S'rî
S'uka zei: 'Zij allen aldus [beseffend dat ze bestolen
waren] bestegen in grote woede in kuras hun
transportmiddelen en gingen, ieder omringd door zijn eigen
troepen, achter hen aan, met hun bogen klaar.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Having thus spoken, all those
infuriated kings donned their armor and mounted their
conveyances. Each king, bow in hand, was surrounded by his
own army as he went after Lord Krishna. (Vedabase)
Tekst
2
Toen het
Yâdava-leger ze eraan zag komen in hun achtervolging,
stopten de officieren om ze tegemoet te treden, o Koning, en
lieten ze hun bogen klinken.
The
commanders of the Yâdava army, seeing the enemy racing
to attack, turned to face them and stood firm, O King,
twanging their bows. (Vedabase)
Tekst
3
Vanaf hun
paarden, vanaf de ruggen van de olifanten en vanuit hun
posities in hun wagens schoten die [vijandige]
wapenmeesters wolken van pijlen die neerregenden zoals water
dat doet over de bergen.
Mounted
on the backs of horses, the shoulders of elephants and the
seats of chariots, the enemy kings, expert with weapons,
rained down arrows upon the Yadus like clouds pouring rain
on mountains. (Vedabase)
Tekst
4
Toen het
volslanke meisje zag dat het leger van haar Heer werd belaagd
door zware stortbuien van pijlen keek ze Hem in verlegenheid
met ogen vol angst in het gelaat.
Slender-waisted
Rukminî, seeing her Lord's army covered by torrents of
arrows, shyly looked at His face with fear-stricken eyes.
(Vedabase)
Tekst
5
De Opperheer
zei lachend: 'Wees niet bevreesd, o mooie ogen, nu meteen zal
deze strijdmacht door jouw troepen worden
vernietigd'.
In
response the Lord laughed and assured her, "Do not be
afraid, beautiful-eyed one. This enemy force is about to be
destroyed by your soldiers." (Vedabase)
Tekst
6
De helden Gada
[Krishna's jongere halfbroer], Sankarshana en de
anderen konden het machtsvertoon van de vijandige troepen niet
tolereren en dus schoten ze met pijlen van ijzer hun paarden,
olifanten en wagens neer.
The
heroes of the Lord's army, headed by Gada and Sankarshana,
could not tolerate the aggression of the opposing kings.
Thus with iron arrows they began to strike down the enemy's
horses, elephants and chariots. (Vedabase)
Tekst
7
Van hen die op
de wagens, de paarden en de olifanten zaten vielen bij
duizenden de hoofden op de grond, compleet met oorringen,
helmen en tulbanden.
The
heads of soldiers fighting on chariots, horses and elephants
fell to the ground by the millions; some heads wore earrings
and helmets, others turbans. (Vedabase)
Tekst
8
Er waren
mensenhoofden, koppen van paarden, ezels, muildieren, olifanten
en kamelen zowel als [afgeschoten] handen met zwaarden,
knotsen en bogen, handen zonder vingers, dijen en hele
benen.
Lying
all around were thighs, legs and fingerless hands, along
with hands clutching swords, clubs and bows, and also the
heads of horses, donkeys, elephants, camels, wild asses and
humans. (Vedabase)
Tekst
9
De koningen
aangevoerd door Jarâsandha die begerig de overwinning te
behalen hun troepen vernietigd zagen door de Vrishni's, dropen
toen ontmoedigd af.
Seeing
their armies being struck down by the Vrishnis, who were
eager for victory, the kings headed by Jarâsandha were
discouraged and left the battlefield. (Vedabase)
Tekst
10
Ze gingen naar
en spraken met S'is'upâla die, met de vrouw die hij in
gedachten had weggestolen,, geheel ontgoocheld het er moeilijk
mee had met een hangend gezicht waar alle kleur uit was
verdwenen.
The
kings approached S'is'upâla, who was disturbed like a
man who has lost his wife. His complexion was drained of
color, his enthusiasm was gone, and his face appeared dried
up. The kings spoke to him as follows. (Vedabase)
Tekst
11
[Jarâsandha
zei:] 'O heer, tijger onder de mensen, laat alstublieft
deze zwaarmoedigheid varen, voor de belichaamden is er met het
gewenste en het ongewenste geen duurzaamheid te
vinden.
[Jarâsandha
said:] Listen, S'is'upâla, O tiger among men, give
up your depression. After all, embodied beings' happiness
and unhappiness is never seen to be permanent, O King.
(Vedabase)
Tekst
12
Zoals een vrouw
vervaardigd uit hout danst naar het verlangen van een
poppenspeler wordt op dezelfde manier deze wereld, begaan met
vreugde en verdriet, beheerst door haar
Beheerser.
Just
as a puppet in the form of a woman dances by the desire of
the puppeteer, so this world, controlled by the Supreme
Lord, struggles in both happiness and misery.
(Vedabase)
Tekst
13
Ikzelf verloor
met drieëntwintig legers zeventien keer het in veldslagen
van S'auri [Krishna] en ik won slechts
éénmaal.
In
battle with Krishna I and my twenty-three armies lost
seventeen times; only once did I defeat Him.
(Vedabase)
Tekst
14
Niettemin
beklaag of verheug ik mij nooit en te nimmer, wetende dat de
wereld wordt bestierd door de tijd in combinatie met het
lot.
But
still I never lament or rejoice, because I know this world
is driven by time and fate. (Vedabase)
Tekst
15
Zelfs nu zijn
wij allen, leiders van de aanvoerders van helden, verslagen
door het maar kleine gevolg aan Yadu's onder de bescherming van
Krishna.
And
now all of us, great commanders of military leaders, have
been defeated by the Yadus and their small entourage, who
are protected by Krishna. (Vedabase)
Tekst
16
Momenteel, nu
onze vijanden hebben gewonnen, werkt de tijd in hun voordeel en
dan weer zullen wij overwinnen als de tijden zijn veranderd in
ons voordeel.'
Now
our enemies have conquered because time favors them, but in
the future, when time is auspicious for us, we shall
conquer. (Vedabase)
Tekst
17
S'rî
S'uka zei: 'Aldus overgehaald door zijn vrienden ging
S'is'upâla terug naar zijn stad en zo keerde ook ieder
van de overlevende koningen die hem volgden terug naar zijn
woonplaats.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Thus persuaded by his friends,
S'is'upâla took his followers and went back to his
capital. The surviving warriors also returned to their
respective cities. (Vedabase)
Tekst
18
De machtige
Rukmî echter, die, Krishna hatend, het niet kon
verkroppen dat zijn zuster was getrouwd op de
râkshasa manier, achtervolgde Krishna omringd door
een complete akshauhinî.
Powerful
Rukmî, however, was especially envious of Krishna. He
could not bear the fact that Krishna had carried off his
sister to marry her in the Râkshasa style. Thus he
pursued the Lord with an entire military division.
(Vedabase)
Tekst
19-20
Rukmî,
machtig bewapend met zijn boog en wapenrusting, zwoor
allerkwaadst vol van weerzin in het bijzijn van alle koningen:
'Laat me jullie dit in waarheid zeggen: ik zal niet naar
Kundina terugkeren zonder Krishna in de strijd ter dood
gebracht te hebben en Rukminî te hebben teruggewonnen'.
Frustrated
and enraged, mighty-armed Rukmî, dressed in armor and
wielding his bow, had sworn before all the kings, "I shall
not again enter Kundina if I do not kill Krishna in battle
and bring Rukminî back with me. I swear this to you."
(Vedabase)
Tekst
21
Zich aldus
uitlatend beklom hij zijn wagen en zei hij tot zijn
wagenmenner: 'Snel, leidt de paarden naar waar Krishna zich
ophoudt, er moet een gevecht plaats vinden tussen Hem en
mij.
Having
said this, he had mounted his chariot and told his
charioteer, "Drive the horses quickly to where Krishna is.
He and I must fight. (Vedabase)
Tekst
22
Vandaag zal ik
met mijn scherpe pijlen, de waanzin een halt toeroepen van die
grootste ondeugd, die Koeherder die het lef had om met geweld
mijn zuster te ontvoeren!'
"This
wicked-minded cowherd boy, infatuated with His prowess, has
violently abducted my sister. But today I will remove His
pride with my sharp arrows." (Vedabase)
Tekst
23
Aldus dwaas
opsnijdend zonder zich te realiseren waar Krishna allemaal toe
in staat was, riep hij vervolgens met een enkele strijdwagen
naar voren komend naar Krishna: 'Kom op en
vecht!'
Boasting
thus, foolish Rukmî, ignorant of the true extent of
the Supreme Lord's power, approached Lord Govinda in his
lone chariot and challenged Him, "Just stand and fight!"
(Vedabase)
Tekst
24
Zijn boog
aanspannend trof hij ferm Krishna [Zijn wagen] met drie
pijlen en zei: 'Wacht eens even, Jij bederf van de
Yadu-dynastie!
Rukmî
drew his bow with great strength and struck Lord Krishna
with three arrows. Then he said, "Stand here for a moment, O
defiler of the Yadu dynasty! (Vedabase)
Tekst
25
Waarheen Je Je
ook begeeft met het wegstelen van mijn zus alsof je een kraai
bent die er vandoor is met de offerboter, vandaag nog zal ik
een eind maken aan die valse trots van Je, Jij dwaze bedrieger,
Jij slinkse strijder!!
"Wherever
You go, carrying off my sister like a crow stealing
sacrificial butter, I will follow. This very day I shall
relieve You of Your false pride, You fool, You deceiver, You
cheater in battle! (Vedabase)
Tekst
26
Als je niet
wilt dat mijn pijlen Je doden, laat het er dan bij zitten en
laat het meisje gaan', maar Krishna, met een glimlach, trof
Rukmî, met zes pijlen waarmee Hij zijn boog aan stukken
schoot.
"Release
the girl before You are struck dead by my arrows and made to
lie down!" In response to this, Lord Krishna smiled, and
with six arrows He struck Rukmî and broke his bow.
(Vedabase)
Tekst
27
Met van Krishna
acht pijlen gericht op zijn vier paarden, met twee voor zijn
wagenmenner en met drie voor zijn vlag, greep hij een andere
boog ter hand en trof hij er Krishna met vijf.
The
Lord struck Rukmî's four horses with eight arrows, his
chariot driver with two, and the chariot's flag with three.
Rukmî grabbed another bow and struck Lord Krishna with
five arrows. (Vedabase)
Tekst
28
Hoewel hij door
al deze pijlen getroffen werd brak Krishna de boog opnieuw net
zoals de Onfeilbare er nog een aan stukken brak die hij
opnam.
Although
hit by these many arrows, Lord Acyuta again broke
Rukmî's bow. Rukmî picked up yet another bow,
but the infallible Lord broke that one to pieces as well.
(Vedabase)
Tekst
29
De gepunte
knots, de drietand, de lans, het schild en het zwaard, de piek,
de speer of welk wapen hij ook ter hand nam werd ieder door
Hem, de Heer, in stukken gebroken.
Iron
bludgeon, three-pointed spear, sword and shield, pike,
javelin - whatever weapon Rukmî picked up, Lord Hari
smashed it to bits. (Vedabase)
Tekst
30
Toen van zijn
wagen springend met het zwaard in de hand rende hij, van zins
Krishna te doden, naar voren zo verbeten als een vogel in de
wind.
Then
Rukmî leaped down from his chariot and, sword in hand,
rushed furiously toward Krishna to kill Him, like a bird
flying into the wind. (Vedabase)
Tekst
31
Door met Zijn
pijlen het zwaard en het schild te breken van Zijn aanvaller,
nam Hij, bereid om Rukmî om te brengen, Zijn eigen
scherpe zwaard ter hand.
As
Rukmî attacked Him, the Lord shot arrows that broke
Rukmî's sword and shield into small pieces. Krishna
then took up His own sharp sword and prepared to kill
Rukmî. (Vedabase)
Tekst
32
Toen ze zag dat
Hij haar broer wilde doden, viel de vrome Rukminî
doodsbang haar echtgenoot ten voeten en sprak ze
klagelijk.
Seeing
Lord Krishna ready to kill her brother, saintly
Rukminî was filled with alarm. She fell at her
husband's feet and piteously spoke as follows.
(Vedabase)
Tekst
33
S'rî
Rukminî zei: 'O Beheerser van de Yoga, o
Ondoorgrondelijke Ziel, o God der Goden, o Meester van het
Universum, o Goedgunstige, alsJeblieft breng mijn broer niet
om, o Machtig-gearmde.'
S'rî
Rukminî said: O controller of all mystic power,
immeasurable one, Lord of lords, master of the universe! O
all auspicious and mighty-armed one, please do not kill my
brother! (Vedabase)
Tekst
34
S'rî
S'uka zei: 'Met Zijn voeten beetgegrepen door haar van wie in
het volle van haar angst de leden beefden, de mond droog werd
in haar leed, de keel was verstikt en het gouden halssnoer in
haar opwinding scheef hing, zag Hij er mededogend van
af.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Rukminî's utter fear caused
her limbs to tremble and her mouth to dry up, while her
throat choked up out of sorrow. And in her agitation her
golden necklace scattered. She grasped Krishna's feet, and
the Lord, feeling compassionate, desisted. (Vedabase)
Tekst
35
Met een stuk
stof hem vastbindend schoor Hij toen de booswicht, er een zooi
van makend met slechts wat plukken van zijn haar en snor
overlatend. Ondertussen verpletterde het uitzonderlijke leger
van de Yadu-helden zijn tegenstanders zoals olifanten een
lotusbloem plattrappen [vergelijk 1.7].
Lord
Krishna tied up the evildoer with a strip of cloth. He then
proceeded to disfigure Rukmî by comically shaving him,
leaving parts of his mustache and hair. By that time the
Yadu heroes had crushed the extraordinary army of their
opponents, just as elephants crush a lotus flower.
(Vedabase)
Tekst
36
Toen ze Krishna
naderden zagen ze daar Rukmî voor dood in zijn
jammerlijke toestand. De almachtige Opperheer Sankarshana, door
medelijden bewogen, bevrijdde daarop de gevangene en zei tot
Krishna:
As
the Yadus approached Lord Krishna, they saw Rukmî in
this sorry condition, practically dying of shame. When the
all-powerful Lord Balarâma saw Rukmî, He
compassionately released him and spoke the following to Lord
Krishna. (Vedabase)
Tekst
37
'O Krishna, hoe
onbehoorlijk dit slechte scheerwerk van Je met zijn snor en
haar; het is iets dat zo erg is als het doden van een
familielid!'
[Lord
Balarâma said:] My dear Krishna, You have acted
improperly! This deed will bring shame on Us, for to
disfigure a close relative by shaving off his mustache and
hair is as good as killing him. (Vedabase)
Tekst
38
[Tot
Rukminî:] 'O heilige dame, wees er niet boos over dat
We je broer zo toegetakeld hebben; er is wat betreft de zaak
wie er nu geluk en leed veroorzaakt niemand anders dan de
persoon in kwestie zelf die verantwoordelijk is, daar een mens
de vruchten plukt van zijn eigen
handelen.'
Saintly
lady, please do not be displeased with Us out of anxiety for
your brother's disfigurement. No one but oneself is
responsible for one's joy and grief, for a man experiences
the result of his own deeds. (Vedabase)
Tekst
39
[En weer
tot Krishna:]'Ookal verdient een verwant het vanwege zijn
wandaden te worden gedood, behoort hij door een familielid niet
ter dood gebracht te worden, maar dient hij in plaats daarvan
te worden uitgebannen [uit de familie]; waarom zou hij
die door zijn eigen wandaden de dood [van zijn eer]
vond, voor een tweede keer ter dood moeten worden
gebracht?'
[Again
addressing Krishna, Balarâma said:] A relative
should not be killed even if his wrongdoing warrants capital
punishment. Rather, he should be thrown out of the family.
Since he has already been killed by his own sin, why kill
him again? (Vedabase)
Tekst
40
[Tot
Rukminî:] 'De heilige code van de krijgsheren zoals
ingesteld door de vader der oorsprong [Brahmâ] is
dat een broeder zelfs er niet voor moet terugdeinzen zijn eigen
broeder te doden. En dat is waarlijk iets heel
verschikkelijks.'
[Turning
to Rukminî, Balarâma continued: ] The code
of sacred duty for warriors established by Lord Brahmâ
enjoins that one may have to kill even his own brother. That
is indeed a most dreadful law. (Vedabase)
Tekst
41
[En weer
terug tot Krishna:] 'Zij die prat gaan op een koninkrijk,
land, rijkdommen, vrouwen, eer en macht of iets anders [dan
de ziel] begaan, verblind als ze zijn in hun dwaasheid met
de weelde, om die reden inderdaad
overtredingen.'
[Again
Balarâma addressed Krishna:] Blinded by conceit
with their personal opulences, proud men offend others for
the sake of such things as kingdom, land, wealth, women,
honor and power. (Vedabase)
Tekst
42
[En weer
tot Rukminî:] 'In deze opstelling van jou jegens alle
levende wezens, waarin je hen die vijandig zijn het kwade
toewenst en zij die je gunstig gezind zijn met het goede
bedenkt, ben je net zo partijdig als welk stuk onbenul
ook.
[To
Rukminî Balarâma said:] Your attitude is
unfair, for like an ignorant person you wish good to those
who are inimical to all living beings and who have done evil
to your true well-wishers. (Vedabase)
Tekst
43
Door de
begoochelende macht van God wordt bewerkstelligd dat de mensen
in de wegen die ze bewandelen verbijsterd zijn over het Ware
Zelf zodat zij, die aldus het lichaam aanzien voor de ziel,
spreken in termen van het hebben van een vriend, een vijand of
van neutraal zijn met iemand.
The
Supreme Lord's Mâyâ makes men forget their real
selves, and thus, taking the body for the self, they
consider others to be friends, enemies or neutral parties.
(Vedabase)
Tekst
44
Zij die
begoocheld zijn nemen de Ene Ware Opperziel van Alle Dingen en
Ieder Belichaamd Wezen waar als zijnde een veelvoud, precies
zoals men dat doet met de sterren [ze niet herkennend als
een samenhangend sterrenstelsel] of de lucht [die
anders zou zijn voor een afgesloten ruimte, zie ook
B.G.
18: 20-21 en
1.2:
32].
Those
who are bewildered perceive the one Supreme Soul, who
resides in all embodied beings, as many, just as one may
perceive the light in the sky, or the sky itself, as many.
(Vedabase)
Tekst
45
Het fysieke
lichaam dat een begin en een einde kent is samengesteld uit de
materiële elementen, de zinnen en de geaardheden der
natuur. Door materiële onwetendheid is het iets dat
opgelegd is aan het zelf en vormt zo de oorzaak van het ervaren
van de kringloop van dood en geboorte.
This
material body, which has a beginning and an end, is composed
of the physical elements, the senses and the modes of
nature. The body, imposed on the self by material ignorance,
causes one to experience the cycle of birth and death.
(Vedabase)
Tekst
46
Voor de ziel
die in contact staat met onverschillig wat, o kuise, bestaat er
geen gescheidenheid vanwege het er uit voortkomen [zoals
met een individuele ziel] of onwaarheid vanwege het er door
onthuld zijn [als een fysieke gedaante]; zoals dat ook
is met de zon in verhouding tot het zien en de vorm
waargenomen.
O
intelligent lady, the soul never undergoes contact with or
separation from insubstantial, material objects, because the
soul is their very origin and illuminator. Thus the soul
resembles the sun, which neither comes in contact with nor
separates from the sense of sight and what is seen.
(Vedabase)
Tekst
47
Geboren worden
en dergelijke zijn enkel transformaties van het lichaam, nooit
en te nimmer van de ziel, net als de fasen van de maan niet
inhouden dat die is doodgegaan op de dagvan de nieuwe
maan.
Birth
and other transformations are undergone by the body but
never by the self, just as change occurs for the moon's
phases but never for the moon, though the new-moon day may
be called the moon's "death." (Vedabase)
Tekst
48
Zoals een
slapende persoon zichzelf, zinsobjecten en resultaten van
handelen ervaart ookal zijn ze niet echt, ondergaat op dezelfde
manier de onintelligente persoon zijn materiële bestaan
[zie ook 6.16:
55-56].
As
a sleeping person perceives himself, the objects of sense
enjoyment and the fruits of his acts within the illusion of
a dream, so one who is unintelligent undergoes material
existence. (Vedabase)
Tekst
49
Derhalve, o jij
met de zuivere lach, wees alsjeblieft jezelf weer [als de
godin van het geluk] met de kennis van de essentie die de
droefenis resulterend uit onwetendheid verdrijft en die je
liefde deed opdrogen en je verwarde.'
Therefore,
with transcendental knowledge dispel the grief that is
weakening and confounding your mind. Please resume your
natural mood, O princess of the pristine smile.
(Vedabase)
Tekst
50
S'rî
S'uka zei: 'Zij met haar slanke middel aldus ingelicht door
Balarâma, de Opperheer, gaf haar mismoedigheid op en
kreeg met intelligentie zichzelf weer in de
hand.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Thus enlightened by Lord
Balarâma, slender Rukminî forgot her depression
and steadied her mind by spiritual intelligence.
(Vedabase)
Tekst
51
Met slechts
zijn levensadem nog over, uitgestoten door zijn vijanden en
beroofd van zijn kracht en luister kon hij
[Rukmî] zijn vernedering niet vergeten.
Gefrustreerd in zijn persoonlijke verlangens bouwde hij zich
toen een verblijfplaats. Het werd een grote stad genaamd
Bhojakatha ['de eed ondergaan
hebben'].
Left
with only his life air, cast out by his enemies and deprived
of his strength and bodily radiance, Rukmî could not
forget how he had been disfigured. In frustration he
constructed for his residence a large city, which he called
Bhojakatha. (Vedabase)
Tekst
52
Met het gezegd
hebben van 'Zonder dat ik die slechterik Krishna heb gedood,
zonder mijn zuster terug te halen, zal ik niet naar Kundina
terugkeren', richtte hij kwaad precies op die plek zijn
verblijfplaats op.
Because
he had promised "I will not reenter Kundina until I have
killed wicked Krishna and brought back my younger sister,"
in a mood of angry frustration Rukmî took up residence
at that very place. (Vedabase)
Tekst
53
De Allerhoogste
Heer, alzo de aardse heersers verslaand, bracht de dochter van
Bhîshmaka naar Zijn hoofdstad en trouwde met haar
overeenkomstig de vidhi, o beschermer van de
Kuru's.
Thus
defeating all the opposing kings, the Supreme Personality of
Godhead brought the daughter of Bhîshmaka to His
capital and married her according to the Vedic injunctions,
O protector of the Kurus. (Vedabase)
Tekst
54
Toen dat zich
afspeelde was er een grote feestvreugde in iedere woning in de
Yadu-stad waar, o Koning, de mensen niemand anders dan Krishna,
de leider van de Yadu's, als het voorwerp van hun liefde
hadden.
At
that time, O King, there was great rejoicing in all the
homes of Yadupurî, whose citizens loved only Krishna,
chief of the Yadus. (Vedabase)
Tekst
55
De mannen en
vrouwen boden, blij met glimmende juwelen en oorhangers,
respectvol huwelijksgeschenken aan de bruid en bruidegom, die
prachtig waren uitgedost.
All
the men and women, full of joy and adorned with shining
jewels and earrings, brought wedding presents, which they
reverently offered to the exquisitely dressed groom and
bride. (Vedabase)
Tekst
56
De stad van de
Vrishni's zag er prachtig uit met de feestzuilen die waren
opgericht, de keur aan bloemenslingers, de vaandels, de
edelstenen en de bogen met bij iedere voordeur een schikking
van zegenrijke zaken als potten vol met water, aguru
wierook en lampen.
The
city of the Vrishnis appeared most beautiful: there were
tall, festive columns, and also archways decorated with
flower garlands, cloth banners and precious gems.
Arrangements of auspicious, full waterpots, aguru-scented
incense, and lamps graced every doorway. (Vedabase)
Tekst
57
Haar
straten werden besprenkeld met behulp van olifanten die dropen
van de bronst en toebehoorden aan de populaire persoonlijkheden
die waren uitgenodigd en bij de deuropeningen werden, om aan de
pracht nog toe te voegen, plataan- en betelnootstammen
geplaatst.
The
city's streets were cleansed by the intoxicated elephants
belonging to the beloved kings who were guests at the
wedding, and these elephants further enhanced the beauty of
the city by placing trunks of plantain and betel-nut trees
in all the doorways. (Vedabase)
Tekst
58
De leden van de
Kuru-, Sriñjaya-, Kaikeya-, Vidarbha-, Yadu- en
Kunti-families genoten ervan bij die gelegenheid elkaar te
ontmoeten temidden van het volk dat opgewonden druk in de weer
was.
Those
who belonged to the royal families of the Kuru,
Sriñjaya, Kaikeya, Vidarbha, Yadu and Kunti clans
joyfully met one another in the midst of the crowds of
people excitedly running here and there. (Vedabase)
Tekst
59
Vernemend over
de ontvoering van Rukminî die alom werd bezongen, raakten
de koningen en hun dochters hoogst onder de
indruk.
The
kings and their daughters were totally astonished to hear
the story of Rukminî's abduction, which was being
glorified in song everywhere. (Vedabase)
Tekst
60
O Koning, in
Dvârakâ waren al de burgers van de stad dolblij om
te zien dat Krishna, de Meester van alle Weelde zich in de echt
had verbonden met Rukminî, de godin van het
geluk.'
Dvârakâ's
citizens were overjoyed to see Krishna, the Lord of all
opulence, united with Rukminî, the goddess of fortune.
(Vedabase)