
Canto
4
Hoofdstuk 30: De Activiteiten van de Pracetâ's
(1) Vidura zei: 'De zoons van Prâcînabarhi waar u voorheen over sprak, o brahmaan, stelden allen met succes de Heer tevreden door het lied van Heer S'iva te zingen [zie 4: 24]; wat bereikten ze daarmee? (2) Wat, o discipel van Brihaspati, was het dat door de Pracetâ's, de Schenker der Genade dierbaar, behalve het bereiken van het Allerhoogste, daardoor bij de voorzienigheid her en der hier tot stand werd gebracht nadat ze de god van de berg Kailâsa hadden ontmoet?'
(3) Maitreya zei: 'De Pracetâ's die bij het meer dat naleefden wat hun vader hen had opgedragen, stelden met het zingen van mantra's met hun verzaking Hij die vanbinnen leeft [de Allerhoogste Heer] tevreden. (4) Na de tienduizend jaren van hun gestrenge verzaking [zie ook 4.24: 14] verscheen toen de Oorspronkelijke Persoon der Eeuwigheid voor hen, ze geruststellend en belonend met Zijn schoonheid. (5) Zich bevindend op de rug van de vogel waarmee Hij rondreist [Garuda], zag Hij eruit als een wolk rond de top van de berg Meru, alle duisternis in de omtrek verdrijvend, met een geel gewaad aan en met het juweel om Zijn nek. (6) Glanzend van de gouden sieraden straalde Hij met Zijn helm op met Zijn hoofd en Zijn verbijsterend mooie gelaat, Zijn acht wapens en het gevolg van wijzen en halfgoden terwijl Garuda Hem diende door als een supermenselijk wezen [een Kinnara] Zijn Heerlijkheden te bezingen. (7) Met temidden van Zijn acht stoere armen een bloemenslinger, zo mooi bijna als de Godin van het Geluk , richtte de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God zich tot de overgegeven zonen van Prâcînabarhi met een stem diep als de donder, terwijl Zijn genadevolle blik op hen rustte. (8) De Allerhoogste Heer zei: 'Ik ben zeer verheugd over de vriendschap van een ieder van jullie, die zo plichtsgetrouw zijn in dezelfde vriendelijkheid, o Zoons van de Koning; derhalve, tot jullie grote geluk, mag je Mij om een gunst vragen. (9) Die persoon die consequent iedere avond aan jullie terugdenkt zal met zijn broeders vriendschap vinden alsmede gelijkheid met alle levende wezens. (10) Van die personen, die jegens Mij, in de ochtend en in de avond met behulp van het lied van Heer S'iva aandachtig zijn in het opzenden van gebeden, zal Ik alle verzoeken inwilligen in wat ze verlangden voor het heil van de goddelijkheid van hun intelligentie. (11) Het fijne van jullie heerlijkheid zal bekend zijn over de hele wereld, omdat jullie zo van harte de opdracht van jullie vader hebben aanvaard. (12) Er zal een zeer beroemde zoon zijn [genaamd Vis'ruta], die in zijn kwaliteiten geenszins onderdoet voor Heer Brahmâ en die de drie werelden zal bevolken met zijn nakomelingen. (13) De lotusogige dochter die de wijze Kandu kreeg van het hemelse meisje genaamd Pramlocâ, werd overgedragen aan de zorg van de [godheid der] bomen, o zoons van Prâcînabarhi. (14) Toen zij honger leed en huilde goot Soma, de Koning van de Maan, met behulp van zijn wijsvinger meedogend de nectar in haar mond. (15) Verwek, op Mijn gezag, nageslacht in navolging van wat door uw vader werd opgedragen en trouw onverwijld met haar, die dochter met de vele kwaliteiten en grote schoonheid. (16) Moge deze echtgenote, dit keurige meisje zo rank, volledig in haar overgave zijn; qua karakter en plichtsopvatting verschilt ze niet van jullie allen; haar manieren zijn hetzelfde. (17) Bij Mijn genade, zal jullie macht miljoenen van hemelse jaren [één jaar op aarde is één dag in de hemel, zie 3: 11] ononderbroken op deze aarde bestaan en zullen jullie voorzeker al de hemelse geneugten genieten. (18) Weest derhalve standvastig jegens Mij middels toegewijde dienst; met jullie geest vrij van de smet der geaardheden, zullen jullie Mijn woning bereiken en, bevrijd uit het materieel bestaan, aldus niet langer zorgen hebben. (19) Zelfs voor personen die een huishoudelijk bestaan hebben opgebouwd wordt een dergelijk familieleven niet gezien als een oorzaak van gebondenheid, als men ieder moment van zijn tijd besteed aan goede werken en aan verhalen die Mij betreffen.(20) Als men dit heeft bereikt, deze immer frisse Kenner in het hart die er is als de Hoogste Geest van God zoals die wordt verdedigd door de kenners van de Absolute Waarheid, staat men niet te juichen of te jammeren en is men ook niet verbijsterd.
4.30.28vishnuofworship.jpg (21) Maitreya zei: 'Toen ze Hem, de Heer, Hij die alle obstakels uit de weg ruimt, aldus hoorden spreken over het hoogste levensdoel, werd de duisternis van de besmetting der hartstocht van de Pracetâ's verdreven en brachten ze, met haperende stemmen en gevouwen handen, gebeden voor de grootste van alle vrienden. (22) De Pracetâ's zeiden: 'Onze eerbetuigingen, keer op keer aan de vernietiger van alle leed die Zijn naam vestigde als de grootheid der kwaliteiten sneller dan de snelste geest en spraak; alle eer aan Hem wiens wegen met behulp van de zinnen niet kunnen worden gekend. (23) De Eenduidige, de Meest Vreedzame bieden we ons respect; de wereld van de dualiteit doet zich als betekenisloos voor als men zijn geest heeft gevestigd op dat wat het Zijne is; onze eerbetuigingen aan Hem die, naar de geaardheden der materie, de vormen aannam voor de handhaving, schepping en vernietiging van het universum. (24) Onze eerbied geldt U, wiens bestaan vrij is van de materiële invloed, die de misère wegneemt, die altijd uit is op de bevrijding van de geconditioneerde zielen en die de alles-doordringende Heer van het bewustzijn, Vâsudeva, Krishna, de pleitbezorger van alle toegewijden is. (25) Ons eerbetoon voor Hem met de lotusnavel, Hem met de lotus-slinger, Hem met de lotusvoeten en voor Hem met de lotusogen. (26) Laat ons onze eerbetuigingen aanbieden aan Hem wiens gewaad smetteloos is met de kleur van de gele saffraan van een lotusbloem, aan de Allerhoogste Getuige, de toevlucht van alle levende wezens. (27) De gedaante die U aan ons, die onder de materie te lijden hebben, onthulde, o Heer, maakt aan talloze problemen een einde; wat kunnen we nog meer van U verlangen?(28) U die in Uw mededogen door Uw expansies zichtbaar bent voor de bescheiden toegewijden, wordt, met het nodige respect voor de tijd, steeds herinnerd middels iemands toegewijde dienst, o vernietiger van alle onheil. (29) Daarmee komen alle verlangens van de levende wezens tot rust, hoe diep ze ook mogen zijn gevallen in hun verlangen naar zovele zaken; en waarom zou U, verborgen in onze harten, ook geen weet hebben van alles waar wij naar verlangen? (30) Dat is voorzeker de gunst die wij verlangen; dat U, o Vader van het Universum, tevreden bent, U als de Allerhoogste Heer en geestelijk leraar met wie men op het pad der bevrijding het uiteindelijke doel bereikt. (31) Daarom bidden we voor die zegen van U, o Heer van de bovenzinnelijkheid boven alles; Uw glorie is onafzienbaar en aldus wordt U gevierd als zijnde Ananta [de Onbegrensde]. (32) Een bij compleet in het bereiken van de Pârijâta [de van honing druipende hemelse wensboom of kalpa-vriksha] zoekt zijn heil niet bij een andere; om wat, o wat, zouden wij met het bereiken van Uw lotusvoeten, de grondslag van alles, nog meer vragen? (33) Zolang we besmet zijn door Uw illusieverwekkende energie [mâyâ], moeten we ronddolen in deze wereld al naar gelang onze werklast [ons karma], vergun ons voor de duur van die tijd het gezelschap van Uw liefhebbende toegewijden, welk leven we ook mogen vinden. (34) Slechts een enkel ogenblik in het gezelschap te mogen verkeren van hen die gehecht zijn aan de Allerhoogste Heer is niet te vergelijken met het bereiken van de hemel, noch met de liefde van het niet meer opnieuw geboren zijn; bestaat er een grotere zegen voor een sterfelijk wezen? (35) Waar het zuivere van Uw woorden wordt gevonden in aanbidding en bespreking, wordt alle materiële hunkering tot vrede gebracht en bestaat er geen afgunst onder de levende wezens, noch enige vrees. (36) Daar waar de aanbidding van Heer Nârâyana, het uiteindelijk doel van hen die verzaken, gevonden wordt, is de Allerhoogste Heer persoonlijk aanwezig door de steeds weer herhaalde gesprekken over de waarheid gevoerd door degenen die vrij zijn van gehechtheid. (37) Waarom zou het treffen met die toegewijden, die, met de zuivering voor ogen, hun voeten bewegen in de richting van heilige plaatsen, niet tot het genoegen gaan behoren van hen die in angst leven? (38) Wij die voor een ogenblik in het gezelschap van Heer S'iva verkeerden, Uw beminde vriend o Heer, zijn er vandaag zeker van de bestemming die U bent bereikt te hebben, de specialist om ons middels de omgang te genezen van de dood, de ziekte van het materieel bestaan die het moeilijkst te genezen is. (39-40) Wij, die de geschriften bestudeerden die de leraren, de brahmanen en de ouderen behaagden en goed waren voor de mensen van beschaving [de gevorderden, de âryans] en die zonder enige afgunst hun vrienden, broeders en alle levende wezens eerden, wat anders zouden wij ons wensen? Wij, die in dezen om de meest verheven Oorspronkelijke Persoon tevreden te stellen van al die zware boetedoening waren, o Heer en zo lang bij het water ons onthielden van voedsel, welke andere gunst zouden wij van U verlangen? (41) Manu, Brahmâ, de machtige Heer S'iva alsook anderen die met verzaking en kennis hun bestaan zuiverden konden, op het laatst echter, U niet zien, gebeden in Uw eer opzendend, maar niettemin hebben we naar ons eigen vermogen voor U onze gebeden gedaan. (42) Onze eerbetuigingen aan U, de Allerhoogste Bovenzinnelijke Persoon die gelijk is voor iedereen en altijd zuiver is, de Allerhoogste alomtegenwoordige Heer der eeuwige goedheid.'
(43) Maitreya zei: 'Aldus geprezen door de Pracetâ's gaf de Heer, op die manier behaagd, blijk van Zijn genegenheid en zorg voor de overgegeven zielen, maar met Hem vertrekkend naar Zijn verblijf wensten ze het niet om afscheid van Hem te nemen, daar ze nog niet genoeg van Hem, de macht van het immateriële, hadden gezien. (44) Daarna lieten de Pracetâ's het water van het meer achter zich, maar toen ze zagen dat de wereld was overdekt door bomen die zeer hoog gegroeid waren alsof ze de weg naar de hemel wilden blokkeren, gingen ze verwoed te keer. (45) Als met het vuur aan het Einde der Tijden, staken ze, geholpen door de wind, in hun verbittering, o Koning [Vidura als een heerser over de zinnen], alle uithoeken in brand teneinde de aarde boomloos te maken. (46) Toen Hij zag dat ze alle bomen in de as hadden gelegd, kwam de Grote Vader [Brahmâ] om de zoons van Barhishmân tot vrede te bewegen met behulp van de rede. (47) De resterende bomen, die zeer bevreesd waren [zij of hun godheid], leverden te dien tijde, op het advies van Brahmâ, hun dochter uit aan de Pracetâ's [zie tekst 13]. (48) Opgedragen door Brahmâ, trouwden ze toen allen met haar, Mârishâ, van wie, vanwege het niet hebben gerespecteerd van de Grootheid [S'iva zie 4: 2], de zoon der Aanstichter [de zoon van Brahmâ] wederom geboorte nam. (49) Hij was niemand anders dan Daksha, degene die geïnspireerd door God al het gewenste leven voortbracht en die in zijn vorige bestaan het in zijn tijd zag gebeuren dat hij tenonderging ten tijde van de manvantara [periode of Manu] genaamd Câkshusha [de huidige wordt Vaivasvata* genoemd]. (50-51) Omdat hij iemand was die direct na zijn geboorte met de schittering van zijn luister de schittering van allen overtrof, werd hij, met zijn bedrevenheid in de vruchtdragende arbeid, Daksha genoemd ['de bedrevene']. Hij, aangesteld door de Eerste, Brahmâ, om al het leven voort te brengen zodat de mensheid was bewaard, overtuigde zich er ook van alle andere stamvaders erbij te betrekken.
Tweede editie, geladen 18 december 2006
![]()
Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:
Vidura zei: 'De zoons van Prâcînabarhi waar u voorheen over sprak, o brahmaan, stelden allen met succes de Heer tevreden door het lied van Heer S'iva te zingen [zie 4: 24]; wat bereikten ze daarmee?Vidura zei: 'De zoons van Prâcînabarhi waar u voorheen over sprak, o brahmaan, stelden allen met succes de Heer tevreden door het lied van Heer S'iva te zingen [zie 4: 24]; wat bereikten ze daarmee? (Vedabase)
Wat, o discipel van Brihaspati, was het dat door de Pracetâ's, de Schenker der Genade dierbaar, behalve het bereiken van het Allerhoogste, daardoor bij de voorzienigheid her en der hier tot stand werd gebracht nadat ze de god van de berg Kailâsa hadden ontmoet?'
Wat, o discipel van Brihaspati, was het dat door de Pracetâ's, de Schenker der Genade dierbaar, behalve het voorzeker bereiken van het Allerhoogste, daardoor bij de voorzienigheid her en der hier tot stand werd gebracht nadat ze de God van de berg Kailâsa hadden ontmoet?' (Vedabase)
Maitreya zei: 'De Pracetâ's die bij het meer dat naleefden wat hun vader hen had opgedragen, stelden met het zingen van mantra's met hun verzaking Hij die vanbinnen leeft [de Allerhoogste Heer] tevreden
Maitreya zei: 'De Pracetâ's die bij het meer dat naleefden wat hun vader hen had opgedragen, stelden met het zingen van mantra's met hun verzaking Hij die vanbinnen leeft [de Allerhoogste Heer] tevreden. (Vedabase)
Na de tienduizend jaren van hun gestrenge verzaking [zie ook 4.24: 14] verscheen toen de Oorspronkelijke Persoon der Eeuwigheid voor hen, ze geruststellend en belonend met Zijn schoonheid.
Na de tienduizend jaren van hun gestrenge verzaking [zie ook 24:14] verscheen toen de Oorspronkelijke Persoon der Eeuwigheid voor hen, ze tevreden stellend en op hun gemak brengend met Zijn schoonheid. (Vedabase)
Zich bevindend op de rug van de vogel waarmee Hij rondreist [Garuda], zag Hij eruit als een wolk rond de top van de berg Meru, alle duisternis in de omtrek verdrijvend, met een geel gewaad aan en met het juweel om Zijn nek.
Zich bevindend op de rug van de vogel waarmee Hij rondreist [Garuda], zag Hij eruit als een wolk rond de top van de berg Meru, alle duisternis in de omtrek verdrijvend, met een geel gewaad aan en met het juweel om Zijn nek. (Vedabase)
Glanzend van de gouden sieraden straalde Hij met Zijn helm op met Zijn hoofd en Zijn verbijsterend mooie gelaat, Zijn acht wapens en het gevolg van wijzen en halfgoden terwijl Garuda Hem diende door als een supermenselijk wezen [een Kinnara] Zijn Heerlijkheden te bezingen.
Glanzend van de goudkleurige sieraden straalde Hij met Zijn helm op met Zijn schitterende voorhoofd en gezicht, Zijn acht wapens en het gevolg van wijzen en halfgoden terwijl Garuda Hem diende door als een supermenselijk wezen [een Kinnara] Zijn Heerlijkheden te bezingen. (Vedabase)
Met temidden van Zijn acht stoere armen een bloemenslinger, zo mooi bijna als de Godin van het Geluk , richtte de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God zich tot de overgegeven zonen van Prâcînabarhi met een stem diep als de donder, terwijl Zijn genadevolle blik op hen rustte.
Met temidden van zijn acht stoere armen een bloemenslinger, waarvan de schoonheid wedijverde met de Godin van het Geluk, richtte de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God zich tot de overgegeven zonen van Prâcînabarhi met een stem die weerklonk als de donder, terwijl Zijn genadevolle blik op hen rustte. (Vedabase)
De Allerhoogste Heer zei: 'Ik ben zeer verheugd over de vriendschap van een ieder van jullie, die zo plichtsgetrouw zijn in dezelfde vriendelijkheid, o Zoons van de Koning; derhalve, tot jullie grote geluk, mag je Mij om een gunst vragen.
De Allerhoogste Heer zei: 'Ik ben zeer verheugd over de vriendschap van een ieder van jullie, die zo plichtsgetrouw zijn in dezelfde vriendelijkheid, o Zoons van de Koning; derhalve, tot jullie grote geluk, mag je Mij om een gunst vragen. (Vedabase)
Die persoon die consequent iedere avond aan jullie terugdenkt zal met zijn broeders vriendschap vinden alsmede gelijkheid met alle levende wezens.
Het menselijk wezen dat zich jullie steeds iedere dag 's avonds herinnert zal, met zijn broeders vriendschap vinden en gelijkheid met alle levende wezens. (Vedabase)
Van die personen, die jegens Mij, in de ochtend en in de avond met behulp van het lied van Heer S'iva aandachtig zijn in het opzenden van gebeden, zal Ik alle verzoeken inwilligen in wat ze verlangden voor het heil van de goddelijkheid van hun intelligentie.
Van die personen, die jegens Mij, in de ochtend en in de avond met behulp van het lied van Heer S'iva aandachtig zijn in het opzenden van gebeden, zal Ik alle verzoeken inwilligen in wat ze verlangden voor het heil van de goddelijkheid van hun intelligentie. (Vedabase)
Het fijne van jullie heerlijkheid zal bekend zijn over de hele wereld, omdat jullie zo van harte de opdracht van jullie vader hebben aanvaard.
Het fijne van jullie heerlijkheid zal bekend zijn over de hele wereld, omdat jullie zo van harte de opdracht van jullie vader hebben aanvaard. (Vedabase)
Er zal een zeer beroemde zoon zijn [genaamd Vis'ruta], die in zijn kwaliteiten geenszins onderdoet voor Heer Brahmâ en die de drie werelden zal bevolken met zijn nakomelingen.
Er zal een zeer beroemde zoon zijn [genaamd Visruta], die in zijn kwaliteiten geenszins onderdoet voor Heer Brahmâ en die de drie werelden zal bevolken met zijn nakomelingen. (Vedabase)
De lotusogige dochter die de wijze Kandu kreeg van het hemelse meisje genaamd Pramlocâ, werd overgedragen aan de zorg van de [godheid der] bomen, o zoons van Prâcînabarhi.
De lotusogige dochter die de wijze Kandu kreeg van het hemelse meisje genaamd Pramlocâ, werd overgedragen aan de zorg van de [godheid der] bomen, o zoons van Prâcînabarhi. (Vedabase)
Toen zij honger leed en huilde goot Soma, de Koning van de Maan, met behulp van zijn wijsvinger meedogend de nectar in haar mond.
Toen zij honger leed en huilde goot Soma, de Koning van de Maan, met behulp van zijn wijsvinger meedogend de nektar in haar mond. (Vedabase)
Verwek, op Mijn gezag, nageslacht in navolging van wat door uw vader werd opgedragen en trouw onverwijld met haar, die dochter met de vele kwaliteiten en grote schoonheid.
Op Mijn gezag, verwek nageslacht in navolging van wat door uw vader werd opgedragen en trouw onverwijld met haar, die dochter met de talrijke kwaliteiten en schoonheid. (Vedabase)
Moge deze echtgenote, dit keurige meisje zo rank, volledig in haar overgave zijn; qua karakter en plichtsopvatting verschilt ze niet van jullie allen; haar manieren zijn hetzelfde.
Moge deze echtgenote, dit keurige meisje zo rank, volledig in haar overgave zijn; qua karakter en plichtsopvatting verschilt ze niet van jullie allen; haar manieren zijn hetzelfde. (Vedabase)
Bij Mijn genade, zal jullie macht miljoenen van hemelse jaren [één jaar op aarde is één dag in de hemel, zie 3: 11] ononderbroken op deze aarde bestaan en zullen jullie voorzeker al de hemelse geneugten genieten.
Bij Mijn genade, zal jullie macht miljoenen van hemelse jaren [één jaar op aarde is één dag in de hemel, zie 3:11] ongebroken zijn in deze wereld en zullen jullie voorzeker al de hemelse geneugten genieten. (Vedabase)Tekst 18
Weest derhalve standvastig jegens Mij middels toegewijde dienst; met jullie geest vrij van de smet der geaardheden, zullen jullie Mijn woning bereiken en, bevrijd uit het materieel bestaan, aldus niet langer zorgen hebben.
Weest derhalve standvastig jegens Mij middels toegewijde dienst; met jullie geest vrij van de smet der geaardheden, zullen jullie Mijn woning bereiken en aldus niet langer zorgen hebben, bevrijd uit het materieel bestaan. (Vedabase)
Zelfs voor personen die een huishoudelijk bestaan hebben opgebouwd wordt een dergelijk familieleven niet gezien als een oorzaak van gebondenheid, als men ieder moment van zijn tijd besteed aan goede werken en aan verhalen die Mij betreffen.
Het huishoudelijk leven wordt niet verondersteld er voor het leven in gehechtheid te zijn; zelfs voor personen die aan een gezinsleven zijn begonnen is er de gelukbrengende werking van Mijn zalving, ieder moment van uw tijd ermee doorbrengend. (Vedabase)
Als men dit heeft bereikt, deze immer frisse Kenner in het hart die er is als de Hoogste Geest van God zoals die wordt verdedigd door de kenners van de Absolute Waarheid, staat men niet te juichen of te jammeren en is men ook niet verbijsterd.
Deze [zalving] wordt door hen die bekend zijn met de Absolute waarheid gekend als de Alwetende Geest die immer nieuw is in het hart; zij, nimmer weeklagend en nimmer uitbundig, zijn op hun welslagen nooit verbijsterd.' (Vedabase)
Maitreya zei: 'Toen ze Hem, de Heer, Hij die alle obstakels uit de weg ruimt, aldus hoorden spreken over het hoogste levensdoel, werd de duisternis van de besmetting der hartstocht van de Pracetâ's verdreven en brachten ze, met haperende stemmen en gevouwen handen, gebeden voor de grootste van alle vrienden.
Maitreya zei: 'Toen ze Hem, de Heer, Hij die alle obstakels uit de weg ruimt, aldus zagen spreken over de deugden van het leven, werd de duisternis van de besmetting der hartstocht van de Pracetâ's verdreven en brachten ze, met haperende stemmen en gevouwen handen, gebeden voor de grootste van alle vrienden. (Vedabase)
De Pracetâ's zeiden: 'Onze eerbetuigingen, keer op keer aan de vernietiger van alle leed die Zijn naam vestigde als de grootheid der kwaliteiten sneller dan de snelste geest en spraak; alle eer aan Hem wiens wegen met behulp van de zinnen niet kunnen worden gekend.
De Pracetâ's zeiden: 'Onze eerbetuigingen, keer op keer aan de vernietiger van alle leed die Zijn naam vestigde als de grootsheid van de kwaliteiten die de rappe geest en spraak te snel af is; alle eer aan Hem wiens wegen met behulp van de zinnen niet kunnen worden gekend. (Vedabase)
De Eenduidige, de Meest Vreedzame bieden we ons respect; de wereld van de dualiteit doet zich als betekenisloos voor als men zijn geest heeft gevestigd op dat wat het Zijne is; onze eerbetuigingen aan Hem die, naar de geaardheden der materie, de vormen aannam voor de handhaving, schepping en vernietiging van het universum.
De Eenduidige, de Meest Vreedzame bieden we ons respekt; de wereld van de dualiteit doet zich als betekenisloos voor als men zijn geest heeft gevestigd op dat wat het Zijne is; onze eerbetuigingen aan Hem die, naar de geaardheden der materie, de vormen aannam voor de handhaving, schepping en vernietiging van het universum. (Vedabase)
Onze eerbied geldt U, wiens bestaan vrij is van de materiële invloed, die de misère wegneemt, die altijd uit is op de bevrijding van de geconditioneerde zielen en die de alles-doordringende Heer van het bewustzijn, Vâsudeva, Krishna, de pleitbezorger van alle toegewijden is.
Onze eerbied geldt U, wiens bestaan vrij is van de materiële invloed, die de misère wegneemt, die altijd uit is op de bevrijding van de gekonditioneerde zielen en die de alles-doordringende Heer van het bewustzijn, Vâsudeva, Krishna, de pleitbezorger van alle toegewijden is. (Vedabase)
Ons eerbetoon voor Hem met de lotusnavel, Hem met de lotus-slinger, Hem met de lotusvoeten en voor Hem met de lotusogen.
Ons eerbetoon voor Hem met de lotusnavel, Hem met de lotus-slinger, Hem met de lotusvoeten en voor Hem met de lotusogen. (Vedabase)
Laat ons onze eerbetuigingen aanbieden aan Hem wiens gewaad smetteloos is met de kleur van de gele saffraan van een lotusbloem, aan de Allerhoogste Getuige, de toevlucht van alle levende wezens.
Laat ons onze eerbetuigingen aanbieden aan Hem wiens gewaad smetteloos is met de kleur van de gele saffraan van een lotusbloem, aan de Allerhoogste Getuige, de toevlucht van alle levende wezens. (Vedabase)
De gedaante die U aan ons, die onder de materie te lijden hebben, onthulde, o Heer, maakt aan talloze problemen een einde; wat kunnen we nog meer van U verlangen?
Als slechts de gedaante die U aan ons, die onder de materie lijden, onthulde, o Heer, de eindeloze ellende verdrijft, wat zou dat dan betekenen voor hen die altijd Uw gunst genieten? (Vedabase)
U die in Uw mededogen door Uw expansies zichtbaar bent voor de bescheiden toegewijden, wordt, met het nodige respect voor de tijd, steeds herinnerd middels iemands toegewijde dienst, o vernietiger van alle onheil.
U, meedogend, en aldus zo zeker door Uw expansies zichtbaar voor de nederige toegewijden, worden met het nodige respekt voor de tijd altijd herinnerd met iemands toegewijde dienst, o vernietiger van alle onheil. (Vedabase)
Daarmee komen alle verlangens van de levende wezens tot rust, hoe diep ze ook mogen zijn gevallen in hun verlangen naar zovele zaken; en waarom zou U, verborgen in onze harten, ook geen weet hebben van alles waar wij naar verlangen?
Met het verloop daarvan, brengt U alle verlangens van de levende wezens tot rust, hoezeer gevallen ze ook mogen zijn, uitziende naar zo vele dingen; waarom zou U, verborgen in onze harten, geen weet hebben van alles waar wij naar verlangen? (Vedabase)
Dat is voorzeker de gunst die wij verlangen; dat U, o Vader van het Universum, tevreden bent, U als de Allerhoogste Heer en geestelijk leraar met wie men op het pad der bevrijding het uiteindelijke doel bereikt.
Dat is voorzeker de gunst die wij verlangen; dat U, o Vader van het Universum, tevreden bent, U als de Allerhoogste Heer en geestelijk leraar met wie men op het pad der bevrijding het uiteindelijke doel bereikt. (Vedabase)
Daarom bidden we voor die zegen van U, o Heer van de bovenzinnelijkheid boven alles; Uw glorie is onafzienbaar en aldus wordt U gevierd als zijnde Ananta [de Onbegrensde].
Daarom bidden we voor die zegen van U, o Heer boven alles van de bovenzinnelijkheid; het einde van Uw Almacht kan men niet waarnemen en aldus wordt U gevierd als zijnde Ananta [de onbegrensde]. (Vedabase)
Een bij compleet in het bereiken van de Pârijâta [de van honing druipende hemelse wensboom of kalpa-vriksha] zoekt zijn heil niet bij een andere; om wat, o wat, zouden wij met het bereiken van Uw lotusvoeten, de grondslag van alles, nog meer vragen?
Een bij compleet in het bereiken van de Pârijâta [de van honing druipende hemelse wensboom of kalpa-vrksa] zoekt zijn heil niet bij een andere; om wat, o wat, zouden wij met het bereiken van Uw lotusvoeten, de grondslag van alles, nog meer vragen? (Vedabase)
Zolang we besmet zijn door Uw illusieverwekkende energie [mâyâ], moeten we ronddolen in deze wereld al naar gelang onze werklast [ons karma], vergun ons voor de duur van die tijd het gezelschap van Uw liefhebbende toegewijden, welk leven we ook mogen vinden.
Zolang we besmet zijn door Uw illusieverwekkende energie [mâyâ], moeten we ronddolen in deze wereld al naar gelang onze werklast [ons karma], vergun ons voor de duur van die tijd het gezelschap van Uw liefhebbende toegewijden, welk leven we ook mogen vinden. (Vedabase)
Slechts een enkel ogenblik in het gezelschap te mogen verkeren van hen die gehecht zijn aan de Allerhoogste Heer is niet te vergelijken met het bereiken van de hemel, noch met de liefde van het niet meer opnieuw geboren zijn; bestaat er een grotere zegen voor een sterfelijk wezen?
Slechts een enkel ogenblik in het gezelschap te mogen verkeren van hen die gehecht zijn aan de Allerhoogste Heer is niet te vergelijken met het bereiken van de hemel, noch met de liefde van het niet meer opnieuw geboren zijn; bestaat er een grotere zegen voor een sterfelijk wezen? (Vedabase)
Waar het zuivere van Uw woorden wordt gevonden in aanbidding en bespreking, wordt alle materiële hunkering tot vrede gebracht en bestaat er geen afgunst onder de levende wezens, noch enige vrees.
Waar het zuivere van Uw woorden wordt gevonden in aanbidding en bespreking wordt alle materiële hunkering tot vrede gebracht en bestaat er geen afgunst onder de levende wezens, noch enige vrees. (Vedabase)
Daar waar de aanbidding van Heer Nârâyana, het uiteindelijk doel van hen die verzaken, gevonden wordt, is de Allerhoogste Heer persoonlijk aanwezig door de steeds weer herhaalde gesprekken over de waarheid gevoerd door degenen die vrij zijn van gehechtheid.
Daar waar de aanbidding van Heer Nârâyana, het uiteindelijk doel van hen die verzaken, gevonden wordt, is de Allerhoogste Heer persoonlijk aanwezig door de steeds weer herhaalde gesprekken over de waarheid gevoerd door hen die vrij zijn van gehechtheid. (Vedabase)
Waarom zou het treffen met die toegewijden, die, met de zuivering voor ogen, hun voeten bewegen in de richting van heilige plaatsen, niet tot het genoegen gaan behoren van hen die in angst leven?
Waarom zou het treffen met die toegewijden, die, met de zuivering voor ogen, hun voeten bewegen in de richting van heilige plaatsen, niet tot het genoegen gaan behoren van hen die in angst leven? (Vedabase)
Wij die voor een ogenblik in het gezelschap van Heer S'iva verkeerden, Uw beminde vriend o Heer, zijn er vandaag zeker van de bestemming die U bent bereikt te hebben, de specialist om ons middels de omgang te genezen van de dood, de ziekte van het materieel bestaan die het moeilijkst te genezen is.
Wij die voor een ogenblik in het gezelschap van Heer S'iva verkeerden, uw beminde vriend o Heer, zijn er vandaag zeker van de bestemming die U bent bereikt te hebben, de specialist om ons middels de omgang te genezen van de dood, de ziekte van het materieel bestaan die het moeilijkst te genezen is. (Vedabase)
Wij, die de geschriften bestudeerden die de leraren, de brahmanen en de ouderen behaagden en goed waren voor de mensen van beschaving [de gevorderden, de âryans] en die zonder enige afgunst hun vrienden, broeders en alle levende wezens eerden, wat anders zouden wij ons wensen? Wij, die in dezen om de meest verheven Oorspronkelijke Persoon tevreden te stellen van al die zware boetedoening waren, o Heer en zo lang bij het water ons onthielden van voedsel, welke andere gunst zouden wij van U verlangen?
Wat anders zouden wij, die de geschriften bestudeerden, die de leraren, de brahmanen en de ouderen behaagden en aardig waren voor de mensen van kultuur [de gevorderden, de Aryans] en die zonder enige afgunst hun vrienden, broeders en alle levende wezens eerden, wensen? Welke andere gunst zouden wij, die in dezen om de meest verheven Oorspronkelijke Persoon tevreden te stellen van al die zware boetedoening waren, o Heer en zo lang bij het water ons onthielden van voedsel, van U verlangen? (Vedabase)
Manu, Brahmâ, de machtige Heer S'iva alsook anderen die met verzaking en kennis hun bestaan zuiverden konden, op het laatst echter, U niet zien, gebeden in Uw eer opzendend, maar niettemin hebben we naar ons eigen vermogen voor U onze gebeden gedaan.
Manu, Brahmâ, de machtige Heer S'iva alsook anderen die met verzaking en kennis hun bestaan zuiverden konden, op het laatst echter, U niet zien, gebeden in Uw eer opzendend, maar niettemin hebben we naar ons eigen vermogen voor U onze gebeden gedaan. (Vedabase)
Onze eerbetuigingen aan U, de Allerhoogste Bovenzinnelijke Persoon die gelijk is voor iedereen en altijd zuiver is, de Allerhoogste alomtegenwoordige Heer der eeuwige goedheid.'
Onze eerbetuigingen aan U, de Allerhoogste Bovenzinnelijke Persoon die gelijk is voor iedereen en altijd zuiver is, de Allerhoogste alomtegenwoordige Heer der eeuwige goedheid.' (Vedabase)
Maitreya zei: 'Aldus geprezen door de Pracetâ's gaf de Heer, op die manier behaagd, blijk van Zijn genegenheid en zorg voor de overgegeven zielen, maar met Hem vertrekkend naar Zijn verblijf wensten ze het niet om afscheid van Hem te nemen, daar ze nog niet genoeg van Hem, de macht van het immateriële, hadden gezien.
Maitreya zei: 'Aldus geprezen door de Pracetâ's gaf de Heer, op die manier behaagd, blijk van Zijn genegenheid en zorg voor de overgegeven zielen, maar met Hem vertrekkend naar Zijn verblijf wensten ze het niet om afscheid van Hem te nemen, daar ze niet genoeg van Hem, de macht van het immateriële, hadden gezien. (Vedabase)
Daarna lieten de Pracetâ's het water van het meer achter zich, maar toen ze zagen dat de wereld was overdekt door bomen die zeer hoog gegroeid waren alsof ze de weg naar de hemel wilden blokkeren, gingen ze verwoed te keer.
Daarna verlieten al de Pracetâ's het water van het meer, maar toen ze zagen dat de wereld was overdekt door bomen die zeer hoog gegroeid waren alsof ze de weg naar de hemel wilden blokkeren, gingen ze verwoed te keer. (Vedabase)
Als met het vuur aan het Einde der Tijden, staken ze, geholpen door de wind, in hun verbittering, o Koning [Vidura als een heerser over de zinnen], alle uithoeken in brand teneinde de aarde boomloos te maken.
Als met het vuur aan het Einde der Tijden, staken ze geholpen door de wind in hun verbittering, o Koning [Vidura als een heerser over de zinnen], alle uithoeken in brand teneinde de aarde boomloos te maken. (Vedabase)
Toen Hij zag dat ze alle bomen in de as hadden gelegd, kwam de Grote Vader [Brahmâ] om de zoons van Barhishmân tot vrede te bewegen met behulp van de rede.
Toen Hij zag dat ze alle bomen in de as hadden gelegd, kwam de Grote Vader [Brahmâ] om de zoons van Barhismân tot vrede te bewegen met behulp van de rede. (Vedabase)
De resterende bomen, die zeer bevreesd waren [zij of hun godheid], leverden te dien tijde, op het advies van Brahmâ, hun dochter uit aan de Pracetâ's [zie tekst 13].
De resterende bomen, die zeer bevreesd waren [zij of hun godheid], leverden te dien tijde, op het advies van Brahmâ, hun dochter uit aan de Pracetâ's [zie tekst 13]. (Vedabase)
Opgedragen door Brahmâ, trouwden ze toen allen met haar, Mârishâ, van wie, vanwege het niet hebben gerespecteerd van de Grootheid [S'iva zie 4: 2], de zoon der Aanstichter [de zoon van Brahmâ] wederom geboorte nam.
Opgedragen door Brahmâ, trouwden ze toen allen met haar, Mârisâ, van wie, vanwege het niet hebben gerespekteerd van de Grootheid [S'iva zie 4:2], de zoon der Aanstichter [te weten Brahmâ] wederom geboorte nam. (Vedabase)
Hij was niemand anders dan Daksha, degene die geïnspireerd door God al het gewenste leven voortbracht en die in zijn vorige bestaan het in zijn tijd zag gebeuren dat hij tenonderging ten tijde van de manvantara [periode of Manu] genaamd Câkshusha [de huidige wordt Vaivasvata* genoemd].
Hij was niemand anders dan Daksha, degene die geïnspireerd door God al het gewenste leven voortbracht en die in zijn vorige bestaan het in zijn tijd zag gebeuren dat hij ten onder ging ten tijde van de manvantara [periode of Manu ] genaamd Sâksusa [de huidige wordt Vaivasvata* genoemd]. (Vedabase)
Omdat hij iemand was die direct na zijn geboorte met de schittering van zijn luister de schittering van allen overtrof, werd hij, met zijn bedrevenheid in de vruchtdragende arbeid, Daksha genoemd ['de bedrevene']. Hij, aangesteld door de Eerste, Brahmâ, om al het leven voort te brengen zodat de mensheid was bewaard, overtuigde zich er ook van alle andere stamvaders erbij te betrekken.
Omdat hij iemand was die direkt na zijn geboorte met de schittering van zijn luister de schittering van allen overtrof, werd hij, met zijn bedrevenheid in de vruchtdragende arbeid, Daksha genoemd ['de bedrevene']. Hij, aangesteld door de Eerste, Brahmâ, om al het leven voort te brengen zodat hij kon handhaven, was er eveneens zeker van alle andere stamvaders erbij te betrekken. (Vedabase)
* De verschillende Manus die bestaan gedurende één dag van Heer Brahmâ zijn de volgende: (1) Svâyambhuva, (2) Svârocisha, (3) Uttama, (4) Tâmasa, (5) Raivata, (6) Câkshusha, (7) Vaivasvata, (8) Sâvarni, (9) Dakshasâvarni, (10) Brahma-sâvarni, ( 11) Dharma-sâvarni, (12) Rudrasâvarni, (13) Deva-sâvarni en (14) Indra-sâvarni [zie ook 3: 11].
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
De eigentijdse Hindu-afbeelding van Vishnu maakt deel uit van een persoonlije collectie. Bron.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties