
Canto
3
Hoofdstuk 29: De Uitleg van Kapila over Toegewijde Dienst
(1-2) Devahûti zei: 'De volledige werkelijkheid van de materiële en persoonlijke natuur is beschreven. Hun werkelijke aard werd in analytische termen uiteengezet. Alstublieft beste meester, verschaf me nu uitvoerig uitleg over het pad van bhakti-yoga, dat men ziet als de uiteindelijke bedoeling ervan. (3) Lieve Heer, geef, voor mij en de mensen in het algemeen, de beschrijving van de veelvormige herhaling van geboorte en dood, waarmee een persoon volledig onthecht kan raken. (4) En oh, wat over de Eeuwige Tijd, die gedaante die, de Allerhoogste Heerser vertegenwoordigend, van Uw natuur de leiding heeft over alle andere heersers en onder de invloed waarvan de mensen in het algemeen zich vroom gedragen? (5) Met de intelligentie aangaande de materiële handelingen, die de aangetrokken levende wezens begoochelt met vals ego en ze - voor lange tijd verblindend - zonder toevlucht vermoeid in het duister laat, bent U daadwerkelijk verschenen als de zon van het yogasysteem.'
(6) Maitreya zei: 'De woorden van Zijn moeder verwelkomend, o beste der Kuru's, zei de grote en vriendelijke wijze, verheugd en bewogen door mededogen, het volgende. (7) De Allerhoogste Heer zei: 'Toewijding in de yoga, zo verschillend in haar verschijningsvormen, kent vele wegen, o nobele dame, die de manier laten zien waarop mensen naar gelang hun natuurlijke kwaliteiten hun eigen weg volgen. (8) Wat uit liefde voor Mij hij ook moge doen, die van geweld, trots en afgunst is of in waarheid kwaad is als een zonderling, wordt beschouwd van de geaardheid onwetendheid te zijn. (9) Hij in aanbidding tot Mij die uit is op materiële zaken, roem en weelde, moge de beeltenissen aanbidden; hij in zijn voorkeur om er tegenin te gaan, verkeert in de geaardheid hartstocht. (10) Als men jegens het Allerhoogste handelt met de bedoeling zich los te maken van vruchtdragende handelingen of de resultaten te offeren, moge men aanbidden, als zodanig zijn aanbeden, of een andere overtuiging zijn toegedaan; zo een iemand verkeert in goedheid. (11-12) Enkel horend over Mijn bovenzinnelijke kwaliteiten, heeft men jegens Mij, die verblijft in ieders hart, de continuering op de weg van het hart, zoals het water van de Ganges dat naar de zee vloeit. De manifestatie van de onvermengde yoga van toewijding waarlijk tentoongespreid zonder zich af te scheiden en zonder nevenmotieven, is de toewijding die is gericht op de Allerhoogste Persoonlijkheid. (13) Zonder Mij van dienst te zijn, zullen zuivere toegewijden nog niet eens als hen dit wordt aangeboden, het aanvaarden om te leven op dezelfde planeet, dezelfde weelde te genieten, persoonlijke omgang te hebben, dezelfde lichaamskenmerken te hebben of in eenheid te verkeren [de vijf vormen van bevrijding genaamd sâlokya, sârshthi, sâmîpya, sârûpya en ekatva]. (14) Waarlijk wordt deze toewijding in de yoga, zoals Ik die uit heb gelegd, het hoogste platform genoemd, waarmee men, de drie geaardheden te boven komend, reikt tot Mijn bovenzinnelijke natuur. (15) De eigen plicht gedaan zonder gehechtheid aan de resultaten is zegerijk in het doen van yoga en goedgunstig van regelmatige uitoefening zijnd zonder onnodig geweld. (16) Met achting voor het zegenrijke van Mij, in contact met het ritueel wat betreft Mijn gedaante, in lofprijzing en met het bieden van eerbetuigingen en over Mij denkend als aanwezig in alle levende wezens, leeft men met de geaardheid goedheid en in onthechting. (17) Door zins-beheersing en de juiste regulering [yama en niyama, wat men niet en wel doet in de yoga] is men van het grootste respect voor de grote zielen, mededogend met de armen en voorzeker een vriend met zijns gelijken. (18) Van het vernemen over spirituele zaken en door het zingen van Mijn heilige namen is men, recht door zee en van beschaafd gezelschap, aldus zonder vals ego. (19) Van een persoon raakt, met deze kwaliteiten van de plichtsbetrachting jegens Mij, het bewustzijn volledig gezuiverd; zonder twijfel reikt hij, met het vernemen over Mijn uitnemendheid, terstond tot Mij. (20) Zoals de manier waarop de reukzin het aroma opvangt als het via de lucht wordt meegevoerd vanaf zijn oorsprong, zo ook krijgt het bewustzijn via de yoga lucht van de Opperziel die onveranderlijk is.
(21) Een sterfelijk mens die steeds zonder respect leeft voor Mij, de Superziel die zich bevindt in ieder levend wezen, is, met het aanbidden van de beeltenis, enkel aan het imiteren. (22) Iemand die de beeltenis aanbidt en Mij niet respecteert als de Hoogste Heerser en Superziel aanwezig in alle wezens, is uit onwetendheid alleen maar bezig met het brengen van offers in de as. (23) Hij die Mij zijn respect betoont in afgunst op de aanwezigheid van anderen, leeft vijandig in oppositie met anderen en zal nooit een geest bereiken die in vrede is. (24) O zondeloze, Ik ben er zeker niet mee behaagd als zij, die erin geslaagd zijn Mij in de vorm van Mijn beeltenis met alle toebehoren te aanbidden, geen respect hebben voor andere levende wezens. (25) Men behoort te beginnen met de aanbidding van de beeltenis van Mij, de Allerhoogste Heerser, voor zolang men zijn voorgeschreven plichten niet vervuld, totdat men inziet dat Ik verblijf in het eigen hart en in het hart van allen. (26) Bij hen die discrimineren tussen zichzelf en een ander, er een andere kijk op na houdend wat betreft het lichaam, zal Ik, als de dood, grote angst veroorzaken. (27) Daarom moet men, door liefdadigheid en respect en in vriendschap elkaar beziend als gelijken, Mij als verblijvend in het Zelf van alle schepselen gunstig stemmen.
(28) Levende wezens zijn waarlijk beter dan levenloze voorwerpen, beter dan bestaansvormen met levenstekenen, o gezegende, zijn bestaansvormen met een ontwikkeld bewustzijn en beter dan hen zijn zij die ontwikkelde zintuigen hebben. (29) Daarenboven, zijn zij die ontvankelijk zijn voor smaak beter dan zij die op aanraking uit zijn en beter dan zij zijn degenen die ten gunste van de reuk zijn; daarvan zijn weer beter zij die ontvankelijk zijn voor geluid. (30) Beter dan zij zijn degenen die ontvankelijk zijn voor verschillende verschijningsvormen en beter dan zij zijn zij die tanden hebben in beide kaken. Van hen zijn zij die meerdere ledematen hebben de betere. Van hen zijn de vierbenigen de beteren en beter dan hen zijn de tweebenigen [de menselijke wezens]. (31) Onder hen is een samenleving met vier klassen de betere en daarvan is de brahmaan de beste. Daarenboven is onder de brahmanen voorzeker hij die kennis heeft van de Veda's de beste en beter dan hij is degene die van de bedoeling ervan op de hoogte is [het absolute van de waarheid te kennen in drie fasen: brahman, paramâtmâ en bhagavân]. (32) Beter dan degene die weet heeft van de bedoeling is degene die een einde maakt aan alle twijfels en beter dan hij is degene die de voor hem vastgestelde plichten doet. Van degenen die daarmee vrij zijn van wereldse gehechtheid is de rechtgeaarde die het niet voor zichzelf doet de beste. (33) Daarom ken ik geen persoon die groter is dan hij die met een toegewijde geest al zijn handelingen, rijkdom en leven zonder enige reserve aan Mij heeft opgedragen, tewerk gaand zonder ergens anders belang in te stellen en zonder zich af te scheiden. (34) Bedachtzaam betoont zo'n iemand respect voor al deze levende wezens, op die manier de Allerhoogste Heer, de Heerser over de individuele ziel, beschouwend als in hen binnengegaan middels Zijn expansie van de Superziel [het paramâtmâ].(35) Door elk van de twee van toegewijde dienst en de yoga die Ik beschreef, o dochter van Manu, kan een persoon de Oorspronkelijke Persoon bereiken. (36) Deze gedaante van de Opperheer van brahman [de Allerhoogste Geest] en paramâtmâ [het gepersonaliseerde lokale aspect] is de transcendentale Oorspronkelijke Persoon van de primaire werkelijkheid [pradhâna], wiens handelingen allen van de geest zijn.
(37) De goddelijkheid van de tijd, als de oorzaak van de aldus bekende transformatie van de vormen van de levende wezens die hun oorsprong vinden in de Allerhoogste Geest, is de reden waarom al diegenen die zichzelf als afgescheiden beschouwen in angst leven. (38) Hij die van binnenuit al de levende wezens binnengaat, vernietigt met die levende wezens en ieders ondersteuning is; Hij is genaamd Vishnu, de genieter van alle offers die die tijdfactor, de meester aller meesters, is. (39) Er is niemand die Zijn voorkeur geniet, noch is Hij gebonden aan of afkerig van wie dan ook; Hij draagt zorg voor hen die aandachtig zijn en van onoplettende personen is Hij de vernietiger. (40-45) Voor wie bevreesd de wind waait, voor wie bevreesd deze zon schijnt, voor wie bevreesd de regens door de Godheid worden gezonden en uit vrees voor wie de hemellichamen aan de hemel stralen, vanwege wie de bomen en de klimplanten bevreesd zijn en de kruiden ieder op hun tijd bloemen dragen als ook de vruchten verschijnen, in vrees de rivieren stromen en de oceanen niet overstromen, vanwege wie het vuur brandt en de aarde met zijn bergen niet verzinkt uit vrees voor Hem, door wie de hemel lucht geeft aan hen die ademhalen en onder wiens heerschappij het geheel van het universum uitdijt tot de volledige werkelijkheid [mahat-tattva] met haar zeven lagen [de zeven kos'a's of ook dvîpa's met hun bewustzijnstoestanden op het niveau van het fysieke, fysiologische, psychologische, intellectuele, het gelukzalige, het gewaar zijn en het ware zelf], uit vrees voor wie de goden die zorg dragen voor de geaardheden der natuur van deze wereld wat betreft de aangelegenheden van de schepping hun functies uitoefenen naar gelang de yuga's [zie 3-11], onder wiens gezag al dit levende en levenloze staat; die oneindige uiteindelijke beheerser van de Tijd die zonder een begin is, is de onveranderlijke Schepper die mensen vormt uit mensen en de heerschappij van de dood beëindigt middels de dood.'
Tweede Editie, geladen 8 aug. 2006.
Bronteksten:
Beschrijving van de toegewijde dienst door Heer Kapila
Devahûti zei: 'De volledige werkelijkheid van de materiële en persoonlijke natuur is beschreven. Hun werkelijke aard werd in analytische termen uiteengezet. Alstublieft beste meester, verschaf me nu uitvoerig uitleg over het pad van bhakti-yoga, dat men ziet als de uiteindelijke bedoeling ervan.Devahûti zei: Mijn lieve Heer, U hebt de kenmerken van de gehele materiële natuur en de symptomen van de ziel al zeer wetenschappelijk beschreven volgens het stelsel van de sânkhya-filosofie. Nu verzoek ik U me het pad der toegewijde dienst te beschrijven, dat het uiteindelijke doel is van alle filosofische stelsels. (Vedabase)
Lieve Heer, geef, voor mij en de mensen in het algemeen, de beschrijving van de veelvormige herhaling van geboorte en dood, waarmee een persoon volledig onthecht kan raken.
Devahûti vervolgde: Lieve Heer, vertel alstublieft ook in bijzonderheden, zowel ter wille van mij als van de mensen in het algemeen, over de kringloop van geboorte en dood, want door over dit soort rampen te horen, kunnen we losraken van onze activiteiten in deze materiële wereld. (Vedabase)
En oh, wat over de Eeuwige Tijd, die gedaante die, de Allerhoogste Heerser vertegenwoordigend, van Uw natuur de leiding heeft over alle andere heersers en onder de invloed waarvan de mensen in het algemeen zich vroom gedragen?
Beschrijf alstublieft ook de eeuwige tijd, die Uw gedaante vertegenwoordigt en door wiens invloed de mensen in het algemeen zich bezighouden met goede werken. (Vedabase)
Met de intelligentie aangaande de materiële handelingen, die de aangetrokken levende wezens begoochelt met vals ego en ze - voor lange tijd verblindend - zonder toevlucht vermoeid in het duister laat, bent U daadwerkelijk verschenen als de zon van het yogasysteem.'
Lieve Heer, U bent als de zon, want U verlicht het duister van het gebonden bestaan van de levende wezens. Omdat hun kennisoog niet geopend is, slapen ze eeuwig in dat duister, zonder Uw bescherming, en houden zich daardoor ten onrechte bezig met de acties en reacties van hun materiële bezigheden, en zien er erg vermoeid uit. (Vedabase)
Maitreya zei: 'De woorden van Zijn moeder verwelkomend, o beste der Kuru's, zei de grote en vriendelijke wijze, verheugd en bewogen door mededogen, het volgende.
S'rî Maitreya zei: O beste onder de Kuru's, door groot mededogen bewogen en voldaan over de woorden van Zijn roemrijke moeder, sprak de grote wijze Kapila de volgende woorden. (Vedabase)
De Allerhoogste Heer zei: 'Toewijding in de yoga, zo verschillend in haar verschijningsvormen, kent vele wegen, o nobele dame, die de manier laten zien waarop mensen naar gelang hun natuurlijke kwaliteiten hun eigen weg volgen.
Heer Kapila, de Godspersoon, antwoordde: O edele vrouw, er zijn velerlei wegen van toegewijde dienst, naar gelang de verschillende eigenschappen van degenen die de toegewijde dienst verrichten. (Vedabase)
Wat uit liefde voor Mij hij ook moge doen, die van geweld, trots en afgunst is of in waarheid kwaad is als een zonderling, wordt beschouwd van de geaardheid onwetendheid te zijn.
Toegewijde dienst verricht door een afgunstig, trots, gewelddadig en boos mens, die zijn eigenbelang los ziet van het belang van de Heer, wordt beschouwd als zijnde in de geaardheid onwetendheid. (Vedabase)
Hij in aanbidding tot Mij die uit is op materiële zaken, roem en weelde, moge de beeltenissen aanbidden; hij in zijn voorkeur om er tegenin te gaan, verkeert in de geaardheid hartstocht.
Het vereren van de mûrti's door een separatist, die op materieel genot, roem en rijkdom uit is, wordt als toewijding in de geaardheid hartstocht beschouwd. (Vedabase)
Als men jegens het Allerhoogste handelt met de bedoeling zich los te maken van vruchtdragende handelingen of de resultaten te offeren, moge men aanbidden, als zodanig zijn aanbeden, of een andere overtuiging zijn toegedaan; zo een iemand verkeert in goedheid.
Wanneer een toegewijde de Allerhoogste Godspersoon aanbidt en Hem het resultaat van zijn activiteiten aanbiedt om zichzelf van de verdwazing van het baatzuchtig streven te ontdoen, is zijn toewijding in de geaardheid goedheid. (Vedabase)
Enkel horend over Mijn bovenzinnelijke kwaliteiten, heeft men jegens Mij, die verblijft in ieders hart, de continuering op de weg van het hart, zoals het water van de Ganges dat naar de zee vloeit. De manifestatie van de onvermengde yoga van toewijding waarlijk tentoongespreid zonder zich af te scheiden en zonder nevenmotieven, is de toewijding die is gericht op de Allerhoogste Persoonlijkheid.
Zuivere toegewijde dienst manifesteert zich wanneer de geest zich meteen aangetrokken voelt tot het horen van de transcendentale naam en het luisteren naar verhalen over de bovenzinnelijke eigenschappen van de Allerhoogste Godspersoon, die in ieders hart verblijft. Zoals het water van de Ganges vanzelf naar de oceaan stroomt, stroomt zulke extatische toewijding, door geen enkele materiële omstandigheid gehinderd, naar de Allerhoogste Heer. (Vedabase)
Zonder Mij van dienst te zijn, zullen zuivere toegewijden nog niet eens als hen dit wordt aangeboden, het aanvaarden om te leven op dezelfde planeet, dezelfde weelde te genieten, persoonlijke omgang te hebben, dezelfde lichaamskenmerken te hebben of in eenheid te verkeren [de vijf vormen van bevrijding genaamd sâlokya, sârshthi, sâmîpya, sârûpya en ekatva].
Een zuivere toegewijde aanvaardt geen enkele vorm van bevrijding - sâlokya, sârshthi, sâmîpya, sârûpya of ekatva - ook al worden deze hem door de Allerhoogste Godspersoon Zelf aangeboden. (Vedabase)
Waarlijk wordt deze toewijding in de yoga, zoals Ik die uit heb gelegd, het hoogste platform genoemd, waarmee men, de drie geaardheden te boven komend, reikt tot Mijn bovenzinnelijke natuur.
Door zich te verheffen tot het hoogste niveau van toegewijde dienst, zoals Ik heb uitgelegd, kan men de invloed van de drie geaardheden van de materiële natuur te boven komen en op het transcendentale vlak gevestigd raken, zoals de Heer. (Vedabase)
De eigen plicht gedaan zonder gehechtheid aan de resultaten is zegerijk in het doen van yoga en goedgunstig van regelmatige uitoefening zijnd zonder onnodig geweld.
Een toegewijde behoort zijn voorgeschreven plichten te vervullen die roemrijk zijn en zonder materieel gewin. Zonder onnodig geweld dient men geregeld zijn toegewijde activiteiten te verrichten. (Vedabase)
Met achting voor het zegenrijke van Mij, in contact met het ritueel wat betreft Mijn gedaante, in lofprijzing en met het bieden van eerbetuigingen en over Mij denkend als aanwezig in alle levende wezens, leeft men met de geaardheid goedheid en in onthechting.
De toegewijde dient regelmatig Mijn tempelbeeld te aanschouwen, Mijn lotusvoeten aan te raken, Me artikelen te offeren die bij de eredienst horen, en gebeden aan Me op te dragen. Hij moet alles beschouwen in de geest van onthechting, in de geaardheid goedheid, en elk levend wezen als geestelijk zien. (Vedabase)
Door zins-beheersing en de juiste regulering [yama en niyama, wat men niet en wel doet in de yoga] is men van het grootste respect voor de grote zielen, mededogend met de armen en voorzeker een vriend met zijns gelijken.
De zuivere toegewijde dient toegewijde dienst te verrichten door de geestelijk leraar en de âcârya's het hoogste respect te betonen. Hij dient mededogend te zijn jegens de armen en vriendschap te sluiten met zijn gelijken. Maar wat hij ook doet, dient allemaal volgens de regels en met beteugelde zinnen te gebeuren. (Vedabase)
Van het vernemen over spirituele zaken en door het zingen van Mijn heilige namen is men, recht door zee en van beschaafd gezelschap, aldus zonder vals ego.
Een toegewijde moet altijd proberen over geestelijke zaken te horen en zijn tijd slechts gebruiken voor het chanten van de heilige naam van de Heer. Hij dient in zijn gedrag altijd oprecht en eenvoudig te zijn, en hoewel hij niet afgunstig is, maar iedereen welgezind, dient hij de omgang met mensen die geestelijk niet gevorderd zijn te vermijden. (Vedabase)
Van een persoon raakt, met deze kwaliteiten van de plichtsbetrachting jegens Mij, het bewustzijn volledig gezuiverd; zonder twijfel reikt hij, met het vernemen over Mijn uitnemendheid, terstond tot Mij.
Wanneer iemand al deze bovenzinnelijke eigenschappen volkomen bezit en zijn bewustzijn daardoor geheel gezuiverd is, raakt men onmiddellijk aangetrokken wanneer men alleen maar Mijn naam of een beschrijving van Mijn transcendentale eigenschappen hoort. (Vedabase)
Zoals de manier waarop de reukzin het aroma opvangt als het via de lucht wordt meegevoerd vanaf zijn oorsprong, zo ook krijgt het bewustzijn via de yoga lucht van de Opperziel die onveranderlijk is.
Zoals het voertuig van de lucht een geur van haar oorsprong meegevoert en dadelijk de reukzin raakt, kan iemand die voortdurend in Krishna-bewustzijn in toegewijde dienst verbonden is, de Allerhoogste Ziel waarnemen, die overal in gelijke mate aanwezig is. (Vedabase)
Een sterfelijk mens die steeds zonder respect leeft voor Mij, de Superziel die zich bevindt in ieder levend wezen, is, met het aanbidden van de beeltenis, enkel aan het imiteren.
Ik woon in ieder levend wezen als de Superziel. Als iemand geen oog heeft voor deze alomtegenwoordige Superziel, of Hem geen respect betoont, maar wel het altaarbeeld in de tempel vereert, is dat niets dan schijn. (Vedabase)
Iemand die de beeltenis aanbidt en Mij niet respecteert als de Hoogste Heerser en Superziel aanwezig in alle wezens, is uit onwetendheid alleen maar bezig met het brengen van offers in de as.
Wie het Godsbeeld in de tempels vereert, maar niet weet dat de Allerhoogste Heer als Paramâtmâ in het hart van ieder levend wezen woont, moet in onwetendheid verkeren en wordt vergeleken met iemand die offerandes brengt in as. (Vedabase)
Hij die Mij zijn respect betoont in afgunst op de aanwezigheid van anderen, leeft vijandig in oppositie met anderen en zal nooit een geest bereiken die in vrede is.
Wie Mij eer betuigt, maar afgunstig is op het lichaam van anderen en daarom een separatist is, zal nooit innerlijke vrede vinden vanwege zijn vijandige gedrag tegenover andere levende wezens. (Vedabase)
O zondeloze, Ik ben er zeker niet mee behaagd als zij, die erin geslaagd zijn Mij in de vorm van Mijn beeltenis met alle toebehoren te aanbidden, geen respect hebben voor andere levende wezens.
Lieve moeder, wie niet weet dat Ik in alle levende wezens aanwezig ben, doet Me geen enkel plezier door Mijn mûrti in de tempel te vereren, ook al doet hij dat met de juiste rituelen en de passende attributen. (Vedabase)
Men behoort te beginnen met de aanbidding van de beeltenis van Mij, de Allerhoogste Heerser, voor zolang men zijn voorgeschreven plichten niet vervuld, totdat men inziet dat Ik verblijf in het eigen hart en in het hart van allen.
Bij het verrichten van zijn voorgeschreven taken dient ieder mens de mûrti van de Allerhoogste Godspersoon te vereren, totdat hij zich realiseert dat Ik Me in zijn hart bevind, alsook in de harten van andere levende wezens. (Vedabase)
Bij hen die discrimineren tussen zichzelf en een ander, er een andere kijk op na houdend wat betreft het lichaam, zal Ik, als de dood, grote angst veroorzaken.
Als het laaiende vuur van de dood jaag Ik iedereen die ook maar het geringste onderscheid maakt tussen zichzelf en andere levende wezens, door naar uiterlijke verschillen te kijken, grote angst aan. (Vedabase)
Daarom moet men, door liefdadigheid en respect en in vriendschap elkaar beziend als gelijken, Mij als verblijvend in het Zelf van alle schepselen gunstig stemmen.
Daarom dient men door milde gaven en aandacht, alsook door vriendelijk gedrag en door iedereen als gelijk te beschouwen Mij voor zich in te nemen, omdat Ik als hun eigen Zelf in alle schepselen verblijf. (Vedabase)
Levende wezens zijn waarlijk beter dan levenloze voorwerpen, beter dan bestaansvormen met levenstekenen, o gezegende, zijn bestaansvormen met een ontwikkeld bewustzijn en beter dan hen zijn zij die ontwikkelde zintuigen hebben.
Levende wezens zijn hoger dan levenloze dingen, o gezegende moeder, en onder hen zijn degenen die tekenen van leven geven het best. Dieren met ontwikkeld bewustzijn zijn beter dan zij, en nog beter zijn degenen met een ontwikkelde zintuiglijke waarneming. (Vedabase)
Daarenboven, zijn zij die ontvankelijk zijn voor smaak beter dan zij die op aanraking uit zijn en beter dan zij zijn degenen die ten gunste van de reuk zijn; daarvan zijn weer beter zij die ontvankelijk zijn voor geluid.
Onder de levende wezens die het vermogen om zintuiglijk waar te nemen hebben ontwikkeld, zijn degenen die de smaakzin hebben ontwikkeld beter dan degenen die de tastzin hebben ontwikkeld. Beter dan zij, zijn degenen die de reukzin hebben ontwikkeld, en beter dan diegenen, zijn de levende wezens die het gehoor hebben ontwikkeld. (Vedabase)
Beter dan zij zijn degenen die ontvankelijk zijn voor verschillende verschijningsvormen en beter dan zij zijn zij die tanden hebben in beide kaken. Van hen zijn zij die meerdere ledematen hebben de betere. Van hen zijn de vierbenigen de beteren en beter dan hen zijn de tweebenigen [de menselijke wezens].
Beter dan de levende wezens die geluid kunnen onderscheiden, zijn zij die de ene vorm van de andere kunnen onderscheiden. Beter dan zij zijn degenen die een ontwikkeld boven- en ondergebit hebben en nog beter zijn degenen die meerdere poten bezitten. Beter dan zij zijn de viervoeters en nog beter zijn de mensen. (Vedabase)
Onder hen is een samenleving met vier klassen de betere en daarvan is de brahmaan de beste. Daarenboven is onder de brahmanen voorzeker hij die kennis heeft van de Veda's de beste en beter dan hij is degene die van de bedoeling ervan op de hoogte is [het absolute van de waarheid te kennen in drie fasen: brahman, paramâtmâ en bhagavân].
Bij mensen is die maatschappij de beste die haar leden naar gelang hun eigenschappen en activiteiten in klassen verdeeld heeft, en in die maatschappij zijn de intelligente mensen, die als brâhmana's worden aangeduid, het best. Onder de brâhmana's is hij die de Veda's bestudeerd heeft het best, en onder de brâhmana's die de Veda's hebben bestudeerd, is hij di feitelijke bedoeling van de Veda's kent het best. (Vedabase)
Beter dan degene die weet heeft van de bedoeling is degene die een einde maakt aan alle twijfels en beter dan hij is degene die de voor hem vastgestelde plichten doet. Van degenen die daarmee vrij zijn van wereldse gehechtheid is de rechtgeaarde die het niet voor zichzelf doet de beste.
Beter dan een brâhmana die de bedoeling van de Veda's kent, is hij die alle twijfel kan wegnemen, en beter dan zo iemand is hij die zich strikt aan brahmaanse principes houdt. Beter dan de laatste is iemand die vrij is van alle materiële onzuiverheid, en beter dan hij is een zuivere toegewijde, die zijn toegewijde dienst verricht zonder er iets voor terug te verwachten. (Vedabase)
Daarom ken ik geen persoon die groter is dan hij die met een toegewijde geest al zijn handelingen, rijkdom en leven zonder enige reserve aan Mij heeft opgedragen, tewerk gaand zonder ergens anders belang in te stellen en zonder zich af te scheiden.
Daarom zie Ik niemand die groter is dan hij die geen ander belang kent dan het Mijne, en daarom al zijn doen en laten en zijn hele leven - alles - ononderbroken op Mij betrekt en aan Mij wijdt. (Vedabase)
Bedachtzaam betoont zo'n iemand respect voor al deze levende wezens, op die manier de Allerhoogste Heer, de Heerser over de individuele ziel, beschouwend als in hen binnengegaan middels Zijn expansie van de Superziel [het paramâtmâ].
Zo'n volmaakte toegewijde bewijst ieder wezen eer, omdat hij er vast van overtuigd is dat de Allerhoogste Godspersoon als Superziel of bestuurder het lichaam van ieder levend wezen is binnengegaan. (Vedabase)
Van de toegewijde dienst en de yoga die Ik beschreef, o dochter van Manu, kan door elk van de twee op zich, een persoon de Oorspronkelijke Persoon bereiken.
Lieve moeder, o dochter van Manu, een toegewijde die de wetenschap van de toegewijde dienst en van de mystieke yoga zo in praktijk brengt, kan enkel door die toegewijde dienst de woning van de Allerhoogste Persoon bereiken. (Vedabase)
Deze gedaante van de Opperheer van brahman [de Allerhoogste Geest] en paramâtmâ [het gepersonaliseerde lokale aspect] is de transcendentale Oorspronkelijke Persoon van de primaire werkelijkheid [pradhâna], wiens handelingen allen van de geest zijn.
Deze purusha die de individuele ziel moet benaderen, is de eeuwige gedaante van de Allerhoogste Godspersoon, die bekend staat als Brahman en Paramâtmâ. Hij is de transcendentale hoofdpersoon en Zijn doen en laten is geheel geestelijk. (Vedabase)
De goddelijkheid van de tijd, als de oorzaak van de aldus bekende transformatie van de vormen van de levende wezens die hun oorsprong vinden in de Allerhoogste Geest, is de reden waarom al diegenen die zichzelf als afgescheiden beschouwen in angst leven.
De tijdfactor, die de transformatie van de verschillende materiële openbaringen veroorzaakt, is eveneens een aspect van de Allerhoogste Godspersoon. Wie niet weet dat de tijd die Allerhoogste Persoon is, is er bang voor. (Vedabase)
Hij die van binnenuit al de levende wezens binnengaat, vernietigt met die levende wezens en ieders ondersteuning is; Hij is genaamd Vishnu, de genieter van alle offers die die tijdfactor, de meester aller meesters, is.
Heer Vishnu, de Allerhoogste Godspersoon, degene die van alle offers geniet, is de tijdfactor en de meester van alle meesters. Hij gaat binnen in ieders hart, steunt iedereen en zorgt ervoor dat ieder wezen door een ander vernietigd wordt. (Vedabase)
Er is niemand die Zijn voorkeur geniet, noch is Hij gebonden aan of afkerig van wie dan ook; Hij draagt zorg voor hen die aandachtig zijn en van onoplettende personen is Hij de vernietiger.
Niemand is de Allerhoogste Godspersoon dierbaar, noch is iemand Zijn vriend of vijand. Maar Hij inspireert degenen die Hem niet vergeten zijn, en vernietigt degenen die Hem wel vergeten zijn. (Vedabase)
Voor wie bevreesd de wind waait, voor wie bevreesd deze zon schijnt, voor wie bevreesd de regens door de Godheid worden gezonden en uit vrees voor wie de hemellichamen aan de hemel stralen, vanwege wie de bomen en de klimplanten bevreesd zijn en de kruiden ieder op hun tijd bloemen dragen als ook de vruchten verschijnen, in vrees de rivieren stromen en de oceanen niet overstromen, vanwege wie het vuur brandt en de aarde met zijn bergen niet verzinkt uit vrees voor Hem, door wie de hemel lucht geeft aan hen die ademhalen en onder wiens heerschappij het geheel van het universum uitdijt tot de volledige werkelijkheid [mahat-tattva] met haar zeven lagen [de zeven kos'a's of ook dvîpa's met hun bewustzijnstoestanden op het niveau van het fysieke, fysiologische, psychologische, intellectuele, het gelukzalige, het gewaar zijn en het ware zelf], uit vrees voor wie de goden die zorg dragen voor de geaardheden der natuur van deze wereld wat betreft de aangelegenheden van de schepping hun functies uitoefenen naar gelang de yuga's [zie 3-11], onder wiens gezag al dit levende en levenloze staat; die oneindige uiteindelijke beheerser van de Tijd die zonder een begin is, is de onveranderlijke Schepper die mensen vormt uit mensen en de heerschappij van de dood beëindigt middels de dood.'
Uit vrees voor de Allerhoogste Godspersoon waait de wind, uit vrees voor Hem schijnt de zon, uit vrees voor Hem stroomt de regen en uit vrees voor Hem flonkeren de vele hemellichamen.Uit vrees voor de Allerhoogste Godspersoon bloeien de bomen, klimranken, kruiden en seizoengewassen elk op hun eigen tijd en dragen ze ook vrucht.
Uit vrees voor de Allerhoogste Godspersoon stromen de rivieren en treedt de oceaan nooit buiten zijn oevers. Het is alleen uit vrees voor Hem dat het vuur brandt en de aarde met haar bergen niet wegzinkt in het water van het heelal.
Onder bestuur van de Allerhoogste Godspersoon biedt het uitspansel ruimte aan al de verschillende planeten, die ontelbare levende wezens herbergen. De totaliteit van het universum met zijn zeven omhullingen, expandeert zich onder Zijn allerhoogste leiding.
Uit vrees voor de Allerhoogste Godspersoon houden de halfgoden die belast zijn met de taak de geaardheden van de materiële natuur te besturen, zich bezig met scheppen, instandhouden en vernietigen. Al het bezielde en onbezielde in deze materiële wereld staat onder hun leiding.
De eeuwige tijd kent geen begin en geen eind. Hij vertegenwoordigt de Allerhoogste Godspersoon, die deze misdadigerswereld geschapen heeft. Hij maakt een eind aan de wereld der verschijnselen, onderhoudt het werk van de schepping door het ene individu het andere ter wereld te laten brengen, en ontbindt het heelal ook weer waarbij zelfs de heer des doods, Yamarâja, wordt vernietigd. (Vedabase)
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties