regelbalk

 

Guru Puja

 

 

 

Canto 12

 

Hoofdstuk 10

 

S'iva, Heer en Helper Verheerlijkt Mârkandeya Rishi

(1) S'rî Sûta zei: "Hij op deze manier de macht van de yoga-mâyâ zoals beschikt door Nârâyana ervarend, ging enkel nog voor de toevlucht die Hij was. (2) S'rî Mârkandeya zei [hiertoe]: 'Ik heb me overgegeven aan de zolen van de voeten van U die de overgegeven zielen de onbevreesdheid brengt, o Heer van wie de begoochelende macht, zich voordoend als de kennis, zelfs de wijzen verbijstert'."

(3) Sûta zei: "De grote heer [S'iva] vergezeld door Rudrânî [Umâ] en omringd door zijn gevolg, zag, reizend door de hemel op zijn stier, hem aldus in trance verzonken. (4-5) Umâ die ziener gadeslaand zei toen tot Giris'a: 'Bezie deze man van scholing, die roerloos met zijn lichaam, zinnen en geest zo rustig is als het water en de vissen van de oceaan als de wind eenmaal is gaan liggen. Alsjeblieft, o jij die de verlener van de volmaaktheid der boete bent, zorg dat het voor hem bewaarheid wordt.'

(6) De grote heer zei: 'Ik ben er zeker van dat de brahmaanse ziener op geen enkel terrein welke zegening dan ook verlangt, zelfs niet de bevrijding; hij heeft de bovenzinnelijke toegewijde dienst bereikt voor de Allerhoogste Heer, de Onuitputtelijke Oorspronkelijke Persoon. (7) Laten we niettemin, Bhavanî, een gesprek met deze zuivere toegewijde aangaan; waarlijk is omgang te hebben met de heiligen het hoogste wat de mens kan bereiken'."

(8) Sûta zei: "Na zich aldus uitgelaten te hebben ging hij, de meester van alle kennis, de beheerser van al de belichaamden en de grote heer en toevlucht van de rechtgeaarden, naar hem toe. (9) Hij, met het hebben stilgelegd van de functies van zijn denken, had geen weet, noch van hemzelf of de wereld om hem heen, noch van de aankomst van de twee over het universum heersende machten in persoon. (10) Dat begrijpend, drong Giris'a de Beheerser, de grote heer, middels zijn mystiek vermogen de etherische verborgenheid van hem binnen, net zoals de wind door een opening waait. (11-13) In hemzelf arriveerde toen S'iva met lokken helder als de bliksem, in het bezit van drie ogen en tien armen, oprijzend zo hoog als de zon. Samen met een tijgervel als kledingstuk, toonde hij zijn boog en drietand, pijlen en zwaard, schild, gebedskralen, damaru (een klein trommeltje), een bijl en een schedel. Toen hij hem waarnam zich zo plotseling manifesterend in zijn hart, zag de wijze daarop af van zijn vervoering, zich verrast afvragend: 'Wie is dit en waar is hij vandaan gekomen?'

(14) Zijn ogen openend en ziend dat heer Rudra was gearriveerd met Umâ en zijn metgezellen, bood de wijze met zijn hoofd de ene goeroe van de drie werelden zijn eerbetuigingen. (15) Hem samen met zijn gezelschap en Umâ bewees hij de eer met welkomstwoorden, zitplaatsen, water voor de voeten, water om te drinken, geparfumeerde olie, bloemenslingers, wierook en lampen. (16) Hij zei: 'O machtige, wat kan ik voor u betekenen, o Heer, u door wie, volledig bevredigd in uw eigen ervaring van de extase, de ganse wereld waarlijk tot vrede wordt gebracht? (17) Mijn respect voor u die de geaardheid onwetendheid bent toegewijd, voor u die verschrikkelijk bent in de keuze voor de geaardheid hartstocht en voor u die het plezier vergunt ten gunste van de geaardheid goedheid'."

(18) Sûta Gosvâmî zei: "Met deze woorden geprezen richtte hij, de machtige heer, de belangrijkste van de halfgoden en de toevlucht voor de waarachtigen, volmaakt tevreden gesteld, gelukkig van geest naar hem glimlachend het woord tot hem. (19) De grote heer zei: 'Alstublieft, doe naar uw keuze een wens bij ons, de drie [guna-avatâra-] heren van beheersing door de aanblik van wie een sterfelijk wezen de onsterfelijkheid bereikt. (20-21) De plaatselijke heersers en bewoners van alle werelden, ik, de grote heer Brahmâ en Hari, de Beheerser in eigen persoon, verheerlijken, aanbidden en staan die brahmanen bij die vroom zijn, vredig, vrij van gehechtheid, zorg dragen voor al de levende wezens en, vrij van vijandigheid met een gelijke blik, doelbewust onze toegewijden zijn. (22) Ze maken zelfs niet het geringste onderscheid tussen mij, de Onfeilbare en de ongeborene, noch tussen henzelf en andere mensen en om die reden bewijzen wij u de eer. (23) Enkele watervlakten zijn nog geen heilige oorden en beeltenissen zijn op zich levenloos; zij zuiveren de ziel pas na een lange tijd, maar u doet dat door enkel gezien te worden [zie ook 10.48: 31]. (24) De brahmanen die onze gedaanten vertegenwoordigd door de drie Veda's met zich dragen, en die door boetedoeningen, studie en concentratie in de yoga, [samyama] verzonken zijn in het Ware Zelf, betonen wij ons respect. (25) Zelfs de grootste zondaars en uitgestotenen vinden zuivering als ze u zien en over u vernemen, en wat dan te zeggen van het rechtstreeks tot u spreken? [zie ook 7.14: 17, 10.64: 41-42]"

(26) Sûta Gosvâmî zei: "Aldus vervuld van de woorden van hem die, gesierd met de maan, de essentie weerspiegelde van de religie, was de wijze, die met zijn oren het reservoir van de nectar indronk, niet voldaan. (27) Hij die door Vishnu's mâyâ zolang rondgedoold hebbend enorm was uitgeput, zag hoe door S'iva's nectargelijke woorden een berg van moeilijkheden was overwonnen en sprak tot hem. (28) S'rî Mârkandeya zei: 'Ach, hoe ondoorgrondelijk is voor belichaamde zielen met achting voor de heersers van het universum dit spel en vermaak van de grote beheersers waarin zij voor hen die door hen beheerst worden respect aan de dag leggen! (29) Over het algemeen is het zo dat de gezaghebbende sprekers, terwille van het aanvaarden van de religie, handelend optreden in het bewijzen van hun medeleven en het loven van de geconditioneerde zielen. (30) Door dergelijke handelingen bestaande uit Zijn materieel vermogen raakt, net als met de truuks van een goochelaar, de macht van de Fortuinlijke niet bedorven. (31-32) Zoals de Superziel vanuit Zijn geest [middels Hemzelf in de vorm van de Tijd] dit universum schept en er vervolgens in binnengaat [als avatâra's] doet Hij, als een persoon getuige van [zichzelf in] een droom, met de geaardheden die van actie zijn zich voor als de doener; Hem, de Allerhoogste Persoonlijkheid die [te werk gaand] middels de drie guna's het ware Zelf in relatie tot de geaardheden is, Hem de zuivere ongeëvenaarde geestelijk leraar die de gedaante van het Absolute is, bied ik mijn eerbetuigingen [zie B.G. 4: 13, 13: 30, 14: 19]. (33) Welke andere zegening inderdaad zou ik van u moeten verlangen, o alles doorvarende, wiens aanwezigheid zelve het hoogste is [dat men kan bereiken]; met de aanblik van u kan een persoon alles bereiken dat hij zich wenst, ongeacht wat hij zich wenst. (34) Van Hem, het Volkomene dat de Vervulling Brengt van Alle Verlangens, vraag ik echter één zegening: de niet aflatende toegewijde dienst voor zowel de Allerhoogste Persoonlijkheid van God als voor hen die, net als u, Hem zijn toegewijd'."

(35) Sûta Gosvâmî zei: "Aldus aanbeden en verheerlijkt met de goed geformuleerde woorden van de wijze, sprak S'arva de grote heer, daartoe aangemoedigd door zijn wederhelft: (36) 'O grote wijze zo vol van devotie voor Adhokshaja, moge wat door u is gewenst bewaarheid worden benevens roem tot het einde van de kalpa, vroomheid en vrijheid van ouderdom en de dood. (37) Laat er met de kennis van het drievoudige van de tijd [tri-kâlika] o brahmaan, en met de wijsheid plus de verzaking, er voor hem die het brahmaanse vermogen gegeven is, voor u, de status zijn van leraar van de purâna'."

(38) Sûta Gosvâmî zei: "Met het de wijze toekennen van deze zegeningen ging hij, de beheerser met de drie ogen, weg waarbij hij voor de godin van alles verslag deed wat hij [Mârkandeya] voorheen had gedaan en had ondervonden. (39) Hij, de beste van Bhrigu, die werkelijk het grootste van het grote van de yoga had verworven, reist vandaag de dag nog rond naar believen, op weg zijnd bij de genade van zijn exclusieve toewijding voor de Heer. (40) Dit is wat ik u kon beschrijven van het verbazingwekkende vermogen van de begoochelende energie van de Opperpersoon zoals ervaren door de intelligente Mârkandeya. (41) Ongekend als het is [dit leven van zeven kalpa's lang van de wijze], spreken sommigen die niet zo goed op de hoogte zijn erover als [zijnde niets meer dan] het sedert mensenheugenis rondgaan van de geconditioneerde levende wezens door de verstandsverbijsterende schepping van de Allerhoogste Persoon. (42) Voor die twee soorten mensen, o beste van Bhrigu, die aldus dan wel luisteren dan wel dit [verhaal] beschrijven dat doordrongen is van het vermogen van de Heer met het Wiel [van de Tijd] in Zijn hand, zal er niet de gang van een werelds bestaan zijn gebaseerd op karma."  

 next        

 
 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):

Lord S'iva and Umâ Glorify Mârkandeya Rishi

 

Tekst 1:

S'rî Sûta zei: "Hij op deze manier de macht van de yoga-mâyâ zoals beschikt door Nârâyana ervarend, ging enkel nog voor de toevlucht die Hij was.

Sûta Gosvâmî said: The Supreme Lord Nârâyana had arranged this opulent display of His bewildering potency. Mârkandeya Rishi, having experienced it, took shelter of the Lord.

 

Tekst 2:

S'rî Mârkandeya zei [hiertoe]: 'Ik heb me overgegeven aan de zolen van de voeten van U die de overgegeven zielen de onbevreesdheid brengt, o Heer van wie de begoochelende macht, zich voordoend als de kennis, zelfs de wijzen verbijstert'."

S'rî Mârkandeya said: O Lord Hari, I take shelter of the soles of Your lotus feet, which bestow fearlessness upon all who surrender to them. Even the great demigods are bewildered by Your illusory energy, which appears to them in the guise of knowledge.

   

Tekst 3

Sûta zei: "De grote heer [S'iva] vergezeld door Rudrânî [Umâ] en omringd door zijn gevolg, zag, reizend door de hemel op zijn stier, hem aldus in trance verzonken.

Sûta Gosvâmî said: Lord Rudra, traveling in the sky on his bull and accompanied by his consort, Rudrânî, as well as his personal associates, observed Mârkandeya in trance.

 

Tekst 4-5

Umâ die ziener gadeslaand zei toen tot Giris'a: 'Bezie deze man van scholing, die roerloos met zijn lichaam, zinnen en geest zo rustig is als het water en de vissen van de oceaan als de wind eenmaal is gaan liggen. Alsjeblieft, o jij die de verlener van de volmaaktheid der boete bent, zorg dat het voor hem bewaarheid wordt.'

Goddess Umâ, seeing the sage, addressed Lord Giris'a: My lord, just see this learned brâhmana, his body, mind and senses motionless in trance. He is as calm as the waters of the ocean when the wind has ceased and the fish remain still. Therefore, my lord, since you bestow perfection on the performers of austerity, please award this sage the perfection that is obviously due him.

   

Tekst 6

De grote heer zei: 'Ik ben er zeker van dat de brahmaanse ziener op geen enkel terrein welke zegening dan ook verlangt, zelfs niet de bevrijding; hij heeft de bovenzinnelijke toegewijde dienst bereikt voor de Allerhoogste Heer, de Onuitputtelijke Oorspronkelijke Persoon.

Lord S'iva replied: Surely this saintly brâhmana does not desire any benediction, not even liberation itself, for he has attained pure devotional service unto the inexhaustible Personality of Godhead.

 

Tekst 7

Laten we niettemin, Bhavanî, een gesprek met deze zuivere toegewijde aangaan; waarlijk is omgang te hebben met de heiligen het hoogste wat de mens kan bereiken'."

Still, my dear Bhavânî, let us talk with this saintly personality. After all, association with saintly devotees is man's highest achievement.

 

Tekst 8

Sûta zei: "Na zich aldus uitgelaten te hebben ging hij, de meester van alle kennis, de beheerser van al de belichaamden en de grote heer en toevlucht van de rechtgeaarden, naar hem toe.

Sûta Gosvâmî said: Having spoken thus, Lord S'ankara-the shelter of pure souls, master of all spiritual sciences and controller of all embodied living beings-approached the sage.

 

Tekst 9

Hij, met het hebben stilgelegd van de functies van zijn denken, had geen weet, noch van hemzelf of de wereld om hem heen, noch van de aankomst van de twee over het universum heersende machten in persoon.

Because Mârkandeya's material mind had stopped functioning, the sage failed to notice that Lord S'iva and his wife, the controllers of the universe, had personally come to see him. Mârkandeya was so absorbed in meditation that he was unaware of either himself or the external world.

 

Tekst 10

Dat begrijpend, drong Giris'a de Beheerser, de grote heer, middels zijn mystiek vermogen de etherische verborgenheid van hem binnen, net zoals de wind door een opening waait.

Understanding the situation very well, the powerful Lord S'iva employed his mystic power to enter within the sky of Mârkandeya's heart, just as the wind passes through an opening.

 

Tekst 11 - 13

In hemzelf arriveerde toen S'iva met lokken helder als de bliksem, in het bezit van drie ogen en tien armen, oprijzend zo hoog als de zon. Samen met een tijgervel als kledingstuk, toonde hij zijn boog en drietand, pijlen en zwaard, schild, gebedskralen, damaru (een klein trommeltje), een bijl en een schedel. Toen hij hem waarnam zich zo plotseling manifesterend in zijn hart, zag de wijze daarop af van zijn vervoering, zich verrast afvragend: 'Wie is dit en waar is hij vandaan gekomen?'

S'rî Mârkandeya saw Lord S'iva suddenly appear within his heart. Lord S'iva's golden hair resembled lightning, and he had three eyes, ten arms and a tall body that shone like the rising sun. He wore a tiger skin, and he carried a trident, a bow, arrows, a sword and a shield, along with prayer beads, a damaru drum, a skull and an ax. Astonished, the sage came out of his trance and thought, "Who is this, and where has he come from?"

 

Tekst 14

Zijn ogen openend en ziend dat heer Rudra was gearriveerd met Umâ en zijn metgezellen, bood de wijze met zijn hoofd de ene goeroe van de drie werelden zijn eerbetuigingen.

Opening his eyes, the sage saw Lord Rudra, the spiritual master of the three worlds, together with Umâ and Rudra's followers. Mârkandeya then offered his respectful obeisances by bowing his head.

 

Tekst 15

Hem samen met zijn gezelschap en Umâ bewees hij de eer met welkomstwoorden, zitplaatsen, water voor de voeten, water om te drinken, geparfumeerde olie, bloemenslingers, wierook en lampen.

Mârkandeya worshiped Lord S'iva, along with Umâ and S'iva's associates, by offering them words of welcome, sitting places, water for washing their feet, scented drinking water, fragrant oils, flower garlands and ârati lamps.

 

Tekst 16

Hij zei: 'O machtige, wat kan ik voor u betekenen, o Heer, u door wie, volledig bevredigd in uw eigen ervaring van de extase, de ganse wereld waarlijk tot vrede wordt gebracht?

Mârkandeya said: O mighty lord, what can I possibly do for you, who are fully satisfied by your own ecstasy? Indeed, by your mercy you satisfy this entire world.

 

Tekst 17

Mijn respect voor u die de geaardheid onwetendheid bent toegewijd, voor u die verschrikkelijk bent in de keuze voor de geaardheid hartstocht en voor u die het plezier vergunt ten gunste van de geaardheid goedheid'."

Again and again I offer my obeisances unto you, O all-auspicious transcendental personality. As the lord of goodness you give pleasure, in contact with the mode of passion you appear most fearful, and you also associate with the mode of ignorance.

 

Tekst 18

Sûta Gosvâmî zei: "Met deze woorden geprezen richtte hij, de machtige heer, de belangrijkste van de halfgoden en de toevlucht voor de waarachtigen, volmaakt tevreden gesteld, gelukkig van geest naar hem glimlachend het woord tot hem.

Sûta Gosvâmî said: Lord S'iva, the foremost demigod and the shelter of the saintly devotees, was satisfied by Mârkandeya's praise. Pleased, he smiled and addressed the sage.

 

Tekst 19

De grote heer zei: 'Alstublieft, doe naar uw keuze een wens bij ons, de drie [guna-avatâra-] heren van beheersing door de aanblik van wie een sterfelijk wezen de onsterfelijkheid bereikt.

Lord S'iva said: Please ask me for some benediction, since among all givers of benedictions, we three-Brahmâ, Vishnu and I-are the best. Seeing us never goes in vain, because simply by seeing us a mortal achieves immortality.

 

Tekst 20-21

De plaatselijke heersers en bewoners van alle werelden, ik, de grote heer Brahmâ en Hari, de Beheerser in eigen persoon, verheerlijken, aanbidden en staan die brahmanen bij die vroom zijn, vredig, vrij van gehechtheid, zorg dragen voor al de levende wezens en, vrij van vijandigheid met een gelijke blik, doelbewust onze toegewijden zijn.

The inhabitants and ruling demigods of all planets, along with Lord Brahmâ, the Supreme Lord Hari and I, glorify, worship and assist those brâhmanas who are saintly, always peaceful, free of material attachment, compassionate to all living beings, purely devoted to us, devoid of hatred and endowed with equal vision.

 

Tekst 22

Ze maken zelfs niet het geringste onderscheid tussen mij, de Onfeilbare en de ongeborene, noch tussen henzelf en andere mensen en om die reden bewijzen wij u de eer.

These devotees do not differentiate between Lord Vishnu, Lord Brahmâ and me, nor do they differentiate between themselves and other living beings. Therefore, because you are this kind of saintly devotee, we worship you.

 

Tekst 23

Enkele watervlakten zijn nog geen heilige oorden en beeltenissen zijn op zich levenloos; zij zuiveren de ziel pas na een lange tijd, maar u doet dat door enkel gezien te worden [zie ook 10.48: 31].

Mere bodies of water do not constitute holy places, nor are lifeless statues of the demigods actual worshipable deities. Because external vision fails to appreciate the higher essence of the holy rivers and the demigods, these purify only after a considerable time. But devotees like you purify immediately, just by being seen.

 

Tekst 24

De brahmanen die onze gedaanten vertegenwoordigd door de drie Veda's met zich dragen, en die door boetedoeningen, studie en concentratie in de yoga, [samyama] verzonken zijn in het Ware Zelf, betonen wij ons respect.

By meditating upon the Supreme Soul, performing austerities, engaging in Vedic study and following regulative principles, the brâhmanas sustain within themselves the three Vedas, which are nondifferent from Lord Vishnu, Lord Brahmâ and me. Therefore I offer my obeisances unto the brâhmanas.

 

Tekst 25

Zelfs de grootste zondaars en uitgestotenen vinden zuivering als ze u zien en over u vernemen, en wat dan te zeggen van het rechtstreeks tot u spreken? [zie ook 7.14: 17, 10.64: 41-42]"

Even the worst sinners and social outcastes are purified just by hearing about or seeing personalities like you. Imagine, then, how purified they become by directly speaking with you.

 

Tekst 26

Sûta Gosvâmî zei: "Aldus vervuld van de woorden van hem die, gesierd met de maan, de essentie weerspiegelde van de religie, was de wijze, die met zijn oren het reservoir van de nectar indronk, niet voldaan.

Sûta Gosvâmî said: Drinking with his ears Lord S'iva's nectarean words, full of the confidential essence of religion, Mârkandeya Rishi could not be satiated.

 

Tekst 27

Hij die door Vishnu's mâyâ zolang rondgedoold hebbend enorm was uitgeput, zag hoe door S'iva's nectargelijke woorden een berg van moeilijkheden was overwonnen en sprak tot hem.

Mârkandeya, having been forced by Lord Vishnu's illusory energy to wander about for a long time in the water of dissolution, had become extremely exhausted. But Lord S'iva's words of nectar vanquished his accumulated suffering. Thus he addressed Lord S'iva.

 

Tekst 28

S'rî Mârkandeya zei: 'Ach, hoe ondoorgrondelijk is voor belichaamde zielen met achting voor de heersers van het universum dit spel en vermaak van de grote beheersers waarin zij voor hen die door hen beheerst worden respect aan de dag leggen!

S'rî Mârkandeya said: It is indeed most difficult for embodied souls to understand the pastimes of the universal controllers, for such lords bow down to and offer praise to the very living beings they rule.

 

Tekst 29

Over het algemeen is het zo dat de gezaghebbende sprekers, terwille van het aanvaarden van de religie, handelend optreden in het bewijzen van hun medeleven en het loven van de geconditioneerde zielen.

Generally it is to induce embodied souls to accept religious principles that the authorized teachers of religion exhibit ideal behavior while encouraging and praising the proper behavior of others.

 

Tekst 30

Door dergelijke handelingen bestaande uit Zijn materieel vermogen raakt, net als met de truuks van een goochelaar, de macht van de Fortuinlijke niet bedorven.

This apparent humility is simply a show of mercy. Such behavior of the Supreme Lord and His personal associates, which the Lord effects by His own bewildering potency, does not spoil His power any more than a magician's powers are diminished by his exhibition of tricks.

 

Tekst 31-32

Zoals de Superziel vanuit Zijn geest [middels Hemzelf in de vorm van de Tijd] dit universum schept en er vervolgens in binnengaat [als avatâra's] doet Hij, als een persoon getuige van [zichzelf in] een droom, met de geaardheden die van actie zijn zich voor als de doener; Hem, de Allerhoogste Persoonlijkheid die [te werk gaand] middels de drie guna's het ware Zelf in relatie tot de geaardheden is, Hem de zuivere ongeëvenaarde geestelijk leraar die de gedaante van het Absolute is, bied ik mijn eerbetuigingen [zie B.G. 4: 13, 13: 30, 14: 19].

I offer my obeisances to that Supreme Personality of Godhead, who has created this entire universe simply by His desire and then entered into it as the Supersoul. By making the modes of nature act, He seems to be the direct creator of this world, just as a dreamer seems to be acting within his dream. He is the owner and ultimate controller of the three modes of nature, yet He remains alone and pure, without any equal. He is the supreme spiritual master of all, the original personal form of the Absolute Truth.

 

Tekst 33

Welke andere zegening inderdaad zou ik van u moeten verlangen, o alles doorvarende, wiens aanwezigheid zelve het hoogste is [dat men kan bereiken]; met de aanblik van u kan een persoon alles bereiken dat hij zich wenst, ongeacht wat hij zich wenst.

O all-pervading lord, since I have received the benediction of seeing you, what other benediction can I ask for? Simply by seeing you, a person fulfills all his desires and can achieve anything imaginable.

 

Tekst 34

Van Hem, het Volkomene dat de Vervulling Brengt van Alle Verlangens, vraag ik echter één zegening: de niet aflatende toegewijde dienst voor zowel de Allerhoogste Persoonlijkheid van God als voor hen die, net als u, Hem zijn toegewijd'."

But I do request one benediction from you, who are full of all perfection and able to shower down the fulfillment of all desires. I ask to have unfailing devotion for the Supreme Personality of Godhead and for His dedicated devotees, especially you.

 

Tekst 35

Sûta Gosvâmî zei: "Aldus aanbeden en verheerlijkt met de goed geformuleerde woorden van de wijze, sprak S'arva de grote heer, daartoe aangemoedigd door zijn wederhelft:

Sûta Gosvâmî said: Thus worshiped and glorified by the eloquent statements of the sage Mârkandeya, Lord S'arva [S'iva], encouraged by his consort, replied to him as follows.

 

Tekst 36

'O grote wijze zo vol van devotie voor Adhokshaja, moge wat door u is gewenst bewaarheid worden benevens roem tot het einde van de kalpa, vroomheid en vrijheid van ouderdom en de dood.

O great sage, because you are devoted to Lord Adhokshaja, all your desires will be fulfilled. Until the very end of this creation cycle, you will enjoy pious fame and freedom from old age and death.

 

Tekst 37

Laat er met de kennis van het drievoudige van de tijd [tri-kâlika] o brahmaan, en met de wijsheid plus de verzaking, er voor hem die het brahmaanse vermogen gegeven is, voor u, de status zijn van leraar van de purâna'."

O brâhmana, may you have perfect knowledge of past, present and future, along with transcendental realization of the Supreme, enriched by renunciation. You have the brilliance of an ideal brâhmana, and thus may you achieve the post of spiritual master of the Purânas.

 

Tekst 38

Sûta Gosvâmî zei: "Met het de wijze toekennen van deze zegeningen ging hij, de beheerser met de drie ogen, weg waarbij hij voor de godin van alles verslag deed wat hij [Mârkandeya] voorheen had gedaan en had ondervonden.

Sûta Gosvâmî said: Having thus granted Mârkandeya Rishi benedictions, Lord S'iva went on his way, continuing to describe to goddess Devî the accomplishments of the sage and the direct exhibition of the Lord's illusory power that he had experienced.

 

Tekst 39

Hij, de beste van Bhrigu, die werkelijk het grootste van het grote van de yoga had verworven, reist vandaag de dag nog rond naar believen, op weg zijnd bij de genade van zijn exclusieve toewijding voor de Heer.

Mârkandeya Rishi, the best of the descendants of Bhrigu, is glorious because of his achievement of perfection in mystic yoga. Even today he travels about this world, fully absorbed in unalloyed devotion for the Supreme Personality of Godhead.

 

Tekst 40

Dit is wat ik u kon beschrijven van het verbazingwekkende vermogen van de begoochelende energie van de Opperpersoon zoals ervaren door de intelligente Mârkandeya.

I have thus narrated to you the activities of the highly intelligent sage Mârkandeya, especially how he experienced the amazing power of the Supreme Lord's illusory energy.

 

Tekst 41

Ongekend als het is [dit leven van zeven kalpa's lang van de wijze], spreken sommigen die niet zo goed op de hoogte zijn erover als [zijnde niets meer dan] het sedert mensenheugenis rondgaan van de geconditioneerde levende wezens door de verstandsverbijsterende schepping van de Allerhoogste Persoon.

Although this event was unique and unprecedented, some unintelligent persons compare it to the cycle of illusory material existence the Supreme Lord has created for the conditioned souls-an endless cycle that has been continuing since time immemorial.

 

Tekst 42

Voor die twee soorten mensen, o beste van Bhrigu, die aldus dan wel luisteren dan wel dit [verhaal] beschrijven dat doordrongen is van het vermogen van de Heer met het Wiel [van de Tijd] in Zijn hand, zal er niet de gang van een werelds bestaan zijn gebaseerd op karma."  

O best of the Bhrigus, this account concerning Mârkandeya Rishi conveys the transcendental potency of the Supreme Lord. Anyone who properly narrates or hears it will never again undergo material existence, which is based on the desire to perform fruitive activities.

  

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties