regelbalk


 

Canto 1

Govindam Âdi Purusham

 

Hoofdstuk 7: De Zoon van Drona Gestraft

(1) S' S'aunaka zei: "Toen Nârada Muni was vertrokken, wat deed de grote heer Vyâsadeva nadat hij van de grote wijze gehoord had wat hij wilde weten?"

(2) Sûta antwoordde: "Op de westelijke oever van de Sarasvatî waar de wijzen mediteren, is er bij S'amyâprâsa een âs'rama voor de bevordering van bovenzinnelijke activiteiten. (3) Daar zat Vyâsadeva, in zijn hermitage temidden van bessenbomen, om zijn geest te concentreren nadat hij zijn wateroffer gebracht had. (4) Met zijn geest verbonden in de toewijding van de yoga zag hij, zonder materiële zorgen volmaakt gefixeerd, het geheel van de Oorspronkelijke Persoon [de Purusha] samen met de uitwendige energie die van Hem afhankelijk is. (5) De levende wezens begoocheld vanwege de conditionering van hun lichamen door de kwaliteiten van de natuur, nemen, ondanks hun transcendentale positie, het ongewenste voor lief en ondergaan daarvan de terugslagen. (6) Ter wille van de gewone man die zich er niet van bewust is dat men in de yoga van de toewijding tot Hem die zich in het voorbije bevindt een einde ziet komen aan het ongewenste, verzamelde de wijze, die dit inzag, [in dit boek] de verschillende verhalen met betrekking tot de Absolute Waarheid. (7) Het eenvoudig luisteren naar deze literatuur over de Allerhoogste Persoonlijkheid van Krishna, zal iemands persoonlijke toewijding teweegbrengen die de treurnis, illusie en angst wegneemt. (8) Na het arrangeren van die verzameling verhalen over de Allerhoogste Heer, onderwees de wijze haar zijn zoon S'uka, bezig op het pad van de zelfverwerkelijking."

(9) S'aunaka vroeg: "Waarom zou hij, die op het pad van de zelfverwerkelijking altijd innerlijk tevreden is met minachting voor al het overige, nu werk maken van zo'n uitgebreide studie?"

(10) Sûta zei: "De wonderbaarlijke kwaliteiten van de Heer zijn van dien aard, dat zelfs wijzen, vrij van alle gebondenheid en genoegen scheppend in de ziel, van zuivere toegewijde dienst zijn voor Vishnu, Urukrama [de Heer van de Grote Stappen]. (11) De machtige zoon van Vyâsa is geliefd onder de toegewijden omdat hij, met het op zich nemen van de regelmatige studie van deze grootse vertelling, altijd verzonken was in de bovenzinnelijke kwaliteit van de Allerhoogste Heer. (12) Ik zal u nu het verhaal vertellen over de geboorte, activiteiten en bevrijding van koning Parîkchit, de wijze onder de koningen, alsook het verhaal over hoe de zonen van Pându ertoe kwamen de wereld te verzaken. Deze verhalen leiden tot de verhalen over Krishna.

(13-14) Toen op het slagveld van Kurukshetra de krijgslieden van de Pândava's en de Kaurava's hun heroïsche lotsbestemming gevonden hadden en de zoon van koning Dhritarâshthra [Duryodhana] treurde over zijn gebroken dijbenen als gevolg van een klap van de knots van Bhîma, dacht de zoon van Dronâcârya [As'vatthâmâ] zijn meester Duryodhana te behagen door hem bij wijze van trofee de hoofden van de slapende zonen van Draupadî te bezorgen. Maar de meester keurde zijn schandelijke daad af. (15) De moeder  van de kinderen [van de Pândava's], huilde vol verdriet bittere tranen toen ze van de slachting hoorde. Arjuna [die de Pândava's aanvoerde], probeerde haar te kalmeren en zei: (16) 'Mijn liefste, ik kan alleen de tranen van je wangen wissen als het hoofd van die gevallen brahmaanse agressor er is afgeschoten door de pijlen van mijn boog Gândîva. Ik zal het je komen brengen zodat je er je voet op kan plaatsen met het nemen van een bad na de crematie van je zoons.' (17) Na haar met deze woordkeus tevreden hebben gesteld besteeg Arjuna, met de Onfeilbare als zijn vriend en menner, gewapend en in kuras zijn strijdwagen om As'vatthâmâ, de zoon van zijn leraar in de krijgskunst, te achtervolgen. (18) Toen die hem op een afstand achter zich aan zag komen, raakte de kindermoordenaar in paniek en vluchtte hij vrezend voor zijn leven met grote snelheid in zijn strijdwagen weg zoals ooit Brahmâ  [en ook Sûrya] voor S'iva wegvluchtte [*]. (19) Zich onbeschermd ziend toen zijn paarden uitgeput raakten, nam de zoon van de tweemaal geborene [As'vatthâmâ] om zich te verdedigen zijn toevlucht tot het ultieme wapen [de brahmâstra]. (20) Met zijn leven in gevaar, beroerde hij water en concentreerde hij zich op het reciteren van de mantra's, zonder echter te weten hoe hij het proces moest stoppen. (21) Een helder licht verspreidde zich dermate fel in alle richtingen, dat bij het zien van die levensbedreiging Arjuna zich wendde tot de Heer [die zijn strijdwagen mende] en zei: (22) 'Krishna, o Krishna, Jij bent de Almachtige die de angst van de toegewijden wegneemt, Jij alleen bent het pad van de bevrijding voor hen die lijden in hun materiële bestaan. (23) Jij bent de transcendentale oorspronkelijke genieter en directe beheerser van de materiële energie. Jij bent degene die vanuit de gelukzaligheid en de kennis van Je Zelf, met de kracht van Je innerlijk vermogen een einde maakt aan de materiële begoocheling. (24) Vanuit die positie oefen Je, in het hart van de geconditioneerde zielen die materieel verstrikt zijn, het heil van Je invloed uit dat gekenmerkt wordt door [de regulatie van] het dharma en de andere burgerdeugden. (25) Zo neem Je dan geboorte om de last van de wereld weg te nemen en Je vrienden en zuivere toegewijden tevreden te stellen als hun constante voorwerp van meditatie. (26) O Heer van Alle Heren, ik weet niet waar dit hoogst gevaarlijke, oogverblindende licht vandaan komt dat zich in alle richtingen verspreidt.'

(27)
De Allerhoogste Heer zei: 'Weet dat het veroorzaakt is door de zoon van Drona die, met de dood voor ogen, de brahmâstra lanceerde, zonder te weten hoe hij hem moet terugtrekken. (28) Niets anders kan dit wapen tegengaan dan nog zo'n wapen; je zal de immense gloed van dit wapen met je krijgskunst moeten bestrijden, door de kracht van je eigen wapen in te zetten.' "

(29) Sûta zei: "Na gehoord te hebben wat de Allerhoogste Heer zei, sipte de doder van de andere krijger, Arjuna, terwijl hij de Heer omliep, zelf van water en lanceerde hij zijn brahmâstra. (30) De gezamenlijke gloed van de twee botsende wapens bedekte daarop hemel, aarde en de ruimte ertussen, met een expanderende vuurbal zo fel als de zon. (31) Toen de bewoners van de drie werelden zagen hoe de hitte van de twee wapens hen ernstig schroeide, deed hen dat denken aan het vernietigingsvuur van de eindtijd [sâmvartaka]. (32) Arjuna begreep welk een verstoring dit inhield voor de gewone man en zijn leefwerelden, en trok toen, naar de wens van Vâsudeva, beide wapens terug. (33) Arjuna nam daarop, met ogen rood als koper van de woede, de gevaarlijke zoon van Gautamî gevangen, hem vaardig vastbindend met touwen alsof hij een dier was. (34) Nadat hij de vijand met geweld had vastgebonden en hem naar het militaire kampement wilde brengen, zei de Allerhoogste Heer, die het met Zijn lotusogen gadesloeg, tegen de kwaad geworden Arjuna: (35) 'Laat deze brahmanenzoon niet lopen, straf hem meteen, want hij heeft onschuldige jongens in hun slaap gedood. (36) Iemand die de principes van de religie kent doodt geen vijanden die onoplettend zijn, onder invloed verkeren, krankzinnig zijn, slapen, nog jong zijn, vrouw zijn, dwaas zijn, een overgegeven ziel zijn, bang zijn of hun strijdwagen kwijt zijn. (37) Maar iemand die schaamteloos en wreed denkt dat hij zich in leven kan houden ten koste van de levens van anderen, verdient het zeker een halt te worden toegeroepen, zodat wordt voorkomen dat de persoon in de hel beland vanwege die fout. (38) Ik hoorde persoonlijk dat je de dochter van de koning van Pâñcâla beloofde: 'Ik zal je het hoofd brengen van hem die je ziet als de moordenaar van je zoons.' (39) Hij, die niet meer is dan de verbrande as van zijn familie, een zondaar in overtreding die verantwoordelijk is voor de moord op je zoons en die zijn eigen meester mishaagde, moet daarom zijn straf ondergaan.' "

(40) Sûta zei: "Hoewel Arjuna, die door Krishna werd getest op zijn plichtsbetrachting, ertoe was aangemoedigd, was hij niet van plan de zoon van zijn leraar te doden, ook al was hij de schandelijke moordenaar van zijn zoons. (41) Toen ze daarna zijn kampement bereikten, vertrouwde zijn dierbare vriend en wagenmenner Govinda, de moordenaar toe aan zijn beminde vrouw die weeklaagde over haar vermoorde zoons. (42) Met hem voor zich die, als een crimineel stil van zijn schandelijke daad, gelijk een dier in touwen geslagen, voor haar werd geleid, betoonde Draupadî, vanuit de schoonheid van haar aard, de zoon van de leraar meedogend het nodige respect [dat men een brahmaan schuldig is]. (43) Ze kon het in haar religiositeit, niet verdragen zoals hij vastgebonden werd opgebracht en zei: 'Maak hem los, want hij als brahmaan is een leraar van ons. (44) Het is te danken aan zijn [Drona's] genade dat jij zelf de vertrouwelijke kennis ontving van de krijgskunst van het schieten van pijlen en het lanceren en beheersen van allerlei wapens. (45) De machtige heer Drona bestaat zonder twijfel voort in de gedaante van zijn zoon, zijn wederhelft Kripî [zijn vrouw] stapte immers niet uit het leven [middels satî], omdat er een zoon was. (46) Bezorg daarom, o meest gelukkige in het kennen van het dharma, vanuit de goedheid die in je is, die immer respectabele en vererenswaardige familie geen verdriet. (47) Doe zijn moeder, Drona's toegewijde echtgenote, niet huilen zoals ik, die voortdurend tranen vergiet in treurnis over een verloren kind. (48) Als het adellijk bestuur zich niet weet in te tomen in relatie tot de brahmaanse orde en ze kwaad maakt, zal dat bestuur in een oogwenk afbranden en in verdriet belanden, tezamen met haar familieleden.' "

(49) Sûta zei: "O hooggeleerden, de koning [van de Pândava's, Yudhishthhira] viel de uitlatingen van de koningin bij daar ze in overeenstemming waren met de principes van het dharma, rechtvaardig en genadevol waren, groots zonder dubbelhartigheid en partijdigheid. (50) Ook deden Nakula en Sahadeva dat [de jongere broers van de koning] alsook Sâtyaki, Arjuna, de Allerhoogste Heer de zoon van Devakî, met inbegrip van de dames en anderen. (51) Daarop zei Bhîma verontwaardigd: 'Het staat alom bekend dat hij die zonder een goede reden, noch voor zichzelf noch voor zijn meester, slapende kinderen gedood heeft, de dood verdient.'

(52) De vierarmige [Krishna] had de woorden gesproken door Bhîma en Draupadî aangehoord en zei toen, kijkend naar het gezicht van Zijn vriend [Arjuna], met een flauwe glimlach: (53-54) 'Een familielid van een brahmaan moet men niet ter dood brengen, hoewel men een agressor wel ter dood brengt - wat Mij betreft staat vast dat de uitvoer van beiden staat voorgeschreven als we ons willen houden aan de regels. Je moet je aan de waarheid houden van de belofte die je deed toen je je vrouw genoegdoening beloofde en je moet ook je best doen om Bhîma en Mij tevreden te stellen.' "

(55) Sûta zei: "Meteen doorhebbend wat de Heer bedoelde, scheidde hij met behulp van zijn zwaard het kruinjuweel tezamen met het haar van het hoofd van de brahmaan. (56) Hij [As'vatthâmâ] die, naast het verlies van zijn luister als gevolg van de kindermoord ook aan kracht had ingeboet door het verlies van zijn juweel, werd vervolgens, na te zijn losgemaakt, uit het kampement verdreven. (57) Het afsnijden van het haar, het beslag leggen op de rijkdom en verbanning zijn de soorten straffen gereserveerd voor de verwanten van brahmanen, en niet enige andere methode om fysiek met iemand af te rekenen. (58) De zonen van Pându samen met Draupadî, voltrokken daarna, overmand door verdriet, de rituelen nodig voor het respecteren van de overleden familieleden."


Lees de inspiratie bij dit hoofdstuk door Anand Aadhar.

  

                       

 
Derde herziene editie, geladen 11 februari 2016.

 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

S' S'aunaka zei: "Toen Nârada Muni was vertrokken, wat deed de grote heer Vyâsadeva nadat hij van de grote wijze gehoord had wat hij wilde wet en?"

S'rî S'aunaka zei: "Wat deed, toen Nârada Muni was vertrokken, de alvervulde Vyâsadeva nadat hij van de grote wijze gehoord had wat hij wilde horen?" (Vedabase)

 

Tekst 2

Sûta antwoordde: "Op de westelijke oever van de Sarasvatî waar de wijzen mediteren, is er bij S'amyâprâsa een âs'rama voor de bevordering van bovenzinnelijke activiteiten.

Sûta antwoordde: "Op de westelijke oever van de Sarasvatî waar de wijzen mediteren is er bij S'amyâprâsa een âs'rama voor de bevordering van bovenzinnelijke activiteiten. (Vedabase)

 

Tekst 3

Daar zat Vyâsadeva, in zijn hermitage temidden van bessenbomen, om zijn geest te concentreren nadat hij zijn wateroffer gebracht had.

Daar, op zijn eigen plek zat Vyâsadeva omringd door bessenbomen zijn denken te concentreren na het doen van zijn waterofferande. (Vedabase)

 

Tekst 4

Met zijn geest verbonden in de toewijding van de yoga zag hij, zonder materiële zorgen volmaakt gefixeerd, het geheel van de Oorspronkelijke Persoon [de Purusha] samen met de uitwendige energie die van Hem afhankelijk is.

Met zijn denken in de toewijding van de yoga gelijkgericht zag hij, volmaakt gefixeerd zonder materiële zorgen, het geheel van de Oorspronkelijke Persoon [de purusha] in combinatie met de uitwendige energie die van Hem afhankelijk is. (Vedabase)

 

Tekst 5

De levende wezens begoocheld vanwege de conditionering van hun lichamen door de kwaliteiten van de natuur, nemen, ondanks hun transcendentale positie, het ongewenste voor lief en ondergaan daarvan de terugslagen.

De levende wezens geconditioneerd op de natuurlijke geaardheden, beschouwen, ondanks het transcendentale van hun ziel, het ongewenste als iets vanzelfsprekends en ondergaan daarvan de terugslagen. (Vedabase)

 

Tekst 6

Ter wille van de gewone man die zich er niet van bewust is dat men in de yoga van de toewijding tot Hem die zich in het voorbije bevindt een einde ziet komen aan het ongewenste, verzamelde de wijze, die dit inzag, [in dit boek] de verschillende verhalen met betrekking tot de Absolute Waarheid.

Voor de gewone man, zich niet bewust van het einde van het ongewenste dat men vindt in de yoga van de toewijding tot Hem die Zich in het voorbije bevindt, verzamelde de wijze, dit inziend, de verschillende verhalen met betrekking tot de Absolute Waarheid. (Vedabase)


Tekst 7

Het eenvoudig luisteren naar deze literatuur over de Allerhoogste Persoonlijkheid van Krishna, zal iemands persoonlijke toewijding teweegbrengen die de treurnis, illusie en angst wegneemt.

Eenvoudigweg aandacht besteden aan de literatuur over Krishna, de Allerhoogste Persoonlijkheid, zal het devotionele doen ontspruiten dat het weeklagen, de illusie en de angst wegneemt. (Vedabase)

 

Tekst 8

Na het arrangeren van die verzameling verhalen over de Allerhoogste Heer, onderwees de wijze haar zijn zoon S'uka, bezig op het pad van de zelfverwerkelijking."

Na de verzamelingen van verhalen te hebben bijeengebracht en geredigeerd, onderrichtte hij zijn zoon S'ukadeva Gosvâmî erin, de wijze van ernst in de zelfverwerkelijking." (Vedabase)


Tekst 9

S'aunaka vroeg: "Waarom zou hij, die op het pad van de zelfverwerkelijking altijd innerlijk tevreden is met minachting voor al het overige, nu werk maken van zo'n uitgebreide studie?"

S'aunaka vroeg: "Waarom zou hij, volledig op het pad der zelfverwerkelijking en innerlijk tevreden in goddelijke onverschilligheid, deze uitgebreide studie ondergaan?" (Vedabase)

 

Tekst 10

Sûta zei: "De wonderbaarlijke kwaliteiten van de Heer zijn van dien aard, dat zelfs wijzen, vrij van alle gebondenheid en genoegen scheppend in de ziel, van zuivere toegewijde dienst zijn voor Vishnu, Urukrama [de Heer van de Grote Stappen].

Sûta zei: "De wonderbaarlijke kwaliteiten van de Heer zijn van die aard dat, ondanks het feit dat men behagen schept in de ziel, zowel de gewone man als de wijzen vrij van alle materiële bindingen zuivere toegewijde dienst verrichten ter wille van Heer Vishnu, Urukrama.  (Vedabase)

 

Tekst 11

De machtige zoon van Vyâsa is geliefd onder de toegewijden omdat hij, met het op zich nemen van de regelmatige studie van deze grootse vertelling, altijd verzonken was in de bovenzinnelijke kwaliteit van de Allerhoogste Heer.

Met de kwaliteit van verzonkenheid in aandacht voor de Allerhoogste Heer, was S'uka, als de zoon van Vyâsa, bij de toegewijden geliefd vanwege het feit dat hij de regelmatige studie op zich had genomen van deze grootse vertelling. (Vedabase)

 

Tekst 12

Ik zal u nu het verhaal vertellen over de geboorte, activiteiten en bevrijding van koning Parîkchit, de wijze onder de koningen, alsook het verhaal over hoe de zonen van Pându ertoe kwamen de wereld te verzaken. Deze verhalen leiden tot de verhalen over Krishna.

Laat me u daarom nu de verhalen van Krishna vertellen over de geboorte, activiteiten en bevrijding van koning Parîkchit, de wijze onder de Koningen, zowel als het verhaal van de wereldverzaking van de zonen van Pându. (Vedabase)

 

Tekst 13-14

Toen op het slagveld van Kurukshetra de krijgslieden van de Pândava's en de Kaurava's hun heroïsche lotsbestemming gevonden hadden en de zoon van koning Dhritarâshthra [Duryodhana] treurde over zijn gebroken dijbenen als gevolg van een klap van de knots van Bhîma, dacht de zoon van Dronâcârya [As'vatthâmâ] zijn meester Duryodhana te behagen door hem bij wijze van trofee de hoofden van de slapende zonen van Draupadî te bezorgen. Maar de meester keurde zijn schandelijke daad af.

Toen op het slagveld van Kurukshetra de krijgslieden van de Pândava's en de Kaurava's hun heroïsche lotsbestemming gevonden hadden en de zoon van Koning Dhritarâshthra [Duryodhana] weeklaagde over de gebroken ruggengraat als gevolg van een klap van de knots van Bhîma, dacht de zoon van Dronâcârya [As'vatthâmâ] zijn meester Duryodhana te behagen door hem bij wijze van prijs de hoofden van de slapende zonen van Draupadî te bezorgen - maar toen de meester dit te zien kreeg keurde hij deze schandelijke daad af.  (Vedabase)

  

Tekst 15

De moeder van de kinderen [van de Pândava's], huilde vol verdriet bittere tranen toen ze van de slachting hoorde. Arjuna [die de Pândava's aanvoerde], probeerde haar te kalmeren en zei:

De moeder van de kinderen [van de Pândava's], huilde bittere tranen in weeklagen toen ze van de slachting hoorde. Arjuna [die de Pândava's aanvoerde], probeerde haar te kalmeren en zei: (Vedabase)

 

Tekst 16

'Mijn liefste, ik kan alleen de tranen van je wangen wissen als het hoofd van die gevallen brahmaanse agressor er is afgeschoten door de pijlen van mijn boog Gândîva. Ik zal het je komen brengen zodat je er je voet op kan plaatsen met het nemen van een bad na de crematie van je zoons.'

'O zachtmoedige dame, ik kan alleen maar de tranen van uw wangen wissen, als het hoofd van die gevallen brahmaanse agressor er is afgeschoten door de pijlen van mijn boog Gândîva. Ik zal het u komen brengen zodat u er uw voet op kan plaatsen en dan, na de crematie van uw zoons, een bad kan nemen.' (Vedabase)

 

Tekst 17

Na haar met deze woordkeus tevreden hebben gesteld besteeg Arjuna, met de Onfeilbare als zijn vriend en menner, gewapend en in kuras zijn strijdwagen om As'vatthâmâ, de zoon van zijn leraar in de krijgskunst, te achtervolgen.

Na haar met deze keur aan woorden tevreden hebben gesteld besteeg Arjuna, hij die geleid wordt door de Onfeilbare, gewapend en in kuras, zijn strijdwagen om As'vatthâmâ, de zoon van zijn leraar in de krijgskunst, te achtervolgen. (Vedabase)

 

Tekst 18

Toen die hem op een afstand achter zich aan zag komen, raakte de kindermoordenaar in paniek en vluchtte hij vrezend voor zijn leven met grote snelheid in zijn strijdwagen weg zoals ooit Brahmâ  [en ook Sûrya] voor S'iva wegvluchtte [*].

Toen die hem op een afstand achter zich aan zag komen, raakte de kindermoordenaar in paniek en vluchtte hij met grote snelheid in zijn strijdwagen weg om zijn leven te redden, zoals Sûrya voor S'iva wegvluchtte [*]. (Vedabase)

 

Tekst 19

Zich onbeschermd ziend toen zijn paarden uitgeput raakten, nam de zoon van de tweemaal geborene [As'vatthâmâ] om zich te verdedigen zijn toevlucht tot het ultieme wapen [de brahmâstra].

Zich onbeschermd ziend toen zijn paarden uitgeput raakten, nam de zoon van de tweemaal geborene [As'vatthâmâ], alleen maar aan zichzelf denkend, zijn toevlucht tot het ultieme wapen [de brahmâstra]. (Vedabase)

 

Tekst 20

Met zijn leven in gevaar, beroerde hij water en concentreerde hij zich op het reciteren van de mantra's, zonder echter te weten hoe hij het proces moest stoppen.

Met zijn leven in gevaar, beroerde hij water en concentreerde hij zich op het reciteren van de mantra's, zonder echter te weten hoe hij het proces moest stoppen. (Vedabase)

 

Tekst 21

Een helder licht verspreidde zich dermate fel in alle richtingen, dat bij het zien van die levensbedreiging Arjuna zich wendde tot de Heer [die zijn strijdwagen mende] en zei:

Een hel licht verspreidde zich dermate fel in alle richtingen, dat bij het zien van die levensbedreiging Arjuna zich wendde tot de Heer [die zijn strijdwagen mende] en zei: (Vedabase)

 

Tekst 22

'Krishna, o Krishna, Jij bent de Almachtige die de angst van de toegewijden wegneemt, Jij alleen bent het pad van de bevrijding voor hen die lijden in hun materiële bestaan.

'O, Krishna, Krishna, Jij bent de Almachtige die de angst van de toegewijden wegneemt, Jij alleen bent het pad der bevrijding voor hen die te lijden hebben in hun materiële bestaan.  (Vedabase)

 

Tekst 23

Jij bent de transcendentale oorspronkelijke genieter en directe beheerser van de materiële energie. Jij bent degene die vanuit de gelukzaligheid en de kennis van Je Zelf, met de kracht van Je innerlijk vermogen een einde maakt aan de materiële begoocheling.

Jij bent de transcendentale oorspronkelijke genieter en directe beheerser van de materiële energie. Jij bent degene die door Zijn eigen innerlijke vermogen de materiële illusie afwendt in de gelukzaligheid en de kennis van Je eigen Zelf. (Vedabase)

 

Tekst 24

Vanuit die positie oefen Je, in het hart van de geconditioneerde zielen die materieel verstrikt zijn, het heil van Je invloed uit dat gekenmerkt wordt door [de regulatie van] het dharma en de andere burgerdeugden.

Vanuit die positie bevind Je Je, in Je almacht, in het hart van degenen die materieel verstrikt zijn en voorzie je op de eerste plaats in het hoogste goed van de rechtschapenheid [van het dharma: waarheid, zuiverheid, versobering en mededogen]. (Vedabase)

 

Tekst 25

Zo neem Je dan geboorte om de last van de wereld weg te nemen en Je vrienden en zuivere toegewijden tevreden te stellen als hun constante voorwerp van meditatie.

Aldus neem Je geboorte om de last van de wereld weg te nemen en voor de tevredenheid en de heugenis van Je vrienden en zuivere toegewijden. (Vedabase)

 

Tekst 26

O Heer van Alle Heren, ik weet niet waar dit hoogst gevaarlijke, oogverblindende licht vandaan komt dat zich in alle richtingen verspreidt.'

O Heer der Heerscharen, ik weet niet waar dit hoogst gevaarlijke, oogverblindende licht vandaan komt dat zich in alle richtingen verspreidt.' (Vedabase)

 

Tekst 27

De Allerhoogste Heer zei: 'Weet dat het veroorzaakt is door de zoon van Drona die, met de dood voor ogen, de brahmâstra lanceerde, zonder te weten hoe hij hem moet terugtrekken.

De Allerhoogste Heer zei: 'Neem van Mij aan dat het afkomstig is van de zoon van Drona, die, met de dood voor ogen, het wapen van de mantra's lanceerde, zonder zelfs maar te weten hoe hij het moet intrekken. (Vedabase)

 

Tekst 28

Niets anders kan dit wapen tegengaan dan nog zo'n wapen; je zal de immense gloed van dit wapen met je krijgskunst moeten bestrijden, door de kracht van je eigen wapen in te zetten.' "

Niets anders kan dit wapen tegenwicht bieden dan nog zo'n wapen; in feite zal je deze immense gloed moeten tegengaan gebruikmakend van je eigen brilliante krijgskunsten'."  (Vedabase)

 

Tekst 29

Sûta zei: "Na gehoord te hebben wat de Allerhoogste Heer zei, sipte de doder van de andere krijger, Arjuna, terwijl hij de Heer omliep, zelf van water en lanceerde hij zijn brahmâstra.

 Sûta zei: "Na gehoord te hebben wat de Allerhoogste Heer zei, sipte Arjuna, terwijl hij de Heer omliep, zelf van water en nam hij het hoogste wapen op om dat van zijn tegenstander onschadelijk te maken. (Vedabase)

 

Tekst 30

De gezamenlijke gloed van de twee botsende wapens bedekte daarop hemel, aarde en de ruimte ertussen, met een expanderende vuurbal zo fel als de zon.

Daarop raakte door de gezamenlijke gloed van de twee elkaar dekkende wapens de ganse hemel en het uitspansel doortrokken van een expanderende vuurbal zo fel als de zon. (Vedabase)


Tekst 31

Toen de bewoners van de drie werelden zagen hoe de hitte van de twee wapens hen ernstig schroeide, deed hen dat denken aan het vernietigingsvuur van de eindtijd [sâmvartaka].

Toen de bewoners der drie werelden zagen hoe de hitte van beide wapens hen ernstig schroeide, deed hen dat denken aan het vuur der vernietiging van de eindtijd [sâmvartaka].  (Vedabase)

 

Tekst 32

Arjuna begreep welk een verstoring dit inhield voor de gewone man en zijn leefwerelden, en trok toen, naar de wens van Vâsudeva, beide wapens terug.

Inziende welk een verstoring dit inhield voor de gewone man en zijn woonplaatsen, trok Arjuna, op aanwijzing van Vâsudeva, beide wapens terug. (Vedabase)

 

Tekst 33

Arjuna nam daarop, met ogen rood als koper van de woede, de gevaarlijke zoon van Gautamî gevangen, hem vaardig vastbindend met touwen alsof hij een dier was.

Toen nam Arjuna, met ogen rood als koper van de woede, de zoon van Gautamî gevangen, hem vaardig vastbindend met touwen alsof het een beest betrof. (Vedabase)

 

Tekst 34

Nadat hij de vijand met geweld had vastgebonden en hem naar het militaire kampement wilde brengen, zei de Allerhoogste Heer, die het met Zijn lotusogen gadesloeg, tegen de kwaad geworden Arjuna:

Na de vijand gebonden te hebben en hem met geweld naar het militaire kampement gebracht te hebben, zei de Allerhoogste Heer, die het met Zijn lotusogen gadesloeg, tegen de kwaad geworden Arjuna: (Vedabase)

 

Tekst 35

'Laat deze brahmanenzoon niet lopen, straf hem meteen, want hij heeft onschuldige jongens in hun slaap gedood.

'Laat deze brahmanenzoon nooit lopen, straf hem, want hij heeft onschuldige jongens in hun slaap gedood. (Vedabase)

 

Tekst 36

Iemand die de principes van de religie kent doodt geen vijanden die onoplettend zijn, onder invloed verkeren, krankzinnig zijn, slapen, nog jong zijn, vrouw zijn, dwaas zijn, een overgegeven ziel zijn, bang zijn of hun strijdwagen kwijt zijn.

Iemand die de principes van de religie kent is er beducht voor vijanden te doden die onoplettend zijn, onder invloed verkeren, krankzinnig zijn, slapen, nog jong zijn, vrouw zijn, dwaas zijn, een overgegeven ziel zijn of iemand zijn die zijn strijdwagen kwijt is. (Vedabase)

 

Tekst 37

Maar iemand die schaamteloos en wreed denkt dat hij zich in leven kan houden ten koste van de levens van anderen, verdient het zeker een halt te worden toegeroepen, zodat wordt voorkomen dat de persoon in de hel beland vanwege die fout.

Maar iemand die schaamteloos en wreed denkt dat hij zich met recht in leven kan houden ten koste van de levens van anderen, verdient het zeker dat hem voor zijn eigen bestwil een halt wordt toeroepen, daar door de misdaad de persoon [die hem laat begaan zowel als de misdadiger zelf] tenondergaat. (Vedabase)

 

Tekst 38

Ik hoorde persoonlijk dat je de dochter van de koning van Pâñcâla beloofde: 'Ik zal je het hoofd brengen van hem die je ziet als de moordenaar van je zoons.'

Ik hoorde persoonlijk dat je de dochter van de koning van Pâñcâla beloofde: 'Ik zal je het hoofd brengen van hem die je ziet als de moordenaar van je zoons.' (Vedabase)

 

Tekst 39

Hij, die niet meer is dan de verbrande as van zijn familie, een zondaar in overtreding die verantwoordelijk is voor de moord op je zoons en die zijn eigen meester mishaagde, moet daarom zijn straf ondergaan.' "

Hij, niet meer zijnde dan de verbrande as van zijn familie, een zondaar in overtreding die verantwoordelijk is voor de moord op je zoons en die zijn eigen meester mishaagde, moet daarom het oordeel ondergaan." (Vedabase)

 

Tekst 40

Sûta zei: "Hoewel Arjuna, die door Krishna werd getest op zijn plichtsbetrachting, ertoe was aangemoedigd, was hij niet van plan de zoon van zijn leraar te doden, ook al was hij de schandelijke moordenaar van zijn zoons.

Sûta zei: "Hoewel Arjuna, door Krishna aan een test van zijn plichtsbetrachting onderworpen, ertoe was aangemoedigd, ging zijn hart er niet naar uit de zoon van zijn leraar te doden, hoewel hij de schandelijke moordenaar was van zijn zonen. (Vedabase)

 

Tekst 41

Toen ze daarna zijn kampement bereikten, vertrouwde zijn dierbare vriend en wagenmenner Govinda, de moordenaar toe aan zijn beminde vrouw die weeklaagde over haar vermoorde zoons.

Daarna, toen hij zijn eigen kampement bereikte, samen met zijn dierbare vriend Govinda [hij die de zinnen verlevendigt] en wagenmenner, vertrouwde hij de moordenaar toe aan zijn beminde vrouw die weeklaagde over haar vermoorde zoons. (Vedabase)

 

Tekst 42

Met hem voor zich die, als een crimineel stil van zijn schandelijke daad, gelijk een dier in touwen geslagen, voor haar werd geleid, betoonde Draupadî, vanuit de schoonheid van haar aard, de zoon van de leraar meedogend het nodige respect [dat men een brahmaan schuldig is].

Toen ze de crimineel zo als een dier in touwen gebonden en stil van zijn schandelijke daad, naar haar toe gebracht zag, betoonde Draupadî, uit de schoonheid van haar aard, de zoon van de leraar meedogend het benodigde respect. (Vedabase)

 

Tekst 43

Ze kon het in haar religiositeit, niet verdragen zoals hij vastgebonden werd opgebracht en zei: 'Maak hem los, want hij als brahmaan is een leraar van ons.

Ze kon het niet verdragen hoe hij vastgebonden werd opgebracht en zei: 'Maak hem los, want hij is een brahmaan, een leraar van ons'. (Vedabase)

 

Tekst 44

Het is te danken aan zijn [Drona's] genade dat jij zelf de vertrouwelijke kennis ontving van de krijgskunst van het schieten van pijlen en het lanceren en beheersen van allerlei wapens.

Door zijn [Drona's] genade heb je zelf de vertrouwelijke kennis van de krijgskunst en het werpen en beheersen van allerlei wapens ontvangen. (Vedabase)

 

Tekst 45

De machtige heer Drona bestaat zonder twijfel voort in de gedaante van zijn zoon, zijn wederhelft Kripî [zijn vrouw] stapte immers niet uit het leven [middels satî], omdat er een zoon was.

 Heer Drona bestaat voorzeker voort in de gedaante van zijn zoon, daar zijn wederhelft Kripî [zijn vrouw] niet uit het leven is gestapt [middels satî] omdat er een zoon was. (Vedabase)

 

Tekst 46

Bezorg daarom, o meest gelukkige in het kennen van het dharma, vanuit de goedheid die in je is, die immer respectabele en vererenswaardige familie geen verdriet.

Derhalve, o meest gelukkige in het kennen van het dharma, bezorg vanuit de goedheid die in je is de immer respectabele en vererenswaardige familie geen verdriet. (Vedabase)

 

Tekst 47

Doe zijn moeder, Drona's toegewijde echtgenote, niet huilen zoals ik, die voortdurend tranen vergiet in treurnis over een verloren kind.

Maak zijn moeder, Drona's toegewijde echtgenote, niet aan het huilen zoals ik, die voortdurend tranen pleng in treurnis over een verloren kind. (Vedabase)

 

Tekst 48

Als het adellijk bestuur zich niet weet in te tomen in relatie tot de brahmaanse orde en ze kwaad maakt, zal dat bestuur in een oogwenk afbranden en in verdriet belanden, tezamen met haar familieleden.' "

Als het adellijk bestuur zich niet weet in te tomen in relatie tot de orde van hen die studeerden, zal dat bestuur in een oogwenk afbranden en zal ze, samen met haar familieleden, in verdriet belanden." (Vedabase)

 

Tekst 49

Sûta zei: "O hooggeleerden, de koning [van de Pândava's, Yudhishthhira] viel de uitlatingen van de koningin bij daar ze in overeenstemming waren met de principes van het dharma, rechtvaardig en genadevol waren, groots zonder dubbelhartigheid en partijdigheid.

Sûta zei: "O hooggeleerden, de koning [van de Pândava's, Yudhishthhira] viel de uitlatingen van de koningin bij daar ze in overeenstemming waren met de principes van het dharma, de rechtspraak en genadevol waren, zonder dubbelhartigheid en verheven in rechtschapenheid. (Vedabase)

 

Tekst 50

Ook deden Nakula en Sahadeva dat [de jongere broers van de koning] alsook Sâtyaki, Arjuna, de Allerhoogste Heer de zoon van Devakî, met inbegrip van de dames en anderen.

Zo ook vielen haar bij Nakula en Sahadeva [de jongere broers van de koning] en ook Sâtyaki, Arjuna, de Allerhoogste Heer de zoon van Devakî, zowel als de dames en anderen.(Vedabase)

 

Tekst 51

Daarop zei Bhîma verontwaardigd: 'Het staat alom bekend dat hij die zonder een goede reden, noch voor zichzelf noch voor zijn meester, slapende kinderen gedood heeft, de dood verdient.'

Daarop zei Bhîma verontwaardigd: 'Voor zijn zonder een goede reden, noch voor zichzelf noch voor zijn meester, gedood hebben van slapende kinderen, is gesteld dat de dood zijn loon is.' (Vedabase)

 

Tekst 52

De vierarmige [Krishna] had de woorden gesproken door Bhîma en Draupadî aangehoord en zei toen, kijkend naar het gezicht van Zijn vriend [Arjuna], met een flauwe glimlach:

De vierarmige [Heer Krishna], na de woorden gesproken door Bhîma en Draupadî aangehoord en het gezicht van Zijn vriend [Arjuna] gezien te hebben, zei, alsof Hij glimlachte: (Vedabase)

 

Tekst 53-54

'Een familielid van een brahmaan moet men niet ter dood brengen, hoewel men een agressor wel ter dood brengt - wat Mij betreft staat vast dat de uitvoer van beiden staat voorgeschreven als we ons willen houden aan de regels. Je moet je aan de waarheid houden van de belofte die je deed toen je je vrouw genoegdoening beloofde en je moet ook je best doen om Bhîma en Mij tevreden te stellen.' "

'Het familielid van een brahmaan moet niet ter dood worden gebracht, hoewel men een agressor ter dood brengt - dit is bij Mij voorzeker allebei voorgeschreven om ten uitvoer te worden gebracht met het vasthouden aan de regels. Je moet je aan de waarheid houden van je belofte gedaan i.v.m. de genoegdoening jegens je vrouw en eveneens handelen naar de tevredenheid van zowel Bhîma als van Mij'." (Vedabase)

 

Tekst 55

Sūta zei: "Meteen doorhebbend wat de Heer bedoelde, scheidde hij met behulp van zijn zwaard het kruinjuweel tezamen met het haar van het hoofd van de brahmaan.

Sûta zei: "Meteen doorhebbend wat de Heer bedoelde, scheidde hij met behulp van zijn zwaard het juweel van het hoofd van de tweemaal geborene tezamen met zijn haar.  (Vedabase)

 

Tekst 56

Hij [As'vatthâmâ] die, naast het verlies van zijn luister als gevolg van de kindermoord ook aan kracht had ingeboet door het verlies van zijn juweel, werd vervolgens, na te zijn losgemaakt, uit het kampement verdreven.

Hij [As'vatthâmâ], die naast het verlies van zijn lichamelijke luister als gevolg van de kindermoord ook aan kracht had ingeboet met het ontberen van zijn juweel, werd, na te zijn losgemaakt, toen uit het kampement verdreven. (Vedabase)

 

Tekst 57

Het afsnijden van het haar, het beslag leggen op de rijkdom en verbanning zijn de soorten straffen gereserveerd voor de verwanten van brahmanen, en niet enige andere methode om fysiek met iemand af te rekenen.

Het afsnijden van het haar, het beslag leggen op de weelde en verbanning zijn de soorten van lijfstraffen gereserveerd voor de familieleden van hen die studeerden, en niet enige andere methode om met het lichaam af te rekenen. (Vedabase)

 

Tekst 58

De zonen van Pându samen met Draupadî, voltrokken daarna, overmand door verdriet, de rituelen nodig voor het respecteren van de overleden familieleden."

Daarna voltrokken de zonen van Pându, door verdriet overmand, de rituelen die moeten worden verricht uit respect voor overleden familieleden." (Vedabase)

 

*: Brahmā voelde zich eens aangetrokken tot zijn dochter. Daar werd S'iva kwaad over die hem toen aanviel met zijn drietand en Brahmâ op de vlucht joeg. In een ander verhaal staat beschreven hoe de zonnegod ooit eens de demon Vidyunmâlî nazat waarop Heer S'iva hem in woede aanviel met zijn drietand. De zonnegod op de vlucht geslagen struikelde te Kâs'î, alwaar hij bekend raakte als Lolârka.

 

 

 

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
Het copyright va
n de afbeeldingen verschilt afhankelijk van de bron.

Het schilderij van Arjuna die As'vatthâmâ arresteert, en het schilderij van hem als banneling,
zijn  originele illustraties van het Bhâgavata Purâna, Basoli, c. 1750.
Bron: onbekend.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.



 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties