
Canto
5
Hoofdstuk 1: De Activiteiten van Mahârâja Priyavrata
(1) De Koning zei: 'Waarom, o wijze, was Priyavrata, de grote toegewijde van tevredenheid met de ziel, zo gelukkig in het thuis verblijven, die plaats welke de grondoorzaak is van de gebondenheid in karma en het verraad aan de transcendentie? (2) Zoiets als het zwelgen in familieaangelegenheden, o wijste der tweemaal geborenen, is voorzeker niet mogelijk met personen die vrij zijn van gehechtheden. (3) Het lijdt geen twijfel dat het bewustzijn van grote zielen dat verzadigd raakt door de schaduw van de voeten van de Heer geprezen in de verzen, er nimmer is in gehechtheid aan huis en haard. (4) Dit betwijfel ik ten sterkste, o brahmaan: hoe kan er op grond van de krachten van de echtgenote, het huis, de kinderen enzovoorts, volmaaktheid en een feilloze vastbeslotenheid jegens Krishna zijn bestaan vinden?
(5) S'rî S'uka zei: 'Wat u zei over de nectargelijke honing van de verheerlijking van de lotusvoeten van de Heer der geschriften, het behagen waarin de harten van de personen der bevrijding en de toegewijden zijn verzonken, is volkomen juist; hoewel soms belemmerd door beperkingen geven ze zo goed als nooit hun zo hoog verheven positie op. (6) Omdat, inderdaad, o Koning, prins Priyavrata een allerverhevenste toegewijde was werd hij, Nârada's voeten dienstbaar, zich zeer snel bewust van de volledige waarheid van de zaken aangaande het bovenzinnelijke, aanhoudend het spirituele besprekend in toegewijd enthousiasme, zonder af te wijken van de som der hoogste kwaliteiten zoals uitgeduid in de geschriften. Hij werd door zijn vader verzocht over de oppervlakte van de aarde te heersen, maar omdat hij er een zo grote liefde op nahield voor het met al zijn zinnen en handelen in de yoga verzonken zijn in het alles doordringende van de Allerhoogste Heer, was hij er niet blij mee, hoewel het aanvaarden van die post om geen enkele reden door hem kon worden geweigerd daar zeker verval kon worden voorzien als hij op enige andere wijze zou optreden tegen het onware. (7) Zo gebeurde het dat de Heer en eerste onder de halfgoden [Brahmâ] omringd door al zijn persoonlijke metgezellen en de Veda's, nederdaalde uit zijn verblijf; hij die altijd denkt aan het welzijn van het geheel van deze universele schepping van de drie geaardheden en van wie men de uiteindelijke bedoeling van het Universum kent als zijnde de Allerhoogste Ziel van waaruit hij zelf zijn bestaan vond. (8) Toen hij in de buurt van het Gandhamâdana-gebergte kwam [waar Priyavrata aan het mediteren was] was hij, onder het hemeldak, gelijk de maan verlicht door de sterren, links en rechts geflankeerd door de leiders der halfgoden, die vanaf hun hemelse voertuigen hem de hele weg aanbaden zoals ook de één na de ander de volmaakten dat deden, de hemelbewoners, de verfijnden, de zangers en de wijzen [respectievelijk de Siddha's, de Gandharva's, de Cârana's, de Sâdhya's en de Muni's].(9) Daar herkende de devarishi [Nârada] de zwaan die de almachtige vader Heer Hiranyagarbha [Brahmâ] droeg en stond hij tezamen met Priyavrata en zijn vader onmiddellijk op om hem de eer te bewijzen, met gevouwen handen en alles wat er bij hoort. (10) O zoon van Bhârata, met de Heer geconfronteerd met behulp van alle zaken van aanbidding overeenkomstig de gebruiken en met zijn kwaliteiten geprezen in verheven taal uit dankbaarheid voor de glorie van zijn nederdalen, richtte hij, de oorspronkelijke persoon van het universum, met een glimlach naar Priyavrata kijkend, zich meedogend tot hem.
(11) De grote Heer zei: 'Let op wat ik u nu zeg, u moet niet jaloers zijn op de Godheid die ons vermogen tot beheersen te boven gaat; wij, Heer S'iva uw vader en deze grote Rishi [Nârada], voeren allen, er niet toe in staat om af te wijken, Zijn opdrachten uit. (12) Geen enkele bestaansvorm kan met het aanvaard hebben van een materieel lichaam ontsnappen aan Zijn opdracht; niet door verzaking noch door scholing, niet door yoga, noch op basis van de eigen kracht of intelligentie en voorzeker ook nooit door de weelde verworven, de deugd der plichtsbetrachting, door een macht van buitenaf of door welk persoonlijk ijveren ook. (13) Gestuurd door het ongeziene, aanvaarden de levende wezens het om met een materieel lichaam gebonden te zijn aan geboorte, dood, hun droefenis, illusie, voortdurend vrezen, geluk en leed en aan alles wat hen te doen staat met hun karma. (14) In ons gebonden zijn aan de geaardheden en de vruchtdragende arbeid die zo moeilijk uit de weg te gaan is [binnen het varnâs'rama-systeem], mijn zoon, zijn wij, zoals de vierbenigen [de stieren] door de neus gebonden zijn aan de tweebenige [de voerman], aangelijnd aan het lange touw van de vedische instructie en allen bezig de opdrachten uit te voeren bedoeld om de Beheerser te behagen. (15) Als blindemannen geleid door iemand met ogen moeten wij, mijn beste, onvermijdelijk het leed of geluk aanvaarden dat hoort bij de kwaliteiten en het werk meegebracht door de toestand waarin we ons bevinden met het lichaam dat onze Beschermheer ons schonk. (16) Zelfs een bevrijde persoon moet ziin leven lang zijn lichaam handhaven dat werd verkregen als gevolg van het verleden, zonder misverstaan wat werd meegemaakt aanvaardend als iemand die uit de slaap is ontwaakt; maar voor een ander materieel lichaam [een herhaalde geboorte] zou hij nooit toegeven aan de materiële kwaliteiten. (17) Als er zelfs als men in het woud verblijft de angst moet zijn verbijsterd te raken vanwege het leven met de zes bijvrouwen [van het denken en de vijf zinnen], wat voor schade zou dan het huishoudelijk leven zo een in zich tevreden en geleerd iemand berokkenen, die zijn zinnen de baas is? (18) Een ieder die is begonnen aan een huishoudelijk bestaan moet allereerst volijverig trachten de zes tegenstanders te overwinnen zodat, zo gauw hij - als vanbinnen een versterkte vesting - de o zo sterke vijanden van de lustige verlangens heeft weten terug te dringen, hij als een man van ervaring kan gaan en staan waar hij maar wil. (19) U dan, met het uw toevlucht nemen tot de veilige haven van de ruimte geboden door de lotusvoeten van Hem wiens navel lijkt op een lotus, en met het overwinnen van de zes vijanden, geniet in deze wereld van alles wat er te genieten valt, het uwe vindend in het bevrijd zijn van gehechtheden in uw positie, door deze speciale instructies van de Oorspronkelijk Persoon.'
(20) S'rî S'uka zei: 'De grote toegewijde van de machtige Heer die de geestelijk leraar is van de drie werelden, aldus volledig geïnformeerd, boog, geplaatst voor zijn opdracht, als ondergeschikte ziel zijn hoofd en zei: 'Ja mijn Heer, zo zal het, met alle respect, ten uitvoer worden gebracht'. (21) De grote Heer, eveneens door Manu naar behoren gerespecteerd zoals hij dat verdient, met Priyavrata en Nârada in vrede er notie van nemend, keerde toen naar zijn verblijf terug, vertrekkend naar die bovengeschikte plaats die beschrijving en verstand te boven gaat. (22) Manu aldus, eveneens met zijn ondersteuning, ten uitvoer brengend wat hij in gedachten had en met de goedkeuring van Nârada middels zijn zoon de handhaving vestigend van de bescherming van al de werelden in het ganse universum, vond zich persoonlijk verlost van de verlangens van de zo hoogst gevaarlijke oceaan van materiële kommernis. (23) Zo, daadwerkelijk, zoals opgedragen door de Beheerser, volledig begaan met materiële aangelegenheden als de keizer van het universum, raakte hij [Manu's zoon, Priyavrata] door constant te mediteren op de twee lotusvoeten van de Allerhoogste Heer, de Oorspronkelijke Persoon, wiens bovenzinnelijke invloed alle gebondenheid tenietdoet, met al het vuil dat uit zijn hart werd weggewassen volledig gezuiverd en bestuurde hij de materiële wereld enkel om de groten te eren. (24) Nadien trouwde hij ook met Barhishmatî, de dochter van Vis'vakarmâ, een van de stamvaders en verwekte hij glorieus in haar een dochter die als de jongste van allen de naam Ûrjasvatî droeg, zowel als tien zoons, die hem in zijn grootheid evenaarden qua karakter, kwaliteiten, manier van doen, schoonheid en kunnen. (25) De zoons kregen allen de namen van Agni, de god van het vuur: Âgnîdhra, Idhmajihva, Yajñabâhu, Mahâvîra, Hiranyaretâ, Ghritaprishthha, Savana, Medhâtithi, Vîtihotra en Kavi. (26) Drie van hen, Kavi, Mahâvîra en Savana waren celibatairen van binnen aangedreven, die meteen vanaf het begin van hun kindertijd leefden in de bovenzinnelijke kennis en goed op de hoogte waren van de hoogste geestelijke volmaaktheid, waarvan zij vrij van twijfels de orde handhaafden [de paramahamsa-âs'rama]. (27) In die zo zeker aangehouden wereldverzakende orde (*) verkeert het geheel van de grote wijzen die er zijn voor de individuele zielen die, in angst en vrees om hun materiële bestaan, hun heil zoeken bij de lotusvoeten van de Allerhoogste Heer Vâsudeva, die de enige toevlucht is. In de voortdurende heugenis zagen ze, bij genade van het opperste van de yoga der toewijding, gezuiverd vrij van besmettingen, in hun harten de Allerhoogste Heer van alle schepselen als Zich bevindend in henzelve, daarbij rechtstreeks hun zielen als zijnde gelijk in kwaliteit waarnemend, als niet verschillend van de Heer van de Superziel. van de Heer van de Superziel. (28) Het was bij een andere vrouw dat hij drie zoons verwekte die Uttama, Tâmasa en Raivata heetten en die zo de bestuurders van het Manu-tijdperk werden [dat 71 mahâyuga's duurt]. (29) Toegerust met machtige armen van gezag en kunnen, die tezamen de snaar van de boog spanden die luid weerklinkend al degenen versloeg die tegen de heerschappij van het recht opstonden, werden zij allen, al zijn hoogst gekwalificeerde zoons, meesters van het universum en aldus was er zonder onderbreking voor de duur van 110 miljoen jaar de expansie van Priyavrata's heerschappij als een grote ziel, een ziel die van zijn vrouw Barhishmatî haar beminnelijkheid, vrouwelijkheid, verlegenheid, bedeesdheid, lachen en blikken en wederkerigheid in de liefde [in zijn herhaalde geboorten] een aangenaam leven had; maar in zijn ware kennis was hij erdoor verslagen als iemand die minder intelligent was. (30) Er geen waardering voor op kunnende brengen dat, zolang de zonnegod in zijn baan om de berg Meru heendraaide, hij de ene helft van de aarde verlichtte en de andere helft in het donker liet, zei hij die in zijn aanbidding van de Fortuinlijke van een bovenmenselijke invloed was: 'Ik zal de nacht net zo doen schitteren als de dag', en om dat kracht bij te zetten volgde hij toen in een strijdwagen de zon in zijn omloopbaan, hetgeen hij exact zeven keer en evenzo snel deed, als was hij een tweede zon. (31) Het op die manier te werk gaan met de wielen van zijn wagen was, groeven makend met het loopvlak, er verantwoordelijk voor dat de zeven oceanen werden voortgebracht die de hemelsfeer rondom de aarde [Bhû-mandala] verdeelde in de zeven eilanden [de bereiken van planetair belang]. (32) Bekend als Jambû, Plaksha, S'âlmali, Kus'a, Krauñca, S'âka en Pushkara had ieder van hen de afmeting van tweemaal die van de voorgaande en was, overal eromheen buiten hen gelegen, er dat wat zij voortbrachten. (33) De zeven oceanen die als de groeven rondom de zeven eilanden waren gevuld met zout water, suikerrietsap, sterke drank, gesmolten boter, melk, vloeibare yoghurt en zoet water, waren van dezelfde grootte als de eilanden die ze aan de buitenkant omsloten, de afzonderlijke eilanden die de een na de andere op een rij tot het aantal van zeven zich om hen heen bevonden. Voor ieder van de eilanden stelde de echtgenoot van Barhishmatî als hun heersers een van zijn getrouwe zoons aan waarvan er eveneens zeven waren: Âgnîdhra, Idhmajihva, Yajñabâhu, Hiranyaretâ, Ghritaprishthha, Medhâtithi and Vîtihotra.
(34) Wat hij ook deed was de dochter die Ûrjasvatî heette aan de grote wijze Us'anâ [S'ukrâcârya] schenken uit wie een dochter genaamd Devayânî werd geboren. (35) Voor de toegewijden wekt de persoonlijke invloed van Hem van de Grote Stappen [Urukrama, zie 1.3: 19] door wiens lotusvoeten de zesvoudige materiële gesel [van de honger, de dorst, het weeklagen, de illusie, de ouderdom en de dood], wordt verslagen, geen verwondering, als een vijfdeklas persoon [een uitgestotene] die slechts één enkele keer Zijn naam uit, meteen zijn materiële gebondenheid opgeeft. (36) Hij [Priyavrata] aldus ongeëvenaard in kracht en invloed, die zich ooit overgaf aan de voeten van de devarishi [Nârada] maar daarna ten val kwam vanwege zijn begaan zijn met de geaardheden der materie waarin hij geen bevrediging vond [vergelijk 1-5: 17], zei toen, over zichzelf nadenkend, in een geest van verzaking dit: (37) 'Helaas, ik heb fout gehandeld want ik was volledig in beslag genomen door de onwetendheid van een zinnelijk leven; de duistere put van het materieel plezier maakte me schuldig aan een hoop verdriet en toonde me als een dansende aap, onbetekenend en van geen belang in de handen van mijn vrouw; zowaar, veroordeeld en verdoemd ben ik!', aldus kritiseerde hij zichzelf. (38) Door de zelfverwerkelijking verworven door de genade van de God Hierboven, met het aan zijn gewetensvol navolgende zoons overdragen van de aarde, met het verdelen van de nalatenschap waarvan hij op zovele manieren had genoten, met het met de koningin en de grote weelde eraan geven van de doodsheid van zijn lichaam en met het met zichzelf in zijn hart in volmaakte overgave zijn overgegaan tot de verzaking, was hij er met die houding zeker van zichzelf op het goede spoor te hebben gezet in combinatie met de verhalen van de Heer aan de voeten van die grootste der heiligen Nârada. (39) Op hem zijn al deze uitspraken van toepassing: 'Wat door Priyavrata werd gedaan kon, behalve dan door de Allerhoogste Beheerser, door niemand anders worden gedaan', 'Door de indrukken van de wielen van zijn wagen verdreef hij de duisternis, waarmee hij de zeven zeeën schiep'. (40) 'Om het vechten van de verschillende naties op de verschillende continenten een halt toe te roepen, was hij het die in de wereld de situatie in het leven riep van de afscheiding door middel van rivieren, bergketens en wouden [vergelijk 4.14: 45-46] en dergelijke.' (41) 'Hij was degene het meest geliefd op het pad in navolging van de Oorspronkelijke Persoon; hij was het voor wie alle weelde van de lagere werelden, de hemelen of de aarde, zoals verworven door vruchtdragende arbeid en de macht van de yoga, te vergelijken was met de hel'.
Tweede editie, geladen 26 december 2006. ![]()
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
De Koning zei: 'Waarom, o wijze, was Priyavrata, de grote toegewijde van tevredenheid met de ziel, zo gelukkig in het thuis verblijven, die plaats welke de grondoorzaak is van de gebondenheid in karma en het verraad aan de transcendentie?
De Koning zei: 'Waarom, o wijze, was Priyavrata, de grote toegewijde van tevredenheid met de ziel, zo gelukkig in het thuis verblijven, die plaats welke de grondoorzaak is van de gebondenheid in karma en het verraad aan de transcendentie? (Vedabase)
Zoiets als het zwelgen in familieaangelegenheden, o wijste der tweemaal geborenen, is voorzeker niet mogelijk met personen die vrij zijn van gehechtheden.
Zoiets als het zwelgen in familieaangelegenheden, o wijste der tweemaal geborenen, is voorzeker niet mogelijk met personen die vrij zijn van gehechtheden. (Vedabase)
Het lijdt geen twijfel dat het bewustzijn van grote zielen dat verzadigd raakt door de schaduw van de voeten van de Heer geprezen in de verzen, er nimmer is in gehechtheid aan huis en haard.
Het lijdt geen twijfel dat het bewustzijn van grote zielen dat verzadigd raakt door de schaduw van de voeten van de Heer geprezen in de verzen, er nimmer is in gehechtheid aan huis en haard. (Vedabase)
Dit betwijfel ik ten sterkste, o brahmaan: hoe kan er op grond van de krachten van de echtgenote, het huis, de kinderen enzovoorts, volmaaktheid en een feilloze vastbeslotenheid jegens Krishna zijn bestaan vinden?
Dit betwijfel ik ten sterkste, o brahmaan: hoe kan vanwege de krachten van echtgenote, thuis, kinderen enzovoorts, volmaaktheid en een feilloze vastbeslotenheid jegens Krishna zijn bestaan vinden?. (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Wat u zei over de nectargelijke honing van de verheerlijking van de lotusvoeten van de Heer der geschriften, het behagen waarin de harten van de personen der bevrijding en de toegewijden zijn verzonken, is volkomen juist; hoewel soms belemmerd door beperkingen geven ze zo goed als nooit hun zo hoog verheven positie op.
S'rî S'uka zei: 'Wat u zei over de nectargelijke honing van de verheerlijking van de lotusvoeten van de Heer der geschriften, het behagen waarin de harten van de personen der bevrijding en de toegewijden zijn verzonken, is volkomen juist; hoewel soms belemmerd door beperkingen geven ze zo goed als nooit hun zo hoog verheven positie op. (Vedabase)
Omdat, inderdaad, o Koning, prins Priyavrata een allerverhevenste toegewijde was werd hij, Nârada's voeten dienstbaar, zich zeer snel bewust van de volledige waarheid van de zaken aangaande het bovenzinnelijke, aanhoudend het spirituele besprekend in toegewijd enthousiasme, zonder af te wijken van de som der hoogste kwaliteiten zoals uitgeduid in de geschriften. Hij werd door zijn vader verzocht over de oppervlakte van de aarde te heersen, maar omdat hij er een zo grote liefde op nahield voor het met al zijn zinnen en handelen in de yoga verzonken zijn in het alles doordringende van de Allerhoogste Heer, was hij er niet blij mee, hoewel het aanvaarden van die post om geen enkele reden door hem kon worden geweigerd daar zeker verval kon worden voorzien als hij op enige andere wijze zou optreden tegen het onware.
Omdat, inderdaad, o Koning, prins Priyavrata een allerverhevenste toegewijde was werd hij, Nârada's voeten dienstbaar, zich zeer snel bewust van de volledige waarheid van de zaken aangaande het bovenzinnelijke, aanhoudend het spirituele besprekend in toegewijd enthousiasme, zonder af te wijken van de som der hoogste kwaliteiten zoals uitgeduid in de geschriften. Hij werd door zijn vader verzocht over de oppervlakte van de aarde te heersen, maar omdat hij er een zo grote liefde op nahield voor het met al zijn zinnen en handelen in de yoga verzonken zijn in het alles doordringende van de Allerhoogste Heer, was hij er niet blij mee, hoewel het aanvaarden van die post om geen enkele reden door hem kon worden geweigerd daar zeker verval kon worden voorzien als hij op enige andere wijze zou optreden tegen het onware. (Vedabase)
Zo gebeurde het dat de Heer en eerste onder de halfgoden [Brahmâ] omringd door al zijn persoonlijke metgezellen en de Veda's, nederdaalde uit zijn verblijf; hij die altijd denkt aan het welzijn van het geheel van deze universele schepping van de drie geaardheden en van wie men de uiteindelijke bedoeling van het Universum kent als zijnde de Allerhoogste Ziel van waaruit hij zelf zijn bestaan vond.
Zo gebeurde het dat de Heer en eerste onder de halfgoden [Brahmâ], die altijd denkt aan het welzijn van het geheel van deze universele schepping van de drie geaardheden en van wie men van het Universum de uiteindelijke bedoeling van de Allerhoogste Ziel kent van waaruit hij zelf werd geboren, omringd door al zijn persoonlijke metgezellen en de Vedas, nederdaalde uit zijn verblijf. (Vedabase)
Toen hij in de buurt van het Gandhamâdana-gebergte kwam [waar Priyavrata aan het mediteren was] was hij, onder het hemeldak, gelijk de maan verlicht door de sterren, links en rechts geflankeerd door de leiders der halfgoden, die vanaf hun hemelse voertuigen hem de hele weg aanbaden zoals ook de één na de ander de volmaakten dat deden, de hemelbewoners, de verfijnden, de zangers en de wijzen [respectievelijk de Siddha's, de Gandharva's, de Cârana's, de Sâdhya's en de Muni's].
Toen hij in de buurt van het Gandhamâdana-gebergte kwam [waar Priyavrata aan het mediteren was] was Hij, onder het hemeldak, gelijk de maan verlicht door de sterren, links en rechts geflankeerd door de leiders der halfgoden, die vanaf hun hemelse voertuigen hem de hele weg aanbaden zoals ook de één na de ander de volmaakten dat deden, de hemelbewoners, de verfijnden, de zangers en de wijzen [respectievelijk de Siddha's, de Gandharva's, de Cârana's, de Sâdhya's en de Muni's]. (Vedabase)
Daar herkende de devarishi [Nârada] de zwaan die de almachtige vader Heer Hiranyagarbha [Brahmâ] droeg en stond hij tezamen met Priyavrata en zijn vader onmiddellijk op om hem de eer te bewijzen, met gevouwen handen en alles wat er bij hoort.
Daar herkende de deva-rishi [Nârada] de zwaan die de almachtige vader Heer Hiranyagarbha [Brahmâ] droeg en stond hij tezamen met Priyavrata en zijn vader onmiddellijk op om hem de eer te bewijzen, met gevouwen handen en alles wat er bij hoort. (Vedabase)
O zoon van Bhârata, met de Heer geconfronteerd met behulp van alle zaken van aanbidding overeenkomstig de gebruiken en met zijn kwaliteiten geprezen in verheven taal uit dankbaarheid voor de glorie van zijn nederdalen, richtte hij, de oorspronkelijke persoon van het universum, met een glimlach naar Priyavrata kijkend, zich meedogend tot hem.
O zoon van Bhârata, met de Heer gekonfronteerd met behulp van alle zaken van aanbidding overeenkomstig de gebruiken en met zijn kwaliteiten geprezen in verheven taal in dankbaarheid voor de glorie van zijn nederdalen, glimlachte hij, de oorspronkelijke persoon van het universum, neerkijkend op Priyavrata, meedogend naar hem en kwam hij ertoe hem aan te spreken. (Vedabase)
De grote Heer zei: 'Let op wat ik u nu zeg, u moet niet jaloers zijn op de Godheid die ons vermogen tot beheersen te boven gaat; wij, Heer S'iva uw vader en deze grote Rishi [Nârada], voeren allen, er niet toe in staat om af te wijken, Zijn opdrachten uit.
De grote Heer zei: 'Let op wat ik u nu zeg; u moet niet jaloers zijn op de Godheid die ons vermogen tot beheersen te boven gaat; wij, Heer S'iva uw vader en deze grote Rishi [Nârada], voeren allen Zijn opdrachten uit, zonder in staat te zijn er van af te wijken. (Vedabase)
Geen enkele bestaansvorm kan met het aanvaard hebben van een materieel lichaam ontsnappen aan Zijn opdracht; niet door verzaking noch door scholing, niet door yoga, noch op basis van de eigen kracht of intelligentie en voorzeker ook nooit door de weelde verworven, de deugd der plichtsbetrachting, door een macht van buitenaf of door welk persoonlijk ijveren ook.
Geen enkele bestaansvorm kan met het aanvaard hebben van een materieel lichaam ontsnappen aan zijn opdracht; niet door verzaking en scholing, niet door yoga, met behulp van de eigen kracht, intelligentie en voorzeker ook nooit door de weelde verworven, de deugd der plichtsbetrachting, door een macht van buiten of door welk persoonlijk ijveren ook. (Vedabase)
Gestuurd door het ongeziene, aanvaarden de levende wezens het om met een materieel lichaam gebonden te zijn aan geboorte, dood, hun droefenis, illusie, voortdurend vrezen, geluk en leed en aan alles wat hen te doen staat met hun karma.
Gestuurd door het ongeziene, aanvaarden de levende wezens het gebonden te zijn aan een materieel lichaam, voor hun geboorte, dood, hun droefenis, illusie, voortdurend vrezen, hun geluk en leed en voor alles wat hen te doen staat met hun karma. (Vedabase)
In ons gebonden zijn aan de geaardheden en de vruchtdragende arbeid die zo moeilijk uit de weg te gaan is [binnen het varnâs'rama-systeem], mijn zoon, zijn wij, zoals de vierbenigen [de stieren] door de neus gebonden zijn aan de tweebenige [de voerman], aangelijnd aan het lange touw van de vedische instructie en allen bezig de opdrachten uit te voeren bedoeld om de Beheerser te behagen.
Mijn zoon, zoals vierbenigen [stieren] door de neus gebonden zijn aan de tweebenige [de voerman], zijn wij aan het lange touw van de vedische instructie allen bezig met het ten uitvoer brengen van de opdrachten die er voor bedoeld zijn de Beheerser te behagen, in ons gebonden zijn aan de geaardheden en de vruchtdragende arbeid [vanuit het varnâs'rama systeem] die zo moeilijk uit de weg te gaan zijn. (Vedabase)
Als blindemannen geleid door iemand met ogen moeten wij, mijn beste, onvermijdelijk het leed of geluk aanvaarden dat hoort bij de kwaliteiten en het werk meegebracht door de toestand waarin we ons bevinden met het lichaam dat onze Beschermheer ons schonk.
Als blindemannen geleid door iemand met ogen moeten wij, mijn beste, zeker het leed of geluk aanvaarden dat hoort bij de kwaliteiten en het werk meegebracht door de toestand waarin we ons bevinden met het lichaam dat onze Beschermheer ons schonk. (Vedabase)
Zelfs een bevrijde persoon moet ziin leven lang zijn lichaam handhaven dat werd verkregen als gevolg van het verleden, zonder misverstaan wat werd meegemaakt aanvaardend als iemand die uit de slaap is ontwaakt; maar voor een ander materieel lichaam [een herhaalde geboorte] zou hij nooit toegeven aan de materiële kwaliteiten.
Zelfs een bevrijde persoon moet de hele tijd zijn lichaam handhaven dat werd verkregen als gevolg van het verleden, zonder zich te vergissen met het dat wat werd doorgemaakt aanvaarden als iemand die uit de slaap is ontwaakt; maar voor een ander materieel lichaam zou hij nooit toegeven aan de materiële kwaliteiten. (Vedabase)
Tekst 17
Als er zelfs als men in het woud verblijft de angst moet zijn verbijsterd te raken vanwege het leven met de zes bijvrouwen [van het denken en de vijf zinnen], wat voor schade zou dan het huishoudelijk leven zo een in zich tevreden en geleerd iemand berokkenen, die zijn zinnen de baas is?
Als er zelfs als men in het woud verblijft de angst moet zijn verbijsterd te raken vanwege het leven met de zes bijvrouwen [van het denken en de vijf zinnen], wat voor schade zou dan het huishoudelijk leven zo een in zich tevreden en geleerd iemand berokkenen, die zijn zinnen de baas is? (Vedabase)
Een ieder die is begonnen aan een huishoudelijk bestaan moet allereerst volijverig trachten de zes tegenstanders te overwinnen zodat, zo gauw hij - als vanbinnen een versterkte vesting - de o zo sterke vijanden van de lustige verlangens heeft weten terug te dringen, hij als een man van ervaring kan gaan en staan waar hij maar wil.
Een ieder die is begonnen aan een huishoudelijk bestaan moet allereerst volijverig trachten de zes tegenstanders te overwinnen en zo gauw hij, als vanbinnen een versterkte vesting, de o zo sterke vijanden van de lustige verlangens heeft weten terug te dringen, kan hij als een man van ervaring gaan en staan waar hij maar wil. (Vedabase)
U dan, met het uw toevlucht nemen tot de veilige haven van de ruimte geboden door de lotusvoeten van Hem wiens navel lijkt op een lotus, en met het overwinnen van de zes vijanden, geniet in deze wereld van alles wat er te genieten valt, het uwe vindend in het bevrijd zijn van gehechtheden in uw positie, door deze speciale instructies van de Oorspronkelijk Persoon.'
U dan, met het uw toevlucht nemen tot de veilige haven van de ruimte geboden door de lotusvoeten van Hem wiens navel lijkt op een lotus en met het overwinnen van de zes vijanden - geniet in deze wereld van alles wat er te genieten valt, het uwe vindend in het bevrijd zijn van gehechtheden in uw positie door deze speciale instructies van de Oorspronkelijk Persoon.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'De grote toegewijde van de machtige Heer die de geestelijk leraar is van de drie werelden, aldus volledig geïnformeerd, boog, geplaatst voor zijn opdracht, als ondergeschikte ziel zijn hoofd en zei: 'Ja mijn Heer, zo zal het, met alle respect, ten uitvoer worden gebracht'.
S'rî S'uka zei: 'De grote toegewijde van de machtige Heer die de geestelijk leraar is van de drie werelden, aldus volledig geïnformeerd, boog als ondergeschikte ziel zijn hoofd neer tegenover zijn opdracht en zei: 'Ja mijn Heer, zo zal het, met alle respekt, ten uitvoer worden gebracht'. (Vedabase)
De grote Heer, eveneens door Manu naar behoren gerespecteerd zoals hij dat verdient, met Priyavrata en Nârada in vrede er notie van nemend, keerde toen naar zijn verblijf terug, vertrekkend naar die bovengeschikte plaats die beschrijving en verstand te boven gaat.
De grote Heer, eveneens door Manu naar behoren gerespekteerd zoals Hij dat verdient, met Priyavrata en Nârada in vrede er notie van nemend, keerde toen naar zijn verblijf terug, vertrekkend naar die bovengeschikte plaats die beschrijving en verstand te boven gaat. (Vedabase)
Manu aldus, eveneens met zijn ondersteuning, ten uitvoer brengend wat hij in gedachten had en met de goedkeuring van Nârada middels zijn zoon de handhaving vestigend van de bescherming van al de werelden in het ganse universum, vond zich persoonlijk verlost van de verlangens van de zo hoogst gevaarlijke oceaan van materiële kommernis.
Manu aldus, eveneens met zijn ondersteuning, ten uitvoer brengend wat hij in gedachten had en met de goedkeuring van Nârada middels zijn zoon de handhaving vestigend van de bescherming van al de werelden in het ganse universum, vond zich persoonlijk verlost van de verlangens van de zo hoogst gevaarlijke oceaan van materiële kommernis. (Vedabase)
Zo, daadwerkelijk, zoals opgedragen door de Beheerser, volledig begaan met materiële aangelegenheden als de keizer van het universum, raakte hij [Manu's zoon, Priyavrata] door constant te mediteren op de twee lotusvoeten van de Allerhoogste Heer, de Oorspronkelijke Persoon, wiens bovenzinnelijke invloed alle gebondenheid tenietdoet, met al het vuil dat uit zijn hart werd weggewassen volledig gezuiverd en bestuurde hij de materiële wereld enkel om de groten te eren.
Zo, daadwerkelijk, zoals opgedragen door de Beheerser, volledig begaan met materiële aangelegenheden als de keizer van het universum, raakte hij [Manu's zoon, Priyavrata] door konstant te mediteren op de twee lotusvoeten van de Allerhoogste Heer, de Oorspronkelijke Persoon, wiens bovenzinnelijke invloed alle gebondenheid te niet doet, volledig gezuiverd van alle vuil dat uit zijn hart werd weggewassen en bestuurde hij de materiële wereld enkel om de groten te eren. (Vedabase)
Nadien trouwde hij ook met Barhishmatî, de dochter van Vis'vakarmâ, een van de stamvaders en verwekte hij glorieus in haar een dochter die als de jongste van allen de naam Ûrjasvatî droeg, zowel als tien zoons, die hem in zijn grootheid evenaarden qua karakter, kwaliteiten, manier van doen, schoonheid en kunnen.
Nadien trouwde hij ook met Barhishmatî, de dochter van Vis'vakarmâ, een van de stamvaders en verwekte hij glorieus in haar zowel als tien zoons, wiens grootheid precies als de zijne was qua karakter, kwaliteiten, manier van doen, schoonheid en kunnen, als ook een dochter die als de jongste van allen de naam Ûrjasvatî droeg. (Vedabase)
De zoons kregen allen de namen van Agni, de god van het vuur: Âgnîdhra, Idhmajihva, Yajñabâhu, Mahâvîra, Hiranyaretâ, Ghritaprishthha, Savana, Medhâtithi, Vîtihotra en Kavi.
De zoons kregen allen de namen van Agni, de god van het vuur: Âgnîdhra, Idhmajihva, Yajñabâhu, Mahâvîra, Hiranyaretâ, Ghritaprishthha, Savana, Medhâtithi, Vîtihotra en Kavi. (Vedabase)
Drie van hen, Kavi, Mahâvîra en Savana waren celibatairen van binnen aangedreven, die meteen vanaf het begin van hun kindertijd leefden in de bovenzinnelijke kennis en goed op de hoogte waren van de hoogste geestelijke volmaaktheid, waarvan zij vrij van twijfels de orde handhaafden [de paramahamsa-âs'rama].
Drie van hen, Kavi, Mahâvîra en Savana waren celibatairen van binnen aangedreven, die meteen vanaf het begin van hun kindertijd leefden in de bovenzinnelijke kennis en goed op de hoogte waren van de hoogste geestelijke volmaaktheid, in het zonder twijfels aanhouden van haar orde [paramahamsa-âs'rama]. (Vedabase)
In die zo zeker aangehouden wereldverzakende orde. (*) verkeert het geheel van de grote wijzen die er zijn voor de individuele zielen die, in angst en vrees om hun materiële bestaan, hun heil zoeken bij de lotusvoeten van de Allerhoogste Heer Vâsudeva, die de enige toevlucht is. In de voortdurende heugenis zagen ze, bij genade van het opperste van de yoga der toewijding, gezuiverd vrij van besmettingen, in hun harten de Allerhoogste Heer van alle schepselen als Zich bevindend in henzelve, daarbij rechtstreeks hun zielen als zijnde gelijk in kwaliteit waarnemend, als niet verschillend van de Heer van de Superziel. van de Heer van de Superziel.
In die zo zeker aangehouden wereldverzakende orde (*) verkeert het geheel van de grote wijzen die er zijn voor de individuele zielen die in angst en vrees om hun materiële bestaan hun heil zoeken bij de lotusvoeten van de Allerhoogste Heer Vâsudeva, die de enige toevlucht is. In de voortdurende heugenis bij genade van het opperste van de yoga der toewijding, gezuiverd vrij van besmettingen, namen ze in hun harten de Allerhoogste Heer van alle schepselen waar als Zich bevindend in hen zelve, rechtstreeks hun zielen als gelijk in kwaliteit ziend in het niet verschillen met de Heer van de Superziel. (Vedabase)
Het was bij een andere vrouw dat hij drie zoons verwekte die Uttama, Tâmasa en Raivata heetten en die zo de bestuurders van het Manu-tijdperk werden [dat 71 mahâyuga's duurt].
Het was bij een andere vrouw dat hij drie zoons verwekte die Uttama, Tâmasa en Raivata heetten en die zo de bestuurders van het Manu-tijdperk werden [dat 71 yuga's duurt]. (Vedabase)
Toegerust met machtige armen van gezag en kunnen, die tezamen de snaar van de boog spanden die luid weerklinkend al degenen versloeg die tegen de heerschappij van het recht opstonden, werden zij allen, al zijn hoogst gekwalificeerde zoons, meesters van het universum en aldus was er zonder onderbreking voor de duur van 110 miljoen jaar de expansie van Priyavrata's heerschappij als een grote ziel, een ziel die van zijn vrouw Barhishmatî haar beminnelijkheid, vrouwelijkheid, verlegenheid, bedeesdheid, lachen en blikken en wederkerigheid in de liefde [in zijn herhaalde geboorten] een aangenaam leven had; maar in zijn ware kennis was hij erdoor verslagen als iemand die minder intelligent was.
Zij allen, al zijn hoogst gekwalificeerde zoons, werden meesters van het universum en aldus was er zonder onderbreking voor de duur van 110 miljoen jaar, toegerust met machtige armen van gezag en kunnen die tezamen de snaar van de boog spanden die luid weerklinkend al diegenen versloeg die tegen de heerschappij van het recht opstonden, er de expansie van Priyavrata's heerschappij als een grote ziel die van zijn vrouw Barhishmatî haar beminnelijkheid, vrouwelijkheid, verlegenheid, bedeesdheid, lachen en blikken en wederkerigheid in de liefde, een leven van plezier had; maar in zijn ware kennis was hij erdoor verslagen als iemand die minder intelligent was. (Vedabase)
Er geen waardering voor op kunnende brengen dat, zolang de zonnegod in zijn baan om de berg Meru heendraaide, hij de ene helft van de aarde verlichtte en de andere helft in het donker liet, zei hij die in zijn aanbidding van de Fortuinlijke van een bovenmenselijke invloed was: 'Ik zal de nacht net zo doen schitteren als de dag', en om dat kracht bij te zetten volgde hij toen in een strijdwagen de zon in zijn omloopbaan, hetgeen hij exact zeven keer en evenzo snel deed, als was hij een tweede zon.
Als een tweede zon exact zeven keer de baan van de zon volgend, zei hij, zich even machtig ziend, tot zichzelf: 'Ik zal de nacht net zo doen schitteren als de dag', zonder dat hij de bovenmenselijke invloed van de Allerhoogste Heer waardeerde, die hij volmaakt dacht tevreden te kunnen stellen door op een wagen de Berg der Verlichting van de zonnegod te omkruisen die zolang als hij zo verblindend de ene helft van de aarde verlicht de andere helft verduistert. (Vedabase)
Het op die manier te werk gaan met de wielen van zijn wagen was, groeven makend met het loopvlak, er verantwoordelijk voor dat de zeven oceanen werden voortgebracht die de hemelsfeer rondom de aarde [Bhû-mandala] verdeelde in de zeven eilanden [de bereiken van planetair belang].
De zekerheid van die manier van doen met de wielen van zijn wagen, was, groeven makend met het loopvlak, verantwoordelijk voor het teweegbrengen van het instellen van de zeven toevluchtsoorden van de atmosfeer [Bhû-mandala]. (Vedabase)
Bekend als Jambû, Plaksha, S'âlmali, Kus'a, Krauñca, S'âka en Pushkara had ieder van hen de afmeting van tweemaal die van de voorgaande en was, overal eromheen buiten hen gelegen, er dat wat zij voortbrachten.
Bekend als Jambû, Plaksha, S'âlmali, Kus'a, Krauñca, S'âka en Pushkara had ieder van hen de afmeting van tweemaal die van de voorgaande en was er overal omheen buiten hen gelegen er dat wat zij voortbrachten. (Vedabase)
De zeven oceanen die als de groeven rondom de zeven eilanden waren gevuld met zout water, suikerrietsap, sterke drank, gesmolten boter, melk, vloeibare yoghurt en zoet water, waren van dezelfde grootte als de eilanden die ze aan de buitenkant omsloten, de afzonderlijke eilanden die de een na de andere op een rij tot het aantal van zeven zich om hen heen bevonden. Voor ieder van de eilanden stelde de echtgenoot van Barhishmatî als hun heersers een van zijn getrouwe zoons aan waarvan er eveneens zeven waren: Âgnîdhra, Idhmajihva, Yajñabâhu, Hiranyaretâ, Ghritaprishthha, Medhâtithi and Vîtihotra.
Zoals ze van buiten de verschillende continenten waren gescheiden door wat er om hen heen was en ze van binnen waren als zeven eilanden gescheiden door zeeën van zout water, suikerrietsap, sterke drank, gesmolten boter, melk, vloeibare yoghurt en zoet water, die respectievelijk [qua afmetingen] correspondeerden met de zeven toevluchtsoorden in hen gelegen, was de echtgenoot van Barhishmatî er zeker van binnen elk van hen van als hun heersers zijn tot op het principe getrouwe zoons, Âgnîdhra, Idhmajihva, Yajñabâhu, Hiranyaretâ, Ghritaprishthha, Medhâtithi en Vîtihotra - eveneens zeven in getal, te installeren. (Vedabase)
Wat hij ook deed was de dochter die Ûrjasvatî heette aan de grote wijze Us'anâ [S'ukrâcârya] schenken uit wie een dochter genaamd Devayânî werd geboren.
Wat hij ook deed was de dochter die Ûrjasvatî heette aan de grote wijze Us'anâ [S'ukrâcârya] te schenken uit wie een dochter genaamd Devayânî werd geboren. (Vedabase)
Voor de toegewijden wekt de persoonlijke invloed van Hem van de Grote Stappen [Urukrama, zie 1.3: 19] door wiens lotusvoeten de zesvoudige materiële gesel [van de honger, de dorst, het weeklagen, de illusie, de ouderdom en de dood], wordt verslagen, geen verwondering, als een vijfdeklas persoon [een uitgestotene] die slechts één enkele keer Zijn naam uit, meteen zijn materiële gebondenheid opgeeft.
Voor de toegewijden wekt de persoonlijke invloed van Hem van de Grote Stappen [Urukrama, zie 1-3: 20 ]door wiens lotusvoeten de zesvoudige materiële gesel [van de honger, de dorst, het weeklagen, de illusie, de ouderdom en de dood], wordt verslagen, geen verwondering, als een vijfdeklas persoon [een uitgestotene] die slechts één enkele keer Zijn naam uit meteen zijn materiële gebondenheid opgeeft. (Vedabase)
Hij [Priyavrata] aldus ongeëvenaard in kracht en invloed, die zich ooit overgaf aan de voeten van de devarishi [Nârada] maar daarna ten val kwam vanwege zijn begaan zijn met de geaardheden der materie waarin hij geen bevrediging vond [vergelijk 1-5: 17 ], zei toen, over zichzelf nadenkend, in een geest van verzaking dit:
Hij [Priyavrata] aldus ongeëvenaard in kracht en invloed, die zich ooit overgaf aan de voeten van de deva-rishi [Nârada] maar daarna ten val kwam vanwege zijn begaan zijn met de geaardheden der materie waarin hij geen bevrediging vond [vergelijk 1-5:17], zei toen, over zichzelf nadenkend, in een geest van verzaking dit: (Vedabase)
'Helaas, ik heb fout gehandeld want ik was volledig in beslag genomen door de onwetendheid van een zinnelijk leven; de duistere put van het materieel plezier maakte me schuldig aan een hoop verdriet en toonde me als een dansende aap, onbetekenend en van geen belang in de handen van mijn vrouw; zowaar, veroordeeld en verdoemd ben ik!', aldus kritiseerde hij zichzelf.
'Helaas, ik heb fout gehandeld want ik was volledig in beslag genomen door de onwetendheid van de zinsbevrediging; de duistere put van het materieel plezier maakte me schuldig aan een hoop verdriet en liet me eruit zien als een dansende aap, onbetekenend en van geen belang in de handen van mijn vrouw; zowaar, veroordeeld en verdoemd ben ik!', aldus kritiseerde hij zichzelf. (Vedabase)
Door de zelfverwerkelijking verworven door de genade van de God Hierboven, met het aan zijn gewetensvol navolgende zoons overdragen van de aarde, met het verdelen van de nalatenschap waarvan hij op zovele manieren had genoten, met het met de koningin en de grote weelde eraan geven van de doodsheid van zijn lichaam en met het met zichzelf in zijn hart in volmaakte overgave zijn overgegaan tot de verzaking, was hij er met die houding zeker van zichzelf op het goede spoor te hebben gezet in combinatie met de verhalen van de Heer aan de voeten van die grootste der heiligen Nârada.
Door de zelfverwerkelijking verworven door de genade van de God Hierboven, met het aan zijn exact navolgende zoons overdragen van de aarde, met het verdelen van de nalatenschap waarvan hij op zovele manieren had genoten, met het met de koningin en de grote weelde eraan geven van de doodsheid van zijn lichaam en met zichzelf in zijn hart in volmaakte overgave zijn overgegaan tot de verzaking, was hij er met die houding zeker van zichzelf op het goede spoor te zetten tezamen met de verhalen van de Heer aan de voeten van die grootste der heiligen Nârada. (Vedabase)
Op hem zijn al deze uitspraken van toepassing: 'Wat door Priyavrata werd gedaan kon, behalve dan door de Allerhoogste Beheerser, door niemand anders worden gedaan', 'Door de indrukken van de wielen van zijn wagen verdreef hij de duisternis, waarmee hij de zeven zeeën schiep'.
Op hem zijn al deze uitspraken van toepassing: 'Wat door Priyavrata werd gedaan kon niemand behalve de Allerhoogste Beheerser hebben gedaan', 'Door de indrukken van de wielen van zijn wagen verdreef hij de duisternis, waarmee hij de zeven zeeën schiep'. (Vedabase)
'Om het vechten van de verschillende naties op de verschillende continenten een halt toe te roepen, was hij het die in de wereld de situatie in het leven riep van de afscheiding door middel van rivieren, bergketens en wouden [vergelijk 4.14: 45-46] en dergelijke.'
'Om het vechten van de verschillende naties op de onderscheiden continenten een halt toe te roepen, schiep hij de situatie op de wereld van de afscheiding door middel van rivieren, bergketens en wouden [vergelijk 4-14:45-46] en dergelijke.' (Vedabase)
'Hij was degene het meest geliefd op het pad in navolging van de Oorspronkelijke Persoon; hij was het voor wie alle weelde van de lagere werelden, de hemelen of de aarde, zoals verworven door vruchtdragende arbeid en de macht van de yoga, te vergelijken was met de hel'.
'Hij was de meest geliefde op het pad in navolging van de Oorspronkelijke Persoon, voor wie alle weelde van de lagere werelden, de hemelen of de aarde, zoals verworven door vruchtdragende arbeid en de macht van de yoga, te vergelijken was met de hel'. (Vedabase)
*: Er zijn vier stadia in het aanvaarden van de wereldverzakende orde: 1) Kuthîcaka: men verblijft buiten het dorp in een hutje, en wat men nodig heeft, met name iemands voedsel, krijgt men van huis 2) Bahûdaka: men aanvaardt niet langer meer wat dan ook van huis: in plaats daarvan vergaart men, mâdhukarî, met "het beroep van de hommels", wat men nodig heeft, met name iemands voedsel, van verschillende plaatsen 3) Parivrâjakâcârya: men reist over de gehele wereld rond om de heerlijkheden van Heer Vâsudeva te prediken en wat men nodig heeft, met name iemands voedsel, vergaart men van vele plaatsen 4) Paramahamsa: hij rondt zijn preekwerk af en gaat op één plaats zitten, strikt voor het heil van de vooruitgang in het geestelijk leven.
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
De afbeelding laat Heer Brahmâ zien op zijn zwaan. Murshidabad, 19th c. Bron.
.Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties