
Canto 6 |
|
Hoofdstuk 3: Yamarâja Instrueert zijn Boodschappers
(1) De koning zei: 'Wat gaf de godheid, de Koning van het Dharma wiens opdracht was gedwarsboomd, ten antwoord nadat hij had gehoord wat zijn dienaren, verslagen door de gezagdragers van de Doder van Mura [Krishna], die heerst over alle mensen van de wereld, hadden te zeggen? (2) O wijze, dit breken van de opdracht van een godheid als Yamarâja was iets waarvan nog nooit iemand eerder had gehoord; o wijsgeer, dienaangaande ben ik ervan overtuigd dat waarlijk niemand meer geschikt is dan u om de twijfels van de mensen weg te nemen.'
(3) S'rî S'uka zei: 'De dienaren van de Dood, o Koning, wiens plannen waren verijdeld door de mannen van de Allerhoogste Heer, stelden hun meester Yamarâja, de heerser over de stad Samyamanî, op de hoogte. (4) De Yamadûta's zeiden: 'Hoeveel heersers zijn er eigenlijk in deze materiële wereld naar de zaak der baatzuchtige handelingen tentoongespreid onder de invloed van de manifestatie die in drieën wordt gekend, o meester? (5) Als er zo vele autoriteiten in deze wereld bestaan om de zondaar wel of niet te bestraffen, hoe kan er dan van hen enige zekerheid bestaan over het ongeluk dan wel het geluk? (6) Zou er niet, met de verscheidenheid aan bestuurders over de vele karmî's in deze wereld, één bestuurlijk hoofd moeten zijn zoals men dat heeft met de verschillende leiders van de departementen der staat? (7) Als zodanig zou u de ene allerhoogste heer en meester over alle levenden zijn met inbegrip van de andere heersers; u zou de meester der bestraffing zijn die het verschil tussen goed en kwaad uitmaakt in de menselijke samenleving. (8) Niets daarvan kan men, met de straf die u toebedeelde, terugvinden in deze wereld, nu dat uw opdracht werd overtroffen door vier van de meest schitterende en volmaakte wezens. (9) Met alle macht doorsneden ze de touwen, deze zondaar bevrijdend die door ons in uw opdracht werd meegevoerd naar de plaatsen der vergelding. (10) Over hen die zo snel ter plekke arriveerden zeggende 'Vreest niet' toen 'Nârâyana' werd uitgesproken, zouden we graag van u willen vernemen, als u ons waardig acht.'
(11) De zoon van Vyâsadeva zei: 'Hij, Heer Yamarâja de heerser over alle levenden, aldus verzocht, gaf zijn dienaren antwoord, blij te zijn herinnerd aan de lotusvoeten van de Heer. (12) Yamarâja zei: 'Verheven boven mij is er een ander die als de schering en inslag van stof is voor alles wat rondbeweegt of niet beweegt; in Hem treft men de ganse kosmos aan en van Hem zijn er de gedeeltelijke manifestaties der handhaving [Vishnu], schepping [Brahmâ] en vernietiging [S'iva] van dit universum - de gehele schepping staat onder Zijn controle zoals een stier wordt beheerst met een touw door zijn neus. (13) Door Hem die, met de verschillende namen van een vedisch begrip van de taal, de mensen die uit Hem zijn voortgekomen aan zich bindt zoals men stieren beheerst middels een touw worden zij allen beoordeeld en belast, gebonden als zij zijn door de verplichtingen aan hun titels en karma die hen in angst verzetten. (14-15) Dat geldt zelfs voor mijzelf, degene van de dood, voor Indra van de hemel, Nirriti van de chaos, Varuna van het water, Candra van de maan, Agni van het vuur, voor Heer S'iva van vernietiging, Pavana van de lucht, Brahmâ van de schepping, Sûrya van de zon, Vis'vâsu van de schoonheid [zie 4.18: 17], de acht Vasu's der goedheid, de Sâdhya's van het goddelijke, de Maruts van de wind, de Rudra's der woede, de Siddha's der volkomenheid, Marîci en de anderen die de orde instellen, onsterfelijke bestuurders als Brihaspati en wijzen als Bhrigu; als het zo is met hen die niet besmet zijn door de hartstocht en de onwetendheid, en die zichzelf niet kennen als zijnde aangedaan door mâyâ en die overwegend van de goedheid zijn, wat dan te zeggen van anderen buiten hen? (16) Hij, de Superziel aanwezig in het hart van alle wezens, kan in feite door allen die ademen, middels de zinnen, de geest, de adem of door middel van bedenkingen en bewoordingen niet worden gezien of gekend, precies zoals de verschillende delen van het lichaam niet de ogen kunnen zien die hen overschouwen [vergelijk B.G 7: 26]. (17)Van Hem, die de volledig in zichzelf berustende Heer is die over alles heerst, de Bovenzinnelijke, de Meester over de illusiewekkende energie mâyâ, de Grote van de Ziel, zijn Zijn gezagdragers alhier op dezelfde manier naar waarheid geluk aan het creëren met hun verschijnen, naar Zijn aard en met Zijn kwaliteiten zich rondbewegend in een lichaam gelijk het Zijne. (18) Zij die van Vishnu zijn en door de verlichte zielen worden aanbeden, hebben gedaanten die men zelden aantreft en hoogst wonderlijk zijn om te aanschouwen; zij beschermen de Heer Zijn toegewijden tegen vijandig gezinden onder de gewone stervelingen en onder hen die tot mij behoren, en aldus zijn ze vrijwel tegen alles beschermd. (19) Het volle van het dharma dat rechtstreeks door de Allerhoogste Heer alleen is ingesteld, wordt waarlijk niet gekend door de grote rishi's, noch door de goddelijken, noch door de besten der perfectie, noch door hen die van de duisternis zijn en ook niet door de mensen onder wie men hen die zich verlaten op kennis [de Vidhyâdhara's] en hen die van muziek en zang zijn [de Cârana's] rekent en dergelijken. (20-21) Heer Brahmâ, Nârada, Heer S'iva, de vier Kumâra's, Kapila, Manu, Prahlâda, Janaka, Bhîshma, Bali, hij die van Vyâsa is [zoals S'uka] en ik zelve; wij, deze twaalf [mahâjana's], hebben weet van het dharma van overgave aan de Heer mijn beste dienaren, hetgeen zeer vertrouwelijk is, van het zuiverste en moeilijk te doorgronden; hij die het begrijpt bereikt het eeuwige leven [vergelijk 3.32: 2 en B.G.: 18: 66]. (22) Zo veel is zeker dat voor de mensen levend in deze materiële wereld de yoga van toewijding voor de Allerhoogste Heer beginnende met het zingen van de heilige naam, het aangewezen dharma is van transcenderen. (23) Bezie enkel het verheven uitspreken van de heilige naam van de Heer mijn beste zonen, zie hoe het op zich de bevrijding verzekert van de gebondenheid aan de dood. (24) Zoveel volstaat voor het verdrijven van de zonden van de mens: het gezamenlijk bezingen van de kwaliteiten en namen naar Zijn handelingen, aangezien deze zondaar ten tijde van zijn dood enkel onschuldig met 'Nârâyana' om zijn zoon roepend aldus de bevrijding bereikte. (25) Weet dat dit van de mahâjana's, dit van het goddelijke, vrijwel altijd wordt gemist door inderdaad hen wiens geesten verbijsterd raakten door mâyâ, wiens intelligentie in grote mate zijn scherpte verloor door de zoetheid van de bloemrijke taal naar de opvoeringen vermeld in de drie Veda's en het gewicht van de preoccupatie met baatzuchtige handelingen [zie ook B.G. 2: 42-43]. (26) Met dit in overweging gaan de scherpzinnigen inderdaad over tot de yoga van liefde voor de Allerhoogste en Onbegrensde Heer; dergelijke personen verdienen daarom mijn straf niet; en als er al sprake zou zijn van een val met hen, dan zal dat ook teniet worden gedaan door de hoge lof waar ze uiting aan geven. (27) Vervolg nooit hen, de goddelijken en volmaakten naar wiens zuivere vertellingen de toegewijden zingen die met een gelijkgezinde blik van overgave zijn aan de Allerhoogste Heer; omdat ze volledig worden beschermd door de knots van de Heer is het ons, net als de tijd zelve, niet gegeven hen te bestraffen. (28) Zij die niet gehecht zijn, die ongebonden zwaangelijken der zelfrealisatie [de paramahamsa's], genieten zonder ophouden de honing van de lotusvoeten; zij die een huishoudelijk bestaan genieten in verlangens van gebondenheid bevinden zich op het pad dat naar de hel voert. Leidt mij hen voor die van het onware zijn en zich keerden tegen Mukunda, de Heer der Bevrijding [vergelijk 2.1: 4]. (29) Allen die voor de waarheid op de vlucht zijn, wiens tongen zich nimmer roeren over de Allerhoogste Heer Zijn kwaliteiten en namen, allen die Hem niet in hun hart dragen, noch Zijn lotusvoeten herinneren, die nog niet één enkele keer hun hoofden bogen voor datgene wat van Krishna is [zie B.G. 4: 4-6]; zij allen die tekort schieten in hun plichten jegens Heer Vishnu, leidt hen allen aan mij voor. (30) Ik bidt dat Hij, de Allerhoogste Heer, de oorspronkelijke persoon, de oudste, Heer Nârâyana, mij excuseert voor de grove overtreding van de minachting getoond door mijn dienaren; wij, ik en mijn mannen, verkeerden in onwetendheid en derhalve smeken wij, met gevouwen handen, in de heerlijkheid van het respect hebben voor de alles doorvarende Oorspronkelijke Persoonlijkheid, om vergeving.'
(31) (S'uka:) ''Begrijp daarom o afstammeling van Kuru, dat de hoogste vorm van afdoen, het gunstigste in de wereld om de zonde, hoe groot die ook is, de baas te worden, het gezamenlijk bezingen van Heer Vishnu is. (32) Zij die altijd luisteren en zingen over het heldhaftige van de Heer dat in staat is alle zonde weg te vagen, mogen door toegewijde dienst zeer eenvoudig gezuiverd raken, terwijl dat niet zo gemakkelijk tot stand wordt gebracht als men met hart en ziel gebrand is op de ceremoniën en dergelijke. (33) Degene die vasthoudt aan de honing van Krishna's lotusvoeten vervalt niet nogmaals in zonde omdat hij reeds het verlangen verzaakte om het illusoire naar de geaardheden der natuur te genieten dat leed veroorzaakt; een ander echter, betoverd door de lust, die probeert iets te doen om de hartstocht uit zijn ziel te wassen, is er zeker van dat de hartstocht weer zal terugkeren. (34) Na te zijn herinnerd aan de macht, de grootheid van de Heer, zoals die hen werd uitgelegd door hun meester, waren al de dienaren van Yamarâja door verwondering getroffen; van toen af aan, o Koning, was het in hun geheugen gegrift zich te hoeden bij het zien van de persoon die nimmer van enige vrees is onder de vleugels van de Onfeilbare. (35) Deze zeer vertrouwelijke geschiedenis werd mij uiteengezet door de allermachtigste wijze, de zoon van Kumbha [Âgastya Muni] die verblijvend in de Malaya heuvels de Heer aanbidt.'
Tweede editie, geladen 5 april 2007 ![]()
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
De koning zei: 'Wat gaf de godheid, de Koning van het Dharma wiens opdracht was gedwarsboomd, ten antwoord nadat hij had gehoord wat zijn dienaren, verslagen door de gezagdragers van de Doder van Mura [Krishna], die heerst over alle mensen van de wereld, hadden te zeggen?De koning zei: 'Wat gaf de godheid, de Koning van het Dharma wiens opdracht was gedwarsboomd, ten antwoord nadat hij had gehoord wat zijn dienaren, verslagen door de gezagdragers van de Doder van Mura [Krishna], die heerst over alle mensen van de wereld, hadden te zeggen? (Vedabase)
O wijze, dit breken van de opdracht van een godheid als Yamarâja was iets waarvan nog nooit iemand eerder had gehoord; o wijsgeer, dienaangaande ben ik ervan overtuigd dat waarlijk niemand meer geschikt is dan u om de twijfels van de mensen weg te nemen.'
O wijze, dit breken van de opdracht van een godheid als Yamarâja was iets waarvan nog nooit iemand eerder had gehoord; o wijsgeer, dien aangaande ben ik ervan overtuigd dat waarlijk niemand meer geschikt is dan u om de twijfels van de mensen weg te nemen.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'De dienaren van de Dood, o Koning, wiens plannen waren verijdeld door de mannen van de Allerhoogste Heer, stelden hun meester Yamarâja, de heerser over de stad Samyamanî, op de hoogte.
S'rî S'uka zei: 'De dienaren van de Dood, o Koning, wiens plannen waren verijdeld door de mannen van de Allerhoogste Heer, stelden hun meester Yamarâja, de heerser over de stad Samyamanî, op de hoogte. (Vedabase)
De Yamadûta's zeiden: 'Hoeveel heersers zijn er eigenlijk in deze materiële wereld naar de zaak der baatzuchtige handelingen tentoongespreid onder de invloed van de manifestatie die in drieën wordt gekend, o meester?
De Yamadûtas zeiden: 'Hoeveel heersers zijn er eigenlijk in deze materiële wereld naar de zaak der baatzuchtige handelingen ten toon gespreid onder de invloed van de manifestatie die in drieën wordt gekend, o meester? (Vedabase)
Als er zo vele autoriteiten in deze wereld bestaan om de zondaar wel of niet te bestraffen, hoe kan er dan van hen enige zekerheid bestaan over het ongeluk dan wel het geluk?
Als er zo vele autoriteiten in deze wereld bestaan om de zondaar wel of niet te bestraffen, hoe kan er dan van hen enige zekerheid bestaan over het ongeluk danwel het geluk? (Vedabase)
Zou er niet, met de verscheidenheid aan bestuurders over de vele karmî's in deze wereld, één bestuurlijk hoofd moeten zijn zoals men dat heeft met de verschillende leiders van de departementen der staat?
Zou er niet, met de verscheidenheid aan bestuurders over de vele karmî's in deze wereld, één bestuurlijk hoofd moeten zijn zoals men dat heeft met de verschillende leiders van de departementen der staat? (Vedabase)
Als zodanig zou u de ene allerhoogste heer en meester over alle levenden zijn met inbegrip van de andere heersers; u zou de meester der bestraffing zijn die het verschil tussen goed en kwaad uitmaakt in de menselijke samenleving.
Als zodanig zou u de ene allerhoogste heer en meester over alle levenden zijn met inbegrip van de andere heersers; u zou de meester der bestraffing zijn die het verschil tussen goed en kwaad uitmaakt in de menselijke samenleving. (Vedabase)
Niets daarvan kan men, met de straf die u toebedeelde, terugvinden in deze wereld, nu dat uw opdracht werd overtroffen door vier van de meest schitterende en volmaakte wezens.
Niets daarvan kan men, met de straf die u toebedeelde, terugvinden in deze wereld, nu dat uw opdracht werd overtroffen door vier van de meest schitterende en volmaakte wezens. (Vedabase)
Met alle macht doorsneden ze de touwen, deze zondaar bevrijdend die door ons in uw opdracht werd meegevoerd naar de plaatsen der vergelding.
Met alle macht doorsneden ze de touwen, deze zondaar bevrijdend die door ons op uw opdracht werd meegevoerd naar de plaatsen der vergelding. (Vedabase)
Over hen die zo snel ter plekke arriveerden zeggende 'Vreest niet' toen 'Nârâyana' werd uitgesproken, zouden we graag van u willen vernemen, als u ons waardig acht.'
Over hen die zo snel ter plekke arriveerden zeggende 'Vreest niet' toen 'Nârâyana' werd uitgesproken, zouden we graag van u willen vernemen, als u ons waardig acht.' (Vedabase)
De zoon van Vyâsadeva zei: 'Hij, Heer Yamarâja de heerser over alle levenden, aldus verzocht, gaf zijn dienaren antwoord, blij te zijn herinnerd aan de lotusvoeten van de Heer.
De zoon van Vyâsadeva zei: 'Hij, Heer Yamarâja de heerser over alle levenden, aldus verzocht, gaf zijn dienaren antwoord, blij te zijn herinnerd aan de lotusvoeten van de Heer. (Vedabase)
Yamarâja zei: 'Verheven boven mij is er een ander die als de schering en inslag van stof is voor alles wat rondbeweegt of niet beweegt; in Hem treft men de ganse kosmos aan en van Hem zijn er de gedeeltelijke manifestaties der handhaving [Vishnu], schepping [Brahmâ] en vernietiging [S'iva] van dit universum - de gehele schepping staat onder Zijn controle zoals een stier wordt beheerst met een touw door zijn neus.
Yamarâja zei: 'Verheven boven mij is er een ander die als de schering en inslag van stof is voor alles wat rondbeweegt of niet beweegt; in Hem treft men de ganse kosmos aan en van Hem zijn er de gedeeltelijke manifestaties der handhaving [Vishnu], schepping [Brahmâ] en vernietiging [S'iva] van dit universum - de gehele schepping staat onder Zijn kontrole als met een touw door de neus. (Vedabase)
Door Hem die, met de verschillende namen van een vedisch begrip van de taal, de mensen die uit Hem zijn voortgekomen aan zich bindt zoals men stieren beheerst middels een touw, worden zij allen beoordeeld en belast, gebonden als zij zijn door de verplichtingen aan hun titels en karma die hen in angst verzetten.
Door Hem, die met verschillende namen in vedische taal de mensen, als stieren die vast zitten aan een touw, bindt die uit Hem zijn voortgekomen, worden zij allen beoordeeld en belast, gebonden als zij zijn door de verplichtingen aan hun titels en karma die hen in angst verzetten. (Vedabase)
Dat geldt zelfs voor mijzelf, degene van de dood, voor Indra van de hemel, Nirriti van de chaos, Varuna van het water, Candra van de maan, Agni van het vuur, voor Heer S'iva van vernietiging, Pavana van de lucht, Brahmâ van de schepping, Sûrya van de zon, Vis'vâsu van de schoonheid [zie 4.18: 17], de acht Vasu's der goedheid, de Sâdhya's van het goddelijke, de Maruts van de wind, de Rudra's der woede, de Siddha's der volkomenheid, Marîci en de anderen die de orde instellen, onsterfelijke bestuurders als Brihaspati en wijzen als Bhrigu; als het zo is met hen die niet besmet zijn door de hartstocht en de onwetendheid, en die zichzelf niet kennen als zijnde aangedaan door mâyâ en die overwegend van de goedheid zijn, wat dan te zeggen van anderen buiten hen?
Dat geldt zelfs voor mijzelf, degene van de dood, voor Indra van de hemel, Nirriti van de chaos, Varuna van het water, Candra van de maan, Agni van het vuur, voor Heer S'iva van vernietiging, Pavana van de lucht, Brahmâ van de schepping, Sûrya van de zon, Vis'vâsu van de schoonheid [zie 4.18:17], de acht Vasu's der goedheid, de Sâdhya's van het goddelijke, de Maruts van de wind, de Rudra's der woede, de Siddha's der volkomenheid, Marîci en de anderen die de orde instellen, onsterfelijke bestuurders als Brihaspati en wijzen als Brighu; als het zo is met hen die niet besmet zijn door de hartstocht en de onwetendheid, die zichzelf niet kennen als zijnde aangedaan door mâyâ en die overwegend van de goedheid zijn, wat dan te zeggen van anderen buiten hen? (Vedabase)
Hij, de Superziel aanwezig in het hart van alle wezens, kan in feite door allen die ademen, middels de zinnen, de geest, de adem of door middel van bedenkingen en bewoordingen niet worden gezien of gekend, precies zoals de verschillende delen van het lichaam niet de ogen kunnen zien die hen overschouwen [vergelijk B.G 7: 26].
Hij, de Superziel aanwezig in het hart van alle wezens, kan in feite door allen die ademen, middels de zinnen, de geest, de adem of door middel van bedenkingen en bewoordingen niet worden gezien of gekend, precies zoals de verschillende delen van het lichaam niet de ogen kunnen zien die hen overschouwen [vergelijk B.G.: 7:26]. (Vedabase)
Tekst 17
Van Hem, die de volledig in zichzelf berustende Heer is die over alles heerst, de Bovenzinnelijke, de Meester over de illusiewekkende energie mâyâ, de Grote van de Ziel, zijn Zijn gezagdragers alhier op dezelfde manier naar waarheid geluk aan het creëren met hun verschijnen, naar Zijn aard en met Zijn kwaliteiten zich rondbewegend in een lichaam gelijk het Zijne.
Van Hem, die de volledig in zichzelf berustende Heer is die over alles heerst, de Bovenzinnelijke, de Meester over de illusiewekkende energie van mâyâ, de Grote van de Ziel, zijn Zijn gezagdragers alhier op de zelfde manier naar waarheid geluk aan het creëren met hun verschijnen, naar Zijn aard en met Zijn kwaliteiten zich rondbewegend in een lichaam gelijk het Zijne. (Vedabase)
Zij die van Vishnu zijn en door de verlichte zielen worden aanbeden, hebben gedaanten die men zelden aantreft en hoogst wonderlijk zijn om te aanschouwen; zij beschermen de Heer Zijn toegewijden tegen vijandig gezinden onder de gewone stervelingen en onder hen die tot mij behoren, en aldus zijn ze vrijwel tegen alles beschermd.
Zij die van Vishnu zijn en door de verlichte zielen worden aanbeden, hebben gedaanten die men zelden aantreft en hoogst wonderlijk zijn om te aanschouwen; zij beschermen de Heer Zijn toegewijden tegen vijandig gezinden zoals de gewone stervelingen en zij die tot mij behoren en aldus zijn ze vrijwel tegen alles beschermd. (Vedabase)
Het volle van het dharma dat rechtstreeks door de Allerhoogste Heer alleen is ingesteld, wordt waarlijk niet gekend door de grote rishi's, noch door de goddelijken, noch door de besten der perfectie, noch door hen die van de duisternis zijn en ook niet door de mensen onder wie men hen die zich verlaten op kennis [de Vidhyâdhara's] en hen die van muziek en zang zijn [de Cârana's] rekent en dergelijken.
Het volle van het dharma dat rechtstreeks door de Allerhoogste Heer alleen is ingesteld, wordt waarlijk niet gekend door de grote rishi's, noch door de goddelijken, noch door de besten der perfectie, noch door hen die van de duisternis zijn en ook niet door de mensen onder wie men hen die zich verlaten op kennis [de vidhyâdhara's] en hen die van muziek en zang zijn [de cârana's] rekent en dergelijken. (Vedabase)
Heer Brahmâ, Nârada, Heer S'iva, de vier Kumâra's, Kapila, Manu, Prahlâda, Janaka, Bhîshma, Bali, hij die van Vyâsa is [zoals S'uka] en ik zelve; wij, deze twaalf [mahâjana's], hebben weet van het dharma van overgave aan de Heer mijn beste dienaren, hetgeen zeer vertrouwelijk is, van het zuiverste en moeilijk te doorgronden; hij die het begrijpt bereikt het eeuwige leven [vergelijk 3.32: 2 en B.G.: 18: 66].
Heer Brahmâ, Nârada, Heer S'iva, de vier Kumâra's, Kapila, Manu, Prahlâda, Janaka, Bhîsma, Bali, hij die van Vyâsa is [zoals S'uka] en ik zelve; wij, deze twaalf [mahâjana's], hebben weet van het dharma van overgave aan de Heer mijn beste dienaren, hetgeen zeer vertrouwelijk is, van het zuiverste en moeilijk te doorgronden; hij die het begrijpt bereikt het eeuwige leven [vergelijk 3:32: 2 en B.G.: 18:66]. (Vedabase)
Zo veel is zeker dat voor de mensen levend in deze materiële wereld de yoga van toewijding voor de Allerhoogste Heer beginnende met het zingen van de heilige naam, het aangewezen dharma is van transcenderen.
Zo veel is zeker dat voor de mensen levend in deze materiële wereld de yoga van toewijding voor de Allerhoogste Heer beginnende met het zingen van de heilige naam, het aangewezen dharma is van transcenderen. (Vedabase)
Bezie enkel het verheven uitspreken van de heilige naam van de Heer mijn beste zonen, zie hoe het op zich de bevrijding verzekert van de gebondenheid aan de dood.
Bezie enkel het verheven uitspreken van de heilige naam van de Heer mijn beste zonen, zie hoe het op zich de bevrijding verzekert van de gebondenheid aan de dood. (Vedabase)
Zoveel volstaat voor het verdrijven van de zonden van de mens: het gezamenlijk bezingen van de kwaliteiten en namen naar Zijn handelingen, aangezien deze zondaar ten tijde van zijn dood enkel onschuldig met 'Nârâyana' om zijn zoon roepend aldus de bevrijding bereikte.
Zoveel volstaat voor het verdrijven van de zonden van de mens: het gezamenlijk bezingen van de kwaliteiten en namen naar Zijn handelingen, aangezien deze zondaar ten tijde van zijn dood enkel onschuldig met 'Nârâyana' om zijn zoon roepend aldus de bevrijding bereikte. (Vedabase)
Weet dat dit van de mahâjana's, dit van het goddelijke, vrijwel altijd wordt gemist door inderdaad hen wiens geesten verbijsterd raakten door mâyâ, wiens intelligentie in grote mate zijn scherpte verloor door de zoetheid van de bloemrijke taal naar de opvoeringen vermeld in de drie Veda's en het gewicht van de preoccupatie met baatzuchtige handelingen [zie ook B.G. 2: 42-43].
Weet dat dit van de mahâjana's, dit van het goddelijke, vrijwel altijd wordt gemist door inderdaad hen wiens geesten verbijsterd raakten door mâyâ, wiens intelligentie in grote mate zijn scherpte verloor door de zoetheid van de bloemrijke taal naar de opvoeringen vermeld in de drie Veda's en het gewicht van de preoccupatie met baatzuchtige handelingen [zie ook B.G. 2:42-43]. (Vedabase)
Met dit in overweging gaan de scherpzinnigen inderdaad over tot de yoga van liefde voor de Allerhoogste en Onbegrensde Heer; dergelijke personen verdienen daarom mijn straf niet; en als er al sprake zou zijn van een val met hen, dan zal dat ook teniet worden gedaan door de hoge lof waar ze uiting aan geven.
Met dit in overweging gaan de scherpzinnigen inderdaad over tot de yoga van liefde voor de Allerhoogste en Onbegrensde Heer; dergelijke personen verdienen daarom mijn straf niet en als er al sprake zou zijn van een val met hen, dan zal dat ook te niet worden gedaan door de hoge lof waar ze uiting aan geven. (Vedabase)
Vervolg nooit hen, de goddelijken en volmaakten naar wiens zuivere vertellingen de toegewijden zingen die met een gelijkgezinde blik van overgave zijn aan de Allerhoogste Heer; omdat ze volledig worden beschermd door de knots van de Heer is het ons, net als de tijd zelve, niet gegeven hen te bestraffen.
Vervolg nooit hen, de goddelijken en volmaakten naar wiens zuivere vertellingen de toegewijden zingen die met een gelijkgezinde blik van overgave zijn aan de Allerhoogste Heer; omdat ze volledig worden beschermd door de knots van de Heer is het ons, net als de tijd zelve, niet gegeven hen te bestraffen. (Vedabase)
Zij die niet gehecht zijn, die ongebonden zwaangelijken der zelfrealisatie [de paramahamsa's], genieten zonder ophouden de honing van de lotusvoeten; zij die een huishoudelijk bestaan genieten in verlangens van gebondenheid bevinden zich op het pad dat naar de hel voert. Leidt mij hen voor die van het onware zijn en zich keerden tegen Mukunda, de Heer der Bevrijding [vergelijk 2.1: 4].
Zij die niet gehecht zijn, die ongebonden zwaangelijken der zelfrealisatie [de paramahamsa's], genieten zonder ophouden de honing van de lotusvoeten; zij die een huishoudelijk bestaan genieten in verlangens van gebondenheid bevinden zich op het pad dat naar de hel voert. Leidt mij hen voor die van het onware zijn en zich keerden tegen Mukunda, de Heer der Bevrijding [vergelijk 2.1:4]. (Vedabase)
Allen die voor de waarheid op de vlucht zijn, wiens tongen zich nimmer roeren over de Allerhoogste Heer Zijn kwaliteiten en namen, allen die Hem niet in hun hart dragen, noch Zijn lotusvoeten herinneren, die nog niet één enkele keer hun hoofden bogen voor datgene wat van Krishna is [zie B.G. 4: 4-6]; zij allen die tekort schieten in hun plichten jegens Heer Vishnu, leidt hen allen aan mij voor.
Allen die voor de waarheid op de vlucht zijn, wiens tongen nimmer spreken over de Allerhoogste Heer Zijn kwaliteiten en namen, die Hem niet in hun hart dragen, noch Zijn lotusvoeten herinneren, die nog niet één enkele keer hun hoofden bogen voor datgene wat van Krishna is [zie B.G. 4: 4-6]; zij allen die tekort schieten in hun plichten jegens Heer Vishnu, leidt hen allen aan mij voor. (Vedabase)
Ik bidt dat Hij, de Allerhoogste Heer, de oorspronkelijke persoon, de oudste, Heer Nârâyana, mij excuseert voor de grove overtreding van de minachting getoond door mijn dienaren; wij, ik en mijn mannen, verkeerden in onwetendheid en derhalve smeken wij, met gevouwen handen, in de heerlijkheid van het respect hebben voor de alles doorvarende Oorspronkelijke Persoonlijkheid, om vergeving.'
Ik bidt dat Hij, de Allerhoogste Heer, de oorspronkelijke persoon, de oudste, Heer Nârâyana, mij excuseert voor de overtreding van grove minachting door mijn dienaren; wij, ik en mijn mannen, verkeerden in onwetendheid en met gevouwen handen, in de heerlijkheid van het respekt voor de alles doorvarende Oorspronkelijke Persoonlijkheid, smeken wij om vergeving.' (Vedabase)
[S'uka:] 'Begrijp daarom o afstammeling van Kuru, dat de hoogste vorm van afdoen, het gunstigste in de wereld om de zonde, hoe groot die ook is, de baas te worden, het gezamenlijk bezingen van Heer Vishnu is.
(S'uka:) 'Begrijp daarom o afstammeling van Kuru, dat de hoogste vorm van afdoen, het gunstigste in de wereld om de zonde, hoe groot die ook is, de baas te worden, het gezamenlijk bezingen van Heer Vishnu is. (Vedabase)
Zij die altijd luisteren en zingen over het heldhaftige van de Heer dat in staat is alle zonde weg te vagen, mogen door toegewijde dienst zeer eenvoudig gezuiverd raken, terwijl dat niet zo gemakkelijk tot stand wordt gebracht als men met hart en ziel gebrand is op de ceremoniën en dergelijke.
Zij die altijd luisteren en zingen over het heldhaftige van de Heer dat in staat is alle zonde weg te vagen, mogen door toegewijde dienst zeer eenvoudig gezuiverd raken, terwijl dat niet zo gemakkelijk tot stand wordt gebracht met het hart en de ziel gebrand op de ceremoniën en dergelijke. (Vedabase)
Degene die vasthoudt aan de honing van Krishna's lotusvoeten vervalt niet nogmaals in zonde omdat hij reeds het verlangen verzaakte om het illusoire naar de geaardheden der natuur te genieten dat leed veroorzaakt; een ander echter, betoverd door de lust, die probeert iets te doen om de hartstocht uit zijn ziel te wassen, is er zeker van dat de hartstocht weer zal terugkeren.
Degene die vasthoudt aan de honing van Krishna's lotusvoeten vervalt niet nogmaals in zonde omdat hij reeds het verlangen verzaakte om het illusoire naar de geaardheden der natuur te genieten dat leed veroorzaakt; een ander echter, betoverd door de lust, die probeert iets te doen om de hartstocht uit zijn ziel te wassen, is er zeker van dat de hartstocht weer zal terugkeren. (Vedabase)
Na te zijn herinnerd aan de macht, de grootheid van de Heer, zoals die hen werd uitgelegd door hun meester, waren al de dienaren van Yamarâja door verwondering getroffen; van toen af aan, o Koning, was het in hun geheugen gegrift zich te hoeden bij het zien van de persoon die nimmer van enige vrees is onder de vleugels van de Onfeilbare.
Na te zijn herinnerd aan de macht, de grootheid van de Heer, aan hen uitgelegd door hun meester, waren al de dienaren van Yamarâja door verwondering getroffen; van toen af aan, o Koning, dachten ze eraan zich te behoeden bij het zien van de persoon die nimmer bevreesd is onder de zorg van de Onfeilbare. (Vedabase)
Deze zeer vertrouwelijke geschiedenis werd mij uiteengezet door de allermachtigste wijze, de zoon van Kumbha [Âgastya Muni] die verblijvend in de Malaya heuvels de Heer aanbidt.
Deze zeer vertrouwelijke geschiedenis werd mij uiteengezet door de allermachtigste wijze, de zoon van Kumbha [Âgastya Muni] die verblijvend in de Malaya heuvels de Heer aanbidt.' (Vedabase)
![]()
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
Het schilderij getiteld: 'The Court of Yamârâja' is © van D0minique Amendola.
Gebruikt met toestemming.. Voor meer spirituele kunst van haar bezoek
dominiqueamendola.com.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd