Tweede editie,
geladen 11 november 2009

Voorgaande
Aadhar-editie en
Vedabase links:
Tekst
1
S'rî
S'aunaka zei: "En nu, o grote toegewijde van God welbekend met
de essentie, informeren we bij u, die het meest onderlegd bent,
over deze aangelegenheid van de definitieve conclusie
beschreven in al de aanvullende geschriften [de
tantra's].
S'rî
S'aunaka zei: "En nu, o grote toegewijde van God welbekend
met de essentie, informeren we bij u, die het meest
onderlegd bent, over deze aangelegenheid van de definitieve
conclusie beschreven in al de aanvullende geschriften
[de tantra's]. (Vedabase)
Tekst
2-3
Op welke manier
zijn de tântrika's
van hun geregelde aanbidding voor de Echtgenoot van de Godin,
die Zuivere Geest is, en hoe maken zij zich een voorstelling
van Zijn ledematen, Zijn metgezellen, Zijn wapens en Zijn
ornamenten? Al het goede u toegewenst! Beschrijf alstublieft
voor ons, die het graag willen weten, de praktische methode van
het cultiveren van de yoga [kriyâ-yoga]
waarmee een sterfelijk wezen erin bedreven de onsterfelijkheid
kan bereiken."
Op
welke manier zijn de tântrika's van hun geregelde
aanbidding voor de Echtgenoot van de Godin, die Zuivere
Geest is, en hoe maken zij zich een voorstelling van Zijn
ledematen, Zijn metgezellen, Zijn wapens en Zijn ornamenten?
Al het goede u toegewenst! Beschrijf alstublieft voor ons,
die het graag willen weten, de praktische methode van het
cultiveren van de yoga [kriyâ-yoga] waarmee
een sterfelijk wezen erin bedreven de onsterfelijkheid kan
bereiken." (Vedabase)
Tekst
4
Sûta
zei: "Met het brengen van eerbetuigingen voor de goeroes zal ik
zelfs [al is het moeilijk] spreken over de volheden die
horen bij Heer Vishnu welke door de gevestigde autoriteiten
beginnende bij hem die zijn geboorte vond op de lotus
[Padmaja of Heer Brahmâ] worden beschreven in de
Veda's en tantra's.
Sûta
zei: "Met het brengen van eerbetuigingen voor de goeroes zal
ik zelfs [al is het moeilijk] spreken over de
volheden die horen bij Heer Vishnu welke door de gevestigde
autoriteiten beginnende bij hem die zijn geboorte vond op de
lotus [Padmaja of Heer Brahmâ] worden
beschreven in de Veda's en tantra's.
(Vedabase)
Tekst
5
De negen
onderdelen van de schepping [tattva's]
die, beginnende met mâyâ [of
prakriti],
de transformaties uitmaken [vikâra's],
vindt men terug in de geschapen heerschappij [de
virâth-rûpa],
in het bewuste bestaan waarin men de drie werelden
[loka's]
onderscheidt [zie ook 11.22:
4-25].
De
negen onderdelen van de schepping [tattva's] die,
beginnende met mâyâ [of prakriti], de
transformaties uitmaken [vikâra's], vindt men
terug in de geschapen heerschappij [de virâth
rûpa], in het bewuste bestaan waarin men de drie
werelden [loka's] onderscheidt [zie ook 11.22:
4-25]. (Vedabase)
Tekst
6-8
Deze gedaante
van de Purusha,
de Meester, heeft de aarde als Zijn voeten, de hemel als Zijn
hoofd, de [interplanetaire] ruimte als Zijn navel, de
zon als Zijn ogen, de lucht als Zijn neusgaten, de
windrichtingen als Zijn oren, de Prajâpati
als Zijn geslachtsdeel, de dood als Zijn anus, de plaatselijke
heersers [de halfgoden] als de vele armen van de
Absolute Beheerser, de maan als Zijn geest,
yama
[of Yama]
als Zijn wenkbrauwen, de schaamte als Zijn bovenlip, begeerte
als Zijn onderlip, het maanlicht als Zijn tanden, begoocheling
als Zijn glimlach, de bomen als de haren op het lichaam van de
Almachtige Heer, en de wolken als het haar op het hoofd van de
Purusha [zie ook b.v. 2.6:
1-11,
2.10:
24-32,
10.40:
13-14,
11.12:
18-20].
Deze
gedaante van de Purusha, de Meester, heeft de aarde als Zijn
voeten, de hemel als Zijn hoofd, de
[interplanetaire] ruimte als Zijn navel, de zon als
Zijn ogen, de lucht als Zijn neusgaten, de windrichtingen
als Zijn oren, de prajâpati als Zijn geslachtsdeel, de
dood als Zijn anus, de plaatselijke heersers [de
halfgoden] als de vele armen van de Absolute Beheerser,
de maan als Zijn geest, yama [of Yama] als Zijn
wenkbrauwen, de schaamte als Zijn bovenlip, begeerte als
Zijn onderlip, het maanlicht als Zijn tanden, begoocheling
als Zijn glimlach, de bomen als de haren op het lichaam van
de Almachtige Heer, en de wolken als het haar op het hoofd
van de Purusha [zie ook b.v. 2.6: 1-11, 2.10: 24-32,
10.40: 13-14, 11.12: 18-20].
(Vedabase)
Tekst
9
Precies zoals
men de afmetingen kan bepalen van een normaal individu door de
positie van zijn ledematen op te meten, kan men op dezelfde
manier eveneens de afmetingen vaststellen van Hem, de
Gigantische Persoon, overeenkomstig de posities van de
zonnestelsels [zie ook 5.20-24].
Precies
zoals men de afmetingen kan bepalen van een normaal individu
door de positie van zijn ledematen op te meten, kan men op
dezelfde manier eveneens de afmetingen vaststellen van Hem,
de Gigantische Persoon, overeenkomstig de posities van de
zonnestelsels [zie ook 5.20-24].
(Vedabase)
Tekst
10
Het
geestelijk licht van de individuele ziel wordt vertegenwoordigd
door het Kaustubha-juweel dat door de Ongeborene wordt
gedragen. Het S'rîvatsa-teken op de borst van de
Almachtige representeert de zich uitbreidende gloed daarvan
[van dat juweel/die ziel].
Het
geestelijk licht van de individuele ziel wordt
vertegenwoordigd door het Kaustubha-juweel dat door de
Ongeborene wordt gedragenen het S'rîvatsa-teken op de
borst van de Almachtige representeert de zich uitbreidende
gloed daarvan [van dat juweel/die ziel].
(Vedabase)
Tekst
11 - 12
Zijn
materiële energie samengesteld uit de verschillende
geaardheden wordt vertegenwoordigd door Zijn bloemenslinger,
het gele gewaad dat Hij draagt staat voor de vedische versmaten
en Zijn heilige draad staat voor het drie letters tellende AUM.
Het proces van
sânkhya
en yoga draagt de Godheid in de vorm van Zijn makara
['zeemonster'] oorhangers, en Zijn kroon, die voor al
de werelden de onbevreesdheid brengt, vertegenwoordigt de
superieure
[bovenzinnelijke] positie.
Zijn
materiële energie samengesteld uit de verschillende
geaardheden wordt vertegenwoordigd door Zijn bloemenslinger,
het gele gewaad dat Hij draagt staat voor de vedische
versmaten en Zijn heilige draad staat voor het drie letters
tellende AUM. Het proces van sânkhya en yoga draagt de
Godheid in de vorm van Zijn makara ['zeemonster']
oorhangers, en Zijn kroon, die voor al de werelden de
onbevreesdheid brengt, vertegenwoordigt de superieure
[bovenzinnelijke] positie.
(Vedabase)
Tekst
13
De
persoonlijke zitplaats waarop Hij zich bevindt staat bekend als
Ananta [het slangenbed] en staat voor de
niet-geëvolueerde materie, en de lotus waarop men Hem naar
verluid kan aantreffen is [het zuivere van] de goedheid
geassocieerd met de religie, de spirituele kennis enzovoorts.
De
persoonlijke zitplaats waarop Hij zich bevindt staat bekend
als Ananta [het slangenbed] en staat voor de
niet-geëvolueerde materie, en de lotus waarop men Hem
beweert aan te treffen is [het zuivere van] de
goedheid geassocieerd met de religie, de spirituele kennis
en zo voorts. (Vedabase)
Tekst
14-15
De knots die
Hij draagt is het hoofdelement [de prâna of
vitale adem] met betrekking tot het zinsvermogen, de
lichaamskracht en de geesteskracht; Zijn uitstekende
schelphoorn is het waterelement en Zijn Sudars'ana-schijf is
het principe van de tejas
[het vitaal vermogen, de waardigheid, het vuur in de
strijd]. Zijn zwaard is, [zuiver] als de atmosfeer,
het ether-element, Zijn schild bestaat uit de geaardheid
onwetendheid, Zijn boog S'arnga is de specifieke orde [of
geest, de rûpa]
van de tijd, en Zijn pijlenkoker bestaat uit het karma [de
actie of de karmendriya's].
De
knots die Hij draagt is het hoofdelement [de prâna
of vitale lucht] met betrekking tot het zinsvermogen, de
lichaamskracht en de geesteskracht; Zijn uitstekende
schelphoorn is het waterelement en Zijn Sudars'ana-schijf is
het principe van de tejas [het vitaal vermogen, de
waardigheid, het vuur in de strijd]. Zijn zwaard is,
[zuiver] als de atmosfeer, het ether-element, Zijn
schild bestaat uit de geaardheid onwetendheid, Zijn boog
S'arnga is de specifieke orde [of geest, de
rûpa] van de tijd, en Zijn pijlenkoker bestaat uit
het karma [de actie of de karmendriya's].
(Vedabase)
Tekst
16
De
zinnen, zo zegt men, zijn Zijn pijlen, Zijn strijdwagen vormt
de aanzet tot actie, Zijn uiterlijke verschijning vormt de
voorwerpen der waarneming
[de tanmâtra's],
en Zijn gebaren [mudrâ's]
representeren de essentie van het doelbewust handelen.
De
zinnen, zo zegt men, zijn Zijn pijlen, Zijn strijdwagen
vormt de aanzet tot actie, Zijn uiterlijke verschijning
vormt de voorwerpen der waarneming [de
tanmâtra's], en Zijn gebaren
[mudrâ's] representeren de essentie van het
doelbewust handelen. (Vedabase)
Tekst
17
Het cyclische
[van de tijd, te weten de zon en de maan] vormt de
grondslag voor de oefening van respect voor de Godheid,
spirituele initiatie [dîkshâ]
vormt voor de geestelijke ziel de manier om tot zuivering te
komen, en de toegewijde dienst van de Fortuinlijke is er voor
iemand om een einde te maken aan een slechte gang van zaken.
Het
cyclische [van de tijd, te weten de zon en de maan]
vormt de grondslag voor de oefening van respect voor de
Godheid, spirituele initiatie [dîkshâ]
vormt voor de geestelijke ziel de manier om tot zuivering te
komen, en de toegewijde dienst van de Fortuinlijke is er
voor iemand om een einde te maken aan een slechte gang van
zaken. (Vedabase)
Tekst
18
Bhagavân
draagt - naar de betekenis van het woord bhaga
[Zijn volheden]
- de lotus van Zijn spel en vermaak, en de waaier en wuifkwast
die de Opperheer aanvaardde voor Zijn aanbidding staan voor de
religie en de roem.
Bhagavân
draagt naar de betekenis van het woord bhaga [Zijn
volheden] de lotus van Zijn spel en vermaak, en de
waaier en wuifkwast die de Opperheer aanvaardde voor Zijn
aanbidding staan voor de religie en de roem.
(Vedabase)
Tekst
19
O
beste tweemaal geborenen, Zijn parasol is Vaikunthha, Zijn
spiritueel verblijf waar geen angst bestaat, de drievoudige
Veda is er bij name van Suparna [Garuda], de drager van
de Persoonlijkheid van het Offer [Vishnu of
Yajña].
O
beste tweemaal geborenen, Zijn parasol is Vaikunthha, Zijn
spiritueel verblijf waar geen angst bestaat, de drievoudige
Veda is er bij name van Suparna [Garuda], de drager
van de Persoonlijkheid van het Offer [Vishnu of
Yajña]. (Vedabase)
Tekst
20
De Heer Zijn
onafscheidelijke godin S'rî is de rechtstreeks
waarneembare innerlijke aard [*];
Vishvaksena
staat bekend als de personificatie van de tantra
geschriften, en de acht van Nanda en de andere vooraanstaande
metgezellen die de wacht houden [**]
zijn de animâ en dergelijke
[siddhi's]
van de Heer Zijn kwaliteiten.
De
Heer Zijn onafscheidelijke godin S'rî is rechtstreeks
de innerlijke aard [*]; Vishvaksena staat bekend als
de personificatie van de tantra geschriften, en de acht van
Nanda en de andere belangrijkste de wacht houdende
metgezellen [**] zijn de animâ en dergelijke
[siddhi's] van de Heer Zijn kwaliteiten.
(Vedabase)
Tekst
21
Vâsudeva,
Sankarshana, Pradyumna en Aniruddha zijn, zoals je weet, de
namen van de manifeste gedaanten [de vyûha
expansies] van de Oorspronkelijke Persoon Zelve, o
brahmaan.
Vâsudeva,
Sankarshana, Pradyumna en Aniruddha zijn, zoals je weet, de
namen van de manifeste gedaanten [de vyûha
expansies] van de Oorspronkelijke Persoon Zelve, o
brahmaan. (Vedabase)
Tekst
22
Bhagavân
wordt aan de hand van de functie van de uiterlijke voorwerpen
[vis'va, Pradyumna], de lichaamskracht
[taijasa, Sankarshana], het denken
[prâjña, Aniruddha] en de
spirituele realisatie [turiya, Vâsudeva]
in dit verband begrepen in de termen van het waakbewustzijn,
het dromen, de diepe slaap en de transcendentale positie
[zie avasthâtraya].
Bhagavân
wordt bij de functie van de uiterlijke voorwerpen
[vis'va, Pradyumna], de lichaamskracht [taijasa,
Sankarshana], het denken [prâjña,
Aniruddha] en de spirituele realisatie [turiya,
Vâsudeva] aldus opgevat in de termen van het
waakbewustzijn, het dromen, de diepe slaap en de
transcendentale positie [zie avasthâtraya].
(Vedabase)
Tekst
23
In Zijn vier
persoonlijke gedaanten handhaaft Bhaga-vân
[Hij in het bezit van de volheden], de Heer en
Beheerser, deze vier staten met Zijn grotere [armen; zoals
in vers 14-15]
en kleinere ledematen [Zijn toegevoegde leden, Zijn
wachters], wapens en
sierselen.
In
Zijn vier persoonlijke gedaanten handhaaft Bhaga-vân
[Hij in het bezit van de volheden], de Heer en
Beheerser, met Zijn grotere [armen; zoals in vers
14-15] en kleinere ledematen [Zijn toegevoegde
leden, Zijn wachters], wapens en sierselen, deze vier
staten. (Vedabase)
Tekst
24
O
beste der tweemaal geborenen, Hij alleen is de zelfverlichte
bron van de Ene Op Zichzelf Bestaande Geest die, volmaakt in
Zijn eigen grootheid en volledigheid, middels Zijn eigen
materiële energie dit universum schept, handhaaft en
terugtrekt. In die hoedanigheid [als de uitvoerder van
verschillende materiële functies] somtijds gezien
alsof Hij - niet overdekt als Hij is in Zijn transcendentale
bewustzijn - materieel verdeeld zou zijn, kan Hij door hen die
Hem zijn toegewijd worden gerealiseerd als hun ene ware zelf,
hun Ziel.
O
beste der tweemaal geborenen, Hij alleen is de
zelf-verlichte bron van de Ene Op-zich-bestaande Geest die,
volmaakt in Zijn eigen grootheid en volledigheid, middels
Zijn eigen materiële energie dit universum schept,
terugtrekt en handhaaft; als zodanig [de uitvoerder van
verschillende materiële functies] somtijds gezien
alsof Hij, niet overdekt als Hij is in Zijn transcendentale
bewustzijn, materieel verdeeld zou zijn, kan Hij door hen
die Hem zijn toegewijd worden gerealiseerd als hun ene ware
zelf, hun Ziel. (Vedabase)
Tekst
25
S'rî
Krishna, o vriend van Arjuna, o leider van de Vrishni's, o
Vernietiger van de Opstandige Adellijke Geslachten wiens kunnen
nimmer vergaat, o Govinda, bedevaartsoord wiens heerlijkheden,
die het heil brengen door enkel maar erover te vernemen, worden
bezongen door Vraja's koeherdersmannen en -vrouwen en hun
dienaren; alstUblieft bescherm Uw dienaren!
S'rî
Krishna, o vriend van Arjuna, o leider van de Vrishni's, o
Vernietiger van de Opstandige Adellijke Geslachten wiens
kunnen nimmer vergaat, o Govinda, bedevaartsoord wiens
heerlijkheden, die het goedgunstige brengen door enkel maar
erover te vernemen, worden bezongen door Vraja's
koeherdersmannen en -vrouwen en hun dienaren; alstUblieft
bescherm Uw dienaren! (Vedabase)
Tekst
26
Een ieder die,
bij het ochtendgloren opstaand, met zijn geest op God gericht
voor zichzelf deze kenmerken van de Allerhoogste
Oorspronkelijke Persoon bezingt [reciteert], komt tot
de realisatie van de Absolute Waarheid die zich in het hart
bevindt."
Een
ieder die, bij het ochtendgloren opstaand, met zijn geest op
God gericht voor zichzelf deze kenmerken van de Allerhoogste
Oorspronkelijke Persoon chant [reciteert], komt tot
de realisatie van de Absolute Waarheid die zich in het hart
bevindt." (Vedabase)
Tekst
27-28
S'rî
S'aunaka zei: "Kan u aangaande de beschrijving van S'ukadeva
Gosvâmî voor de aandachtige die de genade van
Vishnu is [Parîkchit] betreffende de zonnegod
zijn metgezellen die maand na maand zich ophouden in groepen
van zeven, alstublieft aan ons, trouwe toehoorders, uitleggen
wat de namen en handelingen zijn van hen die, betrokken bij
zijn verschillende vormen van controle, de expansies van de
Heer zijn in Zijn manifestatie als Sûrya [zie ook
5.21:
18]?"
S'rî
S'aunaka zei: "Kan u aangaande de beschrijving van S'ukadeva
Gosvâmî voor de aandachtige die de genade van
Vishnu is [Parîkchit]over de zonnegod zijn
metgezellen die maand na maand zich ophouden in zeven
groepen, alstublieft voor ons, zo vol van geloof, uitleggen
wat de namen en handelingen zijn van hen die, betrokken bij
zijn verschillende vormen van controle, de expansies van de
Heer zijn in Zijn manifestatie als Sûrya [zie ook
5.21: 18]?" (Vedabase)
Tekst
29
Sûta
zei: "Deze
regulator van al de planeten [de zon] die in hun midden
ronddraait [rondom de berg Meru, zie 5.22:
2] werd
[door de heer in de gedaante van de Tijd] geschapen uit
de zijn aanvang niet kennende materiële energie van
Vishnu, de Opperziel van alle belichaamde
wezens.
Sûta
zei: "Deze regulator van al de planeten [de zon] die
in hun midden ronddraait [rondom de berg Meru, zie 5.22:
2] werd [door de heer in de gedaante van de
Tijd] geschapen uit de zijn aanvang niet kennende
materiële energie van Vishnu, de Opperziel van alle
belichaamde wezens. (Vedabase)
Tekst
30
De
zon als de enige echte [gelijk de] Heer, de
oorspronkelijke schepper en het zelf inderdaad van al de
[planetaire] werelden, vormt de basis voor alle rituele
activiteiten van de Veda's die door de wijzen verschillend
worden beschreven.
De
zon als de enige echte [gelijk de] Heer, de
oorspronkelijke schepper en het zelf inderdaad van al de
werelden, vormt de basis voor alle rituele activiteiten
zoals verschillend beschreven door de wijzen in al de
Veda's. (Vedabase)
Tekst
31
De
Heer in termen van de materiële energie wordt aldus
verdeeld in negenen beschreven als de tijd, de plaats, de
onderneming, de uitvoerder, het instrument, het specifieke
ritueel, de schrift, de hulpmiddelen en het resultaat, o
brahmaan [vergelijk
B.G. 18:
13-15].
De
Heer in termen van de materiële energie wordt aldus in
negenen beschreven als de tijd, de plaats, de onderneming,
de uitvoerder, het instrument, het specifieke ritueel, de
schrift, de hulpmiddelen en het resultaat, o brahmaan
[vergelijk B.G. 18: 13-15].
(Vedabase)
Tekst
32
De Opperheer is
er, met het [als de zonnegod] aannemen van de gedaante
van de Tijd, voor de [regulatie van de] planeetbeweging
overeenkomstig de regel van twaalf, beginnende met Madhu
[in maanden of mâsa's,
zie ook B.G. 10:
21],
waarbij Hij Zich in ieder van de twaalf afzonderlijk beweegt
met een ander stel [van zes] metgezellen [die naast
de Deva bestaan uit een Apsara, een Râkshasa, een
Nâga, een Yaksha, een wijze en een
Gandharva].
Beginnende
met Madhu is de Opperheer met het aannemen van de gedaante
van de tijd, er voor de planeetbeweging er naar de regel van
twaalf [maanden of mâsa's, zie ook B.G. 10:
21], zich afzonderlijk bewegend met twaalf stellen
metgezellen. (Vedabase)
Tekst
33
Dhâtâ
[als de Deva], Kritasthalî [als de
Apsara], Heti [als de Râkshasa],
Vâsuki
[als de Nâga], Rathakrit [als de Yaksha],
Pulastya
[als de wijze] en Tumburu [als de Gandharva]
zijn degenen die heersen over de maand Madhu [of Caitra bij
de lente-equinox, maart/april].
Dhâtâ
[als de zonnegod], Kritasthalî [als de
Apsara], Heti [als de Râkshasa],
Vâsuki [als de Nâga], Rathakrit [als
de Yaksha], Pulastya [als de wijze] en Tumburu
[als de Gandharva] zijn degenen die heersen over de
maand Madhu (of Caitra bij de lente-equinox, Maart/April).
(Vedabase)
Tekst
34
Aryamâ,
Puñjikasthalî, Praheti, Kacchanîra,
Athaujâ, Pulaha
en
Nârada
zijn
[op dezelfde manier zo respectievelijk] degenen die
heersen over de maand Mâdhava [Vais'âkha,
april/mei].
Aryamâ,
Puñjikasthalî, Praheti, Kacchanîra,
Athaujâ, Pulaha en Nârada zijn [op dezelfde
manier zo respectievelijk] degenen die heersen over de
maand Mâdhava (Vais'âkha, April/Mei).
(Vedabase)
Tekst
35
Mitra,
Menakâ, Paurusheya, Takshaka, Rathasvana,
Atri
en Hâhâ zijn degenen die heersen over de maand
S'ukra [Jyaisthha or Jeshthha,
mei/juni].
Mitra,
Menakâ, Paurusheya, Takshaka, Rathasvana, Atri en
Hâhâ zijn degenen die heersen over de maand
S'ukra [Jyaisthha or Jeshthha, mei/juni].
(Vedabase)
Tekst
36
Varuna,
Rambhâ, Citrasvana, S'ukra, Sahajanya,
Vasishthha
en
Hûhû zijn degenen die heersen over de maand S'uci
[Âshâdha, juni/juli].
Varuna,
Rambhâ, Citrasvana, S'ukra, Sahajanya, Vasishthha en
Hûhû zijn degenen die heersen over de maand
S'uci (Âshâdha, Juni/Juli).
(Vedabase)
Tekst
37
Indra,
Pramlocâ,
Varya, Elâpatra, S'rotâ, Angirâ
en Vis'vâvasu
zijn
degenen die heersen over de maand
Nabhas
[S'râvana, juli/augustus].
Indra,
Pramlocâ, Varya, Elâpatra, S'rotâ,
Angirâ en Vis'vâvasu zijn degenen die heersen
over de maand Nabhas [S'râvana,
juli/augustus]. (Vedabase)
Tekst
38
Vivasvân,
Anumlocâ, Vyâghra, S'ankhapâla,
Âsârana, Bhrigu
en Ugrasena
zijn
degenen die heersen over de
maand Nabhasya
[Bhâdrapada, augustus/september ***].
Vivasvân,
Anumlocâ, Vyâghra, S'ankhapâla,
Âsârana, Bhrigu en Ugrasena zijn degenen die
heersen over de maand Nabhasya (Bhâdrapada,
Augustus/September ***]. (Vedabase)
Tekst
39
Pûshâ,
Ghritâcî, Vâta, Dhanañjaya, Suruci,
Gautama
en Sushena zijn degenen die heersen over de maand Tapas
[Mâgha, januari/februari].
Pûshâ,
Ghritâcî, Vâta, Dhanañjaya, Suruci,
Gautama en Sushena zijn degenen die heersen over de maand
Tapas (Mâgha, Januari/Februari).
(Vedabase)
Tekst
40
Parjanya,
Senajit, Varcâ, Airâvata, Ritu,
Bharadvâja
and Vis'va are the ones ruling the month of Tapasya
[Phâlguna, February/March].
Parjanya,
Senajit, Varcâ, Airâvata, Ritu, Bharadvâja
en Vis'va zijn degenen die heersen over de maand Tapasya
(Phâlguna, Februari/Maart).
(Vedabase)
Tekst
41
Ams'u,
Urvas'î,
Vidyucchatru, Mahâs'ankha, Târkshya,
Kas'yapa
en Ritasena zijn
degenen die heersen over de
maand Sahas
[Mârgas'îrsha,
november/december].
Ams'u,
Urvas'î, Vidyucchatru, Mahâs'ankha,
Târkshya, Kas'yapa en Ritasena zijn degenen die
heersen over de maand Sahas (Mârgas'îrsha,
November/December). (Vedabase)
Tekst
42
Bhaga,
Pûrvacitti, Sphûrja, Karkothaka, Ûrna,
Âyu
en
Arishthanemi zijn degenen die heersen over de maand Pushya
[Pausha, december/januari].
Bhaga,
Pûrvacitti, Sphûrja, Karkothaka, Ûrna,
Âyu en Arishthanemi zijn degenen die heersen over de
maand Pushya (Pausha, December/Januari).
(Vedabase)
Tekst
43
Tvashthâ,
Tilottamâ, Brahmâpeta, Kambalâs'va, S'atajit,
Jamadagni
de zoon van Ricîka en Dhritarâshthra
als de Gandharva zijn degenen die heersen over de maand Isha
[Âs'vina, september/oktober].
Tvashthâ,
Tilottamâ, Brahmâpeta, Kambalâs'va,
S'atajit, Jamadagni de zoon van Ricîka en
Dhritarâshthra als de Gandharva zijn degenen die
heersen over de maand Isha (Âs'vina,
September/Oktober). (Vedabase)
Tekst
44
En
Vishnu,
Rambhâ, Makhâpeta, As'vatara, Satyajit,
Vis'vâmitra
en Sûryavarcâ zijn degenen die heersen over de
maand Ûrja [Kârttika,
oktober/november].
En
Vishnu, Rambhâ, Makhâpeta, As'vatara, Satyajit,
Vis'vâmitra en Sûryavarcâ zijn degenen die
heersen over de maand Ûrja (Kârttika,
Oktober/November). (Vedabase)
Tekst
45
Al dezen
[deze persoonlijkheden] vormen de heerlijkheden van
Vishnu, de Allerhoogste Persoonlijkheid van God in de gedaante
van de zonnegod; zij nemen van hen die op de keerpunten van de
dag aan hen terugdenken, de terugslagen van de zonde
weg.
Dezen
vormen de heerlijkheden van Vishnu, de Allerhoogste
Persoonlijkheid van God in de gedaante van de zonnegod; zij
nemen van hen die op de keerpunten van de dag zich hen
heugen, de terugslagen van de zonde weg.
(Vedabase)
Tekst
46
Aldus met ieder
van de twaalf maanden en zes typen van metgezellen zich door
het universum bewegend, is de Deva, de godheid [van de
zon], terwille van haar bewoners, in het hier en het
hiernamaals er zeker van het zuivere bewustzijn uit te dragen.
Aldus
met ieder van de twaalf maanden en zes typen van metgezellen
zich door het universum bewegend, is de Godheid, terwille
van haar bewoners, in het hier en het hiernamaals er zeker
van het zuivere bewustzijn uit te dragen.
(Vedabase)
Tekst
47-48
Met de wijzen
die Hem verheerlijken met de sâma-, rig- en
yajur- hymnen welke Zijn identiteit openbaren, zingen de
Gandharva's hardop over hem, dansen de Apsara's recht voor Hem,
maken de Nâga's de wagen klaar, spannen de Yaksha's de
paarden in en duwen de Râkshasa's hem vooruit.
Met
de wijzen die Hem verheerlijken met de Sâma, Rig en
Yajur hymnen welke Zijn identiteit openbaren, zingen de
Gandharva's hardop over hem, dansen de Apasara's recht voor
Hem, maken de Nâga's de wagen klaar, spannen de
Yaksha's de paarden in en duwen de Râkshasa's hem
vooruit. (Vedabase)
Tekst
49
Voor de wagen
uit gaan de zestigduizend Vâlakhilya brahmaanse wijzen
zuiver van lof met gebeden voor de Almachtige [zie ook
4.1:
39].
Voor
de wagen uit gaan de zestigduizend Vâlakhilya
brahmaanse wijzen zuiver van lof met gebeden voor de
Almachtige [zie ook 4.1: 39].
(Vedabase)
Tekst
50
De Ongeboren
Heer Hari, de Hoogste Beheerser, Hij die Zijn Begin Niet
Kennend Behept is met Alle Volheden, beschermt al de werelden
door Zich aldus in iedere kalpa in verscheidene
gedaanten uit te breiden."
De
Ongeboren Heer Hari, de Hoogste Beheerser, Hij die Zijn
Begin Niet Kennend Behept is Met Alle Volheden, beschermt,
aldus in iedere kalpa Zich in verscheidene gedaanten
uitbreidend, al de werelden. (Vedabase)
*
Volgens de Skanda Purâna in de verzen beginnend met
'aparam tv aksharam yâ sâ' zijn er drie
onfeilbare energieën aldus: de uitwendige materiële
energie van mâyâ, het inwendig vermogen van
Sr'î en de Allerhoogste energie van de Purusha, de Heer
Zelve.
**
De Padma Purâna (256.9-21) somt achttien bewakers of
begeleiders van de Heer op: Nanda, Sunanda, Jaya, Vijaya,
Canda, Pracanda, Bhadra, Subhadra, Dhâtâ,
Vidhâtâ, Kumuda, Kumudâksha,
Pundarîksha, Vâmana, S'ankukarna, Sarvanetra,
Sumukha en Supratishthhita.
***
Op dit punt is gebroken met de reguliere orde van de maanden.
De verschillende vertalers zijn het niet eens over de oorzaak
van deze volgorde en sommigen hebben het voorstel gedaan om de
volgorde van de verzen aan te passen om dit recht te
zetten.