De
zoon van Vyâsa zei: 'Toen, bezochten op een dag
Sankarshana en Acyuta, de twee zoons van Vasudeva, Hun vader
die, nadat Ze zijn voeten hadden geëerd, Hen liefdevol
begroette en Hen toesprak.
S'rî
Bâdarâyani said: One day the two sons of
Vasudeva - Sankarshana and Acyuta - came to pay him
respects, bowing down at his feet. Vasudeva greeted Them
with great affection and spoke to Them. (Vedabase)
Tekst
2
Nadat hij de
woorden van de wijzen had gehoord met betrekking tot de
vermogens van zijn twee zoons, was hij mede door Hun dappere
daden van Hen overtuigd geraakt en zei hij, Ze bij hun naam
aansprekend:
Having
heard the great sages' words concerning the power of his two
sons, and having seen Their valorous deeds, Vasudeva became
convinced of Their divinity. Thus, addressing Them by name,
he spoke to Them as follows. (Vedabase)
Tekst
3
'Krishna, o
Krishna, o grootste yogi; o eeuwige Sankarshana, ik weet dat
Jullie twee hier de rechtstreekse vertegenwoordigers zijn van
de primaire natuur [of pradhâna]
en het mannelijk principe [de purusha
of persoon].
[Vasudeva
said:] O Krishna, Krishna, best of yogîs, O
eternal Sankarshana! I know that You two are personally the
source of universal creation and the ingredients of creation
as well. (Vedabase)
Tekst
4
Wat, hoe en
wanneer ook, in, door, van, met of voor dit [universum]
zijn bestaan vindt, vertegenwoordigt allemaal rechtstreeks Hem
van het Overwicht, de Allerhoogste Heer, de oorspronkelijke
natuur en persoon.
You
are the Supreme Personality of Godhead, who manifest as the
Lord of both nature and the creator of nature
[Mahâ-Vishnu]. Everything that comes into
existence, however and whenever it does so, is created
within You, by You, from You, for You and in relation to
You. (Vedabase)
Tekst
5
Dit gevarieerde
universum dat Je uit Jezelf schiep, o Heer van het Voorbije,
handhaaf Jij, o Ongeborene, er Zelf in binnengaand, als de
Opperziel en het levensbeginsel van de vitaliteit en de
individualiteit.
O
transcendental Lord, from Yourself You created this entire
variegated universe, and then You entered within it in Your
personal form as the Supersoul. In this way, O unborn
Supreme Soul, as the life force and consciousness of
everyone, You maintain the creation. (Vedabase)
Tekst
6
Van beide
[de levende en niet levende] bestaansvormen welke,
verschillend als ze zijn en allen behorend tot het
Allerhoogste, dus afhankelijk zijn, ben Jij de Ene die het
creatieve vermogen vormt dat schuilt in de levensadem en in de
overige basiselementen van het universum [zie ook
2.5:
32-33].
Whatever
potencies the life air and other elements of universal
creation exhibit are actually all personal energies of the
Supreme Lord, for both life and matter are subordinate to
Him and dependent on Him, and also different from one
another. Thus everything active in the material world is set
into motion by the Supreme Lord. (Vedabase)
Tekst
7
De gloed, de
glans, de helderheid, het afzonderlijke van de maan, het vuur,
de zon, de sterren en de bliksem [B.G.
15: 12],
het permanente van de bergen en de geur en ondersteunende
kracht van de aarde, zijn allen Jou in
werkelijkheid.
The
glow of the moon, the brilliance of fire, the radiance of
the sun, the twinkling of the stars, the flash of lightning,
the permanence of mountains and the aroma and sustaining
power of the earth - all these are actually You.
(Vedabase)
Tekst
8
Het lessende,
het levenbrengende van water alsook het water zelf en haar
smaak ben Jij o Heer. O Beheerser, van Jouw is er op basis van
de lucht [zoals men dat zegt] de lichaamswarmte, de
levenskracht op lichamelijk en geestelijk gebied, de
ondernemingszin en het zich bewegen [zie ook
B.G.
11: 39].
My
Lord, You are water, and also its taste and and its
capacities to quench thirst and sustain life. You exhibit
Your potencies through the manifestations of the air as
bodily warmth, vitality, mental power, physical strength,
endeavor and movement. (Vedabase)
Tekst
9
Jij bent de
windrichtingen en de gebieden die ze beschrijven, de
alomtegenwoordige ether en het elementaire geluid dat erbij
hoort. Jij bent de oerklank die de lettergreep AUM vormt en de
differentiatie ervan in bepaalde vormen [van taal, zie ook
B.G.
7: 8].
You
are the directions and their accommodating capacity, the
all-pervading ether and the elemental sound residing within
it. You are the primeval, unmanifested form of sound; the
first syllable, om; and audible speech, by which sound, as
words, acquires particular references. (Vedabase)
Tekst
10
Jij bent van de
zinnen de macht van het waarnemen, Je bent hun goden [zie
ook 3.12:
26] en van
hen ben Je de genade; Jij bent van de intelligentie de macht te
beslissen en van het levend wezen ben Je het vermogen zich de
dingen te herinneren zoals ze zijn [B.G.
7: 10 &
15:
15].
You
are the power of the senses to reveal their objects, the
senses' presiding demigods, and the sanction these demigods
give for sensory activity. You are the capacity of the
intelligence for decision-making, and the living being's
ability to remember things accurately. (Vedabase)
Tekst
11
Jij, de
voorwereldlijke Oorzaak aller Oorzaken, bent de bron van de
stoffelijke elementen [tamas], de hartstochten
der zinnen [rajas] en de stroom van bewustzijn
van de scheppende goden [sattva, zie ook
B.G.
14].
You
are false ego in the mode of ignorance, which is the source
of the physical elements; false ego in the mode of passion,
which is the source of the bodily senses; false ego in the
mode of goodness, which is the source of the demigods; and
the unmanifest, total material energy, which underlies
everything. (Vedabase)
Tekst
12
Van de
bestaansvormen die onderworpen zijn aan vernietiging in deze
wereld ben Jij het onvergankelijk wezen, zoals de grondstof is
in verhouding tot haar transformaties.
You
are the one indestructible entity among all the destructible
things of this world, like the underlying substance that is
seen to remain unchanged while the things made from it
undergo transformations. (Vedabase)
Tekst
13
De geaardheden
der goedheid, hartstocht en onwetendheid en hun functies zijn
op deze manier binnenin Jou, binnen de Allerhoogste Absolute
Waarheid, gereguleerd door het inwendig vermogen [de
yogamâyâ van Je spel en
vermaak].
The
modes of material nature - namely goodness, passion and
ignorance - together with all their functions, become
directly manifest within You, the Supreme Absolute Truth, by
the arrangement of Your Yogamâyâ.
(Vedabase)
Tekst
14
Op basis
daarvan worden deze bestaansvormen niet [werkelijk]
vernietigd als ze - andere keren inderdaad niet materieel
zijnde - geconditioneerd in Jou als voortbrengselen van de
schepping, Jou ook in hen aanwezig hebben [als een gelover,
als de levenskracht caitanya,
een eeuwig bevrijde, nitya-mukta,
bewuste ziel of een jîvâtmâ,
zie B.G
2: 12,
9:
4-5 &
8:
19].
Thus
these created entities, transformations of material nature,
do not exist except when material nature manifests them
within You, at which time You also manifest within them. But
aside from such periods of creation, You stand alone as the
transcendental reality. (Vedabase)
Tekst
15
Zij dan zijn in
deze wereld onwetend die, falend in het doorgronden van de
bestemming die de Ziel van Alles is, er door hun karma toe
gedreven zijn zich rond te bewegen in de stroom van de
materiële oceaan.
They
are truly ignorant who, while imprisoned within the
ceaseless flow of this world's material qualities, fail to
know You, the Supreme Soul of all that be, as their
ultimate, sublime destination. Because of their ignorance,
the entanglement of material work forces such souls to
wander in the cycle of birth and death. (Vedabase)
Tekst
16
Op de een of
andere manier in dit leven de felst begeerde status van een
menselijke leven te hebben bereikt - een status die zo moeilijk
te verwerven is -, kan iemand die begoocheld is door de
materiële energie [zoals ik], o Beheerser,
[niettemin] zijn hele leven in verwarring hebben
doorgebracht over wat zijn eigenbelang zou zijn.
By
good fortune a soul may obtain a healthy human life - an
opportunity rarely achieved. But if he is nonetheless
deluded about what is best for him, O Lord, Your illusory
Mâyâ will cause him to waste his entire life.
(Vedabase)
Tekst
17
Met
Jij die allen in deze wereld samenbindt met de touwen der
genegenheid is er met het lichaam en het nageslacht en andere
relaties het 'dit ben ik' en 'dezen zijn van mij' dat erbij
komt kijken [zie ook
b.v. 2.9:
2,
4.28:
17,
4.29:
5,
5.5:
8 en
6.16:
41].
You
keep this whole world bound up by the ropes of affection,
and thus when people consider their material bodies, they
think, "This is me," and when they consider their progeny
and other relations, they think, "These are mine."
(Vedabase)
Tekst
18
Jullie twee
zijn niet onze zoons maar duidelijk de Beheersers van
pradhâna en purusha die nederdaalden om de
last aan heersers weg te nemen van de aarde, zoals Jullie het
Zelf gezegd hebben [10.50:
7-10].
You
are not our sons but the very Lords of both material nature
and its creator [Mahâ-Vishnu]. As You Yourself
have told us, You have descended to rid the earth of the
rulers who are a heavy burden upon her. (Vedabase)
Tekst
19
Daarom zoek ik
vandaag Je beschutting, de lotusvoeten welke, van hen die zich
overgaven, zij die te lijden hebben, de angst wegnemen van het
verstrikt zijn o Vriend, en dat is alles. Genoeg, genoeg heb ik
van dat gesmacht naar zinsbevrediging dat me bindt aan mijn
sterfelijkheid en me Jou, de Allerhoogste, doet beschouwen als
zijnde mijn kind.
Therefore,
O friend of the distressed, I now approach Your lotus feet
for shelter - the same lotus feet that dispel all fear of
worldly existence for those who have surrendered to them.
Enough! Enough with hankering for sense enjoyment, which
makes me identify with this mortal body and think of You,
the Supreme, as my child. (Vedabase)
Tekst
20
In de
kraamkamer zei Je inderdaad [zie 10.3:
44] dat
Jij, toen Je ter wereld kwam met ons, de Ongeborene was die zo
tijdperk na tijdperk optreedt ter verdediging van Je dharma en
daarbij als een wolk verschillende lichamen aanneemt en weer
loslaat [zie B.G. 4:
8]; o, wie
kan het mystiek vermogen en de veelvoud doorgronden van Jou, de
Heer die alles doordringt en alom gevierd wordt?'
Indeed,
while still in the maternity room You told us that You, the
unborn Lord, had already been born several times as our son
in previous ages. After manifesting each of these
transcendental bodies to protect Your own principles of
religion, You then made them unmanifest, thus appearing and
disappearing like a cloud. O supremely glorified,
all-pervading Lord, who can understand the mystic, deluding
potency of Your opulent expansions? (Vedabase)
Tekst
21
S'rî
S'uka zei: 'Nadat Hij had gehoord wat Zijn vader zo zei, gaf de
Allerhoogste Heer, de beste der Sâtvata's nederig buigend
en breed glimlachend met een vriendelijke stem antwoord.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Having heard His father's words,
the Supreme Lord, leader of the Sâtvatas, replied in a
gentle voice as He bowed His head in humility and smiled.
(Vedabase)
Tekst
22
De Opperheer
zei: 'Ik beschouw deze woorden van u als zeer toepasselijk
vader, omdat u met het naar Ons, uw Zoons, verwijzen u het
volledige van de werkelijkheid onder woorden hebt
gebracht.
The
Supreme Lord said: My dear father, I consider your
statements appropriate, since you have explained the various
categories of existence by referring to Us, your sons.
(Vedabase)
Tekst
23
Ik, u, Hij,
Mijn broer, en deze bewoners van Dvârakâ, moeten
tezamen met alles wat rondbeweegt en niet rondbeweegt, allen op
dezelfde manier worden bekeken [als expansies van Mij],
o beste van de Yadu's [B.G. 9:
5 &
15
en de siddhânta].
Not
only I, but also you, along with My respected brother and
these residents of Dvârakâ, should all be
considered in this same philosophical light, O best of the
Yadus. Indeed, we should include all that exists, both
moving and nonmoving. (Vedabase)
Tekst
24
De Allerhoogste
Ziel is waarlijk één, zelfverlicht, eeuwig en van
de rest onderscheiden; terwijl Hij vrij is van de geaardheden
ziet men Hem als veelvormig, met Zijn met behulp van de
geaardheden uit Zichzelf geschapen hebben van de materiële
verschijningsvormen die bij die geaardheden
horen.
The
supreme spirit, Paramâtmâ, is indeed one. He is
self-luminous and eternal, transcendental and devoid of
material qualities. But through the agency of the very modes
He has created, the one Supreme Truth manifests as many
among the expansions of those modes. (Vedabase)
Tekst
25
Het is als met
de ether, de lucht, het vuur, het water en de aarde die - een
enkel element zijnde - afhankelijk van waar ze zich bevinden,
in hun voortbrengselen, of ze nu gemanifesteerd of niet
gemanifesteerd zijn, klein dan wel groot, zich vertonen als een
veelvoud [zie ook B.G. 13:
31].'
The
elements of ether, air, fire, water and earth become
visible, invisible, minute or extensive as they manifest in
various objects. Similarly, the Paramâtmâ,
though one, appears to become many. (Vedabase)
Tekst
26
S'rî
S'uka zei: 'Vasudeva die op die manier werd toegesproken door
de Allerhoogste Heer, o Koning, raakte bevrijd van zijn denken
in tegenstellingen en werd, innerlijk voldaan,
stil.
S'ukadeva
Gosvâmî said: O King, hearing these instructions
spoken to him by the Supreme Lord, Vasudeva became freed
from all ideas of duality. Satisfied at heart, he remained
silent. (Vedabase)
Tekst
27-28
Toen op die
plaats, o beste der Kuru's, verzocht duidelijk en helder
Devakî, de aanbiddelijke godin van een ieder die tot haar
grote verbazing had vernomen van [het terughalen van]
de zoon van Hun goeroe [10.45],
Krishna en Râma om haar eigen zoons die door Kamsa waren
vermoord terug te brengen; en terugblikkend bij die gedachten
was ze verdrietig en sprak ze innerlijk verscheurd met tranen
in haar ogen.
At
that time, O best of the Kurus, the universally worshiped
Devakî took the opportunity to address her two sons,
Krishna and Balarâma. Previously she had heard with
astonishment that They had brought Their spiritual master's
son back from death. Now, thinking of her own sons who had
been murdered by Kamsa, she felt great sorrow, and thus with
tear-filled eyes she beseeched Krishna and Balarâma.
(Vedabase)
Tekst
29
S'rî
Devakî zei: 'Râma, o Râma, o Onpeilbare Ziel;
o Krishna, Leraar der Yogaleraren, ik weet dat Jullie beiden de
Oorspronkelijke Persoonlijkheden zijn, de Meesters van de
Scheppers van het Universum [zie ook catur-vyûha].
S'rî
Devakî said: O Râma, Râma, immeasurable
Supreme Soul! O Krishna, Lord of all masters of yoga! I know
that You are the ultimate rulers of all universal creators,
the primeval Personalities of Godhead. (Vedabase)
Tekst
30
Jullie zijn nu
uit mij geboren nedergedaald vanwege de koningen die, in
weerwil van de geschriften levend en met hun goede
eigenschappen vernietigd door de tijd [van
Kali-yuga],
een overlast voor de wereld werden.
Taking
birth from me, You have now descended to this world in order
to kill those kings whose good qualities have been destroyed
by the present age, and who thus defy the authority of
revealed scriptures and burden the earth. (Vedabase)
Tekst
31
O Ziel van
Allen der Schepping, vandaag kwam ik voor mijn beschutting naar
Hem toe, naar Jou, die door een gedeeltelijke expansie [de
geaardheden] van een expansie [de materiële
energie] van een expansie [Nârâyana]
aanleiding geeft tot het voortbrengen, gedijen en weer
teloorgaan van het universum [zie ook 2.5].
O
Soul of all that be, the creation, maintenance and
destruction of the universe are all carried out by a
fraction of an expansion of an expansion of Your expansion.
Today I have come to take shelter of You, the Supreme Lord.
(Vedabase)
Tekst
32-33
Er word beweerd
dat Jullie, die van Je goeroe de opdracht kregen zijn reeds
lang geleden gestorven zoon terug te halen, hem vanuit het
bereik van de voorvaderen weer terughaalden als een gift uit
dankbaarheid voor Jullie geestelijk leraar. AlsJeblieft, o
Jullie twee Meesters van de Yogameesters, beantwoordt op
dezelfde manier aan mijn verlangen: ik zou graag mijn zoons
teruggebracht zien die door Kamsa ter dood werden gebracht
[zie 10.4].'
It
is said that when Your spiritual master ordered You to
retrieve his long- dead son, You brought him back from the
forefathers' abode as a token of remuneration for Your
guru's mercy. Please fulfill my desire in the same way, O
supreme masters of all yoga masters. Please bring back my
sons who were killed by the King of Bhoja, so that I may see
them once again. (Vedabase)
Tekst
34
De rishi
[S'uka] zei: 'Aldus ertoe verzocht door Hun moeder, o
afstammeling van Bharata gingen Râma en Krishna met
gebruik van Hun inwendig vermogen de lagere wereld van Sutala
binnen [zie 5.24:
18].
The
sage S'ukadeva said: Thus entreated by Their mother, O
Bhârata, Balarâma and Krishna employed Their
mystic Yogamâyâ potency and entered the region
of Sutala. (Vedabase)
Tekst
35
Daar
binnentredend stond de daitya koning [Bali]
meteen op om tezamen met zijn hofhouding voor Hen te buigen.
Hij was overmand door de vreugde Hen te zien, de Opperziel en
Godheid van het Universum die zijn favoriete goddelijkheid van
aanbidding vormden.
When
the King of the Daityas, Bali Mahârâja, noticed
the arrival of the two Lords, his heart overflowed with joy,
since he knew Them to be the Supreme Soul and worshipable
Deity of the entire universe, and especially of himself. He
immediately stood up and then bowed down to offer respects,
along with his entire entourage. (Vedabase)
Tekst
36
Koninklijke
zetels voor Ze halend, was hij, toen Ze waren gezeten, er
gelukkig mee de twee Grote Zielen Hun voeten te wassen, en
daarvan nam hij samen met zijn volgelingen het water [op
hun hoofden] dat zuiverde tot aan Brahmâ
toe.
Bali
took pleasure in offering Them elevated seats. After They
sat down, he washed the feet of the two Supreme
Personalities. Then he took that water, which purifies the
whole world even up to Lord Brahmâ, and poured it upon
himself and his followers. (Vedabase)
Tekst
37
Hij, van
aanbidding met al de weelde die hij en zijn familie bezaten,
bood Hen aldus de meest kostbare rijkdommen, kleding,
sierselen, geurige smeersels, betelnoot, lampen, nectargelijk
voedsel en zo meer [*].
He
worshiped Them with all the riches at his disposal -
priceless clothing, ornaments, fragrant sandalwood paste,
betel nut, lamps, sumptuous food and so on. Thus he offered
Them all his family's wealth, and also his own self.
(Vedabase)
Tekst
38
Hij die Indra
had overwonnen [zie 8.15]
sprak, telkens weer opnieuw de voeten van de Opperheer
vastgrijpend, met een hart vertederd van liefde, met tranen in
zijn ogen van de vervoering en zijn haren overeind, o Koning,
toen met een verstikte stem.
Taking
hold of the Lords' lotus feet again and again, Bali, the
conqueror of Indra's army, spoke from his heart, which was
melting out of his intense love. O King, as tears of ecstasy
filled his eyes and the hair on his limbs stood on end, he
began to speak with faltering words. (Vedabase)
Tekst
39
Bali zei: 'Mijn
eerbetoon voor Ananta, het Grootste Wezen; mijn eerbetuigingen
voor Krishna, de Absolute Waarheid, de Superziel, de Verbreider
en Schepper van de analytische kennis [sânkhya,
zie 3.25-32]
en de wetenschap van de [bhakti-]yoga.
King
Bali said: Obeisances to the unlimited Lord, Ananta, the
greatest of all beings. And obeisances to Lord Krishna, the
creator of the universe, who appears as the impersonal
Absolute and the Supersoul in order to disseminate the
principles of sânkhya and yoga.
(Vedabase)
Tekst
40
U voor ogen
hebben is inderdaad iets dat, hoewel door de levende wezens
zelden bereikt, niettemin nog steeds voor mensen als wij, die
van nature in de hartstocht en de onwetendheid verkeren, niet
moeilijk voor elkaar te krijgen is met de inspanning die U zich
getroost om ons op Uw eigen initiatief te bereiken [zie
B.G. 3:
21-23].
Seeing
You Lords is a rare achievement for most living beings. But
even persons like us, situated in the modes of passion and
ignorance, can easily see You when You reveal Yourself by
Your own sweet will. (Vedabase)
Tekst
41-43
De zonen van
Diti en Dânu, de zangers van de hemel, de vervolmaakten,
de wetenschappers, de eerbiedwaardigen, de schatbewaarders, de
wilden, de vleeseters en de paranormalen, de mystici, de
politici, wij en anderen zoals zij, voelen ons tot Je
aangetrokken ondanks het feit dat we voortdurend ons verbijten
in een zekere rancune tegen de Rechtstreekse Belichaming van de
Zuivere Goedheid in de goddelijke gedaante van de geopenbaarde
geschriften; sommigen zijn bijzonder obstinaat met
hatelijkheid, sommigen zijn van toewijding met nevenmotieven,
terwijl de verlichte zielen en de rest die zich verlustigt in
de goedheid, zich in het geheel niet zo aangetrokken voelen
[vergelijk: het âtmârâma-vers
1.7:10].
Many
who had been constantly absorbed in enmity toward You
ultimately became attracted to You, who are the direct
embodiment of transcendental goodness and whose divine form
comprises the revealed scriptures. These reformed enemies
include Daityas, Dânavas, Gandharvas, Siddhas,
Vidyâdharas, Câranas, Yakshas, Râkshasas,
Pis'âcas, Bhûtas, Pramathas and Nâyakas,
and also ourselves and many others like us. Some of us have
become attracted to You because of exceptional hatred, while
others have become attracted because of their mood of
devotion based on lust. But the demigods and others
infatuated by material goodness feel no such attraction for
You. (Vedabase)
Tekst
44
O Man der
Beheersing, als zelfs niet de meesters van de begoochelende
macht van Uw yoga kennen die hoofdzakelijk in dit soort termen
[van het svarûpa
en vis'esha
identiteitsspel] wordt gekenschetst, wat houdt dat dan wel
niet voor ons in?
What
to speak of ourselves, O Lord of all perfect yogîs,
even the greatest mystics do not know what Your spiritual
power of delusion is or how it acts. (Vedabase)
Tekst
45
Daarom, o
toevlucht van de lotusvoeten waar de onzelfzuchtigen hun geest
op richten, heb genade met me en leidt me weg uit de donkere
put van het huishoudelijk bestaan, zodat ik in vrede alleen
moge rondtrekken of dat anders samen kan doen met de vrienden
van allen [de heiligen, toegewijden, Vaishnava's,
wensbomen]
die een ieder in de wereld behulpzaam zijn en aan wiens voeten
men kan vinden wat men in het leven nodig heeft [de
'vritti'].
Please
be merciful to me so I may get out of the blind well of
family life - my false home - and find the true shelter of
Your lotus feet, which selfless sages always seek. Then,
either alone or in the company of great saints, who are the
friends of everyone, I may wander freely, finding life's
necessities at the feet of the universally charitable trees.
(Vedabase)
Tekst
46
AlstUblieft
geef ons leiding o beheerser van hen die beheerst zijn, maak
ons zondeloos o Meester, maak van ons een persoon die met
geloof tewerkgaand vrijkomt van [schriftuurlijke]
fixaties.'
O
Lord of all subordinate creatures, please tell us what to do
and thus free us of all sin. One who faithfully executes
Your command, O master, is no longer obliged to follow the
ordinary Vedic rites. (Vedabase)
Tekst
47
De Opperheer
zei: 'Eens, ten tijde van de eerste Manu, waren er van
Marîci zes zonen geboren uit Ûrnâ, halfgoden,
die lachten toen ze zagen dat hij die van de liefde is
['kam', of Brahmâ in dit geval] wilde
copuleren met zijn dochter [genaamd Vâk, zie
3.12:
28-35,
vergelijk 3.20:
23].
The
Supreme Lord said: During the age of the first Manu, the
sage Marîci had six sons by his wife Ûrnâ.
They were all exalted demigods, but once they laughed at
Lord Brahmâ when they saw him preparing to have sex
with his own daughter. (Vedabase)
Tekst
48-49
Vanwege die
overtreding belandden ze prompt in een baarmoeder waar ze door
Hiranyakas'ipu verwekt waren. Ze werden toen door
Yogamâyâ overgebracht om geboorte te nemen uit de
schoot van Devakî, o Koning, en werden door Kamsa
vermoord. Zij weeklaagt over hen als zijnde haar zoons; zij,
deze zelfde zoons leven hier nu bij u [zie ook
**
en 10.2*].
Because
of that improper act, they immediately entered a demoniac
form of life, and thus they took birth as sons of
Hiranyakas'ipu. The goddess Yogamâyâ then took
them away from Hiranyakas'ipu, and they were born again from
Devakî's womb. After this, O King, Kamsa murdered
them. Devakî still laments for them, thinking of them
as her sons. These same sons of Marîci are now living
here with you. (Vedabase)
Tekst
50
We willen ze
hier weghalen om een einde te maken aan de droefenis van hun
moeder; als daarna de vloek is opgeheven zullen ze bevrijd van
de ellende naar hun eigen wereld terugkomen.
We
wish to take them from this place to dispel their mother's
sorrow. Then, released from their curse and free from all
suffering, they will return to their home in heaven.
(Vedabase)
Tekst
51
Bij Mijn genade
zullen deze zes - Smara [Kîrtimân, zie
10.1:
57],
Udgîtha, Parishvanga, Patanga, Kshudrabhrit
en Ghrinî - terugkeren naar de bestemming der
geheiligden.'
By
My grace these six - Smara, Udgîtha, Parishvanga,
Patanga, Kshudrabhrit en Ghrinî - will return to the
abode of pure saints. (Vedabase)
Tekst
52
Na aldus te
hebben gesproken namen Ze, beiden geëerd door Bali, hen
mee terug naar Dvârakâ en presenteerden Ze de zoons
aan hun moeder.
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] After saying this, Lord
Krishna and Lord Balarâma, having been duly worshiped
by Bali Mahârâja, took the six sons and returned
to Dvârakâ, where They presented them to Their
mother. (Vedabase)
Tekst
53
Toen de godin
de jongens weer zag deed de liefde voor haar zoons haar borsten
vloeien. Ze nam ze op haar schoot en omhelsde ze, waarbij ze
keer op keer hun hoofden besnuffelde.
When
she saw her lost children, Goddess Devakî felt such
affection for them that milk flowed from her breasts. She
embraced them and took them onto her lap, smelling their
heads again and again. (Vedabase)
Tekst
54
Verbijsterd
door Vishnu's begoochelend vermogen als gevolg waarvan de
schepping zijn bestaan vindt, liet ze liefdevol haar zoons
drinken van haar borsten die nat waren zo gauw ze hen
aanraakten.
Lovingly
she let her sons drink from her breast, which became wet
with milk just by their touch. She was entranced by the same
illusory energy of Lord Vishnu that initiates the creation
of the universe. (Vedabase)
Tekst
55-56
Nadat ze van
haar nectargelijke melk hadden gedronken die over was van de
melk die de hanteerder van de Knots dronk [voordat Vasudeva
Hem naar Gokula droeg], herkregen ze, omdat ze in aanraking
kwamen met het lichaam van Nârâyana, het bewustzijn
van hun oorspronkelijke zelven. Buigend voor Govinda,
Devakî, hun vader en Balarâma gingen ze, voor ogen
van iedereen, naar de plaats waar de goden zich ophouden.
By
drinking her nectarean milk, the remnants of what Krishna
Himself had previously drunk, the six sons touched the
transcendental body of the Lord, Nârâyana, and
this contact awakened them to their original identities.
They bowed down to Govinda, Devakî, their father and
Balarâma, and then, as everyone looked on, they left
for the abode of the demigods. (Vedabase)
Tekst
57
Met het
aanschouwen van dit wederkeren en weer vertrekken van de doden,
dacht de goddelijke Devakî in grote verwondering na over
de magie zoals die was beschikt door Krishna, o
Koning.
Seeing
her sons return from death and then depart again, saintly
Devakî was struck with wonder, O King. She concluded
that this was all simply an illusion created by Krishna.
(Vedabase)
Tekst
58
Van Krishna, de
Opperziel die onbegrensd is in Zijn heldenmoed, bestaan er
eindeloos veel heldendaden als deze, o nazaat van
Bharata.'
S'rî
Krishna, the Supreme Soul, the Lord of unlimited valor,
performed countless pastimes just as amazing as this one, O
descendant of Bharata. (Vedabase)
Tekst
59
S'rî
Sûta zei [te Naimishâranya,
1.1:
4]: "Wie
ook die, zoals beschreven door Vyâsa's gerespecteerde
zoon, devoot luistert naar of vertelt over deze
wederwaardigheid van Murâri aan wiens glorie geen grenzen
gesteld zijn, zal, met deze ware verrukking voor de oren van
Zijn toegewijden die de zonden van het levend wezen totaal
uitbant, met het vestigen van zijn geest op de Allerhoogste
Heer, naar Zijn aan alle zegeningen rijke hemelse
verblijfplaats gaan."
S'rî
Sûta Gosvâmî said: This pastime enacted by
Lord Murâri, whose fame is eternal, totally destroys
the sins of the universe and serves as the transcendental
ornament for His devotees' ears. Anyone who carefully hears
or narrates this pastime, as recounted by the venerable son
of Vyâsa, will be able to fix his mind in meditation
on the Supreme Lord and attain to the all-auspicious kingdom
of God. (Vedabase)
*
De paramparâ voegt hier aan toe dat er negen
standaardprocessen van toegewijde dienst zijn zoals
Prahlâda dat aangeeft in 7.5:
23-24,
en dat de laatste, âtma-samarpanam, het overdragen
van je rijkdom zoals voorgeleefd door Bali Mahârâja
ter wille van de âtma-nivedanam van
zelfcommunicatie met de Heer, de culminatie is waar ieder
ondernemen op uit zou moeten zijn. Als men poogt de Heer onder
de indruk te brengen met rijkdom, macht, intelligentie
enzovoorts maar er niet in slaagt zichzelf nederig te begrijpen
als zijnde Zijn dienaar, is iemands zogenaamde toewijding
slechts een aanmatigende vertoning. De paramparâ
waarschuwt hier aldus tegen de valse religie van pompeuze
ceremoniën zonder achting voor het zich terugtrekken in de
yoga als met Daksha in 4.2.
Zie ook B.G
2: 42-43.
**
De paramparâ legt met de âcârya's
S'rîdhara Svâmî en Vis'vanâtha
Cakravartî uit dat na het van Hiranyakas'ipu wegnemen van
Marîci's zes zoons, Heer Krishna's Yogamâyâ
ze eerst deed belanden in nog een extra leven als de kinderen
van een andere grote demon, Kâlanemi [de voorgaande
incarnatie van Kamsa, zie 10.1:
68],
en toen bracht ze ze tenslotte over naar de schoot van
Devakî. Zie voor het volledige verhaal voetnoot
10.1***.