
Brontektsen
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
Lord
Krishna's Explanation of the Vedic Path
Tekst
1:
De Allerhoogste
Heer zei: 'Zij die het met deze manieren bestaande uit de
toewijding, de kennis en het werk dat moet worden gedaan om Mij
te bereiken opgeven, worden met het onbeduidende van de met de
zintuigen wisselvallige lusten die ze cultiveren,
geconfronteerd met het eindige van het leven.
The
Supreme Personality of Godhead said - Those who give up
these methods for achieving Me, which consist of devotional
service, analytic philosophy and regulated execution of
prescribed duties, and instead, being moved by the material
senses, cultivate insignificant sense gratification,
certainly undergo the continual cycle of material
existence.
Tekst
2:
De
standvastigheid van een ieder in zijn positie als zodanig wordt
verklaard de deugd te zijn en het tegengestelde is inderdaad de
ondeugd; dit is de slotconclusie wat betreft de twee [zie
ook B.G. 2:
16].
Steadiness
in one's own position is declared to be actual piety,
whereas deviation from one's position is considered impiety.
In this way the two are definitely ascertained.
Tekst
3:
Een bepaald
voorwerp moet worden beoordeeld vanuit dezelfde categorie van
voorwerpen en aldus wordt voor de bedoeling van de religie het
zuivere en onzuivere, voor de normale aangelegenheden de deugd
en de ondeugd en voor iemands fysieke overleven het gunstige en
ongunstige vastgesteld, o zondeloze.
O
sinless Uddhava, in order to understand what is proper in
life one must evaluate a given object within its particular
category. Thus, in analyzing religious principles one must
consider purity and impurity. Similarly, in one's ordinary
dealings one must distinguish between good and bad, and to
insure one's physical survival one must recognize that which
is auspicious and inauspicious.
Tekst
4
Deze werkwijze
[van onderscheid maken tussen goed en kwaad] wordt door
Mij geopenbaard ter wille van hen die de last der religieuze
beginselen dragen.
I
have revealed this way of life for those bearing the burden
of mundane religious principles.
Tekst
5
Aarde, water,
vuur, lucht en ether zijn de vijf basiselementen die, van heer
Brahmâ af aan tot aan de niet-bewegende levende wezens,
de lichamen uitmaken van alle levende wezens die zich
gelijkelijk verhouden tot de Opperziel.
Earth,
water, fire, air and ether are the five basic elements that
constitute the bodies of all conditioned souls, from Lord
Brahmâ himself down to the nonmoving creatures. These
elements all emanate from the one Personality of
Godhead.
Tekst
6
Hoewel gelijk
in hun elementen worden, in relatie tot hen, Uddhava, door de
Veda verschillende namen en vormen opgeworpen terwille van het
behartigen van hun eigenbelang [zie varnâs'rama].
My
dear Uddhava, although all material bodies are composed of
the same five elements and are thus equal, the Vedic
literatures conceive of different names and forms in
relation to such bodies so that the living entities may
achieve their goal of life.
Tekst
7
O meest
waarachtige, de positieve kwaliteit en het nadelige van de tijd
en de ruimte en zo voorts van de vormen van bestaan en van de
dingen, worden door Mij ingesteld om zeker te zijn van de
inperking van de baatzuchtige handelingen.
O
saintly Uddhava, in order to restrict materialistic
activities, I have established that which is proper and
improper among all material things, including time, space
and all physical objects.
Tekst
8
Onder de
plaatsen zijn de plaatsen waar er geen respect bestaat voor het
brahmaanse en de gevlekte antilopen niet te vinden zijn,
verdorven; en zelfs al zijn er antilopen [overgebleven,
d.w.z. niet allemaal gedood] is een plaats verstoken van
heilige mannen van cultuur, een onbeschaafde plaats waar de
praktijken onrein zijn en de aarde geen wezenlijk nut heeft
[zie mleccha
en
*].
Among
places, those bereft of the spotted antelope, those devoid
of devotion to the brâhmanas, those possessing spotted
antelopes but bereft of respectable men, provinces like
Kîkatha and places where cleanliness and purificatory
rites are neglected, where meat-eaters are prominent or
where the earth is barren, are all considered to be
contaminated lands.
Tekst
9
Die tijd is
goed en geldig welke, dan wel door zijn eigen aard [de niet
op winst begrepen tijd van de natuur] of op dezelfde manier
naar de persoon [de Heer, of het voorwerp, de
lakshmî,
de tijd voor het oogsten etc.], geschikt is voor het doen
van je voorgeschreven plicht; en slecht en in overtreding is
die tijd die je in je plichtsvervulling belemmert, de tijd niet
geschikt om arbeid te verrichten [de lustmatig en
baatzuchtig begrepen tijd, zie 11.20:
26,
kâla
en kâlakûtha
**].
A
specific time is considered pure when it is appropriate,
either by its own nature or through achievement of suitable
paraphernalia, for the performance of one's prescribed duty.
That time which impedes the performance of one's duty is
considered impure.
Tekst
10
Het zuivere en
onzuivere van een ding [of: de substantie] is er aan de
hand van een ander ding, bij wat men erover zegt en aan de hand
van een ritueel of anders aan de hand van de tijd of
overeenkomstig de relatieve grootte ervan [zie
***].
An
object's purity or impurity is established by application of
another object, by words, by rituals, by the effects of time
or according to relative magnitude.
Tekst
11
Afhankelijk van
iemands macht dan wel onmacht, de intelligentie en de groei van
de weelde, als ook naar gelang iemands toestand of plaats,
veroorzaakt het bij iemand een overeenkomstige zondige [dan
wel lofwaardige] reactie.
Impure
things may or may not impose sinful reactions upon a person,
depending on that person's strength or weakness,
intelligence, wealth, location and physical
condition.
Tekst
12
Met de tijd,
met lucht, met vuur, met aarde en met water in combinatie of
afzonderlijk [vergaan zo ook] de granen, zaken van been
of hout, draad en vloeistoffen, zaken gewonnen uit het vuur en
huiden en dingen van klei.
Various
objects such as grains, wooden utensils, things made of
bone, thread, liquids, objects derived from fire, skins and
earthy objects are all purified by time, by the wind, by
fire, by earth and by water, either separately or in
combination.
Tekst
13
Dat wat in
aanraking met het onzuivere een kwalijke geur of vuil wegneemt,
en zo de oorspronkelijke staat herstelt van dat voorwerp, dat
wordt wat dat betreft beschouwd als zijnde
zuiverend.
A
particular purifying agent is considered appropriate when
its application removes the bad odor or dirty covering of
some contaminated object and makes it resume its original
nature.
Tekst
14
Door te baden,
door liefdadigheid en verzaking, naar gelang zijn leeftijd,
zijn heldenmoed, rituele zuivering en zijn voorgeschreven
plichten behoort een tweemaal geboren man [: de doener]
in de heugenis van Mij, te werk te gaan naar het zuivere, de
reinheid van het zelf.
The
self can be cleansed by bathing, charity, austerity, age,
personal strength, purificatory rituals, prescribed duties
and, above all, by remembrance of Me. The brâhmana and
other twice-born men should be duly purified before
performing their specific activities.
Tekst
15
De zuivering
ontleend aan een mantra volgt zo op de juiste kennis ervan en
de zuivering door een bepaalde handeling volgt zo op de
toewijding die men voor Mij heeft; de religiositeit wordt
gerealiseerd door de zes [zoals vermeld: de plaats, de
tijd, de substantie, de mantra's, de doener en de toegewijde
handeling] maar het areligieuze volgt op het tegengestelde.
A
mantra is purified when chanted with proper knowledge, and
one's work is purified when offered to Me. Thus by
purification of the place, time, substance, doer, mantras
and work, one becomes religious, and by negligence of these
six items one is considered irreligious.
Tekst
16
Soms echter
verandert een deugd in een ondeugd en verandert een ondeugd bij
machte van de vedische instructie in een deugd; het is in feite
met betrekking tot deze beperking van beiden dat het
onderscheid weg valt [4*].
Sometimes
piety becomes sin, and sometimes what is ordinarily sin
becomes piety on the strength of Vedic injunctions. Such
special rules in effect eradicate the clear distinction
between piety and sin.
Tekst
17
Het zelfde
karma is voor hen die ten val zijn gekomen niet de oorzaak van
een val; met hem die het onderspit dolf niet verder ten val
komend wordt de natuurlijke gehechtheid een
deugd.
The
same activities that would degrade an elevated person do not
cause falldown for those who are already fallen. Indeed, one
who is lying on the ground cannot possibly fall further. The
material association that is dictated by one's own nature is
considered a good quality.
Tekst
18
Waar men ook
van afziet, daarvan raakt men bevrijdt - dit vormt voor
menselijke wezens de grondslag van het dharma dat het lijden,
de angst en de begoocheling wegneemt.
By
refraining from a particular sinful or materialistic
activity, one becomes freed from its bondage. Such
renunciation is the basis of religious and auspicious life
for human beings and drives away all suffering, illusion and
fear.
Tekst
19
Er van
uitgaande dat de voorwerpen van de zinnen het goede zijn, werpt
zich vanuit die aanname de gehechtheid van een persoon op, aan
die gehechtheid ontspringt de lust en aan de lust zo de ruzie
onder de mensen.
One
who accepts material sense objects as desirable certainly
becomes attached to them. From such attachment lust arises,
and this lust creates quarrel among men.
Tekst
20
Door de ruzie
is er de woede moeilijk om mee om te gaan en de onwetendheid
die volgt op de woede; aldus wordt een man zijn ruimdenkendheid
snel gegrepen door de duisternis.
From
quarrel arises intolerable anger, followed by the darkness
of ignorance. This ignorance quickly overtakes a man's broad
intelligence.
Tekst
21
O heilige ziel,
een levend wezen verstoken van dat [ruimere bewustzijn]
wordt leeghoofdig zodat, als gevolg van het wegvallen van zijn
levensdoelen, hij zo dom als de materie zo goed als dood is
[vergelijk B.G.: 2:
62-63].
O
saintly Uddhava, a person bereft of real intelligence is
considered to have lost everything. Deviated from the actual
purpose of his life, he becomes dull, just like a dead
person.
Tekst
22
Bovenmate
verzonken in het zinnelijke kent hij, zinledig levend naar de
levensstijl van een boom, niet zichzelf noch de ander en is
zijn ademen slechts gepomp.
Because
of absorption in sense gratification, one cannot recognize
himself or others. Living uselessly in ignorance like a
tree, one is merely breathing just like a bellows.
Tekst
23
Die beloningen
waar de geschriften het over hebben zijn voor de mens niet het
hoogste goed; ze zijn enkel maar prikkels met het idee om aan
te sporen tot het uiteindelijke goed, precies zoals het is als
men iemand aanspoort tot het innemen van een
medicijn.
Those
statements of scripture promising fruitive rewards do not
prescribe the ultimate good for men hut are merely
enticements for executing beneficial religious duties, like
promises of candy spoken to induce a child to take
beneficial medicine.
Tekst
24
Enkel door
geboren te zijn weerstaan stervelingen, in de geest gehecht aan
de zaak van hun voorwerpen van begeerte, hun vitale functies en
hun luitjes, de bedoeling van hun ziel.
Simply
by material birth, human beings become attached within their
minds to personal sense gratification, long duration of
life, sense activities, bodily strength, sexual potency and
friends and family. Their minds are thus absorbed in that
which defeats their actual self-interest.
Tekst
25
Onderworpen
[in religieuze zin] zijn ze onwetend qua hun ware
eigenbelang verdoold op het pad van de rampspoed; om welke
reden zouden de intelligenten [het vedisch gezag] hen
die de duisternis binnengaan ertoe aanzetten met dat alles door
te gaan? [zie ook 5.5:
17]
Those
ignorant of their real self-interest are wandering on the
path of material existence, gradually heading toward
darkness. Why would the Vedas further encourage them in
sense gratification if they, although foolish, submissively
pay heed to Vedic injunctions?
Tekst
26
Sommigen, op
deze manier met een geperverteerde intelligentie niet de
feitelijke conclusie begrijpend, spreken in bloemrijke
bewoordingen van de materiële beloningen waar degene die
de Veda's kent inderdaad niet over rept [zie ook B.G.
2:
42-44].
Persons
with perverted intelligence do not understand this actual
purpose of Vedic knowledge and instead propagate as the
highest Vedic truth the flowery statements of the Vedas that
promise material rewards. Those in actual knowledge of the
Vedas never speak in that way.
Tekst
27
De wellustigen,
miserabelen en begeertigen zien de bloemen aan voor de
uiteindelijke waarheid; begoocheld door het vuur kennen ze,
stikkend in de rook, hun eigen plaats niet [een individuele
ziel te zijn i.p.v. een lichaam].
Those
who are full of lust, avarice and greed mistake mere flowers
to be the actual fruit of life. Bewildered by the glare of
fire and suffocated by its smoke, they cannot recognize
their own true identity.
Tekst
28
Zij gewapend
met hun uitdrukkingen, Mijn beste, kennen Mij niet die zich
bevindt in het hart en uit wie dit universum ontsprong - zij,
zelfzuchtig, zijn als personen met hun ogen in de mist.
My
dear Uddhava, persons dedicated to sense gratification
obtained through honoring the Vedic rituals cannot
understand that I am situated in everyone's heart and that
the entire universe is nondifferent from Me and emanates
from Me. Indeed, they are just like persons whose eyes are
covered by fog.
Tekst
29-30
Zij zonder
begrip voor Mijn vertrouwelijke conclusie [zie ook
10.87
en B.G. 9]
zijn, indien opgegaan in het sensuele, gehecht aan het geweld
dat weliswaar is toegestaan, maar zeker nimmer wordt
aangemoedigd in de voorschriften voor het offeren. Er waarlijk
behagen in scheppend gewelddadig te zijn met de dieren die in
het verlangen naar hun eigen geluk werden afgeslacht, zijn ze
in hun met rituelen aanbidden van de goden, de voorvaderen en
de leidende geesten, schadelijke mensen.
Those
who are sworn to sense gratification cannot understand the
confidential conclusion of Vedic knowledge as explained by
Me. Taking pleasure in violence, they cruelly slaughter
innocent animals in sacrifice for their own sense
gratification and thus worship demigods, forefathers and
leaders among ghostly creatures. Such passion for violence,
however, is never encouraged within the process of Vedic
sacrifice.
Tekst
31
Die onheilige
wereld [door hen hooggehouden] staat gelijk aan een
droom die aardig klinkend gaat over wereldse prestaties waarmee
zij, ingebeeld in hun harten als waren ze een zakenman, het
opgeven met de bedoeling [van het realiseren van de
ziel].
Just
as a foolish businessman gives up his real wealth in useless
business speculation, foolish persons give up all that is
actually valuable in life and instead pursue promotion to
material heaven, which although pleasing to hear about is
actually unreal, like a dream. Such bewildered persons
imagine within their hearts that they will achieve all
material blessings.
Tekst
32
Mij niet
aanbiddend op de juiste wijze aanbidden ze, gevestigd in de
geaardheid hartstocht, goedheid en onwetendheid de goden en
anderen onder leiding van Indra die zich verheugen in de
hartstocht, de goedheid en de onwetendheid [zie ook B.G.
9:
23 en
10:
24 & 25
].
Those
established in material passion, goodness and ignorance
worship the particular demigods and other deities, headed by
Indra, who manifest the same modes of passion, goodness or
ignorance. They fail, however, to properly worship
Me.
Tekst
33-34
'Alhier vol van
aanbidding zullen we met onze offerplechtigheden voor de goden
in de hemel genieten en aan het eind van dat genoegen zullen we
op aarde grootse huizenbezitters zijn van een goede komaf',
aldus met hun geesten verbijsterd door de bloemrijke woorden
voelen ze niettemin, als trotse en hoogst begeertige mensen,
zich niet aangetrokken tot Mijn verhandelingen.
The
worshipers of demigods think, 'We shall worship the demigods
in this life, and by our sacrifices we shall go to heaven
and enjoy there. When that enjoyment is finished we shall
return to this world and take birth as great householders in
aristocratic families.' Being excessively proud and greedy,
such persons are bewildered by the flowery words of the
Vedas. They are not attracted to topics about Me, the
Supreme Lord.
Tekst
35
De
tri-kânda
verdeelde Veda's hebben het spirituele begrip van het zelf als
hun onderwerp maar ook zijn Mij dierbaar de vedische zieners
die zich esoterisch uitdrukken in indirecte bewoordingen
[de 'andere goeroes'].
The
Vedas, divided into three divisions, ultimately reveal the
living entity as pure spirit soul. The Vedic seers and
mantras, however, deal in esoteric terms, and I also am
pleased by such confidential descriptions.
Tekst
36
Het spirituele
geluid [de s'abda-brahman]
zich manifesterend in de prâna,
de zinnen en de geest kent geen grenzen en is onmetelijk diep
als de oceaan.
The
transcendental sound of the Vedas is very difficult to
comprehend and manifests on different levels within the
prâna, senses and mind. This Vedic sound is unlimited,
very deep and unfathomable, just like the ocean.
Tekst
37
Het onpeilbare,
onveranderlijke Absolute van oneindige vermogens [dat Ik
ben], is, zoals door Mij wordt uitgedragen [zie
omkâra],
vertegenwoordigd in de levende wezens in de vorm van de
geluidsvibraties, zoals een enkele vezel is in een lotusstengel
[zie ook 11.18:
32 en
6.13:
15].
As
the unlimited, unchanging and omnipotent Personality of
Godhead dwelling within all living beings, I personally
establish the Vedic sound vibration in the form of
omkâra within all living entities. It is thus
perceived subtly, just like a single strand of fiber on a
lotus stalk.
Tekst
38-40
Net zoals een
spin vanuit zijn lichaamsopening van binnen uit een web
afscheidt, manifesteert de adem van God [de
prâna] vanuit de ether de geluidsvibratie via de
geest in de vorm van de verschillende klankeenheden. Al de
vormen vol van nectar omvattend die uitwaaieren in duizenden
richtingen, heeft de Meester, met de sier van medeklinkers,
klinkers, halfklinkers en sisklanken, Zich uitgebreid vanuit de
lettergreep om. Met de ontwikkelde diversiteit aan
uitdrukkingen en metrische schikkingen die ieder weer vier
extra lettergrepen hebben, schept Hij, en trekt Hijzelf ook
weer terug, de enorme grenzeloze uitgebreidheid [van de
vedische literatuur, zie ook B.G. 15:
15].
Just
as a spider brings forth from its heart its web and emits it
through its mouth, the Supreme Personality of Godhead
manifests Himself as the reverberating primeval vital air,
comprising all sacred Vedic meters and full of
transcendental pleasure. Thus the Lord, from the ethereal
sky of His heart, creates the great and limitless Vedic
sound by the agency of His mind, which conceives of
variegated sounds such as the spars'as. The Vedic sound
branches out in thousands of directions, adorned with the
different letters expanded from the syllable om - the
consonants, vowels, sibilants and semivowels. The Veda is
then elaborated by many verbal varieties, expressed in
different meters, each having four more syllables than the
previous one. Ultimately the Lord again withdraws His
manifestation of Vedic sound within Himself.
Tekst
41
Bij voorbeeld
de versmaten Gâyatrî,
Ushnik en Anusthup; Brihatî en Pankti als ook Tristhup,
Jagatî, Aticchanda, en Atyasthi, Atijagatî en
Ativirâth [hebben ieder in deze volgorde telkens vier
extra lettergrepen].
The
Vedic meters are Gâyatrî, Ushnik, Anusthup,
Brihatî, Pankti, Tristhup, Jagatî, Aticchanda,
Atyasthi, Atijagatî and Ativirâth.
Tekst
42
Wat zij
[karma-kânda] voorschrijven, waar zij
[upâsana-kânda] op duiden, welke aspecten
ze beschrijven of welke alternatieven zij aldus
[jñâna-kânda] literair bieden, dat
hart in deze wereld, is buiten Mij aan niemand anders bekend
[vergelijk 11.20,
B.G. 5:
5,
7:
26,
10:
41].
In
the entire world no one but Me actually understands the
confidential purpose of Vedic knowledge. Thus people do not
know what the Vedas are actually prescribing in the
ritualistic injunctions of karma-kânda, or what object
is actually being indicated in the formulas of worship found
in the upâsanâ-kânda, or that which is
elaborately discussed through various hypotheses in the
jñâna-kânda section of the Vedas.
Tekst
43
Ik ben het
voorwerp van de voorgeschreven aanbidding en Ik ben het
alternatief dat wordt geboden en beargumenteerd; Ik aldus ben
de betekenis van al de Veda's die Mij, de bovenzinnelijke
geluidsvibratie, vestigen en uitvoerig de materiële
dualiteit beschrijven als zijnde simpelweg het illusoire dat
moet worden ontkracht om uiteindelijk gelukkig te
worden.
I
am the ritualistic sacrifice enjoined by the Vedas, and I am
the worshipable Deity. It is I who am presented as various
philosophical hypotheses, and it is I alone who am then
refuted by philosophical analysis. The transcendental sound
vibration thus establishes Me as the essential meaning of
all Vedic knowledge. The Vedas, elaborately analyzing all
material duality as nothing but My illusory potency,
ultimately completely negate this duality and achieve their
own satisfaction.
*:
S'rîla Madhvâcârya citeert als volgt uit de
Skanda Purâna: 'Religieuze personen behoren zich
op te houden binnen een straal van dertien kilometer van
rivieren, oceanen, bergen, hermitages, bossen, spirituele
gemeenschappen of plaatsen waar de
s'âlagrâma-s'îlâ [een zwarte ovale
riviersteen geschikt om te aanbidden] wordt aangetroffen.
Alle andere plaatsen moeten als kîkatha worden
beschouwd, ofwel als besmet. Maar zelfs als men in zulke
besmette plaatsen zwarte en gevlekte antilopen aantreft, mag
men zich daar ophouden zo lang als er geen zondige personen
aanwezig zijn. Zelfs als er zondige personen aanwezig zijn mag
men zich daar ophouden, mits het burgerlijk gezag in handen is
van respectabele autoriteiten. Zo ook mag men zich daar
ophouden waar de Beeltenis van Vishnu naar behoren is
geïnstalleerd en wordt aanbeden.'
**:
De paramparâ voegt hier toe: 'Politieke, sociale of
economische verstoringen die iemand belemmeren in de uitvoering
van zijn religieuze plichten worden beschouwd als tijden die
ongunstig zijn. (...) Derhalve is dat moment waaop men de
omgang met de Opperheer bereikt of de Heer Zijn zuivere
toegewijde, de tijd die gunstig heet, terwijl het moment van
het verliezen van die omgang hoogst ongelukkig wordt
genoemd.'
***:
Een voorbeeld bij deze nogal abstracte formulering wordt
gevormd door de klok: de klok is zuiver of onzuiver naar gelang
het object van meting: de tijd van de natuur als een ander
'ding' van de tijd. Dit wordt het criterium van de
wetenschappelijke validatie genoemd ofwel het bepalen van het
nulpunt van de meting. Maar ook erover sprekend in een
wetenschappelijk betoog en uitleggen dat de gemiddelde tijd, de
klok die afwijkt van de natuur, is afgeleid uit en refereert
aan de natuur zelf middels een wetenschappelijke formule die
uitdrukking geeft aan de zogenaamde tijdvereffening, is een
manier om een klaarblijkelijk afwijkende klok te heiligen ofwel
er de zuiverheid van te verklaren. Verder is er ook het
religieuze ritueel dat het kruis presenteert van Jezus bij
voorbeeld, of de mahâmantra van Caitanya, naar aanleiding
van de aangehangen standaard van de tijd, ten einde de zonde
van het pragmatisch afwijken van God's natuur en de
wetenschappelijke rationalisatie erover te vergeven. Vervolgens
kunnen we eenvoudig de klok naar de natuur van de tijd
instellen om waarachtig te zijn naar het religieuze inzicht
[zie f.c.o.].
En ten slotte, inziend dat de vertrouwelijkheid van Krishna's
tijd politiek gezien niet kan worden opgelegd, is er de
zuiverheid naar de relatieve grootte, zoals dit vers stelt, die
met de moderne complexiteit van het tijdbewustzijn eenvoudigweg
weet heeft van het verschil middels een dubbele tijdsaanduiding
die door sommige klokken wordt geboden: één
tijdsaanduiding ingesteld naar de natuur en een andere naar de
politiek van de pragmatische manier van omgaan met de tijd.
Aldus kunnen we met dit vers de onzuiverheid tolereren van de
baatzuchtig gemotiveerde karmische tijdmanipulaties en nog
steeds als toegewijden met zuiverheid te werk gaan
[Prabhupâda die enerzijds uitdrukkelijk verzocht om
punctualiteit, verzocht zijn toegewijden verder het onderwerp
van de tijd te bestuderen. 'Alle dagen en uren zijn mij
hetzelfde. Ik laat die aangelegenheid aan jullie over',
vertrouwde hij toe in ' A Transcendental Diary' door
Hari S'auri Dâsa].
4*:
De paramparâ geeft een voorbeeld: 'Iemand die zijn vrouw
en kinderen verlaat is zeker een onnadenkend en
onverantwoordelijk iemand. Als men echter sannyâsa neemt,
en verankerd blijft op een hoger spiritueel nivo, beschouwt men
hem als de heiligste persoon. Trouw en zonde derhalve hangen af
van specifieke omstandigheden en zijn bij tijden moeilijk van
elkaar te onderscheiden.' Volgens S'rîla
Madhvâcârya, worden personen boven de veertien jaar
in staat geacht onderscheid te maken tussen goed en kwaad en
zijn ze aldus verantwoordelijk voor hun vrome dan wel zondige
activiteiten.
