Canto
5
Hoofdstuk 19: De Gebeden van Hanumân en Nârada en de Glorie van Bhârata-varsha
(1) S'rî S'uka zei: 'In het land Kimpurusha is de Allerhoogste Heer, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid, de oudere broer van Lakshmana, Râmacandra, die Sîtâ zo tevreden stemt; hij die met het volk van Kimpurusha in de toewijding van aanbidding altijd bezig is met de dienst aan Zijn voeten is de verheven en grootste toegewijde Hanumân.(2) Samen met Ârshthishena [de leider van Kimpurusha] aandachtig luisterend naar het loflied op zijn meest goedgunstige Heer en meester zoals gezongen door een gezelschap van Gandharva's, bidt hij [Hanumân] zelf het volgende: (3) 'O mijn Heer, mijn eerbetuigingen aan U als de Lieve Heer waarvan men spreekt in de geschriften, al mijn respect voor U, behept met alle goede kwaliteiten die men aantreft bij de gevorderden, mijn trouw geldt U als de Ene die Zijn zinnen onder controle heeft en Hij die altijd herdacht en aanbeden wordt door de mensen uit alle windstreken; mijn respectbetuiging aan U als de toetssteen der kwaliteit voor iedere zoeker naar de waarheid, ik verbuig me voor U, de grote persoonlijkheid en godheid der brahmanen; aan die Koning der Koningen mijn eerbetoon. (4) Laat mij Hem aanbidden, die transcendentale zuivere, allerhoogste waarheid, die wordt ervaren als het ene lichaam van spiritueel vermogen waarmee de invloed van de geaardheden der natuur teniet wordt gedaan; Hij niet zichtbaar anders dan bij bovenzinnelijkheid, in Zijn natuur onverstoord en voorbij naam en vorm waarlijk vrij van ego, wordt middels een zuiver [natuurlijk, Krishna-]bewustzijn bereikt. (5) Geïncarneerd als een menselijk wezen was Hij voorzeker er niet enkel als de Almachtige om de demon Râvana te doden, maar was Hij er ook om de sterfelijken van deze materiële wereld te onderrichten; om welke andere reden dan het dienen van de tevredenheid van Hem als de geestelijke ziel in eigen persoon, zou er anders al de ellende zijn van Sîtâ's gescheiden zijn van Hem, de Beheerser? (6) Naar waarheid is Hij, de Opperziel en beste vriend der zelfgerealiseerden, nimmer gehecht aan wat dan ook in de drie werelden; Hij is de Allerhoogste Heer, Vâsudeva die in feite nimmer leed onder het gescheiden zijn van Zijn vrouw Sîtâ - noch geldt dat voor Lakshmana, die zeker ook van dat vermogen tot loslaten is. (7) Noch is men door geboorte van het Grootste, noch is men dat door zijn kapitaal, noch is men dat door welsprekendheid, noch door eigen slimmigheid, noch is men dat door zijn lichaamsbouw; alhoewel we helaas maar bosbewoners zijn, aanvaarde Lakshmana's oudere broer ons in vriendschap en werd de oorzaak van het plezier in Hem middels al die andere methoden afgewezen. (8) Derhalve, verlicht of niet, beest of menselijk wezen, een ieder die van de ziel is behoort Râma te aanbidden, de allerbeste die zo makkelijk te behagen is, de Heer die als een menselijk wezen verscheen en zodoende de bewoners van Kosala [Ayodhyâ], noordelijk India, terug naar God leidde.'
(9) Ook in het land Bhârata kent men de Allerhoogste Heer tot aan het einde van het millennium als Nara-Nârâyana; Hij, wiens heerlijkheden ondoorgrondelijk zijn, bewijst Zijn grondeloze genade aan de kandidaten van de zelfverwerkelijking die de verzaking beoefenen die zo bevorderlijk is voor de religie, de kennis der spiritualiteit, de onthechting, het meesterschap van de yoga, de controle over de zinnen en de vrijheid van vals ego. (10) De praktijk van de analytische yoga over hoe men zich God behoort te realiseren, zoals geformuleerd door de Heer [Kapila, zie 3.28 & 29], werd Sâvarni Manu onderwezen door de meest machtige Nârada, die tezamen met de in Bhârata [India] levende navolgers van het systeem van statusoriëntaties [het varnâs'rama systeem, zie B.G. 4: 13], met grote liefde in vervoering de Heer dient terwijl hij uitroept: (11) 'Mijn respectvolle eerbetuigingen voor U o Heer, meester der zinnen en verpersoonlijking van de vrijheid van gehechtheid, alle eerbewijs aan U die het enige bent wat een man van armoede bezit. U, Nara-Nârâyana, bent de meest verhevene van alle wijzen, de allerhoogste geestelijk leraar van al de paramahamsa's [de zwaan-gelijke gerealiseerde meesters] en de oorspronkelijke onder de zelfverwerkelijkten; keer op keer betoon ik U aldus de eer.' (12) En hij zingt daarbij: 'U bent degene van overzicht werkzaam in deze kosmische schepping; de Ene die er niet aan is gehecht de meester te zijn, noch hebt U, alhoewel U als een menselijk wezen ten tonele verschijnt, te lijden onder honger, dorst en vermoeidheid; noch raakt de visie van U, die alles en allen overziet, ooit onzuiver door de kwaliteiten der materie; jegens U als de onthechte en zuivere getuige die boven alle emotie staat, mijn betoon van respect. (13) O Heer van de Yoga, van dit, wat zo trefzeker werd uitgesproken door de almachtige Heer Brahmâ over hoe volmaakt te volgen naar de beginselen van de yoga, weten we dat iemand die de identificatie met het lichaam heeft opgegeven, ten tijde van zijn dood, met een houding van toewijding, zijn geest moet richten op U als de transcendentie. (14) Een persoon gedreven door verlangen denkt in angst over zijn kinderen, echtgenote en weelde; maar iedere persoon die bekend is met het triviale van zijn aan de tijd gebonden lichaam, beschouwt, vanwege het feit dat het lichaam verloren gaat, dergelijke ondernemingen slechts als tijdverspilling. (15) Derhalve, o meester van ons, o Bovenzinnelijkheid over de zintuigen, bidt ik dat wij, met het illusoire van U, zeer spoedig dit gefixeerde idee van 'ik' en 'mijn' mogen opgeven, dat in verband met de banaliteit van ons materiële voertuig zo moeilijk te overwinnen is; alstUblieft vergun ons de yogawetenschap in relatie tot U, zodat we onze natuur vinden.'
(16) Ook zijn er in dit land Bhârata vele rivieren en bergen als de Malaya, Mangala-prastha, Mainâka, Trikûtha, Rishabha, Kûthaka, Kollaka, Sahya, Devagiri, Rishyamûka, S'rî-s'aila, Venkatha, Mahendra, Vâridhâra, Vindhya, S'uktimân, Rikshagiri, Pâriyâtra, Drona, Citrakûtha, Govardhana, Raivataka, Kakubha, Nîla, Gokâmukha, Indrakîla en Kâmagiri, zowel als honderden en duizenden andere bergpieken; en de grote en kleine rivieren die hun ontstaan vinden op hun hellingen zijn niet te tellen. (17-18) Door al deze wateren van Bhârata vinden de bewoners zuivering van geest, door alleen al hun naam alsook door ze te beroeren. De grote rivieren zijn de Candravasâ , Tâmraparnî, Avathodâ, Kritamâlâ, Vaihâyasî, Kâverî, Venî, Payasvinî, S'arkarâvartâ, Tungabhadrâ, Krishnâvenyâ, Bhîmarathî, Godâvarî, Nirvindhyâ, Payoshnî, Tâpî, Revâ, Surasâ, Narmadâ, Carmanvatî, Sindhu [de huidige Indus], de twee hoofdrivieren de Andha en de Sona, de Mahânadî, Vedasmriti, Rishikulyâ, Trisâmâ, Kaus'ikî, Mandâkinî, Yamunâ, Sarasvatî, Drishadvatî, Gomatî, Sarayû, Rodhasvatî, Saptavatî, Sushomâ, S'atadrû, Candrabhâgâ, Marudvridhâ, Vitastâ, Asiknî en de Vis'vâ. (19) In deze landstreek leiden de mensen, die daar uit de goedheid, het rode [de hartstocht] en uit de duisternis zijn geboren in een klasse die overeenstemt met hun verworven karma, levens die goddelijk zijn, menselijk of hels; en zo ook zijn er, overeenkomstig wat men in het verleden deed, afgegrensd in de zin van kasten, naar het pad van de bevrijding vele doelen met iedere ziel mogelijk. (20) In relatie tot de Opperheer, die de ziel van gelijkheid in alle levende wezens is en de onafhankelijke, de Superziel Vâsudeva is van de vrijheid boven het denken en de spraak, kan in dezen een ieder, door middel van de verschillende wegen en doelen van de bhakti-yoga, breken met de oorzaak van het gebonden zijn in onwetendheid. Er wordt immers met deze wegen en doelen daadwerkelijk een nauwe betrekking gevonden tussen de persoon en de Allerhoogste Persoonlijkheid, buiten wie er in werkelijkheid geen andere oorzaak te vinden is.'
(21) Het volgende is wat voorzeker door al de halfgoden wordt gezegd: 'Men zegt dat het vanwege al de vrome daden die deze mensen volbrachten is dat de Heer zelve over hen verheugd is en dat ze de maatschappij van het land Bhârata-varsha verwierven. Het is die Heer Mukunda die in feite onze ambitie is; door Hem verwerven wij de dienstbaarheid. (22) Wat loont al die moeite van je bezighouden met rituelen, verzakingen, geloften en liefdadigheden volbracht, of een hemels koninkrijk; het is allemaal van nul en generlei belang als men zich daarbij, als gevolg van zinnelijke onmatigheid, niet de lotusvoeten van Heer Nârâyana herinnert. (23) Van grotere waarde dan het bereiken van een positie van een leven dat eindeloos duurt en vatbaar is voor herhaling [zoals van Brahmâ], is het geboren te zijn in het land Bhârata voor slechts honderd jaren, daar, in een dergelijk kort leven als een sterfelijk mens, het werk gedaan wordt door degenen die daadwerkelijk het leven zelf op zijn waarde weten te schatten; in volledige onthechting, verwerven zij, bevrijd van angst, de Heer Zijn verblijf. (24) Daar waar de zoete stroom van de gesprekken over Vaikunthha niet wordt aangetroffen, noch de toegewijden worden gevonden die, altijd bezig in Zijn dienst, bij Hem hun beschutting vinden, noch de uitvoering plaatsvindt van die offerplechtigheden voor de Heer die ware festiviteiten zijn, dan is, hoewel het een plaats kon zijn bewoond door hemellieden, dat zeker niet een plaats om regelmatig te bezoeken. (25) Als zij die hier een menselijke geboorte verwierven, en alsook zij onder de [elders] levenden die volledig zijn toegerust met alles van de kennis en het handelen, zich ondanks deze verworvenheden niet inzetten voor de positie van het eeuwige, treden dergelijke personen, net als vogels die waren weggetrokken, de gebondenheid weer tegemoet. (26) Met hun geloof zijn ze in de uitvoering van de rituelen verdeeld; met de offerandes gebracht aan de heersende godheid en met het reciteren van de mantra's volgens de geijkte methode, wordt de Ene God afzonderlijk met verschillende namen aangeroepen. Hij, volkomen in Zichzelf, aanvaardt dat allergelukkigst daar Hij de verlener van alle gunsten is in eigen persoon. (27) Hoewel Hij naar waarheid precies dat vergunt waarvoor de mens tot Hem bad, is Hij niet de verlener van gunsten waar men telkens weer opnieuw om vraagt; Hij schenkt persoonlijk, zelfs ongevraagd, aan hen die bezig zijn in Zijn dienst al het gewenste dat zonder ophouden ontspruit aan Zijn lotusvoeten. (28) Als er van ons hier enige verdienste rest van ons volmaakte offeren, grondige bestuderen en goede handelen, laat dat dan leiden tot een geboorte in het land van Bhârata dat ons inspireert de Heer in gedachten te houden heersend over die plaats waar, vanuit de toegewijden, alle geluk zich uitbreidt.'
(29-30) S'rî S'uka vervolgde: 'Wat betreft het continent dat bekend staat als Jambûdvîpa [het euraziatische continent, zie 5.1: 32], o Koning, is er ook, zoals sommige geleerden die op de hoogte zijn dat beweren, sprake van een onderverdeling in acht deelgebieden ['eilanden' in de zin van provincies] van het land welke zich vormde door het rondwroeten van de zoons van Mahârâja Sagara [het indiase deel ofwel Bhârata-varsha], die probeerden het verloren gegane offerpaard weer terug te vinden [zie 9.8] ]. Ze dragen de volgende namen: Svarnaprastha, Candras'ukla, Âvartana, Ramanaka, Mandara-harina, Pâñcajanya, Simhala en Lankâ. (31) Aldus heb ik u uitgelegd wat de verdelingen van het land Jambûdvîpa zijn, o beste van de nakomelingen van Bharata, zoals over hen aan mij uitleg werd verschaft.
Tweede editie, geladen 2 maart 2007 ![]()
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'In het land Kimpurusha is de Allerhoogste Heer, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid, de oudere broer van Lakshmana, Râmacandra, die Sîtâ zo tevreden stemt; hij die met het volk van Kimpurusha in de toewijding van aanbidding altijd bezig is met de dienst aan Zijn voeten is de verheven en grootste toegewijde Hanumân.S'rî S'uka zei: 'In het land Kimpurusha is de Allerhoogste Heer, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid, de oudere broer van Lakshmana, Râmacandra, die Sîtâ zo tevreden stemt; hij die met het volk van Kimpurusha in de toewijding van aanbidding altijd bezig is met de dienst aan Zijn voeten is de verheven en grootste toegewijde Hanumân. (Vedabase)
Samen met Ârshthishena [de leider van Kimpurusha] aandachtig luisterend naar het loflied op zijn meest goedgunstige Heer en meester zoals gezongen door een gezelschap van Gandharva's, bidt hij [Hanumân] zelf het volgende:
Samen met Ârshthishena [de leider van Kimpurusha] aandachtig luisterend naar het loflied op zijn meest goedgunstige Heer en meester zoals gezongen door een gezelschap van Gandharva's, bidt hij [Hanumân] zelf het volgende: (Vedabase)
'O mijn Heer, mijn eerbetuigingen aan U als de Lieve Heer waarvan men spreekt in de geschriften, al mijn respect voor U, behept met alle goede kwaliteiten die men aantreft bij de gevorderden, mijn trouw geldt U als de Ene die Zijn zinnen onder controle heeft en Hij die altijd herdacht en aanbeden wordt door de mensen uit alle windstreken; mijn respectbetuiging aan U als de toetssteen der kwaliteit voor iedere zoeker naar de waarheid, ik verbuig me voor U, de grote persoonlijkheid en godheid der brahmanen; aan die Koning der Koningen mijn eerbetoon.
'O mijn Heer, mijn eerbetuigingen aan U als de Lieve Heer waarvan men spreekt in de geschriften, al mijn respekt voor U, behept met alle goede kwaliteiten die men aantreft bij de gevorderden, mijn trouw geldt U als de Ene die Zijn zinnen onder controle heeft en Hij die altijd herdacht en aanbeden wordt door de mensen uit alle windstreken; mijn respektbetuiging aan U als de toetssteen der kwaliteit voor iedere zoeker naar de waarheid, ik verbuig me voor U, de grote persoonlijkheid en godheid der brahmanen; aan die Koning der Koningen mijn eerbetoon. (Vedabase)
Laat mij Hem aanbidden, die transcendentale zuivere, allerhoogste waarheid, die wordt ervaren als het ene lichaam van spiritueel vermogen waarmee de invloed van de geaardheden der natuur teniet wordt gedaan; Hij niet zichtbaar anders dan bij bovenzinnelijkheid, in Zijn natuur onverstoord en voorbij naam en vorm waarlijk vrij van ego, wordt middels een zuiver [natuurlijk, Krishna-]bewustzijn bereikt.
Laat mij Hem aanbidden, die transcendentale zuivere allerhoogste waarheid, die wordt ervaren als het ene lichaam van spiritueel vermogen waarmee de invloed van de geaardheden der natuur teniet wordt gedaan; niet zichtbaar anders dan bij bovenzinnelijkheid en in Zijn natuur onverstoord, kan Hij die voorbij naam en vorm waarlijk vrij van ego is, door een zuiver [natuurlijk, Krishna-] bewustzijn worden bereikt. (Vedabase)
Geïncarneerd als een menselijk wezen was Hij voorzeker er niet enkel als de Almachtige om de demon Râvana te doden, maar was Hij er ook om de sterfelijken van deze materiële wereld te onderrichten; om welke andere reden dan het dienen van de tevredenheid van Hem als de geestelijke ziel in eigen persoon, zou er anders al de ellende zijn van Sîtâ's gescheiden zijn van Hem, de Beheerser?
Geïncarneerd als een menselijk wezen was Hij voorzeker er niet enkel als de Almachtige om de demon Râvana te doden, maar was hij er ook voor het onderrichten van de sterfelijken van deze materiële wereld; om welke reden zou anders, naar het genoegen van Hem als de geestelijke ziel Zelve, er al de ellende zijn van Sîtâ, van het van Hem, de Beheerser, gescheiden zijn? (Vedabase)
Naar waarheid is Hij, de Opperziel en beste vriend der zelfgerealiseerden, nimmer gehecht aan wat dan ook in de drie werelden; Hij is de Allerhoogste Heer, Vâsudeva die in feite nimmer leed onder het gescheiden zijn van Zijn vrouw Sîtâ - noch geldt dat voor Lakshmana, die zeker ook van dat vermogen tot loslaten is.
Naar waarheid is Hij, de Opperziel en beste vriend der zelfgerealiseerden, nimmer gehecht aan wat dan ook in de drie werelden; Hij is de Allerhoogste Heer, Vâsudeva die in feite nimmer leed onder het gescheiden zijn van Zijn vrouw Sîtâ - noch geldt dat voor Lakshmana, die zeker ook van dat vermogen tot loslaten is. (Vedabase)
Noch is men door geboorte van het Grootste, noch is men dat door zijn kapitaal, noch is men dat door welsprekendheid, noch door eigen slimmigheid, noch is men dat door zijn lichaamsbouw; alhoewel we helaas maar bosbewoners zijn, aanvaarde Lakshmana's oudere broer ons in vriendschap en werd de oorzaak van het plezier in Hem middels al die andere methoden afgewezen.
Noch is men door geboorte van het Grootste, noch is men dat door zijn kapitaal, noch is men dat door welsprekendheid, noch door eigen slimmigheid, noch is men dat door zijn lichaamsbouw; alhoewel we helaas maar bosbewoners zijn, aanvaarde Lakshmana's oudere broer ons in vriendschap en werd de oorzaak van het plezier in Hem middels al die andere methoden afgewezen. (Vedabase)
Derhalve, verlicht of niet, beest of menselijk wezen, een ieder die van de ziel is behoort Râma te aanbidden, de allerbeste die zo makkelijk te behagen is, de Heer die als een menselijk wezen verscheen en zodoende de bewoners van Kosala [Ayodhyâ], noordelijk India, terug naar God leidde.'
Derhalve, verlicht of niet, beest of menselijk wezen, een ieder die van de ziel is behoort van aanbidding jegens Râma te zijn, de allerbeste die zo makkelijk te behagen is, de Heer die als een menselijk wezen verscheen en zodoende de bewoners van Kosala [Ayodhyâ], noordelijk India, terug naar God leidde.' (Vedabase)
Ook in het land Bhârata kent men de Allerhoogste Heer tot aan het einde van het millennium als Nara-Nârâyana; Hij, wiens heerlijkheden ondoorgrondelijk zijn, bewijst Zijn grondeloze genade aan de kandidaten van de zelfverwerkelijking die de verzaking beoefenen die zo bevorderlijk is voor de religie, de kennis der spiritualiteit, de onthechting, het meesterschap van de yoga, de controle over de zinnen en de vrijheid van vals ego.
Ook in het land Bhârata kent men de Allerhoogste Heer tot aan het einde van het millennium als Nara-Nârâyana; gedijend op de religie, de kennis der spiritualiteit, de onthechting, het meesterschap van de yoga, de kontrole over de zinnen en de vrijheid van vals ego, toont Hij, wiens heerlijkheden ondoorgrondelijk zijn, de kandidaten van de zelfverwerkelijking die de verzaking beoefenen, Zijn grondeloze genade. (Vedabase)
De praktijk van de analytische yoga over hoe men zich God behoort te realiseren, zoals geformuleerd door de Heer [Kapila, zie 3.28 & 29], werd Sâvarni Manu onderwezen door de meest machtige Nârada, die tezamen met de in Bhârata [India] levende navolgers van het systeem van statusoriëntaties [het varnâs'rama systeem, zie B.G. 4: 13], met grote liefde in vervoering de Heer dient terwijl hij uitroept:
De praktijk van de analytische yoga over hoe men zich God behoort te realiseren, zoals geformuleerd door de Heer [Kapila, zie 3-28 & 29], werd Sâvarni Muni onderwezen door de meest machtige Nârada, die tezamen met de in Bhârata [India] levende navolgers van het systeem van statusoriëntaties [het varnâs'rama systeem, zie B.G. 4:13], met grote liefde in vervoering de Heer dient terwijl hij uitroept: (Vedabase)
'Mijn respectvolle eerbetuigingen voor U o Heer, meester der zinnen en verpersoonlijking van de vrijheid van gehechtheid, alle eerbewijs aan U die het enige bent wat een man van armoede bezit. U, Nara-Nârâyana, bent de meest verhevene van alle wijzen, de allerhoogste geestelijk leraar van al de paramahamsa's [de zwaan-gelijke gerealiseerde meesters] en de oorspronkelijke onder de zelfverwerkelijkten; keer op keer betoon ik U aldus de eer.'
'Mijn respektvolle eerbetuigingen voor U o Heer, meester der zinnen en verpersoonlijking van de vrijheid van gehechtheid, alle eerbewijs aan U die het enigste bent wat een man van armoede bezit. U, Nara-Nârâyana, bent de meest verhevene van alle wijzen, de allerhoogste geestelijk leraar van al de paramahamsa's [de zwaan-gelijke gerealiseerde meesters] en de oorspronkelijke onder de zelfverwerkelijkten; keer op keer betoon ik U aldus de eer.' (Vedabase)
En hij zingt daarbij: 'U bent degene van overzicht werkzaam in deze kosmische schepping; de Ene die er niet aan is gehecht de meester te zijn, noch hebt U, alhoewel U als een menselijk wezen ten tonele verschijnt, te lijden onder honger, dorst en vermoeidheid; noch raakt de visie van U, die alles en allen overziet, ooit onzuiver door de kwaliteiten der materie; jegens U als de onthechte en zuivere getuige die boven alle emotie staat, mijn betoon van respect.
En hij zingt daarbij: 'U bent degene van overzicht werkzaam in deze kosmische schepping; de Ene die er niet aan is gehecht de meester te zijn, noch hebt U, alhoewel U als een menselijk wezen ten tonele verschijnt, te lijden onder honger, dorst en vermoeidheid; noch raakt de visie van U die alles en allen overziet ooit onzuiver door de kwaliteiten der materie; jegens U als de onthechte en zuivere getuige die boven alle emotie staat, mijn betoon van respekt. (Vedabase)
O Heer van de Yoga, van dit, wat zo trefzeker werd uitgesproken door de almachtige Heer Brahmâ over hoe volmaakt te volgen naar de beginselen van de yoga, weten we dat iemand die de identificatie met het lichaam heeft opgegeven, ten tijde van zijn dood, met een houding van toewijding, zijn geest moet richten op U als de transcendentie.
O Heer van de Yoga, van dit, wat zo trefzeker werd uitgesproken door de almachtige Heer Brahmâ over hoe volmaakt te volgen naar de beginselen van de yoga, weten we dat ten tijde van de dood, iemand die de identificatie met het lichaam heeft opgegeven, met een houding van toewijding, zijn geest moet richten op U als de transcendentie. (Vedabase)
Een persoon gedreven door verlangen denkt in angst over zijn kinderen, echtgenote en weelde; maar iedere persoon die bekend is met het triviale van zijn aan de tijd gebonden lichaam, beschouwt, vanwege het feit dat het lichaam verloren gaat, dergelijke ondernemingen slechts als tijdverspilling.
Een persoon gedreven door verlangen is bevreesd denkend over zijn kinderen, echtgenote en weelde; maar iedere persoon die bekend is met het triviale van zijn aan de tijd gebonden lichaam, beziet, omdat dat lichaam verloren gaat, dergelijke ondernemingen slechts als tijdverspilling. (Vedabase)
Derhalve, o meester van ons, o Bovenzinnelijkheid over de zintuigen, bidt ik dat wij, met het illusoire van U, zeer spoedig dit gefixeerde idee van 'ik' en 'mijn' mogen opgeven, dat in verband met de banaliteit van ons materiële voertuig zo moeilijk te overwinnen is; alstUblieft vergun ons de yogawetenschap in relatie tot U, zodat we onze natuur vinden.'
Derhalve, o meester van ons, o Bovenzinnelijkheid over de zintuigen, bidt ik dat wij, met het illusoire van U, zeer spoedig dit gefixeerde idee van Ik en Mijn mogen opgeven dat naar de banaliteit van ons materiële voertuig zo moeilijk te overwinnen is; alstublieft vergun ons de yogawetenschap jegens U zodat we onze natuur vinden.' (Vedabase)
Ook zijn er in dit land Bhârata vele rivieren en bergen als de Malaya, Mangala-prastha, Mainâka, Trikûtha, Rishabha, Kûthaka, Kollaka, Sahya, Devagiri, Rishyamûka, S'rî-s'aila, Venkatha, Mahendra, Vâridhâra, Vindhya, S'uktimân, Rikshagiri, Pâriyâtra, Drona, Citrakûtha, Govardhana, Raivataka, Kakubha, Nîla, Gokâmukha, Indrakîla en Kâmagiri, zowel als honderden en duizenden andere bergpieken; en de grote en kleine rivieren die hun ontstaan vinden op hun hellingen zijn niet te tellen.
Ook zijn er in dit land Bhârata vele rivieren en bergen als de Malaya, Mangala-prastha, Mainâka, Trikûtha, Rishabha, Kûthaka, Kollaka, Sahya, Devagiri, Rishyamûka, S'rî-s'aila, Venkatha, Mahendra, Vâridhâra, Vindhya, S'uktimân, Rikshagiri, Pâriyâtra, Drona, Citrakûtha, Govardhana, Raivataka, Kakubha, Nîla, Gokâmukha, Indrakîla en Kâmagiri, zowel als honderden en duizenden andere bergpieken; en de grote en kleine rivieren die hun ontstaan vinden op hun hellingen zijn niet te tellen. (Vedabase)
Door al deze wateren van Bhârata vinden de bewoners zuivering van geest, door alleen al hun naam alsook door ze te beroeren. De grote rivieren zijn de Candravasâ , Tâmraparnî, Avathodâ, Kritamâlâ, Vaihâyasî, Kâverî, Venî, Payasvinî, S'arkarâvartâ, Tungabhadrâ, Krishnâvenyâ, Bhîmarathî, Godâvarî, Nirvindhyâ, Payoshnî, Tâpî, Revâ, Surasâ, Narmadâ, Carmanvatî, Sindhu [de huidige Indus], de twee hoofdrivieren de Andha en de Sona, de Mahânadî, Vedasmriti, Rishikulyâ, Trisâmâ, Kaus'ikî, Mandâkinî, Yamunâ, Sarasvatî, Drishadvatî, Gomatî, Sarayû, Rodhasvatî, Saptavatî, Sushomâ, S'atadrû, Candrabhâgâ, Marudvridhâ, Vitastâ, Asiknî en de Vis'vâ.
Door al deze wateren van Bhârata vinden de bewoners zuivering van geest, door alleen al hun naam als ook door ze te beroeren. De grote rivieren zijn de Candravasa, Tâmraparnî, Avathodâ, Kritamâlâ, Vaihâyasî, Kâverî, Venî, Payasvini, S'arkarâvartâ, TungaBhadra, Krishnâvenyâ, Bhîmarathî, Godâvarî, Nirvindhyâ, Payoshnî, Tâpî, Revâ, Surasâ, Narmadâ, Carmanvatî, Sindhu [de huidige Indus], de twee hoofdrivieren de Andha en de Sona, de Mahânadî, Vedasmriti, Rishikulyâ, Trisâmâ, Kaus'ikî, Mandâkinî, Yamunâ, Sarasvatî, Drishadvatî, Gomatî, Sarayû, Rodhasvatî, Saptavatî, Sushomâ, S'atadrû, Candrabhâgâ, Marudvridhâ, Vitastâ, Asiknî en de Vis'vâ. (Vedabase)
In deze landstreek leiden de mensen, die daar uit de goedheid, het rode [de hartstocht] en uit de duisternis zijn geboren in een klasse die overeenstemt met hun verworven karma, levens die goddelijk zijn, menselijk of hels; en zo ook zijn er, overeenkomstig wat men in het verleden deed, afgegrensd in de zin van kasten, naar het pad van de bevrijding vele doelen met iedere ziel mogelijk.
In deze landstreek leiden de mensen, die daar uit de goedheid, het rode [de hartstocht] en uit de duisternis zijn geboren in een klasse in overeenstemming met hun verworven karma, levens die goddelijk zijn, menselijk of hels; en zo ook, overeenkomstig wat men in het verleden deed, zijn er, afgegrensd in de zin van kasten, naar het pad van de bevrijding vele doelen met iedere ziel mogelijk. (Vedabase)
In relatie tot de Opperheer, die de ziel van gelijkheid in alle levende wezens is en de onafhankelijke, de Superziel Vâsudeva is van de vrijheid boven het denken en de spraak, kan in dezen een ieder, door middel van de verschillende wegen en doelen van de bhakti-yoga, breken met de oorzaak van het gebonden zijn in onwetendheid. Er wordt immers met deze wegen en doelen daadwerkelijk een nauwe betrekking gevonden tussen de persoon en de Allerhoogste Persoonlijkheid, buiten wie er in werkelijkheid geen andere oorzaak te vinden is.'
Voor een ieder die - jegens de Opperheer, die de ziel van gelijkheid in alle levende wezens is en de onafhankelijke, de Superziel Vâsudeva is van de vrijheid boven het denken en de spraak - in dezen breekt met de oorzaak van gebondenheid in onwetendheid door middel van de verschillende wegen en doelen van de bhakti-yoga waarin er daadwerkelijk een nauwe betrekking bestaat tussen de persoon en de Allerhoogste Persoonlijkheid, is er geen andere oorzaak dan Hij te vinden.' (Vedabase)
Het volgende is wat voorzeker door al de halfgoden wordt gezegd: 'Men zegt dat het vanwege al de vrome daden die deze mensen volbrachten is dat de Heer zelve over hen verheugd is en dat ze de maatschappij van het land Bhârata-varsha verwierven. Het is die Heer Mukunda die in feite onze ambitie is; door Hem verwerven wij de dienstbaarheid.
Het volgende is wat voorzeker al de halfgoden opzeggen: 'Men zegt dat het vanwege al de zedige daden die deze mensen volbrachten is dat de Heer zelve over hen verheugd is en dat ze de maatschappij van het land Bhârata-varsha verwierven; het is die Heer Mukunda, door wie wij de dienstbaarheid verwerven, die in feite onze ambitie is. (Vedabase)
Wat loont al die moeite van je bezighouden met rituelen, verzakingen, geloften en liefdadigheden volbracht, of een hemels koninkrijk; het is allemaal van nul en generlei belang als men zich daarbij, als gevolg van zinnelijke onmatigheid, niet de lotusvoeten van Heer Nârâyana herinnert.
Wat loont al die moeite van je bezighouden met rituelen, verzakingen, geloften en liefdadigheden volbracht, of een hemels koninkrijk; het is allemaal onbelangrijk als men zich daarbij, als gevolg van zinnelijke onmatigheid, niet de lotusvoeten van Heer Nârâyana herinnert. (Vedabase)
Van grotere waarde dan het bereiken van een positie van een leven dat eindeloos duurt en vatbaar is voor herhaling [zoals van Brahmâ], is het geboren te zijn in het land Bhârata voor slechts honderd jaren, daar, in een dergelijk kort leven als een sterfelijk mens, het werk gedaan wordt door degenen die daadwerkelijk het leven zelf op zijn waarde weten te schatten; in volledige onthechting, verwerven zij, bevrijd van angst, de Heer Zijn verblijf.
Van grotere waarde dan het bereiken van een positie van een eeuwig leven is het geboren te zijn in het land Bhârata, voor slechts honderd jaren van leven onderhevig aan herhaling, daar in een dergelijk kort leven als een sterfelijk mens het werk gedaan wordt door diegenen die daadwerkelijk het leven zelf op zijn waarde weten te schatten; in volledige onthechting, verwerven zij, bevrijd van angst, de Heer Zijn verblijf. (Vedabase)
Daar waar de zoete stroom van de gesprekken over Vaikunthha niet wordt aangetroffen, noch de toegewijden worden gevonden die, altijd bezig in Zijn dienst, bij Hem hun beschutting vinden, noch de uitvoering plaatsvindt van die offerplechtigheden voor de Heer die ware festiviteiten zijn, dan is, hoewel het een plaats kon zijn bewoond door hemellieden, dat zeker niet een plaats om regelmatig te bezoeken.
Daar waar de zoete stroom van de gesprekken over Vaikunthha niet wordt aangetroffen, noch de toegewijden worden gevonden die altijd bezig zijn in Zijn dienst bij Hem hun beschutting vindend, noch de uitvoering plaats vindt van die offerplechtigheden voor de Heer die ware festiviteiten zijn, dan is, hoewel het een plaats kon zijn bewoond door hemellieden, dat zeker niet een plaats om regelmatig te bezoeken. (Vedabase)
Als zij die hier een menselijke geboorte verwierven, en alsook zij onder de [elders] levenden die volledig zijn toegerust met alles van de kennis en het handelen, zich ondanks deze verworvenheden niet inzetten voor de positie van het eeuwige, treden dergelijke personen, net als vogels die waren weggetrokken, de gebondenheid weer tegemoet.
Zij die hier een menselijke geboorte verkregen en ook zij onder de levenden [van elders] die volledig zijn toegerust met alles van de kennis en het handelen; zij die desondanks zich niet inzetten voor de positie van het eeuwige - dergelijke personen, gaan, net als vogels weggevlogen, de gebondenheid weer tegemoet. (Vedabase)
Met hun geloof zijn ze in de uitvoering van de rituelen verdeeld; met de offerandes gebracht aan de heersende godheid en met het reciteren van de mantra's volgens de geijkte methode, wordt de Ene God afzonderlijk met verschillende namen aangeroepen. Hij, volkomen in Zichzelf, aanvaardt dat allergelukkigst daar Hij de verlener van alle gunsten is in eigen persoon.
Met hun geloof zijn ze in de uitvoering van de rituelen verdeeld; met de offerandes gebracht aan de heersende godheid en met het reciteren van de mantra's volgens de geijkte methode, wordt de Ene God afzonderlijk met verschillende namen aangeroepen. Hij, volkomen in Zichzelf, aanvaardt dat allergelukkigst daar Hij de verlener van alle gunsten is in eigen persoon. (Vedabase)
Hoewel Hij naar waarheid precies dat vergunt waarvoor de mens tot Hem bad, is Hij niet de verlener van gunsten waar men telkens weer opnieuw om vraagt; Hij schenkt persoonlijk, zelfs ongevraagd, aan hen die bezig zijn in Zijn dienst al het gewenste dat zonder ophouden ontspruit aan Zijn lotusvoeten.
Naar waarheid vergunt Hij precies dat waarvoor door de mens werd gebeden, maar dat is voorwaar niet zo voor Hem als verlener van alle gunsten die telkens weer opnieuw worden gevraagd; Hij persoonlijk, zelfs ongevraagd, schenkt aan hen die bezig zijn in Zijn dienst alles wat men maar kan verlangen en zonder ophouden ontspruit aan Zijn lotusvoeten. (Vedabase)
Als er van ons hier enige verdienste rest van ons volmaakte offeren, grondige bestuderen en goede handelen, laat dat dan leiden tot een geboorte in het land van Bhârata dat ons inspireert de Heer in gedachten te houden heersend over die plaats waar, vanuit de toegewijden, alle geluk zich uitbreidt.'
Als er van ons hier enige verdienste rest van ons volmaakt offeren, grondige studeren en goed handelen, laat dat dan leiden tot een geboorte in het land Bhârata dat ons inspireert de Heer in gedachten te houden van die plaats waar, vanuit de toegewijden, alle geluk zich uitbreidt.' (Vedabase)
S'rî S'uka vervolgde: 'Wat betreft het continent dat bekend staat als Jambûdvîpa [het euraziatische continent, zie 5.1: 32], o Koning, is er ook, zoals sommige geleerden die op de hoogte zijn dat beweren, sprake van een onderverdeling in acht deelgebieden ['eilanden' in de zin van provincies] van het land welke zich vormde door het rondwroeten van de zoons van Mahârâja Sagara [het indiase deel ofwel Bhârata-varsha], die probeerden het verloren gegane offerpaard weer terug te vinden [zie 9.8]. Ze dragen de volgende namen: Svarnaprastha, Candras'ukla, Âvartana, Ramanaka, Mandara-harina, Pâñcajanya, Simhala en Lankâ.
S'rî S'uka vervolgde: 'Wat betreft het continent dat bekend staat als Jambûdvîpa [het euraziatische continent, zie 5-1:32], o Koning, is er ook, zoals sommige geleerden die op de hoogte zijn dat beweren, sprake van een onderverdeling in acht deelgebieden ['eilanden' in de zin van provincies] van het land welke zich vormde door het rondwroeten van de zoons van Mahârâja Sagara [het indiase deel ofwel Bhârata-varsha], die probeerden het verloren gegane offerpaard weer terug te vinden [zie 9-8]. Ze dragen de volgende namen: Svarnaprastha, Candras'ukla, Âvartana, Ramanaka, Mandara-harina, Pâñcajanya, Simhala en Lankâ. (Vedabase)
Aldus heb ik u uitgelegd wat de verdelingen van het land Jambûdvîpa zijn, o beste van de nakomelingen van Bharata, zoals over hen aan mij uitleg werd verschaft.
Zoals over hen aan mij uitleg werd verschaft, heb ik aldus u uitgelegd, wat de verdelingen van het land Jambûdvîpa zijn, o beste van Bhârata. (Vedabase)
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd