
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
Draupadî
Meets the Queens of Krishna
Text
1:
S'rî
S'uka zei: 'De Allerhoogste Heer, de geestelijk leraar en het
doel van de gopî's, op deze manier Zijn genade tonend,
deed toen bij Yudhishthhira navraag over het welbevinden van
allen [van Zijn familie] en Zijn
weldoeners.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Thus Lord Krishna, the spiritual
master of the gopîs and the very purpose of their
life, showed them His mercy. He then met with Yudhishthhira
and all His other relatives and inquired from them about
their welfare.
Text
2:
Zij, die door
het zien van Zijn voeten hun zonden vernietigd zagen, aldus
ondervraagd door de Heer van de Wereld voelden zich zeer
vereerd en gaven blij ten antwoord:
Feeling
greatly honored, King Yudhishthhira and the others, freed of
all sinful reactions by seeing the feet of the Lord of the
universe, gladly answered His inquiries.
Text
3:
'Van welke kant
zou er ongeluk te vrezen zijn voor hen die van Uw lotusvoeten
ooit de bedwelmende nectar dronken uitgegoten door de geesten
en monden van de grote zielen, voor hen die met de drinkbekers
van hun oren zich vol dronken, o Meester, vernietiger der
vergeetachtigheid over de Doener van de materieel
belichaamden.
[Lord
Krishna's relatives said:] O master, how can misfortune
arise for those who have even once freely drunk the nectar
coming from Your lotus feet? This intoxicating liquor pours
into the drinking cups of their ears, having flowed from the
minds of great devotees through their mouths. It destroys
the embodied souls' forgetfulness of the creator of their
bodily existence.
Text
4:
Waarlijk worden
bij het licht van Uw persoonlijke gedaante de drie
materiële toestanden [of vormen van ellende,
voortkomend uit iemand zelf, uit anderen en uit de natuur]
zoals geschapen door het materiële bewustzijn uitgebannen,
en zijn we, volledig verzonken, van spiritueel geluk, ons
voorover gebogen hebbend voor U, het doel van de vervolmaakte
heilige [de paramahamsa], die ter bescherming van de
onbegrensde en altijd nieuwe vedische kennis bedreigd door de
tijd, bij de macht van Uw illusie deze gedaante heeft
aangenomen.'
The
radiance of Your personal form dispels the threefold effects
of material consciousness, and by Your grace we become
immersed in total happiness. Your knowledge is indivisible
and unrestricted. By Your Yogamâyâ potency You
have assumed this human form for protecting the Vedas, which
had been threatened by time. We bow down to You, the final
destination of perfect saints.
Text
5:
De grote wijze
zei: 'Met het door Zijn mensen aldus verheerlijken van het
kroonjuweel van alle persoonlijkheden geprezen in de
geschriften, kwamen de vrouwen van de Andhaka- en Kauravaclans
bij elkaar om onder elkaar de onderwerpen van Govinda te
bespreken bezongen in de drie werelden; alstublieft luister
naar de beschrijving die ik van hen geef.
The
great sage S'ukadeva Gosvâmî said: As
Yudhishthhira and the others were thus praising Lord
Krishna, the crest jewel of all sublimely glorified
personalities, the women of the Andhaka and Kaurava clans
met with one another and began discussing topics about
Govinda that are sung throughout the three worlds. Please
listen as I relate these to you.
Text
6-7
S'rî
Draupadî zei: 'O Vaidarbhî [Rukminî],
Bhadrâ, Jâmbavatî en Kaus'alâ
[Nâgnajitî]; o Satyabhâmâ,
Kâlindî, S'aibyâ [Mitravindâ],
Rohinî [zie 10.61*]
en Lakshmanâ [Mâdrâ] en de andere
vrouwen van Krishna, alsjeblieft vertel ons dit: hoe gebeurde
het dat Acyuta, de Allerhoogste Heer Zelve, vanuit Zijn eigen
mystieke macht de manier van de wereld volgend, met jullie
getrouwd raakte?'
S'rî
Draupadî said: O Vaidarbhî, Bhadrâ and
Jâmbavatî, O Kaus'alâ,
Satyabhâmâ and Kâlindî, O
S'aibyâ, Rohinî, Lakshmanâ and other wives
of Lord Krishna, please tell me how the Supreme Lord Acyuta,
imitating the ways of this world by His mystic power, came
to marry each of you.
Text
8
S'rî
Rukminî zei: 'Als een leeuw die zijn deel opeist van een
kudde geiten of schapen, nam Hij die het stof van Zijn voeten
plaatst op de hoofden van onoverwinnelijke strijders, me mee
toen de koningen met hun bogen klaar stonden om me aan
S'is'upâla aan te bieden; moge de voeten van Hem, de
verblijfplaats van S'rî, mijn voorwerp van aanbidding
zijn [zie 10.52-54].'
S'rî
Rukminî said: When all the kings held their bows at
the ready to assure that I would be presented to
S'is'upâla, He who puts the dust of His feet on the
heads of invincible warriors took me from their midst, as a
lion forcibly takes his prey from the midst of goats and
sheep. May I always be allowed to worship those feet of Lord
Krishna, the abode of Goddess S'rî.
Text
9
S'rî
Satyabhâmâ zei: 'Naar mijn vader wiens hart treurde
over de dood van zijn broer, bracht Hij, beschuldigd zijnde, om
Zijn naam te zuiveren, het juweel terug na de koning van de
beren [Jâmbavân] verslagen te hebben;
hierover bevreesd bood mijn vader mij aan de Heer aan hoewel er
reeds aanspraak op mij gemaakt was [zie
10.56
].
S'rî
Satyabhâmâ said: My father, his heart tormented
by his brothers death, accused Krishna of killing him. To
remove the stain on His reputation, the Lord defeated the
king of the bears and took back the Syamantaka jewel, which
He then returned to my father. Fearing the consequences of
his offense, my father offered me to the Lord, even though I
had already been promised to others.
Text
10
S'rî
Jâmbavatî zei: 'Hij die dit lichaam op de wereld
zette zich niet bewust van Hem, de Echtgenoot van
Sîtâ, als zijnde zijn meester en aanbiddelijke
godheid, vocht zevenentwintig dagen lang met Hem. Weer bij
zinnen gekomen Hem herkennend, presenteerde hij, Zijn voeten
beetgrijpend, me aan Hem samen met het juweel; ik ben Zijn
dienstmaagd [zie ook 10.56].
S'rî
Jâmbavatî said: Unaware that Lord Krishna was
none other than his own master and worshipable Deity, the
husband of Goddess Sîtâ, my father fought with
Him for twenty-seven days. When my father finally came to
his senses and recognized the Lord, he took hold of His feet
and presented Him with both me and the Syamantaka jewel as
tokens of his reverence. I am simply the Lord's
maidservant.
Text
11
S'rî
Kâlindî zei: 'Wetende dat ik met het verlangen Zijn
voeten aan te raken boetedoeningen aan het volbrengen was, kwam
Hij samen met Zijn vriend [Arjuna] en nam Hij mijn
hand; ik ben degene die Zijn verblijf schoonmaakt
[10.58:
12-23].
S'rî
Kâlindî said: The Lord knew I was performing
severe austerities and penances with the hope of one day
touching His lotus feet. So He came to me in the company of
His friend and took my hand in marriage. Now I am engaged as
a sweeper in His palace.
Text
12
S'rî
Mitravindâ zei: 'Tijdens mijn svayamvara naar voren
tredend kaapte Hij me weg op de manier zoals de vijand der
olifanten [een leeuw] zijn deel opeist bij een troep
honden; na de koningen en mijn broers die Hem beledigden te
hebben verslagen, nam Hij me mee naar Zijn hoofdstad waar
S'rî zich ophoudt; moge daar voor mij, leven na leven, de
dienst zijn van het wassen van Zijn voeten
[10.58:
31].
S'rî
Mitravindâ said: At my svayam-vara ceremony He came
forward, defeated all the kings present - including my
brothers, who dared insult Him - and took me away just as a
lion removes his prey from amidst a pack of dogs. Thus Lord
Krishna, the shelter of the goddess of fortune, brought me
to His capital city. May I be allowed to serve Him by
washing His feet, life after life.
Text
13-14
S'rî
Satyâ zei: 'Zeven grote stieren allersterkst en vitaal
met scherpe hoorns, door mijn vader geregeld om het kunnen op
de proef te stellen van de koningen,vernietigden de trots van
de helden; maar ze werden snel onderworpen en vastgebonden door
Hem, met het gemak van kinderen die met jonge geitjes spelen.
Op deze wijze voor mij betalend met Zijn heldenmoed nam Hij me,
beschermd door dienstmaagden, met Zich mee, met een leger van
vier divisies onderweg de koningen verslaand; moge er mijn
dienstbaarheid aan Hem zijn [10.58:
32-55].
S'rî
Satyâ said: My father arranged for seven extremely
powerful and vigorous bulls with deadly sharp horns to test
the prowess of the kings who desired my hand in marriage.
Although these bulls destroyed the false pride of many
heroes, Lord Krishna subdued them effortlessly, tying them
up in the same way that children playfully tie up a goat's
kids. He thus purchased me with His valor. Then He took me
away with my maidservants and a full army of four divisions,
defeating all the kings who opposed Him along the road. May
I be granted the privilege of serving that Lord.
Text
15-16
S'rî
Bhadrâ zei: 'Met mij verliefd op Hem, o Krishnâ
[Draupadî], gaf mijn vader, op eigen gelegenheid
mijn neef van moederszijde Krishna uitnodigend, mij aan Hem
tezamen met vrouwelijke metgezellen en een wacht van een
akshauhini aan troepen; laat er voor mij, leven na leven
ronddolend door mijn karma, er die beterschap zijn van mezelf
in het aanraken van Zijn voeten [10.58:
56].
S'rî
Bhadrâ said: My dear Draupadî, of his own free
will my father invited his nephew Krishna, to whom I had
already dedicated my heart, and offered me to Him as His
bride. My father presented me to the Lord with an akshauhini
military guard and a retinue of my female companions. My
ultimate perfection is this: to always be allowed to touch
Lord Krishna's lotus feet as I wander from life to life,
bound by my karma.
Text
17
S'rî
Lakshmanâ zei: 'O Koningin, telkens weer Nârada
horend die Acyuta's geboorten en handelingen verheerlijkte,
raakte mijn hart gefixeerd op Mukunda, Hij die na rijp beraad
in afwijzing van de heersers van de wereld, inderdaad werd
uitgekozen door zij [de godin S'rî] met de lotus
in haar hand.
S'rî
Lakshmanâ said: O Queen, I repeatedly heard
Nârada Muni glorify the appearances and activities of
Acyuta, and thus my heart also became attached to that Lord,
Mukunda. Indeed, even Goddess Padmahastâ chose Him as
her husband after careful consideration, rejecting the great
demigods who rule various planets.
Text
18
Mijn vader
bekend als Brihatsena, o geheiligde dame, voorzag, op de hoogte
zijnde van mijn geestesgesteldheid, uit genegenheid voor zijn
dochter erin hieraan te beantwoorden.
My
father, Brihatsena, was by nature compassionate to his
daughter, and knowing how I felt, O saintly lady, he
arranged to fulfill my desire.
Text
19
Net als in jouw
svayamvara, o Koningin, werd er een vis gebruikt
[opgehangen als doelwit] die voor Arjuna om te winnen,
echter aan het gezicht onttrokken, alleen maar als een
weerspiegeling in het water kon worden gezien [in een vat
eronder].
Just
as a fish was used as a target in your svayam-vara ceremony,
O Queen, to assure that you would obtain Arjuna as your
husband, so a fish was also used in my ceremony. In my case,
however, it was concealed on all sides, and only its
reflection could be seen in a pot of water below.
Text
20
Hierover
vernemend kwamen van heinde en verre al de koningen bedreven in
de boogschietkunst en het hanteren van andere wapens naar mijn
vaders stad tezamen met hun duizenden
leermeesters.
Hearing
of this, thousands of kings expert in shooting arrows and in
wielding other weapons converged from all directions on my
father's city, accompanied by their military
teachers.
Text
21
Mijn vader
eerde ten volle hen allen, ieder overeenkomstig zijn kracht en
leeftijd, waarna zij die hun zinnen op mij gezet hadden, in de
bijeenkomst hun boog en pijlen ter hand namen om een schot te
wagen.
My
father properly honored each king according to his strength
and seniority. Then those whose minds were fixed on me took
up the bow and arrow and one by one tried to pierce the
target in the midst of the assembly.
Text
22
Sommigen van
hen waren na het heffen [van de boog] niet in staat die
te spannen en sommigen die de boogpees gespannen hadden vielen
na er door te zijn geraakt.
Some
of them picked up the bow but could not string it, and so
they threw it aside in frustration. Some managed to pull the
bowstring toward the tip of the bow, only to have the bow
spring back and knock them to the ground.
Text
23
Andere helden,
de koningen van Magadha [Jarâsandha], Cedi
[S'is'upâla] en Ambashthha als ook Bhîma,
Duryodhana en Karna, slaagden erin hem te spannen maar konden
het [doelwit] niet ontdekken.
A
few heroes - namely Jarâsandha, S'is'upâla,
Bhîma, Duryodhana, Karna and the King of Ambashthha -
succeeded in stringing the bow, but none of them could find
the target.
Text
24
Erin slagend
het te herkennen, waagde Arjuna, zorgvuldig mikkend terwijl hij
in de weerspiegeling in het water naar de vis keek, een schot,
maar de pijl geen doel treffend, schampte het
enkel.
Then
Arjuna looked at the reflection of the fish in the water and
determined its position. When he carefully shot his arrow at
it, however, he did not pierce the target but merely grazed
it.
Text
25-26
Toen de trotse
koningen in hun trots verslagen het opgegeven hadden, wist de
Opperheer, speels de boog ter hand nemend, hem spannend en een
pijl aanleggend, met een enkele blik in het water terwijl de
zon in Abhijit stond [in 'victorie', of midhemel], de
vis met zijn schacht te doorboren.
After
all the arrogant kings had given up, their pride broken, the
Supreme Personality of Godhead picked up the bow, easily
strung it and then fixed His arrow upon it. As the sun stood
in the constellation Abhijit, He looked at the fish in the
water only once and then pierced it with the arrow, knocking
it to the ground.
Text
27
Pauken
weerklonken in de hemel samen met het geluid van 'Jaya' van de
goddelijken op aarde die door vreugde overweldigd bloemen in
stromen deden neerregenen.
Kettledrums
resounded in the sky, and on the earth people shouted "Jaya!
Jaya!" Overjoyed, demigods showered flowers.
Text
28
Vervolgens deed
ik, met een verlegen glimlach op mijn gezicht en bloemen
gevlochten in mijn haar, mijn intrede in het offerperk met
zachtjes klinkelende belletjes aan mijn voeten, een gouden
halsketting om met schitterende edelstenen en een stel fijn
zijden, nieuwe kleren aan, bijeengehouden door een
ceintuur.
Just
then I walked onto the ceremonial ground, the ankle bells on
my feet gently tinkling. I was wearing new garments of the
finest silk, tied with a belt, and I carried a brilliant
necklace fashioned of gold and jewels. There was a shy smile
on my face and a wreath of flowers in my hair.
Text
29
Mijn gezicht
opheffend met zijn vele haarlokken en de wangen in de gloed van
de oorhangers, keek ik overal om me heen naar de koningen met
een koele glimlach zijdelings blikken werpend en plaatste ik
langzaam aan mijn halsketting om de hals van Murâri die
mijn hart had gestolen.
I
lifted my face, which was encircled by my abundant locks and
effulgent from the glow of my earrings reflected from my
cheeks. Smiling coolly, I glanced about. Then, looking
around at all the kings, I slowly placed the necklace on the
shoulder of Murâri, who had captured my heart.
Text
30
Op dat moment
weerklonken schelphoorns, mridanga's, trommeltjes, pauken en
oorlogstrommen en dergelijke, en zongen de zangers terwijl de
mannelijke en vrouwelijke dansers dansten.
Just
then there were loud sounds of conchshells and mridanga,
pathaha, bherî and ânaka drums, as well as other
instruments. Men and women began to dance, and singers began
to sing.
Text
31
Mijn aldus
uitverkiezen van de Allerhoogste Heer als mijn meester kon door
de koningen aan de leiding niet worden getolereerd, o
Draupadî; ze begonnen ruzie te zoeken van streek als ze
waren met een vloekend hart.
The
leading kings there could not tolerate my having chosen the
Supreme Personality of Godhead, O Draupadî. Burning
with lust, they became quarrelsome.
Text
32
Op dat punt
aangeland mij in de strijdwagen tillend met zijn vier
kostelijke paarden stond Hij, Zijn S'ârnga gereed makend
en Zijn kuras aantrekkend, op het slagveld klaar met Zijn vier
armen [vol gemanifesteerd].
The
Lord then placed me on His chariot, drawn by four most
excellent horses. Donning His armor and readying His bow
S'ârnga, He stood on the chariot, and there on the
battleground He manifested His four arms.
Text
33
Onder de
blikken van de koningen reed Dâruka de wagen afgewerkt
met goud voor, o Koningin, als was Hij de koning der dieren
tegenover een stel beesten.
Dâruka
drove the Lord's gold-trimmed chariot as the kings looked
on, O Queen, like small animals helplessly watching a
lion.
Text
34
Zij, de
koningen, als een stelletje dorpshonden met een leeuw, gingen
hem achterna, terwijl sommigen van hen om Hem onderweg tegen te
houden, met hun bogen geheven klaar
stonden.
The
kings pursued the Lord like village dogs chasing a lion.
Some kings, raising their bows, stationed themselves on the
road to stop Him as He passed by.
Text
35
Door de
stortvloed van pijlen afkomstig van S'ârnga vielen
sommigen van hen met hun armen, benen en nekken doorkliefd
neer, terwijl een paar andere het opgaven en er vandoor
gingen.
These
warriors were deluged by arrows shot from the Lord's bow,
S'ârnga. Some of the kings fell on the battlefield
with severed arms, legs and necks; the rest gave up the
fight and fled.
Text
36
Toen betrad de
Heer der Yadu's als de zon die zijn thuishaven bereikt
[ofwel de westelijke horizon] Dvârakâ, Zijn
stad bezongen in de hemel en op aarde, die uitvoerig versierd
was met prachtige erebogen en banieren aan vlaggenmasten die de
zon tegenhielden.
The
Lord of the Yadus then entered His capital city,
Kus'asthalî [Dvârakâ], which is
glorified in heaven and on earth. The city was elaborately
decorated with flagpoles carrying banners that blocked the
sun, and also with splendid archways. As Lord Krishna
entered, He appeared like the sun-god entering his
abode..
Text
37
Mijn vader
vereerde zijn vrienden, naaste verwanten en andere familieleden
met de meeste kostbare kleding en juwelen en met bedden, zetels
en ander meubilair.
My
father honored his friends, family and in-laws with
priceless clothing and jewelry and with royal beds, thrones
and other furnishings.
Text
38
Tezamen met
dienstmaagden van alle rijkdommen voorzien, voetsoldaten,
strijders op olifanten, in strijdwagens en strijders te paard,
gaf hij de Heer der Volledigheid [Pûrnasya] uit
toewijding de meest kostbare wapens mee.
With
devotion he presented the perfectly complete Lord with a
number of maidservants bedecked with precious ornaments.
Accompanying these maidservants were guards walking on foot
and others riding elephants, chariots and horses. He also
gave the Lord extremely valuable weapons.
Text
39
Door de
verzaking van het abrupt verbreken van onze materiële
associatie zijn we inderdaad allen deze dienstmaagden geworden
bij Hem in huis, Hij die van Binnen Geheel Voldaan
is.
Thus,
by renouncing all material association and practicing
austere penances, we queens have all become personal
maidservants of the self- satisfied Supreme Lord.
Text
40
De andere
koninginnen zeiden [bij monde van Rohinî]: 'Met
het in de strijd doden van de demon Bhauma samen met zijn
volgelingen kende Hij ons, die door hem gevangen waren gezet,
als de dochters van de koningen verslagen tijdens zijn
verovering van de aarde; ons vrijlatend, die zich constant Zijn
lotusvoeten herinneren als de bron van de bevrijding uit een
materieel bestaan is Hij, die In Alle Verlangens Bevredigd Is,
met ons getrouwd.
Rohinî-devi,
speaking for the other queens, said: After killing
Bhaumâsura and his followers, the Lord found us in the
demon's prison and could understand that we were the
daughters of the kings whom Bhauma had defeated during his
conquest of the earth. The Lord set us free, and because we
had been constantly meditating upon His lotus feet, the
source of liberation from material entanglement, He agreed
to marry us, though His every desire is already
fulfilled.
Text
41-42
O geheiligde
dame, we verlangen niet naar de heerschappij over de aarde, een
hemels koninkrijk, een onbeperkt genieten zelfs of mystieke
macht, de allerhoogste goddelijkheid, onsterfelijkheid of naar
de verblijfplaats van Hari, we verlangen ernaar op onze hoofden
het stof te dragen van de goddelijke voeten van Hem die de
Knots Hanteert, verrijkt door de geur van de kunkuma van de
boezem van S'rî [zie ook 10.47:
60 ,
**
en de s'ikshâshtaka
vers 4].
O
saintly lady, we do not desire dominion over the earth, the
sovereignty of the King of heaven, unlimited facility for
enjoyment, mystic power, the position of Lord Brahmâ,
immortality or even attainment of the kingdom of God. We
simply desire to carry on our heads the glorious dust of
Lord Krishna's feet, enriched by the fragrance of kunkuma
from His consort's bosom.
Text
43
Wij verlangen
hetzelfde als waar de Pulindavrouwen [de gopî's]
naar verlangen, als waar het gras, de planten, de grazende
koeien en de gopa's van Vraja naar verlangen: de aanraking van
de voeten van de Allerhoogste Ziel.'
We
desire the same contact with the Supreme Lord's feet that
the young women of Vraja, the cowherd boys and even the
aborigine Pulinda women desire - the touch of the dust He
leaves on the plants and grass as He tends His cows.
*
Zij die hier Rohinî heet is niet Rohini, de moeder van
Balarâma, maar de ene koningin die de 16000 koninginnen
vertegenwoordigt waarmee Krishna trouwde naast zijn acht
hoofdkoningen.
**
De paramparâ geeft aan dat de S'rî waar hier naar
verwezen wordt de allerhoogste godin van het geluk is zoals
herkend in de
'Brihad-gautamîya-tantra':
devî
krishna-mayî proktâ
râdhikâ para-devatâ
sarva-lakshmî-mayî sarva
kântih sammohinî parâ
"De
bovenzinnelijke godin S'rîmatî
Râdhârânî is de rechtstreekse
tegenhanger van Heer S'rî Krishna. Ze is de centrale
figuur voor al de godinnen van het geluk. Aan haar is al de
aantrekkelijkheid om de al-aantrekkelijke Persoonlijkheid van
God aan te trekken. Zij is het voorwereldlijk innerlijk
vermogen van de Heer."
