
Bronteksten
[geen voorgaande versie in het Nederlands
beschikbaar]:
The
Bhûmi-gîtâ
Tekst
1:

S'rî
S'uka zei: 'De aarde die de koningen druk bezig zag in het
veroveren van haar, lachte en zei: 'Ach, zie hoe deze koningen,
deze speeltjes van de dood, het wensen mij te
veroveren!
S'ukadeva
Gosvâmî said: Seeing the kings of this earth
busy trying to conquer her, the earth herself laughed. She
said: "Just see how these kings, who are actually playthings
in the hands of death, are desiring to conquer me.
Tekst
2:
Deze lust van
de heersers der mensen en zelfs de wijzen is gedoemd te
mislukken met die koningen die geloof hechten aan deze klomp
[van materie, het lichaam] die te vergelijken is met
bubbels [van schuim op water].
"Great
rulers of men, even those who are learned, meet frustration
and failure because of material lust. Driven by lust, these
kings place great hope and faith in the dead lump of flesh
called the body, even though the material frame is as
fleeting as bubbles of foam on water.
Tekst
3-4
'Allereerst de
zesdeling de baas zijnd [de zinnen en de geest], zullen
we de ministers die de leiding hebben overwinnen, dan de
adviseurs en ons dan bevrijden van de doornen [het
boeventuig], de burgers, de vrienden en de
olifantenhouders. Op deze wijze zullen we, stap voor stap de
aarde veroveren en haar gordel van zeeën.' Aldus van
overweging gebonden aan de hoop in hun hart, hebben ze geen
besef van hun eindigheid [vergelijk B.G
16:
13-18].
"Kings
and politicians imagine: 'First I will conquer my senses and
mind; then I will subdue my chief ministers and rid myself
of the thorn-pricks of my advisors, citizens, friends and
relatives, as well as the keepers of my elephants. In this
way I will gradually conquer the entire earth.' Because the
hearts of these leaders are bound by great expectations,
they fail to see death waiting nearby.
Tekst
5
Na de landen
die aan zee liggen veroverd te hebben gaan ze met hun kracht de
zeeën op; wat is nu de waarde van deze victorie van de
zelfbeheersing? Spirituele bevrijding is de
[eigenlijke] vrucht der zelfbeheersing!'
"After
conquering all the land on my surface, these proud kings
forcibly enter the ocean to conquer the sea itself. What is
the use of their self-control, which is aimed at political
exploitation? The actual goal of self-control is spiritual
liberation."
Tekst
6
O zoon van de
Kuru's [ze zei: ] 'Onintelligent proberen zij in die
worsteling mij te veroveren [terwille van hun eeuwige
'roem'] terwijl de Manu's en hun zonen eveneens het allen
moesten opgeven, weer vertrekkend zoals ze gekomen waren
[d.w.z. hulpeloos].
O
best of the Kurus, the earth continued as follows: "Although
in the past great men and their descendants have left me,
departing from this world in the same helpless way they came
into it, even today foolish men are trying to conquer
me.
Tekst
7
Te mijnent
wille werpt zich zo een conflict op tussen materialistische
personen, tussen vaders en zoons en zoons en broers eveneens,
die in hun harten politiek gebonden zijn aan het hebben van de
macht.
"For
the sake of conquering me, materialistic persons fight one
another. Fathers oppose their sons, and brothers fight one
another, because their hearts are bound to possessing
political power.
Tekst
8
'Dit voorzeker
is mijn land en niet het jouwe, jij dwaas', zich aldus
uitlatend zaaien ruziënd de heersers over de mensen dood
en verderf en worden ze gedood ter wille van mij [vergelijk
b.v. 2.5:
13,
2.7:
42,
4.29:
5,
5.5:
8,
6.16:
41 ;
7.8:
7-10;
9.4:
2-12].
"Political
leaders challenge one another: 'All this land is mine! It's
not yours, you fool!' Thus they attack one another and
die.
Tekst
9-13
(9-13)
Prithu,
Purûravâ,
Gâdhi,
Nahusha,
Bharata,
Kârtavîryârjuna,
Mândhâtâ,
Sagara,
Râma
[*],
Khathvânga,
Dhundhuhâ [ofwel] Kuvalayâs'va
[9.6:
23-24],
Raghu [9.10:
1],
Trinabindu [9.2:
30],
Yayâti,
S'aryâti [9.3:
1],
S'antanu [9.22:
12-13],
Gaya [5.15:
6-13],
Bhagîratha [9.9:
2-17],
Kakutstha [9.6:
12],
Naishadha [Nala, 9.9:
16-17,9.23:
20-21, van de
nakomelingen van Nishadha, 9.12:
1], Nriga
[Nâbhâga, 10.64:
10],
Hiranyakas'ipu,
Vritra,
Râvana,
die de hele wereld deed weeklagen, Namuci
[8.11:
29-49],
S'ambara [10.36:
36],
Bhauma,
Hiranyâksha
en Târaka [8.10:
19-24],
zowel als vele andere demonen en vorsten van een grote macht
over anderen, waren stuk voor stuk helden van alles op de
hoogte die niet te overwinnen allen overwonnen. Voor mij
levend, o Machtige, gaven ze blijk van een grote bezitsdrang en
zijn ze, bij de macht van de Tijd onderworpen aan de dood, niet
[zo permanent en volledig als de Heer] hun doelen
bereikend, veranderd in enkel nog maar historische
verhandelingen [terwijl Hij nog steeds religieus
gepraktiseerd wordt, zie ook B.G. 4:
7].'
"Such
kings as Prithu, Purûravâ, Gâdhi, Nahusha,
Bharata, Kârtavîrya Arjuna,
Mândhâtâ, Sagara, Râma,
Khathvânga, Dhundhuhâ, Raghu, Trinabindu,
Yayâti, S'aryâti, S'antanu, Gaya,
Bhagîratha, Kuvalayâs'va, Kakutstha, Naishadha,
Nriga, Hiranyakas'ipu, Vritra, Râvana, who made the
whole world lament, Namuci, S'ambara, Bhauma,
Hiranyâksha and Târaka, as well as many other
demons and kings who possessed great powers of control over
others, were all full of knowledge, heroic, all-conquering
and unconquerable. Nevertheless, O almighty Lord, although
they lived their lives intensely trying to possess me, these
kings were subject to the passage of time, which reduced
them all to mere historical accounts. None of them could
permanently establish their rule."
Tekst
14
[S'uka ging
verder: ] Deze verhalen aan u verteld van grote koningen
die hun roem in al de werelden verspreidden en toen weer
vertrokken, drukken niet het hoogste doel uit; zij, o machtige,
vormen slechts een weldaad aan woorden [een decor] om
uit te weiden over de verzaking en wijsheid [van
God].
S'ukadeva
Gosvâmî said: O mighty Parîkshit, I have
related to you the narrations of all these great kings, who
spread their fame throughout the world and then departed. My
real purpose was to teach transcendental knowledge and
renunciation. Stories of kings lend power and opulence to
these narrations but do not in themselves constitute the
ultimate aspect of knowledge.
Tekst
15
Het is nog
steeds het altijd weer vertellen over en bezingen van de
kwaliteiten van de Heer geprezen in de Verzen dat alles te niet
doet wat ongunstig is; hij die zuivere toegewijde dienst
verlangt aan Heer Krishna behoort inderdaad in toenemende mate
regelmatig van dat luisteren te zijn.'
The
person who desires pure devotional service to Lord Krishna
should hear the narrations of Lord Uttamahs'loka's glorious
qualities, the constant chanting of which destroys
everything inauspicious. The devotee should engage in such
listening in regular daily assemblies and should also
continue his hearing throughout the day.
Tekst
16
De
achtenswaardige koning [Parîkchit] zei: 'Welke
methoden, mijn Heer, staan de mensen levend in Kali-yuga ter
beschikking om de fouten die zich van de tijd ophoopten te
bestrijden; alstublieft vertel het me zoals-het-is.
King
Parîkshit said: My lord, how can persons living in the
age of Kali rid themselves of the cumulative contamination
of this age? O great sages please explain this to me.
Tekst
17
[Vertel me
over] de yuga's, de plichten die erbij horen, de tijd die
ze beslaan en wanneer ze eindigen, de Tijd die de beweging van
de Beheerser, van Heer Vishnu, de Opperziel, vertegenwoordigt
[zie ook tijdcitaten-pagina]'.
Please
explain the different ages of universal history, the special
qualities of each age, the duration of cosmic maintenance
and destruction, and the movement of time, which is the
direct representation of the SupremeSoul, the Personality of
Godhead, Lord Vishnu.
Tekst
18
S'rî
S'uka zei: 'In Krita-yuga wordt door de mensen van die tijd de
religie gehandhaafd met al haar vier poten van waarheid
[satya], mededogen [dayâ], boete
[tapas] en liefdadigheid [dâna, of ook wel
s'auca, zuivering [**],
vergelijk 1.17:
24,
3.11:
21 en zie
niyama].
S'ukadeva
Gosvâmî said: My dear King, in the beginning,
during Satya-yuga, the age of truth, religion is present
with all four of its legs intact and is carefully maintained
by the people of that age. These four legs of powerful
religion are truthfulness, mercy, austerity and
charity.
Tekst
19
De
[hamsa-]mensen
[te dien tijde] zijn tevreden, genadig, vriendelijk,
vreedzaam, zelfbeheerst, tolerant, innerlijk voldaan,
gelijkgezind en overwegend ascetisch [zie ook
3.13:
35 en
11.17:
10].
The
people of Satya-yuga are for the most part self-satisfied,
merciful, friendly to all, peaceful, sober and tolerant.
They take their pleasure from within, see all things equally
and always endeavor diligently for spiritual
perfection.
Tekst
20
In
Tretâ-yuga gaat een kwart van [ieder van] de
poten van het dharma geleidelijk aan verloren als gevolg van
hun tegenhangers: de valsheid, gewelddadigheid, ontevredenheid
en tweestrijd [vergelijk 1.17:
25].
In
Tretâ-yuga each leg of religion is gradually reduced
by one quarter by the influence of the four pillars of
irreligion-lying, violence, dissatisfaction and
quarrel.
Tekst
21
Dan met
rituelen toegewijd, boetedoeningen, zonder een overmaat aan
geweld of lustige verlangens en van de drie wegen [van de
regulatie der religie, de economie en de zinsbevrediging],
zijn de vier klassen, welvarend van de drie Veda's, overwegend
brahmaans georiënteerd, o Koning.
In
the Tretâ age people are devoted to ritual
performances and severe austerities. They are not
excessively violent or very lusty after sensual pleasure.
Their interest lies primarily in religiosity, economic
development and regulated sense gratification, and they
achieve prosperity by following the prescriptions of the
three Vedas. Although in this age society evolves into four
separate classes, O King, most people are
brâhmanas.
Tekst
22
De verzaking,
het mededogen, de waarheid en liefdadigheid van het dharma zijn
in Dvâpara-yuga teruggedrongen tot de helft vanwege de
adharma-kwaliteiten van geweld, misnoegen, leugens en
hatelijkheid.
In
Dvâpara-yuga the religious qualities of austerity,
truth, mercy and charity are reduced to one half by their
irreligious counterparts-dissatisfaction, untruth, violence
and enmity.
Tekst
23
Men is [in
dat tijdperk] van moreel gehalte, uit op de glorie,
verzonken in vedische studie en vermogend met grote families en
vreugdevol, waarbij de vier klassen voor het grootste deel van
een brahmaanse adel zijn.
In
the Dvâpara age people are interested in glory and are
very noble. They devote themselves to the study of the
Vedas, possess great opulence, support large families and
enjoy life with vigor. Of the four classes, the kshatriyas
and brâhmanas are most numerous.
Tekst
24
Dan, in
Kali-yuga, zijn, vanwege de toename van de adharma-principes,
de poten van de religiositeit afgenomen tot een kwart [van
hun sterkte, vergelijk 1.17:
25] en zal
op het laatst ook dat ene kwart ten onder gaan.
In
the age of Kali only one fourth of the religious principles
remains. That last remnant will continuously be decreased by
the ever-increasing principles of irreligion and will
finally be destroyed.
Tekst
25
Daarin zullen
de mensen begeertig zijn, ongemanierd, tekortschieten in
mededogen, geneigd zijn tot zinloos geruzie
[gepolitiseer], onfortuinlijk, geobsedeerd zijn door
materiële verlangens en overwegend verslingerd zijn aan
het verrichten van [baatzuchtige] arbeid.
In
the Kali age people tend to be greedy, ill-behaved and
merciless, and they fight one another without good reason.
Unfortunate and obsessed with material desires, the people
of Kali-yuga are almost all s'ûdras and
barbarians.
Tekst
26
Er door de
macht van de tijd toe gedreven zullen aldus in de geest van een
persoon [de guna's van] de goedheid, de hartstocht en
de onwetendheid in hun vermenging waar te nemen zijn
[***].
The
material modes-goodness, passion and ignorance-whose
permutations are observed within a person's mind, are set
into motion by the power of time.
Tekst
27
Als de geest,
de intelligentie en de zinnen zich overwegend manifesteren in
de geaardheid goedheid, moet men die tijd van behagen scheppen
in kennis en verzaking worden begrepen als de tijd van
Krita.
When
the mind, intelligence and senses are solidly fixed in the
mode of goodness, that time should be understood as
Satya-yuga, the age of truth. People then take pleasure in
knowledge and austerity.
Tekst
28
O man van
intelligentie, als de geconditioneerde zielen in hun plichten
van nevenmotieven zijn en in toewijding van dienst op de eer
uit zijn, moet u dat overwegen van de hartstocht verstaan als
de tijd van Tretâ.
O
most intelligent one, when the conditioned souls are devoted
to their duties but have ulterior motives and seek personal
prestige, you should understand such a situation to be the
age of Tretâ, in which the functions of passion are
prominent.
Tekst
29
Als begeerte
ongenoegen, valse trots, afgunst en hypocrisie zich doen gelden
en de zelfzucht overheerst in de handelingen is die
[voorkeur van] hartstocht en onwetendheid de
Dvâpara-tijd.
When
greed, dissatisfaction, false pride, hypocrisy and envy
become prominent, along with attraction for selfish
activities, such a time is the age of Dvâpara,
dominated by the mixed modes of passion and
ignorance.
Tekst
30
Als er in de
geaardheid onwetendheid sprake is van misleiding, valse
getuigenis, luiheid en slaperigheid, geweld, neerslachtigheid,
weeklagen, en begoocheling, angst en armoede, dan heugt men
zich die tijd als die van Kali.
When
there is a predominance of cheating, lying, sloth,
sleepiness, violence, depression, lamentation, bewilderment,
fear and poverty, that age is Kali, the age of the mode of
ignorance.
Tekst
31
Als gevolg
daarvan zullen de stervelingen kortzichtig zijn, onfortuinlijk,
te veel eten, wellustig zijn, gebrek lijden en zullen de
vrouwen naar eigen inzicht handelend onkuis
zijn.
Because
of the bad qualities of the age of Kali, human beings will
become shortsighted, unfortunate, gluttonous, lustful and
poverty-stricken. The women, becoming unchaste, will freely
wander from one man to the next.
Tekst
32
De bevolkte
gebieden zullen worden gedomineerd door onzalige lieden [of
dieven], aan de vedische geschriften zullen valse doctrines
[ketters] afbreuk plegen, de politieke leiders zullen
de mensen voor zich opeisen [ze 'verslinden'] en de
tweemaal geborenen zullen hun magen en geslachtsdelen zijn
toegewijd.
Cities
will be dominated by thieves, the Vedas will be contaminated
by speculative interpretations of atheists, political
leaders will virtually consume the citizens, and the
so-called priests and intellectuals will be devotees of
their bellies and genitals.
Tekst
33
De jongeren
[de studenten] vreemd aan de geloften zullen onrein
zijn, de huishouders [met de reclame voor zichzelf]
zullen geneigd zijn zich als bedelaars te gedragen, de
teruggetrokkenen [de middelbaren zonder een vrije natuur om
zich in terug te trekken] zullen stedelingen zijn en de
wereldverzakende orde zal volijverig zijn in financiële
aangelegenheden [aan 'reli-business' doen].
The
brahmacârîs will fail to execute their vows and
become generally unclean, the householders will become
beggars, the vânaprasthas will live in the villages,
and the sannyâsîs will become greedy for
wealth.
Tekst
34
Kort van stuk
en vraatzuchtig met vele kinderen aan hun rokken [zullen de
vrouwen] hun bedeesdheid kwijtraken en constant zich
ongevoelig uitlaten met een grote brutaliteit en bedrieglijk
als de dieven.
Women
will become much smaller in size, and they will eat too
much, have more children than they can properly take care
of, and lose all shyness. They will always speak harshly and
will exhibit qualities of thievery, deceit and unrestrained
audacity.
Tekst
35
De kooplieden
zullen, zonder reden vol van bedrog, in hun zakelijke
handelingen waarlijk ellendig zijn en de mensen zullen een
laag-bij-de-gronds beroep [zoals bijvoorbeeld in de
sex-industrie] een goede baan noemen.
Businessmen
will engage in petty commerce and earn their money by
cheating. Even when there is no emergency, people will
consider any degraded occupation quite acceptable.
Tekst
36
Dienaren zullen
een meester in de steek laten die het aan bezit ontbreekt,
zelfs al is hij de beste van allen; meesters zullen een
gehandicapte dienaar in de steek laten zelfs als hij al
generaties lang bij de familie hoorde en zo zal het met koeien
gaan [dat ze worden gedood] als ze zijn opgehouden met
melk geven.
Servants
will abandon a master who has lost his wealth, even if that
master is a saintly person of exemplary character. Masters
will abandon an incapacitated servant, even if that servant
has been in the family for generations. Cows will be
abandoned or killed when they stop giving milk.
Tekst
37
In Kali-yuga
zullen de mannen beheerst door vrouwen er ellendig aan toe
zijn, en, hun naaste verwanten, hun vrienden, broers en vaders
opgevend, in een sexueel begrip van vriendschap op een
geregelde basis omgang hebben met de zussen en broers van hun
echtgenotes.
In
Kali-yuga men will be wretched and controlled by women. They
will reject their fathers, brothers, other relatives and
friends and will instead associate with the sisters and
brothers of their wives. Thus their conception of friendship
will be based exclusively on sexual ties.
Tekst
38
Mensen uit op
een baan zullen voor hun levensonderhoud, zich vertonend als
wereldverzakers, religieus fondsen werven en op een hoge zetel
klimmend spreken over de religieuze beginselen zonder enig
plichtsbesef wat betreft de kennis [van offers brengen,
ofwel valse predikers...].
Uncultured
men will accept charity on behalf of the Lord and will earn
their livelihood by making a show of austerity and wearing a
mendicant's dress. Those who know nothing about religion
will mount a high seat and presume to speak on religious
principles.
Tekst
39-40
Met hun geesten
voortdurend van streek, geplaagd door belastingen en
hongersnood in tijden van schaarste met droogten heersend op de
aarde, zullen ze vol van zorgen in angst leven. Gebrekkig qua
kleding, voedsel, drinken, rust, verandering, het zich baden en
persoonlijke sierselen zullen de mensen in Kali-yuga zich
voordoen als waren ze geestverschijningen.
In
the age of Kali, people's minds will always be agitated.
They will become emaciated by famine and taxation, my dear
King, and will always be disturbed by fear of drought. They
will lack adequate clothing, food and drink, will be unable
to properly rest, have sex or bathe themselves, and will
have no ornaments to decorate their bodies. In fact, the
people of Kali-yuga will gradually come to appear like
ghostly, haunted creatures.
Tekst
41
In het
Kali-tijdperk zal men zelfs over een rooie cent hatelijkheid
ontwikkelen [5.14
en 5.14:
26] met
het afstoten van vriendschappelijke relaties en het zelfs
familieleden en zichzelf ter dood brengen.
In
Kali-yuga men will develop hatred for each other even over a
few coins. Giving up all friendly relations, they will be
ready to lose their own lives and kill even their own
relatives.
Tekst
42
Zelfs niet
geboren in een fatsoenlijke familie zal men de ouden van dagen,
de ouders, de echtgenote en de kinderen in bescherming nemen;
eenvoudigweg in het zielige belang van hun eigen magen en
geslachtsdelen.
Men
will no longer protect their elderly parents, their children
or their respectable wives. Thoroughly degraded, they will
care only to satisfy their own bellies and genitals.
Tekst
43
O Koning, in
Kali-yuga zullen de stervelingen meestentijds atheïstisch
van opoffering zijn met hun intelligentie afgeleid van de
Onfeilbare, de Hoogste Persoonlijkheid van God die de
Allerhoogste Geestelijk Leraar is van de drie werelden aan
wiens voeten de verschillende meesters zich verbuigen.
O
King, in the age of Kali people's intelligence will be
diverted by atheism, and they will almost never offer
sacrifice to the Supreme Personality of Godhead, who is the
supreme spiritual master of the universe. Although the great
personalities who control the three worlds all bow down to
the lotus feet of the Supreme Lord, the petty and miserable
human beings of this age will not do so.
Tekst
44
In Kali-yuga
zijn de mensen niet van aanbidding voor Hem door wie een
persoon op sterven, in zijn leed instortend met een haperende
stem hulpeloos Zijn naam herhalend, bevrijd raakt van de
ketenen van het karma en de hoogste bestemming bereikt [zie
ook B.G. 8:
10 en
6.2].
Terrified,
about to die, a man collapses on his bed. Although his voice
is faltering and he is hardly conscious of what he is
saying, if he utters the holy name of the Supreme Lord he
can be freed from the reaction of his fruitive work and
achieve the supreme destination. But still people in the age
of Kali will not worship the Supreme Lord.
Tekst
45
De dingen, de
plaats en de individuele aard der mensen zijn als gevolg van
Kali-yuga vol van fouten, maar Bhagavân, de Allerhoogste
Persoon in het hart gevestigd, neemt dat alles weg.
In
the Kali-yuga, objects, places and even individual
personalities are all polluted. The almighty Personality of
Godhead, however, can remove all such contamination from the
life of one who fixes the Lord within his mind.
Tekst
46
Van de
menselijke wezens die zelfs maar hoorden, de lof bezongen,
mediteerden, aanbaden of de Opperheer verheerlijkten, wordt het
onzalige in hun harten van een duizend geboorten weggezuiverd.
If
a person hears about, glorifies, meditates upon, worships or
simply offers great respect to the Supreme Lord, who is
situated within the heart, the Lord will remove from his
mind the contamination accumulated during many thousands of
lifetimes.
Tekst
47
Net als de
verkleuring aangetroffen in goud als gevolg van andere metalen
teniet wordt gedaan door vuur, worden de onzuiverheden van de
geest van yogabeoefenaren door Heer Vishnu teniet gedaan als
Hij in de ziel [naar voren] komt.
Just
as fire applied to gold removes any discoloration caused by
traces of other metals, Lord Vishnu within the heart
purifies the minds of the yogîs.
Tekst
48
Kennis
['halfgoden aanbidding'], boete, het stoppen van de
adem, vriendschap, het baden in heilige wateren, geloften,
liefdadigheid en het bidden van de rozenkrans geven niet zo'n
zuivering van de geest als men kan bereiken met Hem, de
Onbegrensde Persoonlijkheid van God, aanwezig in het hart.
By
one's engaging in the processes of demigod worship,
austerities, breath control, compassion, bathing in holy
places, strict vows, charity and chanting of various
mantras, one's mind cannot attain the same absolute
purification as that achieved when the unlimited Personality
of Godhead appears within one's heart.
Tekst
49
Daarom, met
heel uw wezen o Koning, vestig Heer Kes'ava in uw hart; u zal,
als u sterft [alhier na deze week], aldus
geconcentreerd naar de hoogste bestemming gaan.
Therefore,
O King, endeavor with all your might to fix the Supreme Lord
Kes'ava within your heart. Maintain this concentration upon
the Lord, and at the time of death you will certainly attain
the supreme destination.
Tekst
50
De Opperheer
bemediteerd door hen die sterven is de Allerhoogste Beheerser,
de Ziel en Toevlucht van iedereen, die hen leidt tot hun eigen
ware identiteit, mijn beste.
My
dear King, the Personality of Godhead is the ultimate
controller. He is the Supreme Soul and the supreme shelter
of all beings. When meditated upon by those about to die, He
reveals to them their own eternal spiritual identity.
Tekst
51
In de oceaan
van fouten van Kali-yuga, bestaat er gelukkig één
goede kwaliteit: enkel door te zingen over Krishna [zie
bhajans]
kan men, vrijgemaakt van de materiële gebondenheid, naar
het koninkrijk van de hemel gaan [zie ook
bhâgavata
dharma en
kîrtana].
My
dear King, although Kali-yuga is an ocean of faults, there
is still one good quality about this age: Simply by chanting
the Hare Krishna mahâ-mantra, one can become free from
material bondage and be promoted to the transcendental
kingdom.
Tekst
52
Hetzelfde
resultaat in Satya-yuga bereikt met mediteren op Vishnu, in
Tretâ-yuga door te aanbidden met offerplechtigheden en in
Dvâpara-yuga door het dienen van de lotusvoeten [van
Hem als een Koning], wordt in Kali-yuga bereikt met het
bezingen van de Heer [zie ook 11.5:
38-40].
Whatever
result was obtained in Satya-yuga by meditating on Vishnu,
in Tretâ-yuga by performing sacrifices, and in
Dvâpara-yuga by serving the Lord's lotus feet can be
obtained in Kali-yuga simply by chanting the Hare Krishna
mahâ-mantra.
*
Volgens S'rîla S'rîdhara Svâmî, en
zoals bevestigd door S'rîla Vis'vanâtha
Cakravartî Thhâkura, is de koning Râma hier
vermeld niet de incarnatie van God Râmacandra. Dit wordt
ondersteund door het M.W. woordenboek dat melding maakt van de
halfgod Varuna, schrijvers, leraren en andere grote
persoonlijkheden met die naam. Waarschijnlijk wordt
Bhârgava ofwel Us'anâ bedoeld die hoogst machtig
een dynastie vormde vanuit de wijzen Bhrigu en Mârkandeya
[zie 9.16:
32 en
4.1:
45].
**
In het M.W. woordenboek worden drie betekenissen gegeven voor
het woord dâna: 1: doneren, het doen van schenkingen 2.
delen of communiceren en 3. zuivering. De laatste betekenis
bevestigt het gebruik van de term s'auca in het Eerste Canto
van het S'rîmad-Bhâgavatam als de vierde poot van
de stier der religie. Deze alternatieve definitie van het woord
dânam wordt bevestigd door S'rîla Vis'vanâtha
Cakravartî Thhâkura.
***
De paramparâ voegt hier aan toe: 'De specifieke tijd
gerepresenteerd door de goedheid (Satya), de hartstocht
(Tretâ), de hartstocht gecombineerd met onwetendheid
(Dvâpara) of de onwetendheid (Kali) bestaat binnen ieder
van de andere tijdperken als een subfactor.'
