
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschiklbaar):
The
Deliverance of S'is'upâla at the Râjasûya
Sacrifice
Tekst
1:
S'rî
S'uka zei: 'Yudhishthhira, de koning, die aldus vernam over het
ter dood brengen van Jarâsandha en het machtsvertoon van
de almachtige Krishna, richtte zich verheugd daarover tot
Hem.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Having thus heard of the killing
of Jarâsandha, and also of almighty Krishna's
wonderful power, King Yudhishthhira addressed the Lord as
follows with great pleasure.
Tekst
2:
S'rî
Yudhishthhira zei: 'Al de geestelijk leraren, de inwoners en de
grote beheersers die er zijn van de drie werelden, dragen de
waarlijk zelden verworven beschikking [van U] op hun
hoofden.
S'rî
Yudhishthhira said: All the exalted spiritual masters of the
three worlds, together with the inhabitants and rulers of
the various planets, carry on their heads Your command,
which is rarely obtained.
Tekst
3:
Dat Hij, de
Lotusogige Heer, Uzelve, instructies aanneemt van die bij de
dag levende mensen [zoals wij] die zichzelf de
beheersers achten, steekt, o Allesdoordringende, me nog het
meest.
That
You, the lotus-eyed Supreme Lord, accept the orders of
wretched fools who presume themselves rulers is a great
pretense on Your part, O all- pervading one.
Tekst
4:
Zoals met de
zon inderdaad, neemt van de ene Zonder Zijns Gelijke, de
Absolute Waarheid, de Superziel, de macht niet af noch neemt
die toe met [Zijn] activiteiten [zie:
B.G.
2: 40].
But
of course the power of the Absolute Truth, the Supreme Soul,
the primeval one without a second, is neither increased nor
diminished by His activities, any more than the sun's power
is by its movements.
Tekst
5:
O
Mâdhava, de verwrongen mentaliteit van het verschil maken
met 'jij' en het 'jouwe' en 'ik' en het 'mijne', alsof men van
de dieren is, is waarlijk niet de Uwe, o Onoverwinnelijke, noch
hoort die Uw bhakta's toe.'
O
unconquerable Mâdhava, even Your devotees make no
distinctions of "I" and "mine," "you" and "yours," for this
is the perverted mentality of animals.
Tekst
6:
S'rî
S'uka zei: 'Aldus sprekend koos de zoon van Prithâ, op de
juiste tijd voor de offerplechtigheid, met de toestemming van
Krishna de geschikte priesters uit, de brahmanen die de
vedische experts waren:
S'ukadeva
Gosvâmî said: Having said this, King
Yudhishthhira waited until the proper time for the sacrifice
was at hand. Then with Lord Krishna's permission he selected
suitable priests, all expert authorities on the Vedas, to
execute the sacrifice.
Tekst
7-9:
Dvaipâyana
[Vyâsa], Bharadvâja, Sumantu, Gotam, Asita,
Vasishthha, Cyavana, Kanva, Maitreya, Kavasha, Trita,
Vis'vâmitra, Vâmadeva, Sumati, Jaimini, Kratu,
Paila, Parâs'ara, Garga, Vais'ampâyana, als ook
Atharvâ, Kas'yapa, Dhaumya, Râma van de
Bhârgava's [Pâras'urâma],
Âsuri, Vîtihotra, Madhucchandâ,
Vîrasena en Akritavrana.
He
selected Krishna-dvaipâyana, Bharadvâja,
Sumantu, Gotama and Asita, along with Vasishthha, Cyavana,
Kanva, Maitreya, Kavasha and Trita. He also selected
Vis'vâmitra, Vâmadeva, Sumati, Jaimini, Kratu,
Paila and Parâs'ara, as well as Garga,
Vais'ampâyana, Atharvâ, Kas'yapa, Dhaumya,
Râma of the Bhârgavas, Âsuri,
Vîtihotra, Madhucchandâ, Vîrasena and
Akritavrana.
Tekst
10-11:
Eveneens
uitgenodigd waren anderen als Drona, Bhîshma, Kripa en
Dhritarâshthra met zijn zoons, en de hoogst intelligente
Vidura; koningen met hun koninklijk gevolg, brahmanen,
kshatriya's, vais'ya's en s'ûdra's, die graag het offer
wilden bijwonen, kwamen allen, o Koning.
O
King, others who were invited included Drona, Bhîshma,
Kripa, Dhritarâshthra with his sons, the wise Vidura,
and many other brâhmanas, kshatriyas, vais'yas and
s'ûdras, all eager to witness the sacrifice. Indeed,
all the kings came there with their entourages.
Tekst
12:
Toen trokken de
brahmanen met gouden ploegscharen voren op de plaats waar de
goden zouden worden aanbeden, en wijdden ze de koning
overeenkomstig de voorschriften.
The
brâhmana priests then plowed the sacrificial ground
with golden plowshares and initiated King Yudhishthhira for
the sacrifice in accordance with the traditions set down by
standard authorities.
Tekst
14-16:
De hulpmiddelen
waren van goud inderdaad zoals in het verleden met Varuna
[vergelijk 9.2:
27]. De
heersers der werelden met Indra voorop, met inbegrip van
Brahmâ en S'iva; de vervolmaakten en de hemelse zangers
met hun toegehorigen; de geleerden, de grote serpenten
[v.i.p.'s, ego's], de wijzen, de behoeders van de
rijkdom en de wildemannen; de vogels van de hemel [zie
khaga],
de machtigen, de achtenswaardigen en de aardse koningen
uitgenodigd, als ook de vrouwen van de koningen kwamen van
overal naar het Râjasûya-offer dat zij, in het
geheel niet verrast, voor een toegewijde van Krishna heel
gepast vonden.
The
utensils used in the sacrifice were made of gold, just as in
the ancient Râjasûya performed by Lord Varuna.
Indra, Brahmâ, S'iva and many other planetary rulers;
the Siddhas and Gandharvas with their entourage; the
Vidyâdharas; great serpents; sages; Yakshas;
Râkshasas; celestial birds; Kinnaras; Câranas;
and earthly kings - all were invited, and indeed they all
came from every direction to the Râjasûya
sacrifice of King Yudhishthhira, the son of Pându.
They were not in the least astonished to see the opulence of
the sacrifice, since it was quite appropriate for a devotee
of Lord Krishna.
Tekst
17
Op de dag van
het extraheren van het soma-sap vereerde de koning heel
aandachtig de offeraars en de verheven persoonlijkheden in de
vergadering.
On
the day of extracting the soma juice, King Yudhishthhira
properly and very attentively worshiped the priests and the
most exalted personalities of the assembly.
Tekst
18
De leden
gezeten in de vergadering, zich bezinnend op wie van hen het
verdiende als eerste te worden vereerd, konden niet tot een
besluit komen daar er velen waren [die in aanmerking
kwamen]; toen sprak Sahadeva [de Pândava]
zich uit:
The
members of the assembly then pondered over who among them
should be worshiped first, but since there were many
personalities qualified for this honor, they were unable to
decide. Finally Sahadeva spoke up.
Tekst
19
'Acyuta
is het voorzeker die de allerhoogste positie verdient, Hij is
de Opperheer, de leider van de Sâtvata's, Hij zonder
twijfel staat borg voor al de halfgoden zowel als de plaats, de
tijd en de benodigdheden en dergelijke.
[Sahadeva
said:] Certainly it is Acyuta, the Supreme Personality
of Godhead and chief of the Yâdavas, who deserves the
highest position. In truth, He Himself comprises all the
demigods worshiped in sacrifice, along with such aspects of
the worship as the sacred place, the time and the
paraphernalia.
Tekst
20-21
Dit universum
zowel als de grote offerplechtigheden, het offervuur, de
offergaven en de aanheffingen zijn op Hem gegrondvest en het
analytische en de yoga doelen op Hem. Hij is de Ene zonder
Zijns gelijke waarop het Levende wezen bouwt; de Ongeborene op
Zichzelf alleen vertrouwend, o leden van de vergadering, die
schept, handhaaft en vernietigt.
This
entire universe is founded upon Him, as are the great
sacrificial performances, with their sacred fires, oblations
and mantras. Sânkhya and yoga both aim toward Him, the
one without a second. O assembly members, that unborn Lord,
relying solely on Himself, creates, maintains and destroys
this cosmos by His personal energies, and thus the existence
of this universe depends on Him alone.
Tekst
22
Hij brengt de
verschillende handelingen alhier teweeg; naar Zijn genade
beijvert de hele wereld zich en volgt ze haar idealen bekend
staande als de religiositeit en zo voorts [de
purushartha's].
He
creates the many activities of this world, and thus by His
grace the whole world endeavors for the ideals of
religiosity, economic development, sense gratification and
liberation.
Tekst
23
Derhalve komt
de grootste eer Krishna toe, de Allerhoogste; als we het op
deze manier doen, zullen we alle levende wezens eer aan doen
zowel als ons zelf.
Therefore
we should give the highest honor to Krishna, the Supreme
Lord. If we do so, we will be honoring all living beings and
also our own selves.
Tekst
24
Het moet
Krishna worden gegund, de Ziel van alle wezens die niemand als
afzonderlijk beziet; aan de Ene der Vrede Volmaakt en Volkomen
die voor hem die het wederkerige verlangt, het Onbegrensde is
[het Oneindige van de Wederkerigheid].'
Anyone
who wishes the honor he gives to be reciprocated infinitely
should honor Krishna, the perfectly peaceful and perfectly
complete Soul of all beings, the Supreme Lord, who views
nothing as separate from Himself.
Tekst
25
Sahadeva zich
aldus uitlatend viel stil en allen goed en waarachtig die dit
hoorden zeiden, wel bekend met Krishna's invloed, gelukkig:
'Dit is uitstekend, heel goed!'
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] Having said this,
Sahadeva, who understood Lord Krishna's powers, fell silent.
And having heard his words, all the saintly persons present
congratulated him, exclaiming "Excellent! Excellent!"
Tekst
26
De koning, toen
hij hoorde wat de twee maal geborenen onder woorden brachten,
aanbad, blij te weten van de tevredenheid van de leden van de
vergadering, overweldigd door liefde Hrishîkes'a ten
volle.
The
King was delighted to hear this pronouncement of the
brâhmanas, from which he understood the mood of the
entire assembly. Overwhelmed with love, he fully worshiped
Lord Krishna, the master of the senses.
Tekst
27-28
Zijn voeten
wassend en het water dat de wereld zuivert op zijn eigen hoofd
nemend, het met genoegen naar zijn vrouw, zijn broers, zijn
ministers en familie brengend, was hij, Hem met kostbare zijden
kledingstukken en juwelen vererend, met zijn ogen gevuld met
tranen niet in staat Hem recht aan te kijken.
After
bathing Lord Krishna's feet, Mahârâja
Yudhishthhira joyfully sprinkled the water upon his own
head, and then upon the heads of his wife, brothers, other
family members and ministers. That water purifies the whole
world. As he honored the Lord with presentations of yellow
silken garments and precious jeweled ornaments, the King's
tear-filled eyes prevented him from looking directly at the
Lord.
Tekst
29
Hem vereerd
ziend op deze manier riepen al de mensen met samengebrachte
handpalmen uit: 'De eerbetuigingen aan U, U zij de glorie!' en
daarbij voor Hem voorover buigend regende het bloemen.
When
they saw Lord Krishna thus honored, nearly all who were
present joined their palms reverentially, exclaiming
"Obeisances to You! All victory to You!" and then bowed down
to Him. Flowers rained down from above.
Tekst
30
De zoon van
Damaghosha [S'is'upâla, zie 10.53]
die dit hoorde kwam, geprikkeld over de beschrijvingen van
Krishna's kwaliteiten, kwaad met zijn armen zwaaiend van zijn
zitplaats overeind en zei, zich resoluut tot de Fortuinlijke
richtend in ruwe taal, dit temidden van de vergadering:
The
intolerant son of Damaghosha became infuriated upon hearing
the glorification of Lord Krishna's transcendental
qualities. He stood up from his seat and, angrily waving his
arms, fearlessly spoke to the entire assembly the following
harsh words against the Supreme Lord.
Tekst
31
'Het vedische
woord van waarheid dat de Tijd de onvermijdelijke beheerser is,
is bewaarheid aangezien zelfs de intelligentie van de ouderen
door de woorden van een jongen op een dwaalspoor kon worden
gezet!
[S'is'upâla
said:] The statement of the Vedas that time is the
unavoidable controller of all has indeed been proven true,
since the intelligence of wise elders has now become
diverted by the words of a mere boy.
Tekst
32
U allen weet
zelf het beste wie de meest lofwaardige is; alstublieft, u
allen leiders van de vergadering, besteed geen aandacht aan de
uitspraken van de jongen dat Krishna zou moeten worden verkozen
om te worden geëerd.
O
leaders of the assembly, you know best who is a fit
candidate for being honored. Therefore you should not heed
the words of a child when he claims that Krishna deserves to
be worshiped.
Tekst
33-34
U laat leiders
in de vergadering buiten beschouwing, beste wijzen de Absolute
Waarheid toegewijd die, door lokaal gezag hooggehouden, middels
geestelijk verstaan, verzaking, vedische kennis en geloften hun
onzuiverheden uitbanden - hoe kan een koeherder, de schande van
Zijn familie, het verdienen - niet meer dan een kraai de
heilige rijstcake verdient - te worden aanbeden?
How
can you pass over the most exalted members of this assembly
- topmost sages dedicated to the Absolute Truth endowed with
powers of austerity, divine insight and strict adherence to
severe vows, sanctified by knowledge and worshiped even by
the rulers of the universe? How does this cowherd boy, the
disgrace of His family, deserve your worship, any more than
a crow deserves to eat the sacred purodâs'a rice
cake?
Tekst
35
Hoe kan Hij,
onafhankelijk optredend, die het ontbreekt aan kula [een
juiste opvoeding] varna [beroepsmatig behoren] en
âs'rama [plichtbesef naar leeftijd], de
kwaliteiten missend, het verdienen te worden
vereerd?
How
does one who follows no principles of the social and
spiritual orders or of family ethics, who has been excluded
from all religious duties, who behaves whimsically, and who
has no good qualities - how does such a person deserve to be
worshiped?
Tekst
36
Met hun
[Yadu-] dynastie vervloekt door Yayâti [zie
9.18:
40-44],
uitgestoten door personen van goed gedrag [zie
10.52:
9] en
begeertig verslaafd aan de drank [e.g. 10.67:
9-10], hoe
kan er zo een de aanbidding nu waard zijn?
Yayâti
cursed the dynasty of these Yâdavas, and ever since
then they have been ostracized by honest men and addicted to
liquor. How, then, does Krishna deserve to be
worshiped?
Tekst
37
Met het achter
zich laten van de gronden [van Mathurâ] gezegend
door de brahmaanse wijzen namen dezen hun toevlucht tot een
vesting in zee [10.50:
49] alwaar
het brahmaanse niet wordt nageleefd [10.57:
30], als
dieven de mensen moeilijkheden bezorgend [e.g.
10.61].'
These
Yâdavas have abandoned the holy lands inhabited by
saintly sages and have instead taken shelter of a fortress
in the sea, a place where no brahminical principles are
observed. There, just like thieves, they harass their
subjects.
Tekst
38
Tegen hem van
wie, zich bediendend van dergelijke en nog meer grove
bewoordingen, het goede geluk was geruïneerd, zei de
Allerhoogste Heer geen stom woord, als een leeuw zo stil
tegenover het gehuil van een jakhals.
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] Bereft of all good
fortune, S'is'upâla spoke these and other insults. But
the Supreme Lord said nothing, just as a lion ignores a
jackal's cry.
Tekst
39
Toen de leden
van de vergadering die onverdragelijke kritiek hoorden,
bedekten ze hun oren en liepen ze weg, de koning van Cedi kwaad
vervloekend.
Upon
hearing such intolerable blasphemy of the Lord, several
members of the assembly covered their ears and walked out,
angrily cursing the King of Cedi.
Tekst
40
Een persoon Hem
toegewijd die niet weggaat van de plaats waar kritiek op de
Opperheer wordt gehoord; gaat zonder meer onderuit, weggevallen
van zijn goede daden.
Anyone
who fails to immediately leave the place where he hears
criticism of the Supreme Lord or His faithful devotee will
certainly fall down, bereft of his pious credit.
Tekst
41
De zoons van
Pându en de Matsya's, Kaikaya's en S'rinjaya's stonden
toen, kwaad geworden, hun wapens heffend op, klaar om
S'is'upâla te doden.
Then
the sons of Pându became furious, and together with
the warriors of the Matsya, Kaikaya and Sriñjaya
clans, they rose up from their seats with weapons poised,
ready to kill S'is'upâla.
Tekst
42
Daarop, o
nazaat van Bharata, nam S'is'upâla in het geheel niet
onder de indruk zijn zwaard en schild ter hand, en beledigde
hij de koningen in de vergadering die voorstanders van Krishna
waren.
Undaunted,
S'is'upâla then took up his sword and shield in the
midst of all the assembled kings, O Bhârata, and
hurled insults at those who sided with Lord Krishna.
Tekst
43
Op dat moment
hield de Opperheer Zijn toegewijden tegen en scheidde Hij
vertoornd de vijand zijn hoofd van zijn romp met Zijn
scherpgerande schijf.
At
that point the Supreme Lord stood up and checked His
devotees. He then angrily sent forth His razor-sharp disc
and severed the head of His enemy as he was
attacking.
Tekst
44
Met
S'is'upâla ter dood gebracht was er een enorm tumult van
protest toen de koningen die partij voor hem hadden gekozen
vrezend voor hun leven het gehoor ontvluchtten.
When
S'is'upâla was thus killed, a great roar and howl went
up from the crowd. Taking advantage of that disturbance, the
few kings who were supporters of S'is'upâla quickly
left the assembly out of fear for their lives.
Tekst
45
Voor ogen van
alle levenden rees uit het lichaam van S'is'upâla een
licht omhoog dat Krishna binnenging als was het een meteoor die
vanuit de hemel op de aarde viel [zie 10.12:
33].
An
effulgent light rose from S'is'upâla's body and, as
everyone watched, entered Lord Krishna just like a meteor
falling from the sky to the earth.
Tekst
46
Zich
uitstrekkend over drie geboorten geobsedeerd door een geest van
vijandigheid, werd aldus mediterend de Eenwording met Hem
bereikt [B.G. 4:
9];
waarlijk, is iemands houding de oorzaak van zijn wedergeboorte!
[zie B.G. 8:
6 &
Jaya
en Vijaya]
Obsessed
with hatred of Lord Krishna throughout three lifetimes,
S'is'upâla attained the Lord's transcendental nature.
Indeed, one's consciousness determines one's future
birth.
Tekst
47
De keizer gaf
uit dankbaarheid de priesters en de leden van de vergadering
een overvloed aan geschenken, ze allen naar behoren
respecterend zoals de geschriften het voorschreven, en voerde
de avabhritha ceremonie op [van het zichzelf en de
benodigdheden wassen om het offer te
beëindigen].
Emperor
Yudhishthhira gave generous gifts to the sacrificial priests
and the members of the assembly, properly honoring them all
in the manner prescribed by the Vedas. He then took the
avabhritha bath.
Tekst
48
Krishna, de
Beheerser van de Beheersers der Yoga, er op toe ziend dat de
offerplechtigheid van de koning werd uitgevoerd, bleef een paar
maanden [in Indraprastha] op het verzoek van Zijn
weldoeners.
Thus
S'rî Krishna, the Lord of all masters of mystic yoga,
saw to the successful execution of this great sacrifice on
behalf of King Yudhishthhira. Afterwards, the Lord stayed
with His intimate friends for a few months at their earnest
request.
Tekst
49
Toen, met
permissie van een weigerachtige koning, ging de zoon van
Devakî, Is'vara, met Zijn vrouwen en Zijn ministers weg
naar Zijn eigen stad.
Then
the Lord, the son of Devakî, took the reluctant
permission of the King and returned to His capital with His
wives and ministers.
Tekst
50
Het verhaal
over de twee ingezetenen van Vaikuntha die als gevolg van een
vloek van de geleerden keer op keer geboorte moesten nemen, is
door mij tot in detail aan u uiteengezet [zie
3.16].
I
have already described to you in detail the history of the
two residents of Vaikunthha who had to undergo repeated
births in the material world because of being cursed by
brâhmanas.
Tekst
51
Koning
Yudhishthhira temidden van de brahmanen en kshatriya's zich
badend met de avabhritha van de rajasûja straalde zo
schitterend als de koning der halfgoden.
Purified
in the final, avabhrithya ritual, which marked the
successful completion of the Râjasûya sacrifice,
King Yudhishthhira shone among the assembled brâhmanas
and kshatriyas like the King of the demigods himself.
Tekst
52
Al de goden,
mensen en wezens in de hemel [de mindere goden, de
pramâtha's]
keerden, geëerd door de koning, gelukkig terug naar hun
eigen rijken, vol van lof over Krishna en de offerplechtigheid.
The
demigods, humans and residents of intermediate heavens, all
properly honored by the King, happily set off for their
respective domains while singing the praises of Lord Krishna
and the great sacrifice.
Tekst
53
[Allen
waren gelukkig], behalve de zondige Duryodhana, de plaag
van de Kuru dynastie en verpersoonlijking van het Tijdperk van
de Redetwist, die, met de bloei van de weelde voor ogen, dat
van de Pândava's niet kon verdragen.
[All
were satisfied] except sinful Duryodhana, the
personification of the age of quarrel and the disease of the
Kuru dynasty. He could not bear to see the flourishing
opulence of the son of Pându.
Tekst
54
Hij die deze
handelingen van Heer Vishnu, van het bevrijden van de koningen,
de offerplechtigheid en het doden van de koning van Cedi en
dergelijke hoort, raakt verlost van alle zonde.
One
who recites these activities of Lord Vishnu, including the
killing of S'is'upâla, the deliverance of the kings
and the performance of the Râjasûya sacrifice,
is freed from all sins.
