De
zoon van Vyâsa zei: 'Kort daarop kwam toen naar het
koeherdersdorp de duivelse stier genaamd Arishtha die een
enorme bult had. Met zijn hoeven de grond openrijtend deed hij
met zijn lijf de aarde schudden.
S'ukadeva
Goswâmî said: The demon Arishtha then came to
the cowherd village. Appearing in the form of a bull with a
large hump, he made the earth tremble as he tore it apart
with his hooves. (Vedabase)
Tekst
2
Zeer
hard loeiend en over de grond schrapend met zijn hoeven, met
zijn staart omhoog en met de punten van zijn hoorns de aarde
omwoelend en kluiten omhoog werpend, liet hij met gloeiende
ogen zijn urine en ontlasting bij kleine beetjes
lopen.
Arishthâsura
bellowed very harshly and pawed the ground. With his tail
raised and his eyes glaring, he began to tear up the
embankments with the tips of his horns, every now and then
passing a little stool and urine. (Vedabase)
Tekst
3-4
De
angstwekkende aanblik van zijn scherpe hoorns en zijn bult die
wel een berg leek waaromheen de wolken zich samenpakken, deed
de gopa's en gopî's dermate beven van de
schrik dat door zijn luid weerklinkend gebrul, mijn beste, de
vrouwen en de koeien in angst voortijdig hun vruchten verloren
in miskramen.
My
dear King, clouds hovered about sharp-horned
Arishthâsura's hump, mistaking it for a mountain, and
when the cowherd men and ladies caught sight of the demon,
they were struck with terror. Indeed, the strident
reverberation of his roar so frightened the pregnant cows
and women that they lost their fetuses in miscarriages.
(Vedabase)
Tekst
5
De
dieren renden in paniek de wei uit, o Koning, terwijl de mensen
allen 'Krishna Krishna!' [roepend] Govinda opzochten
voor hun bescherming.
The
domestic animals fled the pasture in fear, O King, and all
the inhabitants rushed to Lord Govinda for shelter, crying,
"Krishna, Krishna!" (Vedabase)
Tekst
6
De
Allerhoogste Heer, toen Hij zag hoe de hele koeherdersgemeente
moedeloos in angst was weggevlucht, kalmeerde ze met de woorden
'wees niet bang' en riep naar de stier-demon:
When
the Supreme Lord saw the cowherd community distraught and
fleeing in fear, He calmed them, saying, "Don't be afraid."
Then He called out to the bull demon as follows.
(Vedabase)
Tekst
7
'Jij
suf kwaadaardig beest, hoe waag je het in de aanwezigheid van
Mij, de bestraffer van valse onverlaten als jij, dit
koeherdersvolk en hun beesten zo bang te
maken?!'
You
fool! What do you think you're doing, you wicked rascal,
frightening the cowherd community and their animals when I
am here just to punish corrupt miscreants like you!
(Vedabase)
Tekst
8
Acyuta,
de Heer, aldus zich uitlatend sloeg Zich op de armen om
Arishtha kwaad te krijgen met het geluid van Zijn handpalmen en
nam er een houding bij aan waarin Hij Zijn slangenarm over de
schouder van een vriend gooide.
Having
spoken these words, the infallible Lord Hari slapped His
arms with His palms, further angering Arishtha with the loud
sound. The Lord then casually threw His mighty, serpentine
arm over the shoulder of a friend and stood facing the
demon. (Vedabase)
Tekst
9
En
inderdaad kreeg Hij op die manier Arishtha kwaad die furieus
over de aarde schraapte met zijn hoef en Krishna [toen]
met zijn staart naar de wolken opgeheven aanviel.
Thus
provoked, Arishtha pawed the ground with one of his hooves
and then, with the clouds hovering around his upraised tail,
furiously charged Krishna. (Vedabase)
Tekst
10
Bloeddorstig
vanuit zijn ooghoeken starend stormde hij met zijn hoorns recht
naar voren op Krishna af, als was hij een bliksemschicht
losgelaten door Indra.
Pointing
the tips of his horns straight ahead and glaring menacingly
at Lord Krishna from the corners of his bloodshot eyes,
Arishtha rushed toward Him at full speed, like a thunderbolt
hurled by Indra. (Vedabase)
Tekst
11
De Opperheer
echter greep hem als een rivaliserende olifant bij de horens
vast en wierp hem zes meter naar achteren.
The
Supreme Lord Krishna seized Arishthâsura by the horns
and threw him back eighteen steps, just as an elephant might
do when fighting a rival elephant. (Vedabase)
Tekst
12
Afgeweerd viel
hij, zich snel weer herstellend, zwetend over heel zijn lijf
opnieuw aan, waarbij hij geestloos in zijn woede zwaar ademde.
Thus
repulsed by the Supreme Lord, the bull demon got up and,
breathing hard and sweating all over his body, again charged
Him in a mindless rage. (Vedabase)
Tekst
13
In zijn aanval
werd hij bij de hoorns gegrepen en liet Hij hem met Zijn voet
struikelen, zodat hij als een natte dweil tegen de grond
klapte. Daarna sloeg Hij op hem in met zijn eigen
[afgebroken] hoorn totdat hij plat
ging.
As
Arishtha attacked, Lord Krishna seized him by the horns and
knocked him to the ground with His foot. The Lord then
thrashed him as if he were a wet cloth, and finally He
yanked out one of the demon's horns and struck him with it
until he lay prostrate. (Vedabase)
Tekst
14
Bloed spuwend,
een lading urine en ontlasting uitscheidend en met zijn poten
trappelend vertrok hij toen in pijn met rollende ogen naar het
bereik van de Dood. De goden strooiden daarop bloemen over
Krishna uit in aanbidding.
Vomiting
blood and profusely excreting stool and urine, kicking his
legs and rolling his eyes about, Arishthâsura thus
went painfully to the abode of Death. The demigods honored
Lord Krishna by scattering flowers upon Him.
(Vedabase)
Tekst
15
Op
die manier de dik gebulte ter dood brengend betrad Hij, dat
feest voor de gopî's hun ogen, onder de
lofprijzingen van de tweemaal geborenen, met Balarâma het
koeherdersdorp.
Having
thus killed the bull demon Arishtha, He who is a festival
for the gopîs' eyes entered the cowherd village with
Balarâma. (Vedabase)
Tekst
16
Met de demon
Arishtha gedood door de Wonderdoener Krishna, richtte zich toen
tot Kamsa de machtige Nârada die de visie van God gegeven
was [zie 1.6:
25-29]:
After
Arishthâsura had been killed by Krishna, who acts
wonderfully, Nârada Muni went to speak to King Kamsa.
That powerful sage of godly vision addressed the King as
follows. (Vedabase)
Tekst
17
'Het meisje van
Devakî is Yas'odâ's dochter en Krishna en ook
Balarâma, de zoon van Rohinî, zijn van Vasudeva,
die beducht Hen bij zijn vriend Nanda onderbracht; zij waren de
twee die feitelijk uw mannen ter dood brachten.'
[Nârada
told Kamsa:] Yas'odâ's child was actually a
daughter, and Krishna is the son of Devakî. Also,
Râma is the son of Rohinî. Out of fear, Vasudeva
entrusted Krishna and Balarâma to his friend Nanda
Mahârâja, and it is these two boys who have
killed your men. (Vedabase)
Tekst
18
Toen hij dat
hoorde greep de heer van Bhoja, buiten zinnen van woede, naar
een scherp zwaard om Vasudeva ter dood te
brengen.
Upon
hearing this, the master of the Bhojas became furious and
lost control of his senses. He picked up a sharp sword to
kill Vasudeva. (Vedabase)
Tekst
19
Nârada
hield Kamsa tegen [door te zeggen] dat Vasudeva's twee
zoons de oorzaak van zijn dood zouden zijn en met dat in
gedachten sloeg hij toen hem en zijn vrouw in ijzeren ketenen
[zie ook 10.1:
64-69].
But
Nârada restrained Kamsa by reminding him that it was
the two sons of Vasudeva who would cause his death. Kamsa
then had Vasudeva and his wife shackled in iron chains.
(Vedabase)
Tekst
20
Toen de
deva-rishi vervolgens wegging richtte Kamsa zich tot de
demon Kes'î om hem op pad te sturen: 'Jij bent degene
aangewezen om die twee, Râma en Kes'ava, te
doden'.
After
Nârada left, King Kamsa summoned Kes'î and
ordered him, "Go kill Râma and Krishna."
(Vedabase)
Tekst
21
Daarop
ontbood hij Mushthika, Cânûra, S'ala, Tos'ala en
dergelijken, zijn ministers en zijn olifantenverzorgers, tot
wie de koning van Bhoja zei:
The
King of the Bhojas next called for his ministers, headed by
Mushthika, Cânûra, S'ala and Tos'ala, and also
for his elephant-keepers. The King addressed them as
follows. (Vedabase)
Tekst
22-23
'Beste maten,
Mushthika
en Cânûra, luister
alsjeblieft goed naar wat ik je te zeggen heb. Het blijkt het
koeherdersdorp van Nanda te zijn waar de twee zoons van
Ânakadundubhi zich ophouden. Mijn dood werd voorspeld
zich te voltrekken door [het ingrijpen van] Krishna en
Balarâma. Als we Ze zo ver krijgen hier te komen voor een
worstelwedstrijd moeten jullie Ze doden.
My
dear heroic Cânûra and Mushthika, please hear
this. Râma and Krishna, the sons of
Ânakadundubhi [Vasudeva], are living in
Nanda's cowherd village. It has been predicted that these
two boys will be the cause of my death. When They are
brought here, kill Them on the preTekst of engaging Them in
a wrestling match. (Vedabase)
Tekst
24
Bouw een ring
en verschillende tribunes eromheen - alle onderdanen van binnen
en buiten de stad moeten er getuige van zijn hoe Zij uit eigen
beweging deelnamen aan de wedstrijd.
Erect
a wrestling ring with many surrounding viewing stands, and
bring all the residents of the city and the outlying
districts to see the open competition. (Vedabase)
Tekst
25
O
olifantenverzorger, door jou mijn beste kerel, moet de olifant
Kuvalayâpîda
naar de ingang van het strijdperk worden gebracht waar mijn
vijanden moeten worden vernietigd.
You,
elephant-keeper, my good man, should position the elephant
Kuvalayâpîda at the entrance to the wrestling
arena and have him kill my two enemies. (Vedabase)
Tekst
26
Begin met het
volgens de voorschriften houden van het boogoffer op de
veertiende [Caturdas'î] van de maand en breng een
zoenoffer met de daartoe geëigende dieren voor de Heer der
Geesten [S'iva], de
genadige.'
Commence
the bow sacrifice on the Caturdas'î day in accordance
with the relevant Vedic injunctions. In ritual slaughter
offer the appropriate kinds of animals to the magnanimous
Lord S'iva. (Vedabase)
Tekst
27
Met het aldus
geven van zijn opdrachten riep hij, slim als hij was in de
kunst van het behalen van zijn voordeel, Akrûra ['hij
die niet wreed is'], de meest eminente Yadu, bij zich. Hij
nam zijn hand in de zijne en zei:
Having
thus commanded his ministers, Kamsa next called for
Akrûra, the most eminent of the Yadus. Kamsa knew the
art of securing personal advantage, and thus he took
Akrûra's hand in his own and spoke to him as follows.
(Vedabase)
Tekst
28
'Beste meester
der liefdadigheid, alstublieft verleen me een gunst. Met alle
respect, er is niemand onder de Bhoja's en Vrishni's te vinden
die zo genadig is als u.
My
dear Akrûra, most charitable one, please do me a
friendly favor out of respect. Among the Bhojas and
Vrishnis, there is no one else as kind to us as you.
(Vedabase)
Tekst
29
Derhalve
verlaat ik me op u, o allervriendelijkste, u kwijt zich altijd
nuchter van uw taken, net als Indra, de machtige koning van de
hemel, die zijn doelen bereikte door zijn toevlucht te zoeken
bij Heer Vishnu.
Gentle
Akrûra, you always carry out your duties soberly, and
therefore I am depending on you, just as powerful Indra took
shelter of Lord Vishnu to achieve his goals.
(Vedabase)
Tekst
30
Ga naar Nanda's
koeherdersdorp alwaar de twee zoons van
Ânakadundubhi
leven en breng Ze onverwijld naar hier op deze wagen.
Please
go to Nanda's village, where the two sons of
Ânakadundubhi are living, and without delay bring Them
here on this chariot. (Vedabase)
Tekst
31
Zij tweeën
zijn, door de goden die de bescherming genieten van Vishnu,
erop uitgestuurd op mijn dood te veroorzaken; breng Ze samen
met de gopa's onder de leiding van Nanda naar hier, en
laat Ze de nodige eerbewijzen meebrengen.
The
demigods, who are under the protection of Vishnu, have sent
these two boys as my death. Bring Them here, and also have
Nanda and the other cowherd men come with gifts of tribute.
(Vedabase)
Tekst
32
Hierheen
gebracht zal ik Ze door de olifant die zo machtig is als de
tijd zelve laten doden, en als Ze daaraan ontkomen, dan zullen
mijn worstelaars zo sterk als de bliksem Ze de wereld
uithelpen.
After
you bring Krishna and Balarâma, I will have Them
killed by my elephant, who is as powerful as death itself.
And if by chance They escape from him, I will have Them
killed by my wrestlers, who are as strong as lightning.
(Vedabase)
Tekst
33
En als Zij
tweeën dood zijn zal ik de getroffen verwanten van wie
Vasudeva de leider is ter dood brengen: de Vrishni's, de
Bhoja's, en de Das'ârha's [zie nogmaals
10.1:
67].
When
these two have been killed, I will kill Vasudeva and all
Their lamenting relatives - the Vrishnis, Bhojas and
Das'ârhas. (Vedabase)
Tekst
34
En zo zal ik
ook mijn oude vader Ugrasena te pakken nemen die zo begeertig
is op het koninkrijk en zijn broer Devaka en mijn andere
vijanden.
I
will also kill my old father, Ugrasena, who is greedy for my
kingdom, and I will kill his brother Devaka and all my other
enemies as well. (Vedabase)
Tekst
35
En op die
manier, o vriend, zullen die doornen in deze wereld worden
vernietigd.
Then,
my friend, this earth will be free of thorns.
(Vedabase)
Tekst
36
Met
mijn oudere verwant [schoonvader] Jarâsandha en
mijn vriend Dvivida en S'ambara, Naraka en Bâna, die
inderdaad een sterke vriendschap voor mij koesteren, zal ik, al
die samenzweerders van sura-koningen om zeep helpend,
deze aarde genieten.
My
elder relative Jarâsandha and my dear friend Dvivida
are solid well- wishers of mine, as are S'ambara, Naraka and
Bâna. I will use them all to kill off those kings who
are allied with the demigods, and then I will rule the
earth. (Vedabase)
Tekst
37
En nu met deze
wetenschap, breng snel de jonge knapen Râma en Krishna
naar hier om de boogplechtigheid bij te wonen en de glorie van
de Yaduhoofdstad [Mathurâ] te
respecteren.'
Now
that you understand my intentions, please go at once and
bring Krishna and Balarâma to watch the bow sacrifice
and see the opulence of the Yadus' capital.
(Vedabase)
Tekst
38
S'rî
Akrûra zei: 'O Koning, aan uw manier van denken om het
ongewenste uit te zuiveren mankeert helemaal niets; men moet
handelen zonder een verschil te maken tussen de volmaakten en
de onvolmaakten, het is per slot van rekenig het lot dat alle
resultaten bepaalt.
S'rî
Akrûra said: O King, you have expertly devised a
process to free yourself of misfortune. Still, one should be
equal in success and failure, since it is certainly destiny
that produces the results of one's work. (Vedabase)
Tekst
39
De gewone man,
hoewel geplaagd door het lot, handelt verbeten naar zijn
verlangens en loopt op tegen geluk en leed. Niettemin zal ik
handelen naar uw opdracht.'
An
ordinary person is determined to act on his desires even
when fate prevents their fulfillment. Therefore he
encounters both happiness and distress. Yet even though such
is the case, I will execute your order. (Vedabase)
Tekst
40
S'rî
S'uka zei: 'Aldus Akrûra instruerend en ook zijn
ministers wegsturend ging Kamsa zijn vertrekken binnen en
keerde Akrûra terug naar zijn eigen
verblijfplaats.'
S'ukadeva
Gosvâmî said: Having thus instructed
Akrûra, King Kamsa dismissed his ministers and retired
to his quarters, and Akrûra returned home.
(Vedabase)