Tweede
editie, geladen 20 juli 2008

Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederland
beschikbaar):
The
Prayers of Akrûra
Tekst
1
S'rî
Akrûra zei: 'In buig me voor U neer, o Oorzaak Aller
Oorzaken, Heer Nârâyana, o Oorspronkelijke
Onuitputtelijke Persoon uit wiens navel de lotus ontsproot op
het hart waarvan Heer Brahmâ verscheen met wie deze
wereld tot stand kwam.
S'rî
Akrûra said: I bow down to You, the cause of all
causes, the original and inexhaustible Supreme Person,
Nârâyana. From the whorl of the lotus born from
Your navel, Brahmâ appeared, and by his agency this
universe has come into being. (Vedabase)
Tekst
2
Aarde, water,
vuur, lucht, de ether en waar dat vandaan komt [het valse
ego]; het mystificerend geheel van de materie [zie
voetnoot
10.13: ***]
en haar oorsprong [de geest], het denken, de zinnen, de
voorwerpen van al de zintuigen en de halfgoden zijn allen de
[onderscheiden secundaire] oorzaken van het universum
die zijn voortgekomen uit Uw [bovenzinnelijke] lichaam.
Earth;
water; fire; air; ether and its source, false ego; the
mahat-tattva, the total material nature and her source, the
Supreme Lord's purusha expansion; the mind; the senses; the
sense objects; and the senses' presiding deities - all these
causes of the cosmic manifestation are born from Your
transcendental body. (Vedabase)
Tekst
3
Dezen die onder
het bestuur van het rijk der materie vallen, hebben vanwege de
inertie ervan geen weet van de ware identiteit van het
Allerhoogste Zelf, de Ziel van U inderdaad; de ongeborene
[Brahmâ] in de greep van de geaardheden van de
materiële natuur kan niet anders dan ze, er aan
vastzittend, volgen; hij kent niet Uw ware gedaante hoog
verheven boven de geaardheden [zie ook 10.13:
40-56].
The
total material nature and these other elements of creation
certainly cannot know You as You are, for they are
manifested in the realm of dull matter. Since You are beyond
the modes of nature, even Lord Brahmâ, who is bound up
in these modes, does not know Your true identity.
(Vedabase)
Tekst
4
Het is zeker
ter ere van U, de Allerhoogste Persoonlijkheid en de Beheerser
met iemand voor zichzelf, met anderen, met het grotere van de
natuur en met de heiligen, dat de yogi's hun offers brengen.
Pure
yogis worship You, the Supreme Personality of Godhead, by
conceiving of You in the threefold form comprising the
living entities, the material elements that constitute the
living entities' bodies, and the controlling deities of
those elements. (Vedabase)
Tekst
5
Sommige
brahmanen aanbidden van respect zijnde voor de drie heilige
vuren [agni-traya]
U uitvoerig middels de mantra's en de drie Veda's in de
verschillende rituelen voor de halfgoden met hun verschillende
namen en gedaanten.
Brâhmanas
who follow the regulations concerning the three sacred fires
worship You by chanting mantras from the three Vedas and
performing elaborate fire sacrifices for the various
demigods, who have many forms and names. (Vedabase)
Tekst
6
Sommigen in
navolging van de kennis bereiken in het afzien van alle
baatzuchtige handelingen de vrede door het offer van het
cultiveren van de kennis in eerbetoon voor de belichaming van
de kennis [de goeroe, de Heer; zie e.g. B.G.
4:
28;
17:
11-13;
18:
70].
In
pursuit of spiritual knowledge, some persons renounce all
material activities and, having thus become peaceful,
perform the sacrifice of philosophic investigation to
worship You, the original form of all knowledge.
(Vedabase)
Tekst
7
En anderen,
wiens intelligentie is gezuiverd met de principes [de
vidhi]
die U biedt, aanbidden U vol van gedachten over U als zijnde de
ene vorm die vele gedaanten aanneemt.
And
yet others - those whose intelligence is pure - follow the
injunctions of Vaishnava scriptures promulgated by You.
Absorbing their minds in thought of You, they worship You as
the one Supreme Lord manifesting in multiple forms.
(Vedabase)
Tekst
8
Weer anderen
aanbidden U, de Opperheer, ook in navolging van de
verschillende presentaties van vele leraren met de gedaante van
S'iva voor ogen op het pad uitgestippeld door Heer S'iva.
There
are still others, who worship You, the Supreme Lord, in the
form of Lord S'iva. They follow the path described by him
and interpreted in various ways by many teachers.
(Vedabase)
Tekst
9
Zij allen,
hoewel ze als toegewijden van andere godheden hun aandacht
elders hebben, zijn van eerbetoon voor U die als de Beheerser
al de goden omvat [zie B.G. 9:
23].
But
all these people, my Lord, even those who have turned their
attention away from You and are worshiping other deities,
are actually worshiping You alone, O embodiment of all the
demigods. (Vedabase)
Tekst
10
Net als de
rivieren die ontspringend in de bergen vol van de regen van
alle kanten de oceaan in stromen, o meester, leiden zo ook al
deze wegen [van de halfgoden] uiteindelijk naar U
[zie B.G. 2:
70;
9:
23-25,
10:
24 en
11:
28].
As
rivers born from the mountains and filled by the rain flow
from all sides into the sea, so do all these paths in the
end reach You, O master. (Vedabase)
Tekst
11
Al de
geconditioneerde levende wezens van de onbeweeglijke tot aan
Heer Brahmâ toe zijn hierbij verweven met de kwaliteiten
[guna's] van het goede [sattva],
de hartstocht [rajas] en het trage
[tamas] van Uw materiële natuur [zie
B.G.
14].
Goodness,
passion and ignorance, the qualities of Your material
nature, entangle all conditioned living beings, from
Brahmâ down to the nonmoving creatures.
(Vedabase)
Tekst
12
Mijn
eerbetuigingen voor U die, er los van staand in Uw visie, als
het bewustzijn en de Ziel van iedereen en als de Getuige voor
de stroom der materiële geaardheden, zoals uitgemaakt door
Uw lagere energie, Uw weg baant onder hen die zichzelf
presenteren als goden, mensen en dieren.
I
offer My obeisances to You, who as the Supreme Soul of all
beings witness everyone's consciousness with unbiased
vision. The current of Your material modes, produced by the
force of ignorance, flows strongly among the living beings
who assume identities as demigods, humans and animals.
(Vedabase)
Tekst
13-14
Men denkt aan
het vuur als Uw gezicht, aan de aarde als Uw voeten, de zon als
Uw oog, de lucht als Uw navel en de windrichtingen als Uw
gehoorzin; de hemel is Uw hoofd, de heersende halfgoden zijn Uw
armen, de oceaan is Uw buik en de wind is Uw levensadem en
fysieke kracht. De bomen en de planten zijn de haren op Uw
lichaam, de wolken zijn de haren op Uw hoofd, de bergen zijn
het gebeente en de nagels van het Allerhoogste van U, dag en
nacht zijn het knipperen van Uw oog, de stamvader is Uw
geslachtsdeel en de regen beschouwt men als Uw zaad [zie
b.v. ook 2.6:
1-11].
Fire
is said to be Your face, the earth Your feet, the sun Your
eye, and the sky Your navel. The directions are Your sense
of hearing, the chief demigods Your arms, and the oceans
Your abdomen. Heaven is thought to be Your head, and the
wind Your vital air and physical strength. The trees and
plants are the hairs on Your body, the clouds the hair on
Your head, and the mountains the bones and nails of You, the
Supreme. The passage of day and night is the blinking of
Your eyes, the progenitor of mankind Your genitals, and the
rain Your semen. (Vedabase)
Tekst
15
In U, hun
Onuitputtelijke Ene Persoonlijkheid die alle geest en zinnen
omsluit, vonden samen met hun heersers de werelden hun
oorsprong, met inbegrip van de vele zielen die hen bevolken,
net zoals de waterdieren rondzwemmend in het water inderdaad of
de kleine insectjes in een udumbara-vijg.
All
the worlds, with their presiding demigods and teeming
populations, originate in You, the inexhaustible Supreme
Personality of Godhead. These worlds travel within You, the
basis of the mind and senses, just as aquatics swim in the
sea or tiny insects burrow within an udumbara fruit.
(Vedabase)
Tekst
16
Voor het heil
van Uw spel en vermaak in deze wereld spreidt U verschillende
gedaanten ten toon waarmee de mensen, met het uitzuiveren van
hun ongeluk, vol van vreugde Uw heerlijkheden
bezingen.
To
enjoy Your pastimes You manifest Yourself in various forms
in this material world, and these incarnations cleanse away
all the unhappiness of those who joyfully chant Your
glories. (Vedabase)
Tekst
17-18
Mijn respect
voor U, de Oorspronkelijke Oorzaak, die in de gedaante van
Matsya [de vis, zie 8.24]
Zich rondbewoog in de oceaan der vernietiging en voor
Hayagrîva [met het paardenhoofd, zie
5.18:
6]; mijn
eerbetuigingen voor U, de doder van Madhu en Kaithaba; voor de
enorme meester-schildpad [Kûrma, zie
8.7
& 8]
die de berg Mandara ondersteunde mijn eerbetoon en alle heil
aan U in de gedaante van het everzwijn [Varâha, zie
3.13]
die er genoegen in schiep de aarde uit de oceaan op te
tillen.
I
offer my obeisances to You, the cause of the creation, Lord
Matsya, who swam about in the ocean of dissolution, to Lord
Hayagrîva, the killer of Madhu and Kaithabha, to the
immense tortoise [Lord Kûrma], who supported
Mandara Mountain, and to the boar incarnation [Lord
Varâha], who enjoyed lifting the earth.
(Vedabase)
Tekst
19
Eer aan U, de
verbazingwekkende leeuw [Nrisimha, zie 7.8
& 9],
o verdrijver van de angst van allen die zich heiligden ongeacht
waar ze zijn en de eer aan U die als de dwerg
[Vâmana, zie 8.18-21]
over de drie werelden heen stapte.
Obeisances
to You, the amazing lion [Lord Nrisimha], who remove
Your saintly devotees' fear, and to the dwarf Vâmana,
who stepped over the three worlds. (Vedabase)
Tekst
20
Alle eer aan U,
de Heer van de nazaten van Bhrigu [Paras'urâma, zie
9.15
& 16]
die het woud van ingebeelde edellieden omhakte en mijn
eerbetuigingen voor U de beste van de Raghu-dynastie [Heer
Râma, zie 9.10
& 11]
die een einde maakte aan Râvana.
Obeisances
to You, Lord of the Bhrigus, who cut down the forest of the
conceited royal order, and to Lord Râma, the best of
the Raghu dynasty, who put an end to the demon Râvana.
(Vedabase)
Tekst
21
Mijn
eerbewijzen voor U Heer Vâsudeva, mijn eerbetuigingen
voor de Heer van de Sâtvata's
en voor Heer Sankarshana [Hij qua ego],
Pradyumna
[Hij qua intelligentie] en Aniruddha
[Hij qua geest, zie verder 4.24:
35 & 36].
Obeisances
to You, Lord of the Sâtvatas, and to Your forms of
Vâsudeva, Sankarshana, Pradyumna and Aniruddha.
(Vedabase)
Tekst
22
Mijn
eerbetuigingen voor Heer Boeddha [Hij als de
ontwaakte], de Zuivere, die de demonische nakomelingen van
Diti en Dânu van het verstand berooft; mijn respect voor
U in de gedaante van Heer Kalki [de Heer die zal komen
'voor de verdorvenen'] de vernietiger van de opstandige
vleeseters [mleccha's] die zich voordoen als
koningen [zie ook 2.7].
Obeisances
to Your form as the faultless Lord Buddha, who will bewilder
the Daityas and Dânavas, and to Lord Kalki, the
annihilator of the meat-eaters posing as kings.
(Vedabase)
Tekst
23
O Allerhoogste
Heer, de individuele zielen in deze wereld zijn verbijsterd
door Uw begoochelende materiële energie
[mâyâ] en zijn er door de valse
begrippen van 'ik' en 'mijn' [asmitâ] toe
gedreven rond te dolen op de wegen van het baatzuchtig handelen
[karma].
O
Supreme Lord, the living entities in this world are
bewildered by Your illusory energy. Becoming involved in the
false concepts of "I" and "my," they are forced to wander
along the paths of fruitive work. (Vedabase)
Tekst
24
Ook ik ben, wat
betreft mijn lichaam, kinderen, thuis, vrouw, weelde,
volgelingen enzovoorts, verbijsterd, dwaas denkend dat zij, die
meer weg hebben van een droom, het ware zouden zijn, o
Machtige.
I
too am deluded in this way, O almighty Lord, foolishly
thinking my body, children, home, wife, money and followers
to be real, though they are actually as unreal as a dream.
(Vedabase)
Tekst
25
Behagen
scheppend in het vergankelijke dat niet het ware zelf is en in
[dingen die feitelijk] bronnen van ellende
[zijn], heb ik inderdaad met een geest die het precies
omgekeerd zag me verlustigd in de dualiteit en ben ik,
gedompeld in onwetendheid, erin mislukt U te herkennen als de
Ene die mij het meest dierbaar is.
Thus
mistaking the temporary for the eternal, my body for my
self, and sources of misery for sources of happiness, I have
tried to take pleasure in material dualities. Covered in
this way by ignorance, I could not recognize You as the real
object of my love. (Vedabase)
Tekst
26
Als een zot die
het water over het hoofd ziet dat overdekt is door de planten
die erin groeien en als iemand die een luchtspiegeling najaagt,
heb ik me op dezelfde manier van U afgewend.
Just
as a fool overlooks a body of water covered by the
vegetation growing in it and chases a mirage, so I have
turned away from You. (Vedabase)
Tekst
27
Ik, met een
door begeerten en baatzuchtige arbeid betreurenswaardige
intelligentie, kon de kracht niet vinden om mijn verstoorde
geest te beheersen die door de o zo machtige, gewillige zinnen
werd meegesleept van dit naar dat [zie B.G.
13: 1-4,
plaatje
& 5.11: 10].
My
intelligence is so crippled that I cannot find the strength
to curb my mind, which is disturbed by material desires and
activities and constantly dragged here and there by my
obstinate senses. (Vedabase)
Tekst
28
Ik van dien
aard nader Uw voeten die - zoals ook Uw genade - onmogelijk te
bereiken zijn voor hen die niet zuiver zijn, o Heer. En daarbij
hou ik in gedachten dat, als het zich van een persoon zo
voordoet dat zijn ronddolen in de materiële wereld tot een
einde komt, het [stabiele] bewustzijn zich zal
ontwikkelen door eerbetoon voor het ware [de toegewijden,
de omgang, de leraren, de geschriften en de natuurlijke
tijd] van U, wiens navel als een lotus is.
Being
thus fallen, I am approaching Your feet for shelter, O Lord,
because although the impure can never attain Your feet, I
think it is nevertheless possible by Your mercy. Only when
one's material life has ceased, O lotus-naveled Lord, can
one develop consciousness of You by serving Your pure
devotees. (Vedabase)
Tekst
29
Mijn
eerbetuigingen voor de belichaming van de Wijsheid, de Bron van
Alle Vormen van Kennis, voor Hem, de Absolute Waarheid van
onbegrensde vermogens die heerst over de krachten die een
persoon beheersen.
Obeisances
to the Supreme Absolute Truth, the possessor of unlimited
energies. He is the embodiment of pure, transcendental
knowledge, the source of all kinds of awareness, and the
predominator of the forces of nature that rule over the
living being. (Vedabase)
Tekst
30
Mijn eerbetoon
voor U, de zoon van Vasudeva, in wie alle levende wezens zich
ophouden en mijn respect voor U, o Heer der Zinnen; alstUblieft
bescherm me, o Meester, in mijn overgave.'
O
son of Vasudeva, obeisances to You, within whom all living
beings reside. O Lord of the mind and senses, again I offer
You my obeisances. O master, please protect me, who am
surrendered unto You. (Vedabase)