regelbalk

 

S'rî Râdhika Stava

 

w

 

 

Canto 11

 

Hoofdstuk 13

 

De Hamsa-avatâra Beantwoordt de Vragen van de Zonen van Brahmâ

(1) De Allerhoogste Heer zei: 'De goedheid, hartstocht en onwetendheid die we kennen van de guna's hebben betrekking op de intelligentie en niet op de ziel; middels de goedheid kunnen de andere twee worden afgewend terwijl de deugd der goedheid [als een vorm van gehechtheid] op zijn beurt kan worden verhoed door karakter [*]. (2) Karakter versterkt de religieuze beginselen die naar voren treden door toegewijde dienst aan Mij; met het serieuze cultiveren van de innerlijke kracht werpt zich vanuit de geaardheid goedheid het [bhagavata-]dharma op. (3) Het dharma vernietigt met het groeien van de goedheid de hartstocht en de onwetendheid; het overgrote deel van de goddeloosheid, hun wortel, is voorzeker snel overwonnen als die twee vernietigd zijn. (4) De geschriften, het water, je volk, de plaats en de tijd, de beroepsmatige bezigheid en de geboorte als ook de meditatie, de mantra's en de zuiveringsrituelen zijn de tien die de oorzaak vormen [of bijdragen tot het overwicht] van een bepaalde natuurlijke geaardheid. (5) Van die tien raden de wijzen van oudsher de zaken in de geaardheid goedheid aan, kritiseren ze die tot de onwetendheid behoren en staan ze onverschillig tegenover de zaken der hartstocht. (6) Totdat er de [guna-]ontkennende zelfherinnering is, behoren door een persoon inderdaad de dingen in de geaardheid goedheid te worden gecultiveerd zodat het karakter wordt ontwikkeld waarvan er de religiositeit is die het spirituele weten oplevert. (7) Op dezelfde manier als het vuur, dat in het bos van bamboestaken werd opgewekt door hun eigen wrijving, bedaart na te hebben gebrand [zie ook 1.10: 2, 3.1: 21] komt aldus het vuur van het materiële lichaam, dat werd opgewekt door de interactie van de guna's, tot bedaren.'

(8) S'rî Uddhava zei: 'Stervelingen over het algemeen bekend met de situatie van de zinsbevrediging als een bron van moeilijkheden gaan zich er niettemin aan te buiten, o Krishna; hoe komt het dat ze zo als honden, ezels en geiten zijn?'

(9-10) De Allerhoogste Heer zei: 'Van het mij-gedoe aldus andersgestemd en dienovereenkomstig vergeetachtig zijnde, werpt zich in de geest van de dwaze persoon, de o zo verschrikkelijke hartstocht op; de geest die dan grillig in de geaardheid der passie zich de zaken inbeeldt is, opgegaan in doelbewust plannen maken, van die begeertigheid volledig verzonken in de natuurlijke geaardheden en zal uiteindelijk ondragelijk zijn. (11) Met de zinnen onbeheerst gaat men, begoocheld door de kracht der hartstocht, beheerst door verlangens over tot vruchtdragende handelingen, zich heel goed bewust van het resulterende ongeluk. (12) De intelligentie van een geschoold iemand [echter], ookal is hij begoocheld door hartstocht en onwetendheid, raakt niet gehecht daar hij, met de besmetting duidelijk voor ogen, de geest weer opnieuw met zorg aan het werk zet. (13) Met het beheersen van het proces van het ademen en het onder de knie hebben gekregen van de zithoudingen, behoort men aandachtig, stap voor stap, zonder nalatigheid zijn geest op orde te brengen, op gezette tijden zich op Mij concentrerend [naar de positie van de zon, zie B.G. 7: 8 en 5: 26-28]. (14) Het yogasysteem zoals onderricht door Mijn leerlingen met Sanaka voorop [de kumâra's] bestaat eruit dat de geest overal vandaan teruggetrokken, dienovereenkomstig rechtstreeks in Mij is verzonken [zie ook 8.3: 22-24].'

(15) S'rî Uddhava zei: 'Wanneer, en in welke gedaante, beste Kes'ava, heb Je Sanaka en de anderen in die yoga onderricht; graag zou ik over die gedaante vernemen.'

(16) De Opperheer zei: 'De zoons aangevoerd door Sanaka die hun geboorte vonden uit de geest van hem van het innerlijk goud [Hiranyagarbha of Brahmâ], deden bij hun vader navraag over de zo hoogst subtiele allerhoogste bestemming van de wetenschap der yoga. (17) Sanaka en de anderen zeiden: 'In de geest die uit is op de zinsobjecten krijgen de zinsobjecten dienovereenkomstig hun beslag; o Meester wat is voor iemand die de bevrijding verlangt, voor iemand die het wenst de zinsbevrediging te boven te komen, het proces van het zich losmaken van die relatie [zie ook B.G. 2: 62-63]?'

(18) De Allerhoogste Heer zei: 'De grote uit zichzelf geboren god, de schepper van alle levende wezens, aldus verzocht, overdacht ernstig wat gevraagd was maar wist, in zijn geest verbijsterd van het scheppen, de essentiële waarheid niet te bereiken [zie ook 2.6: 34, 2.9: 32- 37 en 10: 13]. (19) Hij met het verlangen het tot een goed einde te brengen herinnerde zich de oorspronkelijke God [zie 3.8], en te dien tijde werd Ik zichtbaar in Mijn Hamsa-gedaante [de Zwaan]. (20) Met Mij aldus voor ogen brachten ze in toenadering, met Brahmâ voor hen uit, hun eerbetuigingen aan de lotusvoeten en vroegen ze 'Wie bent U?' (21) Ik werd aldus verzocht door de wijzen die graag de voorop staande werkelijkheid wilden weten; alsjeblieft o Uddhava verneem van Mij dat wat Ik hen toen zei: (22) Als van de ene substantie van het zelf er het niet-onderworpene zou zijn [het niet-individuele of niet ondergeschikte], hoe kan dan een dergelijke vraag van jullie kant mogelijk zijn, o geleerden, of wat zou van de spreker die Ik ben het gezag zijn [of de toevlucht]? (23) Hetzelfde zijnd bestaand als de vijf elementen zowel als hetzelfde zijnd in onze essentie houdt jullie vraag van 'Wie bent U' voorzeker een poging in tot spreken zonder enig doel. (24) Wat door de geest, de spraak, het zien als ook door de andere zinnen wordt aangehangen ben Ik inderdaad, met niets buiten Mij; dat is wat jullie goed moeten begrijpen. (25) De geest gaat uit naar de zinsobjecten en de zinsobjecten nemen bezit van de geest, beste mannen, maar voor het levende wezen met Mij als de Ziel, zijn de geest en de zinsobjecten beiden uiterlijke verschijningsvormen. (26) Met de geest die in zinsbevrediging keer op keer reikt naar de zinsobjecten en de zinsobjecten die voortdurend prominent aanwezig zijn in de geest, moet degene die van Mijn [Hamsa-]gedaante zijn hen beide verzaken [zie ook vritti en neti neti]. (27) Waken, dromen en diepe slaap zijn de functies van de intelligentie volgend op de geaardheden der natuur; met kenmerken verschillend met die van hen stelt men de individuele ziel vast als zijnde de getuige [zie ook 7.7: 25 en B.G. 7: 5]. (28) Aangezien er de gebondenheid van de materieel gemotiveerde intelligentie is die het functioneren van deze ziel in de drie geaardheden oplevert, moet men, zich bevindend in het vierde element, in Mij, die band eraan geven, ten tijde waarvan er de verzaking van de zinsobjecten en de geest is [zie 11.3: 35]. (29) De gebondenheid van de ziel voortgebracht door het zich identificeren met het lichaam vormt het tegengestelde van wat bedoeld werd; hij die onthecht in samsâra er weet van heeft behoort, zich bevindend in het vierde element, de bezorgdheid [over egokwesties] te laten varen. (30) Zo lang als een persoon die overtuigd is van vele verschillende doeleinden niet tot rust komt met de geschikte methoden [zoals vermeld] zal hij, hoewel wakker zijnde, onbewust aan het slapen zijn als in een droom [zie ook B.G. 2: 41]. (31) De vormen van bestaan los van de Opperziel zullen, niet van wezenlijk belang zijnde, door de gescheidenheid die door hen in het leven is geroepen, voor de ziener vol van motieven en doelstellingen net zo zijn als het valse van een droom. (32) Als hij wakker is geniet hij de kwaliteiten van de uitwendige aangelegenheid op dat moment, in zijn dromen ondergaat hij in de geest met al de zinnen dezelfde ervaring, in de diepe slaap gaat hij over in de onwetendheid; één van heugenis zijnde in het getuige zijn van de functies wordt hij bij de opeenvolging in de drie stadia de heer van de zinnen [zie ook 4.29: 60-79 en B.G. 15: 7-8]. (33) Aldus met de geaardheden van de natuur in Mij de drie staten van bewustzijn overwegende zoals opgelegd door Mijn Illusieverwekkend vermogen, weest vastbesloten wat betreft de bedoeling van het van aanbidding zijn voor Mij in het hart aanwezig, door, met het zwaard van de kennis aangescherpt door logica en door waarachtige instructies, de [ahankâra] oorzaak van alle twijfels weg te snijden. (34) Bezie deze bedrieglijke staat van de geest die, verschijningen kennend die vandaag naar voren springen en morgen weer verdwenen zijn, zo wankelmoedig is als het gloeiende eind van een bewegende fakkel; het is de Ene geestelijke ziel die misleidend verschijnend in vele verdelingen zich manifesteert als een illusie van een drievoudige verscheidenheid van dromen gecreëerd door de verandering van de geaardheden der natuur [zie ook B.G. 9.15, 15: 16, linga en siddhânta]. (35) Met het de ogen afwenden van die [misleidende materiële] werkelijkheid moet men, van de stilte zijnde met de materiële hunkering ten einde, komen tot de realisatie van het eigen geluk dat men ziet optreden als men zonder materiële aktiviteiten is; en àls men dan bij tijden van de aarde is, behoort men, in gedachten houdend dat dat niet van substantieel belang is, het op te geven, met die heugenis tot het levenseinde niet dolend . (36) Net als iemand die verblind door de drank zich niet bewust is van de kleren die hij draagt, slaat hij die van de volmaaktheid is, zie je, er geen acht op of het lichaam zit of staat, naar Gods wil vertrekt of door het lot beschikt [een nieuw lichaam] verwerft, omdat hij zijn oorspronkelijke positie heeft bereikt [zijn svarûpa]. (37) Voor zolang het lichaam zoals beschikt door het lot er van het karma is, zal het op eigen kracht volhouden met zijn levensadem en zinnen en zijn verscheidenheid aan manifestaties; hoog geklommen echter in de volledige verzonkenheid van de yoga zal degene die ontwaakt is wat betreft de essentie niet nogmaals dat gedroom cultiveren. (38) O geleerden, door Mij is nu aan jullie uitleg verschaft over de analyse en de yoga, begrijp alstublieft dat Ik kwam als Yajña [Vishnu, de Heer van het Offer] om te wijzen op de eigenlijke verplichtingen. (39) Beste van de tweemaal geborenen, Ik ben de Hoogste Weg van de yoga, de analyse, de waarheid en de heilige wet als ook de schoonheid, de roem en de zelfbeheersing. (40) Alle kwaliteiten zoals het vrij zijn van de geaardheden en vrij zijn van verwachtingen, de Weldoener zijn, de Meest Geliefde, het Ware Zelf, Hij die Gelijk is, de onthechting en zo voorts, vinden, in hun niet van affiniteit zijn voor de geaardheden, hun dienst in Mij.'

(41) Aldus werden door Mij de twijfels vernietigd van al de wijzen aangevoerd door Sanaka die, volledig van aanbidding in bovenzinnelijke liefdevolle dienst, met prachtige hymnen Mijn heerlijkheden bezongen. (42) Ik volmaakt aanbeden en verheerlijkt door de grootsten onder de wijzen keerde toen, voor het oog van Brahmâ, terug naar Mijn verblijfplaats.

 

 

 next        

 
 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande teksten in het Nederlands beschikbaar):

The Hamsa-avatâra Answers the Questions of the Sons of Brahmâ

 

Tekst 1:

De Allerhoogste Heer zei: 'De goedheid, hartstocht en onwetendheid die we kennen van de guna's hebben betrekking op de intelligentie en niet op de ziel; middels de goedheid kunnen de andere twee worden afgewend terwijl de deugd der goedheid [als een vorm van gehechtheid] op zijn beurt kan worden verhoed door karakter [*].

The Supreme Personality of Godhead said - The three modes of material nature, namely goodness, passion and ignorance, pertain to material intelligence and not to the spirit soul. By development of material goodness one can conquer the modes of passion and ignorance, and by cultivation of transcendental goodness one may free oneself even from material goodness.

 

Tekst 2:

Karakter versterkt de religieuze beginselen die naar voren treden door toegewijde dienst aan Mij; met het serieuze cultiveren van de innerlijke kracht werpt zich vanuit de geaardheid goedheid het [bhagavata-]dharma op.

When the living entity becomes strongly situated in the mode of goodness, then religious principles, characterized by devotional service to Me, become prominent. One can strengthen the mode of goodness by cultivation of those things that are already situated in goodness, and thus religious principles arise.

 

Tekst 3:

Het dharma vernietigt met het groeien van de goedheid de hartstocht en de onwetendheid; het overgrote deel van de goddeloosheid, hun wortel, is voorzeker snel overwonnen als die twee vernietigd zijn.

Religious principles, strengthened by the mode of goodness, destroy the influence of passion and ignorance. When passion and ignorance are overcome, their original cause, irreligion, is quickly vanquished.

 

Tekst 4:

De geschriften, het water, je volk, de plaats en de tijd, de beroepsmatige bezigheid en de geboorte als ook de meditatie, de mantra's en de zuiveringsrituelen zijn de tien die de oorzaak vormen [of bijdragen tot het overwicht] van een bepaalde natuurlijke geaardheid.

According to the quality of religious scriptures, water, one's association with one's children or with people in general, the particular place, the time, activities, birth, meditation, chanting of mantras, and purificatory rituals, the modes of nature become differently prominent.

  

Tekst 5:

Van die tien raden de wijzen van oudsher de zaken in de geaardheid goedheid aan, kritiseren ze die tot de onwetendheid behoren en staan ze onverschillig tegenover de zaken der hartstocht.

Among the ten items I have just mentioned, the great sages who understand Vedic knowledge have praised and recommended those that are in the mode of goodness, criticized and rejected those in the mode of ignorance, and shown indifference to those in the mode of passion.

 

  Tekst 6

Totdat er de [guna-]ontkennende zelfherinnering is, behoren door een persoon inderdaad de dingen in de geaardheid goedheid te worden gecultiveerd zodat het karakter wordt ontwikkeld waarvan er de religiositeit is die het spirituele weten oplevert.

Until one revives one's direct knowledge of the spirit soul and drives away the illusory identification with the material body and mind caused by the three modes of nature, one must cultivate those things in the mode of goodness. By increasing the mode of goodness, one automatically can understand and practice religious principles, and by such practice transcendental knowledge is awakened.

 

Tekst 7

Op dezelfde manier als het vuur, dat in het bos van bamboestaken werd opgewekt door hun eigen wrijving, bedaart na te hebben gebrand [zie ook 1.10: 2, 3.1: 21] komt aldus het vuur van het materiële lichaam, dat werd opgewekt door de interactie van de guna's, tot bedaren.'

In a bamboo forest the wind sometimes rubs the bamboo stalks together, and such friction generates a blazing fire that consumes the very source of its birth, the bamboo forest. Thus, the fire is automatically calmed by its own action. Similarly, by the competition and interaction of the material modes of nature, the subtle and gross material bodies are generated. If one uses his mind and body to cultivate knowledge, then such enlightenment destroys the influence of the modes of nature that generated one's body. Thus, like the fire, the body and mind are pacified by their own actions in destroying the source of their birth.

 

Tekst 8

S'rî Uddhava zei: 'Stervelingen over het algemeen bekend met de situatie van de zinsbevrediging als een bron van moeilijkheden gaan zich er niettemin aan te buiten, o Krishna; hoe komt het dat ze zo als honden, ezels en geiten zijn?'

S'rî Uddhava said: My dear Krishna, generally human beings know that material life brings great future unhappiness, and still they try to enjoy material life. My dear Lord, how can one in knowledge act just like a dog, an ass or a goat?

 

  Tekst 9-10

De Allerhoogste Heer zei: 'Van het mij-gedoe aldus andersgestemd en dienovereenkomstig vergeetachtig zijnde, werpt zich in de geest van de dwaze persoon, de o zo verschrikkelijke hartstocht op; de geest die dan grillig in de geaardheid der passie zich de zaken inbeeldt is, opgegaan in doelbewust plannen maken, van die begeertigheid volledig verzonken in de natuurlijke geaardheden en zal uiteindelijk ondragelijk zijn.

The Supreme Personality of Godhead said: My dear Uddhava, a person bereft of intelligence first falsely identifies himself with the material body and mind, and when such false knowledge arises within one's consciousness, material passion, the cause of great suffering, pervades the mind, which by nature is situated in goodness. Then the mind, contaminated by passion, becomes absorbed in making and changing many plans for material advancement. Thus, by constantly thinking of the modes of material nature, a foolish person is afflicted with unbearable material desires.

 

Tekst 11

Met de zinnen onbeheerst gaat men, begoocheld door de kracht der hartstocht, beheerst door verlangens over tot vruchtdragende handelingen, zich heel goed bewust van het resulterende ongeluk.

One who does not control the material senses comes under the control of material desires and is thus bewildered by the strong waves of the mode of passion. Such a person executes material activities, although clearly seeing that the result will be future unhappiness.

 

Tekst 12

De intelligentie van een geschoold iemand [echter], ookal is hij begoocheld door hartstocht en onwetendheid, raakt niet gehecht daar hij, met de besmetting duidelijk voor ogen, de geest weer opnieuw met zorg aan het werk zet.

Although the intelligence of a learned person may be bewildered by the modes of passion and ignorance, he should again carefully bring the mind under control. By clearly seeing the contamination of the modes of nature, he does not become attached.

 

Tekst 13

Met het beheersen van het proces van het ademen en het onder de knie hebben gekregen van de zithoudingen, behoort men aandachtig, stap voor stap, zonder nalatigheid zijn geest op orde te brengen, op gezette tijden zich op Mij concentrerend [naar de positie van de zon, zie B.G. 7: 8 en 5: 26-28].

A person should be attentive and grave and never lazy or morose. Mastering the yoga procedures of breathing and sitting properly, one should practice fixing the mind on Me at dawn, noon and sunset, and thus gradually the mind should be completely absorbed in Me.

 

Tekst 14

Het yogasysteem zoals onderricht door Mijn leerlingen met Sanaka voorop [de kumâra's] bestaat eruit dat de geest overal vandaan teruggetrokken, dienovereenkomstig rechtstreeks in Mij is verzonken [zie ook 8.3: 22-24].'

The actual yoga system as taught by My devotees, headed by Sanaka-kumâra, is simply this - Having withdrawn the mind from all other objects, one should directly and appropriately absorb it in Me.

 

Tekst 15

S'rî Uddhava zei: 'Wanneer, en in welke gedaante, beste Kes'ava, heb Je Sanaka en de anderen in die yoga onderricht; graag zou ik over die gedaante vernemen.'

S'rî Uddhava said: My dear Kes'ava, at what time and in what form did You instruct the science of yoga to Sanaka and his brothers? I now desire to know about these things.

 

Tekst 16

De Opperheer zei: 'De zoons aangevoerd door Sanaka die hun geboorte vonden uit de geest van hem van het innerlijk goud [Hiranyagarbha of Brahmâ], deden bij hun vader navraag over de zo hoogst subtiele allerhoogste bestemming van de wetenschap der yoga.

The Supreme Personality of Godhead said - Once, the mental sons of Lord Brahmâ, namely, the sages headed by Sanaka, inquired from their father about the difficult subject matter of the supreme goal of yoga.

  

Tekst 17

Sanaka en de anderen zeiden: 'In de geest die uit is op de zinsobjecten krijgen de zinsobjecten dienovereenkomstig hun beslag; o Meester wat is voor iemand die de bevrijding verlangt, voor iemand die het wenst de zinsbevrediging te boven te komen, het proces van het zich losmaken van die relatie [zie ook B.G. 2: 62-63]?'

The sages headed by Sanaka said: O Lord, people's minds are naturally attracted to material sense objects, and similarly the sense objects in the form of desire enter within the mind. Therefore, how can a person who desires liberation, who desires to cross over activities of sense gratification, destroy this mutual relationship between the sense objects and the mind? Please explain this to us.

 

Tekst 18

De Allerhoogste Heer zei: 'De grote uit zichzelf geboren god, de schepper van alle levende wezens, aldus verzocht, overdacht ernstig wat gevraagd was maar wist, in zijn geest verbijsterd van het scheppen, de essentiële waarheid niet te bereiken [zie ook 2.6: 34, 2.9: 32- 37 en 10: 13].

The Supreme Personality of Godhead said - My dear Uddhava, Brahmâ himself, who is born directly from the body of the Lord and who is the creator of all living entities within the material world, being the best of the demigods, seriously contemplated the question of his sons headed by Sanaka. The intelligence of Brahmâ, however, was affected by his own activities of creation, and thus he could not discover the essential answer to this question.

 

Tekst 19

Hij met het verlangen het tot een goed einde te brengen herinnerde zich de oorspronkelijke God [zie 3.8], en te dien tijde werd Ik zichtbaar in Mijn Hamsa-gedaante [de Zwaan].

Lord Brahmâ desired to attain the answer to the question that was puzzling him, and thus he fixed his mind on Me, the Supreme Lord. At that time, in My form of Hamsa, I became visible to Lord Brahmâ.

 

Tekst 20

Met Mij aldus voor ogen brachten ze in toenadering, met Brahmâ voor hen uit, hun eerbetuigingen aan de lotusvoeten en vroegen ze 'Wie bent U?'

Thus seeing Me, the sages, placing Brahmâ in the lead, came forward and worshiped My lotus feet. Then they frankly asked Me, 'Who are You?'

 

Tekst 21

Ik werd aldus verzocht door de wijzen die graag de voorop staande werkelijkheid wilden weten; alsjeblieft o Uddhava verneem van Mij dat wat Ik hen toen zei:

My dear Uddhava, the sages, being eager to understand the ultimate truth of the yoga system, thus inquired from Me. Now please hear as I explain that which I spoke unto the sages.

 

  Tekst 22

Als van de ene substantie van het zelf er het niet-onderworpene zou zijn [het niet-individuele of niet ondergeschikte], hoe kan dan een dergelijke vraag van jullie kant mogelijk zijn, o geleerden, of wat zou van de spreker die Ik ben het gezag zijn [of de toevlucht]?

My dear brâhmanas, if, when asking Me who I am, you believe that I am also a jîva soul and that there is no ultimate difference between us - since all souls are ultimately one without individuality - then how is your question possible or appropriate? Ultimately, what is the real situation or resting place both of yourselves and of Me?

 

  Tekst 23

Hetzelfde zijnd bestaand als de vijf elementen zowel als hetzelfde zijnd in onze essentie houdt jullie vraag van 'Wie bent U' voorzeker een poging in tot spreken zonder enig doel.

If by asking Me 'Who are You?' you were referring to the material body, then I must point out that all material bodies are constituted of five elements, namely earth, water, fire, air and ether. Thus, you should have asked, 'Who are you five?' If you consider that all material bodies are ultimately one, being constituted essentially of the same elements, then your question is still meaningless, since there would be no deep purpose in distinguishing one body from another. Thus, it appears that in asking My identity, you are merely speaking words, without any real meaning or purpose.

 

  Tekst 24

Wat door de geest, de spraak, het zien als ook door de andere zinnen wordt aangehangen ben Ik inderdaad, met niets buiten Mij; dat is wat jullie goed moeten begrijpen.

Within this world, whatever is perceived by the mind, speech, eyes or other senses is Me alone and nothing besides Me. All of you please understand this by a straightforward analysis of the facts.

 

  Tekst 25

De geest gaat uit naar de zinsobjecten en de zinsobjecten nemen bezit van de geest, beste mannen, maar voor het levende wezen met Mij als de Ziel, zijn de geest en de zinsobjecten beiden uiterlijke verschijningsvormen.

My dear sons, the mind has a natural proclivity to enter into the material sense objects, and similarly the sense objects enter into the mind; but both this material mind and the sense objects are merely designations that cover the spirit soul, who is part and parcel of Me.

 

  Tekst 26

Met de geest die in zinsbevrediging keer op keer reikt naar de zinsobjecten en de zinsobjecten die voortdurend prominent aanwezig zijn in de geest, moet degene die van Mijn [Hamsa-]gedaante zijn hen beide verzaken [zie ook vritti en neti neti].

A person who has thus achieved Me by understanding that he is not different from Me realizes that the material mind is lodged within the sense objects because of constant sense gratification, and that the material objects are existing prominently within the material mind. Having understood My transcendental nature, he gives up both the material mind and its objects.

 

  Tekst 27

Waken, dromen en diepe slaap zijn de functies van de intelligentie volgend op de geaardheden der natuur; met kenmerken verschillend met die van hen stelt men de individuele ziel vast als zijnde de getuige [zie ook 7.7: 25 en B.G. 7: 5].

Waking, sleeping and deep sleep are the three functions of the intelligence and are caused by the modes of material nature. The living entity within the body is ascertained to possess characteristics different from these three states and thus remains us a witness to them.

 

  Tekst 28

Aangezien er de gebondenheid van de materieel gemotiveerde intelligentie is die het functioneren van deze ziel in de drie geaardheden oplevert, moet men, zich bevindend in het vierde element, in Mij, die band eraan geven, ten tijde waarvan er de verzaking van de zinsobjecten en de geest is [zie 11.3: 35].

The spirit soul is trapped in the bondage of material intelligence, which awards him constant engagement in the illusory modes of nature. But I am the fourth stage of consciousness, beyond wakefulness, dreaming and deep sleep. Becoming situated in Me, the soul should give up the bondage of material consciousness. At that time, the living entity will automatically renounce the material sense objects and the material mind.

 

  Tekst 29

De gebondenheid van de ziel voortgebracht door het zich identificeren met het lichaam vormt het tegengestelde van wat bedoeld werd; hij die onthecht in samsâra er weet van heeft behoort, zich bevindend in het vierde element, de bezorgdheid [over egokwesties] te laten varen.

The false ego of the living entity places him in bondage and awards him exactly the opposite of what he really desires. Therefore, an intelligent person should give up his constant anxiety to enjoy material life and remain situated in the Lord, who is beyond the functions of material consciousness.

 

  Tekst 30

Zo lang als een persoon die overtuigd is van vele verschillende doeleinden niet tot rust komt met de geschikte methoden [zoals vermeld] zal hij, hoewel wakker zijnde, onbewust aan het slapen zijn als in een droom [zie ook B.G. 2: 41].

According to My instructions, one should fix the mind on Me alone. If, however, one continues to see many different values and goals in life rather than seeing everything within Me, then although apparently awake, one is actually dreaming due to incomplete knowledge, just as one may dream that one has wakened from a dream.

 

  Tekst 31

De vormen van bestaan los van de Opperziel zullen, niet van wezenlijk belang zijnde, door de gescheidenheid die door hen in het leven is geroepen, voor de ziener vol van motieven en doelstellingen net zo zijn als het valse van een droom.

Those states of existence that are conceived of as separate from the Supreme Personality of Godhead have no actual existence, although they create a sense of separation from the Absolute Truth. Just as the seer of a dream imagines many different activities and rewards, similarly, because of the sense of an existence separate from the Lord's existence, the living entity falsely performs fruitive activities, thinking them to be the cause of future rewards and destinations.

 

  Tekst 32

Als hij wakker is geniet hij de kwaliteiten van de uitwendige aangelegenheid op dat moment, in zijn dromen ondergaat hij in de geest met al de zinnen dezelfde ervaring, in de diepe slaap gaat hij over in de onwetendheid; één van heugenis zijnde in het getuige zijn van de functies wordt hij bij de opeenvolging in de drie stadia de heer van de zinnen [zie ook 4.29: 60-79 en B.G. 15: 7-8].

While awake the living entity enjoys with all of his senses the fleeting characteristics of the material body and mind; while dreaming he enjoys similar experiences within the mind; and in deep dreamless sleep all such experiences merge into ignorance. By remembering and contemplating the succession of wakefulness, dreaming and deep sleep, the living entity can understand that he is one throughout the three stages of consciousness and is transcendental. Thus, he becomes the lord of the senses.

 

  Tekst 33

Aldus met de geaardheden van de natuur in Mij de drie staten van bewustzijn overwegende zoals opgelegd door Mijn Illusieverwekkend vermogen, weest vastbesloten wat betreft de bedoeling van het van aanbidding zijn voor Mij in het hart aanwezig, door, met het zwaard van de kennis aangescherpt door logica en door waarachtige instructies, de [ahankâra] oorzaak van alle twijfels weg te snijden.

You should consider how, by the influence of My illusory energy, these three states of the mind, caused by the modes of nature, have been artificially imagined to exist in Me. Having definitely ascertained the truth of the soul, you should utilize the sharpened sword of knowledge, acquired by logical reflection and from the instructions of sages and Vedic literatures, to completely cut off the false ego, which is the breeding ground of all doubts. All of you should then worship Me, who am situated within the heart.

 

  Tekst 34

Bezie deze bedrieglijke staat van de geest die, verschijningen kennend die vandaag naar voren springen en morgen weer verdwenen zijn, zo wankelmoedig is als het gloeiende eind van een bewegende fakkel; het is de Ene geestelijke ziel die misleidend verschijnend in vele verdelingen zich manifesteert als een illusie van een drievoudige verscheidenheid van dromen gecreëerd door de verandering van de geaardheden der natuur [zie ook B.G. 9.15, 15: 16, linga en siddhânta].

One should see that the material world is a distinct illusion appearing in the mind, because material objects have an extremely flickering existence and are here today and gone tomorrow. They can be compared to the streaking red line created by whirling a fiery stick. The spirit soul by nature exists in the single state of pure consciousness. However, in this world he appears in many different forms and stages of existence. The modes of nature divide the soul's consciousness into normal wakefulness, dreaming and dreamless sleep. All such varieties of perception, however, are actually mâyâ and exist only like a dream.

 

  Tekst 35

Met het de ogen afwenden van die [misleidende materiële] werkelijkheid moet men, van de stilte zijnde met de materiële hunkering ten einde, komen tot de realisatie van het eigen geluk dat men ziet optreden als men zonder materiële aktiviteiten is; en àls men dan bij tijden van de aarde is, behoort men, in gedachten houdend dat dat niet van substantieel belang is, het op te geven, met die heugenis tot het levenseinde niet dolend.

Having understood the temporary illusory nature of material things, and thus having pulled one's vision away from illusion, one should remain without material desires. By experiencing the happiness of the soul, one should give up material speaking and activities. If sometimes one must observe the material world, one should remember that it is not ultimate reality and therefore one has given it up. By such constant remembrance up till the time of death, one will not again fall into illusion.

 

  Tekst 36

Net als iemand die verblind door de drank zich niet bewust is van de kleren die hij draagt, slaat hij die van de volmaaktheid is, zie je, er geen acht op of het lichaam zit of staat, naar Gods wil vertrekt of door het lot beschikt [een nieuw lichaam] verwerft, omdat hij zijn oorspronkelijke positie heeft bereikt [zijn svarûpa].

Just as a drunken man does not notice if he is wearing his coat or shirt, similarly, one who is perfect in self-realization and who has thus achieved his eternal identity does not notice whether the temporary body is sitting or standing. Indeed, if by God's will the body is finished or if by God's will he obtains a new body, a self-realized soul does not notice, just as a drunken man does not notice the situation of his outward dress.

 

  Tekst 37

Voor zolang het lichaam zoals beschikt door het lot er van het karma is, zal het op eigen kracht volhouden met zijn levensadem en zinnen en zijn verscheidenheid aan manifestaties; hoog geklommen echter in de volledige verzonkenheid van de yoga zal degene die ontwaakt is wat betreft de essentie niet nogmaals dat gedroom cultiveren.

The material body certainly moves under the control of supreme destiny and therefore must continue to live along with the senses and vital air as long as one's karma is in effect. A self-realized soul, however, who is awakened to the absolute reality and who is thus highly situated in the perfect stage of yoga, will never again surrender to the material body and its manifold manifestations, knowing it to be just like a body visualized in a dream.

 

  Tekst 38

O geleerden, door Mij is nu aan jullie uitleg verschaft over de analyse en de yoga, begrijp alstublieft dat Ik kwam als Yajña [Vishnu, de Heer van het Offer] om te wijzen op de eigenlijke verplichtingen.

My dear brâhmanas, I have now explained to you the confidential knowledge of Sânkhya, by which one philosophically distinguishes matter from spirit, and of ashthânga-yoga, by which one links up with the Supreme. Please understand that I am the Supreme Personality of Godhead, Vishnu, and that I have appeared before you desiring to explain your actual religious duties.

 

  Tekst 39

Beste van de tweemaal geborenen, Ik ben de Hoogste Weg van de yoga, de analyse, de waarheid en de heilige wet als ook de schoonheid, de roem en de zelfbeheersing.

O best of the brâhmanas, please know that I am the supreme shelter of the yoga system, analytic philosophy, virtuous action, truthful religious principles, power, beauty, fame and self-control.

 

  Tekst 40

Alle kwaliteiten zoals het vrij zijn van de geaardheden en vrij zijn van verwachtingen, de Weldoener zijn, de Meest Geliefde, het Ware Zelf, Hij die Gelijk is, de onthechting en zo voorts, vinden, in hun niet van affiniteit zijn voor de geaardheden, hun dienst in Mij.'

All superior transcendental qualities, such as being beyond the modes of nature, detached, the well-wisher, the most dear, the Supersoul, equally situated everywhere, and free from material entanglement: all such qualities, free from the transformations of material qualities, find their shelter and worshipable object in Me.

 

  Tekst 41

Aldus werden door Mij de twijfels vernietigd van al de wijzen aangevoerd door Sanaka die, volledig van aanbidding in bovenzinnelijke liefdevolle dienst, met prachtige hymnen Mijn heerlijkheden bezongen.

[Lord Krishna continued:l My dear Uddhava, thus all of the doubts of the sages headed by Sanaka were destroyed by My words. Fully worshiping Me with transcendental love and devotion, they chanted My glories with excellent hymns.

 

  Tekst 42

Ik volmaakt aanbeden en verheerlijkt door de grootsten onder de wijzen keerde toen, voor het oog van Brahmâ, terug naar Mijn verblijfplaats.

The greatest of sages, headed by Sanaka Rishi, thus perfectly worshiped and glorified Me, and as Lord Brahmâ looked on, I returned to My own abode.

 

* In het Sanskriet is de term sattva, behalve dat dat goedheid, innerlijke kracht en ware aard betekent, een ander woord voor karakter. Karakter wordt ook omschreven als s'ila of svarûpa; 'vorm, vroomheid, moraliteit, gewoonte of gebruik' of 'de eigen vorm, je ware aard' of de constitutionele positie in de omgang met Krishna zoals Swami Prabhupâda dat het liefst noemde.

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties