regelbalk

 

Vibhâvarî S'esha

 

 

 

Canto 10

 

Hoofdstuk 87

 

Het Onderliggende Mysterie: De Gebeden van de Veda's in Eigen Persoon

(1) S'rî Parîkchit zei: 'O brahmaan, hoe kunnen de heilige geschriften [de s'ruti, de Veda's], die de verschillende geaardheden der natuur bestrijken, zich nu rechtstreeks betrekken op de onuitsprekelijke [*] Absolute Waarheid transcendentaal aan oorzaak [het subtiele] en gevolg [het grofstoffelijke]?'

(2) S'rî S'uka zei: 'De intelligentie, de zinnen, de geest en de levenskracht van de levende wezens werden door hun Heer en Meester tot ontwikkeling gebracht terwille van de sensualiteit, voor het verwerven van een leven en voor het doel van [de emancipatie van] de ziel en zijn uiteindelijke bevrijding. (3) Waarlijk werd deze zelfde filosofische oefening over de Absolute Waarheid in acht genomen door de voorgangers [zoals de kumâra's] van onze voorgangers [zoals Nârada]; wie dan ook die er zich op concentreert zal de rust en vrede bereiken vrij van materiële gehechtheid [zie ook 8.24: 38]. (4) Hiertoe zal ik u verslag doen van een relaas aangaande Heer Nârâyana. Het is een gesprek tussen Nârâyana Rishi en Nârada Muni.

(5) Ooit eens ging de Opperheer Zijn geliefde Nârada reizend door de werelden op bezoek in de âs'rama van de Eeuwige Ziener Nârâyana. (6) Hij heeft vanaf het begin van de dag van Brahmâ enkel voor het welzijn, in dit en het volgende leven, van de menselijke wezens zich houdend aan het dharma, de jñâna en de zelfbeteugeling in Bhârata-varsha, zich bezig gehouden met boetedoeningen [zie kalpa]. (7) Aldaar boog hij neer voor Hem daar gezeten omringd door wijzen in Kalâpa, het dorp waar Hij zich ophield, en stelde hij deze zelfde vraag, o beste van de Kuru's. (8) Terwijl de zieners toehoorden deed de Allerhoogste Heer verslag van deze antieke discussie onder de bewoners van de wereld der stervelingen [janaloka] over de Absolute Waarheid. (9) De Allerhoogste Heer zei: 'O zoon van de zelfgeboren heer [Brahmâ], in het verleden werd er, onder hen die verblijven in de wereld der stervelingen, een offerplechtigheid gehouden waartoe de [ûrdhva-retah] celibataire wijzen geboren uit Brahmâ ['uit de geest'] het spirituele beoefenden. (10) Met u weggegaan naar S'vetadvîpa om haar Beheerser te treffen, volgde over Hem [Vishnu als Aniruddha] in wie de Veda's ten ruste liggen [na de vernietiging van de materiële wereld], een waarlijk levendige uiteenzetting, welke de vraag opwierp die U mij weer stelt. (11) Hoewel gelijk van aard in hun boetedoening en hun luisteren naar de s'ruti, hoewel gelijk naar vrienden, vijanden en onpartijdigen, stelden ze een van hen aan als hun spreker terwijl de rest gretig luisterde.'

(12-13) S'rî Sanandana zei: 'Toen Hij met het geschapen hebben van dit universum aan haar einde zich terugtrok en lag te slapen, wekten de Veda's in eigen persoon de Allerhoogste met beschrijvingen van Zijn kenmerken, op dezelfde manier als een slapende koning door zijn hofdichters wordt gewekt als ze hem als zijn dienaren bij het ochtendgloren benaderen met [recitaties van] zijn heroïsche daden. (14) De Veda's zeiden: 'Alle eer, alle eer aan U, alstUblieft o Onverwinnelijke die de geaardheden aannam om het nadelige in het leven te roepen, versla de eeuwige illusie; omdat U in Uw oorspronkelijke status volkomen bent in de vormen van weelde kunt U, bij tijden Uzelf bezig houdend met de uit Uw innerlijk voortspruitende energieën van de bewegende en niet rond bewegende belichaamden, door ons, de Veda's, worden gewaardeerd als de wortel [**]. (15) Deze wereld waargenomen als het grote [als brahman] beschouwen de zieners als zijnde de alles doordringende grondvesting, want het is als met klei die in transformatie leidend tot vormen en dan weer oplost zelf geen verandering ondergaat; daarom hebben zij hun geesten, woorden en handelingen gewijd, aan U - hoe kan het anders zijn dan dat de stappen die mensen ondernemen worden gezet op de grond [van hun bestaan, zie ook 6.16: 22, 11.24: 18 en B.G. 7: 20-25]. (16) Aldus ontdoen Uw mensen van verlichting o Meester van de Drie van Alle Werelden, zich van hun problemen door diep in de oceaan te duiken van de nectar van de kathâ die de besmetting uitbant; wat nogmaals te zeggen over hen die door de macht van hun eigen geesten de kwaliteiten van het tijdelijke verdreven, o Allerhoogste, en die in aanbidding het ononderbroken geluk ervaren van Uw verblijfplaats. (17) Zij die puffen alsof ze ademen [zie B.G. 18.61] leven pas werkelijk als ze Uw trouwe volgelingen zijn, omdat U, boven oorzaak en gevolg uit, de onderliggende werkelijkheid bent uit Wiens genade het universele ei van de totaliteit, de afgescheidenheid en de andere elementen van de persoon werden voortgebracht [zie 3.26: 51-53]; met U, overeenkomstig de specifieke vormen waar ze verder nog toe leiden, verschijnend onder dezen als de Uiteindelijke in relatie tot de [enkel] fysieke overdekkingen en zo voorts [de kos'a's en B.G. 18: 54]. (18) Overeenkomstig de leefregels van de zieners zijn zij met een grofstoffelijke zienswijze van aanbidding voor de onderbuik [de lagere centra] en zijn de âruni's [de superieure yogî's] van respect voor de prânaknoop van de subtiele energieën [zie cakra] van het hart, waarna ze, o Onbegrensde, opstijgen naar het hoofd dat Uw verblijfplaats is en dan doorgaan naar de hoogste bestemming vanwaar ze die bereikend nimmer weer terug zullen vallen in de mond van de dood [zie ook B.G. 8: 16]. (19) Klaarblijkelijk als hun motivator [voor of tegen] binnengaand in de door U als een verscheidenheid geschapen levensvormen, wordt U in imitatie van Uw eigen schepping zichtbaar, zoals vuur dat doet, al naar gelang hun relatieve posities; U zich aldus onder hen bevindend als zijnde uitgebreid [of werkelijk] en als niet uitgebreid [of onwaar of tijdelijk] wordt door hen verbonden met Uw manifestatie, die vrij van verstrikt zijn geesten hebben die vlekkeloos zijn, begrepen als zijnde een [onveranderlijke, permanente] staat van liefde [zie ook B.G. 2: 12]. (20) De persoon binnen in de lichamen die hij zichzelf bereid heeft is in feite als de expansie van U, de eigenaar van alle energieën, zo wordt gezegd [door de Veda's], niet van het uiterlijke [het grofstoffelijke lichaam, de deha], noch van het innerlijke [het subtiele lichaam, de linga] maar omsloten; en zo aanbidden, als ze eenmaal geloof ontwikkeld hebben met het zich verzekeren van de status van het levende wezen als zijnde gemanifesteerd op deze manier, zij die geschoold zijn in de heilige voorschriften Uw voeten als de bron der bevrijding en het veld waarin alle offers worden gezaaid. (21) De weinigen die de moeilijkheden beu zijn [van een materieel leven] wensen, door diep te duiken in de uitgestrekte oceaan van de nectar van de wederwaardigheden van de gedaanten die U aannam om het moeilijk te vatten principe van de ziel uit te dragen, het nog niet eens om deze wereld achter zich te laten, o Heer, met het verlaten van hun huizen gevonden hebben van de omgang met de gemeenschap der zwanen aan Uw lotusvoeten [zie e.g. 4.24: 58, 4.30: 33, 5.12: 16, 5.13: 21, 7.6: 17-18 , 7.14: 3-4]. (22) Dit lichaam nuttig voor het dienen van U fungeert als iemands zelf, iemands vriend en geliefde; echter, hoewel U, gunstig gezind als hun eigenlijke Zelf, behulpzaam en toegenegen bent, vinden zij die helaas er niet in slagen genoegen in U te scheppen eerder het verval van het fysieke raamwerk [in opeenvolgende geboorten], suïcidaal zijnde in aanbidding van het onware als ze vasthoudend wijd en zijd ronddolen in de angst voor het bestaan [zie ook B.G. 16: 19]. (23) Dat wat de wijzen met het ademen, de geest en de zinnen onder controle gebracht in standvastige yoga aanbidden in het hart, wordt ook bereikt door hen die zich U herinneren in vijandigheid [zie ook 3.2: 24 10.74: 46]; en zo zullen wij het doen, evenzo de zelfde nectar genietend van de lotusgelijke voeten, zoals ook de vrouwen het doen [de gopî's, de echtgenotes] die in hun geest en hun zien zijn aangetrokken tot Uw armen zo sterk als machtige slangenlijven. (24) Ach, wie alhier zo kortgeleden geboren en spoedig weer te sterven weet wie er het eerste was, uit wie de ziener zich voordeed [Brahmâ] en op wie de twee groepen van halfgoden volgden [naar de zinnen en de principes] [zie B.G. 7: 26]? Als hij neerligt om zich terug te trekken is er te dien tijde noch het grofstoffelijke, noch het subtiele, noch dat [de lichamen] wat beiden omvat; noch is er het verloop van de Tijd of zijn de s'âstra's er [B.G. 9: 7]. (25) Zij die met gezag onderricht gevend verklaren dat leven uit dode materie voortkomt en dat er eindigheid zou zijn van het eeuwige [zie B.G. 2: 16], dat de ziel niet één zou zijn [zie 10.14: 9] en dat de dualiteit van wereldse aangelegenheden iets werkelijks is [zie B.G. 17: 28], hebben het bij het verkeerde eind in hun uit onwetendheid geboren dualistische opvatting dat het levende wezen aldus zou zijn voortgebracht door de drie geaardheden [alleen, d.w.z. zonder U, Uw Eenheid in het Voorbije, zie B.G. 14: 19 en 13: 28]; dat is wat men ervan krijgt als men met betrekking tot dergelijke bovenzinnelijke zaken niet in [kennis met] U verkeert, de essentie van de Volledige Waarneming [zie ook 5.6: 9-11]. (26) Het [tijdgebondene van de vorm en dus] onware drievoudige en haar [geest-]verschijningen tot aan die van menselijke wezens, doen zich in U voor alsof ze waar zijn, en worden door de kenners van de Ziel die deze hele wereld als waar beschouwen niet verworpen omdat ze transformaties zijn die niet van Hem verschillen; zij, geschapen door Hemzelf die erin binnengaat, worden als zodanig inderdaad onderkend als zijnde even zo goed het Ware Zelf als goud dat is, niet verschillend van zijn eigen projecties [zie ook 6.16: 22]. (27) Zij die U aanbidden als de toevlucht van alle geschapen wezens gaan simpelweg met hun voeten op het hoofd van de Dood staan, terwijl U met Uw woorden zelfs de wijzen aan banden legt als ze nalatig zijn; zij die zich tot de vriendschap wendden zuiveren inderdaad zichzelf, niet zij die hun gezicht afwendden. (28) U zelfverlicht niet in gang zettend bent degene die al degenen onderhoudt die wel in gang zetten [met zintuiglijke functies]; de goddelijken waakzaam met de materiële natuur dragen offers aan U op en nemen weer van dat offeren, als waren ze de plaatselijke leiders in een koninkrijk in relatie tot hun broodheer over het ganse land heersend - dat is hoe zij, zij die het maken inderdaad, in angst voor U zich van de hun toegewezen taken kwijten. (29) Met de materiële energie worden de levensvormen, die zich manifesteren als stationair en als bewegend, tot leven gewekt in hun motieven van handelen als U, afzijdig als U bent, o Eeuwig Bevrijdde, middels Uw kortstondige blik de [gedaanten van U voor de] sport met haar opneemt; voor het Allerhoogste kan feitelijk niemand een vreemde of een vriend zijn, precies zoals het is met het etherische van de hemel die geen waarneembare kwaliteiten heeft - daarin komt U overeen met een leegte. (30) Als de talloze belichaamde wezens niet tijdgebonden zouden zijn, dan zou het alomtegenwoordige niet zo'n soevereine macht zijn, o Onveranderlijke; [vanwege Uw] Zich niet scheiden van de substantie van waaruit zij werden voortgebracht moet [U] de Regulator [van de Tijd] worden gekend als zijnde overal in gelijke mate aanwezig, niet als ergens anders zijnd; en aldus heeft men het verkeerd begrepen ervan uitgaande dat men weet [heeft van het volledige van U] daar men van het onvolkomene is [de lokale orde dus] van wat gekend wordt [zie 6.5: 19]. (31) Het genereren van de materiële natuur en haar mannelijke principe, de persoon, vindt niet werkelijk plaats; door de combinatie van beiden die ongeboren zijn vinden deze levende lichamen in U hun bestaan als bellen op het water [in aanraking met de lucht] en hebben ze daarom verschillende namen en kwaliteiten [later weer] opgaand in het Allerhoogste zoals rivieren in de zee uitmonden en alle smaken van de nectar zich samenvoegen in de honing [zie ook B.G. 9: 7]. (32) Zij die van de wijsheid zijn en fervent jegens U begrijpen hoe Uw mâyâ de menselijke wezens begoochelt, leveren krachtdadige liefdevolle dienst aan U, de bron der bevrijding; hoe zou er voor hen die U trouw volgen, ook maar iets van angst zijn voor een materieel bestaan dat het drie-gerande [wiel van de Tijd van verleden, heden en toekomst] van Uw fronsende wenkbrauwen bij herhaling creëert met hen die niet tot U hun toevlucht nemen? [zie ook B.G. 4: 10, 7:14 & 14:26] (33) In de ban van de zinnen en de ademhaling is de geest als een paard dat niet onder controle is gebracht [B.G. 2: 60 en 5.11: 10]; zij die er hier naar streven om te reguleren maar de voeten van de goeroe hebben verlaten, vinden vol van leed en onstandvastig in de verschillende controlemethoden honderden obstakels op hun weg, o Ongeborene, alsof ze kooplieden op zee zijn die geen stuurman in de arm genomen hebben [zie 10.51: 60 B.G. 4: 34]. (34) Wat hebben dienaren, kinderen, een lichaam, een echtgenote, geld, een thuis, land, vitaliteit, en voertuigen te betekenen voor menselijke wezens die hun toevlucht zoeken tot het eigenlijke Zelf, de Belichaming van Alle Genoegen; wat zou allemaal voor hen die, vasthoudend aan hun verlustiging in sexuele zaken en falend de waarheid [van Hem] te waarderen, [waar] geluk brengen in deze wereld die op zichzelf onderhevig is aan vernietiging en verstoken is van inhoud? [zie ook B.G. 13: 8-12] (35) De zieners vrij van valse trots die, met de grootste vroomheid op deze aarde [levend] naar de pelgrimsoorden en plaatsen van Zijn spel en vermaak, Uw voeten in hun hart hebben, doen inderdaad met het water van hun voeten de zonden te niet; zij die maar één keer hun geest op U richten, de Oorspronkelijke Ziel Eeuwig Gelukkig, zijn nimmer meer van het aanbidden van de huiselijke aangelegenheid die een persoon berooft van zijn essentiële kwaliteiten. (36) 'Vanuit het ware deed zich dit ware voor' mag zo gezegd zijnde worden weerlegd als een logische tegenspraak aangezien het in sommige gevallen niet samengaat, terwijl het in andere gevallen niet onwaar is; van het samengaan van beiden worden door een reeks van mensen die in het duister tasten veranderingen verlangd in alledaagse zaken waartoe Uw talrijke woorden van wijsheid verbijstering geven en ze hun oplettendheid verliezen met de aanheffingen in rituele uitingen. (37) Daar dit alles in den beginne niet bestond en bijgevolg ook niet zal bestaan na de vernietiging ervan, kan worden geconcludeerd dat het, zich in de tijd ertussen voordoend in U, het onware is dat moet worden vermeden; en aldus is het voor hen stabiel in hun spiritualiteit, niettegenstaande het feit dat het kan worden vergeleken met categorieën van materiële substantie [of elementen, verschijnend] in verschillende soorten van transformaties [zie tekst 26], maar een vrucht van het voorstellingsvermogen waarvan de minder intelligenten denken dat het iets zou zijn dat het aanbidden waard is [zie B.G. 6: 8]. (38) Hij [het levende wezen] legt zich vanwege het onoverkomelijke van de materie neer bij de energie en neemt, met het aannemen van haar kwaliteiten, dienovereenkomstig gedaanten aan, in navolging waarvan verstoken van Zijn voordeel hij uitloopt op [geboorte en] de dood; U anderzijds toegerust met Uw genade laat haar links liggen als een slang die zijn huid afwerpt en wordt in Uw achtvoudige grootsheid [zie siddhi's] verheerlijkt als Hij die Onbegrensd is in Zijn Heerlijkheid. (39) Als personen die zijn begonnen aan een leven van verzaking niet de sporen van materiële verlangens uit hun harten bannen en als yoga beoefenaren [enkel] hun dierlijke leven bevredigen, hebben ze, zich niet van de dood wegbewogen hebbend ongelukkig in beide gevallen [van dit leven en het leven hierna], Uw hemelse koninkrijk gemist dat onmogelijk te realiseren is voor de onzuiveren en hebben ze het juweel om hun nek vergeten [dat U bent] [zie ook B.G. 6: 41-42]. (40) Iemand met begrip voor U slaat geen acht op de goede of kwade gevolgen van het gunstige en ongunstige dat zich in het moment voordoet van U, noch trekken ze zich de woorden aan van andere levende wezens; iedere dag, o U van Alle Kwaliteiten, is hij van het lied dat in ieder tijdperk gehoord wordt vanuit de geestelijke erfopvolging van de kinderen van Manu [zie 3.22: 34-39 en 5.13: 25], om reden waarvan U het uiteindelijke doel van de bevrijding bent. (41) Noch de meesters van de hemel kunnen het einde van de heerlijkheid van U die zo Onbegrensd bent ontwaren, noch kan zelfs U dat Zelf, in wie het veelvoud aan universa - ieder in zijn eigen omhulling - met de Gang der Tijd rond worden geblazen in de hemel als stofdeeltjes; het is inderdaad omdat de s'ruti's in U vrucht dragen door [neti neti] te elimineren wat niet het Absolute is, dat zij in U hun uiteindelijke conclusie vinden [zie siddhânta]'.

(42) De Allerhoogste Heer zei: 'Na aldus deze instructie te hebben aangehoord over het Ware Zelf, begrepen de zoons van Brahmâ wat hun eindbestemming was en aanbaden ze daarop volgend volmaakt bevredigd de wijze Sanandana. (43) Alzo werd door de ouden, de geheiligde zielen geboren om de hogere regionen te doorkruisen, van al de Veda's en Purâna's de nectar van het onderliggende mysterie [van de filosofie van de upanishad's] gedestilleerd. (44) O u erfgenaam van Brahmâ [Nârada], trek rond over de wereld zoals u wenst, met geloof mediterend op deze instructie over de Ziel die de begeerten van de mens opbrandt.'

(45) S'ri S'uka zei: 'Hij, de kalmte zelve, op deze manier van de wijze de opdracht ontvangen hebbend aanvaarde die trouw, o Koning, en nam het woord, nu volledig van succes manhaftig naar zijn gelofte mediterend op wat hij had gehoord. (46) S'rî Nârada zei: 'Mijn eerbetuigingen aan Hem, de Allerhoogste Heer Krishna onberispelijk in Zijn heerlijkheden, die Zijn al-aantrekkelijke expansies manifesteert voor de verlossing van alle zielen [1.3: 28].'

(47) Aldus sprekend neerbuigend voor de Oorspronkelijke Rishi [Nârâyana] en voor de grote zielen die Zijn leerlingen waren, begaf hij zich vandaar naar de hermitage van mijn directe vader, Dvaipâyana Vedavyâsa. (48) Toen hem door de grote toegewijde de eer was betoond en hij een zitplaats van hem had aanvaard, beschreef hij voor hem dat wat hij vernomen had uit de mond van S'rî Nârâyana. (49) Zo is er antwoord gegeven op de vraag die u stelde, o Koning, over hoe in de Absolute Waarheid - dat wat zonder materiële kwaliteiten zo ongrijpbaar is voor woorden - de geest zijn weg zou vinden. (50) Hij die waakt over dit universum in den beginne, in het midden en op het eind; Hij die de Heer is van het ongemanifesteerde van de individuele ziel; Hij die, dit universum naar buiten brengend, erin binnen ging tezamen met de individuele ziener en lichamen voortbrengend ze reguleert; Hij voor wie zich overgevend degene [van illusie] die niet [weder-]geboren is het lichaam opgeeft dat hij omarmt als in de slaap; door Zijn zuivere spirituele status verre gehouden van een materiële geboorte, behoort men, om bevrijd te raken van de angst [zie B.G. 16: 11-12], zonder ophouden te mediteren op de Allerhoogste Persoonlijkheid [zie 1.9: 39 en de bhajan Sarvasva Tomar].

  

next        

 
 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):

The Prayers of the Personified Vedas

 

Text 1:

S'rî Parîkchit zei: 'O brahmaan, hoe kunnen de heilige geschriften [de s'ruti, de Veda's], die de verschillende geaardheden der natuur bestrijken, zich nu rechtstreeks betrekken op de onuitsprekelijke [*] Absolute Waarheid transcendentaal aan oorzaak [het subtiele] en gevolg [het grofstoffelijke]?'

S'rî Parîkchit said: O brâhmana, how can the Vedas directly describe the Supreme Absolute Truth, who cannot be described in words? The Vedas are limited to describing the qualities of material nature, but the Supreme is devoid of these qualities, being transcendental to all material manifestations and their causes.

 

Text 2:

S'rî S'uka zei: 'De intelligentie, de zinnen, de geest en de levenskracht van de levende wezens werden door hun Heer en Meester tot ontwikkeling gebracht terwille van de sensualiteit, voor het verwerven van een leven en voor het doel van [de emancipatie van] de ziel en zijn uiteindelijke bevrijding.

S'ukadeva Gosvamî said: The Supreme Lord manifested the material intelligence, senses, mind and vital air of the living entities so that they could indulge their desires for sense gratification, take repeated births to engage in fruitive activities, become elevated in future lives and ultimately attain liberation.

 

Text 3:

Waarlijk werd deze zelfde filosofische oefening over de Absolute Waarheid in acht genomen door de voorgangers [zoals de kumâra's] van onze voorgangers [zoals Nârada]; wie dan ook die er zich op concentreert zal de rust en vrede bereiken vrij van materiële gehechtheid [zie ook 8.24: 38].

Those who came before even our ancient predecessors meditated upon this same confidential knowledge of the Absolute Truth. Indeed, anyone who faithfully concentrates on this knowledge will become free from material attachments and attain the final goal of life.

 

Text 4:

Hiertoe zal ik u verslag doen van een relaas aangaande Heer Nârâyana. Het is een gesprek tussen Nârâyana Rishi en Nârada Muni.

In this connection I will relate to you a narration concerning the Supreme Lord Nârâyana. It is about a conversation that once occurred between S'rî Nârâyana Rishi and Nârada Muni.

 

Text 5:

Ooit eens ging de Opperheer Zijn geliefde Nârada reizend door de werelden op bezoek in de âs'rama van de Eeuwige Ziener Nârâyana.

Once, while traveling among the various planets of the universe, the Lord's beloved devotee Nârada went to visit the primeval sage Nârâyana at His âs'rama.

 

Text 6:

Hij heeft vanaf het begin van de dag van Brahmâ enkel voor het welzijn, in dit en het volgende leven, van de menselijke wezens zich houdend aan het dharma, de jñâna en de zelfbeteugeling in Bhârata-varsha, zich bezig gehouden met boetedoeningen [zie kalpa].

From the very beginning of Brahmâ's day Lord Nârâyana Rishi has been undergoing austere penances in this land of Bhârata while perfectly performing religious duties and exemplifying spiritual knowledge and self- control - all for the benefit of human beings in both this world and the next.

  

Text 7:

Aldaar boog hij neer voor Hem daar gezeten omringd door wijzen in Kalâpa, het dorp waar Hij zich ophield, en stelde hij deze zelfde vraag, o beste van de Kuru's.

There Nârada approached Lord Nârâyana Rishi, who was sitting amidst sages of the village of Kalâpa. After bowing down to the Lord, O hero of the Kurus, Nârada asked Him the very same question you have asked me.

 

Text 8:

Terwijl de zieners toehoorden deed de Allerhoogste Heer verslag van deze antieke discussie onder de bewoners van de wereld der stervelingen [janaloka] over de Absolute Waarheid.

As the sages listened, Lord Nârâyana Rishi related to Nârada an ancient discussion about the Absolute Truth that took place among the residents of Janaloka.

 

Text 9:

De Allerhoogste Heer zei: 'O zoon van de zelfgeboren heer [Brahmâ], in het verleden werd er, onder hen die verblijven in de wereld der stervelingen, een offerplechtigheid gehouden waartoe de [ûrdhva-retah] celibataire wijzen geboren uit Brahmâ ['uit de geest'] het spirituele beoefenden.

The Personality of Godhead said: O son of self-born Brahmâ, once long ago on Janaloka, wise sages who resided there performed a great sacrifice to the Absolute Truth by vibrating transcendental sounds. These sages, mental sons of Brahmâ, were all perfect celibates.

      

Text 10

Met u weggegaan naar S'vetadvîpa om haar Beheerser te treffen, volgde over Hem [Vishnu als Aniruddha] in wie de Veda's ten ruste liggen [na de vernietiging van de materiële wereld], een waarlijk levendige uiteenzetting, welke de vraag opwierp die U mij weer stelt.

At that time you happened to be visiting the Lord on S'vetadvîpa - that Supreme Lord in whom the Vedas lie down to rest during the period of universal annihilation. A lively discussion arose among the sages on Janaloka as to the nature of the Supreme Absolute Truth. Indeed, the same question arose then that you are asking Me now.

 

 Text 11

Hoewel gelijk van aard in hun boetedoening en hun luisteren naar de s'ruti, hoewel gelijk naar vrienden, vijanden en onpartijdigen, stelden ze een van hen aan als hun spreker terwijl de rest gretig luisterde.'

Although these sages were all equally qualified in terms of Vedic study and austerity, and although they all saw friends, enemies and neutral parties equally, they chose one of their number to be the speaker, and the rest became eager listeners.

 

Text 12-13

S'rî Sanandana zei: 'Toen Hij met het geschapen hebben van dit universum aan haar einde zich terugtrok en lag te slapen, wekten de Veda's in eigen persoon de Allerhoogste met beschrijvingen van Zijn kenmerken, op dezelfde manier als een slapende koning door zijn hofdichters wordt gewekt als ze hem als zijn dienaren bij het ochtendgloren benaderen met [recitaties van] zijn heroïsche daden.

S'rî Sanandana, replied: After the Supreme Lord withdrew the universe He had previously created, He lay for some time as if asleep, and all His energies rested dormant within Him. When the time came for the next creation, the personified Vedas awakened Him by chanting His glories, just as the poets serving a king approach him at dawn and awaken him by reciting his heroic deeds.

 

Text 14

De Veda's zeiden: 'Alle eer, alle eer aan U, alstUblieft o Onverwinnelijke die de geaardheden aannam om het nadelige in het leven te roepen, versla de eeuwige illusie; omdat U in Uw oorspronkelijke status volkomen bent in de vormen van weelde kunt U, bij tijden Uzelf bezig houdend met de uit Uw innerlijk voortspruitende energieën van de bewegende en niet rond bewegende belichaamden, door ons, de Veda's, worden gewaardeerd als de wortel [**].

The s'rutis said: Victory, victory to You, O unconquerable one! By Your very nature You are perfectly full in all opulences; therefore please defeat the eternal power of illusion, who assumes control over the modes of nature to create difficulties for conditioned souls. O You who awaken all the energies of the moving and nonmoving embodied beings, sometimes the Vedas can recognize You as You sport with Your material and spiritual potencies.

 

Text 15

Deze wereld waargenomen als het grote [als brahman] beschouwen de zieners als zijnde de alles doordringende grondvesting, want het is als met klei die in transformatie leidend tot vormen en dan weer oplost zelf geen verandering ondergaat; daarom hebben zij hun geesten, woorden en handelingen gewijd, aan U - hoe kan het anders zijn dan dat de stappen die mensen ondernemen worden gezet op de grond [van hun bestaan, zie ook 6.16: 22, 11.24: 18 en B.G. 7: 20-25].

This perceivable world is identified with the Supreme because the Supreme Brahman is the ultimate foundation of all existence, remaining unchanged as all created things are generated from it and at last dissolved into it, just as clay remains unchanged by the products made from it and again merged with it. Thus it is toward You alone that the Vedic sages direct all their thoughts, words and acts. After all, how can the footsteps of men fail to touch the earth on which they live?

 

Text 16

Aldus ontdoen Uw mensen van verlichting o Meester van de Drie van Alle Werelden, zich van hun problemen door diep in de oceaan te duiken van de nectar van de kathâ die de besmetting uitbant; wat nogmaals te zeggen over hen die door de macht van hun eigen geesten de kwaliteiten van het tijdelijke verdreven, o Allerhoogste, en die in aanbidding het ononderbroken geluk ervaren van Uw verblijfplaats.

Therefore, O master of the three worlds, the wise get rid of all misery by diving deep into the nectarean ocean of topics about You, which washes away all the contamination of the universe. Then what to speak of those who, having by spiritual strength rid their minds of bad habits and freed themselves from time, are able to worship Your true nature, O supreme one, finding within it uninterrupted bliss?

 

Text 17

Zij die puffen alsof ze ademen [zie B.G. 18.61] leven pas werkelijk als ze Uw trouwe volgelingen zijn, omdat U, boven oorzaak en gevolg uit, de onderliggende werkelijkheid bent uit Wiens genade het universele ei van de totaliteit, de afgescheidenheid en de andere elementen van de persoon werden voortgebracht [zie 3.26: 51-53]; met U, overeenkomstig de specifieke vormen waar ze verder nog toe leiden, verschijnend onder dezen als de Uiteindelijke in relatie tot de [enkel] fysieke overdekkingen en zo voorts [de kos'a's en B.G. 18: 54].

Only if they become Your faithful followers are those who breathe actually alive, otherwise their breathing is like that of a bellows. It is by Your mercy alone that the elements, beginning with the mahat-tattva and false ego, created the egg of this universe. Among the manifestations known as anna-maya and so forth, You are the ultimate one, entering within the material coverings along with the living entity and assuming the same forms as those he takes. Distinct from the gross and subtle material manifestations, You are the reality underlying them all.

   

Text 18

Overeenkomstig de leefregels van de zieners zijn zij met een grofstoffelijke zienswijze van aanbidding voor de onderbuik [de lagere centra] en zijn de âruni's [de superieure yogî's] van respect voor de prânaknoop van de subtiele energieën [zie cakra] van het hart, waarna ze, o Onbegrensde, opstijgen naar het hoofd dat Uw verblijfplaats is en dan doorgaan naar de hoogste bestemming vanwaar ze die bereikend nimmer weer terug zullen vallen in de mond van de dood [zie ook B.G. 8: 16].

Among the followers of the methods set forth by great sages, those with less refined vision worship the Supreme as present in the region of the abdomen, while the Ârunis worship Him as present in the heart, in the subtle center from which all the prânic channels emanate. From there, O unlimited Lord, these worshipers raise their consciousness upward to the top of the head, where they can perceive You directly. Then, passing through the top of the head toward the supreme destination, they reach that place from which they will never again fall to this world, into the mouth of death.

 

 Text 19

Klaarblijkelijk als hun motivator [voor of tegen] binnengaand in de door U als een verscheidenheid geschapen levensvormen, wordt U in imitatie van Uw eigen schepping zichtbaar, zoals vuur dat doet, al naar gelang hun relatieve posities; U zich aldus onder hen bevindend als zijnde uitgebreid [of werkelijk] en als niet uitgebreid [of onwaar of tijdelijk] wordt door hen verbonden met Uw manifestatie, die vrij van verstrikt zijn geesten hebben die vlekkeloos zijn, begrepen als zijnde een [onveranderlijke, permanente] staat van liefde [zie ook B.G. 2: 12].

Apparently entering among the variegated species of living beings You have created, You inspire them to act, manifesting Yourself according to their higher and lower positions, just as fire manifests differently according to the shape of what it burns. Therefore those of spotless intelligence, who are altogether free from material attachments, realize Your undifferentiated, unchanging Self to be the permanent reality among all these impermanent life forms.

 

 Text 20

De persoon binnen in de lichamen die hij zichzelf bereid heeft is in feite als de expansie van U, de eigenaar van alle energieën, zo wordt gezegd [door de Veda's], niet van het uiterlijke [het grofstoffelijke lichaam, de deha], noch van het innerlijke [het subtiele lichaam, de linga] maar omsloten; en zo aanbidden, als ze eenmaal geloof ontwikkeld hebben met het zich verzekeren van de status van het levende wezen als zijnde gemanifesteerd op deze manier, zij die geschoold zijn in de heilige voorschriften Uw voeten als de bron der bevrijding en het veld waarin alle offers worden gezaaid.

The individual living entity, while inhabiting the material bodies he has created for himself by his karma, actually remains uncovered by either gross or subtle matter. This is so because, as the Vedas describe, he is part and parcel of You, the possessor of all potencies. Having determined this to be the status of the living entity, learned sages become imbued with faith and worship Your lotus feet, to which all Vedic sacrifices in this world are offered, and which are the source of liberation.

 

 Text 21

De weinigen die de moeilijkheden beu zijn [van een materieel leven] wensen, door diep te duiken in de uitgestrekte oceaan van de nectar van de wederwaardigheden van de gedaanten die U aannam om het moeilijk te vatten principe van de ziel uit te dragen, het nog niet eens om deze wereld achter zich te laten, o Heer, met het verlaten van hun huizen gevonden hebben van de omgang met de gemeenschap der zwanen aan Uw lotusvoeten [zie e.g. 4.24: 58, 4.30: 33, 5.12: 16, 5.13: 21, 7.6: 17-18 , 7.14: 3-4].

My Lord, some fortunate souls have gotten relief from the fatigue of material life by diving into the vast nectar ocean of Your pastimes, which You enact when You manifest Your personal forms to propagate the unfathomable science of the self. These rare souls, indifferent even to liberation, renounce the happiness of home and family because of their association with devotees who are like flocks of swans enjoying at the lotus of Your feet.

  

 Text 22

Dit lichaam nuttig voor het dienen van U fungeert als iemands zelf, iemands vriend en geliefde; echter, hoewel U, gunstig gezind als hun eigenlijke Zelf, behulpzaam en toegenegen bent, vinden zij die helaas er niet in slagen genoegen in U te scheppen eerder het verval van het fysieke raamwerk [in opeenvolgende geboorten], suïcidaal zijnde in aanbidding van het onware als ze vasthoudend wijd en zijd ronddolen in de angst voor het bestaan [zie ook B.G. 16: 19].

When this human body is used for Your devotional service, it acts as one's self, friend and beloved. But unfortunately, although You always show mercy to the conditioned souls and affectionately help them in every way, and although You are their true Self, people in general fail to delight in You. Instead they commit spiritual suicide by worshiping illusion. Alas, because they persistently hope for success in their devotion to the unreal, they continue to wander about this greatly fearful world, assuming various degraded bodies.

 

 Text 23

Dat wat de wijzen met het ademen, de geest en de zinnen onder controle gebracht in standvastige yoga aanbidden in het hart, wordt ook bereikt door hen die zich U herinneren in vijandigheid [zie ook 3.2: 24 10.74: 46]; en zo zullen wij het doen, evenzo de zelfde nectar genietend van de lotusgelijke voeten, zoals ook de vrouwen het doen [de gopî's, de echtgenotes] die in hun geest en hun zien zijn aangetrokken tot Uw armen zo sterk als machtige slangenlijven.

Simply by constantly thinking of Him, the enemies of the Lord attained the same Supreme Truth whom sages fixed in yoga worship by controlling their breath, mind and senses. Similarly, we s'rutis, who generally see You as all- pervading, will achieve the same nectar from Your lotus feet that Your consorts are able to relish because of their loving attraction to Your mighty, serpentine arms, for You look upon us and Your consorts in the same way.

  

 Text 24

Ach, wie alhier zo kortgeleden geboren en spoedig weer te sterven weet wie er het eerste was, uit wie de ziener zich voordeed [Brahmâ] en op wie de twee groepen van halfgoden volgden [naar de zinnen en de principes] [zie B.G. 7: 26]? Als hij neerligt om zich terug te trekken is er te dien tijde noch het grofstoffelijke, noch het subtiele, noch dat [de lichamen] wat beiden omvat; noch is er het verloop van de Tijd of zijn de s'âstra's er [B.G. 9: 7].

Everyone in this world has recently been born and will soon die. So how can anyone here know Him who existed prior to everything else and who gave rise to the first learned sage, Brahmâ, and all subsequent demigods, both lesser and greater? When He lies down and withdraws everything within Himself, nothing else remains - no gross or subtle matter or bodies composed of these, no force of time or revealed scripture.

  

 Text 25

Zij die met gezag onderricht gevend verklaren dat leven uit dode materie voortkomt en dat er eindigheid zou zijn van het eeuwige [zie B.G. 2: 16], dat de ziel niet één zou zijn [zie 10.14: 9] en dat de dualiteit van wereldse aangelegenheden iets werkelijks is [zie B.G. 17: 28], hebben het bij het verkeerde eind in hun uit onwetendheid geboren dualistische opvatting dat het levende wezen aldus zou zijn voortgebracht door de drie geaardheden [alleen, d.w.z. zonder U, Uw Eenheid in het Voorbije, zie B.G. 14: 19 en 13: 28]; dat is wat men ervan krijgt als men met betrekking tot dergelijke bovenzinnelijke zaken niet in [kennis met] U verkeert, de essentie van de Volledige Waarneming [zie ook 5.6: 9-11].

Supposed authorities who declare that matter is the origin of existence, that the permanent qualities of the soul can be destroyed, that the self is compounded of separate aspects of spirit and matter, or that material transactions constitute reality - all such authorities base their teachings on mistaken ideas that hide the truth. The dualistic conception that the living entity is produced from the three modes of nature is simply a product of ignorance. Such a conception has no real basis in You, for You are transcendental to all illusion and always enjoy perfect, total awareness.

 

 Text 26

Het [tijdgebondene van de vorm en dus] onware drievoudige en haar [geest-]verschijningen tot aan die van menselijke wezens, doen zich in U voor alsof ze waar zijn, en worden door de kenners van de Ziel die deze hele wereld als waar beschouwen niet verworpen omdat ze transformaties zijn die niet van Hem verschillen; zij, geschapen door Hemzelf die erin binnengaat, worden als zodanig inderdaad onderkend als zijnde even zo goed het Ware Zelf als goud dat is, niet verschillend van zijn eigen projecties [zie ook 6.16: 22].

The three modes of material nature comprise everything in this world - from the simplest phenomena to the complex human body. Although these phenomena appear real, they are only a false reflection of the spiritual reality, being a superimposition of the mind upon You. Still, those who know the Supreme Self consider the entire material creation to be real inasmuch as it is nondifferent from the Self. Just as things made of gold are indeed not to be rejected, since their substance is actual gold, so this world is undoubtedly nondifferent from the Lord who created it and then entered within it.

 

 Text 27

Zij die U aanbidden als de toevlucht van alle geschapen wezens gaan simpelweg met hun voeten op het hoofd van de Dood staan, terwijl U met Uw woorden zelfs de wijzen aan banden legt als ze nalatig zijn; zij die zich tot de vriendschap wendden zuiveren inderdaad zichzelf, niet zij die hun gezicht afwendden.

The devotees who worship You as the shelter of all beings disregard Death and place their feet on his head. But with the words of the Vedas You bind the nondevotees like animals, though they be vastly learned scholars. It is Your affectionate devotees who can purify themselves and others, not those who are inimical to You.

  

 Text 28

U zelfverlicht niet in gang zettend bent degene die al degenen onderhoudt die wel in gang zetten [met zintuiglijke functies]; de goddelijken waakzaam met de materiële natuur dragen offers aan U op en nemen weer van dat offeren, als waren ze de plaatselijke leiders in een koninkrijk in relatie tot hun broodheer over het ganse land heersend - dat is hoe zij, zij die het maken inderdaad, in angst voor U zich van de hun toegewezen taken kwijten.

Though You have no material senses, You are the self-effulgent sustainer of everyone's sensory powers. The demigods and material nature herself offer You tribute, while also enjoying the tribute offered them by their worshipers, just as subordinate rulers of various districts in a kingdom offer tribute to their lord, the ultimate proprietor of the land, while also enjoying the tribute paid them by their own subjects. In this way the universal creators faithfully execute their assigned services out of fear of You.

 

 Text 29

Met de materiële energie worden de levensvormen, die zich manifesteren als stationair en als bewegend, tot leven gewekt in hun motieven van handelen als U, afzijdig als U bent, o Eeuwig Bevrijdde, middels Uw kortstondige blik de [gedaanten van U voor de] sport met haar opneemt; voor het Allerhoogste kan feitelijk niemand een vreemde of een vriend zijn, precies zoals het is met het etherische van de hemel die geen waarneembare kwaliteiten heeft - daarin komt U overeen met een leegte.

O eternally liberated, transcendental Lord, Your material energy causes the various moving and nonmoving species of life to appear by activating their material desires, but only when and if You sport with her by briefly glancing at her. You, the Supreme Personality of Godhead, see no one as an intimate friend and no one as a stranger, just as the ethereal sky has no connection with perceptible qualities. In this sense You resemble a void.

 

 Text 30

Als de talloze belichaamde wezens niet tijdgebonden zouden zijn, dan zou het alomtegenwoordige niet zo'n soevereine macht zijn, o Onveranderlijke; [vanwege Uw] Zich niet scheiden van de substantie van waaruit zij werden voortgebracht moet [U] de Regulator [van de Tijd] worden gekend als zijnde overal in gelijke mate aanwezig, niet als ergens anders zijnd; en aldus heeft men het verkeerd begrepen ervan uitgaande dat men weet [heeft van het volledige van U] daar men van het onvolkomene is [de lokale orde dus] van wat gekend wordt [zie 6.5: 19].

If the countless living entities were all-pervading and possessed forms that never changed, You could not possibly be their absolute ruler, O immutable one. But since they are Your localized expansions and their forms are subject to change, You do control them. Indeed, that which supplies the ingredients for the generation of something is necessarily its controller because a product never exists apart from its ingredient cause. It is simply illusion for someone to think that he knows the Supreme Lord, who is equally present in each of His expansions, since whatever knowledge one gains by material means must be imperfect.

 

 Text 31

Het genereren van de materiële natuur en haar mannelijke principe, de persoon, vindt niet werkelijk plaats; door de combinatie van beiden die ongeboren zijn vinden deze levende lichamen in U hun bestaan als bellen op het water [in aanraking met de lucht] en hebben ze daarom verschillende namen en kwaliteiten [later weer] opgaand in het Allerhoogste zoals rivieren in de zee uitmonden en alle smaken van de nectar zich samenvoegen in de honing [zie ook B.G. 9: 7].

Neither material nature nor the soul who tries to enjoy her are ever born, yet living bodies come into being when these two combine, just as bubbles form where water meets the air. And just as rivers merge into the ocean or the nectar from many different flowers blends into honey, so all these conditioned beings eventually merge back into You, the Supreme, along with their various names and qualities.

 

 Text 32

Zij die van de wijsheid zijn en fervent jegens U begrijpen hoe Uw mâyâ de menselijke wezens begoochelt, leveren krachtdadige liefdevolle dienst aan U, de bron der bevrijding; hoe zou er voor hen die U trouw volgen, ook maar iets van angst zijn voor een materieel bestaan dat het drie-gerande [wiel van de Tijd van verleden, heden en toekomst] van Uw fronsende wenkbrauwen bij herhaling creëert met hen die niet tot U hun toevlucht nemen? [zie ook B.G. 4: 10, 7:14 & 14:26]

The wise souls who understand how Your Mâyâ deludes all human beings render potent loving service to You, who are the source of liberation from birth and death. How, indeed, can fear of material life affect Your faithful servants? On the other hand, Your furrowing eyebrows - the triple-rimmed wheel of time - repeatedly terrify those who refuse to take shelter of You.

 

 Text 33

In de ban van de zinnen en de ademhaling is de geest als een paard dat niet onder controle is gebracht [B.G. 2: 60 en 5.11: 10]; zij die er hier naar streven om te reguleren maar de voeten van de goeroe hebben verlaten, vinden vol van leed en onstandvastig in de verschillende controlemethoden honderden obstakels op hun weg, o Ongeborene, alsof ze kooplieden op zee zijn die geen stuurman in de arm genomen hebben [zie 10.51: 60 B.G. 4: 34].

The mind is like an impetuous horse that even persons who have regulated their senses and breath cannot control. Those in this world who try to tame the uncontrolled mind, but who abandon the feet of their spiritual master, encounter hundreds of obstacles in their cultivation of various distressful practices. O unborn Lord, they are like merchants on a boat in the ocean who have failed to employ a helmsman.

 

 Text 34

Wat hebben dienaren, kinderen, een lichaam, een echtgenote, geld, een thuis, land, vitaliteit, en voertuigen te betekenen voor menselijke wezens die hun toevlucht zoeken tot het eigenlijke Zelf, de Belichaming van Alle Genoegen; wat zou allemaal voor hen die, vasthoudend aan hun verlustiging in sexuele zaken en falend de waarheid [van Hem] te waarderen, [waar] geluk brengen in deze wereld die op zichzelf onderhevig is aan vernietiging en verstoken is van inhoud? [zie ook B.G. 13: 8-12]

To those persons who take shelter of You, You reveal Yourself as the Supersoul, the embodiment of all transcendental pleasure. What further use have such devotees for their servants, children or bodies, their wives, money or houses, their land, good health or conveyances? And for those who fail to appreciate the truth about You and go on pursuing the pleasures of sex, what could there be in this entire world - a place inherently doomed to destruction and devoid of significance - that could give them real happiness?

 

 Text 35

De zieners vrij van valse trots die, met de grootste vroomheid op deze aarde [levend] naar de pelgrimsoorden en plaatsen van Zijn spel en vermaak, Uw voeten in hun hart hebben, doen inderdaad met het water van hun voeten de zonden te niet; zij die maar één keer hun geest op U richten, de Oorspronkelijke Ziel Eeuwig Gelukkig, zijn nimmer meer van het aanbidden van de huiselijke aangelegenheid die een persoon berooft van zijn essentiële kwaliteiten.

Sages free from false pride live on this earth by frequenting the sacred pilgrimage sites and those places where the Supreme Lord displayed His pastimes. Because such devotees keep Your lotus feet within their hearts, the water that washes their feet destroys all sins. Anyone who even once turns his mind toward You, the ever-blissful Soul of all existence, no longer dedicates himself to serving family life at home, which simply robs a man of his good qualities.

 

 Text 36

'Vanuit het ware deed zich dit ware voor' mag zo gezegd zijnde worden weerlegd als een logische tegenspraak aangezien het in sommige gevallen niet samengaat, terwijl het in andere gevallen niet onwaar is; van het samengaan van beiden worden door een reeks van mensen die in het duister tasten veranderingen verlangd in alledaagse zaken waartoe Uw talrijke woorden van wijsheid verbijstering geven en ze hun oplettendheid verliezen met de aanheffingen in rituele uitingen.

It may be proposed that this world is permanently real because it is generated from the permanent reality, but such an argument is subject to logical refutation. Sometimes, indeed, the apparent nondifference of a cause and its effect fails to prove true, and at other times the product of something real is illusory. Furthermore, this world cannot be permanently real, for it partakes of the natures of not only the absolute reality but also the illusion disguising that reality. Actually, the visible forms of this world are just an imaginary arrangement resorted to by a succession of ignorant persons in order to facilitate their material affairs. With their various meanings and implications, the learned words of Your Vedas bewilder all persons whose minds have been dulled by hearing the incantations of sacrificial rituals.

 

 Text 37

Daar dit alles in den beginne niet bestond en bijgevolg ook niet zal bestaan na de vernietiging ervan, kan worden geconcludeerd dat het, zich in de tijd ertussen voordoend in U, het onware is dat moet worden vermeden; en aldus is het voor hen stabiel in hun spiritualiteit, niettegenstaande het feit dat het kan worden vergeleken met categorieën van materiële substantie [of elementen, verschijnend] in verschillende soorten van transformaties [zie tekst 26], maar een vrucht van het voorstellingsvermogen waarvan de minder intelligenten denken dat het iets zou zijn dat het aanbidden waard is [zie B.G. 6: 8].

Since this universe did not exist prior to its creation and will no longer exist after its annihilation, we conclude that in the interim it is nothing more than a manifestation imagined to be visible within You, whose spiritual enjoyment never changes. We liken this universe to the transformation of various material substances into diverse forms. Certainly those who believe that this figment of the imagination is substantially real are less intelligent.

 

 Text 38

Hij [het levende wezen] legt zich vanwege het onoverkomelijke van de materie neer bij de energie en neemt, met het aannemen van haar kwaliteiten, dienovereenkomstig gedaanten aan, in navolging waarvan verstoken van Zijn voordeel hij uitloopt op [geboorte en] de dood; U anderzijds toegerust met Uw genade laat haar links liggen als een slang die zijn huid afwerpt en wordt in Uw achtvoudige grootsheid [zie siddhi's] verheerlijkt als Hij die Onbegrensd is in Zijn Heerlijkheid.

The illusory material nature attracts the minute living entity to embrace her, and as a result he assumes forms composed of her qualities. Subsequently, he loses all his spiritual qualities and must undergo repeated deaths. You, however, avoid the material energy in the same way that a snake abandons its old skin. Glorious in Your possession of eight mystic perfections, You enjoy unlimited opulences.

 

 Text 39

Als personen die zijn begonnen aan een leven van verzaking niet de sporen van materiële verlangens uit hun harten bannen en als yoga beoefenaren [enkel] hun dierlijke leven bevredigen, hebben ze, zich niet van de dood wegbewogen hebbend ongelukkig in beide gevallen [van dit leven en het leven hierna], Uw hemelse koninkrijk gemist dat onmogelijk te realiseren is voor de onzuiveren en hebben ze het juweel om hun nek vergeten [dat U bent] [zie ook B.G. 6: 41-42].

Members of the renounced order who fail to uproot the last traces of material desire in their hearts remain impure, and thus You do not allow them to understand You. Although You are present within their hearts, for them You are like a jewel worn around the neck of a mall who has totally forgotten it is there. O Lord, those who pratice yoga only for sense gratification must suffer punishment both in this life and the next: from death, who will not release them, and from You, whose kingdom they cannot reach.

 

 Text 40

Iemand met begrip voor U slaat geen acht op de goede of kwade gevolgen van het gunstige en ongunstige dat zich in het moment voordoet van U, noch trekken ze zich de woorden aan van andere levende wezens; iedere dag, o U van Alle Kwaliteiten, is hij van het lied dat in ieder tijdperk gehoord wordt vanuit de geestelijke erfopvolging van de kinderen van Manu [zie 3.22: 34-39 en 5.13: 25], om reden waarvan U het uiteindelijke doel van de bevrijding bent.

When a person realizes You, he no longer cares about his good and bad fortune arising from past pious and sinful acts, since it is You alone who control this good and bad fortune. Such a realized devotee also disregards what ordinary living beings say about him. Every day he fills his ears with Your glories, which are recited in each age by the unbroken succession of Manu's descendants, and thus You become his ultimate salvation.

 

 Text 41

Noch de meesters van de hemel kunnen het einde van de heerlijkheid van U die zo Onbegrensd bent ontwaren, noch kan zelfs U dat Zelf, in wie het veelvoud aan universa - ieder in zijn eigen omhulling - met de Gang der Tijd rond worden geblazen in de hemel als stofdeeltjes; het is inderdaad omdat de s'ruti's in U vrucht dragen door [neti neti] te elimineren wat niet het Absolute is, dat zij in U hun uiteindelijke conclusie vinden [zie siddhânta]'.

Because You are unlimited, neither the lords of heaven nor even You Yourself can ever reach the end of Your glories. The countless universes, each enveloped in its shell, are compelled by the wheel of time to wander within You, like particles of dust blowing about in the sky. The s'rutis, following their method of eliminating everything separate from the Supreme, become successful by revealing You as their final conclusion.

 

 Text 42

De Allerhoogste Heer zei: 'Na aldus deze instructie te hebben aangehoord over het Ware Zelf, begrepen de zoons van Brahmâ wat hun eindbestemming was en aanbaden ze daarop volgend volmaakt bevredigd de wijze Sanandana.

The Supreme Lord, S'rî Nârâyana Rishi, said: Having heard these instructions about the Supreme Self, the Personality of Godhead, the sons of Brahmâ now understood their final destination. They felt perfectly satisfied and honored Sanandana with their worship.

 

 Text 43

Alzo werd door de ouden, de geheiligde zielen geboren om de hogere regionen te doorkruisen, van al de Veda's en Purâna's de nectar van het onderliggende mysterie [van de filosofie van de upanishad's] gedestilleerd.

Thus the ancient saints who travel in the upper heavens distilled this nectarean and confidential essence of all the Vedas and Purânas.

 

 Text 44

O u erfgenaam van Brahmâ [Nârada], trek rond over de wereld zoals u wenst, met geloof mediterend op deze instructie over de Ziel die de begeerten van de mens opbrandt.'

And as you wander the earth at will, My dear son of Brahmâ, you should faithfully meditate on these instructions concerning the science of the Self, which burn up the material desires of all men.

 

 Text 45

S'ri S'uka zei: 'Hij, de kalmte zelve, op deze manier van de wijze de opdracht ontvangen hebbend aanvaarde die trouw, o Koning, en nam het woord, nu volledig van succes manhaftig naar zijn gelofte mediterend op wat hij had gehoord.

S'ukadeva Gosvâmî said: When S'rî Nârâyana Rishi ordered him in this way, the self-possessed sage Nârada, whose vow is as heroic as a warrior's, accepted the command with firm faith. Now successful in all his purposes, he thought about what he had heard, O King, and replied to the Lord as follows.

 

 Text 46

S'rî Nârada zei: 'Mijn eerbetuigingen aan Hem, de Allerhoogste Heer Krishna onberispelijk in Zijn heerlijkheden, die Zijn al-aantrekkelijke expansies manifesteert voor de verlossing van alle zielen [1.3: 28].'

S'rî Nârada said: I offer My obeisances to Him of spotless fame, the Supreme Lord Krishna, who manifests His all-attractive personal expansions so that all living beings can achieve liberation.

  

 Text 47

Aldus sprekend neerbuigend voor de Oorspronkelijke Rishi [Nârâyana] en voor de grote zielen die Zijn leerlingen waren, begaf hij zich vandaar naar de hermitage van mijn directe vader, Dvaipâyana Vedavyâsa.

[S'ukadeva Gosvâmî continued:] After saying this, Nârada bowed down to S'rî Nârâyana Rishi, the foremost of sages, and also to His saintly disciples. He then returned to the hermitage of my father, Dvaipâyana Vyâsa.

 

 Text 48

Toen hem door de grote toegewijde de eer was betoond en hij een zitplaats van hem had aanvaard, beschreef hij voor hem dat wat hij vernomen had uit de mond van S'rî Nârâyana.

Vyâsadeva, the incarnation of the Personality of Godhead, respectfully greeted Nârada Muni and offered him a seat, which he accepted. Nârada then described to Vyâsa what he had heard from the mouth of S'rî Nârâyana Rishi.

 

 Text 49

Zo is er antwoord gegeven op de vraag die u stelde, o Koning, over hoe in de Absolute Waarheid - dat wat zonder materiële kwaliteiten zo ongrijpbaar is voor woorden - de geest zijn weg zou vinden.

Thus I have replied to the question You asked me, O King, concerning how the mind can have access to the Absolute Truth, which is indescribable by material words and devoid of material qualities.

 

 Text 50

Hij die waakt over dit universum in den beginne, in het midden en op het eind; Hij die de Heer is van het ongemanifesteerde van de individuele ziel; Hij die, dit universum naar buiten brengend, erin binnen ging tezamen met de individuele ziener en lichamen voortbrengend ze reguleert; Hij voor wie zich overgevend degene [van illusie] die niet [weder-]geboren is het lichaam opgeeft dat hij omarmt als in de slaap; door Zijn zuivere spirituele status verre gehouden van een materiële geboorte, behoort men, om bevrijd te raken van de angst [zie B.G. 16: 11-12], zonder ophouden te mediteren op de Allerhoogste Persoonlijkheid [zie 1.9: 39 en de bhajan Sarvasva Tomar].

He is the Lord who eternally watches over this universe, who exists before, during and after its manifestation. He is the master of both the unmanifest material energy and the spirit soul. After sending forth the creation He enters within it, accompanying each living entity. There He creates the material bodies and then remains as their regulator. By surrendering to Him one can escape the embrace of illusion, just as a dreaming person forgets his own body. One who wants liberation from fear should constantly meditate upon Him, Lord Hari, who is always on the platform of perfection and thus never subject to material birth.

 

* S'rîla S'rîdhara Svâmî analyseert dit probleem, van het beschrijven van de onuitsprekelijke waarheid in te definiëren termen, uitvoerig met behulp van de traditionele discipline van de Sanskrit poëtica die stelt dat woorden drie soorten van expressief vermogen hebben, genaamd s'abda-vritti's. Dit zijn de verschillende manieren waarop een woord betrekking heeft op zijn betekenis, onderscheiden als mukhya-vritti - letterlijke betekenis (verdeeld in rudhi, conventioneel gebruik en yoga, het gebruik ontleend als in de etymologie), lakshanâ-vritti - metaforische betekenis, en de nauw verwante gauna-vritti, - een vergelijkende betekenis; bij voorbeeld: het woord leeuw kent de drie expressieve vormen van: het is een leeuw - letterlijk, hij is een leeuw - metaforisch en hij is als een leeuw - vergelijkend qua betekenis. Dus is het in feite de vraag hoe de Absolute Waarheid kan worden gedekt in termen van letterlijke betekenis, in metaforen en in vergelijkingen.

** Volgens S'rîla Jîva Gosvâmî, vertegenwoordigen de achtentwintig verzen van de gebeden van de Veda's in eigen persoon (teksten 14 - 41) de meningen van ieder van de achtentwintig belangrijkste s'ruti's. Deze hoofd-Upanishad's en andere s'ruti's handelen over de verschillende benaderingen van de Absolute Waarheid. Zie de betekenisverklaringen pp 10.87 van dit hoofdstuk van de paramparâ voor specifieke citaten.

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties