(1)
S'rî S'uka
zei: 'De beste raadgever van de Vrishni's was Krishna's
geliefde vriend Uddhava [zie ook 3.2],
een directe leerling van Brihaspati
van de fijnste intelligentie.
S'ukadeva
Gosvâmî said: The supremely intelligent Uddhava
was the best counselor of the Vrishni dynasty, a beloved
friend of Lord S'rî Krishna and a direct disciple of
Brihaspati. (Vedabase)
Tekst
2
Tot
hem, Zijn meest geliefde, unieke toegewijde sprak op een dag de
Allerhoogste Heer Hari, die het leed wegneemt van de
overgegeven zielen, waarbij Hij zijn hand in de Zijne
nam.
The
Supreme Lord Hari, who relieves the distress of all who
surrender to Him, once took the hand of His fully devoted,
dearmost friend Uddhava and addressed him as follows.
(Vedabase)
Tekst
3
'Alsjeblieft
Uddhava, o zachtgeaarde, ga voor het genoegen van Mijn ouders
naar Vraja en bevrijdt, door mijn berichten over te brengen, de
gopî's van de zielepijn gescheiden van Mij te
zijn.
[Lord
Krishna said:] Dear gentle Uddhava, go to Vraja and give
pleasure to Our parents. And also relieve the
gopîs, suffering in separation from Me, by
giving them My message. (Vedabase)
Tekst
4
Zij
verzonken in Mij, met hun geesten op Mij gevestigd, hebben Mij
tot hun levensdoel gemaakt met het afzien van al het fysieke
[van een echtgenoot, thuis en kinderen, zie
10.29.4].
Met begrip voor hen die te Mijnentwille deze wereld en haar
morele verplichtingen achter zich lieten, onderhoud Ik hen die
Mij alleen als hun geliefde en meest beminde Zelf
hebben.
The
minds of those gopîs are always absorbed in Me,
and their very lives are ever devoted to Me. For My sake
they have abandoned everything related to their bodies,
renouncing ordinary happiness in this life, as well as
religious duties necessary for such happiness in the next
life. I alone am their dearmost beloved and, indeed, their
very Self. Therefore I take it upon Myself to sustain them
in all circumstances. (Vedabase)
Tekst
5
De vrouwen van
Gokula aan Mij terugdenkend, hun gekoesterde voorwerp van de
liefde zo ver van hen vandaan, mijn beste, verliezen hun
verstand overweldigd als ze zijn door de zorgen van hun
gescheidenheid [zie ook B.G. 2:
62-64].
My
dear Uddhava, for those women of Gokula I am the most
cherished object of love. Thus when they remember Me, who am
so far away, they are overwhelmed by the anxiety of
separation. (Vedabase)
Tekst
6
De
koeherdersvrouwen Mij volledig toegewijd houden het, met Mijn
beloften weer terug te keren, met grote moeite uit, op de een
of andere manier hun levens gaande houdend.'
Simply
because I have promised to return to them, My fully devoted
cowherd girlfriends struggle to maintain their lives somehow
or other. (Vedabase)
Tekst
7
S'rî
S'uka zei: 'Met Hem aldus gesproken hebbend, o Koning,
aanvaardde Uddhava vol respect de boodschap van zijn
Instandhouder, klom hij in zijn wagen en begaf hij zich in de
richting van het koeherdersdorp van Nanda.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Thus addressed, O King, Uddhava
respectfully accepted his master's message, mounted his
chariot and set off for Nanda- gokula. (Vedabase)
Tekst
8
Juist
toen de zon aan het ondergaan was bereikte de fortuinlijke ziel
Nanda's weidegronden, alwaar hij onopgemerkt passeerde vanwege
het stof van de hoeven van de dieren die naar huis
kwamen.
The
fortunate Uddhava reached Nanda Mahârâja's
pastures just as the sun was setting, and since the
returning cows and other animals were raising dust with
their hooves, his chariot passed unnoticed.
(Vedabase)
Tekst
9-13
Met de geluiden
van de stieren die bronstig elkaar om de vruchtbaren bevochten,
met de koeien die met volle uiers achter hun kalveren aanzaten,
met de sier van witte kalfjes die ronddartelden hier en daar en
met het melken en de luide klanken van de fluiten, waren de
fijntjes behangen gopî's
en gopa's,
goedgunstig zingend over de daden van Balarâma en
Krishna, schitterend. Het was allemaal hoogst aantrekkelijk met
de huizen van de gopa's vol van de wierook, lampen en
bloemenslingers voor het eerbetoon voor het vuur, de zon, de
gasten, de koeien, de brahmanen, de voorvaderen en de goden
[zie ook 10.24:
25]. Het
bos aan alle kanten bloeiend weerklonk van de zwermen bijen, de
zangvogels en de kârandava-eenden en de zwanen die zich
verzamelden rond de lotusbedden die het geheel
opluisterden.
Gokula
resounded on all sides with the sounds of bulls in rut
fighting with one another for fertile cows; with the mooing
of cows, burdened by their udders, chasing after their
calves; with the noise of milking and of the white calves
jumping here and there; with the loud reverberation of
flute-playing; and with the singing of the all-auspicious
deeds of Krishna and Balarâma by the cowherd men and
women, who made the village resplendent with their
wonderfully ornamented attire. The cowherds' homes in Gokula
appeared most charming with their abundant paraphernalia for
worship of the sacrificial fire, the sun, unexpected guests,
the cows, the brâhmanas, the forefathers and the
demigods. On all sides lay the flowering forest, echoing
with flocks of birds and swarms of bees and beautified by
its lakes crowded with swans, kârandava ducks and
bowers of lotuses. (Vedabase)
Tekst
14
Met hem
aangekomen naderde Nanda de geliefde volgeling van Krishna en
omhelsde hij hem, gelukkig erover van eerbetoon te kunnen zijn
met Heer Vâsudeva voor de geest.
As
soon as Uddhava arrived at Nanda Mahârâja's
home, Nanda came forward to meet him. The cowherd King
embraced him in great happiness and worshiped him as
nondifferent from Lord Vâsudeva. (Vedabase)
Tekst
15
Hij vergastte
hem op de fijnste spijzen, liet hem plaatsnemen op een
gemakkelijke sofa om van zijn vermoeidheid te bekomen en zorgde
voor een massage voor zijn voeten en dergelijke, en
vroeg:
After
Uddhava had eaten first-class food, been seated comfortably
on a bed and been relieved of his fatigue by a foot massage
and other means, Nanda inquired from him as follows.
(Vedabase)
Tekst
16
'O
beste en allerfortuinlijkste, gaat alles goed met de zoon van
S'ûra [Vasudeva] die zijn weldoeners zo toegewijd
is, nu dat hij is vrijgekomen en herenigd met zijn
kinderen?
[Nanda
Mahârâja said:] My dear most fortunate one,
does the son of S'ûra fare well, now that he is free
and has rejoined his children and other relatives?
(Vedabase)
Tekst
17
Welk
een geluk dat de kwaaie Kamsa, die voortdurend de immer
rechtschapen en deugdzame Yadu's haatte, vanwege zijn zonden
samen met zijn volgelingen ter dood is
gebracht!
Fortunately,
because of his own sins, the sinful Kamsa has been killed,
along with all his brothers. He always hated the saintly and
righteous Yadus. (Vedabase)
Tekst
18
Denkt Krishna
nog aan ons, Zijn moeder, Zijn weldoeners en vrienden, de
gopa's van Vraja van wie Hij de meester is, de koeien,
het bos Vrindâvana en de berg?
Does
Krishna remember us? Does He remember His mother and His
friends and well-wishers? Does He remember the cowherds and
their village of Vraja, of which He is the master? Does He
remember the cows, Vrindâvana forest and Govardhana
Hill? (Vedabase)
Tekst
19
Komt
Govinda terug om nog één keer Zijn mensen te
treffen zodat we een blik kunnen werpen op Zijn gelaat, Zijn
prachtige neus, Zijn vriendelijke glimlach en Zijn
ogen?
Will
Govinda return even once to see His family? If He ever does,
we may then glance upon His beautiful face, with its
beautiful eyes, nose and smile. (Vedabase)
Tekst
20
Door
Krishna, die zo heel grote Ziel, werden we beschermd tegen
onoverkomelijke doodsbedreigingen als een bosbrand, de wind en
de regen, alsook tegen een stier en een serpent.
We
were saved from the forest fire, the wind and rain, the bull
and serpent demons - from all such insurmountable, deadly
dangers - by that very great soul, Krishna.
(Vedabase)
Tekst
21
De herinnering
aan Krishna's heldendaden, speelse zijdelingse blikken,
glimlachen en woorden, mijn beste, deed ons allen onze
materiële zorgen vergeten.
As
we remember the wonderful deeds Krishna performed, His
playful sidelong glances, His smiles and His words, O
Uddhava, we forget all our material engagements.
(Vedabase)
.
Tekst
22
Bij hen die de
locaties zien waar Hij speelde, de rivieren, de heuvels en de
verschillende delen van het woud die door Zijn voetstappen
werden opgesierd, vindt de geest volledige verzonkenheid in
Hem.
When
we see the places where Mukunda enjoyed His sporting
pastimes - the rivers, hills and forests He decorated with
His feet - our minds become totally absorbed in Him.
(Vedabase)
Tekst
23
Ik denk dat
Krishna en Râma, zoals beaamd door Garga [zie
10.8:
12], van
al de halfgoden de twee meest hoogstaande zijn op deze planeet,
hier aanwezig voor een grote en heilige zaak van God.
In
my opinion, Krishna and Balarâma must be two exalted
demigods who have come to this planet to fulfill some great
mission of the demigods. Such was foretold by Garga Rishi.
(Vedabase)
Tekst
24
Immers werden
Kamsa, die zo sterk was als tienduizend olifanten, de
worstelaars en de koning der olifanten als betrof het een
spelletje door Hen beiden gedood, zo eenvoudig als dieren door
koning leeuw.
After
all, Krishna and Balarâma killed Kamsa, who was as
strong as ten thousand elephants, as well as the wrestlers
Cânûra and Mushthika and the elephant
Kuvalayâpîda. They killed them all sportingly,
as easily as a lion disposes of small animals.
(Vedabase)
Tekst
25
Een boog zo
massief als vijftig centimeter dik [drie
tâla's] werd door Hem zo koninklijk als een
olifant gebroken als was het een stokje en voor de duur van
zeven dagen hield Hij met één hand een berg
omhoog!
With
the ease of a royal elephant breaking a stick, Krishna broke
a powerful, giant bow three tâlas long. He also
held a mountain aloft for seven days with just one hand.
(Vedabase)
Tekst
26
Pralamba,
Dhenuka, Arishtha, Trinâvarta, Baka en andere demonen,
die zowel Sura als Asura de baas waren, werden door Hen met
gemak gedood.'
Here
in Vrindâvana, Krishna and Balarâma easily
destroyed demons like Pralamba, Dhenuka, Arishtha,
Trinâvarta and Baka, who had themselves defeated both
demigods and other demons. (Vedabase)
Tekst
27
S'rî
S'uka zei: 'Nanda aldus keer op keer herinneringen ophalend,
raakte, volledig opgegaan in Krishna, uiterst van streek en
viel toen stil overmand door de kracht van zijn eigen zuivere
liefde.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Thus intensely remembering Krishna
again and again, Nanda Mahârâja, his mind
completely attached to the Lord, felt extreme anxiety and
fell silent, overcome by the strength of his love.
(Vedabase)
Tekst
28
Moeder
Yas'odâ, die de beschrijvingen aanhoorde van de
activiteiten van haar zoon, liet haar tranen de vrije loop
waarbij haar borsten nat werden van haar liefde.
As
mother Yas'odâ heard the descriptions of her son's
activities, she poured out her tears, and milk flowed from
her breasts out of love. (Vedabase)
Tekst
29
Met het zien
van hen twee, in deze toestand van hun opperste aantrekking in
liefde voor de Allerhoogste Heer, sprak Uddhava in extase.
Uddhava
then joyfully addressed Nanda Mahârâja, having
clearly seen the supreme loving attraction he and
Yas'odâ felt for Krishna, the Supreme Personality of
Godhead. (Vedabase)
Tekst
30
S'rî
Uddhava zei: 'Jullie tweeën zijn ongetwijfeld, met het
hebben ontwikkeld van een mentaliteit als deze voor
Nârâyana die de geestelijk leraar is van iedereen,
de meest lovenswaardige van alle belichaamde wezens hier in
deze wereld, o
respectvolle.
S'rî
Uddhava said: O respectful Nanda, certainly you and mother
Yas'odâ are the most praiseworthy persons in the
entire world, since you have developed such a loving
attitude toward Lord Nârâyana, the spiritual
master of all living beings. (Vedabase)
Tekst
31
De twee van
Mukunda en Râma vormen voorwaar het zaad en de baarmoeder
van het universum; Zij zijn het Oorspronkelijke Mannelijk
Beginsel en Zijn Creatieve Vermogen die de levende wezens met
kennis en beheersing bijstaan in al hun [verwarring en]
verscheidenheid.
These
two Lords, Mukunda and Balarâma, are each the seed and
womb of the universe, the creator and His creative potency.
They enter the hearts of living beings and control their
conditioned awareness. They are the primeval Supreme.
(Vedabase)
Tekst
32-33
Die persoon die
in dit leven innerlijk verdeeld enkel maar een ogenblik zijn
geest doet opgaan [in Hem] zal op dat moment meteen
alle sporen van karmische onzuiverheden uitwissen en zich op
weg bevinden naar de hoogste bestemming in een geestelijke
gedaante met de kleur van de zon. Met jullie goede zelf die
Hem, de grote Ziel en het grote Zelf dat voor een ieder de
reden van bestaan vormt, die Hem, Nârâyana, de
Uiteindelijke Oorzaak in een sterfelijke gedaante, met alles
wat jullie kunnen de hoogste en zuiverste liefde geven, welke
goede daden zouden er dan nog voor jullie overblijven om te
verrichten?
Anyone,
even a person in an impure state, who absorbs his mind in
Him for just a moment at the time of death burns up all
traces of sinful reactions and immediately attains the
supreme transcendental destination in a pure, spiritual form
as effulgent as the sun. You two have rendered exceptional
loving service to Him, Lord Nârâyana, the
Supersoul of all and the cause of all existence, the great
soul who, although the original cause of everything, has a
humanlike form. What pious deeds could still be required of
you? (Vedabase)
Tekst
34
Over een niet
al te lange tijd zal Acyuta, [als] de Opperheer, de
Meester en Beschermer van de Toegewijden, om Zijn ouders
voldoening te schenken, terugkeren naar [het volle inzicht
van de mensen van] Vraja.
Infallible
Krishna, the Lord of the devotees, will soon return to Vraja
to satisfy His parents. (Vedabase)
Tekst
35
Met het gedood
hebben van Kamsa, de vijand van alle Yadu's, in de worstelring,
[en alle andere kwaad in de wereld...] zal Krishna
waarachtig zijn in dat wat Hij u zei over Zijn weer
terugkeren.
Having
killed Kamsa, the enemy of all the Yadus, in the wrestling
arena, Krishna will now surely fulfill His promise to you by
coming back. (Vedabase)
Tekst
36
Alstublieft
laat de moed niet zakken, o hoogst fortuinlijke zielen, jullie
zullen Krishna in de nabije toekomst zien; Hij is aanwezig in
de harten van alle levende wezens zoals vuur dat is in
brandhout.
O
most fortunate ones, do not lament. You will see Krishna
again very soon. He is present in the hearts of all living
beings, just as fire lies dormant in wood. (Vedabase)
Tekst
37
In
werkelijkheid is niemand Hem in het bijzonder dierbaar of niet
dierbaar, noch houdt Hij, vrij van valse trots met een gelijk
respect voor iedereen, wie dan ook voor superieur of inferieur
[vergelijk de S'ikshâshthaka
en B.G. 9:
29].
For
Him no one is especially dear or despicable, superior or
inferior, and yet He is not indifferent to anyone. He is
free from all desire for respect and yet gives respect to
all others. (Vedabase)
Tekst
38
Voor Hem
bestaan er geen vader en moeder, geen echtgenote, geen kinderen
enzovoorts; niemand is Zijn verwant, noch is ook maar iemand
een buitenstaander en bestaat er ook geen [materieel]
lichaam of een geboorte voor Hem [vergelijk
10:
3].
He
has no mother, no father, no wife, children or other
relatives. No one is related to Him, and yet no one is a
stranger to Him. He has no material body and no birth.
(Vedabase)
Tekst
39
Voor Hem
bestaat er geen karma in deze wereld om te verschijnen in
baarmoeders die zuiver, onzuiver of er tussenin zijn en
niettemin verschijnt Hij voor Zijn spel en vermaak met de
bedoeling Zijn deugdzame toegewijden te verlossen [zie B.G.
3:
22;
4:
7;
13:
22].
He
has no work to do in this world that would oblige Him to
take birth in pure, impure or mixed species of life. Yet to
enjoy His pastimes and deliver His saintly devotees, He
manifests Himself. (Vedabase)
Tekst
40
Hoewel
Zich bevindend voorbij de geaardheden genaamd de goedheid, de
hartstocht en de onwetendheid aanvaardt Hij het, geheel
bovenzinnelijk, om met de geaardheden een spel te spelen, en is
Hij aldus, als zijnde de Ongeborene, van schepping, handhaving
en vernietiging.
Although
beyond the three modes of material nature - goodness,
passion and ignorance - the transcendental Lord accepts
association with them as His play. Thus the unborn Supreme
Lord utilizes the material modes to create, maintain and
destroy. (Vedabase)
Tekst
41
Net
zoals men ziet dat als men ronddraait, de grond lijkt rond te
draaien, zo ook lijkt het, als men het lichaam voor het ware
zelf aanziet, dat men zelf de doener is, terwijl het de geest
is die bezig is [vergelijk
B.G.
3: 27].
Just
as a person who is whirling around perceives the ground to
be turning, one who is affected by false ego thinks himself
the doer, when actually only his mind is acting.
(Vedabase)
Tekst
42
Hij
is niet enkel de zoon van jullie tweeën, Hij is de
Allerhoogste Heer Hari die de zoon, het eigenlijke zelf, de
vader èn de moeder is; Hij is de Heer der
Beheersing.
The
Supreme Lord Hari is certainly not your son alone. Rather,
being the Lord, He is the son, Soul, father and mother of
everyone. (Vedabase)
Tekst
43
Van
wat men ziet of hoort, van wat zich in het heden, het verleden
of in de toekomst bevindt; van wat vaststaat, zich rondbeweegt,
groot of klein is kan in het geheel niet worden gezegd dat het
iets is dat losstaat van Acyuta; Hij alleen, zich manifesterend
als de Superziel, is alles.'
Nothing
can be said to exist independent of Lord Acyuta - nothing
heard or seen, nothing in the past, present or future,
nothing moving or unmoving, great or small. He indeed is
everything, for He is the Supreme Soul. (Vedabase)
Tekst
44
Terwijl
Nanda en Krishna's dienaar zich aldus onderhielden liep de
nacht op een einde, o Koning, ontstaken de vrouwen uit hun
slaap opgestaan lampen in aanbidding voor hun beeltenissen en
begonnen ze de boter de karnen.
While
Krishna's messenger continued speaking with Nanda, the night
ended, O King. The women of the cowherd village rose from
bed and, lighting lamps, worshiped their household deities.
Then they began churning the yogurt into butter.
(Vedabase)
Tekst
45
In
het licht van de lampen aan de touwen trekkend, met de reeksen
armbanden om hun armen, met hun juwelen en met hun gezichten
rood van de kunkum opgloeiend bij hun oorhangers en
halssnoeren, straalden de vrouwen terwijl hun heupen en borsten
heen en weer bewogen.
As
they pulled on the churning ropes with their bangled arms,
the women of Vraja shone with the splendor of their jewels,
which reflected the lamps' light. Their hips, breasts and
necklaces moved about, and their faces, anointed with
reddish kunkuma, glowed radiantly with the luster of their
earrings reflecting from their cheeks. (Vedabase)
Tekst
46
Met
de lotusogige vrouwen van Vraja die met het weerklinken van hun
luide gezang dat zich vermengde met de geluiden van het karnen
voor de boter de lucht bezwangerden, werd al het ongunstige in
iedere uithoek
verdreven.
As
the ladies of Vraja loudly sang the glories of lotus-eyed
Krishna, their songs blended with the sound of their
churning, ascended to the sky and dissipated all
inauspiciousness in every direction. (Vedabase)
Tekst
47
Toen
de opperheerser, de zon, opkwam zagen de inwoners van Gokula de
gouden wagen bij Nanda voor de deur staan en vroegen ze zich
af: 'Van wie mag die wel
zijn?'.
When
the godly sun had risen, the people of Vraja noticed the
golden chariot in front of Nanda Mahârâja's
doorway. "Who does this belong to?" they asked.
(Vedabase)
Tekst
48
Misschien
is Akrûra gekomen, die knecht van Kamsa's bedoelingen
door wie Krishna met Zijn lotusogen naar de stad Mathurâ
werd
gebracht.
"Perhaps
Akrûra has returned - he who fulfilled Kamsa's desire
by taking lotus-eyed Krishna to Mathurâ.
(Vedabase)
Tekst
49
Zou
hij dan, met zijn meester tevreden, hier zijn om de
begrafenisriten met ons te vieren?' en terwijl de vrouwen zich
aldus uitlieten kwam Uddhava eraan, klaar met zijn
ochtendverplichtingen.'
"Is
he going to use our flesh to offer funeral oblations for his
master, who was so satisfied with his service?" As the women
were speaking in this way, Uddhava appeared, having finished
his early-morning duties. (Vedabase)