De
zoon van Bâdarâyana [van Vyâsa] zei:
'Op een dag comfortabel gezeten werd Hij, de geestelijk leraar
van het Universum, Zich op haar bed bevindend bediend door
Rukminî die Hem, de Echtgenoot, koelte toewuifde samen
met haar vrouwelijke metgezellen.
De
zoon van Bâdarâyana [van Vyâsa]
zei: 'Op een dag comfortabel gezeten werd Hij, de geestelijk
leraar van het Universum, Zich op haar bed bevindend bediend
door Rukminî die Hem, de Echtgenoot, koelte toewuifde
samen met haar vrouwelijke metgezellen.
(Vedabase)
Tekst
2
Dit dan was
Zijn spel: dat Hij, als de Allerhoogste Beheerser die het
universum in het leven roept, beschermt en verzwelgt, waarlijk
was geboren om Zijn eigen heerschappij hoog te houden
[*]
als de Ongeboren Heer onder de Yadu's [zie ook
6.3:
19].
Dit
dan was Zijn spel: dat Hij, als de Allerhoogste Beheerser
die het universum in het leven roept, beschermt en
verzwelgt, waarlijk was geboren om Zijn eigen heerschappij
hoog te houden [*] als de Ongeboren Heer onder de
Yadu's [zie ook 6.3:
19].
(Vedabase)
Tekst
3-6
In dat
privé-gedeelte van het paleis zo schitterend, behangen
met strengen parels en verrijkt met een baldakijn, met lampen
gemaakt van edelstenen, met jasmijnbloemenslingers met zoemende
bijen eromheen zwermend, met het licht van de zuivere maan
gefilterd door de openingen van het lattenwerk voor de ramen,
met de geur meegevoerd door de wind van de groepjes
pârijâta bomen die de atmosfeer overbrachten uit de
tuin en met de opwindende geur voortgebracht door de
aguru die ontsnapte uit de raamopeningen, o Koning,
bediende ze haar Echtgenoot, de Beheerser van Alle Werelden,
comfortabel gezeten op een prima kussen van het bed dat zo wit
straalde als de schuim van melk.
In
dat privé-gedeelte van het paleis zo schitterend,
behangen met strengen parels en verrijkt met een baldakijn,
met lampen gemaakt van edelstenen, met
jasmijnbloemenslingers met zoemende bijen eromheen zwermend,
met het licht van de zuivere maan gefilterd door de
openingen van het lattenwerk voor de ramen, met de geur
meegevoerd door de wind van de groepjes pârijâta
bomen die de atmosfeer overbrachten uit de tuin en met de
opwindende geur voortgebracht door de aguru die ontsnapte
uit de raamopeningen, o Koning, bediende ze haar Echtgenoot,
de Beheerser van Alle Werelden, comfortabel gezeten op een
prima kussen van het bed dat zo wit straalde als de schuim
van melk. (Vedabase)
Tekst
7
Uit de hand van
een dienstmaagd een waaier van yak-haar aanpakkend met een met
juwelen ingelegd handvat wuifde de godin er in eerbetoon voor
haar Meester Hem er koelte mee toe.
Uit
de hand van een dienstmaagd een waaier van yak-haar
aanpakkend met een met juwelen ingelegd handvat wuifde de
godin er in eerbetoon voor haar Meester Hem er koelte mee
toe. (Vedabase)
Tekst
8
Naast Krishna
met het gerucht van haar enkelbelletjes kwam ze prachtig naar
voren met haar ringen, armbanden en waaier in haar handen en
met haar kleding die met één uiteinde haar
borsten rood van de kunkum verhulde, de gloed van haar
halssnoer en de kostbare gordel die ze om haar heupen
droeg.
Naast
Krishna met het gerucht van haar enkelbelletjes kwam ze
prachtig naar voren met haar ringen, armbanden en waaier in
haar handen en met haar kleding die met één
uiteinde haar borsten rood van de kunkum verhulde, de gloed
van haar halssnoer en de kostbare gordel die ze om haar
heupen droeg. (Vedabase)
Tekst
9
Bij de aanblik
van haar verschijning als de godin van het geluk met geen ander
doel, als zij die verheugd en lachend met haar lokken,
oorhangers en juwelen om haar hals en haar heldere gelukkige
gezicht, terwille van Zijn spel en vermaak overeenstemt in
lichamen overeenkomstig Zijn aannemen van gestalten
[**],
liet de Heer een zoete glimlach zien en sprak Hij.
Bij
de aanblik van haar verschijning als de godin van het geluk
met geen ander doel, zij die verheugd en lachend met haar
lokken, oorhangers en juwelen om haar hals en haar heldere
gelukkige gezicht, terwille van Zijn spel en vermaak
overeenstemt in lichamen overeenkomstig Zijn aannemen van
gestalten [**], liet de Heer een zoete glimlach zien
en sprak Hij. (Vedabase)
Tekst
10
De Allerhoogste
Heer zei: 'O prinses, je werd begeerd door koningen,
wereldheersers van schoonheid, kracht en vrijgevigheid die
rijkelijk toegerust waren met grote macht, invloed en
weelde.
De
Allerhoogste Heer zei; 'O prinses, je werd begeerd door
koningen, wereldheersers van schoonheid, kracht en
vrijgevigheid die rijkelijk toegerust waren met grote macht,
invloed en weelde.
(Vedabase)
Tekst
11
Met voor handen
vrijers zoals S'is'upâla en anderen die gek van Cupido
door je broer en vader werden aangereikt, vraag Ik Me af waarom
je voor Ons hebt gekozen terwijl Ik zo heel anders ben.
Met
voor handen vrijers zoals S'is'upâla en anderen die
gek van Cupido door je broer en vader werden aangereikt,
vraag Ik Me af waarom je voor Ons hebt gekozen terwijl Ik zo
heel verschillend ben. (Vedabase)
Tekst
12
Bang van de
koningen, o mooie wenkbrauwtjes, en verhuisd naar de oceaan als
onze toevlucht [naar Dvârakâ], hebben Wij,
in vijandschap met degenen die aan de macht zijn, praktisch de
troon eraan gegeven.
Bang
van de koningen, o mooie wenkbrauwtjes, en vertrokken naar
de oceaan als toevlucht [naar Dvârakâ],
hebben Wij, in vijandschap met degenen die aan de macht
zijn, praktisch de koningstroon eraan gegeven.
(Vedabase)
Tekst
13
O fraaie
wenkbrauwtjes, vrouwen hebben het gewoonlijk zwaar die omzien
naar mannen wiens gedrag onzeker is in het volgen van een pad
dat niet aanvaardbaar is voor de normale
samenleving.
O
fraaie wenkbrauwtjes, vrouwen hebben het gewoonlijk zwaar
die omzien naar mannen wiens gedrag onzeker is in het volgen
van een pad dat niet aanvaardbaar is voor de normale
samenleving. (Vedabase)
Tekst
14
Wij die het
zonder bezittingen moeten stellen zijn altijd zeer geliefd bij
hen die ook niets hebben en zijn daarom in de regel inderdaad
niet zo geliefd bij de rijken, die Me zelden de eer bewijzen, o
slanke vrouwe.
Wij,
zonder ook maar iets in Ons bezit, die altijd zeer geliefd
zijn bij hen die ook niets hebben, zijn daarom in de regel
inderdaad niet zo geliefd bij de rijken, ze bewijzen Me
zelden de eer, o slanke vrouwe.
(Vedabase)
Tekst
15
Huwelijk en
vriendschap is er tussen twee mensen die gelijk zijn qua bezit,
geboorte, invloed, lichaam en vooruitzichten en nooit en te
nimmer tussen een hogere en een lagere [in
dezen]!
Huwelijk
en vriendschap is er tussen twee mensen die gelijk zijn qua
bezit, geboorte, invloed, lichaam en vooruitzichten en nooit
en te nimmer tussen een hogere en een lagere [in
dezen]! (Vedabase)
Tekst
16
O prinses van
Vidarbha, je hebt dit niet zien aankomen, je had er geen weet
van toen je koos voor Ons die het zo ontbreekt aan goede
kwaliteiten, Wij die worden geprezen door bedelaars die hun
verstand kwijt zijn!
O
prinses van Vidarbha, van dit, niet in staat in de toekomst
te kijken, had je geen weet, toen je koos voor Ons zo
verstoken van goede kwaliteiten Die wordt geprezen door
bedelaars die hun verstand kwijt zijn!
(Vedabase)
Tekst
17
Aanvaard nu
alsjeblieft voor jezelf een echtgenoot die werkelijk geschikt
is, een eersteklas edelman die je al je wensen in dit en het
volgende leven in vervulling kan doen gaan.
Aanvaard
nu alsjeblieft voor jezelf een echtgenoot die inderdaad
geschikt is, een eersteklas edelman met wie je al je wensen
in dit en het volgende leven in vervulling kan zien gaan.
(Vedabase)
Tekst
18
S'is'upâla,
S'âlva, Jarâsandha, Dantavakra en andere koningen
kunnen Me geen van allen lijden, o mooie dijen, en zo ook je
oudere broer Rukmî niet.
S'is'upâla,
S'âlva, Jarâsandha, Dantavakra en andere
koningen kunnen Me geen van allen lijden, o mooie dijen, en
zo ook je oudere broer Rukmî niet.
(Vedabase)
Tekst
19
Om van hen, die
verblind zijn door de bedwelming van hun macht, de trots en
hoogmoed te breken werd je door Mij in een huwelijk aanvaard, o
goedgeaarde; We deden dat om de macht weg te nemen van de
slechtgeaarden [zie ook B.G.
4: 7].
Om
van hen, verblind door de bedwelming van hun macht, de trots
en hoogmoed te verdrijven werd je door Mij in een huwelijk
aanvaard, o goedgeaarde; We deden dat om de macht weg te
nemen van de slechtgeaarden [zie ook B.G. 4: 7].
(Vedabase)
Tekst
20
Wij
onverschillig over een thuis en een lichaam geven niet echt om
echtgenotes, kinderen en rijkdommen; Wij afzijdig van welk
ondernemen ook zijn volkomen in Onszelf tevreden zoals een
opzichzelf bestaand licht dat ook is.'
Wij
onverschillig over een thuis en een lichaam talen werkelijk
niet naar echtgenotes, kinderen en rijkdommen; Wij houden
Ons volledig tevreden in Onszelf op zoals licht dat doet
niet betrokken bij welke actie ook.'
(Vedabase)
Tekst
21
S'rî
S'uka zei: 'De Allerhoogste Heer, zoveel gezegd hebbende als de
vernietiger van de trots van haar die zich als Zijn geliefde
onafscheidelijk achtte, stopte toen.
S'rî
S'uka zei: 'De Allerhoogste Heer, zoveel gezegd hebbende als
de vernietiger van de trots van haar die als Zijn geliefde
zich onafscheidelijk achtte, stopte toen.
(Vedabase)
Tekst
22
Van de Meester
van de Heren der Drie Werelden, haar eigen Geliefde, had zij,
de godin, nog nooit zoiets onaangenaams te horen gekregen, en
met de schrik die haar toen om het hart sloeg begon ze,
trillend gegrepen door een verschrikkelijke angst, te huilen
[zie S'rî
S'rî S'ikshâshthaka vers 6
&7].
Van
de Meester van de Heren der Drie Werelden, haar eigen
Geliefde, had zij, de godin, nog nooit zo iets onaangenaams
te horen gekregen, en met de schrik die haar toen om het
hart sloeg begon ze, trillend gegrepen door een
verschrikkelijke angst, te huilen [zie
s'ikshâshthaka vers 6 &7].
(Vedabase)
Tekst
23
Met haar o zo
tere voet die rood opgloeide van haar nagels over de vloer
schrapend, en met haar tranen de make-up van haar ogen doen
uitlopend en het rode kunkumapoeder op haar borsten
natsprenkelend, stond ze daar roerloos, met het gezicht naar
beneden, verstikt in haar extreme verdriet en was ze niet in
staat ook maar een woord uit te brengen.
Met
haar o zo tere voet, rood opgloeiend van haar nagels, over
de vloer schrapend, en met haar tranen de make-up van haar
ogen doen uitlopend en het rode kunkumapoeder op haar
borsten natsprenkelend, stond ze daar roerloos, met het
gezicht naar beneden, verstikt in haar extreme verdriet niet
in staat ook maar iets te zeggen.
(Vedabase)
Tekst
24
Door haar grote
treurnis, vrees en benauwdheid niet langer meer helder denkend,
gleden haar armbanden en haar waaier haar uit handen en viel
haar lichaam, met haar geest ontsteld het bezwijmend, plots op
de grond met haar haar wijd uitgespreid, als was ze een plataan
geveld door de wind [zie rasa].
Van
haar grote treurnis, vrees en benauwdheid niet langer helder
denkend, gleden haar armbanden en haar waaier haar uit
handen en viel haar lichaam, met haar geest ontsteld het
bezwijmend, plots op de grond met haar haar wijd
uitgespreid, als was ze een plataan geveld door de wind
[zie rasa]. (Vedabase)
Tekst
25
Ziend wat, niet
begrepen zijnde, het volle gewicht van Zijn grappenmakerij
inhield voor de band van goddelijke liefde van Zijn geliefde,
kreeg de Allerhoogste Heer, de genadige Krishna, medelijden met
haar.
Ziend
wat, niet begrepen zijnde, het volle gewicht van Zijn
grappenmakerij inhield voor de band van goddelijke liefde
van Zijn geliefde, kreeg de Allerhoogste Heer, de genadige
Krishna, medelijden met haar. (Vedabase)
Tekst
26
Van het bed
afkomend tilde Hij, met vier armen, haar snel op en wiste Hij,
haar haar bijeen zamelend, haar gezicht schoon met Zijn
lotushand.
Van
het bed afkomend tilde Hij, met vier armen, haar snel op en
wiste Hij, haar haar bijeen zamelend, haar gezicht schoon
met Zijn lotushand. (Vedabase)
Tekst
27-28
Haar met tranen
gevulde ogen en borsten besmeurd door haar tranen afvegend,
sloeg Hij, o Koning, Zijn arm om haar heen die kuis als ze was
geen ander voorwerp van verlangen kende. De Meester, de Expert
in Het Tot Vrede Bewegen, troostte vol van medeleven haar die,
zo zielig met haar geest in de war door Zijn slimme
grappenmakerij, dit niet verdiend had met het Doel van Degenen
die Zuiver Zijn.
Haar
met tranen gevulde ogen en borsten besmeurd door haar tranen
afvegend, sloeg Hij, o Koning, Zijn arm om haar heen die
kuis als ze was geen ander voorwerp van verlangen kende. De
Meester, de Expert in Het Tot Vrede Bewegen, troostte vol
van medeleven haar die, zo zielig met haar geest in de war
door Zijn slimme grappenmakerij, dit niet verdiend had met
het Doel van Degenen die Zuiver Zijn.
(Vedabase)
Tekst
29
De Opperheer
zei: 'O Vaidarbhî, wees niet ongelukkig met Me, Ik weet
dat je Me volledig toegewijd bent, Mijn liefste, Ik deed het
voor de grap om te horen wat je zou zeggen.
De
Opperheer zei: 'O Vaidarbhî, wees niet ongelukkig met
Me, Ik weet dat je Me volledig toegewijd bent, Mijn liefste,
Ik deed het voor de grap om te horen wat je zou
zeggen.
(Vedabase)
Tekst
30
Zo wilde Ik het
gezicht van de liefde zien met lippen trillend van de emotie,
blikken geworpen uit de hoeken van rood doorlopen ogen en
prachtige wenkbrauwen bijeen geknepen.
Zo
wilde Ik het gezicht van de liefde zien met lippen trillend
van de emotie, blikken geworpen uit de hoeken van rood
doorlopen ogen en prachtige wenkbrauwen bijeen geknepen.
(Vedabase)
Tekst
31
Voor een gewone
huishouder is het grappen maken met degene van wie hij houdt
werkelijk het hoogste dat hij kan bereiken in het gezinsleven,
o verlegen meisje van temperament.'
Voor
een gewone huishouder is het grappen maken met degene van
wie hij houdt werkelijk het hoogste dat hij kan bereiken in
het gezinsleven, o verlegen meisje van temperament.'
(Vedabase)
Tekst
32
S'rî
S'uka zei: 'Zij, Vaidarbhî, o Koning, die aldus geheel
gerustgesteld door de Allerhoogste Heer begreep dat Zijn
woorden als grap bedoeld waren, gaf haar angst op te zijn
afgewezen door haar Geliefde.
S'rî
S'uka zei: 'Zij, Vaidarbhî, o Koning, die aldus geheel
gerustgesteld door de Allerhoogste Heer begreep dat Zijn
woorden als grap bedoeld waren, gaf haar angst op te zijn
afgewezen door haar Geliefde. (Vedabase)
Tekst
33
Bedeesd met een
charmante glimlach de Opperheer in het gelaat ziend richtte ze
zich, o afstammeling van Bharata, met liefdevolle blikken tot
de Beste van Alle Mannen.
Bedeesd
met een charmante glimlach de Opperheer in het gelaat ziend
richtte ze zich, o afstammeling van Bharata, met liefdevolle
blikken tot de Beste van Alle
Mannen.
(Vedabase)
Tekst
34
S'rî
Rukminî zei: 'Goed, zo zij het dan met dat wat Je gezegd
hebt o Lotusogige; wat stel ik, ongelijk aan de Allerhoogste
Heer, nu voor vergeleken met de Almachtige die behagen schept
in Zijn eigen heerlijkheid, met de Beheerser, de Opperheer van
de Drie [belangrijkste godheden] - wie ben ik nu
vergeleken met Hem, ik als iemand aan wiens voeten vanwege haar
materiële kwaliteiten de dwazen zich
vastklampen?
S'rî
Rukminî zei: 'Goed zo zij het dan met dat wat Je
gezegd hebt o Lotusogige; waar ben ik, ongelijk aan de
Allerhoogste Heer, nu vergeleken met de Almachtige die
behagen schept in Zijn eigen heerlijkheid, met de Beheerser,
de Opperheer van de Drie [belangrijkste godheden] -
waar zou ik zelf nu staan aan wiens voeten vanwege haar
materiële kwaliteiten de dwazen zich vastklampen?
(Vedabase)
Tekst
35
Het is waar,
Jij, o Urukrama [Heer van de Grotere Orde], vleide Je,
alsof Je de geaardheden zou vrezen, neer in de oceaan, altijd
in het zuivere bewustzijn van de Opperziel strijdend tegen de
slechtheid van de materiële zinnen en hebt, net als Je
dienaren, de positie van een koning afgewezen als zijnde blinde
onwetendheid [zie ook S'rî
S'rî Shadgosvâmî-ashthaka vers
vier en de
S'rî
S'rî S'ikshâshthaka vers
4].
Het
is waar, Jij, o Urukrama [Heer van de Grotere Orde],
vleide Je, alsof Je de geaardheden zou vrezen, neer in de
oceaan, altijd in het zuivere bewustzijn van de Opperziel
strijdend tegen de slechtheid van de materiële zinnen
en hebt, net als Je dienaren, de positie van een koning
afgewezen als zijnde blinde onwetendheid [zie ook
Sadgosvâmy Âshthaka vers vier en de
s'ikshâshthaka vers 4].
(Vedabase)
Tekst
36
Voor wijzen die
de honing waarderen van Je lotusgelijke voeten is Jouw pad, dat
voor dieren in een menselijke gedaante voorzeker moeilijk te
doorgronden is, niet zo duidelijk want - [zo mag men zich
afvragen] - is het wel zo dat zij, die zich bovenwerelds
voordoen met activiteiten voor de Allerhoogste Beheerser
[van de Tijd], o Almachtige, Jou [als een
persoon] nu aan het volgen zijn?
Voor
wijzen die de honing waarderen van Je lotusgelijke voeten is
Jouw pad, dat voor dieren in een menselijke gedaante
voorzeker moeilijk te doorgronden is, niet zo duidelijk want
- [zo mag men zich afvragen] - zijn zij, zich
bovenwerelds voordoend met aktiviteiten voor de Allerhoogste
Beheerser [van de Tijd], o Almachtige, Jou [als
een persoon] nu aan het volgen?
(Vedabase)
Tekst
37
Jij inderdaad
kent geen bezittingen, Jij voorbij Wie er niets te vinden is en
Die zelfs van de genieters van de eerbewijzen met Brahmâ
voorop de eer krijgt bewezen; personen die materieel voldaan
zijn kennen Je, verblind door hun status, niet als hun dood,
maar voor de grote genieters ben Je de meest geliefde, net
zoals zij dat voor Jou zijn [zie ook 1.7:
10]
Jij
inderdaad kent geen bezittingen, Jij voorbij Wie er niets te
vinden is en Die zelfs van de genieters van de eerbewijzen
met Brahmâ voorop de eer krijgt bewezen; personen
lichamelijk voldaan, verblind door hun status, kennen Je
niet als hun dood, maar voor de grote genieters ben Je de
meest geliefde zoals zij dat precies zo ook voor Jou zijn
[zie ook 1.7: 10].
(Vedabase)
Tekst
38
Jij bent
waarlijk het uiteindelijke doel dat alle doelen van het
menselijk bestaan omvat, Jij bent het eigenlijke Zelf waarnaar
verlangend intelligente personen van alles afzien; Jouw omgang,
o Almachtige, leent zich voor hen en niet voor een man en vrouw
die in de lust gelukkig en ongelukkig zijn.
Jij
bent waarlijk het uiteindelijke doel dat alle doelen van het
menselijk bestaan omvat, Jij bent het eigenlijke Zelf
waarnaar verlangend intelligente personen van alles afzien;
Jouw omgang, o Almachtige, leent zich voor hen en niet voor
een man en vrouw die in de lust gelukkig en ongelukkig zijn.
(Vedabase)
Tekst
39
Jij, de
Opperziel van Al de Werelden die Zichzelf wegschenkt en over
wiens kunnen de wijzen spreken die de staf opgaven [van het
rondtrekken, Paramahamsa's wordend, zie 5.1*],
bent aldus door mij uitverkozen in afwijzing van die meesters
van de hemel, geboren op de lotus [Brahmâ] en het
bestaan beheersend [S'iva], wiens ambities teniet zijn
gedaan door de kracht van de Tijd voortgebracht door Je
wenkbrauwen. Wat voor belang zou ik dan hebben bij
anderen?
Jij,
de Opperziel van Al de Werelden die Zichzelf wegschenkt en
over Wiens kunnen de wijzen spreken die de staf opgaven
[van het rondtrekken, Paramahamsa's wordend, zie
5.1*], bent aldus door mij uitverkozen in afwijzing van
die meesters van de hemel, geboren op de lotus
[Brahmâ] en het bestaan beheersend
[S'iva], wiens ambities teniet zijn gedaan door de
kracht van de Tijd voortgebracht door Je wenkbrauwen. Wat
[dan zou ik, Jou hebbend, moeten] met anderen?
(Vedabase)
Tekst
40
Dwaas die
woorden van Je dat Jij in de oceaan uit angst Je toevlucht zou
zoeken, o Gadâgraja,
Jij die door het schieten met Je S'ârnga de koningen op
de terugtocht dwong met het weghalen van mij, de voor Jou
bestemde huldeblijk, zoals een leeuw zijn deel wegsnaait bij de
dieren [zie ook jalpa 10.47:
12-21].
Dwaas
die woorden van Je dat Jij in de oceaan uit angst Je
toevlucht zou zoeken, o Gadâgraja, Jij die door het
schieten met Je S'ârnga de koningen op de terugtocht
dwong met het weghalen van mij, de voor Jou bestemde
huldeblijk, zoals een leeuw zijn deel wegsnaait bij de
dieren [zie ook jalpa 10.47: 12-21].
(Vedabase)
Tekst
41
Uit behoefte
aan Jou zijn de koningen Anga [vader van Vena,
4.13:
47],
Vainya [Prithu, 4.23],
Jâyanta [Bharata, 6.7:
11],
Nâhusha [Yayâti, 9.19],
Gaya [15.15:
6-7] en
anderen met het afstand doen van hun kroon, hun soevereine
macht over hun koninkrijken, het bos ingegaan, o Lotusogige;
hoe konden zij, bezonnen op Jouw pad in deze wereld, nu angstig
beven?
Uit
behoefte aan Jou zijn de koningen Anga [vader van Vena,
4.13: 47], Vainya [Prithu, 4.23], Jâyanta
[Bharata, 6.7: 11], Nâhusha
[Yayâtî, 9.19], Gaya [15.15:
6-7] en anderen afstand doend van hun kroon, hun
soevereine macht over hun koninkrijken, het bos ingegaan, o
Lotus-ogige; hoe konden zij, geconcentreerd op Jouw pad in
deze wereld, nu angstig beven? (Vedabase)
Tekst
42
Welke vrouw zou
haar toevlucht tot een andere man nemen, die eenmaal het door
de wijzen beschreven aroma opgesnoven heeft van Jouw
lotusvoeten waar Lakshmî zich ophoudt en die alle mensen
de bevrijding brengen; welke sterfelijke dame met het inzicht
om uit te maken wat het beste voor haar is, zou geen ernst
maken met Jou als de Hemel van Alle Kwaliteiten, en iemand
willen die steeds in grote angst verkeert [door zijn valse
ego]?
Welke
vrouw zou haar toevlucht tot een andere man nemen, die
eenmaal het door de wijzen beschreven aroma opgesnoven heeft
van Jouw lotusvoeten waar Lakshmî zich ophoudt en die
alle mensen de bevrijding brengen; welke sterfelijke dame
met het inzicht om uit te maken wat het beste voor haar is,
zou geen ernst maken met Jou als de Hemel van Alle
Kwaliteiten, en iemand willen die steeds in grote angst
verkeert [door zijn valse ego]?
(Vedabase)
Tekst
43
Voor Hem,
Jijzelf, als de Uiteindelijke Meester en Superziel van Alle
Werelden heb ik gekozen om onze wensen in vervulling te doen
gaan in dit leven en het volgende [zie laatste
vers S'rî S'rî
S'ikshâshthaka];
moge er voor mij die ronddoolde op verschillende wegen er de
toevlucht zijn van Jouw voeten welke, inderdaad op hun
aanbidder afstappend, lonen met de bevrijding van het
onware.
Voor
Hem, Jijzelf, als de Uiteindelijke Meester en Superziel van
Alle Werelden heb ik gekozen om onze wensen in vervulling te
doen gaan in dit leven en het volgende [zie laatste vers
s'ikshâshthaka]; moge er voor mij die ronddoolde
op verschillende wegen er de toevlucht zijn van Jouw voeten
welke, inderdaad op hun aanbidder afstappend, lonen met de
bevrijding van het onware. (Vedabase)
Tekst
44
Laat de
koningen waar Je het over had, o Acyuta, over aan die vrouwen
bij wie ze in huis zijn als ezels, ossen, honden, katten en
slaven en wiens oren nimmer in de buurt kwamen van de kern die
Jij als de plaag van Je vijanden bent; Jij die bezongen wordt
in de hooggeleerde samenkomsten van Mrida ['de genadige'
ofwel S'iva] en Viriñca [de 'zuivere voorbij de
hartstocht' ofwel Brahmâ].
Laat
de koningen waar Je het over had, o Acyuta, over aan die
vrouwen bij wie ze in huis zijn als ezels, ossen, honden,
katten en slaven en wiens oren nimmer in de buurt kwamen van
de kern die Jij als de plaag van Je vijanden bent; Jij die
bezongen wordt in de hooggeleerde samenkomsten van Mrida
['de genadige' ofwel S'iva] en Viriñca
[de 'zuivere voorbij de hartstocht' ofwel
Brahmâ]. (Vedabase)
Tekst
45
De vrouw die
niet de honing ruikt van Jouw lotusvoeten houdt er een totaal
verbijsterd idee op na; zij aanbidt als haar partner een levend
lijk overdekt door een huid, snorharen, lichaamsbeharing,
nagels en hoofdhaar met vanbinnen vlees, botten, bloed, wormen,
ontlasting, slijm, gal en lucht.
De
vrouw die niet de honing ruikt van Jouw lotusvoeten houdt er
een totaal verbijsterd idee op na; zij aanbidt als haar
partner een levend lijk overdekt door een huid, snorharen,
lichaamsbeharing, nagels en hoofdhaar met van binnen vlees,
botten, bloed, wormen, ontlasting, slijm, gal en
lucht.
(Vedabase)
Tekst
46
Laat er, o
Lotusoog, mijn niet aflatende aantrekking zijn tot de voeten
van Jou die meer behagen schept in het Ware Zelf dan in mij,
Jij die voor de toename van dit universum in hartstocht de vorm
van een overvloed aanneemt en met Je blik daarin mij
aanschouwend ons inderdaad de grootste genade toont [zie
ook 10.53:
2].
Laat
er, o Lotusoog, mijn niet aflatende aantrekking zijn tot de
voeten van Jou die meer behagen schept in het Ware Zelf dan
in mij, Jij die voor de toename van dit universum in
hartstocht de vorm van een overvloed aanneemt en met Je blik
daarin mij aanschouwend ons inderdaad de grootste genade
toont [zie ook 10.53: 2].
(Vedabase)
Tekst
47
Ik beschouw Je
woorden in feite niet als vals, o Doder van Madhu, het is zeker
vaak zo dat bij een meisje [zoals ik met de koningen]
zich de aantrekking opwerpt zoals ook bij Ambâ
[dochter van de koning van Kâs'î aangetrokken
tot S'âlva, zie Mahâbhârata en noot
9.22:
20*].
Ik
beschouw Je woorden in feite niet als vals, o Doder van
Madhu, het is zeker vaak zo dat bij een meisje [zoals ik
met de koningen] zich de aantrekking opwerpt zoals ook
bij Ambâ [dochter van de koning van Kas'i
aangetrokken tot S'alva, zie Mahâbhârata en noot
9.22: 20*]. (Vedabase)
Tekst
48
Een promiscue
vrouw voelt zich zelfs als ze getrouwd is aangetrokken tot
telkens weer een nieuwe man; als men intelligent is behoort men
[zoals Jij misschien] niet aan een ontrouwe vrouw vast
te houden daar men, als men dan aan haar vasthoudt, in
tweeërlei zin [in dit leven enerzijds en het volgende
leven anderzijds] ten val is gekomen [zie ook
9.14:
36].'
Een
promiscue vrouw is zelfs getrouwd aangetrokken tot telkens
weer een nieuwe man; als men intelligent is behoort men
[zoals Jij misschien] niet aan een ontrouwe vrouw
vast te houden daar met het houden van haar men beiderzijds
[in dit leven enerzijds en het volgende leven
anderzijds] ten val is gekomen [zie ook 9.14:
36].' (Vedabase)
Tekst
49
De Allerhoogste
Heer zei: 'Al wat je antwoordde is inderdaad juist; wat Ik heb
gezegd toen ik je voor de gek hield, o prinses, deed Ik in de
behoefte jou hierover te horen praten, o heilige
dame!
De
Allerhoogste Heer zei: 'Al wat je antwoordde is inderdaad
juist; wat Ik heb gezegd je voor de gek houdend, o prinses,
deed Ik vanuit de behoefte jou hierover te horen, o heilige
dame! (Vedabase)
Tekst
50
O
rechtschapene, je zal altijd kunnen rekenen op welke zegeningen
je ook van Me verlangt om van de lust bevrijd te zijn, o
genadige, o jij die werkelijk uitsluitend Mij toegewijd
bent.
O
rechtschapene, welke zegeningen die je ook verlangt om van
de lust bevrijd te zijn, o goedgunstige, zullen er altijd
zijn voor jou die werkelijk uitsluitend Mij toegewijd bent.
(Vedabase)
Tekst
51
O zondeloze, Ik
heb je zuivere liefde gezien en je in geloften zien vasthouden
aan de echtgenoot; voor zover woorden je van streek konden
brengen, kon je geest in gehechtheid aan Mij, niet worden
afgeleid.
O
zondenloze, Ik heb je zuivere liefde gezien en je in
geloften zien vasthouden aan de echtgenoot; voor zover
woorden je van streek konden brengen, kon je geest in
gehechtheid aan Mij, niet worden afgeleid.
(Vedabase)
Tekst
52
Zij die vallen
voor burgerlijke status en Mij aanbidden met boetedoeningen en
het naleven van geloften, zijn, lustig van aard, verbijsterd
door de begoochelende energie van Mij, de Beheerser van de
Uiteindelijke Gelukzaligheid.
Zij
die vallen voor burgerlijke status en Mij aanbidden met
boetedoeningen en het naleven van geloften, zijn, lustig van
aard, verbijsterd door de begoochelende energie van Mij, de
Beheerser van de Uiteindelijke Gelukzaligheid.
(Vedabase)
Tekst
53
O reservoir van
liefde, voor hen die met het verkrijgen van Mij, de Schat der
Emancipatie, ongelukkigerwijze van Mij, de Meester erover,
alleen materiële schatten verlangen, zaken die er zelfs
zijn voor personen die in de hel verkeren, is het, omdat ze
bezeten zijn van de zinsbevrediging, [dan ook] de hel
die ze het beste past [zie ook 3.32,
en 7.5:
32].
O
reservoir van liefde, voor hen die met het verkrijgen van
Mij, de Schat der Emancipatie, minder gelukkig van Mij, de
Meester erover, alleen materiële schatten verlangen die
er zelfs zijn voor personen die in de hel verkeren, is het,
omdat ze bezeten zijn van de zinsbevrediging, [dan
ook] de hel die ze het beste past [zie ook 3.32, en
7.5: 32]. (Vedabase)
Tekst
54
Gelukkig, o
vrouwe van het huis, was je de constante trouwe dienst aan Mij
aan het leveren die de bevrijding schenkt uit een materieel
bestaan, de dienst die zeer moeilijk op te brengen is in het
bijzonder voor gevaarlijke vrouwen met kwade bedoelingen, die
zich enkel bekommeren om hun eigen levensadem en zich
vergenoegen in het verbreken [van
relaties].
Gelukkig,
o vrouwe van het huis, was je de constante trouwe dienst aan
Mij aan het leveren die de bevrijding schenkt uit een
materieel bestaan, de dienst die zeer moeilijk op te brengen
is in het bijzonder voor gevaarlijke vrouwen met kwade
bedoelingen, die zich enkel bekommeren om hun eigen
levensadem en zich vergenoegen in het verbreken [van
relaties]. (Vedabase)
Tekst
55
In mijn
paleizen kan Ik geen vrouw vinden zo liefdevol als jij, o
respectvolle; Jij die ten tijde van haar eigen huwelijk afzag
van de koningen die waren gearriveerd; jij door wie, met het je
ter ore komen van de ware stand van zaken, een brahmaanse
boodschapper naar Mij werd gestuurd met een vertrouwelijk
bericht.
In
mijn paleizen kan Ik geen vrouw vinden zo liefdevol als jij,
o respectvolle; Jij die ten tijde van haar eigen huwelijk
afzag van de koningen die waren gearriveerd; jij door wie,
met het je ter ore komen van de ware stand van zaken, een
brahmaanse boodschapper naar Mij werd gestuurd met een
vertrouwelijk bericht. (Vedabase)
Tekst
56
Toen je broer
verslagen in de strijd werd toegetakeld
[10.54]
en op de dag aangewezen voor de huwelijksplechtigheid [van
Aniruddha, haar oudste zoon, zie volgende hoofdstuk] werd
gedood tijdens een gokspelletje, kreeg je vanwege Ons een
ondraaglijk leed te verduren, maar er bang voor gescheiden te
raken repte je er met geen woord over en daardoor heb je Ons
voor je gewonnen.
Toen
je broer verslagen in de strijd werd toegetakeld
[10.54] en op de dag aangewezen voor de
huwelijksplechtigheid [van Aniruddha, haar oudste zoon,
zie volgende hoofdstuk] werd gedood tijdens een
gokspelletje, kreeg je vanwege Ons een ondraaglijk leed te
verduren, maar er bang voor gescheiden te raken repte je er
met geen woord over en daardoor heb je Ons voor je gewonnen.
(Vedabase)
Tekst
57
Toen Ik, met de
boodschapper die je stuurde met het meest vertrouwelijke
verzoek om Mijn persoon, op Mij liet wachten, wilde jij, deze
wereld als geheel leeg beziend, dit lichaam opgeven dat voor
niemand anders bestemd zou zijn [zie 10.53:
22-25];
moge dat [die standvastigheid] altijd met je zijn
tezamen met het Ons verheugd zijn in reactie daarop.'
Toen,
met de boodschapper heengezonden met het meest
vertrouwelijke verzoek om Mijn persoon, Ik op Mij liet
wachten, wilde jij, deze wereld als geheel leeg beziend, dit
lichaam opgeven dat voor niemand anders bestemd zou zijn
[zie 10.53: 22-25]; moge dat [die
standvastigheid] in jou voorstaan met Ons verheugd in
reactie daarop.'
(Vedabase)
Tekst
58
S'rî
S'uka zei: 'Op deze manier in echtelijke gesprekken de
menselijke wereld nabootsend schiep de Allerhoogste Heer er
behagen in Zichzelf met Ramâ
te vermaken.
S'rî
S'uka zei: 'Op deze manier in echtelijke gesprekken de
menselijke wereld nabootsend schiep de Allerhoogste Heer er
behagen in Zichzelf met Ramâ te vermaken.
(Vedabase)
Tekst
59
Zich
dienovereenkomstig als een huishouder gedragend in de paleizen
van de andere koninginnen, beantwoordde de Almachtige Heer en
Geestelijk Leraar van Al de Werelden aan de verplichtingen van
een gezinshoofd.'
Zich
dienovereenkomstig als een huishouder gedragend in de
paleizen van de andere koninginnen, beantwoordde de
Almachtige Heer en Geestelijk Leraar van Al de Werelden aan
de verplichtingen van een gezinshoofd.'
(Vedabase)
*
Het Sanskriet woord hier gebruikt is setu: dat betekent
brug, dam, grens, limiet, dus in deze context Zijn leiding,
religie, regel en wet.
**
Gesproken door S'rî Parâs'ara in de Vishnu
Purâna is er, zo brengt S'rîla S'rîdhara
Svâmî ons in herinnering, een vers in bevestiging
van dit vers:
devatve
deva-deheyam
manushyatve ca mânushî
vishnor dehânurûpâm vai
karoty eshâtmanas tanum
"Als
de Heer verschijnt als een halfgod, neemt zij [de godin van
het geluk] de gedaante aan van een godin, en als Hij
verschijnt als een menselijk wezen, neemt ze een menselijke
gedaante aan. Op die manier is het lichaam dat ze aanneemt in
overeenstemming met het lichaam aangenomen door Heer
Vishnu."