regelbalk



 

Canto 6

Arunodaya-kîrt./Jiv Jâgo

 

 

Hoofdstuk 17: Moeder Pârvatî Vervloekt Citraketu

(1) S'rî S'uka zei: 'Na het brengen van zijn eerbetuigingen in de richting waarin Heer Ananta was verdwenen begon Citraketu, de Koning der Vidyâdhara's te reizen, zich rond bewegend in de atmosfeer. (2-3) Zonder op zijn weg aan kracht en zinsbeheersing in te boeten bezocht hij honderdduizenden mensen in duizenden plaatsen en werd hij door de wijzen, de volmaakten en de monniken geprezen als zijnde een grote yogi. Zijn hart ophalend in de dalen rondom Kulâcalendra [de berg Sumeru] alwaar men zich oefent in de verschillende perfecties, schiep hij er genoegen in om de vrouwen van de Vidyâdhara's er toe over te halen van lof te zijn voor de Hoogste Persoonlijkheid, Heer Hari. (4-5) Parvati and Shiva in loveToen hij op een dag rondtrok in zijn schitterend glanzende, hemelse voertuig dat hij van Heer Vishnu had gekregen, zag hij Heer S'iva temidden van al de heiligen. Omringd door de volmaakten en de zangers van de hemel had hij zijn arm om de godin geslagen die bij hem op schoot zat. Citraketu moest er hard om lachen en sprak toen in de aanwezigheid van de moeder woorden die ze duidelijk kon horen. (6) Citraketu zei: 'Deze geestelijk leraar van heel de wereld, die de rechtstreekse vertegenwoordiger van het dharma is voor al de belichaamde zielen, zit hier als de leider van een bijeenkomst zijn vrouw te omhelzen! (7) Met zijn haar samengeklit, intens boetvaardig, de Vedische beginselen volgend en de vergadering voorzittend omarmt hij een dame, er onbeschaamd bijzittend als de eerste de beste materieel gemotiveerde persoon. (8) Normaal gesproken omhelzen zelfs de geconditioneerde zielen hun vrouwen in het privé ... en deze ene meester der geloften en verzaking geniet van zijn vrouw in een bijeenkomst!'

(9) S'rî S'uka zei: 'Toen de grote Heer der onpeilbare intelligentie dat hoorde o Koning, glimlachte hij enkel en hield hij zich stil, en zo deed iedereen dat naar zijn voorbeeld. (10) Nadat hij zich niet bewust van de macht [van S'iva] tegen alle etiquette in zo had uitgelaten, richtte de devî zich vertoornd tot de overmoedige die dacht dat hij zichzelf zo goed in de hand had. (11) S'rî Pârvatî zei: 'En nu zou hij hier opeens de Allerhoogste Heer zijn, hij die de straf uitdeelt en die de meester der ingetogenheid is voor personen als wij die de criminelen en de schaamtelozen zijn? (12) Het is zeker zo dat hij die op de lotus zijn bestaan vond geen flauw benul heeft van het dharma. En ook hebben Brahmâ's zonen, Bhrigu of Nârada, de vier Kumâra's, Heer Kapila of Manu er geen idee van, want anders zouden ze onze S'iva er wel van weerhouden hebben de regels te breken! (13) Hij hier is de laagste der kshatriya's. Degene die door hem die zich boven de goden plaatst zo respectloos werd terechtgewezen, is de leraar van de hele wereld en de goedgunstigste der goedgunstigen in eigen persoon op wiens beide lotusvoeten men mediteert. Daarom verdient deze man het te worden bestraft. (14) Deze onbeschofte, hooghartige kerel verdient het niet om de toevlucht van de lotusvoeten van Vaikunthha te mogen benaderen die door al de heiligen wordt aanbeden [vergelijk: S'rî S'rî S'ikshâshthaka]. (15) Daarom, o grootste onder de zondaars, ga heen en neem je geboorte onder de demonen o dwaas, zodat deze wereld weer de groten toebehoort en jij, mijn zoon, geen misstappen meer begaat.'

(16) S'rî S'uka zei: 'Aldus vervloekt kwam Citraketu van zijn hemelse wagen naar beneden om met een diepe buiging van zijn hoofd Pârvatî gunstig te stemmen o zoon van Bharata. (17) Citraketu zei: 'Met mijn handen voor u gevouwen o moeder, aanvaard ik uw vloek. Dat wat de goden een sterveling opleggen wordt geheel bepaald door zijn daden in het verleden. (18) Verbijsterd in zijn onwetendheid doolt het levende wezen rond in de vicieuze cirkel, het rad van wedergeboorte, van dit materiële bestaan waarin hij constant onderworpen is aan geluk en ongeluk. (19) De individuele ziel, noch iemand anders, kan werkelijk degene zijn die het lief en leed [de illusie en desillusie] afroept. Niettemin beschouwt een persoon tekortschietend in bewustzijn zichzelf, danwel anderen in dezen als de oorzaak. (20) Wat is in deze maalstroom, deze constante verandering van de geaardheden der natuur, nu eigenlijk een vloek of een gunst, wat is nu [de betekenis van] een promotie naar de hemel of een neergang in de hel of [de eeuwige waarde van] geluk en ongeluk? (21) Hij, de ene Allerhoogste Heer, geeft middels Zijn vermogens gestalte aan het geconditioneerde bestaan van al de levende wezens alsmede aan het leven van de bevrijding [de toegewijde dienst]. Hij is verantwoordelijk voor het geluk en het leed enerzijds en de positie waarin men [met Hem] boven de tijd is verheven anderzijds. (22) Hij beschouwt niemand als zijn favoriet of vijand, als een verwant of een vriend, als een insider of een outsider. Hij is iedereen gelijkgezind, alomtegenwoordig en onberoerd door de wereld. In Zijn geluk vrij zijnd van gehechtheden, treft men in Hem geen woede aan. (23) Niettemin is er in een herhaling van geboren worden en weer sterven voor de belichaamden het [karmisch] antwoord van een bestaan gericht op  geluk en leed, winst en verlies, gebondenheid en bevrijding dat uit de energie van de Heer voortkwam [als een secundaire schepping]. (24) Daarom vraag ik niet om uw genade om van de vloek bevrijd te raken o vertoornde. Ik wil alleen maar dat u mijn excuses aanvaardt voor alles wat ik zei dat in uw ogen o kuise dame, onbehoorlijk was.'

(25) S'rî S'uka zei: 'Na aldus de verheven persoonlijkheden te hebben gunstig gestemd o standvastige overwinnaar der vijanden, vertrok Citraketu in zijn hemelwagen terwijl de twee hem gadesloegen en toelachten. (26) Voor het gehoor van Nârada, de Daitya's, de Siddha's en zijn persoonlijke metgezellen zei de grote Heer toen het volgende tot zijn vrouw. (27) S'rî Rudra zei: 'Heb je gezien o schone, hoe grootmoedig de dienaren van de dienaren zijn, de grote zielen die hun zinsbevrediging hebben opgegeven in hun omgang met de Allerhoogste Persoonlijkheid wiens werken zo wonderbaarlijk zijn? Parvati and Shiva in love(28) Geen van de zuivere toegewijden van Nârâyana is ooit bevreesd. Of ze nu in de hemel zitten, zich op het pad der bevrijding bevinden of een plaatsje in de hel hebben, maakt hen niets uit [in hun dienstverlening]. (29) Met het spel dat de Heer speelt zitten de belichaamden vanwege hun vereenzelviging met het lichaam vast aan de dualiteiten van het geluk en ongeluk, het sterven en geboren worden en de vervloeking en begunstiging. (30) Zoals men een bloemenslinger voor iets anders kan houden of van kwaliteiten en fouten spreekt in een [droom]voorstelling van zichzelf, zijn ook de waardebepalingen van een persoon die zijn gebaseerd op een gebrek aan inzicht bedrieglijk. (31) Mensen die leiden tot bhakti of bhakti propageren, ofwel zij die in toegewijde dienst liefde voor Vâsudeva, de Hoogste Persoonlijkheid uitdragen, bezitten de kracht der geestelijke kennis en onthechting en koesteren geen belangstelling voor een andere toevlucht [zie ook 1.2: 7]. (32) Ik niet noch Heer Brahmâ, de As'vinî-kumâra's niet noch Nârada, de zonen van Brahmâ, de heiligen of al de grote halfgoden kennen de ware aard van Hem van wie wij, die onszelf zo graag zien als onafhankelijke heersers, allen slechts onderdelen van een deelaspect vormen. (33) Niemand geniet in het bijzonder Zijn voorkeur of Zijn afkeer, Hij beschouwt niemand als de Zijne, noch sluit Hij ook maar iemand uit. De Heer als de Ziel van de ziel van alle levende wezens is degene die iedereen het meest dierbaar is. (34-35) Deze hoogst fortuinlijke koning Citraketu is Zijn gehoorzame dienaar geliefd bij iedereen. Hij vreedzaam en een ieder gelijkgezind is net als ik, de liefde van de Onfeilbare. Verbaast u zich er niet over dat onder de mensen de toegewijden van de Hoogste Persoonlijkheid de grote zielen zijn die vrede en gelijkheid brengen.'

(36) S'rî S'uka zei: 'Na aldus te hebben vernomen wat de grote heer S'iva haar te zeggen had, raakte de godin Pârvatî verlost van haar twijfel en verbijstering en hervond ze haar gemoedsrust o Koning. (37) Hij, die als een grote toegewijde alleszins in staat was een tegenvloek tegen de godin uit te spreken, accepteerde [echter] gelaten de veroordeling die over hem werd uitgesproken en dat kenmerkte hem als een ware heilige. (38) [Vanwege deze vloek vond hij daarna ondanks] al zijn kennis en wijsheid zijn plaats in de afdeling van de demonische levensvormen. Na te zijn [herboren als Vis'varûpa en door Indra te zijn gedood werd hij als demon weer] opgeroepen door Tvashthâ's dakshinâgni offerplechtigheid en bekend onder de naam Vritrâsura [*, zie 6.9 en vergelijk met 1.5: 19]. (39) Dit [mijn beste Parîkchit] is alles wat ik u uit had te leggen naar aanleiding van uw vraag over Vritrâsura, hij die met een verheven intelligentie op de wereld verscheen als een demon. (40) Luisterend naar deze vrome geschiedenis over de grote ziel Citraketu welke de grootheid weerspiegelt van de toegewijden van Vishnu, raakt men bevrijd van de gebondenheid. (41) Een ieder die met de Heer in gedachten 's morgens vroeg opstaat en met geloof zijn stem beheerst door dit verhaal op te lezen, zal de hoogste bestemming bereiken.'

 

 next                 

 
Derde herziene editie, geladen 15 januari, 2012.

 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'Na het brengen van zijn eerbetuigingen in de richting waarin Heer Ananta was verdwenen begon Citraketu, de Koning der Vidyâdhara's te reizen, zich rond bewegend in de atmosfeer.
S'rî S'uka zei: 'Na het brengen van zijn eerbetuigingen in de richting waarin Heer Ananta was verdwenen begon Citraketu, de Koning der vidyâdhara's te reizen, over de gehele wereld rondtrekkend. (Vedabase)

 

Tekst 2-3

Zonder op zijn weg aan kracht en zinsbeheersing in te boeten bezocht hij honderdduizenden mensen in duizenden plaatsen en werd hij door de wijzen, de volmaakten en de monniken geprezen als zijnde een grote yogi. Zijn hart ophalend in de dalen rondom Kulâcalendra [de berg Sumeru] alwaar men zich oefent in de verschillende perfecties, schiep hij er genoegen in om de vrouwen van de Vidyâdhara's er toe over te halen van lof te zijn voor de Hoogste Persoonlijkheid, Heer Hari.

Zonder enig obstakel op zijn weg bezocht hij honderdduizenden mensen in duizenden plaatsen en werd hij in zijn kracht en zinsbeheersing door de wijzen, de volmaakten en de monniken geprezen als een grote yogî. Met zijn hart temidden van de hoogten van Kulâcalendra [de berg Meru] alwaar men zich beoefent in de perfectie, schiep hij er genoegen in om met de vrouwen van de vidyâdhara's de lof van Heer Hari, de Beheerser, in het leven te roepen. (Vedabase)

 

Tekst 4-5

Toen hij op een dag rondtrok in zijn schitterend glanzende, hemelse voertuig dat hij van Heer Vishnu had gekregen, zag hij Heer S'iva temidden van al de heiligen. Omringd door de volmaakten en de zangers van de hemel had hij zijn arm om de godin geslagen die bij hem op schoot zat. Citraketu moest er hard om lachen en sprak toen in de aanwezigheid van de moeder woorden die ze duidelijk kon horen.

Toen hij eens rondtrok in zijn schitterend glanzende hemelse voertuig dat hij van Heer Vishnu gekregen had, zag hij Heer S'iva temidden van al de heiligen, omringd door de volmaakten en de zangers van de hemel, met zijn arm om de godin geslagen die bij hem op schoot zat, en luidkeels lachend sprak hij aldaar in de aanwezigheid van de moeder zodat ze het duidelijk kon horen. (Vedabase)

  

Tekst 6

Citraketu zei: 'Deze geestelijk leraar van heel de wereld, die de rechtstreekse vertegenwoordiger van het dharma is voor al de belichaamde zielen, zit hier als de leider van een bijeenkomst zijn vrouw te omhelzen!

Citraketu zei: 'Deze geestelijk leraar van heel de wereld, die voor al de belichaamden de rechtstreekse vertegenwoordiger is van het dharma, zit zowaar midden in een bijeenkomst zijn vrouw te omhelzen! (Vedabase)

 

Tekst 7

Met zijn haar samengeklit, intens boetvaardig, de Vedische beginselen volgend en de vergadering voorzittend omarmt hij een dame, er onbeschaamd bijzittend als de eerste de beste materieel gemotiveerde persoon.

Met zijn haar samengeklit, verheven van de boete, strikt naar het spirituele en de vergadering voorzittend is hij een dame aan het koesteren en zit hij daar onbeschaamd als was hij een materieel persoon. (Vedabase)

 

Tekst 8

Normaal gesproken omhelzen zelfs de geconditioneerde zielen hun vrouwen in het privé ... en deze ene meester der geloften en verzaking geniet van zijn vrouw in een bijeenkomst!'

Normaal gesproken omhelzen zelfs de gekonditioneerde zielen hun vrouwen in het privé... en deze ene meester der geloften en verzaking geniet van zijn vrouw in een samenkomst!' (Vedabase)

 

Tekst 9

S'rî S'uka zei: 'Toen de grote Heer der onpeilbare intelligentie dat hoorde o Koning, glimlachte hij enkel en hield hij zich stil, en zo deed iedereen dat naar zijn voorbeeld.

S'rî S'uka zei: 'De grote Heer der onpeilbare intelligentie die dat ook meekreeg o Koning, glimlachte enkel en hield zich stil en zo deed iedereen dat naar zijn voorbeeld. (Vedabase)
  

Tekst 10

Nadat hij zich niet bewust van de macht [van S'iva] tegen alle etiquette in zo had uitgelaten, richtte de devî zich vertoornd tot de overmoedige die dacht dat hij zichzelf zo goed in de hand had.

Toen hij aldus zich niet bewust van de macht tegen alle etiquette in zich uitliet, sprak de godin vertoornd tot de overmoedige die dacht dat hij zichzelf zo goed beheerste. (Vedabase)

 

Tekst 11

S'rî Pârvatî zei: 'En nu zou hij hier opeens de Allerhoogste Heer zijn, hij die de straf uitdeelt en die de meester der ingetogenheid is voor personen als wij die de criminelen en de schaamtelozen zijn?

S'rî Pârvatî zei: 'En nu moeten we deze hier verslijten voor de Allerhoogste Beheerser, hij die de straf uitdeelt en de meester der ingetogenheid is voor mensen als wij, de criminelen en de schaamtelozen? (Vedabase)

 

Tekst 12

Het is zeker zo dat hij die op de lotus zijn bestaan vond geen flauw benul heeft van het dharma. En ook hebben Brahmâ's zonen, Bhrigu of Nârada, de vier Kumâra's, Heer Kapila of Manu er geen idee van, want anders zouden ze onze S'iva er wel van weerhouden hebben de regels te breken!

Het is zeker hij die op de lotus zit die geen flauw benul heeft van wat dharma is, noch hebben Brahmâ's zoon, Brghu of Nârada, noch zeker ook de vier Kumâra's, Heer Kapila en Manu zelve er een idee van hoe ze onze S'iva die de regels brak een halt toe moeten roepen! (Vedabase)

 

Tekst 13

Hij hier is de laagste der kshatriya's. Degene die door hem die zich boven de goden plaatst zo respectloos werd terechtgewezen, is de leraar van de hele wereld en de goedgunstigste der goedgunstigen in eigen persoon op wiens beide lotusvoeten men mediteert. Daarom verdient deze man het te worden bestraft.

Van allen is hij, die door deze laagste der kshatriya's met het overtreffen van de goden zo schaamteloos werd terecht gewezen, de ene met de lotusvoeten die de leraar van de wereld en de goedgunstige der goedgunstigheid zelve is om op te mediteren. Derhalve behoort deze man daadwerkelijk te worden gestraft. (Vedabase)

 

Tekst 14

Deze onbeschofte, hooghartige kerel verdient het niet om de toevlucht van de lotusvoeten van Vaikunthha te mogen benaderen die door al de heiligen wordt aanbeden [vergelijk: S'rî S'rî S'ikshâshthaka].

Deze onbeschofte hooghartige kerel verdient het niet de toevlucht der lotusvoeten van Vaikunthha, die door al de heiligen wordt aanbeden, te mogen benaderen [vergelijk: de Siksâstaka]. (Vedabase)

 

Tekst 15   

Daarom, o grootste onder de zondaars, ga heen en neem je geboorte onder de demonen o dwaas, zodat deze wereld weer de groten toebehoort en jij, mijn zoon, geen misstappen meer begaat.'

Daarom o grootste onder de zondaars, ga heen en neem geboorte onder de demonen, o dwaas, zodat deze wereld weer de groten toebehoort en dat jij mijn zoon, niet nog langer van enige overtreding zal zijn.' (Vedabase)

 

Tekst 16

S'rî S'uka zei: 'Aldus vervloekt kwam Citraketu van zijn hemelse wagen naar beneden om met een diepe buiging van zijn hoofd Pârvatî gunstig te stemmen o zoon van Bharata.

S'rî S'uka zei: 'Aldus vervloekt kwam Citraketu van zijn hemelse wagen naar beneden om zich, voor Pârvatî zijn hoofd diep buigend, van zijn beste kant te laten zien, o zoon van Bharata. (Vedabase)

 

Tekst 17

Citraketu zei: 'Met mijn handen voor u gevouwen o moeder, aanvaard ik uw vloek. Dat wat de goden een sterveling opleggen wordt geheel bepaald door zijn daden in het verleden.

Citraketu zei: 'Met mijn handen voor u gevouwen o Moeder, aanvaard ik uw vloek; dat wat aan een sterveling door de goden wordt opgelegd wordt waarlijk bepaald door zijn daden in het verleden. (Vedabase)

 

Tekst 18

Verbijsterd in zijn onwetendheid doolt het levende wezen rond in de vicieuze cirkel, het rad van wedergeboorte, van dit materiële bestaan waarin hij constant onderworpen is aan geluk en ongeluk.

In de vicieuze cirkel van dit materiële bestaan is het levend wezen verbijsterd door onwetendheid en doolt hij overal rond, steeds maar geluk en ongeluk ervarend. (Vedabase)

   

Tekst 19

De individuele ziel, noch iemand anders, kan werkelijk degene zijn die het lief en leed [de illusie en desillusie] afroept. Niettemin beschouwt een persoon tekortschietend in bewustzijn zichzelf, danwel anderen in dezen als de oorzaak.

Een persoon zich niet bewust beschouwt zichzelf en voorzeker ook anderen in dezen als degene die handelt, maar noch kan werkelijk de individuele ziel noch iemand anders degene zijn die het geluk en het leed afroept. (Vedabase)

 

Tekst 20

Wat is in deze maalstroom, deze constante verandering van de geaardheden der natuur, nu eigenlijk een vloek of een gunst, wat is nu [de betekenis van] een promotie naar de hemel of een neergang in de hel of [de eeuwige waarde van] geluk en ongeluk?

Wat is nu, in deze maalstroom van de geaardheden der natuur, een vloek of inderdaad een gunst, wat is nu een promotie naar de hemel of een neergang in de hel of wat zou geluk of leed daarin zijn? (Vedabase)

 

Tekst 21

Hij, de ene Allerhoogste Heer, geeft middels Zijn vermogens gestalte aan het geconditioneerde bestaan van al de levende wezens alsmede aan het leven van de bevrijding [de toegewijde dienst]. Hij is verantwoordelijk voor het geluk en het leed enerzijds en de positie waarin men [met Hem] boven de tijd is verheven anderzijds.

Hij is de ene Allerhoogste Heer, die middels Zijn vermogens het gekonditioneerde leven van al de wezens schept als ook het leven der bevrijding; het geluk en het leed enerzijds en de positie boven de tijd verheven anderzijds. (Vedabase)

 

Tekst 22

Hij beschouwt niemand als zijn favoriet of vijand, als een verwant of een vriend, als een insider of een outsider. Hij is iedereen gelijkgezind, alomtegenwoordig en onberoerd door de wereld. In Zijn geluk vrij zijnd van gehechtheden, treft men in Hem geen woede aan.

Voor Hem is niemand dierbaar of niet dierbaar, noch is men een familielid of een vriend of is men ook niet van iemand anders of van Hemzelf; Hij is gelijkgezind, alomtegenwoordig, onaangedaan door de wereld en onthecht in dat geluk waarvan er [bij normale mensen] feitelijk de woede is. (Vedabase)

Tekst 23

Niettemin is er in een herhaling van geboren worden en weer sterven voor de belichaamden het [karmisch] antwoord van een bestaan gericht op  geluk en leed, winst en verlies, gebondenheid en bevrijding dat uit de energie van de Heer voortkwam [als een secundaire schepping].

Niettemin is er van Zijn krachten voor de belichaamden de schepping van het bij herhaling voorbestemd zijn voor geluk en leed, winst en verlies, gebondenheid en bevrijding en dood en geboorte. (Vedabase)

 

Tekst 24

Daarom vraag ik niet om uw genade om van de vloek bevrijd te raken o vertoornde. Ik wil alleen maar dat u mijn excuses aanvaardt voor alles wat ik zei dat in uw ogen o kuise dame, onbehoorlijk was.'

Daarom smeek ik u niet om van uw vloek bevrijd te raken, maar enkel om te zorgen dat u mijn excuses aanvaart voor alles wat u, o kuisheid, beschouwt als verkeerd door mij gezegd. (Vedabase)

 

Tekst 25

S'rî S'uka zei: 'Na aldus de verheven persoonlijkheden te hebben gunstig gestemd o standvastige overwinnaar der vijanden, vertrok Citraketu in zijn hemelwagen terwijl de twee hem gadesloegen en toelachten.

S'rî S'uka zei: 'Na aldus de verheven persoonlijkheden te hebben gerespekteerd, o gedurige overwinnaar der vijanden, ging Citraketu weg met zijn eigen vervoer van de hemel van waaruit de twee hem gade sloegen en toelachten. (Vedabase)

 

Tekst 26

Voor het gehoor van Nârada, de Daitya's, de Siddha's en zijn persoonlijke metgezellen zei de grote Heer toen het volgende tot zijn vrouw.

Daarna zei toen de grote Heer tot zijn vrouw het volgende terwijl Nârada, de daitya's en de siddha's en zijn persoonlijke metgezellen allen luisterden. (Vedabase)

 

Tekst 27

S'rî Rudra zei: 'Heb je gezien o schone, hoe grootmoedig de dienaren van de dienaren zijn, de grote zielen die hun zinsbevrediging hebben opgegeven in hun omgang met de Allerhoogste Persoonlijkheid wiens werken zo wonderbaarlijk zijn?

S'rî Rudra zei: 'Heb je gezien, o schone, hoe grootmoedig de dienaren der dienaren zijn, de grote zielen in het verzaken van het sensuele jegens de Allerhoogste Persoonlijkheid, Wiens werken zo wonderbaarlijk zijn? (Vedabase)

 

Tekst 28

Geen van de zuivere toegewijden van Nârâyana is ooit bevreesd. Of ze nu in de hemel zitten, zich op het pad der bevrijding bevinden of een plaatsje in de hel hebben, maakt hen niets uit [in hun dienstverlening].

De zuivere zielen van Nârâyana zijn allen in geen enkele omstandigheid bevreesd, of het nu de hemel betreft, de bevrijding of het in de hel verkeren; in hun ogen is het allemaal van gelijke waarde. (Vedabase)


Tekst 29

Met het spel dat de Heer speelt zitten de belichaamden vanwege hun vereenzelviging met het lichaam vast aan de dualiteiten van het geluk en ongeluk, het sterven en geboren worden en de vervloeking en begunstiging.

De belichaamden zijn vanwege het in aanraking verkeren met het fysieke zonder twijfel van het tweevoudige van de Heer Zijn spel en vermaak, van het geluk en het ongeluk, van de dood en van geboorte en van de vloek en de gunst. (Vedabase)

 

Tekst 30

Zoals men een bloemenslinger voor iets anders kan houden of van kwaliteiten en fouten spreekt in een [droom]voorstelling van zichzelf, zijn ook de waardebepalingen van een persoon die zijn gebaseerd op een gebrek aan inzicht bedrieglijk.

Zonder onderscheidingsvermogen inderdaad verschil makend, zijn er op die manier van de persoon binnen in hemzelf de kwaliteiten en de fouten van de verbeelding gemaakt met het verschil van het bij voorbeeld zeker zijn van het dragen van een bloemenslinger. (Vedabase)


Tekst 31

Mensen die leiden tot bhakti of bhakti propageren, ofwel zij die in toegewijde dienst liefde voor Vâsudeva, de Hoogste Persoonlijkheid uitdragen, bezitten de kracht der geestelijke kennis en onthechting en koesteren geen belangstelling voor een andere toevlucht [zie ook 1.2: 7].

Mensen die in hun harten liefde en geloof koesteren jegens de Allerhoogste Heer Vâsudeva zijn van ware kennis en onthechting, zij nemen hun toevlucht niet tot enig fysiek vermogen [zie ook 1.2:7]. (Vedabase)

 

Tekst 32

Ik niet noch Heer Brahmâ, de As'vinî-kumâra's niet noch Nârada, de zonen van Brahmâ, de heiligen of al de grote halfgoden kennen de ware aard van Hem van wie wij, die onszelf zo graag zien als onafhankelijke heersers, allen slechts onderdelen van een deelaspect vormen.

Noch ik, noch Heer Brahmâ, noch de As'vinî-Kumâra's, noch Nârada, de zonen van Brahmâ, de heiligen noch al de grote halfgoden kennen de ware aard van Hem van wie zij die zichzelf zien als onafhankelijke heersers, allen gedeelten van delen zijn. (Vedabase)

 

Tekst 33

Niemand geniet in het bijzonder Zijn voorkeur of Zijn afkeer, Hij beschouwt niemand als de Zijne, noch sluit Hij ook maar iemand uit. De Heer als de Ziel van de ziel van alle levende wezens is degene die iedereen het meest dierbaar is.

Inderdaad geniet niemand Zijn bijzondere voorkeur of afkeer noch behoort zelfs ook maar iemand Hem toe of aan iemand anders; als de ziel van de ziel van alle wezens is de Heer de meest geliefde voor alle levende wezens. (Vedabase)

 

Tekst 34-35

Deze hoogst fortuinlijke koning Citraketu is Zijn gehoorzame dienaar geliefd bij iedereen. Hij vreedzaam en een ieder gelijkgezind is net als ik, de liefde van de Onfeilbare. Verbaast u zich er niet over dat onder de mensen de toegewijden van de Hoogste Persoonlijkheid de grote zielen zijn die vrede en gelijkheid brengen.'

Deze zo allerfortuinlijkste koning Citraketu is een gehoorzame dienaar van Hem die overal geliefd is, hij heeft een gelijkgezinde blik en is werkelijk van de vrede en hij is, net als ik, de liefde van de Onfeilbare. Weest derhalve niet verbaasd over de manier van doen van die personen die de grote zielen en de grote persoonlijkheden zijn van toewijding in vrede en gelijkheid jegens allen.' (Vedabase)

  

Tekst 36

S'rî S'uka zei: 'Na aldus te hebben vernomen wat de grote heer S'iva haar te zeggen had, raakte de godin Pârvatî verlost van haar twijfel en verbijstering en hervond ze haar gemoedsrust o Koning.

S'rî S'uka zei: 'Aldus vernemend wat de grote heer S'iva haar te zeggen had vond Pârvatî haar gemoedsrust weer terug o Koning en raakte de godin verlost van haar ontsteltenis. (Vedabase)

 

Tekst 37

Hij, die als een grote toegewijde alleszins in staat was een tegenvloek tegen de godin uit te spreken, accepteerde [echter] gelaten de veroordeling die over hem werd uitgesproken en dat kenmerkte hem als een ware heilige.

Toen hij, die als een grote toegewijde in ieder opzicht in staat was een tegenvloek tegen de godin te formuleren, de veroordeling over zijn hoofd uitgestort aanvaardde, kenmerkte hem dat als een ware toegewijde. (Vedabase)

 

Tekst 38

[Vanwege deze vloek vond hij daarna ondanks] al zijn kennis en wijsheid zijn plaats in de afdeling van de demonische levensvormen. Na te zijn [herboren als Vis'varûpa en door Indra te zijn gedood werd hij als demon weer] opgeroepen door Tvashthâ's dakshinâgni offerplechtigheid en bekend onder de naam Vritrâsura [*, zie 6.9 en vergelijk met 1.5: 19].

Geboren uit de brahmaan genaamd Tvâsta ging hij bij het daksina vuuroffer over tot de afdeling van de demonische levensvormen en werd hij aldus met al zijn kennis en wijsheid gevierd als Vritrâsura [zie 6.9 en vergelijk met 1.5:19]. (Vedabase)


Tekst 39

Dit [mijn beste Parîkchit] is alles wat ik u uit had te leggen naar aanleiding van uw vraag over Vritrâsura, hij die met een verheven intelligentie op de wereld verscheen als een demon.

Dit is alles wat ik u uit te leggen had op uw vragen aan mij over Vritrâsura, degene van een verheven intelligentie die werd geboren in de duisternis. (Vedabase)

 

Tekst 40

Luisterend naar deze vrome geschiedenis over de grote ziel Citraketu welke de grootheid weerspiegelt van de toegewijden van Vishnu, raakt men bevrijd van de gebondenheid.

Deze geschiedenis van de zedige Citraketu die zo'n grote ziel was, omvat alle heerlijkheid en hij die ervan verneemt van de toegewijden van Vishnu, raakt bevrijd van de gebondenheid. (Vedabase)

 

Tekst 41

Een ieder die met de Heer in gedachten 's morgens vroeg opstaat en met geloof zijn stem beheerst door dit verhaal op te lezen, zal de hoogste bestemming bereiken.'

Een ieder die vroeg opstaat in de ochtend en met geloof zijn woorden beheersend dit verhaal opleest, die persoon zich de Heer heugend, zal de hoogste bestemming bereiken.' (Vedabase)

 


*: Tvashthâ  is een naam afgeleid van de wortels tashtha en tvaksh, hetgeen zoveel betekent als gepaard, gestalte gegeven, in de geest gevormd, geproduceerd of geschapen of scheppen en produceren. Er is sprake van verschillende Tvashthâ's in het Bhâgavatam. Een is een naam van Vis'vakarmâ,de halfgod architect zoals vermeld in 4.15: 17. In 3.6: 15 wordt de naam gebruikt voor de zon, de heerser van het licht als het deel van de Universele gedaante van de Heer die over het zien heerst. Een wordt er vermeld in vers 5.15: 14-15. Die was de vader van een zoon genaamd Viraja. De Tvashthâ vermeld in de context van dit verhaal waarin hij de vader van Vis'varupa is die veranderde in de demon Vritrâsura, is mogelijk dezelfde god [van de zon] als degene die wordt vermeld onder de deva's die over de maanden heersen, in zijn geval de maand Isha [september-oktober] zoals vermeld in 12.11: 43.

 

 

 

 

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de

Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License
.

Het eerste schilderij is (foutief) getiteld:
"Lord Shiva awaiting Tripura to join with each other",
©
Exoticindia.com, gebruikt met toestemming.
De tweede afbeelding is getiteld: 'Shiva and Parvati'.
 Chokha, India,
Rajput periode ca. 1820.
Bron: 
Smithsonian Institute.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd



 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties