regelbalk





Canto 1

Arunodaya-kîrt./Jiv Jâgo

 
 

Hoofdstuk 17: De Straf en het Loon van Kali

(1) Sûta zei: "Daar [bij de rivier de Sarasvatî] zag de koning hoe een s'ûdra [iemand van de laagste klasse] die zich had uitgedost als een koning, met een knuppel een koe en een stier aan het slaan was, alsof er niemand was om ze te beschermen. (2) De stier, die wit was als een lotus, verkeerde, geslagen door de s'ûdra, in doodsnood en urineerde en trilde van de angst terwijl hij nog maar op één poot stond. (3) Ook de koe, op zichzelf een religieus voorbeeld maar er nu ellendig aan toe en van streek vanwege de s'ûdra die haar tegen haar poten sloeg, was zonder een kalf en had tranen in haar ogen terwijl ze in haar zwakte verlangde naar wat gras om te eten. (4) Vanaf zijn met goud beslagen strijdwagen vroeg Parîkchit, goed uitgerust met pijl en boog, met een donderende stem: (5) 'Wie ben jij om te denken dat je op deze plek de hulpelozen, die onder mijn bescherming staan, ter dood kan brengen! Als een acteur doe je je krachtig voor verkleed als een godsbewust man, maar je gedraagt je als iemand die nog nooit het licht van de beschaving [van het twee maal geboren zijn] heeft gezien! (6) Denk je dat, omdat Heer Krishna en de drager van de boog de Gândîva [Arjuna] uit het gezicht zijn verdwenen, je stiekem een onschuldige koe kan slaan? Als de schurk die je op die manier bent verdien je het gedood te worden!'

(7) 'En u', zei hij zich tot de stier wendend, 'bent u alleen maar een stier die zich, wit als een lotus, voortbeweegt op één poot en er drie kwijt is, of bent u een of andere halfgod die ons in de vorm van een stier verdrietig maakt? (8) Nog nooit heeft er, behalve dan in het geval van u die tranen in uw ogen heeft om een ander, er onder de bescherming van het gezag [van de armen] van welke koning van de Kurudynastie dan ook een dergelijke treurnis op aarde bestaan. (9) O zoon van Surabhi [de hemelse koe] ik zeg u, in mijn koninkrijk zal er geen geweeklaag zijn, wees dus niet bang voor de s'ûdra, en moedertje koe, huil niet, zolang als ik leef als de heerser over en onderwerper van de afgunstigen, zal het u goed gaan. (10-11) O kuise, hij in wiens staat de levende wezens bang moeten zijn voor onverlaten zal zijn faam, levensduur, fortuin en een goede geboorte verliezen. Het is voorzeker de hoogste plicht voor koningen gezag uit te oefenen zodat er een einde komt aan het leed van hen die te lijden hebben en daarom zal ik deze slechte kerel die zo gewelddadig is jegens andere levende wezens ter dood brengen. (12) Wie heeft uw drie poten afgehakt, o zoon van Surabhi? Wat u overkwam is nog nooit eerder gebeurd in het rijk van de koningen die leven zoals Krishna het wil. (13) O stier, u bent eerlijk en vrij van overtredingen, vertel me daarom over hem die u verminkt heeft en die de reputatie van de zonen van Prithâ heeft bezoedeld. (14) Zij die de zondelozen doen lijden mogen me vrezen waar ze zich ook bevinden, daar ik een einde zal maken aan de handelingen van de onverlaten en de voorspoed van hen die eerlijk zijn zal herstellen. (15) De parvenu die het bezien heeft op onschuldige levende wezens, zal ik terstond een kopje kleiner maken, of hij nu een halfgod uit de hemel is met wapenrok en sierselen of niet. (16) Het is zonder twijfel de heilige plicht van het staatshoofd om altijd hen te beschermen die trouw hun plicht doen en, veilig overeenkomstig de geschriften, diegenen terecht te wijzen die in deze wereld het spoor bijster zijn geraakt.'

(17) De persoonlijkheid der religie zei: 'Al hetgeen u zei ter wille van de vrijheid van angst van hen die te lijden hebben past iemand van de Pândavadynastie, de dynastie die door zijn kwaliteiten Heer Krishna ertoe aanzette zich te gedragen als een dienaar en dergelijke. (18) O grootste onder de mensen, omdat de persoon verbijsterd is als gevolg van alle meningsverschillen, kunnen we niet zeggen wie [of wat] de oorzaak zou zijn van al het menselijk lijden. (19) Sommigen die zich afkeren van alle dualiteiten verklaren dat men lijdt door eigen toedoen, anderen zeggen dat het door het bovennatuurlijke wordt veroorzaakt, terwijl weer anderen beweren dat het te wijten is aan de werking van de materiële natuur of het gevolg is van het aanvaarden van gezag van buitenaf. (20) Sommigen ook kwamen tot de slotsom dat het een kwestie is die niet uit te leggen is en het bevattingsvermogen te boven gaat. Wie van hen in dezen gelijk heeft, o wijze onder de koningen, is aan uw eigen oordeelsvermogen overgelaten.' "

(21) Sûta zei: "Parîkchit, die aandachtig volgde wat de persoonlijkheid van de religie had te zeggen, o beste onder de brahmanen, antwoordde weloverwogen. (22) 'U o kenner der plichten, o dharma in de vorm van een stier, u spreekt alleen maar op deze manier [van de niet te achterhalen oorzaak] omdat u weet dat [net zoals dat gaat met een goeroe die op het karma wijzend het karma op zich neemt] hij die met zijn vinger wijst naar degene die fout bezig is zelf in de positie belandt fout bezig te zijn. (23) Met andere woorden: zoals de Heer in de materiële wereld tewerk gaat is iets dat voor levende wezens niet te verwoorden noch te doorgronden is. (24) Boetvaardigheid, reinheid, mededogen en waarheidsliefde, [tapas, s'auca, dayâ, satya] zijn de poten die het tijdperk van de waarheid vestigden [Satya-yuga, de 'oude tijd'], maar door goddeloosheid zijn drie ervan gebroken in hoogmoed, het vasthouden aan het hebben van seksuele gemeenschap en de zucht zich te bedwelmen. (25) Op het ogenblik, o persoonlijkheid der religie, hinkt u verder op het ene been van de waarheidlievendheid terwijl de onenigheid in eigen persoon [Kali], die gedijt op misleiding, goddeloos probeert die poot ook te vernietigen. (26) Door toedoen van de Allerhoogste Heer werd moeder aarde bevrijd van een grote last, Zijn zegenrijke voetafdrukken brachten overal het goede geluk. (27) Jammerend met tranen in haar ogen wordt de onfortuinlijke en kuise [moeder aarde] die door Hem werd verlaten nu genoten door mensen van een laag niveau die verstoken zijn van de cultuur van het leren en zich in mijn plaats stellen als degenen die het voor het zeggen hebben.'

(28) Op deze wijze werden de persoonlijkheden van de religie en moeder aarde tot rust gebracht door de grote strijder die zijn scherpe zwaard opnam teneinde Kali, de grondoorzaak van de goddeloosheid, te doden. (29) Beseffend dat de koning hem wilde doden wierp Kali, onder de druk van de angst, zijn koninklijke uitdossing af en boog hij in volledige overgave zijn hoofd aan de voeten. (30) Uit mededogen zag hij die de armen welgevallig is en in staat is met aanbidding om te gaan, er met een glimlach van af om degene te doden die de held die hij was ten voeten was gevallen, hij, de held van wie gezegd wordt dat hij het waard is te worden bezongen. (31) De koning zei: 'Vrees niet daar u zich met gevouwen handen hebt overgegeven. Wij erfden zeker de roem van Arjuna, maar dat wil nog niet zeggen dat u in mijn koninkrijk kan blijven. U bent immers de vriend van de goddeloosheid. (32) Met u fysiek aanwezig als een god der mensen, zal de goddeloosheid van begeerte, valsheid, roofzucht, onbeleefdheid, verraad, ongeluk, bedrog, redetwist en ijdelheid en dat alles welig tieren onder de volkeren. (33) Derhalve, o vriend der goddeloosheid, verdient u het niet u op te houden in de buurt van die plaatsen van eerbetoon waar de experts van de religie en de waarheid plichtsgetrouw en ter zake kundig in dienst aan de Heer der Offers hun offeranden hebben. (34) In dergelijke offerdiensten wordt de Allerhoogste Persoonlijkheid van God, de Heer, aanbeden als de ziel van alle aanbiddelijke godheden. In die vorm verspreidt Hij welvaart omdat Hij de voor alle verlangens onschendbare Superziel is die zowel vanbinnen als vanbuiten aanwezig is, net zoals de lucht dat is voor alles wat beweegt en niet beweegt.' "

(35) Sûta zei: "Op die manier toegesproken door koning Parîkchit, beefde de persoonlijkheid van Kali toen hij hem sprekend   als Yamarâja, de Heer van de Dood, voor zich zag staan met opgeheven zwaard. (36) Kali zei: 'Waar ik onder uw gezag ook moge leven, o Keizer, zie ik mij altijd geplaatst voor de heerschappij van uw boog en pijlen. (37) Daarom alstublieft, o leider van de beschermers der religie, wijs me een plaats toe waar ik zeker ben van een permanent verblijf onder uw heerschappij.' "

(38) Sûta zei: "Aldus verzocht, verleende hij toen Kali de toestemming te verblijven in plaatsen waar de vier zondige activiteiten van het gokken, drinken, de prostitutie en het slachten van dieren [dyûtam, pânam, striyah, sûnâ] plaatsvonden. (39) Daarnaast kende de meester, op zijn aandringen, hem de plaats toe waar men het goud aantreft, want goud is door de hartstocht de vijfde zonde vanwege de valsheid, bedwelming, lust en vijandigheid die het met zich meebrengt. (40) Aldus werden op aanwijzing van de zoon van Uttarâ de vijf verblijfplaatsen aan Kali toegewezen waar inderdaad de goddeloosheid wordt aangemoedigd. (41) Derhalve dient een persoon die uit is op zijn welzijn nimmer zijn toevlucht te nemen tot welke van deze plaatsen ook, in het bijzonder niet die personen die zich bevinden op het pad der bevrijding, de adel, de dienaren van de staat en de leraren. (42) Door activiteiten aan te moedigen die de drie verloren gegane poten van versobering, reinheid en mededogen van de stier weer terugbrachten, werd [door koning Parîkchit] de aarde volmaakt in ere hersteld. (43-44) Het huidige bestuur hebben we aan hem te danken, het is de troon die werd overgedragen door de koning, de grootvader [Yudhishthhira] toen die het wenste zich in het woud terug te trekken. Door die heerschappij staat die wijze onder de koningen en leider van de Kurudynastie, nu in Hastinâpura bekend als de meest fortuinlijke en befaamde keizer. (45) Door de ervaring van de zoon van Abhimanyu de koning, dankzij zijn heerschappij over de aarde, kunt u nu allen de inwijding genieten van het uitvoeren van dit soort offers."

 

                        

 
Derde herziene editie, geladen 11 februari 2010.

 

   

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

Sûta zei: "Daar [bij de rivier de Sarasvatî] zag de koning hoe een s'ûdra [iemand van de laagste klasse] die zich had uitgedost als een koning, met een knuppel een koe en een stier aan het slaan was, alsof er niemand was om ze te beschermen.

Sûta zei: "Het was daar [bij de rivier de Sarasvatî] dat de koning zag dat een koe en een stier door een s'ûdra [iemand van de laagste klasse], die zich had uitgedost als een koning, met een knuppel werden geslagen alsof ze geen eigenaar hadden. (Vedabase)

 

Tekst 2

De stier, die wit was als een lotus, verkeerde, geslagen door de s'ûdra, in doodsnood en urineerde en trilde van de angst terwijl hij nog maar op één poot stond.

De stier, die wit was als een lotus, verkeerde geslagen door de s'ûdra in doodsangst en urineerde en trilde in paniek terwijl hij nog maar op één poot stond. (Vedabase)

 

Tekst 3

Ook de koe, op zichzelf een religieus voorbeeld maar er nu ellendig aan toe en van streek vanwege de s'ûdra die haar tegen haar poten sloeg, was zonder een kalf en had tranen in haar ogen terwijl ze in haar zwakte verlangde naar wat gras om te eten.

Ook de koe, op zichzelf een religieus voorbeeld maar er nu armzalig aan toe en van streek door de s'ûdra die haar tegen haar poten had geslagen, was zonder kalf en had tranen in haar ogen van zwakte verlangend naar wat gras om te eten. (Vedabase)

 

Tekst 4

Vanaf zijn met goud beslagen strijdwagen vroeg Parîkchit, goed uitgerust met pijl en boog, met een donderende stem:

Vanaf zijn met goud beslagen strijdwagen vroeg Parîkchit, goed uitgerust met pijlen en boog, met een donderende stem: (Vedabase)

 

Tekst 5

'Wie ben jij om te denken dat je op deze plek de hulpelozen, die onder mijn bescherming staan, ter dood kan brengen! Als een acteur doe je je krachtig voor verkleed als een godsbewust man, maar je gedraagt je als iemand die nog nooit het licht van de beschaving [van het twee maal geboren zijn] heeft gezien!

'Wie ben jij, dat onder mijn bescherming, op deze plek, je denkt gewelddadig de hulpelozen te kunnen doden! Hoewel je je krachtig voordoet gekleed als een man van God alsof je een akteur bent, gedraag je je als iemand die nog nooit het licht van de kultuur heeft gezien! [twee maal geboren te zijn]. (Vedabase)

 

Tekst 6

Denk je dat, omdat Heer Krishna en de drager van de boog de Gândîva [Arjuna] uit het gezicht zijn verdwenen, je stiekem een onschuldige koe kan slaan? Als de schurk die je op die manier bent verdien je het gedood te worden!'

Denk je dat, omdat Heer Krishna en de drager van de boog de Gândiva [Arjuna] uit het gezicht zijn verdwenen, je heimelijk een onschuldige koe kan slaan? Als schurk op die manier verdien je het gedood te worden!' (Vedabase)

 

Tekst 7

'En u', zei hij zich tot de stier wendend, 'bent u alleen maar een stier die zich, wit als een lotus, voortbeweegt op één poot en er drie kwijt is, of bent u een of andere halfgod die ons in de vorm van een stier verdrietig maakt?

'En u', zei hij zich tot de stier wendend,'bent u alleen maar een stier wit als een lotus die zich voortbeweegt op één poot er drie verloren hebbend of bent u éên of andere halfgod in de vorm van een stier die ons verdriet komt bezorgen? (Vedabase)

 

Tekst 8

Nog nooit heeft er, behalve dan in het geval van u die tranen in uw ogen heeft om een ander, er onder de bescherming van het gezag [van de armen] van welke koning van de Kurudynastie dan ook een dergelijke treurnis op aarde bestaan.

Nog nooit heeft er onder de bescherming van de armen van welke koning van de Kuru-dynastie dan ook een dergelijk geweeklaag op deze aarde bestaan, behalve dan bij u die tranen in uw ogen heeft vanwege iemand anders. (Vedabase)

 

Tekst 9

O zoon van Surabhi [de hemelse koe] ik zeg u, in mijn koninkrijk zal er geen geweeklaag zijn, wees dus niet bang voor de s'ûdra, en moedertje koe, huil niet, zolang als ik leef als de heerser over en onderwerper van de afgunstigen, zal het u goed gaan.

O zoon van Surabhi [de hemelse koe], in mijn koninkrijk zal er geen geweeklaag zijn, wees dus niet bang voor de s'ûdra, en moeder koe, huil niet; zolang als ik leef als de heerser en onderwerper der afgunstigen, zal alles goed voor u zijn. (Vedabase)

 

Tekst 10-11

O kuise, hij in wiens staat de levende wezens bang moeten zijn voor onverlaten zal zijn faam, levensduur, fortuin en een goede geboorte verliezen. Het is voorzeker de hoogste plicht voor koningen gezag uit te oefenen zodat er een einde komt aan het leed van hen die te lijden hebben en daarom zal ik deze slechte kerel die zo gewelddadig is jegens andere levende wezens ter dood brengen.

O kuise, hij zal zijn faam, levensduur, fortuin en een goede geboorte verliezen, in wiens staat de levende wezens in angst leven voor onverlaten. Het is voorzeker de allerhoogste plicht van koningen te onderwerpen teneinde een eind te maken aan de misère van diegenen die lijden en daarom zal ik deze doortrapte kerel die zo gewelddadig is jegens andere levende wezens doden. (Vedabase)

  

Tekst 12

Wie heeft uw drie poten afgehakt, o zoon van Surabhi? Wat u overkwam is nog nooit eerder gebeurd in het rijk van de koningen die leven zoals Krishna het wil.

Wie is hij die uw poten kon afhakken, o zoon van Surabhi - zoals het u overkwam is het nog nooit eerder gebeurd in de staat van de koningen die leven naar de wil Krishna. (Vedabase)

 

Tekst 13

O stier, u bent eerlijk en vrij van overtredingen, vertel me daarom over hem die u verminkt heeft en die de reputatie van de zonen van Prithâ heeft bezoedeld.

Vertel me, o stier, daar u eerlijk bent en vrij van overtredingen, over hem die u verminkt heeft en de reputatie van de zonen van Parthâ heeft bezoedeld. (Vedabase)

 

Tekst 14

Zij die de zondelozen doen lijden mogen me vrezen waar ze zich ook bevinden, daar ik een einde zal maken aan de handelingen van de onverlaten en de voorspoed van hen die eerlijk zijn zal herstellen.

Zij die de getrouwen doen lijden mogen me vrezen waar ze zich ook bevinden, daar ik een einde zal maken aan de acties van de onverlaten en het goede geluk van hen die eerlijk zijn zal herstellen. (Vedabase)

 

Tekst 15

De parvenu die het bezien heeft op onschuldige levende wezens, zal ik terstond een kopje kleiner maken, of hij nu een halfgod uit de hemel is met wapenrok en sierselen of niet.

De parvenu die het bezien heeft op onschuldige levende wezens, zal ik terstond verslaan, of hij nu een halfgod uit de hemel is met wapenrok en sierselen of niet. (Vedabase)

 

Tekst 16

Het is zonder twijfel de heilige plicht van het staatshoofd om altijd hen te beschermen die trouw hun plicht doen en, veilig overeenkomstig de geschriften, diegenen terecht te wijzen die in deze wereld het spoor bijster zijn geraakt.'

Het is zeker de heilige plicht van het staatshoofd om altijd hen te beschermen die in loyaliteit leven en veilig overeenkomstig de geschriften over anderen te heersen die in feite dolende zijn.' (Vedabase)

 

Tekst 17

De persoonlijkheid der religie zei: 'Al hetgeen u zei ter wille van de vrijheid van angst van hen die te lijden hebben past iemand van de Pândavadynastie, de dynastie die door zijn kwaliteiten Heer Krishna ertoe aanzette zich te gedragen als een dienaar en dergelijke.

De persoonlijkheid der religie zei: 'Al dat u zei sprekende ter wille van de vrijheid van angst van hen die lijden is passend voor iemand van de Pândava dynastie door de kwaliteiten waarvan zelfs Heer Krishna handelde als een dienaar. (Vedabase)

 

Tekst 18

O grootste onder de mensen, omdat de persoon verbijsterd is als gevolg van alle meningsverschillen, kunnen we niet zeggen wie [of wat] de oorzaak zou zijn van al het menselijk lijden.

O grootste onder de mensen, door de verbijstering van de persoon door alle verschillen van mening, kunnen we niet zeggen wat de oorzaak zou zijn van alle menselijk lijden. (Vedabase)

 

Tekst 19

Sommigen die zich afkeren van alle dualiteiten verklaren dat men lijdt door eigen toedoen, anderen zeggen dat het door het bovennatuurlijke wordt veroorzaakt, terwijl weer anderen beweren dat het te wijten is aan de werking van de materiële natuur of het gevolg is van het aanvaarden van gezag van buitenaf.

Sommigen die alle soorten van dualiteit ontkennen verklaren dat het van jezelf afkomstig dat men lijdt, anderen zeggen dat het door het bovennatuurlijke wordt veroorzaakt, terwijl weer anderen beweren dat het te wijten is aan de activiteiten van de materiële natuur of door het aanvaarden van autoriteiten van buitenaf. (Vedabase)

 

Tekst 20

Sommigen ook kwamen tot de slotsom dat het een kwestie is die niet uit te leggen is en het bevattingsvermogen te boven gaat. Wie van hen in dezen gelijk heeft o wijze onder de koningen, is aan uw eigen oordeelsvermogen overgelaten.' "

Het ligt niet in het vermogen van redeneren en denken om uit te maken wie van hen gelijk heeft, concludeerden voorzeker sommigen hierover, o wijze onder de koningen; het oordeel is overgelaten aan uw eigen intelligentie'." (Vedabase)

 

Tekst 21

Sûta zei: "Parîkchit, die aandachtig volgde wat de persoonlijkheid van de religie had te zeggen, o beste onder de brahmanen, antwoordde weloverwogen.

Sûta zei: "Parîkchit, die aandachtig de persoonlijkheid van de religie zo hoorde spreken, o beste onder de brahmanen, antwoordde weloverdacht. (Vedabase)

 

Tekst 22

'U o kenner der plichten, o dharma in de vorm van een stier, u spreekt alleen maar op deze manier [van de niet te achterhalen oorzaak] omdat u weet dat [net zoals dat gaat met een goeroe die op het karma wijzend het karma op zich neemt] hij die met zijn vinger wijst naar degene die fout bezig is zelf in de positie belandt fout bezig te zijn.

De koning zei: 'Wat betreft de religie zegt u, als de verpersoonlijking van de principes verhuld als een stier, dat wat diegenen die tegen de religie in handelen ook doen eveneens wordt geïdentificeerd met de plaats van degene die die er zijn vinger op legt. (Vedabase)

  

Tekst 23

Met andere woorden: zoals de Heer in de materiële wereld tewerk gaat is iets dat voor levende wezens niet te verwoorden noch te doorgronden is.

In andere woorden: zoals de Heer in de materiële wereld te werk gaat is niet te doorgronden en voor allen is het duidelijk dat noch denken noch spreken uitkomst biedt. (Vedabase)

 

Tekst 24

Boetvaardigheid, reinheid, mededogen en waarheidsliefde, [tapas, s'auca, dayâ, satya] zijn de poten die het tijdperk van de waarheid vestigden [Satya-yuga, de 'oude tijd'], maar door goddeloosheid zijn drie ervan gebroken in hoogmoed, het vasthouden aan het hebben van seksuele gemeenschap en de zucht zich te bedwelmen.

Versobering, reinheid, mededogen en waarheidliefde, [tapas, s'auca, dayâ, sathya] zijn de poten die het tijdperk van de waarheid vestigden [Sathya Yuga, de'oude tijd'], maar door goddeloosheid zijn drie ervan gebroken in trots, teveel omgang met vrouwen en de zucht zich te bedwelmen. (Vedabase)

 

Tekst 25

Op het ogenblik, o persoonlijkheid der religie, hinkt u verder op het ene been van de waarheidlievendheid terwijl de onenigheid in eigen persoon [Kali], die gedijt op misleiding, goddeloos probeert die poot ook te vernietigen.

Op het ogenblik, o persoonlijkheid der religie, hinkt u verder op het ene been van de waarheidlievendheid terwijl de onenigheid in eigen persoon [Kali], die gedijt op misleiding, goddeloos probeert die poot ook te vernietigen. (Vedabase)

 

Tekst 26

Door toedoen van de Allerhoogste Heer werd moeder aarde bevrijd van een grote last, Zijn zegenrijke voetafdrukken brachten overal het goede geluk.

Een grote last werd van het oppervlak der aarde door de Allerhoogste Heer persoonlijk, en anderen eveneens, weggenomen - Zijn zegenrijke voetafdrukken brachten overal het goede geluk. (Vedabase)

 

Tekst 27

Jammerend met tranen in haar ogen wordt de onfortuinlijke en kuise [moeder aarde] die door Hem werd verlaten nu genoten door mensen van een laag niveau die verstoken zijn van de cultuur van het leren en zich in mijn plaats stellen als degenen die het voor het zeggen hebben.'

Weeklagend met tranen in haar ogen wordt de onfortuinlijke en kuise die door Hem is verlaten, nu genoten door de lagere klasse die het stelt zonder de kultuur van het leren en zich in mijn plaats voordoet als heersers.' (Vedabase)

 

Tekst 28

Op deze wijze werden de persoonlijkheden van de religie en moeder aarde tot rust gebracht door de grote strijder die zijn scherpe zwaard opnam teneinde Kali, de grondoorzaak van de goddeloosheid, te doden.

Op deze wijze werden de persoonlijkheden van de religie en moeder aarde tot rust gebracht door de grote strijder, die zijn scherpe zwaard opnam teneinde Kali, de grondoorzaak van de goddeloosheid, te doden. (Vedabase)

 

Tekst 29

Beseffend dat de koning hem wilde doden wierp Kali, onder de druk van de angst, zijn koninklijke uitdossing af en boog hij in volledige overgave zijn hoofd aan de voeten.

Wetende dat de koning van zins was hem te doden, wierp Kali, onder de druk van de angst, de koninklijke kledij af en gaf hij zich zichzelf volledig over het hoofd buigend aan de voeten. (Vedabase)

 

Tekst 30

Uit mededogen zag hij die de armen welgevallig is en in staat is met aanbidding om te gaan, er met een glimlach van af om degene te doden die de held die hij was ten voeten was gevallen, hij, de held van wie gezegd wordt dat hij het waard is te worden bezongen.

Uit mededogen zag hij, die welwillend is tegenover de armen en in staat om met aanbidding om te gaan, er met een glimlach van af om degene te doden die de held ten voeten was gevallen van wie gezegd wordt dat hij het waard is te worden bezongen. (Vedabase)

 

Tekst 31

De koning zei: 'Vrees niet daar u zich met gevouwen handen hebt overgegeven. Wij erfden zeker de roem van Arjuna, maar dat wil nog niet zeggen dat u in mijn koninkrijk kan blijven. U bent immers de vriend van de goddeloosheid.

De koning zei: 'Vrees niet daar u zich met gevouwen handen hebt overgegeven; wij erfden zeker de roem van Arjuna, maar er kan echter ook geen sprake van zijn dat u in mijn koninkrijk blijft, daar u de vriend der goddeloosheid bent. (Vedabase)

 

Tekst 32

Met u fysiek aanwezig als een god der mensen, zal de goddeloosheid van begeerte, valsheid, roofzucht, onbeleefdheid, verraad, ongeluk, bedrog, redetwist en ijdelheid en dat alles welig tieren onder de volkeren.

Met u aanwezig in het lichaam als een God der mensen, zal de goddeloosheid van begeerte, valsheid, roofzucht, onbeleefdheid, verraad, ongeluk, bedrog, redetwist en ijdelheid welig tieren in de massa's. (Vedabase)

 

Tekst 33

Derhalve, o vriend der goddeloosheid, verdient u het niet u op te houden in de buurt van die plaatsen van eerbetoon waar de experts van de religie en de waarheid plichtsgetrouw en ter zake kundig in dienst aan de Heer der Offers hun offeranden hebben.

Derhalve, o vriend der goddeloosheid, verdient u het niet te verblijven bij de religie en de waarheid op een plaats van eerbetoon waar men plichtsgetrouw en ter zake kundig in dienst aan de Heer der Offers zijn offeranden heeft. (Vedabase)

 

Tekst 34

In dergelijke offerdiensten wordt de Allerhoogste Persoonlijkheid van God, de Heer, aanbeden als de ziel van alle aanbiddelijke godheden. In die vorm verspreidt Hij welvaart omdat Hij de voor alle verlangens onschendbare Superziel is die zowel vanbinnen als vanbuiten aanwezig is, net zoals de lucht dat is voor alles wat beweegt en niet beweegt.' "

In dergelijke offerdiensten wordt de Allerhoogste Persoonlijkheid van God, de Heer, aanbeden als de ziel van alle aanbiddelijke godheden, in de vorm waarvan hij welvaart verspreidt daar Hij de voor alle verlangens onschendbare Superziel is die zowel van binnen als van buiten aanwezig is zoals de lucht dat is voor alles wat beweegt en onbeweeglijk is'." (Vedabase)

 

Tekst 35

Sûta zei: "Op die manier toegesproken door koning Parîkchit, beefde de persoonlijkheid van Kali toen hij hem sprekend als Yamarâja, de Heer van de Dood, voor zich zag staan met opgeheven zwaard.

Sûta zei: "Op die manier toegesproken door koning Parîkchit, beefde de persoonlijkheid van Kali toen hij hem sprekende als Yamarâja, de Heer van de Dood, voor zich zag staan met opgeheven zwaard. (Vedabase):

 

Tekst 36

Kali zei: 'Waar ik onder uw gezag ook moge leven, o Keizer, zie ik mij altijd geplaatst voor de heerschappij van uw boog en pijlen.

Kali zei: 'Waar ik onder uw gezag ook leven moge, o keizer, zal ik ook altijd de heerschappij van uw boog en pijlen zien. (Vedabase)

 

Tekst 37

Daarom alstublieft, o leider van de beschermers der religie, wijs me een plaats toe waar ik zeker ben van een permanent verblijf onder uw heerschappij.' "

Daarom alstublieft, o leider van de beschermers der religie, wijs me een plaats toe waar ik voorzeker een permanent verblijf heb onder uw heerschappij'." (Vedabase)

 

Tekst 38

Sûta zei: "Aldus verzocht, verleende hij toen Kali de toestemming te verblijven in plaatsen waar de vier zondige activiteiten van het gokken, drinken, de prostitutie en het slachten van dieren [dyûtam, pânam, striyah, sûnâ] plaatsvonden.

Sûta zei: "Aldus verzocht te zijn, verleende hij toen Kali de toestemming te verblijven in plaatsen waar de vier zondige activiteiten van het gokken, drinken, de prostitutie en het slachten van dieren [dyûtam, pânam, striyah, sûnâ] plaats vonden. (Vedabase)

 

Tekst 39

Daarnaast kende de meester, op zijn aandringen, hem de plaats toe waar men het goud aantreft, want goud is door de hartstocht de vijfde zonde vanwege de valsheid, bedwelming, lust en vijandigheid die het met zich meebrengt.

Daarnaast gaf de meester hem, op zijn aandringen, hem de plaats waar het goud is daar goud middels de hartstocht de vijfde zonde is door de valsheid, bedwelming, lust en vijandigheid die het met zich meebrengt. (Vedabase)

 

Tekst 40

Aldus werden op aanwijzing van de zoon van Uttarâ de vijf verblijfplaatsen aan Kali toegewezen waar inderdaad de goddeloosheid wordt aangemoedigd.

Die vijf plaatsen waar zeker de goddeloosheid wordt aangemoedigd, werden aldus door de zoon van Uttarâ gegeven als de verblijfplaatsen onder zijn bestuur. (Vedabase)

 

Tekst 41

Derhalve dient een persoon die uit is op zijn welzijn nimmer zijn toevlucht te nemen tot welke van deze plaatsen ook, in het bijzonder niet die personen die zich bevinden op het pad der bevrijding, de adel, de dienaren van de staat en de leraren.

Derhalve dienen allen die het welzijn zoeken nooit met dit alles in contact te komen, in het bijzonder niet diegenen die zich bevinden op het pad der bevrijding, de adel, de dienaren van de staat en de leraren. (Vedabase)

 

Tekst 42

Door activiteiten aan te moedigen die de drie verloren gegane poten van versobering, reinheid en mededogen van de stier weer terugbrachten, werd [door koning Parîkchit] de aarde volmaakt in ere hersteld.

Door het aanmoedigen van activiteiten verbeterde hij de aarde aldus op volmaakte wijze door het in ere herstellen van de drie verloren poten van versobering, reinheid en genade van de stier. (Vedabase)

 

Tekst 43-44

Het huidige bestuur hebben we aan hem te danken, het is de troon die werd overgedragen door de koning, de grootvader [Yudhishthhira] toen die het wenste zich in het woud terug te trekken. Door die heerschappij staat die wijze onder de koningen en leider van de Kurudynastie, nu in Hastinâpura bekend als de meest fortuinlijke en befaamde keizer.

Van hem is de huidige heerschappij afkomstig; de troon die werd overgedragen door de koninklijke grootvader [Yudhishthhira] die ernaar uitzag zich in het woud terug te trekken. Van die heerschappij staat die wijze onder de koningen en leider van de Kuru-dynastie, nu bekend als de meest fortuinlijke en befaamde keizer. (Vedabase)

 

Tekst 45

Door de ervaring van de zoon van Abhimanyu de koning, dankzij zijn heerschappij over de aarde, kunt u nu allen de inwijding genieten van het uitvoeren van dit soort offers."

Vanwege deze ervaring van de zoon van Abhimanyu, de koning; dankzij zijn heerschappij over de aarde, kunt u allen de inwijding hebben van het brengen van offers zoals dit." (Vedabase)

 

 

 

 

 

 

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
Het schilderij dat Parîkchit weergeeft die Kali beheerst is van William Blake.
Het is getiteld: 'The Rout of the Rebel Angels".
Illustrations to Milton's "Paradise Lost", The Thomas Set, object 7.
Bron:
William Blake Archive.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.
 

 



 


Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties