
Canto
6
Hoofdstuk 1: Dharma en Adharma: het Leven van Ajâmila
(1) S'rî Parîkchit zei: 'Door het pad der bevrijding te volgen in het begin door uwe Heiligheid beschreven, is naar de orde ervan, door middel van het yogaproces en met Heer Brahmâ, geleerd hoe men niet aan een nieuw leven moet beginnen. (2) Getekend door het lot en inderdaad gericht op de drie geaardheden, raakt men telkens weer gevangen in de materiële wereld waar sprake is van een voortdurende vernieuwing van vormen, o wijze. (3) De hellen typisch voor de verschillende soorten van zedeloosheid hebt u beschreven alsook de periode van Manu, de manvantara waarin we de oorspronkelijke Svâyambhuva, de zoon van Brahmâ, aantreffen. (4-5) Van Priyavrata en van Uttânapâda beschreef u het karakter en de dynastieën en ook gaf u een beschrijving van de verschillende bereiken, regionen, oceanen, gebergten, rivieren, tuinen en bomen van de aardse levenssfeer en haar situatie in de zin van de verdelingen, kenmerken en afmetingen van al de hogere en lagere werelden die de Almachtige schiep. (6) Alstublieft verklaar me hier en nu wat het menselijke wezen alhier te doen staat zodat ze niet al de soorten van verschrikkelijke omstandigheden moet ondergaan van een waarlijk lijden in de hel.'
(7) S'rî S'uka zei: 'Als in dit leven niet de nodige tegenmaatregelen worden genomen, het juiste afdoen wordt beoefend, zal, na het zich verkeerd hebben gedragen in het denken, met de uitlatinmgen en met de zinnelijkheid, ongetwijfeld die persoon inderdaad na de dood eindigen in de verschillende soorten van hellen van verschrikkelijk lijden, welke ik u reeds heb beschreven. (8) Daarom, voordat men dood gaat en voordat je lichaam te oud en te gebrekkig is, behoort men alhier zo gauw men er de kans toe ziet zich te wijden aan het tenietdoen van de overtredingen met een juiste inschatting van hun ernst, precies zoals een dokter goed in het stellen van diagnosen zou doen met het behandelen van een ziekte.'
(9) De koning zei: 'Wat is dat afdoen nu voor een waarde als men, ondanks erover te vernemen en er getuige van te zijn, en te weten hoe schadelijk voor zichzelf men handelt in het begaan van overtredingen, men niet werkelijk zichzelf in de hand kan krijgen met het steeds maar in herhaling ten val komen? (10) Somtijds een einde makend aan de zonde, somtijds er weer opnieuw aan beginnend, bezie ik het proces van afdoen als nogal zinloos; het is precies als met een olifant die een stofbad neemt nadat hij uit het water komt.'
(11) De zoon van Vyâsa zei: 'Met het tenietdoen van karma wordt inderdaad, door het ontbreken van de nodige kennis, niet haar einde gerealiseerd; wil men er waarlijk mee hebben afgedaan dan moet men er echt genoeg van hebben. (12) Zij die het juiste voedsel eten worden werkelijk niet geplaagd door allerhande ziekten, zo ook heeft hij die te werk gaat met een ordentelijk in acht nemen o Koning, een toenemende kans op welbevinden. (13-14) Dit doet men middels gelofte en regulatie [yama en niyama]; vrijwillige boetedoening, celibaat, het beheersen van de geest [in dhyâna en met japa b.v.] en inperking van het zinnelijke alsook met het schenken aan goede doelen, met waarachtigheid en met inwendige en uitwendige reinheid. Met het lichaam, de stem en met de intelligentie maken zij die nuchter zijn, volledig op de hoogte van de feitelijke plicht van het dharma, met geloof een eind aan allerlei overtredingen, hoe groot en abominabel ook, zoals vuur droge bladeren verteert. (15) Sommigen slagen erin, met een vertrouwen op niets anders gebaseerd dan op een onvermengde toewijding [*] jegens Vâsudeva, al hun slechtheid te vernietigen zonder een kans op wederopleven, zoals de zon dat met mist doet. (16) Een mens vol van zonde, o Koning raakt voorzeker lang niet zo gezuiverd door boetedoening en dergelijke als de toegewijde die zijn leven overgaf aan Krishna in toegewijde dienst aan de oorspronkelijke persoon van God [of de âcârya, zie ook: 5.5: 10-13]. (17) In deze wereld is de weg die werkelijk geschikt is hij die wordt gevolgd door zich goed gedragende, onbevreesde en zegenrijke, heilige personen in overgave aan Nârâyana. (18) Het leeuwendeel van de inlossing, oplettend door een niet-toegewijde opgebracht, zal niet zuiveren, o Koning, precies zoals alle rivieren dat niet kunnen met het uitwassen van een drankvat. (19) Als de geest eenmaal vol is van de overgave aan de twee lotusvoeten van Heer Krishna, zal men alhier, vol verlangen uitziend naar Zijn kwaliteiten, nimmer Yamarâja en zijn opzichters op zijn weg vinden, of zelfs maar in zijn dromen zijn dienaren, met de touwen voor het vastbinden onder hun armen, tegenkomen, aangezien men dan wel van het juiste afdoen is [vergelijk B.G. 18: 66]. (20) In verband hiermee wordt ook wel het voorbeeld gegeven van de zeer oude geschiedenis van de discussie tussen de gezagdragers van Vishnu en Yamarâja. Alstublieft, verneem hierover nu van mij.
(21) In de stad Kânyakubja was er eens een brahmaan, die de naam Ajâmila droeg, die als de man van een vrouw uit de lagere klasse besmet was geraakt in zijn omgang met haar diensten en al zijn waarheidlievende gedrag had verloren.(22) Doordat hij zijn toevlucht had genomen tot verwerpelijke praktijken als het doen van aanhoudingen zonder noodzaak, bedrog in het gokspel en diefstal, hield hij zijn gezin op een hoogst zondige wijze in leven, waarbij hij anderen veel leed berokkende. (23) Op deze manier zijn leven doorbrengend met het onderhouden van zijn gezin dat uit vele zoons bestond, o Koning, verstreek de enorme tijdspanne van achtentachtig van zijn levensjaren. (24) Hij, als een oude man, had tien zonen en de jongste van hen was een klein kind dat door de vader en de moeder zeer werd gekoesterd en werd aangesproken met de naam Nârâyana. (25) Het kleintje lag hem na aan het hart; getuige te zijn van de kinderpraat en het spelen deed de oude man veel plezier. (26) Als hij at en dronk en kauwde gaf hij uit grote genegenheid voor het kind het ook iets te eten en te drinken, maar dwaas als hij was had hij niet door dat zijn einde nabij was. (27) Toen zijn stervensuur was aangebroken had hij, levend als een onbenullig iemand, aldus een geest die zich had gefixeerd op het jongetje dat de naam Nârâyana droeg. (28-29) Op korte afstand zag hij dat drie types waren gearriveerd die, met touwen in hun handen en angstwekkende gelaatstrekken, verwrongen gezichten en hun haren rechtop op hun lichaam staand, klaar stonden om hem met zich mee te nemen. Verschrikt en met tranen in zijn ogen riep hij luid om zijn in de buurt spelende kind dat dus de naam Nârâyana droeg. (30) Toen ze de naam van hun meester de Heer hoorden uit de mond van de stervende man, o Koning, kwamen Zijn dienaren er meteen aan. (31) Op het ogenblik dat de boodschappers van Yâma bij de echtgenoot van de meid van binnenuit zijn hart aan lostrekken waren, riepen de Vishnudûta's met welluidende stem dat een halt toe. (32) Zij, verhinderd, antwoordden hen: 'Wie zijn jullie allemaal, die ingaan tegen de autoriteit van de Koning van het Dharma? (33) Vanwaar of van wie zijn jullie afkomstig of waar horen jullie thuis, waarom zijn jullie naar hier gekomen en waarom weerhouden jullie ons ervan onze gang te gaan? Wie zijn jullie wel niet, de besten der volmaakten, goden of godgelijken of zoiets? (34-36) Jullie allen, met jullie lotusgelijke ogen, gele kledij, helmen, glinsterende oorhangers en kransen van lotusbloemen; jullie allen, die er zo jong uitzien en allemaal even mooi zijn met vier armen, een boog, een pijlenkoker en de opsier van een zwaard, een strijdknots, een hoornschelp, een werpschijf en een lotusbloem, in alle richtingen verdrijven jullie de duisternis met de straling van het licht dat van jullie uitgaat; wat is er de bedoeling van ons te dwarsbomen, de dienaren van de handhaver van het Dharma?'
(37) S'uka zei: 'Aldus aangesproken door de Yamadûta's gaven ze hen, altijd bereid Vâsudeva te dienen, glimlachend het volgende ten antwoord met stemmen die weerklonken als de rollende donder. (38) De achtenswaardige Vishnudûta's zeiden: 'Als jullie bij elkaar daadwerkelijk de gezagdragers van de Koning van het Dharma zijn, leg ons dan maar eens uit wat de waarheid is van dharma alsook hoe adharma moet worden herkend. (39) Op welke manier zouden straffen moeten worden uitgedeeld of wat zou de geschikte plaats daarvoor zijn, en zijn alle of slechts enkele van de mensen die uit zijn op hun voordeel strafbaar?
(40) De Yamadûta's zeiden: 'In de Veda's inderdaad staat het dharma voorgeschreven, adharma is het tegengestelde daarvan; de Veda's moeten worden gezien als voortgekomen uit Hemzelve, uit Nârâyana, zo hebben we vernomen. (41) Door Hem, vanuit Zijn eigen positie, worden onder het gezag van de geaardheden der hartstocht, goedheid en traagheid al deze manifestaties geschapen en hebben ze de bij hen horende verschillen in kwaliteiten, namen, activiteiten en gedaanten. (42) De goddelijkheid van de zon, het vuur, de hemel, de lucht, de goden, de maan, de avond, de dag en de nacht, de richtingen, het water en het land; al dezen verpersoonlijken het dharma, waarlijk aldus de getuigen vormend voor het belichaamde levende wezen. (43) Door al dezen wordt de afwijking in adharma gekend en worden al de geschikte plaatsen van bestraffing onderkend met achting voor het karma in kwestie van de overtreders die de bestraffing verdienen. (44) Met de karmî's die, besmet door de geaardheden, een materiële gedaante hebben aangenomen, zijn er inderdaad goedgunstige, vrome daden zowel als handelingen die daar lijnrecht tegenover staan, o zondelozen, aangezien vrijwel niemand zijn werk volledig vrij van materiële motieven verricht. (45) De mate waarin iemand in dit leven zich bezig houdt met een zeker dharma of adharma, verzekert hem van het genieten of lijden onder een bepaald resultaat in overeenstemming ermee in zijn volgende leven [vergelijk B.G. 14: 18]. (46) Zoals in dit leven onder de levenden, o beste der goddelijken, van de verschillende effecten der natuurlijke geaardheden, de drie soorten van eigenschappen worden verworven [van vreedzaam, rusteloos en zot zijn; of van gelukkig, ongelukkig, of iets er tussenin zijn; of van religieus, onkerkelijk of semi-kerkelijk zijn], mag men verwachten dat het net zo gaat als men ergens anders terecht komt [een leven hierna]. (47) Net zoals de huidige tijd bewijs vormt van het verleden en een aanwijzing vormt voor de toekomst, is net zo deze geboorte aanduiding voor het dharma en adharma van iemands geboorten in het verleden en in de toekomst. (48) In zijn verblijf neemt de godheid [die Yamarâja is] in zijn geestesoog de in het verleden aangenomen gedaante waar en overweegt hij de mogelijke toekomst ervan; aangaande de geest is hij een Heer zo goed en groot als Brahmâ. (49) Zoals iemand in zijn slaap bezig is met handelingen met betrekking tot een bepaalde gedaante, is men op dezelfde manier zich niet bewust van het verleden en van wat komen gaat, bij geboorte de heugenis verloren hebbend. (50) Met de zeventien der werkende en waarnemende zinnen en hun vijf objecten, gaat hij te werk, weet hij en heeft hij zijn belangen, maar met deze vijftien elementen en de geest daartoe, is hij [de ziel] het zelf die het zeventiende element vormt dat het drievoudige geniet. (51) Aangezien dat zestiendelige subtiele lichaam het effect is van de drie krachten van de grotere natuur, is het levend wezen onderworpen aan een [moeilijk te boven te komen] herhaalde transmigratie [samsriti] die het in vreugde, weeklagen, angst en ellende verzet. (52) De belichaamde die het bewustzijn mist met het niet in bedwang hebben van de zinnen en de geest, wordt tegen zijn wil tot het doen van handelingen terwille van zijn eigen materiële voordeel aangezet; zoals een zijderups weeft hij aldus verdwaasd rakend zich in in zijn eigen karma. (53) Er is waarlijk niemand die het ook maar voor een ogenblik zonder iets te doen kan stellen; door de drie geaardheden wordt iemand er automatisch toe gedwongen vruchtdragende handelingen te verrichten die het resultaat zijn van de eigen natuurlijke neigingen. (54) Met de o zo machtige, aangeboren aard vindt, zonder twijfel, als een kopie van het vlees van de moeder en het zaad van de vader, het grove en subtiele van het lichaam zijn bestaan voortgedreven door de, voor de persoon niet waarneembare, oorzaak [zie ook: B.G. 8: 6]. (55) De positie van een levend wezen is vanwege deze omgang met het materiële van de natuur verworden tot een akelige vol vergetelheid, maar als men maar kort de omgang van de Beheerser mag genieten, is dat probleem al overwonnen.
(56-57) Deze hier [Ajâmila] was altijd goed in de Veda, van een goede inborst, van goed gedrag en was een reservoir van goede eigenschappen; gewetensvol volgde hij de aanwijzingen op, was hij zachtgeaard, beheerst, waarheidlievend, deed hij zijn mantra's, was hij netjes en schoon, van de hoogste achting in dienst aan de goeroe, de vuurgod, zijn gasten en de leden van de huishouding en was hij vrij van vals prestige, vriendelijk jegens allen, zonder fouten, niet afgunstig en van de beste bewoordingen. (58-60) Ooit ging deze brahmaan, in opdracht van zijn vader, naar het bos om aldaar vruchten en bloemen te verzamelen en samit en kus'a [grassoorten]. Terugkerend, zag hij een of andere s'ûdra zeer lustig bezig samen met een publieke vrouw die dronken van de maireya nectar [een drank gemaakt van de somabloem] met haar ogen heen en weer rolde van de bedwelming. Onder invloed was haar kleed los gaan zitten en, onbeschaamd in wangedrag vervallen, stond hij lachend en zingend dicht tegen haar aan, zich met haar vermakend. (61) Haar ziend met zijn wellustige met turmeric versierde arm om haar heen, was hij er dus plots, van zijn jagende hart, zowaar zeker van ten prooi te vallen aan de verbijstering. (62) Van binnenuit trachtend zichzelf onder controle te krijgen, zichzelf herinnerend aan wat onderwezen was, slaagde hij er niet in zijn geest te bedwingen, van streek als die was door Cupido. (63) Als gevolg van de aanblik was hij, in de begoocheling van zijn geest zijn ware positie vergetend, als een verduisterde planeet en gaf hij, met zijn geest op haar gevestigd steeds weer aan haar denkend, zijn dharma er volledig aan. (64) Haar, had hij zich voorgenomen, zou hij behagen, voor zover het geld dat hij had van zijn vader hem dat toestond en, tegemoetkomend aan haar verlangens, bood hij haar materiële zekerheid, zodat ze tevreden zou zijn. (65) Zijn jonge vrouw, een brahmanendochter van goede huize, waarmee hij was getrouwd, gaf hij in zijn zonde op vanaf het moment dat zijn gefascineerd raakte door de blikken van de publieke vrouw. (66) Met alle macht en zoveel als mogelijk nam hij, deze persoon, verstoken van alle intelligentie, door dan wel behoorlijk dan wel onbehoorlijk het geld ervoor bijeen te zamelen, de zorg voor haar en de vele kinderen die deel uitmaakten van het gezin dat ze vormde. (67) Omdat, deze hier, brak met alle regels van de s'âstra, zich onverantwoordelijk gedragend, werd zijn leven van het voor zo'n lange tijd verwijlen in foute handelingen, vanwege de onzuiverheid ten strengste veroordeeld als zijnde onrein. (68) Aangezien hij van geen ophouden wist met zijn herhaalde overtredingen, zullen we derhalve hem meevoeren naar de aanwezigheid van de Heer der Bestraffing alwaar gekastijd hij zuivering zal vinden.'
Tweede editie, geladen 24 maart 2007
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî Parîkchit zei: 'Door het pad der bevrijding te volgen in het begin door uwe Heiligheid beschreven, is naar de orde ervan, door middel van het yogaproces en met Heer Brahmâ, geleerd hoe men niet aan een nieuw leven moet beginnen.S'rî Parîkchit zei: 'Door het pad der bevrijding te volgen in het begin door uwe Heiligheid beschreven, is naar de orde ervan, door middel van het yogaproces en met Heer Brahmâ, geleerd hoe men niet aan een nieuw leven moet beginnen. (Vedabase)
Getekend door het lot en inderdaad gericht op de drie geaardheden, raakt men telkens weer gevangen in de materiële wereld waar sprake is van een voortdurende vernieuwing van vormen, o wijze.
Getekend door het lot en inderdaad gericht op de drie geaardheden, raakt men telkens weer gevangen in de materiële wereld waar sprake is van een voortdurende vernieuwing van vormen, o wijze. (Vedabase)
De hellen typisch voor de verschillende soorten van zedeloosheid hebt u beschreven alsook de periode van Manu, de manvantara waarin we de oorspronkelijke Svâyambhuva, de zoon van Brahmâ, aantreffen.
De hellen typisch voor de verschillende soorten van zedeloosheid hebt u beschreven als ook de periode van Manu, de manvantara waarin we de oorspronkelijke Svâyambhuva, de zoon van Brahmâ, aantreffen. (Vedabase)
Van Priyavrata en van Uttânapâda beschreef u het karakter en de dynastieën en ook gaf u een beschrijving van de verschillende bereiken, regionen, oceanen, gebergten, rivieren, tuinen en bomen van de aardse levenssfeer en haar situatie in de zin van de verdelingen, kenmerken en afmetingen van al de hogere en lagere werelden die de Almachtige schiep.
Van Priyavrata en van Uttânapâda beschreef u het karakter en de dynastieën en ook gaf u een beschrijving van de verschillende bereiken, regionen, oceanen, gebergten, rivieren, tuinen en bomen van de aardse levenssfeer en haar situatie in de zin van de verdelingen, kenmerken en afmetingen van al de hogere en lagere werelden die de Almachtige schiep. (Vedabase)
Alstublieft verklaar me hier en nu wat het menselijke wezen alhier te doen staat zodat ze niet al de soorten van verschrikkelijke omstandigheden moet ondergaan van een waarlijk lijden in de hel.'
Alstublieft verklaar me hier en nu wat het menselijke wezen alhier te doen staat zodat ze niet al de soorten van verschrikkelijke omstandigheden moet ondergaan van een waarlijk lijden in de hel.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Als in dit leven niet de nodige tegenmaatregelen worden genomen, het juiste afdoen wordt beoefend, zal, na het zich verkeerd hebben gedragen in het denken, met de uitlatinmgen en met de zinnelijkheid, ongetwijfeld die persoon inderdaad na de dood eindigen in de verschillende soorten van hellen van verschrikkelijk lijden, welke ik u reeds heb beschreven.
S'rî S'uka zei: 'Als in dit leven niet de nodige tegenmaatregelen worden genomen, het juiste afdoen wordt beoefend, zal, na het doen van de verkeerde dingen die zich afspelen in het denken, in de woorden en in de zinnelijkheid, ongetwijfeld die persoon inderdaad na de dood eindigen in de verschillende soorten van hellen van verschrikkelijk lijden, welke ik u reeds heb beschreven. (Vedabase)
Daarom, voordat men dood gaat en voordat je lichaam te oud en te gebrekkig is, behoort men alhier zo gauw men er de kans toe ziet zich te wijden aan het tenietdoen van de overtredingen met een juiste inschatting van hun ernst, precies zoals een dokter goed in het stellen van diagnosen zou doen met het behandelen van een ziekte.'
Daarom, voordat men dood gaat en voordat je lichaam te oud en te gebrekkig is, behoort men alhier werkelijk bijtijds zich te zetten aan het teniet doen van de zonden met een juiste inschatting van hun ernst, precies zoals een dokter goed in het stellen van diagnosen zou doen met het behandelen van een ziekte. (Vedabase)
De koning zei: 'Wat is dat afdoen nu voor een waarde als men, ondanks erover te vernemen en er getuige van te zijn, en te weten hoe schadelijk voor zichzelf men handelt in het begaan van overtredingen, men niet werkelijk zichzelf in de hand kan krijgen met het steeds maar in herhaling ten val komen?
De koning zei: 'Aangezien ondanks erover te vernemen en er getuige van te zijn, en te weten hoe schadelijk voor zichzelf men handelt in het begaan van zonden, men in herhaling vallend er niet toe in staat is er invloed op te krijgen, wat heeft dat afdoen dan voor een waarde? (Vedabase)
Somtijds een einde makend aan de zonde, somtijds er weer opnieuw aan beginnend, bezie ik het proces van afdoen als nogal zinloos; het is precies als met een olifant die een stofbad neemt nadat hij uit het water komt.'
Somtijds een einde makend aan de zonde, somtijds er weer opnieuw aan beginnend, bezie ik het proces van afdoen als nogal zinloos; als met een olifant die een stofbad neemt nadat hij uit het water komt.' (Vedabase)
De zoon van Vyâsa zei: 'Met het tenietdoen van karma wordt inderdaad, door het ontbreken van de nodige kennis, niet haar einde gerealiseerd; wil men er waarlijk mee hebben afgedaan dan moet men er echt genoeg van hebben.
De zoon van Vyâsa zei: 'Met het teniet doen van karma wordt inderdaad, door het ontbreken van de nodige kennis, niet haar einde gerealiseerd; wil men er waarlijk mee hebben afgedaan dan moet men er echt genoeg van hebben. (Vedabase)
Zij die het juiste voedsel eten worden werkelijk niet geplaagd door allerhande ziekten, zo ook heeft hij die te werk gaat met een ordentelijk in acht nemen o Koning, een toenemende kans op welbevinden.
Zij die het juiste voedsel eten worden inderdaad werkelijk niet geplaagd door allerhande ziekten, zo ook heeft hij die handelt met een ordentelijk in acht nemen o Koning, een toenemende kans op welbevinden. (Vedabase)
Dit doet men middels gelofte en regulatie [yama en niyama]; vrijwillige boetedoening, celibaat, het beheersen van de geest [in dhyâna en met japa b.v.] en inperking van het zinnelijke alsook met het schenken aan goede doelen, met waarachtigheid en met inwendige en uitwendige reinheid. Met het lichaam, de stem en met de intelligentie maken zij die nuchter zijn, volledig op de hoogte van de feitelijke plicht van het dharma, met geloof een eind aan allerlei overtredingen, hoe groot en abominabel ook, zoals vuur droge bladeren verteert.
Dit doet men middels gelofte en regulatie [yama en niyama]; vrijwillige boetedoening, celibaat, het beheersen van de geest [in dhyana en met japa b.v.] en inperking van het zinnelijke als ook met het schenken aan goede doelen, met waarachtigheid en met inwendige en uitwendige reinheid. Met het lichaam, de stem en met de intelligentie vernietigen zij die nuchter zijn, volledig op de hoogte van de feitelijke plicht van het dharma, met geloof allerlei zonden, hoe groot en abominabel ook, zoals vuur dat doet met droge bladeren. (Vedabase)
Sommigen slagen erin, met een vertrouwen op niets anders gebaseerd dan op een onvermengde toewijding [*] jegens Vâsudeva, al hun slechtheid te vernietigen zonder een kans op wederopleven, zoals de zon dat met mist doet.
Sommigen slagen erin, met een vertrouwen op niets anders gevestigd dan een onvermengde toewijding [*] jegens Vâsudeva, al hun slechtheid te vernietigen zonder een kans op wederopleven, zoals de zon dat met mist doet. (Vedabase)
Een mens vol van zonde, o Koning raakt voorzeker lang niet zo gezuiverd door boetedoening en dergelijke als de toegewijde die zijn leven overgaf aan Krishna in toegewijde dienst aan de oorspronkelijke persoon van God [of de âcârya, zie ook: 5.5: 10-13].
Een mens vol van zonde, o Koning raakt voorzeker lang niet zo gezuiverd door boetedoening en dergelijke als de toegewijde die zijn leven overgaf aan Krishna in toegewijde dienst aan de oorspronkelijke persoon van God [of de âcârya, zie ook: 5.5:10-13]. (Vedabase)
Tekst 17
In deze wereld is de weg die werkelijk geschikt is hij die wordt gevolgd door zich goed gedragende, onbevreesde en zegenrijke, heilige personen in overgave aan Nârâyana.
In deze wereld is de weg die werkelijk geschikt is hij die wordt gevolgd door zich goed gedragende, onbevreesde en goedgunstige, heilige personen in overgave aan Nârâyana. (Vedabase)
Het leeuwendeel van de inlossing, oplettend door een niet-toegewijde opgebracht, zal niet zuiveren, o Koning, precies zoals alle rivieren dat niet kunnen met het uitwassen van een drankvat.
Het leeuwendeel van de inlossing, oplettend door een niet-toegewijde opgebracht, zal niet zuiveren, o Koning, precies zoals alle rivieren dat niet kunnen met het uitwassen van een drankvat. (Vedabase)
Als de geest eenmaal vol is van de overgave aan de twee lotusvoeten van Heer Krishna, zal men alhier, vol verlangen uitziend naar Zijn kwaliteiten, nimmer Yamarâja en zijn opzichters op zijn weg vinden, of zelfs maar in zijn dromen zijn dienaren, met de touwen voor het vastbinden onder hun armen, tegenkomen, aangezien men dan wel van het juiste afdoen is [vergelijk B.G. 18: 66].
Als de geest eenmaal vol is van de overgave aan de twee lotusvoeten van Heer Krishna, zal men alhier, vol verlangen uitziend naar Zijn kwaliteiten, nimmer Yamarâja en zijn opzichters op zijn weg vinden, of zelfs maar in zijn dromen zijn dienaren, met de touwen voor het vastbinden onder hun armen, tegenkomen, aangezien men dan wel van het juiste afdoen is [vergelijk B.G. 18:66]. (Vedabase)
In verband hiermee wordt ook wel het voorbeeld gegeven van de zeer oude geschiedenis van de discussie tussen de gezagdragers van Vishnu en Yamarâja. Alstublieft, verneem hierover nu van mij.
In verband hiermee wordt ook wel het voorbeeld gegeven van de zeer oude geschiedenis van de discussie tussen de gezagdragers van Vishnu en Yamarâja. Alstublieft, verneem hierover nu van mij. (Vedabase)
In de stad Kânyakubja was er eens een brahmaan, die de naam Ajâmila droeg, die als de man van een vrouw uit de lagere klasse besmet was geraakt in zijn omgang met haar diensten en al zijn waarheidlievende gedrag had verloren.
In de stad Kânyakubja was er eens een brahmaan, die de naam Ajâmila droeg, die als de man van een vrouw uit de lagere klasse besmet was geraakt in de omgang met haar diensten en al zijn waarheidlievende gedrag had verloren. (Vedabase)
Doordat hij zijn toevlucht had genomen tot verwerpelijke praktijken als het doen van aanhoudingen zonder noodzaak, bedrog in het gokspel en diefstal, hield hij zijn gezin op een hoogst zondige wijze in leven, waarbij hij anderen veel leed berokkende.
Door zijn toevlucht genomen te hebben tot verwerpelijke praktijken als het doen van aanhoudingen zonder noodzaak, bedrog in het gokspel en diefstal, hield hij zijn gezin op een hoogst zondige wijze in leven, anderen veel leed berokkenend. (Vedabase)
Op deze manier zijn leven doorbrengend met het onderhouden van zijn gezin dat uit vele zoons bestond, o Koning, verstreek de enorme tijdspanne van achtentachtig van zijn levensjaren.
Op deze manier zijn leven doorbrengend, zijn gezin dat uit vele zoons bestond onderhoudend, o Koning, verstreek de enorme tijdspanne van achtentachtig van zijn levensjaren. (Vedabase)
Hij, als een oude man, had tien zonen en de jongste van hen was een klein kind dat door de vader en de moeder zeer werd gekoesterd en werd aangesproken met de naam Nârâyana.
Hij, als een oude man, had tien zonen en de jongste van hen was een klein kind dat door de vader en de moeder zeer werd gekoesterd en werd aangesproken met de naam Nârâyana. (Vedabase)
Het kleintje lag hem na aan het hart; getuige te zijn van de kinderpraat en het spelen deed de oude man veel plezier.
Het kleintje lag hem na aan het hart; getuige te zijn van de kinderpraat en het spelen deed de oude man veel plezier. (Vedabase)
Als hij at en dronk en kauwde gaf hij uit grote genegenheid voor het kind het ook iets te eten en te drinken, maar dwaas als hij was had hij niet door dat zijn einde nabij was.
Als hij at en dronk en kauwde gaf hij uit grote genegenheid voor het kind het ook iets te eten en te drinken, maar verzot als hij was had hij niet door dat zijn einde daar was. (Vedabase)
Toen zijn stervensuur was aangebroken had hij, levend als een onbenullig iemand, aldus een geest die zich had gefixeerd op het jongetje dat de naam Nârâyana droeg.
Aldus, levend als een onbenul, vestigde hij, toen zijn stervensuur was aangebroken, zijn geest op het jongetje dat de naam Nârâyana droeg. (Vedabase)
Op korte afstand zag hij dat drie types waren gearriveerd die, met touwen in hun handen en angstwekkende gelaatstrekken, verwrongen gezichten en hun haren rechtop op hun lichaam staand, klaar stonden om hem met zich mee te nemen. Verschrikt en met tranen in zijn ogen riep hij luid om zijn in de buurt spelende kind dat dus de naam Nârâyana droeg.
Op korte afstand zag hij dat drie types, met touwen in hun handen en angstwekkende gelaatstrekken, verwrongen gezichten en hun haren rechtop hun lichaam staand, waren gearriveerd, klaar om hem met zich mee te nemen. Verschrikt en met tranen in zijn ogen riep hij luid om zijn in de buurt spelende kind dat dus de naam Nârâyana droeg. (Vedabase)
Toen ze de naam van hun meester de Heer hoorden uit de mond van de stervende man, o Koning, kwamen Zijn dienaren er meteen aan.
Toen ze de naam van hun meester de Heer hoorden komen van de mond van de stervende man, o Koning, kwamen Zijn dienaren er meteen aan. (Vedabase)
Op het ogenblik dat de boodschappers van Yâma bij de echtgenoot van de meid van binnenuit zijn hart aan lostrekken waren, riepen de Vishnudûta's met welluidende stem dat een halt toe
Op het ogenblik dat de boodschappers van Yâma de echtgenoot van de meid van binnenuit het hart aan het wegsnaaien waren, riepen de Vishnudûta's met welluidende stem dat een halt toe. (Vedabase)
Zij, verhinderd, antwoordden hen: 'Wie zijn jullie allemaal, die ingaan tegen de autoriteit van de Koning van het Dharma?
Zij, verhinderd, antwoordden hen: 'Wie zijn jullie allemaal, die ingaan tegen de zeggenschap van de Koning van het Dharma? (Vedabase)
Vanwaar of van wie zijn jullie afkomstig of waar horen jullie thuis, waarom zijn jullie naar hier gekomen en waarom weerhouden jullie ons ervan onze gang te gaan? Wie zijn jullie wel niet, de besten der volmaakten, goden of godgelijken of zoiets?
Vanwaar of van wie zijn jullie afkomstig of waar horen jullie thuis, waarom zijn jullie naar hier gekomen en waarom weerhouden jullie ons ervan onze gang te gaan? Wie zijn jullie wel niet, de besten der volmaakten, goden of godgelijken of zoiets? (Vedabase)
Jullie allen, met jullie lotusgelijke ogen, gele kledij, helmen, glinsterende oorhangers en kransen van lotusbloemen; jullie allen, die er zo jong uitzien en allemaal even mooi zijn met vier armen, een boog, een pijlenkoker en de opsier van een zwaard, een strijdknots, een hoornschelp, een werpschijf en een lotusbloem, in alle richtingen verdrijven jullie de duisternis met de straling van het licht dat van jullie uitgaat; wat is er de bedoeling van ons te dwarsbomen, de dienaren van de handhaver van het Dharma?'
Jullie allen, met jullie lotusgelijke ogen, gele kledij, helmen, glinsterende oorhangers en kransen van lotusbloemen; jullie allen, die er zo jong uitzien en allemaal even mooi zijn met vier armen, een boog, een pijlenkoker en de opsier van een zwaard, een strijdknots, een hoornschelp, een werpschijf en een lotusbloem, in alle richtingen verdrijven jullie de duisternis met de straling van het licht dat van jullie uitgaat; wat is er de bedoeling van ons te dwarsbomen, de dienaren van de handhaver van het Dharma?' (Vedabase)
S'uka zei: 'Aldus aangesproken door de Yamadûta's gaven ze hen, altijd bereid Vâsudeva te dienen, glimlachend het volgende ten antwoord met stemmen die weerklonken als de rollende donder.
S'uka zei: 'Aldus aangesproken door de Yamadûta's gaven ze hen, altijd bereid Vâsudeva te dienen, glimlachend het volgende ten antwoord met stemmen die weerklonken als de rollende donder. (Vedabase)
De achtenswaardige Vishnudûta's zeiden: 'Als jullie bij elkaar daadwerkelijk de gezagdragers van de Koning van het Dharma zijn, leg ons dan maar eens uit wat de waarheid is van dharma alsook hoe adharma moet worden herkend.
De achtenswaardige Vishnudûta's zeiden: 'Als jullie bij elkaar daadwerkelijk de gezagdragers van de Koning van het Dharma zijn, leg ons dan maar eens uit wat de waarheid is van dharma alsook hoe adharma moet worden herkend. (Vedabase)
Op welke manier zouden straffen moeten worden uitgedeeld of wat zou de geschikte plaats daarvoor zijn, en zijn alle of slechts enkele van de mensen die uit zijn op hun voordeel strafbaar?
Op welke manier zouden straffen moeten worden uitgedeeld of wat zou de geschikte plaats daarvoor zijn, en zijn alle of slechts enkele van de mensen die uit zijn op hun voordeel strafbaar? (Vedabase)
De Yamadûta's zeiden: 'In de Veda's inderdaad staat het dharma voorgeschreven, adharma is het tegengestelde daarvan; de Veda's moeten worden gezien als voortgekomen uit Hemzelve, uit Nârâyana, zo hebben we vernomen.
De Yamadûta's zeiden: 'In de Veda's inderdaad staat het dharma voorgeschreven, adharma is het tegengestelde daarvan; de Veda's moeten worden gezien als voortgekomen uit Hemzelve, uit Nârâyana, zo hebben we vernomen. (Vedabase)
Door Hem, vanuit Zijn eigen positie, worden onder het gezag van de geaardheden der hartstocht, goedheid en traagheid al deze manifestaties geschapen en hebben ze de bij hen horende verschillen in kwaliteiten, namen, activiteiten en gedaanten.
Door Hem, vanuit Zijn eigen positie, worden onder het gezag van de geaardheden der hartstocht, goedheid en traagheid al deze manifestaties geschapen en hebben ze de bij hen horende verschillen in kwaliteiten, namen, aktiviteiten en gedaanten. (Vedabase)
De goddelijkheid van de zon, het vuur, de hemel, de lucht, de goden, de maan, de avond, de dag en de nacht, de richtingen, het water en het land; al dezen verpersoonlijken het dharma, waarlijk aldus de getuigen vormend voor het belichaamde levende wezen.
De goddelijkheid van de zon, het vuur, de hemel, de lucht, de goden, de maan, de avond, de dag en de nacht, de richtingen, het water en het land; al dezen verpersoonlijken het Dharma, waarlijk aldus de getuigen vormend voor het belichaamde levende wezen. (Vedabase)
Door al dezen wordt de afwijking in adharma gekend en worden al de geschikte plaatsen van bestraffing onderkend met achting voor het karma in kwestie van de overtreders die de bestraffing verdienen.
Door al dezen wordt de afwijking in adharma gekend en worden al de geschikte plaatsen van bestraffing onderkend met achting voor het karma in kwestie van de zondaren die de bestraffing verdienen. (Vedabase)
Met de karmî's die, besmet door de geaardheden, een materiële gedaante hebben aangenomen, zijn er inderdaad goedgunstige, vrome daden zowel als handelingen die daar lijnrecht tegenover staan, o zondelozen, aangezien vrijwel niemand zijn werk volledig vrij van materiële motieven verricht.
Met de karmî's die, besmet door de geaardheden, een materiële gedaante hebben aangenomen, zijn er inderdaad goedgunstige, zedige handelingen zowel als handelingen die daar lijnrecht tegenover staan, o zondenlozen, aangezien er waarlijk niemand is die zijn werk volledig vrij van materiële motieven verricht. (Vedabase)
De mate waarin iemand in dit leven zich bezig houdt met een zeker dharma of adharma, verzekert hem van het genieten of lijden onder een bepaald resultaat in overeenstemming ermee in zijn volgende leven [vergelijk B.G. 14: 18].
De mate waarin iemand in dit leven zich bezig houdt met een zeker dharma of adharma, verzekert hem van het genieten of lijden onder een bepaald resultaat in overeenstemming ermee in zijn volgende leven [vergelijk B.G. 14: 18 ]. (Vedabase)
Zoals in dit leven onder de levenden, o beste der goddelijken, van de verschillende effecten der natuurlijke geaardheden, de drie soorten van eigenschappen worden verworven [van vreedzaam, rusteloos en zot zijn; of van gelukkig, ongelukkig, of iets er tussenin zijn; of van religieus, onkerkelijk of semi-kerkelijk zijn], mag men verwachten dat het net zo gaat als men ergens anders terecht komt [een leven hierna].
Zoals in dit leven onder de levenden, o beste der goddelijken, van de verschillende effecten der natuurlijke geaardheden, de drie soorten van eigenschappen worden verworven [van vreedzaam, rusteloos en zot zijn; of van gelukkig, ongelukkig, of iets er tussenin zijn; of van religieus, onkerkelijk of semi-kerkelijk zijn], zo ook mag men verwachten dat het is als men tot elders geraakt [een leven hierna]. (Vedabase)
Net zoals de huidige tijd bewijs vormt van het verleden en een aanwijzing vormt voor de toekomst, is net zo deze geboorte aanduiding voor het dharma en adharma van iemands geboorten in het verleden en in de toekomst.
Net zoals de huidige tijd bewijs vormt van het verleden en een aanwijzing vormt voor de toekomst, is net zo deze geboorte aanduiding voor het dharma en adharma van iemands geboorten in het verleden en in de toekomst. (Vedabase)
In zijn verblijf neemt de godheid [die Yamarâja is] in zijn geestesoog de in het verleden aangenomen gedaante waar en overweegt hij de mogelijke toekomst ervan; aangaande de geest is hij een Heer zo goed en groot als Brahmâ.
In zijn verblijf neemt de godheid [die Yamarâja is] in zijn geestesoog de in het verleden aangenomen gedaante waar en overweegt hij de mogelijke toekomst ervan; aangaande de geest is hij een Heer zo goed en groot als Brahmâ. (Vedabase)
Zoals iemand in zijn slaap bezig is met handelingen met betrekking tot een bepaalde gedaante, is men op dezelfde manier zich niet bewust van het verleden en van wat komen gaat, bij geboorte de heugenis verloren hebbend.
Zoals iemand in zijn slaap bezig is met handelingen in betrekking tot een bepaalde gedaante, is men op dezelfde manier zich niet bewust van het verleden en van wat komen gaat, bij geboorte de heugenis verloren hebbend. (Vedabase)
Met de zeventien der werkende en waarnemende zinnen en hun vijf objecten, gaat hij te werk, weet hij en heeft hij zijn belangen, maar met deze vijftien elementen en de geest daartoe, is hij [de ziel] het zelf die het zeventiende element vormt dat het drievoudige geniet.
Met de zeventien der werkende en waarnemende zinnen en hun vijf objecten, gaat hij te werk, weet hij en heeft hij zijn belangen, maar met deze vijftien elementen en de geest daartoe, is hij [de ziel] het zelf die het zeventiende element vormt dat het drievoudige geniet. (Vedabase)
Aangezien dat zestiendelige subtiele lichaam het effect is van de drie krachten van de grotere natuur, is het levend wezen onderworpen aan een [moeilijk te boven te komen] herhaalde transmigratie [samsriti] die het in vreugde, weeklagen, angst en ellende verzet.
Aangezien dat zestiendelige subtiele lichaam het effect is van de drie krachten van de grotere natuur, is het levend wezen onderworpen aan een [moeilijk te boven te komen] herhaalde transmigratie [samsrti] die het in vreugde, weeklagen, angst en ellende verzet. (Vedabase)
De belichaamde die het bewustzijn mist met het niet in bedwang hebben van de zinnen en de geest, wordt tegen zijn wil tot het doen van handelingen terwille van zijn eigen materiële voordeel aangezet; zoals een zijderups weeft hij aldus verdwaasd rakend zich in in zijn eigen karma.
De belichaamde die het bewustzijn mist met het niet onder kontrole hebben van de zinnen en de geest, wordt tegen zijn wil tot het doen van handelingen terwille van zijn eigen materiële voordeel aangezet; zoals een zijderups weeft hij aldus verdwaasd rakend zich in in zijn eigen karma. (Vedabase)
Er is waarlijk niemand die het ook maar voor een ogenblik zonder iets te doen kan stellen; door de drie geaardheden wordt iemand er automatisch toe gedwongen vruchtdragende handelingen te verrichten die het resultaat zijn van de eigen natuurlijke neigingen.
Er is waarlijk niemand die het ook maar voor een ogenblik zonder iets te doen kan stellen; inderdaad wordt iemand door de drie geaardheden er automatisch toe gedwongen vruchtdragende handelingen te verrichten die het resultaat zijn van de eigen natuurlijke neigingen. (Vedabase)
Met de o zo machtige, aangeboren aard vindt, zonder twijfel, als een kopie van het vlees van de moeder en het zaad van de vader, het grove en subtiele van het lichaam zijn bestaan voortgedreven door de, voor de persoon niet waarneembare, oorzaak [zie ook: B.G. 8: 6].
Met de o zo machtige, aangeboren aard vindt, zonder twijfel, als een kopie van het vlees van de moeder en het zaad van de vader, het grove en subtiele van het lichaam voortgedreven door de, voor de persoon niet waarneembare, oorzaak, zijn bestaan [zie ook: B.G. 8:6]. (Vedabase)
De positie van een levend wezen is vanwege deze omgang met het materiële van de natuur verworden tot een akelige vol vergetelheid, maar als men maar kort de omgang van de Beheerser mag genieten, is dat probleem al overwonnen.
De positie van een levend wezen is vanwege deze omgang met het materiële van de natuur verworden tot een akelige vol vergetelheid, maar als men niet al te lang weg geweest is van de associatie van de Beheerser, wordt dat overwonnen. (Vedabase)
Deze hier [Ajâmila] was altijd goed in de Veda, van een goede inborst, van goed gedrag en was een reservoir van goede eigenschappen; gewetensvol volgde hij de aanwijzingen op, was hij zachtgeaard, beheerst, waarheidlievend, deed hij zijn mantra's, was hij netjes en schoon, van de hoogste achting in dienst aan de goeroe, de vuurgod, zijn gasten en de leden van de huishouding en was hij vrij van vals prestige, vriendelijk jegens allen, zonder fouten, niet afgunstig en van de beste bewoordingen.
Deze hier [Ajâmila] was daadwerkelijk altijd goed in de Veda, van een goede inborst, van goed gedrag en was een reservoir van goede eigenschappen; gewetensvol volgde hij de aanwijzingen op, was hij zachtgeaard, beheerst, waarheidlievend, deed hij zijn mantra's, was hij netjes en schoon, van de hoogste achting in dienst aan de goeroe, de vuurgod, zijn gasten en de leden van de huishouding en was hij vrij van vals prestige, vriendelijk jegens allen, zonder fouten, niet-afgunstig en van de beste bewoordingen. (Vedabase)
Ooit ging deze brahmaan, in opdracht van zijn vader, naar het bos om aldaar vruchten en bloemen te verzamelen en samit en kus'a [grassoorten]. Terugkerend, zag hij een of andere s'ûdra zeer lustig bezig samen met een publieke vrouw die dronken van de maireya nectar [een drank gemaakt van de somabloem] met haar ogen heen en weer rolde van de bedwelming. Onder invloed was haar kleed los gaan zitten en, onbeschaamd in wangedrag vervallen, stond hij lachend en zingend dicht tegen haar aan, zich met haar vermakend.
Ooit ging deze brahmaan, de orders van zijn vader opvolgend, naar het bos om aldaar vruchten en bloemen te verzamelen en samit en kus'a [grassoorten]. Terugkerend, zag hij een of andere s'ûdra zeer lustig tezamen met een publieke vrouw die dronken van de maireya nectar [een drank gemaakt van de somabloem] met haar ogen heen en weer rolde van de bedwelming. Onder invloed was haar kleed los gaan zitten en onbeschaamd vervallen in wangedrag was hij dicht daarbij aan het lachen en zingen, zich met haar vermakend. (Vedabase)
Haar ziend met zijn wellustige met turmeric versierde arm om haar heen, was hij er dus plots, van zijn jagende hart, zowaar zeker van ten prooi te vallen aan de verbijstering.
Haar ziend met zijn wellustige met turmeric versierde arm om haar heen, was hij er dus plots, van zijn jagende hart, zowaar zeker van ten prooi te vallen aan de verbijstering. (Vedabase)
Van binnenuit trachtend zichzelf onder controle te krijgen, zichzelf herinnerend aan wat onderwezen was, slaagde hij er niet in zijn geest te bedwingen, van streek als die was door Cupido.
Van binnenuit trachtend zichzelf onder kontrole te krijgen, zichzelf herinnerend aan wat onderwezen was, slaagde hij er niet in zijn geest te bedwingen, van streek als die was door Cupido. (Vedabase)
Als gevolg van de aanblik was hij, in de begoocheling van zijn geest zijn ware positie vergetend, als een verduisterde planeet en gaf hij, met zijn geest op haar gevestigd steeds weer aan haar denkend, zijn dharma er volledig aan.
Als gevolg van de aanblik was hij, in de begoocheling van zijn geest zijn ware positie vergetend, als een verduisterde planeet en gaf hij, met zijn geest in contemplatie op haar gevestigd, zijn dharma er volledig aan. (Vedabase)
Haar, had hij zich voorgenomen, zou hij behagen, voor zover het geld dat hij had van zijn vader hem dat toestond en, tegemoetkomend aan haar verlangens, bood hij haar materiële zekerheid, zodat ze tevreden zou zijn.
Haar, had hij zich voorgenomen, zou hij behagen, voor zover het geld dat hij had van zijn vader hem dat toestond en, tegemoet komend aan haar verlangens, bood hij haar materiële zekerheid, zodat ze tevreden zou zijn. (Vedabase)
Zijn jonge vrouw, een brahmanendochter van goede huize, waarmee hij was getrouwd, gaf hij in zijn zonde op vanaf het moment dat zijn gefascineerd raakte door de blikken van de publieke vrouw.
Zijn jonge vrouw, een brahmanendochter van goede huize, waarmee hij was getrouwd, gaf hij in zonde op vanaf het moment dat zijn blik gevangen raakte door de blikken van de publieke vrouw. (Vedabase)
Met alle macht en zoveel als mogelijk nam hij, deze persoon, verstoken van alle intelligentie, door dan wel behoorlijk dan wel onbehoorlijk het geld ervoor bijeen te zamelen, de zorg voor haar en de vele kinderen die deel uitmaakten van het gezin dat ze vormde.
Met alle macht en zoveel als mogelijk nam hij, deze persoon, verstoken van alle intelligentie, door danwel behoorlijk danwel onbehoorlijk het geld ervoor bijeen te zamelen, de zorg voor haar en de vele kinderen die deel uitmaakten van haar gezin op zich. (Vedabase)
Omdat deze man, zich onverantwoordelijk gedragend, brak met alle regels van de s'âstra, werd zijn leven van het voor zo'n lange tijd verwijlen in foute handelingen, vanwege de onzuiverheid ten strengste veroordeeld als zijnde onrein.
Omdat, deze hier, brak met alle regels van de sâstra, zich onverantwoordelijk gedragend, is zijn leven van het voor zo'n lange tijd verwijlen in zondige handelingen, vanwege de onzuiverheid ten strengste veroordeeld als zijnde onrein. (Vedabase)
Aangezien hij van geen ophouden wist met zijn herhaalde overtredingen, zullen we derhalve hem meevoeren naar de aanwezigheid van de Heer der Bestraffing alwaar gekastijd hij zuivering zal vinden.'
Aangezien hij van geen ophouden wist met zijn herhaalde zondigen, zullen we derhalve hem meevoeren naar de aanwezigheid van de Heer der Bestraffing alwaar gekastijd hij zuivering zal vinden.' (Vedabase)
•: In samenhang hiermee geeft S'rîla Jîva Gosvâmî het commentaar dat bhakti kan worden verdeeld in twee afdelingen: (1) santatâ, toegewijde dienst die zonder ophouden voortduurt met geloof en liefde, en (2) kâdâcitkî, toegewijde dienst die niet onophoudelijk voortduurt maar somtijds opleeft. Een onophoudelijk stromende toegewijde dienst. (santatâ) kan ook in twee afdelingen worden verdeeld: (1) dienst verricht met een lichte gehechtheid en (2) spontane toegewijde dienst. Onderbroken toegewijde dienst. (kâdâcitkî) kan worden verdeeld in drie afdelingen: (1) râgâbhâsamayî, toegewijde dienst waarin men vrijwel gehecht is, (2) râgâbhâsa-s'ûnya-svarûpa-bhûtâ, toegewijde dienst waarin er geen spontane liefde is maar men sympathie koestert voor de uitgangspositie van het dienen, en (3) âbhâsa-rûpâ, iets wat in de verte doet denken aan toegewijde dienst.
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
Het schilderij is getiteld: "Cheater" en is © van Vlad Holst. gebruikt met toestemming.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.