regelbalk



 

Canto 3

S'rî Râdhikâshthakam

 



Hoofdstuk 27: Bevrijding uit de Valsheid

(1) De Allerhoogste Heer [Kapila] zei: 'Hoewel het levend wezen zich ophoudt in een materieel lichaam, staat het niet onder de invloed van de materiële basiskwaliteiten als het geen eigendom claimt en aldus niet onderhevig is aan verandering, net zoals de zon niet beïnvloed wordt door zijn weerspiegeling in water. (2) Maar als ditzelfde levende wezen zich verliest in vals ego en aldus beheerst wordt door de geaardheden van de materiële natuur, is de individuele ziel begoocheld en denkt hij: 'Ik ben degene die handelt.' (3) Vanwege de verkeerde handelingen die voortvloeien uit een dergelijke omgang met de materiële natuur, ondergaat hij, aldus in onvrede verkerend, hulpeloos het zich herhalen van geboorte en dood met geboorten uit verschillende baarmoeders [of levensvormen] afhankelijk van het feit of hij een goed of een slecht leven leidde, dan wel een combinatie van die twee. (4) Als was hij in een nachtmerrie beland waarin wat zich afspeelt niet werkelijk bestaat, komt er voor het levende wezen, dat zich [enkel] bezint op wat zich voordoet aan zijn zinnen, geen einde aan het geconditioneerde bestaan [van illusie]. (5) Daarom moet de geest, die hecht aan materiële genoegens, consequent, vrij van gehechtheid, op het pad van de bhakti yoga geleidelijk aan onder controle worden gebracht. (6) Beginnende met yama [de grote gelofte van de yoga van geweldloosheid, waarheid, niet stelen, celibaat en een afwezigheid van bezitsdrang in de discipline van onthechting], moet men de verschillende vormen van yoga beoefenen en, vervuld van geloof, zuivere toewijding voor Mij ontwikkelen door naar Mijn verhalen te luisteren. (7) Daarin moet men vrij zijn van vijandigheid en alle levende wezens met gelijke blik bezien, geen intieme betrekkingen onderhouden en celibatair zijn *vrij van geklets zijn en de resultaten van zijn handelen opdragen. (8) Men behoort tevreden te zijn met wat vanzelf op je afkomt, weinig te eten, bedachtzaam te leven in afzondering en vreedzaam, aardig, meedogend en zelfgerealiseerd te zijn. (9) In relaties met anderen en met zijn eigen lichaam moet men niet zozeer het lichamelijk begrip van het leven volgen, maar meer vanuit de spirituele kennis acht slaan op de feitelijke waarheid van de materie en de persoon [tezamen].  (10) Men moet de stadia van bewustzijn [van het slapen, dromen en de diepe slaap] transcenderen en zich verre houden van andere levensopvattingen. Aldus behoort men met een gezuiverd intellect zijn ware zelf vanbinnen, de ziel van je realisatie, zo helder voor ogen te hebben als de zon [vanbuiten]. (11) Men moet komen tot de realisatie van de bovenzinnelijke ondersteuning van de materiële kwestie [de Opperziel] die zich manifesteert als een reflectie in het onware, die er is als een oog voor de illusoire aard van de materie dat alles doordringt zonder weerga. (12) Het is als met de zon die je kan zien als een weerspiegeling in het water of op een muur, maar in feite aan de hemel staat. (13) De waarheid van de ziener openbaart zich aldus als een weerspiegeling van het Absolute in de drievoudige aard van het materieel geïdentificeerde ego dat bestaat uit het lichaam, de zinnen en de geest. (14) Iemand die zich in deze materiële wereld valselijk verenigt met de materiële elementen, de voorwerpen van het materieel genoegen, de materiële zinnen, de geest, de intelligentie enzovoorts, bevindt zich in een slaaptoestand, maar eenmaal ontwaakt [in de toewijding van de yoga] is hij bevrijd van het valse ego. (15) Ook al is men niet verloren, toch denkt men [als men geestelijk ontwaakt, aanvankelijk] ten onrechte dat men verloren is, omdat men, net als iemand die van streek is omdat hij zijn rijkdom kwijt is, zich als de stille getuige bewust is van de teloorgang van zijn valse ego. (16) Als hij tot begrip hiervan komt realiseert zo'n persoon, bekend met de situatie die hij aanvaardde onder de heerschappij van het valse ego, zich [de genade van] de oorspronkelijke positie van zijn ware zelf, zijn oorspronkelijke individualiteit [svarûpa].'

(17) Devahûti zei: 'Beste brahmaan, is het niet zo dat de materiële natuur de ziel nooit los zal laten daar de twee voor altijd tot elkaar zijn veroordeeld, o Allerbeste? (18) Zoals er geen aroma zonder aarde kan zijn en smaak niet los van water kan bestaan, kan er geen sprake zijn van een intelligentie onafhankelijk van bewustzijn. (19) Hoe kan een ziel dan vrij zijn van de materiële natuur? De ziel, die passief toeziet, wordt door de basiskwaliteiten van de materie toch tot handelingen gedwongen? (20) De grote angst, die men uit de weg kan gaan door zich te bezinnen op de grondbeginselen, houdt niet op omdat de oorzaak ervan zich steeds weer aandient.'

(21) De Opperheer zei: '[Men zal die vrijheid realiseren] als men, met een zuivere geest ernst met Mij makend en trouw luisterend naar Mijn verhalen in toegewijde dienst, zijn plicht weet te doen zonder de vruchten te begeren. (22) Met behulp van de spirituele kennis raakt men, met de Absolute Waarheid voor ogen, door de yoga sterk verbonden in de boetedoening, onthecht en stevig verankerd, verzonken in de ziel. (23) Gebonden aan de materiële natuur wordt een levend wezen dag na dag verteerd, zoals brandhout door vuur, geleidelijk aan verdwijnend. (24) [Maar] met de schade die hij ondervindt van zijn afhankelijkheid inziend dat het verkeerd is steeds te willen genieten, staat hij, met het [aldus] opgeven van zinsgenoegens, sterk in zijn eigen heerlijkheid. (25) De vele ongunstige zaken waarvan iemand in zijn slaap kan dromen, zullen hem geenszins imponeren als hij eenmaal wakker is. (26) Zo ook kent iemand, die zich altijd verheugt in de ziel en zijn geest richt op Mij, de Absolute Waarheid en heeft aldus van de materiële natuur niets te vrezen. (27) Als een wijs iemand aldus voor vele jaren en vele geboorten bezig is met zelfverwerkelijking, zal hij een afkeer ontwikkelen voor [het genieten van] wat dan ook, tot aan de hemel van de schepper [brahmaloka] toe. (28-29) Iemand Mij toegewijd die onder Mijn hoede om zijn intelligentie op te wekken, bij Mijn onbegrensde genade, gaat voor het uiteindelijke doel van zijn bestaan dat bekend staat als kaivalya [verlichting, emancipatie, zaligheid], zal in dit leven spoedig een stabiel zelfbewustzijn bereiken en vrij van twijfels zijn. De yogi die vertrok naar dat hemelverblijf zal, nadat hij zowel het subtiele als het grofstoffelijke lichaam achter zich heeft gelaten, nooit weer terugkeren. (30) Als de aandacht van de vervolmaakte yogi verder niet uitgaat naar de speciale verworvenheden van de yoga om de materiële begoocheling te beheersen, Mijn beste moeder, dan zal, als hij geen ander doel voor ogen heeft, zijn vorderen in Mijn richting geen grenzen kennen, omdat de macht van de dood dan wegvalt.'

 

next                     

 
 Derde herziene editie, geladen 24 april 2017.

   

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

De Allerhoogste Heer [Kapila] zei: 'Hoewel het levend wezen zich ophoudt in een materieel lichaam, staat het niet onder de invloed van de materiële basiskwaliteiten als het geen eigendom claimt en aldus niet onderhevig is aan verandering, net zoals de zon niet beïnvloed wordt door zijn weerspiegeling in water.
De allerhoogste Heer [als Kapila] zei: 'Als men niet van verandering is, geen eigendomsrechten claimt, is het levend wezen, hoewel verblijvend in een materieel lichaam, niet aangedaan door de geaardheden van de materiële natuur; net als met de zon, die onberoerd blijft bij zijn weerspiegeling in water. (Vedabase)


Tekst 2

Maar als ditzelfde levende wezen zich verliest in vals ego en aldus beheerst wordt door de geaardheden van de materiële natuur, is de individuele ziel begoocheld en denkt hij: 'Ik ben degene die handelt.'

Als dit zelfde levende wezen in beslag wordt genomen door vals ego in de geaardheden der materiële natuur, is de individuele ziel begoocheld en denkt hij aldus: 'Ik ben degene die handelt'. (Vedabase)

 

Tekst 3

Vanwege de verkeerde handelingen die voortvloeien uit een dergelijke omgang met de materiële natuur, ondergaat hij, aldus in onvrede verkerend, hulpeloos het zich herhalen van geboorte en dood met geboorten uit verschillende baarmoeders [of levensvormen] afhankelijk van het feit of hij een goed of een slecht leven leidde, dan wel een combinatie van die twee.

Vanwege verkeerde handelingen, volgend op deze associatie met de materiële natuur, ondergaat hij hierdoor hulpeloos de gang van herhaalde geboorte en dood in onvrede, ter wereld komend uit verschillende baarmoeders [of levensvormen], met het leiden van een goed of een slecht leven of een combinatie van dezen. (Vedabase)

 

Tekst 4

Als was hij in een nachtmerrie beland waarin wat zich afspeelt niet werkelijk bestaat, komt er voor het levende wezen, dat zich [enkel] bezint op wat zich voordoet aan zijn zinnen, geen einde aan het geconditioneerde bestaan [van illusie].

Alhoewel hij eigenlijk bij niets anders bestaat dan bij de genade van de ware oorzaak, houdt het - het zich bezinnen op het objectieve van het materiële bestaan van het levend wezen - niet op te bestaan en belandt hij aldus, zoals met een droom, in teleurstellingen. (Vedabase)



Tekst 5

Daarom moet de geest, die hecht aan materiële genoegens, consequent, vrij van gehechtheid, op het pad van de bhakti yoga geleidelijk aan onder controle worden gebracht.

Daarom moet het denken van gehechtheid aan materieel plezier geleidelijk aan onder kontrole worden gebracht door toegewijde dienst op het pad van stringente onthechting. (Vedabase)


Tekst 6

Beginnende met yama [de grote gelofte van de yoga van geweldloosheid, waarheid, niet stelen, celibaat en een afwezigheid van bezitsdrang in de discipline van onthechting], moet men de verschillende vormen van yoga beoefenen en, vervuld van geloof, zuivere toewijding voor Mij ontwikkelen door naar Mijn verhalen te luisteren. 

Beginnende met yama [hetgeen de grote gelofte van de yoga inhoudt van geweldloosheid, waarheid, niet-stelen, celibaat en een afwezigheid van bezitsdrang in de praktijk der onthechting], zal hij standvastig zijn door het yoga-systeem, met een groot geloof in de zuivere dienst aan Mij en met het luisteren naar de verhalen. (Vedabase)

  

Tekst 7

Daarin moet men vrij zijn van vijandigheid en alle levende wezens met gelijke blik bezien, geen intieme betrekkingen onderhouden en celibatair zijn *,  vrij van geklets zijn en de resultaten van zijn handelen opdragen.

Met het gelijkmoedig, zonder vijandschap bezien van alle levende wezens zonder er intieme betrekkingen op na te houden, celibatair en in stilte levend, offert hij de resultaten van zijn arbeid. (Vedabase)

 

Tekst 8

Men behoort tevreden te zijn met wat vanzelf op je afkomt, weinig te eten, bedachtzaam te leven in afzondering en vreedzaam, aardig, meedogend en zelfgerealiseerd te zijn.

Tevreden met wat zonder moeite komt, weinig etend en bedachtzaam levend in afzondering, is hij vredig, aardig, meedogend en zelfgerealiseerd. (Vedabase)

 

Tekst 9

In relaties met anderen en met zijn eigen lichaam moet men niet zozeer het lichamelijk begrip van het leven volgen, maar meer vanuit de spirituele kennis acht slaan op de feitelijke waarheid van de materie en de persoon [tezamen]. 

Niet in navolging levend van het fysieke begrip van het leven in het zich verhouden tot anderen en in het omgaan met zijn eigen lichaam, ziet hij, door spirituele kennis, de feitelijke waarheid in van het materiële en het persoonlijke.  (Vedabase)

  

Tekst 10

Men moet de stadia van bewustzijn [van het slapen, dromen en de diepe slaap] transcenderen en zich verre houden van andere levensopvattingen. Aldus behoort men met een gezuiverd intellect zijn ware zelf vanbinnen, de ziel van je realisatie, zo helder voor ogen te hebben als de zon [vanbuiten].

Met de intelligentie voor materiële zaken in vrede en met het zich verre houden van andere levensopvattingen, realiseert hij zich de ziel van binnen als had hij de zon zelve voor ogen. (Vedabase)

  

Tekst 11

Men moet komen tot de realisatie van de bovenzinnelijke ondersteuning van de materiële kwestie [de Opperziel] die zich manifesteert als een reflectie in het onware, die er is als een oog voor de illusoire aard van de materie dat alles doordringt zonder weerga.

Hij realiseert zich het gebonden zijn aan de waarheid, het oog voor het illusoire der materie, als iets dat transcendentaal is, dat zich openbaart als een weerspiegeling in het onware en als iets unieks dat in alles is binnengegaan.  (Vedabase)

 

 Tekst 12

Het is als met de zon die je kan zien als een weerspiegeling in het water of op een muur, maar in feite aan de hemel staat.

Het is als de zon boven het water en in de lucht, die wordt gezien als een weerspiegeling op het water of op de muur. (Vedabase)

 

Tekst 13

De waarheid van de ziener openbaart zich aldus als een weerspiegeling van het Absolute in de drievoudige aard van het materieel geïdentificeerde ego dat bestaat uit het lichaam, de zinnen en de geest.

Aldus wordt door de weerspiegeling van het ware in het drievoudige van het materieel geïdentificeerde ego dat bestaat uit het denken, het lichaam en de zinnen, het ware van het zelf ontdekt. (Vedabase)


Tekst 14

Iemand die zich in deze materiële wereld valselijk verenigt met de materiële elementen, de voorwerpen van het materieel genoegen, de materiële zinnen, de geest, de intelligentie enzovoorts, bevindt zich in een slaaptoestand, maar eenmaal ontwaakt [in de toewijding van de yoga] is hij bevrijd van het valse ego.

De elementen der materie, de objecten van het materieel genoegen, de materiële zinnen, de geest, de intelligentie enzovoorts, die hier als in de slaap zijn samengesmolten in het onware, zijn daar in de ontwaakte toestand bevrijd van het egoïstische. (Vedabase)

 

Tekst 15

Ook al is men niet verloren, toch denkt men [als men geestelijk ontwaakt, aanvankelijk] ten onrechte dat men verloren is, omdat men, net als iemand die van streek is omdat hij zijn rijkdom kwijt is, zich als de stille getuige bewust is van de teloorgang van zijn valse ego.

Hoewel hij niet verloren is, denkt hij ten onrechte dat hij verloren is, omdat hij als getuige, net zoals iemand die zijn rijkdom kwijt is, van streek is door het verliezen van zijn zelfbewustzijn. (Vedabase)

 

Tekst 16

Als hij tot begrip hiervan komt realiseert zo'n persoon, bekend met de situatie die hij aanvaardde onder de heerschappij van het valse ego, zich [de genade van] de oorspronkelijke positie van zijn ware zelf, zijn oorspronkelijke individualiteit [svarûpa].'

Tot begrip hiervan komend, realiseert die persoon zichzelf als iemand die zijn eigen individualiteit tentoonspreidt en ziet hij in wat hij accepteerde van de situatie onder het valse van het ego.' (Vedabase)

 

Tekst 17

Devahûti zei: 'Beste brahmaan, is het niet zo dat de materiële natuur de ziel nooit los zal laten daar de twee voor altijd tot elkaar zijn veroordeeld, o Allerbeste?

Devahûti zei: 'Beste brahmaan, is het niet zo dat de materiële natuur nooit de ziel zal laten gaan daar de twee voor altijd tot elkaar zijn aangetrokken, o Allerbeste?  (Vedabase)

  

Tekst 18

Zoals er geen aroma zonder aarde kan zijn en smaak niet los van water kan bestaan, kan er geen sprake zijn van een intelligentie onafhankelijk van bewustzijn. 

Zoals we ook niet het afzonderlijk bestaan kennen van het aroma en de aarde of van water en smaak, zo ook is het met de intelligentie en het bewustzijn.  (Vedabase)


Tekst 19

Hoe kan een ziel dan vrij zijn van de materiële natuur? De ziel, die passief toeziet, wordt door de basiskwaliteiten van de materie toch tot handelingen gedwongen?

Hoe kan hiervan dan het vrij zijn van de materiële natuur van de ziel bestaan, die inactief zijnde met die geaardheden bestaand, is gebonden aan het karma veroorzaakt door het samengaan ermee? (Vedabase)

 

Tekst 20

De grote angst, die men uit de weg kan gaan door zich te bezinnen op de grondbeginselen, houdt niet op omdat de oorzaak ervan zich steeds weer aandient.'

De grote angst die in een bepaald geval wordt vermeden door na te denken over de werkelijkheid, treedt weer opnieuw naar voren, aangezien de oorzaak niet ophield te bestaan.' (Vedabase)

 

Tekst 21

De Opperheer zei: '[Men zal die vrijheid realiseren] als men, met een zuivere geest ernst met Mij makend en trouw luisterend naar Mijn verhalen in toegewijde dienst, zijn plicht weet te doen zonder de vruchten te begeren.

De Opperheer zei: '[De vrijheid zal worden gerealiseerd,] als met een zuivere geest serieus jegens Mij en voor een lange tijd over Mij vernemend, men in toegewijde dienst zijn plichten doet zonder te verlangen naar de vruchten ervan.   (Vedabase)

 

Tekst 22

Met behulp van de spirituele kennis raakt men, met de Absolute Waarheid voor ogen, door de yoga sterk verbonden in de boetedoening, onthecht en stevig verankerd, verzonken in de ziel.

Middels de spirituele kennis met de visie van het Absolute van de Waarheid, is men, door de yoga onthecht en sterk verbonden in de boetedoening, hecht verankerd in het verzonken zijn in de ziel. (Vedabase)

 

Tekst 23

Gebonden aan de materiële natuur wordt een levend wezen dag na dag verteerd, zoals brandhout door vuur, geleidelijk aan verdwijnend.

In zijn materiële bestaan wordt een levend wezen dag en nacht opgebrand, geleidelijk aan verdwijnend zoals houtjes dat doen met het optreden van vuur.   (Vedabase)

  

Tekst 24

[Maar] met de schade die hij ondervindt van zijn afhankelijkheid inziend dat het verkeerd is steeds te willen genieten, staat hij, met het [aldus] opgeven van zinsgenoegens, sterk in zijn eigen heerlijkheid.

Het genoegen opgevend dat hij smaakte [in de materie] staat hij voor zijn eigen heerlijkheid, het verkeerde inziend van steeds te willen genieten en de schade te ondervinden in die afhankelijkheid. (Vedabase)

  

Tekst 25

De vele ongunstige zaken waarvan iemand in zijn slaap kan dromen, zullen hem geenszins imponeren als hij eenmaal wakker is.

Zoals daadwerkelijk met iemand die slaapt met een droom die vele kwade dingen met zich meebrengt, kan diezelfde droom echter zeker niet hem begoochelen die ontwaakt is. (Vedabase)

 

Tekst 26

Zo ook kent iemand, die zich altijd verheugt in de ziel en zijn geest richt op Mij, de Absolute Waarheid en heeft aldus van de materiële natuur niets te vrezen.

Zodoende kan iemand die de Absolute Waarheid kent van de materiële natuur in het zich concentreren van zijn geest op Mij, als Hij die zich altijd verheugt in de ziel, geen schade worden berokkend. (Vedabase)

 

Tekst 27

Als een wijs iemand aldus voor vele jaren en vele geboorten bezig is met zelfverwerkelijking, zal hij een afkeer ontwikkelen voor [het genieten van] wat dan ook, tot aan de hemel van de schepper [brahmaloka] toe.

Als hij aldus voor vele jaren en vele geboorten bezig is met zelfverwerkelijking, wordt hij in ieder opzicht, tot aan de hoogste geestelijke positie [van satyaloka], een onthecht en bedachtzaam persoon. (Vedabase)

 

Tekst 28-29

Iemand Mij toegewijd die onder Mijn hoede om zijn intelligentie op te wekken, bij Mijn onbegrensde genade, gaat voor het uiteindelijke doel van zijn bestaan dat bekend staat als kaivalya [verlichting, emancipatie, zaligheid], zal in dit leven spoedig een stabiel zelfbewustzijn bereiken en vrij van twijfels zijn. De yogi die vertrok naar dat hemelverblijf zal, nadat hij zowel het subtiele als het grofstoffelijke lichaam achter zich heeft gelaten, nooit weer terugkeren.

Mijn toegewijde, onder Mijn hoede, realiseert door Mijn onbegrensde genade, voor het goed van de intelligentie, het uiteindelijk doel van wat kaivalya [verlichting, emancipatie] wordt genoemd, in dit leven een waarlijk stabiele zelfkennis en vrijheid van vertwijfeling bereikend. Vertrokken naar die verblijfplaats keert de yogi, na afscheid te hebben genomen van de subtiele en grofstoffelijke lichamelijkheid, nooit weer terug. (Vedabase)

 

Tekst 30

Als de aandacht van de vervolmaakte yogi verder niet uitgaat naar de speciale verworvenheden van de yoga om de materiële begoocheling te beheersen, Mijn beste moeder, dan zal, als hij geen ander doel voor ogen heeft, zijn vorderen in Mijn richting geen grenzen kennen, omdat de macht van de dood dan wegvalt.'

Als de aandacht van de vervolmaakte yogi verder niet uitgaat naar de speciale verworvenheden van de yoga, mijn beste moeder, dan zal, geen ander doel voor ogen hebbend, zijn voortgang naar Mij nooit onderbroken worden, daar hij daarin niet de macht van de dood zal aantreffen.' (Vedabase)



*: Swami A.C. Bhaktivedanta Prabhupâda zegt in zijn commentaar hier dat intimiteit betrekking heeft op intimiteit met niet-toegewijden en dat celibaat niet een bescheiden seksueel leven uitsluit: 'Aprasangatah means “not to be in intimate touch with everyone.” A devotee is concerned with his execution of devotional service, and he should therefore mix with devotees only, in order to advance his objective... A devotee should observe the vow of celibacy. Celibacy does not necessitate that one be absolutely free from sex life; satisfaction with one’s wife is permitted also under the vow of celibacy.'
 

 

 

 

 

 Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
De afbeelding is een vintage plaatje dat de alomtegenwoordigheid van Krishna weergeeft.
Bron.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.


 

 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw?| Zoeken | Donaties