel niet in staat de oorspronkelijke persoon der viering in beweging te brengen en om die reden drongen ze door tot de bron van hun ontstaan teneinde Hem de een na de ander op te wekken. (63) De goddelijkheid van het vuur der spijsvertering vestigde zich voor de mond, maar mislukte erin de Gevierde op te wekken. Het goddelijke van de wind vestigde zich voor de reukzin van de neusgaten, maar kon toen niet de Oorspronkelijke naar voren roepen. (64) Het goddelijke van het licht voor Zijn twee ogen kon de Authentieke niet teweegbrengen en met het goddelijke van het zich oriënteren door middel van de hoorzin met Zijn twee oren werd het Grote van de Persoon ook niet tot leven gewekt. (65) Het goddelijke van de huid, met haar begroeiing en zegen aan kruiden, kon niet de gevierde Persoon naar boven brengen en de goddelijkheid van het water kon, met de voortplanting met behulp van de geslachtsorganen, de Grote Persoon ook niet in beweging krijgen. (66) Met het vermogen zich te ontlasten kon de god van de Dood bij Zijn anus de Kosmische Ene niet in gang krijgen en zelfs de twee handen van Heer Indra met hun macht van beheersen konden de manier niet vinden om de Meester van de Macht toen op te wekken. (67) Vishnu met de macht der voortgang was met zijn twee voeten niet in staat de Grote Volledigheid tot actie te bewegen en daadwerkelijk was het goddelijke van de stroom der rivieren naar Zijn bloedvaten met het bloed en de macht van de circulatie toen ook niet in staat de Gevierde Persoon te bewegen. (68) De oceaan volgend samen met de honger en de dorst kon naar Zijn buik de Grote persoon niet in gang zetten en het hart met de geest naar de goddelijkheid van de maan mislukte er toen ook in de Enige Ware op te wekken. (69) Ook Brahmâ ging Zijn hart binnen met intelligentie, maar wekte de Gevierde Persoon niet op, als ook Heer S'iva, die er niet toe in staat was het volledige van de purusha op te wekken met het ego naar Zijn hart. (70) Maar toen de goddelijkheid die met de rede heerst over het bewustzijn het hart binnenging als de kenner van het veld, rees op dat moment het Kosmisch Wezen op uit de causale wateren. (71) Het is als met een man die slaapt waarvan de levensadem, de werkende en kennende zinnen, zijn denken en zijn overwegen, uit eigen beweging niet zonder Hem in gang komen. (72) Daarom behoort degene die de yoga in de praktijk brengt, met behulp van spirituele kennis, onthechting en toewijding, zorgvuldig de gedachte aan Hem, de Superziel, aanwezig in hemzelf in overweging te nemen.

 

    

next                          

 
 Tweede Editie, geladen 1 augustus 2006

 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

 

Tekst 1

De Allerhoogste Heer zei: 'Ik zal nu voor u de verschillende categorieën van de werkelijkheid beschrijven, met de kennis waarvan een ieder bevrijding kan vinden van de geaardheden der materiële natuur.

De Allerhoogste Heer zei: 'Ik zal nu voor u de verschillende categorieën van de werkelijkheid beschrijven, met de kennis waarvan een ieder bevrijding kan vinden van de geaardheden der materiële natuur. (Vedabase)

 

Tekst 2

Dat waarover men spreekt als de spirituele kennis, die voor een persoon de uiteindelijke volmaaktheid van de zelfverwerkelijking is, zal ik u nu uiteenzetten, daar het dat is waardoor de knopen in het hart worden doorsneden.

Dat waarover men spreekt als de spirituele kennis, die voor een persoon de uiteindelijke volmaaktheid van de zelfverwerkelijking is, zal ik u nu uiteenzetten, daar het dat is waardoor de knopen in het hart worden doorsneden. (Vedabase)

 

Tekst 3

De Opperziel van de Oorspronkelijke Persoon is zonder een begin, transcendentaal aan de geaardheden der natuur in het voorbije en is overal waarneembaar als het zelf-verlichte van de gehele schepping door Hem gehandhaafd.

De Opperziel van de oorspronkelijke persoon is zonder een begin, transcendentaal aan de geaardheden der natuur in het voorbije en is overal waarneembaar als het zelf-verlichte van de gehele schepping die hij handhaaft. (Vedabase)

 

Tekst 4

Diezelfde persoon, die grootste der groten, aanvaarde geheel uit eigen beweging de subtiele materiële energie in relatie tot het goddelijke als Zijn spel en vermaak en verwierf de bekleding met de drie geaardheden.

Die zelfde persoon, die grootste der groten, aanvaarde geheel uit eigen beweging de subtiele materiële energie in relatie tot het goddelijke als Zijn spel en vermaak en verwierf de bekleding met de drie geaardheden. (Vedabase)

 

Tekst 5

Door de geaardheden schiep de natuur de uiteenlopende vormen der materieel levende schepselen, die daarmee geconfronteerd terstond aldaar in illusie waren verzet met de overdekking van hun spirituele kennis.

Door de geaardheden schiep de natuur de uiteenlopende vormen der materieel levende schepselen, die daarmee gekonfronteerd terstond aldaar in illusie waren verzet met de overdekking van hun spirituele kennis. (Vedabase)

 

Tekst 6

Door identificatie met de materiële activiteiten die in feite worden teweeggebracht door de geaardheden der natuur, schrijft het levende wezen ze aldus foutief aan zichzelf toe.

Door identificatie met de materiële aktiviteiten die in feite worden teweeggebracht door de geaardheden der natuur, schrijft het levende wezen ze aldus foutief aan zichzelf toe. (Vedabase)

 

Tekst 7

Door de misvatting van zijn leven in materiële conditionering wordt het afhankelijk gemaakt, hoewel het door degene die niet handelt, die de natuurlijke vreugdevolle getuige is, onafhankelijk is.

Door de misvatting van zijn leven in materiële konditionering wordt het afhankelijk gemaakt alhoewel het van degene is die niet handelt, die de natuurlijke vreugdevolle getuige is, die onafhankelijk is. (Vedabase)

 

Tekst 8

De geschoolden begrijpen dat het lichaam en de zintuigen van respect onder de veroorzaking van het materiële van de natuur verkeren; wat betreft de waarneming van geluk en ongeluk is de geestelijke ziel boven de materie verantwoordelijk.'

Zij die leerden begrijpen dat het lichaam en de zintuigen van respekt onder de veroorzaking van het materiële van de natuur verkeren; wat betreft de waarneming van geluk en ongeluk is de geestelijke ziel boven de materie verantwoordelijk.' (Vedabase)

   

Tekst 9

Devahûti zei: 'Wees zo goed me uit te leggen wat de kenmerken zijn van zowel de energieën als de Hoogste Persoonlijkheid, die beide oorzaak zijn van het manifeste en niet-manifeste of waaruit deze schepping bestaat.

Devahûti zei: 'Wees zo goed me uit te leggen wat de kenmerken zijn van zowel de energieën als de Hoogste Persoonlijkheid, die beide oorzaak zijn van het manifeste en niet-manifeste waaruit deze schepping bestaat. (Vedabase)

  

Tekst 10

De Allerhoogste Heer zei: 'Het ongedifferentieerde, dat in bezit is van de gedifferentieerde materiële natuur die bestaat uit de oorzaak en het effect van de combinatie van de drie geaardheden, wordt de primaire natuur [pradhâna] genoemd.

De Allerhoogste Heer zei: 'Nu verder, wordt het ongedifferentieerde dat in bezit is van de gedifferentieerde materiële natuur, bestaande uit de oorzaak en het effect van de combinatie van de drie geaardheden, de primaire natuur [pradhâna] genoemd. (Vedabase)

  

Tekst 11

Die primaire natuur, weet men, vormt de basis waaruit de vijf grofstoffelijke en vijf subtiele elementen, het geestelijke van de vier interne zinnen en de tien zinnen van waarneming en arbeid ontstonden, die aldus tezamen uitkomen op een aantal van vierentwintig.

Die primaire natuur, weet men, is samengesteld uit de vijf grofstoffelijke en vijf subtiele elementen, het geestelijke van de vier interne zinnen en de tien zinnen van waarneming en arbeid, aldus tezamen uitkomend op een aantal van vierentwintig. (Vedabase)

 

 Tekst 12

De vijf grofstoffelijke elementen zijn om precies te zijn: aarde, water, vuur, lucht en ether; van de subtiele elementen zijn er, zoals Ik het zie, een gelijk aantal, het zijn de reuk en dergelijke [smaak, kleur, aanraking en geluid].

De vijf grofstoffelijke elementen zijn om precies te zijn: aarde, water, vuur, lucht en ether; de subtiele elementen zijn in aantal gelijk en worden door Mij geacht te zijn de reuk en dergelijke [smaak, kleur, aanraking en geluid]. (Vedabase)

 

Tekst 13

De tien zinnen zijn de organen voor het horen, aanraken, zien, proeven, en ruiken, [voor de waarneming], met [voor het handelen] de mond, de handen, de benen, de geslachtsorganen en de organen voor de uitscheiding als de tiende .

De tien zinnen zijn de organen voor het horen, aanraken, zien, proeven, en ruiken, [voor de waarneming], met de mond, de handen, de benen, de geslachtsorganen en de organen voor de uitscheiding als de tiende [voor het handelen]. (Vedabase)

 

Tekst 14

Het denken, de intelligentie, ego en bewustzijn zijn de vier aspecten van de interne subtiele zin die men heeft, met het acht slaan op de onderscheiden functies in de vorm van verschillende kenmerken.

Het denken, de intelligentie, ego en bewustzijn zijn de vier aspekten van de interne subtiele zin die men heeft, met het acht slaan op de onderscheiden functies in de vorm van verschillende kenmerken. (Vedabase)

 

Tekst 15

Aldus zijn naar de geest de materiële kwaliteiten opgesomd zoals ze feitelijk door Mij zijn gerangschikt [en saguna brahman worden genoemd], waarbij wat betreft de tijd wordt gesproken van het vijfentwintigste element.

Aldus zijn naar de geest de materiële kwaliteiten opgesomd zoals ze daadwerkelijk door Mij zijn gerangschikt [en saguna brahman worden genoemd], waarbij wat betreft de tijd wordt gesproken van het vijfentwintigste element. (Vedabase)

 

Tekst 16

De invloed van de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God wordt gezegd de tijdfactor te zijn waarvan sommigen vrees koesteren in het begoocheld zijn door het ego van het in contact staan met de materiële natuur van het individuele bestaan.

De invloed van de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God wordt gezegd de tijdfaktor te zijn waarvan sommigen vrees koesteren in het begoocheld zijn door het ego van het in kontakt staan met de materiële natuur van het individuele bestaan. (Vedabase)

 

Tekst 17

De beweging van de materiële natuur zonder haar interactie van de geaardheden en haar specifieke kwaliteiten, o dochter van Manu, is de tijd waarvan we alhier Hem kennen, de Opperheer.

De beweging van de materiële natuur zonder haar interaktie van de geaardheden en haar specifieke kwaliteiten, o dochter van Manu, is de tijd waarvan we alhier Hem kennen, de Opperheer. (Vedabase)

  

Tekst 18

Hij die van binnenuit bestaat, in de vorm van de oorspronkelijke persoon en van buiten in de vorm van de tijd, is Hij, de Allerhoogste Heer bij al Zijn vermogens naar alles [al de elementen] van het leven.

Hij die van binnenuit bestaat, in de vorm van de oorspronkelijke persoon en van buiten in de vorm van de tijd, is Hij, de Allerhoogste Heer bij al Zijn vermogens naar alles [al de elementen] van het leven. (Vedabase)

  

Tekst 19

Door haar bestaan in beweging gebracht, bezwangert de Hoogste Persoon vanuit Zijn uitgebalanceerde vermogen de baarmoeder [van moeder natuur] en brengt zij het volledige van de waarheid van Brahmâ's stralende gouden werkelijkheid [hiranmaya] voort.

Door haar bestaan in beweging gebracht, bezwangert de Hoogste Persoon vanuit Zijn uitgebalanceerde vermogen de baarmoeder [van moeder natuur] en brengt zij het volledige van de waarheid van Brahmâ's stralende gouden werkelijkheid [hiranmaya] voort. (Vedabase)

 

Tekst 20

Het universum dat in zich deze onveranderlijke grondoorzaak herbergt, slokt door de eigen uitstraling de hechte duisternis op waarin zij verwikkeld was.

Het universum dat in zich deze onveranderlijke grondoorzaak herbergt, slokt door de eigen uitstraling de hechte duisternis op waarin zij verwikkeld was. (Vedabase)

 

Tekst 21

De geaardheid goedheid, welke de heldere en nuchtere manier is van het verstaan van de Allerhoogste Heer, staat bekend onder de naam Vâsudeva; dat bewustzijn vormt de aard van het intellect.

De geaardheid goedheid, welke de heldere en nuchtere manier is van het verstaan van de Allerhoogste Heer, staat bekend onder de naam Vâsudeva; dat bewustzijn dat zich voordoet als het grote principe [het maha-tattva, het intellect]. (Vedabase)

 

Tekst 22

Helderheid, niet afgeleid zijn en sereniteit worden aldus de kenmerkende eigenschappen genoemd van het [Krishna- of natuurlijke tijd-]bewustzijn dat gelijk de natuurlijke staat van zuiver water is.

Helder, niet afgeleid en sereen worden aldus de kenmerkende eigenschappen genoemd van het [Krishna- of natuurlijke tijds-] bewustzijn dat gelijk de natuurlijke staat van zuiver water is (Vedabase)

 

Tekst 23-24

Van de volledige werkelijkheid die de veranderingen ondergaat teweeggebracht door de Allerhoogste Heer Zijn energieën, ontsprong, behept met het actieve vermogen ervan, het materiële ego zich in drie soorten transformerend als zijnde van de goedheid, de hartstocht en de onwetendheid, waaruit zich eveneens het denken ontwikkelde, de verschillende zinnen van handelen en waarnemen en de elementen in vijf verdeeld.

Van de volledige werkelijkheid die de veranderingen ondergaat teweeg gebracht door de Allerhoogste Heer Zijn energieën, ontsprong, behept met het aktieve vermogen ervan, het materiële ego zich in drie soorten transformerend als zijnde van de goedheid, de hartstocht en de onwetendheid, waaruit zich eveneens het denken ontwikkelde, de verschillende zinnen van handelen en waarnemen en de elementen in vijf verdeeld. (Vedabase)

  

Tekst 25

Alles van het ego bestaande uit de elementen, de zinnen en de geest is direct de Hoogste Persoonlijkheid van Ananta met Zijn duizenden hoofden [Vishnu's slangenbed] bekend onder de naam Sankarshana [eveneens bekend als de Heer Zijn eerste volkomen expansie].

Alles van het ego bestaande uit de elementen, de zinnen en de geest is direct de Hoogste Persoonlijkheid van Ananta met Zijn duizenden hoofden [Vishnu's slangenbed] bekend onder de naam Sankarshana [eveneens bekend als de Heer Zijn eerste volkomen expansie]. (Vedabase)

 

Tekst 26

Het ego geïdentificeerd met de materie kan aldus worden gekenschetst als degene die handelt, die het instrument en het effect is, zowel als zijnde sereen, actief en traag.

Het ego geïdentificeerd met de materie kan aldus worden gekenschetst als degene die handelt, die het instrument en het effect is, zowel als zijnde sereen, aktief en traag. (Vedabase)

 

Tekst 27

Uit de goedheid van de materiële identificatie ontwikkelde zich na transformatie het principe van het denken waarvan de gedachten en bespiegelingen aanleiding geven tot verlangens.

Uit de goedheid van de materiële identificatie ontwikkelde zich na transformatie het principe van het denken waarvan de gedachten en bespiegelingen aanleiding geven tot verlangens. (Vedabase)

 

Tekst 28

Die geest staat feitelijk bekend onder de naam Aniruddha, de heerser over de zinnen die blauwachtig is als een lotus in de herfst en alleen geleidelijk aan gerealiseerd wordt door de yogi's.

Die geest staat feitelijk bekend onder de naam Aniruddha, de Opperheer van de zinnen die blauwachtig is als een lotus in de herfst en alleen geleidelijk aan gerealiseerd word door de yogî's. (Vedabase)

 

Tekst 29

Door de transformatie van de materiële identificatie in de hartstocht deed zich het principe van de intelligentie voor, o deugdzame dame, om ondersteuning te verlenen in het naar de zinnen constateren van de voorwerpen die in zicht komen.

Door de transformatie van de materiële identificatie in de hartstocht deed zich het principe van de intelligentie voor, o deugdzame dame, om ondersteuning te verlenen in het naar de zinnen constateren van de voorwerpen die in zicht komen. (Vedabase)

 

Tekst 30

Twijfel, misverstaan, het juiste begrip, geheugen en slaap worden aldus beschouwd als zijnde de kenmerken van de intelligentie in haar verschillende functies.

Twijfel, misverstaan, het juiste begrip, geheugen en slaap worden aldus beschouwd als zijnde de kenmerken van de intelligentie in haar verschillende functies. (Vedabase)

  

Tekst 31

Uit de hartstocht van het ego hebben we eveneens de zinnen van handelen en kennis overeenkomstig respectievelijk de werkzame krachten van de vitale energie en het effect van de ervaring van de intelligentie.

Uit de hartstocht van het ego hebben we naar waarheid de zinnen van handelen en kennis overeenkomstig respektievelijk de werkzame krachten van de vitale energie en het effect van de ervaring van de intelligentie. (Vedabase)

  

Tekst 32

Van de duisternis van het ego en haar transformatie, werd, daartoe aangezet door het vermogen van de Allerhoogste Heer, het subtiele element van het geluid gemanifesteerd, waarvan het etherische toen de gehoorzin vormde die er is als de ontvankelijkheid voor de werking ervan.

Van de duisternis van het ego en haar transformatie, werd, daartoe aangezet door het vermogen van de Allerhoogste Heer, het subtiele element van het geluid gemanifesteerd, waarvan het etherische toen de gehoorzin vormde als ontvankelijkheid voor de werking ervan. (Vedabase)

 

Tekst 33

Geleerde personen weten het te definiëren als dat wat een materieel object aanduidt; ze kennen geluid als het verraad van de aanwezigheid van een spreker en als dat wat kenmerkend is voor het subtiele element van de ether.

Geleerde personen weten het te definiëren als dat wat een materieel object aanduidt; ze kennen geluid als het verraad van de aanwezigheid van een spreker en als gestalte gevend aan de subtiele werkelijkheid van het zinnelijk bestaan [de ether]. (Vedabase)

 

Tekst 34

De activiteiten en kenmerken van het element van de ether voorzien in de buiten- en de binnenruimte, voor alle levende wezens het handelingsgebied zijnd van de levensadem, de zinnen en het denken.

De aktiviteiten en kenmerken van het etherisch element voorzien in de buiten- en de binnenruimte, voor alle levende wezens het handelingsgebied zijnd van de levensadem, de zinnen en het denken. (Vedabase)

  

Tekst 35

Van het etherische zich ontwikkelend uit het subtiele van het geluid, vindt onder de transformerende impuls van de tijd de evolutie van het subtiele element der aanraking plaats en wordt aldus de lucht gevonden, het zinsorgaan ervoor en van die zin de waarneming.

Van het etherische zich ontwikkelend uit het subtiele van het geluid, vindt onder de transformerende impuls van de tijd de evolutie van het subtiele element der aanraking plaats en wordt aldus de lucht gevonden, het zinsorgaan ervoor en van die zin de waarneming. (Vedabase)

 

Tekst 36

Zachtheid en hardheid, koude en hitte eveneens, zijn van dit subtiele element van aanraking de onderscheiden eigenschappen in het zinnelijk ervaren van de lucht.

Zachtheid en hardheid, koude en hitte eveneens, zijn van dit subtiele element van aanraking de onderscheiden eigenschappen in het zinnelijk ervaren van de lucht. (Vedabase)

 

Tekst 37

Door de onderscheiden kenmerken van de activiteiten van de lucht die beweegt en zich vermengd, maakt het [element van de aanraking] de toenadering [tot objecten] mogelijk, daarbij de deeltjes en golven van geluid meevoerend die de zinnen tot het juiste functioneren aanzetten.

Door de onderscheiden kenmerken van de aktiviteiten van de lucht die beweegt en zich vermengd, maakt het de toenadering [tot objecten] mogelijk, daarbij de deeltjes en golven van geluid meevoerend die de zinnen tot het juiste functioneren aanzetten. (Vedabase)

 

Tekst 38

Van de lucht gerealiseerd door de subtiele werkelijkheid der aanraking, ontwikkelden, zoals voorbeschikt, zich de vormen waaruit de waarneming van het vuur voortkwam in de zin van het zien van kleur en vorm.

Van de lucht gerealiseerd door de subtiele werkelijkheid der aanraking, ontwikkelden, zoals voorbeschikt, zich de vormen waaruit de waarneming van het vuur voortkwam in de zin van het zien van kleur en vorm. (Vedabase)

 

Tekst 39

O deugdzame, de kenmerken van de vorm van een object zijn naar de werkelijkheid der zinnen, de afmetingen ervan, de kwaliteit, de bepaalde individualiteit en de stralende gloed.

O deugdzame, de kenmerken van de vorm van een object zijn naar de werkelijkheid der zinnen, de afmetingen ervan, de kwaliteit, de bepaalde individualiteit en de stralende gloed. (Vedabase)

 

Tekst 40

De functies van het vuur zijn in werkelijkheid het verlichten, het verteren van wat men drinkt en eet, het verdrijven van de kou en het verdampen als ook het van dienst zijn met honger en dorst.

De functies van het vuur zijn in werkelijkheid het verlichten, het verteren van wat men drinkt en eet, het verdrijven van de kou en het verdampen als ook het van dienst zijn met honger en dorst. (Vedabase)

 

Tekst 41

Vanuit de substantie van de vorm die de transformaties van het vuur ondergaat, manifesteerde zich naar goddelijke beschikking de zin voor de smaak, waardoor het water en de tong in relatie daarmee werden gevonden.

Vanuit de substantie van de vorm die de transformaties van het vuur ondergaat, manifesteerde zich naar goddelijke beschikking de zin voor de smaak, waardoor het water en de tong in relatie daarmee werden gevonden. (Vedabase)

 

Tekst 42

Hoewel de smaak één is, is zij door omvorming aldus naar de veelvoud van andere substanties verdeeld in de gewaarwording van het wrange, zoete, bittere, scherpe [zoute] en zure.

Hoewel de smaak één is, is zij door omvorming aldus naar de veelvoud van andere substanties verdeeld in de gewaarwording van het wrange, zoete, bittere, scherpe [zoute] en zure. (Vedabase)

 

Tekst 43

Het typische van water is dat het bevochtigt, coaguleert, de dorst lest, het leven in stand houdt, verfrist, zacht maakt, doet afkoelen en in overvloed beschikbaar is.

Het typische van water is dat het bevochtigt, coaguleert, de dorst lest, het leven in stand houdt, verfrist, zacht maakt, doet afkoelen en in overvloed beschikbaar is. (Vedabase)

 

Tekst 44

Door het element van de smaak, in het ondergaan van de transformaties door het water, deed zich van boven beschikt de maat der geur voor in het vinden van de aarde en het ruiken van aroma's.

Door het element van de smaak, in het ondergaan van de transformaties door het water, deed zich van boven beschikt de maat der geur voor in het vinden van de aarde en het ruiken van aroma's. (Vedabase)

 

Tekst 45

Het ene van de geur is, verdeeld naar de verhoudingen van substanties in het afzonderlijke van vermengd zijn, opdringerig, welriekend, mild, sterk, zurig van geur zijn, enzovoorts.

Het ene van de geur is verdeeld naar de verhoudingen van substanties in het afzonderlijke van vermengd zijn, opdringerig, welriekend, mild, sterk, zurig van geur zijn, enzovoorts. (Vedabase)

 

Tekst 46

De kenmerkende functie van de aarde is de plaats te zijn voor de manifestatie van de in de ruimte gescheiden aard van al het bestaande dat van de Hoogste Geest is gemodelleerd in vormen, verblijfplaatsen, opbergpotten etc.

De kenmerkende functie van de aarde is de plaats te zijn voor de manifestatie van de in de ruimte gescheiden aard van al het bestaande dat van de Hoogste Geest is gemodelleerd in vormen, verblijfplaatsen, opbergpotten etc. (Vedabase)

 

Tekst 47

De zin die het onderscheiden kenmerk van de lucht [geluid] als haar object heeft wordt de gehoorzin genoemd en die zin welke de onderscheiden kenmerken van de lucht [de aanraking] als haar object heeft staat bekend als de tastzin.

De zin die het onderscheiden kenmerk van de lucht [geluid] als haar object heeft wordt de gehoorzin genoemd en die zin welke de onderscheiden kenmerken van de lucht [de aanraking] als haar object heeft staat bekend als de tastzin. (Vedabase)

 

Tekst 48

De zin die het afzonderlijke van het vuur [vorm] als haar object heeft wordt het gezichtsvermogen genoemd, de onderscheiden waarneming van de kenmerken van water staat bekend als de smaakzin en het afzonderlijke van de aarde in de waarneming wordt de reukzin genoemd.

De zin die het afzonderlijke van het vuur [vorm] als haar object heeft wordt het gezichtsvermogen genoemd, de onderscheiden waarneming van de kenmerken van water staat bekend als de smaakzin en het afzonderlijke van de aarde in de waarneming wordt de reukzin genoemd. (Vedabase)

 

Tekst 49

De kenmerken van de oorzaak worden waargenomen in het gevolg en bijgevolg worden naar die orde de onderscheiden kenmerken van alle elementen waargenomen in de aarde alleen [en in mindere mate in de voorgaande elementen].

De kenmerken van de oorzaak worden waarlijk waargenomen in het gevolg en bijgevolg worden naar die orde de onderscheiden kenmerken van alle elementen waargenomen in de aarde alleen [en in mindere mate in de voorgaande elementen]. (Vedabase)

 

Tekst 50

Toen dezen [in het begin] onvermengd waren, gingen al de zeven van de oorspronkelijke volledigheid [de vijf materiële elementen, de totale energie - de mahat-tattva - en het geïdentificeerde ego] vanaf het begin de schepping binnen; in feite vanuit de associatie met de tijd, het karma en de drie geaardheden der natuur.

Toen dezen [in het begin] onvermengd waren, gingen al de zeven van de oorspronkelijke volledigheid [de vijf materiële elementen, de totale energie (mahat-tattva) en het geïdentificeerde ego] vanaf het begin de schepping binnen; in feite vanuit de associatie met de tijd, het karma en de drie geaardheden der natuur. (Vedabase)

 

Tekst 51

Toen stap voor stap [met Hem als de tijd], werd vanuit deze zeven principes, tot activiteit aangezet, een eivorm verenigd zonder bewustzijn, waaruit het gevierde Kosmische Wezen [of de oorspronkelijke 'gigantische' persoon, de virâth purusha] zich opwierp.

Toen stap voor stap [met Hem als de tijd], werd vanuit deze zeven principes, tot aktiviteit aangezet, een eivorm verenigd zonder bewustzijn, waaruit het gevierde Kosmische Wezen [of de oorspronkelijke persoon, de virâth purusha] zich opwierp. (Vedabase)

 

Tekst 52

Dit ei genaamd Vis'esha ['het actieve'], vond orde in de tienvoudige uitbreiding naar het grotere van het water en de andere elementen zoals ze zijn verwikkeld in de geaardheden van de primaire natuur aan de oppervlakte van de zich uitstrekkende planetenstelsels; dit is de [universele] gedaante die de Heer, het Opperwezen, aannam.

Dit ei genaamd Vis'esha ['het aktieve'], vond orde in de tienvoudige uitbreiding naar het grotere van het water en de andere elementen verwikkeld in de geaardheden van de primaire natuur aan de oppervlakte van de zich uitstrekkende planetenstelsels; dit is de [planetaire] gedaante die de Heer, het Opperwezen, aannam. (Vedabase)

 

Tekst 53

Uit het gouden [zonlicht] van het ei rees, vanuit de wateren die Hij doordrong en waarin Hij lag, het grote van het goddelijke op, in vele cellen verdeeld in het controleren van het licht.

Uit het gouden [zonlicht] van het ei rees, vanuit de wateren die Hij doordrong en waarin Hij lag, het grote van het goddelijke op, in vele cellen verdeeld in het kontroleren van het licht. (Vedabase)

 

Tekst 54

Het eerste dat van Hem verscheen was een mond om in geluid een relatie aan te gaan [vânî] waarna, met dat orgaan, er de goddelijkheid van het [spijsverterings-]vuur was, toen vergezeld door de neusvleugels met de levensadem en de reukzin in hen.

Het eerste dat van Hem verscheen was een mond om in geluid een relatie aan te gaan [Vânî] waarna, met dat orgaan, er de goddelijkheid van het [spijsverterings-]vuur was, toen vergezeld door de neusvleugels met de levensadem en de reukzin in hen. (Vedabase)

 

Tekst 55

Uit de reukzin werd het goddelijke van de lucht [Vâyu] gerealiseerd, de twee ogen van het gezichtsvermogen brachten de goddelijkheid van de zon [Sûrya] in het bewustzijn en door de gehoorzin van de twee oren straalde de goddelijkheid van de windrichtingen voort.

Uit de reukzin werd het goddelijke van de lucht [Vâyu] gerealiseerd, de twee ogen van het gezichtsvermogen brachten de goddelijkheid van de zon [Sûrya] in het bewustzijn en door de gehoorzin van de twee oren straalde de goddelijkheid van de windrichtingen voort. (Vedabase)

 

Tekst 56

Van de gevierde vorm verscheen de huid met haar haargroei en dergelijke, waarna de geneeskrachtige kruiden werden gezien zowel als de geslachtsorganen.

Van de gevierde vorm verscheen de huid met haar haargroei en dergelijke, waarna de geneeskrachtige kruiden werden gezien zowel als de geslachtsorganen. (Vedabase)

 

Tekst 57

Daarvan was er het zaad [der voortplanting], verscheen er de goddelijkheid der wateren en manifesteerde zich een anus met daarop volgend het vermogen zich te ontlasten, waarna er de [god van de] dood kwam die in de gehele wereld in angst verzet.

Van dat zaad van sexuele voortplanting vond de goddelijkheid over de wateren zijn plaats en manifesteerde zichzelf daadwerkelijk een anus en het vermogen zich te ontlasten, van waaruit de dood die in de gehele wereld angst veroorzaakt werd gerealiseerd. (Vedabase)

 

Tekst 58

Eveneens manifesteerden zich twee handen met naar hun macht het vermogen te handelen naar eigen goeddunken [Heer Indra]. Van de manifestatie van de twee voeten werd de voortgang gezien, waarnaar men toen tot het besef van de Heer [Vishnu] kwam.

Eveneens manifesteerden zich twee handen met naar hun macht het vermogen naar eigen goeddunken te handelen [Heer Indra]. Van de manifestatie van de twee voeten werd de voortgang gezien, waarnaar men toen tot het besef van de Heer [Vishnu] kwam. (Vedabase)

 

Tekst 59-60

Van het gevierde persoonlijke toonden zich de aderen en de bloedsomloop daarnaar. Naar hen worden de rivieren waargenomen. Vervolgens manifesteerde zich een maag waarvan zich honger en dorst voordeed. In navolging daarvan zag men de oceaan. Uit het verschijnen van een hart kwam toen het denken voort.

Van het gevierde persoonlijke toonden zich de aderen en de bloedsomloop daarnaar. Naar hen worden de rivieren waargenomen. Vervolgens manifesteerde zich een maag waarvan zich honger en dorst voordeed. In navolging daarvan zag men de oceaan. Uit het verschijnen van een hart kwam toen het denken voort. (Vedabase)

 

Tekst 61

Uit het denken kwam toen naar de intelligentie de maan [Candra] in het zicht en van die intelligentie zag men de Heer van de spraak [Brahmâ] tegemoet. Het zich identificeren met de materie gaf toen de verschijning van Rudra [S'iva], de godheid heersend over het bewustzijn.

Uit het denken kwam toen naar de intelligentie de maan [Candra] in het zicht en van die intelligentie zag men de Heer van de spraak [Brahmâ] tegemoet. Het zich identificeren met de materie gaf toen de verschijning van Rudra [S'iva], de godheid heersend over het bewustzijn. (Vedabase)

 

Tekst 62

Al deze vormen van goddelijkheid die hun bestaan vonden waren in het geheel niet in staat de oorspronkelijke persoon der viering in beweging te brengen en om die reden drongen ze door tot de bron van hun ontstaan teneinde Hem de een na de ander op te wekken.

Al deze vormen van goddelijkheid die hun bestaan vonden waren in het geheel niet in staat de oorspronkelijke persoon der viering weer op te roepen en om die reden versmolten ze in de genen teneinde Hem naar orde op te wekken. (Vedabase)

 

Tekst 63

De goddelijkheid van het vuur der spijsvertering vestigde zich voor de mond, maar mislukte erin de Gevierde op te wekken. Het goddelijke van de wind vestigde zich voor de reukzin van de neusgaten, maar kon toen niet de Oorspronkelijke naar voren roepen.

De goddelijkheid van het vuur der spijsvertering vestigde zich voor de mond, maar mislukte erin de Gevierde op te wekken. Het goddelijke van de wind vestigde zich voor de reukzin van de neusgaten, maar kon toen niet de Oorspronkelijke naar voren roepen. (Vedabase)

 

Tekst 64

Het goddelijke van het licht voor Zijn twee ogen kon de Authentieke niet teweegbrengen en met het goddelijke van het zich oriënteren door middel van de hoorzin met Zijn twee oren werd het Grote van de Persoon ook niet tot leven gewekt.

Het goddelijke van het licht voor Zijn twee ogen kon de Authentieke niet teweeg brengen en met het goddelijke van het zich oriënteren door middel van de hoorzin met Zijn twee oren werd het Grote van de Persoon ook niet tot leven gewekt. (Vedabase)

 

Tekst 65

Het goddelijke van de huid, met haar begroeiing en zegen aan kruiden, kon niet de gevierde Persoon naar boven brengen en de goddelijkheid van het water kon, met de voortplanting met behulp van de geslachtsorganen, de Grote Persoon ook niet in beweging krijgen.

Het goddelijke van de huid, met haar begroeiing en zegen aan kruiden, kon niet de gevierde Persoon naar boven brengen en de goddelijkheid van het water kon, met de voortplanting met behulp van de geslachtsorganen, de Grote Persoon ook niet teweeg brengen. (Vedabase)

 

Tekst 66

Met het vermogen zich te ontlasten kon de god van de Dood bij Zijn anus de Kosmische Ene niet in gang krijgen en zelfs de twee handen van Heer Indra met hun macht van beheersen konden de manier niet vinden om de Meester van de Macht toen op te wekken.

Met het vermogen zich te ontlasten kon de God van de Dood met Zijn Anus de Kosmische Ene niet in gang krijgen en zelfs de twee handen van Heer Indra met hun macht van beheersen konden de manier niet vinden om de Virâth Purusha toen op te wekken. (Vedabase)

 

Tekst 67

Vishnu met de macht der voortgang was met zijn twee voeten niet in staat de Grote Volledigheid tot actie te bewegen en daadwerkelijk was het goddelijke van de stroom der rivieren naar Zijn bloedvaten met het bloed en de macht van de circulatie toen ook niet in staat de Gevierde Persoon te bewegen.

Vishnu met de macht der voortgang was met zijn twee voeten niet in staat de Grote Volledigheid tot aktie te bewegen en daadwerkelijk was het goddelijke van de stroom der rivieren naar Zijn bloedvaten met het bloed en de macht van de circulatie toen ook niet in staat de Gevierde Persoon te bewegen. (Vedabase)

 

Tekst 68

De oceaan volgend samen met de honger en de dorst kon naar Zijn buik de Grote persoon niet in gang zetten en het hart met de geest naar de goddelijkheid van de maan mislukte er toen ook in de Enige Ware op te wekken.

De oceaan volgend met honger en dorst kon naar Zijn buik de Grote persoon niet in gang zetten en het hart met de geest naar de goddelijkheid van de maan mislukte er toen ook in de Enige Ware op te wekken. (Vedabase)

 

Tekst 69

Ook Brahmâ ging Zijn hart binnen met intelligentie, maar wekte de Gevierde Persoon niet op, als ook Heer S'iva, die er niet toe in staat was het volledige van de purusha op te wekken met het ego naar Zijn hart.

Ook Brahmâ ging Zijn hart binnen met intelligentie, maar wekte de Gevierde Persoon niet op, als ook Heer S'iva, die er niet toe in staat was het volledige van de Purusha op te wekken met het ego naar Zijn hart. (Vedabase)

 

Tekst 70

Maar toen de goddelijkheid die met de rede heerst over het bewustzijn het hart binnenging als de kenner van het veld, rees op dat moment het Kosmisch Wezen op uit de causale wateren.

Maar toen de goddelijkheid die met de rede heerst over het bewustzijn het hart binnen ging als de kenner van het veld, precies toen rees het Kosmisch Wezen op uit de causale wateren. (Vedabase)

 

Tekst 71

Het is als met een man die slaapt waarvan de levensadem, de werkende en kennende zinnen, zijn denken en zijn overwegen, uit eigen beweging niet zonder Hem in gang komen.

Het is als met een man die slaapt waarvan de levensadem, de werkende en kennende zinnen, zijn denken en zijn overwegen, uit eigen beweging niet zonder Hem in gang komen. (Vedabase)

 

Tekst 72

Daarom behoort degene die de yoga in de praktijk brengt, met behulp van spirituele kennis, onthechting en toewijding, zorgvuldig de gedachte aan Hem, de Superziel, aanwezig in hemzelf in overweging te nemen.

Daarom behoort de belichaamde, met behulp van spirituele kennis, onthechting en toewijding in de uitvoering van de yoga, zorgvuldig de gedachte aan Hem, de Superziel, in overweging te nemen. (Vedabase)

 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
De afbeelding is een collage van Anand Aadhar van een wielontwerp van eigen hand
en gelaatsdetails van een stenen tempelreliëf getiteld: "Trimurti Ellora"
Bron.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd


 

 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties