regelbalk

 

S'rî S'rî S'ikshâshthaka

 

 

 

Canto 10

 

Hoofdstuk 74

 

De Râjasûya: Krishna Nummer Een en S'is'upâla Gedood

(1) S'rî S'uka zei: 'Yudhishthhira, de koning, die aldus vernam over het ter dood brengen van Jarâsandha en het machtsvertoon van de almachtige Krishna, richtte zich verheugd daarover tot Hem. (2) S'rî Yudhishthhira zei: 'Al de geestelijk leraren, de inwoners en de grote beheersers die er zijn van de drie werelden, dragen de waarlijk zelden verworven beschikking [van U] op hun hoofden. (3) Dat Hij, de Lotusogige Heer, Uzelve, instructies aanneemt van die bij de dag levende mensen [zoals wij] die zichzelf de beheersers achten, steekt, o Allesdoordringende, me nog het meest. (4) Zoals met de zon inderdaad, neemt van de ene Zonder Zijns Gelijke, de Absolute Waarheid, de Superziel, de macht niet af noch neemt die toe met [Zijn] activiteiten [zie: B.G. 2: 40]. (5) O Mâdhava, de verwrongen mentaliteit van het verschil maken met 'jij' en het 'jouwe' en 'ik' en het 'mijne', alsof men van de dieren is, is waarlijk niet de Uwe, o Onoverwinnelijke, noch hoort die Uw bhakta's toe.'

(6) S'rî S'uka zei: 'Aldus sprekend koos de zoon van Prithâ, op de juiste tijd voor de offerplechtigheid, met de toestemming van Krishna de geschikte priesters uit, de brahmanen die de vedische experts waren: (7-9) Dvaipâyana [Vyâsa], Bharadvâja, Sumantu, Gotam, Asita, Vasishthha, Cyavana, Kanva, Maitreya, Kavasha, Trita, Vis'vâmitra, Vâmadeva, Sumati, Jaimini, Kratu, Paila, Parâs'ara, Garga, Vais'ampâyana, als ook Atharvâ, Kas'yapa, Dhaumya, Râma van de Bhârgava's [Pâras'urâma], Âsuri, Vîtihotra, Madhucchandâ, Vîrasena en Akritavrana. (10-11) Eveneens uitgenodigd waren anderen als Drona, Bhîshma, Kripa en Dhritarâshthra met zijn zoons, en de hoogst intelligente Vidura; koningen met hun koninklijk gevolg, brahmanen, kshatriya's, vais'ya's en s'ûdra's, die graag het offer wilden bijwonen, kwamen allen, o Koning. (12-13) Toen trokken de brahmanen met gouden ploegscharen voren op de plaats waar de goden zouden worden aanbeden, en wijdden ze de koning overeenkomstig de voorschriften. (14-16) De hulpmiddelen waren van goud inderdaad zoals in het verleden met Varuna [vergelijk 9.2: 27]. De heersers der werelden met Indra voorop, met inbegrip van Brahmâ en S'iva; de vervolmaakten en de hemelse zangers met hun toegehorigen; de geleerden, de grote serpenten [v.i.p.'s, ego's], de wijzen, de behoeders van de rijkdom en de wildemannen; de vogels van de hemel [zie khaga], de machtigen, de achtenswaardigen en de aardse koningen uitgenodigd, als ook de vrouwen van de koningen kwamen van overal naar het Râjasûya-offer dat zij, in het geheel niet verrast, voor een toegewijde van Krishna heel gepast vonden. (17) Op de dag van het extraheren van het soma-sap vereerde de koning heel aandachtig de offeraars en de verheven persoonlijkheden in de vergadering. (18) De leden gezeten in de vergadering, zich bezinnend op wie van hen het verdiende als eerste te worden vereerd, konden niet tot een besluit komen daar er velen waren [die in aanmerking kwamen]; toen sprak Sahadeva [de Pândava] zich uit: (19) 'Acyuta is het voorzeker die de allerhoogste positie verdient, Hij is de Opperheer, de leider van de Sâtvata's, Hij zonder twijfel staat borg voor al de halfgoden zowel als de plaats, de tijd en de benodigdheden en dergelijke. (20-21) Dit universum zowel als de grote offerplechtigheden, het offervuur, de offergaven en de aanheffingen zijn op Hem gegrondvest en het analytische en de yoga doelen op Hem. Hij is de Ene zonder Zijns gelijke waarop het Levende wezen bouwt; de Ongeborene op Zichzelf alleen vertrouwend, o leden van de vergadering, die schept, handhaaft en vernietigt. (22) Hij brengt de verschillende handelingen alhier teweeg; naar Zijn genade beijvert de hele wereld zich en volgt ze haar idealen bekend staande als de religiositeit en zo voorts [de purushartha's]. (23) Derhalve komt de grootste eer Krishna toe, de Allerhoogste; als we het op deze manier doen, zullen we alle levende wezens eer aan doen zowel als ons zelf. (24) Het moet Krishna worden gegund, de Ziel van alle wezens die niemand als afzonderlijk beziet; aan de Ene der Vrede Volmaakt en Volkomen die voor hem die het wederkerige verlangt, het Onbegrensde is [het Oneindige van de Wederkerigheid].'

(25) Sahadeva zich aldus uitlatend viel stil en allen goed en waarachtig die dit hoorden zeiden, wel bekend met Krishna's invloed, gelukkig: 'Dit is uitstekend, heel goed!'

(26) De koning, toen hij hoorde wat de twee maal geborenen onder woorden brachten, aanbad, blij te weten van de tevredenheid van de leden van de vergadering, overweldigd door liefde Hrishîkes'a ten volle. (27-28) Zijn voeten wassend en het water dat de wereld zuivert op zijn eigen hoofd nemend, het met genoegen naar zijn vrouw, zijn broers, zijn ministers en familie brengend, was hij, Hem met kostbare zijden kledingstukken en juwelen vererend, met zijn ogen gevuld met tranen niet in staat Hem recht aan te kijken. (29) Hem vereerd ziend op deze manier riepen al de mensen met samengebrachte handpalmen uit: 'De eerbetuigingen aan U, U zij de glorie!' en daarbij voor Hem voorover buigend regende het bloemen.

(30) De zoon van Damaghosha [S'is'upâla, zie 10.53] die dit hoorde kwam, geprikkeld over de beschrijvingen van Krishna's kwaliteiten, kwaad met zijn armen zwaaiend van zijn zitplaats overeind en zei, zich resoluut tot de Fortuinlijke richtend in ruwe taal, dit temidden van de vergadering: (31) 'Het vedische woord van waarheid dat de Tijd de onvermijdelijke beheerser is, is bewaarheid aangezien zelfs de intelligentie van de ouderen door de woorden van een jongen op een dwaalspoor kon worden gezet! (32) U allen weet zelf het beste wie de meest lofwaardige is; alstublieft, u allen leiders van de vergadering, besteed geen aandacht aan de uitspraken van de jongen dat Krishna zou moeten worden verkozen om te worden geëerd. (33-34) U laat leiders in de vergadering buiten beschouwing, beste wijzen de Absolute Waarheid toegewijd die, door lokaal gezag hooggehouden, middels geestelijk verstaan, verzaking, vedische kennis en geloften hun onzuiverheden uitbanden - hoe kan een koeherder, de schande van Zijn familie, het verdienen - niet meer dan een kraai de heilige rijstcake verdient - te worden aanbeden? (35) Hoe kan Hij, onafhankelijk optredend, die het ontbreekt aan kula [een juiste opvoeding] varna [beroepsmatig behoren] en âs'rama [plichtbesef naar leeftijd], de kwaliteiten missend, het verdienen te worden vereerd? (36) Met hun [Yadu-] dynastie vervloekt door Yayâti [zie 9.18: 40-44], uitgestoten door personen van goed gedrag [zie 10.52: 9] en begeertig verslaafd aan de drank [e.g. 10.67: 9-10], hoe kan er zo een de aanbidding nu waard zijn? (37) Met het achter zich laten van de gronden [van Mathurâ] gezegend door de brahmaanse wijzen namen dezen hun toevlucht tot een vesting in zee [10.50: 49] alwaar het brahmaanse niet wordt nageleefd [10.57: 30], als dieven de mensen moeilijkheden bezorgend [e.g. 10.61].'

(38) Tegen hem van wie, zich bediendend van dergelijke en nog meer grove bewoordingen, het goede geluk was geruïneerd, zei de Allerhoogste Heer geen stom woord, als een leeuw zo stil tegenover het gehuil van een jakhals. (39) Toen de leden van de vergadering die onverdragelijke kritiek hoorden, bedekten ze hun oren en liepen ze weg, de koning van Cedi kwaad vervloekend. (40) Een persoon Hem toegewijd die niet weggaat van de plaats waar kritiek op de Opperheer wordt gehoord; gaat zonder meer onderuit, weggevallen van zijn goede daden. (41) De zoons van Pându en de Matsya's, Kaikaya's en S'rinjaya's stonden toen, kwaad geworden, hun wapens heffend op, klaar om S'is'upâla te doden. (42) Daarop, o nazaat van Bharata, nam S'is'upâla in het geheel niet onder de indruk zijn zwaard en schild ter hand, en beledigde hij de koningen in de vergadering die voorstanders van Krishna waren. (43) Op dat moment hield de Opperheer Zijn toegewijden tegen en scheidde Hij vertoornd de vijand zijn hoofd van zijn romp met Zijn scherpgerande schijf. (44) Met S'is'upâla ter dood gebracht was er een enorm tumult van protest toen de koningen die partij voor hem hadden gekozen vrezend voor hun leven het gehoor ontvluchtten. (45) Voor ogen van alle levenden rees uit het lichaam van S'is'upâla een licht omhoog dat Krishna binnenging als was het een meteoor die vanuit de hemel op de aarde viel [zie 10.12: 33]. (46) Zich uitstrekkend over drie geboorten geobsedeerd door een geest van vijandigheid, werd aldus mediterend de Eenwording met Hem bereikt [B.G. 4: 9]; waarlijk, is iemands houding de oorzaak van zijn wedergeboorte! [zie B.G. 8: 6 & Jaya en Vijaya] (47) De keizer gaf uit dankbaarheid de priesters en de leden van de vergadering een overvloed aan geschenken, ze allen naar behoren respecterend zoals de geschriften het voorschreven, en voerde de avabhritha ceremonie op [van het zichzelf en de benodigdheden wassen om het offer te beëindigen]. (48) Krishna, de Beheerser van de Beheersers der Yoga, er op toe ziend dat de offerplechtigheid van de koning werd uitgevoerd, bleef een paar maanden [in Indraprastha] op het verzoek van Zijn weldoeners. (49) Toen, met permissie van een weigerachtige koning, ging de zoon van Devakî, Is'vara, met Zijn vrouwen en Zijn ministers weg naar Zijn eigen stad. (50) Het verhaal over de twee ingezetenen van Vaikuntha die als gevolg van een vloek van de geleerden keer op keer geboorte moesten nemen, is door mij tot in detail aan u uiteengezet [zie 3.16]. (51) Koning Yudhishthhira temidden van de brahmanen en kshatriya's zich badend met de avabhritha van de rajasûja straalde zo schitterend als de koning der halfgoden. (52) Al de goden, mensen en wezens in de hemel [de mindere goden, de pramâtha's] keerden, geëerd door de koning, gelukkig terug naar hun eigen rijken, vol van lof over Krishna en de offerplechtigheid. (53) [Allen waren gelukkig], behalve de zondige Duryodhana, de plaag van de Kuru dynastie en verpersoonlijking van het Tijdperk van de Redetwist, die, met de bloei van de weelde voor ogen, dat van de Pândava's niet kon verdragen.

(54) Hij die deze handelingen van Heer Vishnu, van het bevrijden van de koningen, de offerplechtigheid en het doden van de koning van Cedi en dergelijke hoort, raakt verlost van alle zonde.

 

 

next        

 
 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande versie in het Nederlands beschiklbaar):

The Deliverance of S'is'upâla at the Râjasûya Sacrifice

 

Tekst 1:

S'rî S'uka zei: 'Yudhishthhira, de koning, die aldus vernam over het ter dood brengen van Jarâsandha en het machtsvertoon van de almachtige Krishna, richtte zich verheugd daarover tot Hem.

S'ukadeva Gosvâmî said: Having thus heard of the killing of Jarâsandha, and also of almighty Krishna's wonderful power, King Yudhishthhira addressed the Lord as follows with great pleasure.

 

Tekst 2:

S'rî Yudhishthhira zei: 'Al de geestelijk leraren, de inwoners en de grote beheersers die er zijn van de drie werelden, dragen de waarlijk zelden verworven beschikking [van U] op hun hoofden.

S'rî Yudhishthhira said: All the exalted spiritual masters of the three worlds, together with the inhabitants and rulers of the various planets, carry on their heads Your command, which is rarely obtained.

 

Tekst 3:

Dat Hij, de Lotusogige Heer, Uzelve, instructies aanneemt van die bij de dag levende mensen [zoals wij] die zichzelf de beheersers achten, steekt, o Allesdoordringende, me nog het meest.

That You, the lotus-eyed Supreme Lord, accept the orders of wretched fools who presume themselves rulers is a great pretense on Your part, O all- pervading one.

 

Tekst 4:

Zoals met de zon inderdaad, neemt van de ene Zonder Zijns Gelijke, de Absolute Waarheid, de Superziel, de macht niet af noch neemt die toe met [Zijn] activiteiten [zie: B.G. 2: 40].

But of course the power of the Absolute Truth, the Supreme Soul, the primeval one without a second, is neither increased nor diminished by His activities, any more than the sun's power is by its movements.

 

Tekst 5:

O Mâdhava, de verwrongen mentaliteit van het verschil maken met 'jij' en het 'jouwe' en 'ik' en het 'mijne', alsof men van de dieren is, is waarlijk niet de Uwe, o Onoverwinnelijke, noch hoort die Uw bhakta's toe.'

O unconquerable Mâdhava, even Your devotees make no distinctions of "I" and "mine," "you" and "yours," for this is the perverted mentality of animals.

 

Tekst 6:

S'rî S'uka zei: 'Aldus sprekend koos de zoon van Prithâ, op de juiste tijd voor de offerplechtigheid, met de toestemming van Krishna de geschikte priesters uit, de brahmanen die de vedische experts waren:

S'ukadeva Gosvâmî said: Having said this, King Yudhishthhira waited until the proper time for the sacrifice was at hand. Then with Lord Krishna's permission he selected suitable priests, all expert authorities on the Vedas, to execute the sacrifice.

 

Tekst 7-9:

Dvaipâyana [Vyâsa], Bharadvâja, Sumantu, Gotam, Asita, Vasishthha, Cyavana, Kanva, Maitreya, Kavasha, Trita, Vis'vâmitra, Vâmadeva, Sumati, Jaimini, Kratu, Paila, Parâs'ara, Garga, Vais'ampâyana, als ook Atharvâ, Kas'yapa, Dhaumya, Râma van de Bhârgava's [Pâras'urâma], Âsuri, Vîtihotra, Madhucchandâ, Vîrasena en Akritavrana.

He selected Krishna-dvaipâyana, Bharadvâja, Sumantu, Gotama and Asita, along with Vasishthha, Cyavana, Kanva, Maitreya, Kavasha and Trita. He also selected Vis'vâmitra, Vâmadeva, Sumati, Jaimini, Kratu, Paila and Parâs'ara, as well as Garga, Vais'ampâyana, Atharvâ, Kas'yapa, Dhaumya, Râma of the Bhârgavas, Âsuri, Vîtihotra, Madhucchandâ, Vîrasena and Akritavrana.

 

Tekst 10-11:

Eveneens uitgenodigd waren anderen als Drona, Bhîshma, Kripa en Dhritarâshthra met zijn zoons, en de hoogst intelligente Vidura; koningen met hun koninklijk gevolg, brahmanen, kshatriya's, vais'ya's en s'ûdra's, die graag het offer wilden bijwonen, kwamen allen, o Koning.

O King, others who were invited included Drona, Bhîshma, Kripa, Dhritarâshthra with his sons, the wise Vidura, and many other brâhmanas, kshatriyas, vais'yas and s'ûdras, all eager to witness the sacrifice. Indeed, all the kings came there with their entourages.

     

Tekst 12:

Toen trokken de brahmanen met gouden ploegscharen voren op de plaats waar de goden zouden worden aanbeden, en wijdden ze de koning overeenkomstig de voorschriften.

The brâhmana priests then plowed the sacrificial ground with golden plowshares and initiated King Yudhishthhira for the sacrifice in accordance with the traditions set down by standard authorities.

 

Tekst 14-16:

De hulpmiddelen waren van goud inderdaad zoals in het verleden met Varuna [vergelijk 9.2: 27]. De heersers der werelden met Indra voorop, met inbegrip van Brahmâ en S'iva; de vervolmaakten en de hemelse zangers met hun toegehorigen; de geleerden, de grote serpenten [v.i.p.'s, ego's], de wijzen, de behoeders van de rijkdom en de wildemannen; de vogels van de hemel [zie khaga], de machtigen, de achtenswaardigen en de aardse koningen uitgenodigd, als ook de vrouwen van de koningen kwamen van overal naar het Râjasûya-offer dat zij, in het geheel niet verrast, voor een toegewijde van Krishna heel gepast vonden.

The utensils used in the sacrifice were made of gold, just as in the ancient Râjasûya performed by Lord Varuna. Indra, Brahmâ, S'iva and many other planetary rulers; the Siddhas and Gandharvas with their entourage; the Vidyâdharas; great serpents; sages; Yakshas; Râkshasas; celestial birds; Kinnaras; Câranas; and earthly kings - all were invited, and indeed they all came from every direction to the Râjasûya sacrifice of King Yudhishthhira, the son of Pându. They were not in the least astonished to see the opulence of the sacrifice, since it was quite appropriate for a devotee of Lord Krishna.

  

Tekst 17

Op de dag van het extraheren van het soma-sap vereerde de koning heel aandachtig de offeraars en de verheven persoonlijkheden in de vergadering.

On the day of extracting the soma juice, King Yudhishthhira properly and very attentively worshiped the priests and the most exalted personalities of the assembly.

 

Tekst 18

De leden gezeten in de vergadering, zich bezinnend op wie van hen het verdiende als eerste te worden vereerd, konden niet tot een besluit komen daar er velen waren [die in aanmerking kwamen]; toen sprak Sahadeva [de Pândava] zich uit:

The members of the assembly then pondered over who among them should be worshiped first, but since there were many personalities qualified for this honor, they were unable to decide. Finally Sahadeva spoke up.

  

Tekst 19

 'Acyuta is het voorzeker die de allerhoogste positie verdient, Hij is de Opperheer, de leider van de Sâtvata's, Hij zonder twijfel staat borg voor al de halfgoden zowel als de plaats, de tijd en de benodigdheden en dergelijke.

[Sahadeva said:] Certainly it is Acyuta, the Supreme Personality of Godhead and chief of the Yâdavas, who deserves the highest position. In truth, He Himself comprises all the demigods worshiped in sacrifice, along with such aspects of the worship as the sacred place, the time and the paraphernalia.

 

Tekst 20-21

Dit universum zowel als de grote offerplechtigheden, het offervuur, de offergaven en de aanheffingen zijn op Hem gegrondvest en het analytische en de yoga doelen op Hem. Hij is de Ene zonder Zijns gelijke waarop het Levende wezen bouwt; de Ongeborene op Zichzelf alleen vertrouwend, o leden van de vergadering, die schept, handhaaft en vernietigt.

This entire universe is founded upon Him, as are the great sacrificial performances, with their sacred fires, oblations and mantras. Sânkhya and yoga both aim toward Him, the one without a second. O assembly members, that unborn Lord, relying solely on Himself, creates, maintains and destroys this cosmos by His personal energies, and thus the existence of this universe depends on Him alone.

 

Tekst 22

Hij brengt de verschillende handelingen alhier teweeg; naar Zijn genade beijvert de hele wereld zich en volgt ze haar idealen bekend staande als de religiositeit en zo voorts [de purushartha's].

He creates the many activities of this world, and thus by His grace the whole world endeavors for the ideals of religiosity, economic development, sense gratification and liberation.

   

 Tekst 23

Derhalve komt de grootste eer Krishna toe, de Allerhoogste; als we het op deze manier doen, zullen we alle levende wezens eer aan doen zowel als ons zelf.

Therefore we should give the highest honor to Krishna, the Supreme Lord. If we do so, we will be honoring all living beings and also our own selves.

   

Tekst 24

Het moet Krishna worden gegund, de Ziel van alle wezens die niemand als afzonderlijk beziet; aan de Ene der Vrede Volmaakt en Volkomen die voor hem die het wederkerige verlangt, het Onbegrensde is [het Oneindige van de Wederkerigheid].'

Anyone who wishes the honor he gives to be reciprocated infinitely should honor Krishna, the perfectly peaceful and perfectly complete Soul of all beings, the Supreme Lord, who views nothing as separate from Himself.

 

Tekst 25

Sahadeva zich aldus uitlatend viel stil en allen goed en waarachtig die dit hoorden zeiden, wel bekend met Krishna's invloed, gelukkig: 'Dit is uitstekend, heel goed!'

[S'ukadeva Gosvâmî continued:] Having said this, Sahadeva, who understood Lord Krishna's powers, fell silent. And having heard his words, all the saintly persons present congratulated him, exclaiming "Excellent! Excellent!"

 

 Tekst 26

De koning, toen hij hoorde wat de twee maal geborenen onder woorden brachten, aanbad, blij te weten van de tevredenheid van de leden van de vergadering, overweldigd door liefde Hrishîkes'a ten volle.

The King was delighted to hear this pronouncement of the brâhmanas, from which he understood the mood of the entire assembly. Overwhelmed with love, he fully worshiped Lord Krishna, the master of the senses.

 

 Tekst 27-28

Zijn voeten wassend en het water dat de wereld zuivert op zijn eigen hoofd nemend, het met genoegen naar zijn vrouw, zijn broers, zijn ministers en familie brengend, was hij, Hem met kostbare zijden kledingstukken en juwelen vererend, met zijn ogen gevuld met tranen niet in staat Hem recht aan te kijken.

After bathing Lord Krishna's feet, Mahârâja Yudhishthhira joyfully sprinkled the water upon his own head, and then upon the heads of his wife, brothers, other family members and ministers. That water purifies the whole world. As he honored the Lord with presentations of yellow silken garments and precious jeweled ornaments, the King's tear-filled eyes prevented him from looking directly at the Lord.

 

 Tekst 29

Hem vereerd ziend op deze manier riepen al de mensen met samengebrachte handpalmen uit: 'De eerbetuigingen aan U, U zij de glorie!' en daarbij voor Hem voorover buigend regende het bloemen.

When they saw Lord Krishna thus honored, nearly all who were present joined their palms reverentially, exclaiming "Obeisances to You! All victory to You!" and then bowed down to Him. Flowers rained down from above.

 

 Tekst 30

De zoon van Damaghosha [S'is'upâla, zie 10.53] die dit hoorde kwam, geprikkeld over de beschrijvingen van Krishna's kwaliteiten, kwaad met zijn armen zwaaiend van zijn zitplaats overeind en zei, zich resoluut tot de Fortuinlijke richtend in ruwe taal, dit temidden van de vergadering:

The intolerant son of Damaghosha became infuriated upon hearing the glorification of Lord Krishna's transcendental qualities. He stood up from his seat and, angrily waving his arms, fearlessly spoke to the entire assembly the following harsh words against the Supreme Lord.

 

 Tekst 31

'Het vedische woord van waarheid dat de Tijd de onvermijdelijke beheerser is, is bewaarheid aangezien zelfs de intelligentie van de ouderen door de woorden van een jongen op een dwaalspoor kon worden gezet!

[S'is'upâla said:] The statement of the Vedas that time is the unavoidable controller of all has indeed been proven true, since the intelligence of wise elders has now become diverted by the words of a mere boy.

 

 Tekst 32

U allen weet zelf het beste wie de meest lofwaardige is; alstublieft, u allen leiders van de vergadering, besteed geen aandacht aan de uitspraken van de jongen dat Krishna zou moeten worden verkozen om te worden geëerd.

O leaders of the assembly, you know best who is a fit candidate for being honored. Therefore you should not heed the words of a child when he claims that Krishna deserves to be worshiped.

 

 Tekst 33-34

U laat leiders in de vergadering buiten beschouwing, beste wijzen de Absolute Waarheid toegewijd die, door lokaal gezag hooggehouden, middels geestelijk verstaan, verzaking, vedische kennis en geloften hun onzuiverheden uitbanden - hoe kan een koeherder, de schande van Zijn familie, het verdienen - niet meer dan een kraai de heilige rijstcake verdient - te worden aanbeden?

How can you pass over the most exalted members of this assembly - topmost sages dedicated to the Absolute Truth endowed with powers of austerity, divine insight and strict adherence to severe vows, sanctified by knowledge and worshiped even by the rulers of the universe? How does this cowherd boy, the disgrace of His family, deserve your worship, any more than a crow deserves to eat the sacred purodâs'a rice cake?

 

Tekst 35

Hoe kan Hij, onafhankelijk optredend, die het ontbreekt aan kula [een juiste opvoeding] varna [beroepsmatig behoren] en âs'rama [plichtbesef naar leeftijd], de kwaliteiten missend, het verdienen te worden vereerd?

How does one who follows no principles of the social and spiritual orders or of family ethics, who has been excluded from all religious duties, who behaves whimsically, and who has no good qualities - how does such a person deserve to be worshiped?

 

Tekst 36

Met hun [Yadu-] dynastie vervloekt door Yayâti [zie 9.18: 40-44], uitgestoten door personen van goed gedrag [zie 10.52: 9] en begeertig verslaafd aan de drank [e.g. 10.67: 9-10], hoe kan er zo een de aanbidding nu waard zijn?

Yayâti cursed the dynasty of these Yâdavas, and ever since then they have been ostracized by honest men and addicted to liquor. How, then, does Krishna deserve to be worshiped?

 

Tekst 37

Met het achter zich laten van de gronden [van Mathurâ] gezegend door de brahmaanse wijzen namen dezen hun toevlucht tot een vesting in zee [10.50: 49] alwaar het brahmaanse niet wordt nageleefd [10.57: 30], als dieven de mensen moeilijkheden bezorgend [e.g. 10.61].'

These Yâdavas have abandoned the holy lands inhabited by saintly sages and have instead taken shelter of a fortress in the sea, a place where no brahminical principles are observed. There, just like thieves, they harass their subjects.

 

Tekst 38

Tegen hem van wie, zich bediendend van dergelijke en nog meer grove bewoordingen, het goede geluk was geruïneerd, zei de Allerhoogste Heer geen stom woord, als een leeuw zo stil tegenover het gehuil van een jakhals.

[S'ukadeva Gosvâmî continued:] Bereft of all good fortune, S'is'upâla spoke these and other insults. But the Supreme Lord said nothing, just as a lion ignores a jackal's cry.

 

Tekst 39

Toen de leden van de vergadering die onverdragelijke kritiek hoorden, bedekten ze hun oren en liepen ze weg, de koning van Cedi kwaad vervloekend.

Upon hearing such intolerable blasphemy of the Lord, several members of the assembly covered their ears and walked out, angrily cursing the King of Cedi.

 

Tekst 40

Een persoon Hem toegewijd die niet weggaat van de plaats waar kritiek op de Opperheer wordt gehoord; gaat zonder meer onderuit, weggevallen van zijn goede daden.

Anyone who fails to immediately leave the place where he hears criticism of the Supreme Lord or His faithful devotee will certainly fall down, bereft of his pious credit.

 

Tekst 41

De zoons van Pându en de Matsya's, Kaikaya's en S'rinjaya's stonden toen, kwaad geworden, hun wapens heffend op, klaar om S'is'upâla te doden.

Then the sons of Pându became furious, and together with the warriors of the Matsya, Kaikaya and Sriñjaya clans, they rose up from their seats with weapons poised, ready to kill S'is'upâla.

 

Tekst 42

Daarop, o nazaat van Bharata, nam S'is'upâla in het geheel niet onder de indruk zijn zwaard en schild ter hand, en beledigde hij de koningen in de vergadering die voorstanders van Krishna waren.

Undaunted, S'is'upâla then took up his sword and shield in the midst of all the assembled kings, O Bhârata, and hurled insults at those who sided with Lord Krishna.

 

Tekst 43

Op dat moment hield de Opperheer Zijn toegewijden tegen en scheidde Hij vertoornd de vijand zijn hoofd van zijn romp met Zijn scherpgerande schijf.

At that point the Supreme Lord stood up and checked His devotees. He then angrily sent forth His razor-sharp disc and severed the head of His enemy as he was attacking.

 

Tekst 44

Met S'is'upâla ter dood gebracht was er een enorm tumult van protest toen de koningen die partij voor hem hadden gekozen vrezend voor hun leven het gehoor ontvluchtten.

When S'is'upâla was thus killed, a great roar and howl went up from the crowd. Taking advantage of that disturbance, the few kings who were supporters of S'is'upâla quickly left the assembly out of fear for their lives.

 

Tekst 45

Voor ogen van alle levenden rees uit het lichaam van S'is'upâla een licht omhoog dat Krishna binnenging als was het een meteoor die vanuit de hemel op de aarde viel [zie 10.12: 33].

An effulgent light rose from S'is'upâla's body and, as everyone watched, entered Lord Krishna just like a meteor falling from the sky to the earth.

 

Tekst 46

Zich uitstrekkend over drie geboorten geobsedeerd door een geest van vijandigheid, werd aldus mediterend de Eenwording met Hem bereikt [B.G. 4: 9]; waarlijk, is iemands houding de oorzaak van zijn wedergeboorte! [zie B.G. 8: 6 & Jaya en Vijaya]

Obsessed with hatred of Lord Krishna throughout three lifetimes, S'is'upâla attained the Lord's transcendental nature. Indeed, one's consciousness determines one's future birth.

 

Tekst 47

De keizer gaf uit dankbaarheid de priesters en de leden van de vergadering een overvloed aan geschenken, ze allen naar behoren respecterend zoals de geschriften het voorschreven, en voerde de avabhritha ceremonie op [van het zichzelf en de benodigdheden wassen om het offer te beëindigen].

Emperor Yudhishthhira gave generous gifts to the sacrificial priests and the members of the assembly, properly honoring them all in the manner prescribed by the Vedas. He then took the avabhritha bath.

 

Tekst 48

Krishna, de Beheerser van de Beheersers der Yoga, er op toe ziend dat de offerplechtigheid van de koning werd uitgevoerd, bleef een paar maanden [in Indraprastha] op het verzoek van Zijn weldoeners.

Thus S'rî Krishna, the Lord of all masters of mystic yoga, saw to the successful execution of this great sacrifice on behalf of King Yudhishthhira. Afterwards, the Lord stayed with His intimate friends for a few months at their earnest request.

 

Tekst 49

Toen, met permissie van een weigerachtige koning, ging de zoon van Devakî, Is'vara, met Zijn vrouwen en Zijn ministers weg naar Zijn eigen stad.

Then the Lord, the son of Devakî, took the reluctant permission of the King and returned to His capital with His wives and ministers.

 

Tekst 50

Het verhaal over de twee ingezetenen van Vaikuntha die als gevolg van een vloek van de geleerden keer op keer geboorte moesten nemen, is door mij tot in detail aan u uiteengezet [zie 3.16].

I have already described to you in detail the history of the two residents of Vaikunthha who had to undergo repeated births in the material world because of being cursed by brâhmanas.

 

Tekst 51

Koning Yudhishthhira temidden van de brahmanen en kshatriya's zich badend met de avabhritha van de rajasûja straalde zo schitterend als de koning der halfgoden.

Purified in the final, avabhrithya ritual, which marked the successful completion of the Râjasûya sacrifice, King Yudhishthhira shone among the assembled brâhmanas and kshatriyas like the King of the demigods himself.

 

Tekst 52

Al de goden, mensen en wezens in de hemel [de mindere goden, de pramâtha's] keerden, geëerd door de koning, gelukkig terug naar hun eigen rijken, vol van lof over Krishna en de offerplechtigheid.

The demigods, humans and residents of intermediate heavens, all properly honored by the King, happily set off for their respective domains while singing the praises of Lord Krishna and the great sacrifice.

 

Tekst 53

[Allen waren gelukkig], behalve de zondige Duryodhana, de plaag van de Kuru dynastie en verpersoonlijking van het Tijdperk van de Redetwist, die, met de bloei van de weelde voor ogen, dat van de Pândava's niet kon verdragen.

[All were satisfied] except sinful Duryodhana, the personification of the age of quarrel and the disease of the Kuru dynasty. He could not bear to see the flourishing opulence of the son of Pându.

 

Tekst 54

Hij die deze handelingen van Heer Vishnu, van het bevrijden van de koningen, de offerplechtigheid en het doden van de koning van Cedi en dergelijke hoort, raakt verlost van alle zonde.

One who recites these activities of Lord Vishnu, including the killing of S'is'upâla, the deliverance of the kings and the performance of the Râjasûya sacrifice, is freed from all sins.

 

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Produktie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties