De
Allerhoogste Heer zei: 'De goedheid, hartstocht en onwetendheid
die we kennen van de guna's zijn zaken van de geest en
niet van de ziel; middels de goedheid kan men de andere twee
tegenspel bieden terwijl de goedheid zelf door karakter en
verstandig zijn wordt beheerst [*].
De
Allerhoogste Heer zei: 'De goedheid, hartstocht en
onwetendheid die we kennen van de guna's hebben betrekking
op de intelligentie en niet op de ziel; middels de goedheid
kunnen de andere twee worden afgewend terwijl de deugd der
goedheid [als een vorm van gehechtheid] op zijn
beurt kan worden verhoed door karakter [*].
(Vedabase)
Tekst 2
Karakter
versterkt de religieuze beginselen die bepalend zijn voor de
toegewijde dienst voor Mij. De geaardheid goedheid zal
resulteren in [bhâgavata-]dharma als men
op een bezonnen wijze de innerlijke kracht cultiveert.
Karakter
versterkt de religieuze beginselen die naar voren treden
door toegewijde dienst aan Mij; met het serieuze cultiveren
van de innerlijke kracht werpt zich vanuit de geaardheid
goedheid het [bhâgavata-]dharma op.
(Vedabase)
Tekst 3
Dharma maakt
met het groeien van de goedheid een eind aan de hartstocht en
de onwetendheid. De goddeloosheid, hun wortel, is goeddeels
snel overwonnen als die twee door de goedheid worden
overtroffen.
Het
dharma vernietigt met het groeien van de goedheid de
hartstocht en de onwetendheid; het overgrote deel van de
goddeloosheid, hun wortel, is voorzeker snel overwonnen als
die twee vernietigd zijn. (Vedabase)
Tekst 4
De aangehangen
doctrine, zoals men met water omgaat, de mensen waar men mee
leeft, iemands leefomgeving en hoe men zich gedraagt met de
tijd, de beroepsmatige bezigheid, iemands milieu alsook welke
meditaties, mantra's en zuiveringsrituelen men erop nahoudt,
zijn de tien factoren die bepalen welke geaardheid
overheerst.
De
geschriften, het water, je volk, de plaats en de tijd, de
beroepsmatige bezigheid en de geboorte als ook de meditatie,
de mantra's en de zuiveringsrituelen zijn de tien die de
oorzaak vormen [of bijdragen tot het overwicht] van
een bepaalde natuurlijke geaardheid.
(Vedabase)
Tekst 5
Dat wat de
klassieke wijzen in dezen positief waarderen behoort tot de
goedheid, dat wat ze kritiseren behoort tot de onwetendheid en
dat waar ze onverschillig over zijn behoort tot de
hartstocht.
Van
die tien raden de wijzen van oudsher de zaken in de
geaardheid goedheid aan, kritiseren ze die tot de
onwetendheid behoren en staan ze onverschillig tegenover de
zaken der hartstocht.
(Vedabase)
Tekst 6
Totdat er de
[guna-]ontkennende zelfherinnering is, moet
iemand de zaken behorende tot de geaardheid goedheid cultiveren
zodat het karakter wordt ontwikkeld waarvan er de religiositeit
is die tot geestelijk inzicht leidt.
Totdat
er de [guna-]ontkennende zelfherinnering is, behoren
door een persoon inderdaad de dingen in de geaardheid
goedheid te worden gecultiveerd zodat het karakter wordt
ontwikkeld waarvan er de religiositeit is die het spirituele
weten oplevert. (Vedabase)
Tekst 7
Op dezelfde
manier als vuur, dat in een bamboebos werd opgewekt door de
wrijving van de staken, bedaart na te hebben gebrand [zie
ook 1.10:
2,
3.1:
21] komt
ook het vuur van het materiële lichaam tot bedaren dat
werd opgewekt door de interactie van de natuurlijke
geaardheden.'
Op
dezelfde manier als het vuur, dat in het bos van
bamboestaken werd opgewekt door hun eigen wrijving, bedaart
na te hebben gebrand [zie ook 1.10: 2, 3.1: 21] komt
aldus het vuur van het materiële lichaam, dat werd
opgewekt door de interactie van de guna's, tot bedaren.'
(Vedabase)
Tekst 8
S'rî
Uddhava zei: 'Stervelingen zijn over het algemeen goed op de
hoogte van het feit dat zinsbevrediging een bron van
moeilijkheden vormt, o Krishna, maar niettemin gaan ze zich
eraan te buiten. Hoe komt het dat men zich willens en wetens
gedraagt als honden, ezels en geiten?'
S'rî
Uddhava zei: 'Stervelingen over het algemeen bekend met de
situatie van de zinsbevrediging als een bron van
moeilijkheden gaan zich er niettemin aan te buiten, o
Krishna; hoe komt het dat ze zo als honden, ezels en geiten
zijn?'
(Vedabase)
Tekst 9-10
De Allerhoogste
Heer zei: 'Geobsedeerd door wat het zijne is denkt de dwaze
persoon niet aan de gevolgen van zijn genieten en zo werpt in
zijn geest zich de o zo verschrikkelijke hartstocht op. De
geest die dan grillig in de hartstocht zich van alles inbeeldt
met allerlei plannetjes raakt vanwege die begeertigheid geheel
bepaald door de geaardheden en wordt zo onverdraaglijk.
De
Allerhoogste Heer zei: 'Van het mij-gedoe aldus
andersgestemd en dienovereenkomstig vergeetachtig zijnde,
werpt zich in de geest van de dwaze persoon, de o zo
verschrikkelijke hartstocht op; de geest die dan grillig in
de geaardheid der passie zich de zaken inbeeldt is, opgegaan
in doelbewust plannen maken, van die begeertigheid volledig
verzonken in de natuurlijke geaardheden en zal uiteindelijk
ondragelijk zijn. (Vedabase)
Tekst 11
Met de zinnen
niet onder controle gaat men, begoocheld door de kracht der
hartstocht en beheerst door verlangens, over tot baatzuchtige
handelingen, ook al is men zich heel goed bewust van het
resulterende ongeluk.
Met
de zinnen onbeheerst gaat men, begoocheld door de kracht der
hartstocht, beheerst door verlangens over tot vruchtdragende
handelingen, zich heel goed bewust van het resulterende
ongeluk. (Vedabase)
Tekst 12
Hoewel de
intelligentie van een geschoold iemand versluierd raakt door
onwetendheid en hartstocht, ontwikkelt zich bij hem geen
gehechtheid omdat hij, met die besmetting duidelijk voor ogen,
de geest zorgvuldig weer op het goede spoor zet.
De
intelligentie van een geschoold iemand [echter],
ookal is hij begoocheld door hartstocht en onwetendheid,
raakt niet gehecht daar hij, met de besmetting duidelijk
voor ogen, de geest weer opnieuw met zorg aan het werk zet.
(Vedabase)
Tekst 13
Met het
beheersen van het proces van het ademen en het onder de knie
hebben gekregen van de zithoudingen, behoort men aandachtig,
stap voor stap, zonder nalatigheid zijn geest op orde te
brengen door op gezette tijden zich op Mij te concentreren
[overeenkomstig de posities van de zon en de maan, zie B.G.
7:
8 en
5:
26-28].
Met
het beheersen van het proces van het ademen en het onder de
knie hebben gekregen van de zithoudingen, behoort men
aandachtig, stap voor stap, zonder nalatigheid zijn geest op
orde te brengen, op gezette tijden zich op Mij concentrerend
[naar de positie van de zon, zie B.G. 7: 8 en 5:
26-28]. (Vedabase)
Tekst 14
Het yogasysteem
dat in deze zin wordt onderricht door Mijn leerlingen onder
leiding van Sanaka [de Kumâra's]
komt erop neer dat de geest zich van alles afkeert en zonder
omwegen zich in Mij verdiept zoals het hoort [met mantra's,
zie ook 8.3:
22-24].'
Het
yogasysteem zoals onderricht door Mijn leerlingen met Sanaka
voorop [de kumâra's] bestaat eruit dat de
geest overal vandaan teruggetrokken, dienovereenkomstig
rechtstreeks in Mij is verzonken [zie ook 8.3:
22-24].'
(Vedabase)
Tekst 15
S'rî
Uddhava zei: 'Wanneer, en in welke gedaante, beste Kes'ava, heb
Je Sanaka en de anderen in deze yoga onderricht? Dat wil ik
graag weten.'
S'rî
Uddhava zei: 'Wanneer, en in welke gedaante, beste Kes'ava,
heb Je Sanaka en de anderen in die yoga onderricht; graag
zou ik over die gedaante
vernemen.'
(Vedabase)
Tekst 16
De Opperheer
zei: 'De zoons aangevoerd door Sanaka die hun geboorte namen
uit de geest van hem die van het innerlijk goud is
[Hiranyagarbha
of Brahmâ], deden bij hun vader navraag over het zo
hoogst subtiele, allerhoogste doel van de wetenschap der
yoga.
De
Opperheer zei: 'De zoons aangevoerd door Sanaka die hun
geboorte vonden uit de geest van hem van het innerlijk goud
[Hiranyagarbha of Brahmâ], deden bij hun vader
navraag over de zo hoogst subtiele allerhoogste bestemming
van de wetenschap der yoga. (Vedabase)
Tekst 17
Sanaka en de
anderen zeiden tegen hem: 'De geest is gericht op de
zinsobjecten en zodoende nemen de zinsobjecten de geest in
beslag. O Meester wat is voor iemand die wenst bevrijd te
raken, voor iemand die graag de zinsbevrediging te boven wil
komen, de aangewezen methode om zich aan die gebondenheid te
ontworstelen [zie ook B.G. 2:
62-63]?'
Sanaka
en de anderen zeiden: 'In de geest die uit is op de
zinsobjecten krijgen de zinsobjecten dienovereenkomstig hun
beslag; o Meester wat is voor iemand die de bevrijding
verlangt, voor iemand die het wenst de zinsbevrediging te
boven te komen, het proces van het zich losmaken van die
relatie [zie ook B.G. 2:
62-63]?'
(Vedabase)
Tekst 18
De Allerhoogste
Heer zei: 'De grote uit zichzelf geboren god, de schepper van
alle levende wezens, aldus verzocht, overdacht ernstig wat
gevraagd was maar slaagde er niet in, met zijn geest die
verbijsterd was door de creatieve arbeid, de essentiële
waarheid onder woorden te brengen [zie ook
2.6:
34,
2.9:
32-37 en
10:
13].
De
Allerhoogste Heer zei: 'De grote uit zichzelf geboren god,
de schepper van alle levende wezens, aldus verzocht,
overdacht ernstig wat gevraagd was maar wist, in zijn geest
verbijsterd van het scheppen, de essentiële waarheid
niet te bereiken [zie ook 2.6: 34, 2.9: 32- 37 en 10:
13]. (Vedabase)
Tekst 19
Met het
verlangen het tot een een goed einde te brengen herinnerde hij
zich de oorspronkelijke God [waaraan hij was ontsproten,
zie 3.8],
en op dat moment werd Ik zichtbaar in Mijn Hamsa-gedaante
[de Zwaan].
Hij
met het verlangen het tot een goed einde te brengen
herinnerde zich de oorspronkelijke God [zie 3.8], en
te dien tijde werd Ik zichtbaar in Mijn Hamsa-gedaante
[de Zwaan]. (Vedabase)
Tekst 20
Toen ze
naderbij komend Mij zo voor zich zagen brachten ze, met
Brahmâ voorop, hun eerbetuigingen aan de lotusvoeten en
vroegen ze: 'Wie bent U?'
Met
Mij aldus voor ogen brachten ze in toenadering, met
Brahmâ voor hen uit, hun eerbetuigingen aan de
lotusvoeten en vroegen ze 'Wie bent U?'
(Vedabase)
Tekst 21
Aldus werd Ik
er door de weetgierige wijzen toe verzocht om de uiteindelijke
waarheid uiteen te zetten. Alsjeblieft Uddhava, verneem nu van
Mij wat ik hen toen zei.
Ik
werd aldus verzocht door de wijzen die graag de voorop
staande werkelijkheid wilden weten; alsjeblieft o Uddhava
verneem van Mij dat wat Ik hen toen zei:
(Vedabase)
Tekst 22
Als
jullie denken dat er met de eenheid van het zelf geen
substantieel verschil zou bestaan tussen jullie en Mij, hoe
zouden jullie dan een dergelijke vraag kunnen stellen o
geleerden, of hoe zou Ik als spreker dan gezag kunnen
uitoefenen [of een toevlucht kunnen
vormen]?
Als
van de ene substantie van het zelf er het niet-onderworpene
zou zijn [het niet-individuele of niet
ondergeschikte], hoe kan dan een dergelijke vraag van
jullie kant mogelijk zijn, o geleerden, of wat zou van de
spreker die Ik ben het gezag zijn [of de toevlucht]?
(Vedabase)
Tekst 23
Julie
vraag van 'Wie bent U' zou een loos gebaar van woorden zijn als
jullie zouden doelen op de vijf elementen waaruit onze lichamen
zijn samengesteld of als jullie zouden doelen op de essentie
die we gemeen hebben.
Hetzelfde
zijnd bestaand als de vijf elementen zowel als hetzelfde
zijnd in onze essentie houdt jullie vraag van 'Wie bent U'
voorzeker een poging in tot spreken zonder enig
doel.
(Vedabase)
Tekst 24
Dat wat door de
geest, de spraak, het zien alsook door de andere zinnen wordt
gehanteerd ben Ik allemaal. Er is werkelijk niets dat buiten
Mij bestaat; dat is wat jullie goed moeten
begrijpen.
Wat
door de geest, de spraak, het zien als ook door de andere
zinnen wordt aangehangen ben Ik inderdaad, met niets buiten
Mij; dat is wat jullie goed moeten begrijpen.
(Vedabase)
Tekst 25
De geest gaat
uit naar de zinsobjecten en de zinsobjecten nemen bezit van de
geest beste mannen, maar voor het levende wezen waarvan Ik de
Ziel ben, zijn zowel de geest als de zinsobjecten uiterlijke
verschijningsvormen.
De
geest gaat uit naar de zinsobjecten en de zinsobjecten nemen
bezit van de geest, beste mannen, maar voor het levende
wezen met Mij als de Ziel, zijn de geest en de zinsobjecten
beiden uiterlijke verschijningsvormen.
(Vedabase)
Tekst 26
Met de geest
die steeds weer opnieuw teruggrijpt op de zinsobjecten die
genoten worden en met de zinsobjecten die [zo] weer het
denken stimuleren moet degene die van Mijn bovenzinnelijke
[Hamsa-]gedaante is afstand nemen van zowel het denken
als het zinsobject [zie ook vritti
en neti
neti].
Met
de geest die in zinsbevrediging keer op keer reikt naar de
zinsobjecten en de zinsobjecten die voortdurend prominent
aanwezig zijn in de geest, moet degene die van Mijn
[Hamsa-]gedaante zijn hen beide verzaken [zie
ook vritti en neti neti]. (Vedabase)
Tekst 27
Waken, dromen
en diepe slaap zijn de functies van de intelligentie die
voortvloeien uit de geaardheden der natuur. De individuele ziel
staat met kenmerken verschillend van hen bekend als de getuige
[zie ook 7.7:
25 en B.G.
7:
5].
Waken,
dromen en diepe slaap zijn de functies van de intelligentie
volgend op de geaardheden der natuur; met kenmerken
verschillend met die van hen stelt men de individuele ziel
vast als zijnde de getuige [zie ook 7.7: 25 en B.G. 7:
5]. (Vedabase)
Tekst 28
De materieel
gemotiveerde intelligentie vormt de gebondheid die de ziel
bezighoudt met de natuurlijke geaardheden, maar als men zich
bevindend in Mij, in de vierde staat van bewustzijn
[turîya],
erin slaagt ermee te breken komt men op dat moment los van het
denken en de zinsobjecten [zie 11.3:
35].
Aangezien
er de gebondenheid van de materieel gemotiveerde
intelligentie is die het functioneren van deze ziel in de
drie geaardheden oplevert, moet men, zich bevindend in het
vierde element, in Mij, die band eraan geven, ten tijde
waarvan er de verzaking van de zinsobjecten en de geest is
[zie 11.3: 35].
(Vedabase)
Tekst 29
De gebondenheid
van de ziel die het gevolg is van het zich identificeren met
het lichaam vormt het tegengestelde doel. Hij die onthecht in
samsâra
er weet van heeft behoort, zich bevindend in de vierde staat,
de bezorgdheid [over die egokwesties] te laten
varen.
De
gebondenheid van de ziel voortgebracht door het zich
identificeren met het lichaam vormt het tegengestelde van
wat bedoeld werd; hij die onthecht in samsâra er weet
van heeft behoort, zich bevindend in het vierde element, de
bezorgdheid [over egokwesties] te laten varen.
(Vedabase)
Tekst 30
Zolang als een
persoon zijn aandacht verdeelt over verschillende doeleinden en
hij niet zijn rust kan vinden met de daartoe geëigende
methoden [zoals vermeld] is hij, ook al is hij wakker,
met zijn ogen open aan het dromen en niet bewust aanwezig, net
als iemand die in zijn slaap wat ziet [zie ook B.G.
2:
41].
Zo
lang als een persoon die overtuigd is van vele verschillende
doeleinden niet tot rust komt met de geschikte methoden
[zoals vermeld] zal hij, hoewel wakker zijnde,
onbewust aan het slapen zijn als in een droom [zie ook
B.G. 2: 41]. (Vedabase)
Tekst 31
De vormen van
bestaan apart van de Opperziel zullen, niet van wezenlijk
belang zijnde, vanwege de gescheidenheid die door hen in het
leven is geroepen, voor de ziener die vol is van motieven en
doelstellingen net zo begoochelend zijn als wat men heeft in
een droom.
De
vormen van bestaan los van de de Opperziel zullen, niet van
wezenlijk belang zijnde, door de gescheidenheid die door hen
in het leven is geroepen, voor de ziener vol van motieven en
doelstellingen net zo zijn als het valse van een droom.
(Vedabase)
Tekst 32
Als hij wakker
is geniet hij de kwaliteiten van de uiterlijke wereld op dat
moment. In zijn dromen ondergaat hij in de geest met al zijn
zinnen dezelfde ervaring. Diep in slaap verliest hij zijn
bewustzijn. Maar één in zijn herinnering wordt
hij in zijn getuige zijn van het functioneren van de drie
opeenvolgende bewustzijnsstaten heer en meester over zijn
zinnen [zie ook 4.29:
60-79 en B.G.
15:
7-8].
Als
hij wakker is geniet hij de kwaliteiten van de uitwendige
aangelegenheid op dat moment, in zijn dromen ondergaat hij
in de geest met al de zinnen dezelfde ervaring, in de diepe
slaap gaat hij over in de onwetendheid; één
van heugenis zijnde in het getuige zijn van de functies
wordt hij bij de opeenvolging in de drie stadia de heer van
de zinnen [zie ook 4.29: 60-79 en B.G. 15: 7-8].
(Vedabase)
Tekst 33
Als men in Mij
verkerend de drie staten van bewustzijn overziet die voortkomen
uit de natuurlijke geaardheden van Mijn begoochelend vermogen,
wees dan vastbesloten over het doel Mij te aanbidden als
aanwezig zijnde in het hart. Snijdt voor dat doel met het
zwaard des onderscheids dat werd aangescherpt met de logica en
de instructies omtrent het ware, de banden door met de
[ahankâra]
oorzaak van alle twijfels.
Aldus
met de geaardheden van de natuur in Mij de drie staten van
bewustzijn overwegende zoals opgelegd door Mijn
Illusieverwekkend vermogen, weest vastbesloten wat betreft
de bedoeling van het van aanbidding zijn voor Mij in het
hart aanwezig, door, met het zwaard van de kennis
aangescherpt door logica en door waarachtige instructies, de
[ahankâra] oorzaak van alle twijfels weg te
snijden. (Vedabase)
Tekst 34
Bezie deze
bedrieglijke staat van de geest die, met voorstellingen die
zich vandaag voordoen en morgen weer verdwenen zijn, zo
flakkert als het brandende uiteinde van een bewegende fakkel.
Het is de Ene geestelijke ziel die misleidend verschijnt in
vele onderverdelingen die zich manifesteren als een illusie van
een drievoudig onderscheiden vorm van dromen die in het leven
werd geroepen door de geaardheden der natuur [zie ook B.G.
9:
15,
15:
16,
linga
en siddhânta].
Bezie
deze bedrieglijke staat van de geest die, verschijningen
kennend die vandaag naar voren springen en morgen weer
verdwenen zijn, zo wankelmoedig is als het gloeiende eind
van een bewegende fakkel; het is de Ene geestelijke ziel die
misleidend verschijnend in vele verdelingen zich
manifesteert als een illusie van een drievoudige
verscheidenheid van dromen gecreëerd door de
verandering van de geaardheden der natuur [zie ook B.G.
9.15, 15: 16, linga en
siddhânta].
(Vedabase)
Tekst 35
Als men de blik
afwendt van die [misleidende materiële]
werkelijkheid moet men, stil geworden met het beëindigen
van de materiële hunkering, komen tot de realisatie van
het eigenlijke geluk. Dat geluk ziet men ontstaan als men vrij
van materieel gemotiveerd handelen is. De keren dat men men dan
van de aarde is, behoort men, in gedachten houdend dat dat niet
van substantieel belang is, vast te houden aan het
beëindigen van het aardse om niet te dolen tot het leven
ten einde is.
Met
het de ogen afwenden van die [misleidende
materiële] werkelijkheid moet men, van de stilte
zijnde met de materiële hunkering teneinde, komen tot
de realisatie van het eigen geluk dat men ziet optreden als
men zonder materiële aktiviteiten is; en àls men
dan bij tijden van de aarde is, behoort men, in gedachten
houdend dat dat niet van substantieel belang is, het op te
geven, met die heugenis tot het levenseinde niet
dolend.
(Vedabase)
Tekst 36
Net zoals
iemand die verblind door de drank zich niet bewust is van de
kleren die hij draagt, slaat hij die van de volmaaktheid is,
zie je, er geen acht op of het lichaam nu zit of staat, of hij
nu naar Gods wil het leven verlaat of door het lot beschikt
[een nieuw lichaam] verwerft, omdat hij zijn
oorspronkelijke positie heeft bereikt [zijn
svarûpa].
Net
als iemand die verblind door de drank zich niet bewust is
van de kleren die hij draagt, slaat hij die van de
volmaaktheid is, zie je, er geen acht op of het lichaam zit
of staat, naar Gods wil vertrekt of door het lot beschikt
[een nieuw lichaam] verwerft, omdat hij zijn
oorspronkelijke positie heeft bereikt [zijn
svarûpa]. (Vedabase)
Tekst 37
Zolang als het
lichaam er door het lot beschikt nog is en er nog karma is, zal
het op eigen kracht volhouden met zijn levensadem en zinnen en
zijn verscheidenheid aan manifestaties. Hoog geklommen echter
in de volledige verzonkenheid van de yoga zal degene die
ontwaakt is wat betreft de essentie niet langer dat gedroom
cultiveren.
Voor
zolang het lichaam zoals beschikt door het lot er van het
karma is, zal het op eigen kracht volhouden met zijn
levensadem en zinnen en zijn verscheidenheid aan
manifestaties; hoog geklommen echter in de volledige
verzonkenheid van de yoga zal degene die ontwaakt is wat
betreft de essentie niet nogmaals dat gedroom cultiveren.
(Vedabase)
Tekst 38
O geleerden, nu
Ik u deze vertrouwlijke analyse en de yoga, de wetenschap van
de bewustzijnsvereniging, heb uitgelegd, begrijp alstublieft
dat Ik kwam als Yajña [Vishnu, de Heer van het
Offer] om de aandacht te vestigen op de eigenlijke
verplichtingen.
O
geleerden, door Mij is nu aan jullie uitleg verschaft over
de analyse en de yoga, begrijp alstublieft dat Ik kwam als
Yajña [Vishnu, de Heer van het Offer] om te
wijzen op de eigenlijke verplichtingen.
(Vedabase)
Tekst 39
Beste van de
tweemaal geborenen, Ik ben de Hoogste Weg van de yoga, de
analyse, de waarheid en de heilige wet alsook de schoonheid, de
roem en de zelfbeheersing.
Beste
van de tweemaal geborenen, Ik ben de Hoogste Weg van de
yoga, de analyse, de waarheid en de heilige wet als ook de
schoonheid, de roem en de
zelfbeheersing.
(Vedabase)
Tekst 40
Alle
kwaliteiten zoals het vrij zijn van de geaardheden en vrij zijn
van verwachtingen, de Weldoener zijn, de Meest Geliefde, het
Ware Zelf, Hij die Gelijk is, de onthechting enzovoorts,
vinden, omdat ze geen affiniteit hebben met de geaardheden, hun
toevlucht en dienst in Mij.
Alle
kwaliteiten zoals het vrij zijn van de geaardheden en vrij
zijn van verwachtingen, de Weldoener zijn, de Meest
Geliefde, het Ware Zelf, Hij die Gelijk is, de onthechting
en zo voorts, vinden, in hun niet van affiniteit zijn voor
de geaardheden, hun dienst in Mij.'
(Vedabase)
Tekst 41
Aldus werd er
door Mij een einde gemaakt aan de twijfels van al de wijzen die
werden aangevoerd door Sanaka en die, volledig van aanbidding
in bovenzinnelijke liefdevolle dienst, met prachtige hymnen
Mijn heerlijkheden bezongen.
Aldus
werden door Mij de twijfels vernietigd van al de wijzen
aangevoerd door Sanaka die, volledig van aanbidding in
bovenzinnelijke liefdevolle dienst, met prachtige hymnen
Mijn heerlijkheden bezongen. (Vedabase)
Tekst 42
Ik volmaakt
aanbeden en verheerlijkt door de grootsten onder de wijzen
keerde toen, voor het oog van Brahmâ, terug naar Mijn
verblijfplaats.'
Ik
volmaakt aanbeden en verheerlijkt door de grootsten onder de
wijzen keerde toen, voor het oog van Brahmâ, terug
naar Mijn verblijfplaats.
(Vedabase)
*
In het
Sanskriet is de term sattva, behalve dat dat goedheid,
innerlijke kracht, verstandig zijn en ware aard betekent, een
ander woord voor karakter. Karakter, zedelijke ruggengraat,
wordt ook omschreven als s'ila of svarûpa;
'vorm, vroomheid, moraliteit, gewoonte of gebruik' of 'de eigen
vorm, je ware aard' of de constitutionele positie in de omgang
met Krishna zoals Svâmî Prabhupâda dat het
liefst noemde.