S'rî
S'uka zei: 'Toen [nadat Nârada was vertrokken]
kwam Heer Brahmâ omringd door zijn zoons, de goden en de
heersers der mensen, aan [in Dvârakâ] samen
met Heer Bhava
[S'iva], de voor alle levende wezens goedgunstige
beheerser, die werd vergezeld door een schare van spookachtige
wezens.
S'rî
S'uka zei: 'Toen [nadat Nârada was vertrokken]
kwam heer Brahmâ omringd door zijn zoons, de goden en
de heersers der mensen, aan [in Dvârakâ]
samen met heer Bhava [S'iva], de voor alle levende
wezens goedgunstige beheerser, die werd vergezeld door een
schare van spookachtige wezens.
(Vedabase)
Tekst
2-4
Indra de
oppermachtige heerser en zijn goden [de
Marut's],
de zoons van Aditi, de goedgeaarden helder van geest [de
Vasu's],
de beschermers van de gezondheid [de As'vin's],
de kunstenaars [de Ribhu's],
de afstammelingen van Angirâ,
de expansies van S'iva [de Rudra's],
de goden van het intellect [de Vis'vedeva's],
de goden van de handel [de Sâdhya's]
en andere halfgoden; de zangers en dansmeisjes van de hemel
[Ghandarva's
en Apsara's],
zij die uitmunten [de Nâga's],
de vervolmaakten [de Siddha's]
en de eerbiedwaardigen [de Cârana's],
de schatbewaarders [de Guhyaka's],
de zieners [de Rishi's],
de voorvaderen [de Pita's]
alsook de wetenschappers [de Vidyâdhara's]
en zij die bijzondere talenten hebben [de
Kinnara's]
kwamen allen tezamen aan in Dvârakâ begerig Krishna
te zien, de Allerhoogste Heer die overal in het universum de
onzuiverheden verdrijft en die met Zijn bovenzinnelijke
gedaante de ganse menselijke samenleving betoverend Zijn faam
verbreidde in alle werelden.
Indra
de oppermachtige beheerser en zijn goden [de
marut's], de zoons van Aditi, de goedgeaarden helder van
geest [de vasu's], de beschermers van de gezondheid
[de as'vin's], de kunstenaars [de ribhu's],
de afstammelingen van Angirâ, de expansies van S'iva
[de rudra's], de goden van het intellect [de
vis'vedeva's], de goden van de handel [de
sâdhya's] en andere halfgoden; de zangers en
dansmeisjes van de hemel [ghandarva's en apsara's],
zij die uitmuntten [de nâga's], de
vervolmaakten [de siddha's] en de eerbiedwaardigen
[de cârana's], de schatbewaarders [de
guhyaka's], de zieners [de rishi's], de
voorvaderen [de pita's] als ook de wetenschappers
[de vidyâdhara's] en zij die bijzondere
talenten hebben [de kinnara's] kwamen allen tezamen
aan in Dvârakâ begerig Krishna te zien, de
Allerhoogste Heer die de onzuiverheden van alle plaatsen
wegneemt en die met Zijn bovenzinnelijke gedaante de ganse
menselijke samenleving betoverend Zijn faam verbreidde in
alle werelden. (Vedabase)
Tekst
5
In die
schitterende stad rijk aan een grote overvloed zagen ze met hun
hongerige ogen Heer Krishna die zo prachtig is om te
zien.
In
die schitterende stad rijk in een grote overvloed zagen ze
met hun hongerige ogen Heer Krishna zo prachtig om te
zien.
(Vedabase)
Tekst6
Met het Hem, de
beste der Yadu's, overladen met bloemenslingers meegebracht uit
de tuinen van de hemel, prezen ze Hem, de Heer van het Levende
Wezen, waarbij ze zich uitdrukten in bekoorlijke denkbeelden en
woorden.
Met
het Hem, de beste der Yadu's, overladen met bloemenslingers
meegebracht uit de tuinen van de hemel, prezen ze Hem, de
Heer van het Levende Wezen, zich uitdrukkend in bekoorlijke
denkbeelden en woorden. (Vedabase)
Tekst
7
De goden
zeiden: 'Wij met onze intelligentie, zinnen, levensadem, geest
en woorden buigen aan Uw lotusvoeten, o Heer, waarop in het
hart wordt gemediteerd door hen die zijn verenigd in de liefde
van het streven naar bevrijding uit de machtige gebondenheid
aan karmische verwikkelingen.
De
goden zeiden: 'Wij met onze intelligentie, zinnen,
levensadem, geest en woorden buigen ons neer voor Uw
lotusvoeten, o Heer, waarop in het hart wordt gemediteerd
door hen verenigd in de liefde van het streven naar
bevrijding uit de grote gebondenheid van de karmische
verwikkelingen. (Vedabase)
Tekst
8
U, die middels
de materiële energie die bestaat uit de drie geaardheden,
de manifestatie beschermt en vernietigt met het
ondoorgrondelijke van Uzelf, bevindt zich in die materiële
natuur, maar U raakt door deze geaardheden in het geheel niet
verstrikt in karmische activiteiten, o U Onoverwinnelijke,
omdat U, de Onbelemmerde en Onbetwijfelbare, altijd verzonken
bent in Uw gelukzaligheid [zie ook B.G.
3:
22].
U,
door de materiële energie bestaande uit de drie
geaardheden, beschermt en vernietigt met het
ondoorgrondelijke van Uzelf de manifestatie, maar U
bevindend in die materiële natuur raakt U door deze
geaardheden in het geheel niet verstrikt in karmische
aktiviteiten, o U Onoverwinnelijke, daar U, de Onbelemmerde
en Onbetwijfelbare, altijd verzonken bent in Uw
gelukzaligheid [zie ook B.G.
3.22].
(Vedabase)
Tekst
9
O
Aanbiddelijke, de loutering van die personen die een besmet
bewustzijn hebben wordt niet zozeer tot stand gebracht door
bezweringen, het respecteren van voorschriften, het bestuderen
van de geschriften, door liefdadigheid, boetedoeningen en
rituelen als door het trouw luisteren naar de grootsten onder
de zielen die zich in de goedheid bevindend volledig gerijpt
zijn in Uw bovenzinnelijke heerlijkheden [zie ook
4.29:
36-38].
O
Aanbiddelijke, de loutering van die personen die een besmet
bewustzijn hebben wordt door bezweringen, het volgen van de
voorschriften, het bestuderen van de s'âstra's, door
liefdadigheid, boetedoeningen en rituelen niet zo in gang
gezet als door het trouw luisteren naar de grootsten van hen
die zich in de goedheid bevinden en die volledig gerijpt
zijn in Uw bovenzinnelijke heerlijkheden [zie ook 4.29:
36-38]. (Vedabase)
Tekst
10
Mogen er voor
ons de lotusvoeten zijn, het vuur dat onze ongunstige
mentaliteit verteert en door de wijzen die uit zijn op het ware
voordeel wordt gedragen in hun gepacificeerde harten, het vuur
dat door de waarachtigen van zelfbeheersing wordt gedragen voor
het verwerven van een gelijksoortige weelde; het is door het
drie maal daags vereren van Uw gedaanten [van ziel, ego,
geest en intelligentie, de catur-vyûha]
dat men reikt voorbij de hemelen [zie ook
11.5:
34].
Mogen
er voor ons de lotusvoeten zijn, het vuur dat onze
ongunstige mentaliteit verteert en door de wijzen die uit
zijn op het ware voordeel wordt gedragen in harten die tot
vrede zijn gekomen, het vuur dat door de waarachtigen van
zelfbeheersing wordt gedragen voor het verwerven van een
gelijksoortige weelde; het is door het drie maal daags
aanbidden van het opwekkende van U [de
catur-vyûha] dat men reikt voorbij de hemelen
[zie ook 11.5: 34].
(Vedabase)
Tekst
11
Op hen [Uw
voeten] mediteren zij die, met het samengevouwen hebben van
hun handen, de ghee in het offervuur plengen in het
[nirukta-]proces
van begrip krijgen voor de drie Veda's; op hen mediteren de
yogabeoefenaren die, met het kennis verwerven omtrent Uw
[yoga-]mâyâ,
verenigd zijn in het zich realiseren van het Ware Zelf; en ze
zijn [zelfs meer] volmaakt aanbeden door de oudere,
voorbeeldige toegewijden [zie uttama
en 11.2:
45-47].
Op
hen mediteren zij die, met het samengevouwen hebben van hun
handen, de ghee in het offervuur brengen met het
[nirukta] proces van begrip krijgen voor de drie
Veda's; op hen mediteren de yogabeoefenaren die, van
onderzoek naar Uw [yoga-]mâyâ, verenigd
zijn in het zich realiseren van het Ware Zelf; en ze zijn
[daarenboven] volmaakt aanbeden door de toegewijden
die het meest verheven zijn [zie uttama en 11.2:
45-47]. (Vedabase)
Tekst
12
S'rî, Uw
gezellin, voelt met onze verwelkte bloemenslinger voor U, o
Almachtige, zich in dezen zo uitgedaagd als een jaloerse
bijvrouw omdat U onze offergave aanvaardt als zijnde naar
behoren gebracht [zie ook B.G. 9:
26]; mogen
er altijd de lotusvoeten, het vuur van de vernietiging van onze
onzuivere verlangens zijn!
S'rî,
Uw gezellin, voelt met de verwelkte bloemenslinger van U, o
Almachtige, zich in dezen zo uitgedaagd als een jaloerse
bijvrouw omdat U onze offergave aanvaardt als zijnde naar
behoren gebracht [zie ook B.G. 9: 26]; mogen er
altijd de lotusvoeten, het vuur van de vernietiging van onze
onzuivere verlangens zijn! (Vedabase)
Tekst
13
Uw voeten die
als een vlag die een vlaggenmast siert met drie machtige
stappen [de bezitsdrang verslaan en het water van de Ganges
doen] neerkomen in ieder van de drie werelden [zie
8.20],
creëren angst en onbevreesdheid onder respectievelijk de
strijdkrachten van de Asura's en de goddelijken. Voor zij die
zich heiligden zijn ze er voor het bereiken van de hemel en
voor de afgunstigen zijn ze er voor precies het
tegenovergestelde, o Meest Machtige. Mogen deze voeten, o
Opperheer, ons die U aanbidden bevrijden van onze
zonden.
Uw
voeten met drie machtige stappen [met het water van de
Ganges] neerkomend in ieder van de drie werelden
[zie 8.20] en als een vlag die een vlaggenmast
siert, angst en onbevreesdheid creërend onder de
asura's en de goddelijken hun respectievelijke
strijdmachten, zijn er voor de geheiligden voor het bereiken
van de hemel en voor de afgunstigen er voor precies het
tegenovergestelde, o Meest Machtige; mogen deze voeten, o
Opperheer, ons die U aanbidden zuiveren van onze zonden.
(Vedabase)
Tekst
14
Als ossen
bijeengehouden door [het touw door] de neus hebben
Brahmâ en al de andere belichaamde wezens hun bestaan,
waarbij ze onder de controle staand van de Tijd onderling in
strijd verkeren. Mogen die lotusvoeten van U, de Allerhoogste
Persoonlijkheid in het voorbije van zowel de materiële
natuur als de individuele persoon, voor ons het bovenzinnelijk
geluk verspreiden [vergelijk 1.13:
42,
6.3:
12].
Als
ossen bijeen gehouden door de neus hebben Brahmâ en al
de andere belichaamde wezens hun bestaan, onderling in
strijd verkerend onder de controle van de Tijd; mogen die
lotusvoeten van U, de Allerhoogste Persoonlijkheid in het
voorbije van zowel de materiële natuur als de
individuele persoon, voor ons het bovenzinnelijk geluk
verspreiden [vergelijk 1.13: 42, 6.3: 12].
(Vedabase)
Tekst
15
U bent de
oorzaak van deze schepping, handhaving en vernietiging, de
oorzaak van het ongeziene, de individuele ziel en het grotere
van de manifeste werkelijkheid. Men zegt dat U, deze zelfde
persoonlijkheid, de alles beheersende tijdfactor bent die zich
doet gelden als een drievoudig rad, dat U de Allerhoogste
Persoonlijkheid bent die in de gedaante van de Tijd
ononderbroken in Zijn voortgang het einde afroept over alles
[*].
U
bent de oorzaak van deze schepping, handhaving en
vernietiging, de oorzaak van het ongeziene, de individuele
ziel en het grotere van de manifeste werkelijkheid; men zegt
dat U, deze zelfde persoonlijkheid, de beheersende
tijdfactor bent die zich voordoet als een drievoudig rad,
die, als de Tijd die ononderbroken in zijn voortgang de
afname van alles bewerkstelligt, de Allerhoogste
Persoonlijkheid bent [*].
(Vedabase)
Tekst
16
Het mannelijke
[van Mahâ-Vishnu], dat van U [als Vadertje
Tijd] het potente zaad van deze schepping krijgt, bevrucht
de uitgebreidheid van de materie [mahat-tattva].
Van daaruit genereert Hij wiens zaad nimmer wordt verspild,
verenigd met diezelfde natuur, vanuit het Zelf - zoals een
gewone foetus wordt voortgebracht - het gouden voorwereldlijke
ei van het universum dat zich onderscheidt door zijn
[zevenvoudige] gelaagdheid [zie
kosha].
Het
mannelijke [van Mahâvishnu], van U [als de
Tijd] het potente zaad van deze schepping verkrijgend,
bevrucht de uitgebreidheid van de materie waarvan Hij, wiens
zaad nimmer wordt verspild, verenigd samen met die zelfde
natuur gegenereerd vanuit het Zelf, zoals een gewone foetus
wordt voortgebracht, het gouden voorwereldlijk ei van het
universum in het leven schiep toegerust met zijn [zeven,
zie kosha] omhullende lagen.
(Vedabase)
Tekst
17
Daarmee bent U
van alles wat beweegt en op zijn plaats blijft staan de
Oorspronkelijke Beheerser omdat Uzelf, o Meester der Zinnen, in
Uw bezigheden nimmer raakt aangetast door de zinsobjecten die
zich manifesteerden als gevolg van de werking van de
geaardheden der natuur, terwijl anderen die op eigen houtje
bezig zijn ermee in angst verkeren [zie ook B.G.
16:
23-24].
U
bent daarom van alles wat beweegt en op zijn plaats blijft
staan de Oorspronkelijke Beheerser, omdat, ookal raakt U o
Meester van Ieder Zijn Zinnen doende met de zinsobjecten
Zelf nimmer door hen aangetast, anderen, op eigen houtje
controle uitoefenend, in angst verkeren vanwege die objecten
die, naar voren getreden uit de transformatie van de
geaardheden van de onderhavige materiële natuur, zich
ophoopten [zie ook B.G. 16: 23-24].
(Vedabase)
Tekst
18
De
zestienduizend [vrouwen van U] waren zo betoverend op
de momenten dat ze, met het tonen van hun gevoelens middels hun
wenkbrauwen, glimlachen en blikken de pijlen van Cupido op U
afvuurden. Maar met hun berichten en avances van de echtelijke
liefde, waren ze met al hun methoden niet in staat Uw zinnen te
begoochelen [zie ook 1.11:
36].
De
zestienduizend [vrouwen van U], zo betoverend
tijdens de momenten dat ze blijk gaven van hun gevoelens als
ze met hun wenkbrauwen, glimlachen en blikken de pijlen van
Cupido afvuurden, waren met hun berichten en avances van de
echtelijke liefde zijnde, met al hun methoden niet in staat
Uw zinnen te begoochelen [zie ook 1.11: 36].
(Vedabase)
Tekst
19
De brede
rivieren van Uw nectargelijke onderwerpen en de heilige
waterstromen afkomstig van het baden van Uw voeten zijn in
staat alle besmetting van de drie werelden teniet te doen. Zij
die streven naar zuivering en omgang willen hebben zoeken
[daarom] op twee manieren hun toenadering [tot
U], namelijk door hun oren te laten luisteren naar de
verhalen van de traditie en door hun lichaam in contact te
brengen [met de wateren] die wegvloeien van Uw voeten.'
De
brede rivieren van Uw nectargelijke onderwerpen en de
rivieren die wegstromen van het baden van Uw voeten zijn
ertoe in staat alle besmetting van de drie werelden te
vernietigen; het is van het luisteren met de oren naar de
traditie en van het in fysiek contact staan [met de
wateren] met de gang naar Zijn voeten dat zij die
streven naar zuivering hun toenadering zoeken om omgang te
hebben met deze twee doelen van het pelgrimeren naar U.'
(Vedabase)
Tekst
20
De
eerbiedwaardige zoon van Vyâsa [S'uka] zei:
'Tezamen met S'iva en de halfgoden aldus van lof voor Govinda,
de Heer, bracht hij die honderden [wijzen] onder zijn
gezag heeft [Brahmâ], vanuit zijn positie in de
hemel, zijn eerbetuigingen.
De
eerbiedwaardige zoon van Vyâsa [S'uka] zei:
'Tezamen met S'iva en de halfgoden aldus van lof voor
Govinda, de Heer, bracht hij die de honderden onder zijn
gezag heeft [Brahmâ], vanuit zijn positie in
de hemel, zijn eerbetuigingen. (Vedabase)
Tekst
21
S'rî
Brahmâ zei: 'O Heer, we verzochten U voorheen om de last
van de aarde terug te dringen. O Onbegrensde ziel, aan dat
verzoek hebt U beantwoord zoals we het vroegen.
S'rî
Brahmâ zei: 'U o Heer, o Onbegrensde Ziel, er door ons
voor het doel van het terugdringen van de last van de aarde
voorheen toe verzocht, hebt gehoor gegeven aan het verzoek
zoals het werd voorgelegd. (Vedabase)
Tekst
22
Met het
gevestigd hebben van de principes van het dharma onder de
vromen en de zoekers naar de waarheid, is het waarlijk Uw
glorie door U in alle richtingen verspreid, die de besmetting
van al de werelden wegneemt.
Met
het gevestigd hebben van de principes van het dharma onder
de vromen en de zoekers naar de waarheid, zijn het waarlijk
de heerlijkheden van U, aldus door U in alle richtingen
verspreid, welke de besmetting van alle werelden wegnemen.
(Vedabase)
Tekst
23
Nederdalend in
de Yadu-dynastie hebt U, met het voor het heil van het
universum aannemen van een gedaante, met grootmoedige daden
activiteiten zonder weerga aan de dag gelegd.
Nederdalend
in de Yadu-dynastie hebt U, voor het heil van het universum
een gedaante aannemend, met grootmoedige daden aktiviteiten
zonder weerga aan de dag gelegd.
(Vedabase)
Tekst
24
O Heer, de
mensen die zich heiligden in het Kali-tijdperk en luisteren
naar en zingen over Uw handelingen, zullen met gemak de
duisternis te boven komen [zie ook 10.14].
O
Heer, die geheiligde mensen die in het Kali-tijdperk horen
en zingen over Uw handelingen, zullen met gemak de
duisternis te boven komen [zie ook 10.14].
(Vedabase)
Tekst
25
O Allerhoogste
Persoonlijkheid, sedert Uw nederdalen in de Yadu-vams'a zijn er
honderdvijfentwintig herfsten verstreken, o Meester.
O
Allerhoogste Persoonlijkheid, nedergedaald in de Yadu-vams'a
zijn honderdvijfentwintig herfsten verstreken, o Meester.
(Vedabase)
Tekst
26-27
Voor U, o
Grondvesting van Alles, bestaat er geen verplichting meer aan
de godsbewusten, en het resterende deel van de dynastie is
feitelijk vernietigd door deze vloek van de brahmanen [zie
11.1].
Daarom vragen wij U of U van zins bent naar Uw hemelverblijf te
vertrekken en of U er alstUblieft samen met ons, de beschermers
van alle werelden en hun bewoners, mee door wilt gaan om de
dienaren van Vaikunthha [van Heer Vishnu] te
beschermen.'
O,
U Grondvesting van Alles, voor U bestaat er niet langer een
plicht aan de godbewusten, en het resterende deel van de
dynastie is feitelijk vernietigd door deze vloek van de
brahmanen [zie 11.1]. Daarom verzoeken wij U om, zo
het U zint, Uw hemelverblijf binnen te gaan, en er
alstUblieft met ons, de beschermers van alle werelden en hun
bewoners, mee door te gaan om de dienaren van Vaikunthha
[Heer Vishnu] te beschermen.'
(Vedabase)
Tekst
28
De Opperheer
zei: 'Ik heb begrip voor wat u zei, o heerser der halfgoden,
naar uw wens is al het werk volbracht dat nodig was om de last
van de aarde weg te nemen.
De
Opperheer zei: 'Ik heb begrip voor wat u gezegd heeft, o
heerser der halfgoden; te uwent wille is al het werk
volbracht nodig om de last van de aarde weg te
nemen.
(Vedabase)
Tekst
29
Deze zelfde
Yadu-familie is, vanwege de dreiging die ze vormde de hele
wereld te verzwelgen met de uitbreiding van haar macht, moed en
overdaad, door Mij een halt toegeroepen precies zoals de kust
dat doet met de oceaan.
Deze
zelfde Yadu-familie is, met de dreiging die ze vormt de hele
wereld te verzwelgen in de uitbreiding van haar macht, moed
en overdaad, door Mij een halt toegeroepen precies zoals een
oceaan wordt tegengehouden door haar
kust.
(Vedabase)
Tekst
30
Als Ik zou
vertrekken zonder de enorme dynastie van al te trotse Yadu's
terug te trekken, zou om die reden de hele wereld door deze
vloed worden vernietigd.
Als
Ik zou vertrekken zonder de enorme dynastie van al te trotse
Yadu's, zou om die reden de hele wereld door deze vloed
worden vernietigd.
(Vedabase)
Tekst
31
Op dit moment
is vanwege de brahmanenvloek de vernietiging van de familie
begonnen; nadien zal Ik, o zondeloze Brahmâ, een bezoek
afleggen aan uw verblijfplaats.'
Op
dit zelfde moment is vanwege de brahmanenvloek de
vernietiging van de familie begonnen; nadien zal Ik, o
zondenloze Brahmâ, een bezoek afleggen aan uw
verblijfplaats.'
(Vedabase)
Tekst
32
S'rî
S'uka zei: 'Aldus toegesproken door de Heer van de Wereld viel
de zelfgeborene neer aan Zijn voeten om Hem tezamen met de
verschillende goden zijn eerbetuigingen te brengen. Daarna
keerde de godheid terug naar zijn
verblijfplaats.
S'rî
S'uka zei: 'Aldus aangesproken door de Heer van de Wereld,
viel de zelfgeborene neer aan Zijn voeten om Hem tezamen met
de verschillende goden zijn eerbetuigingen te brengen en
keerde de godheid terug naar zijn verblijfplaats.
(Vedabase)
Tekst
33
Toen de
Opperheer vervolgens zag hoe er zich in de stad
Dvârakâ allerlei kwalijke ontwikkelingen voordeden,
richtte Hij zich tot de verzamelde Yadu-ouderen.
Daarna,
toen de Opperheer in de stad Dvârakâ zich
ernstige verstoringen zag ontwikkelen, sprak Hij tot de
verzamelde Yadu-ouderen.
(Vedabase)
Tekst
34
De Allerhoogste
Heer zei: 'Deze werkelijk zeer grote verstoringen die zich
overal voordoen zijn het gevolg van de vloek die de brahmanen
tegen ons uitspraken, hij is onmogelijk tegen te
gaan.
De
Allerhoogste Heer zei: 'Deze werkelijk zeer grote
verstoringen die zich hier van alle kanten voordoen zijn het
gevolg van de vloek die er van de kant van de brahmanen was
tegen onze familie; het is onmogelijk die tegen te gaan.
(Vedabase)
Tekst
35
Als we ons
leven voort willen zetten zouden we niet langer hier moeten
blijven, o eerbiedwaardigen. Laten we dat niet op de lange baan
schuiven maar vandaag nog naar dat zo heilige oord
Prabhâsa vertrekken [**].
We
zouden er niet naar moeten verlangen om hier te blijven
leven, o eerbiedwaardigen; laat ons niet talmen en vandaag
nog naar Prabhâsa gaan, naar die zo heel heilige
plaats der vroomheid [**].
(Vedabase)
Tekst
36
De koning van
de sterren [de maangod] gegrepen door de tering vanwege
een vloek van Daksha,
nam er eens een bad, raakte terstond bevrijd van de terugslag
van zijn zonde en hervatte toen het wassen met zijn
fasen.
De
koning van de sterren [de maangod] gegrepen door de
tering vanwege een vloek van Daksha, nam er eens een bad,
raakte terstond bevrijd van de terugslag van zijn zonde en
hervatte het wassen met zijn fasen.
(Vedabase)
Tekst
37-38
Als ook wij
naar de voldoening der voorvaderen aldaar een bad nemen en
verschillende soorten voedsel offeren voor de halfgoden en de
achtenswaardigen der geleerdheid en tevens giften uitdelen met
ons geloof in hen als zijnde geschikte kandidaten voor de
liefdadigheid, zullen we door onze goedgeefsheid het gevaar
weten te bezweren zoals men met boten erin slaagt de oceaan
over te steken.'
Ook
wij naar de voldoening der voorvaderen een bad nemend in die
plaats, de goddelijken en de aanbiddelijken der geleerdheid
te eten gevend met offers van verschillende smaken voedsel
en eveneens giften uitdelend met geloof in hen als zijnde
geschikte kandidaten voor de liefdadigheid, zullen door onze
goedgeefsheid, als met boten over een oceaan, het gevaar
overwinnen.' (Vedabase)
Tekst
39
S'rî
S'uka zei: 'O kind van de Kuru's, de Yâdava's die op deze
manier door de Fortuinlijke werden geïnstrueerd kwamen tot
een besluit en spanden hun paarden voor hun wagens om zich naar
de heilige plaats te begeven.
S'rî
S'uka zei: 'O kind van de Kuru's, de Yâdava's, aldus
door de Fortuinlijke geïnstrueerd tot een besluit
gekomen, spanden hun paarden voor hun wagens om zich te
begeven naar de heilige plaats.
(Vedabase)
Tekst
40-41
O Koning,
Uddhava [zie ook 3.2
en 10.46
& 47],
die als een immer trouwe volgeling van Krishna ter ore kwam wat
door de Heer was gezegd, benaderde met voor ogen de
angstwekkende, slechte voortekenen [zie ook
1.14:
2-5], in
het privé de Heer der heerscharen van heel het levende
universum en richtte met zijn hoofd gebogen aan Zijn voeten
zich met gevouwen handen tot Hem.
O
Koning, Uddhava [zie ook 3.2 en 10.46 & 47], als
een immer trouwe volgeling van Krishna vernemend over dat
wat door de Heer was gezegd, benaderde, met voor ogen de
angstwekkende, slechte voortekenen [zie ook 1.14:
2-5], in het privé de Ene Beheerser der
Beheersers van Heel het Levende Universum en richtte, aan
Zijn voeten zijn hoofd voorover buigend, zich tot Hem met
gevouwen handen. (Vedabase)
Tekst
42
S'rî
Uddhava zei: 'O Heer en God der Goden, o Meester van de Yoga, o
Vroomheid van het Luisteren en Zingen, met het terugtrekken van
deze familie uit deze wereld, zegt U dat, hoewel U er als de
alles-doorvarende goedertierende Beheerser toe in staat bent de
vloek van de brahmanen te herroepen, U dat niet kunt doen!
S'rî
Uddhava zei: 'O Heer en God der Goden, o Meester van de
Yoga, o Vroomheid van het Luisteren en Zingen, met het
terugtrekken van deze familie uit deze wereld, zegt U dat,
hoewel U er als de alles-doorvarende goedertierende
Beheerser toe in staat bent de vloek der geschoolden te
herroepen, U dat niet kunt doen!
(Vedabase)
Tekst
43
Ik kan het
zelfs niet voor een onderdeel van een seconde verdragen om Uw
lotusvoeten te verlaten, o Kes'ava; alstUblieft neem ook mij
mee naar Uw verblijfplaats o Meester [zie ook
3.29:
13].
Ik
kan het zelfs niet voor een onderdeel van een seconde
verdragen om Uw lotusvoeten te verlaten, o Kes'ava;
alstUblieft neem ook mij mee naar Uw verblijfplaats o
Meester [zie ook 3.29: 13].
(Vedabase)
Tekst
44
Uw zo hoogst
goedgunstige spel en vermaak, o Krishna, is nectar voor
mensenoren. Als ze eenmaal de smaak te pakken hebben laten de
mensen hun verlangens naar andere zaken varen.
Uw
zo hoogst goedgunstige spel en vermaak, o Krishna, is nectar
voor mensenoren; als ze eenmaal de smaak te pakken hebben
laten de mensen hun verlangens naar andere zaken varen.
(Vedabase)
Tekst
45
Hoe kunnen wij,
die U steeds toegewijd waren als we lagen, zaten, liepen,
stonden, baadden, recreëerden en aten en zo meer, nu U,
het allerbeminste Zelf, ooit vaarwel zeggen?
Hoe
kunnen wij, de toegewijden van U, het allerbeminste Zelf, in
ons neerliggen, zitten, lopen, staan, baden, recreëren
en eten en dergelijke, U nu ooit vaarwel
zeggen?
(Vedabase)
Tekst
46
Met het eten
van het overgebleven voedsel en opgesierd zijn met de
bloemenslingers, de geuren, de kleding en de sierselen reeds
door U genoten, zullen wij, Uw dienaren, voorzeker de
illusieverwekkende energie overwinnen.
Met
het eten van het overgebleven voedsel en opgesierd zijn met
de bloemenslingers, de geuren, de kleding en de sierselen
reeds door U genoten, zullen wij, Uw dienaren, voorzeker de
illusieverwekkende energie overwinnen.
(Vedabase)
Tekst
47
De slechts in
lucht geklede zondeloze leden van de wereldverzakende orde die
als wijzen van strikte naleving steeds hun zaad opwaarts
sturen, gaan naar de verblijfplaats bekend als
Brahman
[zie ûrdhva
retah en
ook 10.2:
32].
De
slechts in lucht geklede zondenloze leden van de
wereldverzakende orde die als wijzen van strikte naleving
steeds hun zaad omhoog laten gaan, gaan naar de
verblijfplaats bekend als brahman [zie ûrdhva
retah en ook 10.2: 32]. (Vedabase)
Tekst
48-49
Daarentegen
zullen wij, o Grootste der Yogi's, die langs de wegen der
baatzuchtige arbeid rondtrekken door deze wereld, samen met Uw
toegewijden, de moeilijk te overwinnen duisternis te boven
komen door de onderwerpen te bespreken waarmee we ons Uw daden,
woorden, bewegingen, brede glimlachen, blikken en de
liefdesavonturen die U hebt in navolging van de menselijke
wereld heugen en verheerlijken.'
Anderzijds
zullen wij, o Grootste der Yogî's, rondtrekkend in
deze wereld langs de wegen der baatzuchtige arbeid, samen
met Uw toegewijden, de moeilijk te overwinnen duisternis te
boven komen door de onderwerpen te bespreken waarmee we ons
Uw daden, woorden, bewegingen, brede glimlachen, blikken en
liefdesavonturen in navolging van de menselijke wereld
heugen en verheerlijken.' (Vedabase)
Tekst
50
S'rî
S'uka zei: 'Aldus op de hoogte gesteld, o Koning, sprak de
Opperheer, de zoon van Devakî, onder vier ogen uitvoerig
met Zijn geliefde dienaar Uddhava.'
(50)
S'rî S'uka zei: 'Op deze manier verzocht, o Koning,
sprak de Opperheer, de zoon van Devakî, in het
privé uitvoerig tot de geliefde dienaar Uddhava.'
(Vedabase)
*:
Tijd in drieën kan worden beschouwd als de drie soorten
seizoenen, zomer, winter en voorjaar/herfst of als de drie naar
de cyclische orde, de cakra,
van de zon, de maan en de sterren, in de zin van verleden,
heden en toekomst en als de tijd van de natuur, de cultuur en
het psychologisch ervaren [zie ook tri-kâlika,
5.22:
2,
tijdcitaten
en de B.G. 10:
30
& 33,
11:
32].
**:
Prabhâsa is een beroemde heilige plaats zich bevindend in
de buurt van het Veraval treinstation, in de streek van
Junagarah. Aan de voet van dezelfde pippala-boom waaronder Heer
Krishna werd beweerd te hebben neergelegen bevindt zich nu een
tempel. Een mijl verderop van de boom vandaan, aan de kust, is
er de Vîra-prabhañjana Mathha, en men zegt dat
vanaf dat punt de jager Jarâ de pijl afschoot welke het
einde markeerde van Zijn aardse bestaan [zoals beschreven
in de laatste twee hoofdstukken van dit
Canto].