
Bronteksten
(geen voorgaande tekst in het Nederlands beschikbaar):
Description
of Varnâs'rama-dharma
Tekst
1:
De Allerhoogste
Heer zei: 'In het derde deel van het leven het verlangend het
woud in te gaan behoort men, door de echtgenote aan de zoons
toe te vertrouwen of anders samen met haar in het bos
verkerend, aldus te werk te gaan in vrede.
The
Supreme Personality of Godhead said: One who desires to
adopt the third order of life, vânaprastha, should
enter the forest with a peaceful mind, leaving his wife with
his mature sons, or else taking her along with him.
Tekst
2:
Men moet
voorzien in het zuivere [*]
levensonderhoud met de bloembollen, wortels en vruchten van het
woud, daarbij boombast, gras, bladeren of dierenvellen
gebruikend als kleding.
Having
adopted the vânaprastha order of life, one should
arrange one's sustenance by eating uncontaminated bulbs,
roots and fruits that grow in the forest. One may dress
oneself with tree bark, grass, leaves or animal
skins.
Tekst
3:
Met het haar op
het hoofd en het lichaam, het aangezichtshaar en de nagels het
vuil dragend, en de tanden niet reinigend [op andere
tijden], behoort men drie maal daags zich in het water te
begeven en ['s nachts] op de grond te slapen.
The
vânaprastha should not groom the hair on his head,
body or face, should not manicure his nails, should not pass
stool and urine at irregular times and should not make a
special endeavor for dental hygiene. He should be content to
take bath in water three times daily and should sleep on the
ground.
Tekst
4
Ascetisch de
vijf vuren gedurende de zomer, de stortregens tijdens het
regenseizoen en de kou in de winter tot aan je nek
ondergedompeld in het water verdragend, behoort men aldus bezig
voortgang te boeken met de boete [zie ook
4.23:
6].
Thus
engaged as a vânaprastha, one should execute penance
during the hottest summer days by subjecting oneself to
burning fires on four sides and the blazing sun overhead;
during the rainy season one should remain outside,
subjecting oneself to torrents of rain; and in the freezing
winter one should remain submerged in water up to one's
neck.
Tekst
5
Op de juiste
tijd etend behoort men ofwel dat te eten wat bereid is op een
vuur of dat wat vermalen is met een vijzel, verpulverd is met
een steen of vermalen is met de tanden.
One
may eat foodstuffs prepared with fire, such as grains, or
fruits ripened by time. One may grind one's food with mortar
and stone or with one's own teeth.
Tekst
6
In eigen
persoon behoort hij, met een praktische zin naar gelang de
plaats en de tijd en zijn kracht, dat te verzamelen wat nodig
is voor zijn levensonderhoud, en niets te bewaren voor een
later moment [zie ook 7.12:
19].
The
vânaprastha should personally collect whatever he
requires for his bodily maintenance, carefully considering
the time, place and his own capacity. He should never
collect provisions for the future.
Tekst
7
Een
vânaprastha mag Me aanbidden met offerandes [van
rijst, gerst en dâl],
mag rijstkoeken offeren of vruchten naar gelang het seizoen,
maar nimmer, ook al is het schriftuurlijk, van aanbidding zijn
met het opofferen van dieren.
One
who has accepted the vânaprastha order of life should
perform seasonal sacrifices by offering oblations of caru
and sacrificial cakes prepared from rice and other grains
found in the forest. The vânaprastha, however, may
never offer animal sacrifices to Me, even those sacrifices
mentioned in the Vedas.
Tekst
8
Als voorheen
[toen hij een grihastha was] voert hij de
vuurplechtigheid uit, de plechtigheid voor de nieuwe maan en de
volle maan en houdt hij zich ook aan de voor de wijze door de
vedische experts voorgeschreven geloften van de
viermaandelijkse offerplechtigheid [van
câturmâsya].
The
vânaprastha should perform the agnihotra, dars'a and
paurnamâsa sacrifices, as he did while in the
grihastha-âs'rama. He should also perform the vows and
sacrifices of câturmâsya, since all of these
rituals are enjoined for the vânaprastha-âs'rama
by expert knowers of the Vedas.
Tekst
9
Van die
praktijk zal de wijze, van de boete zo vermagerd dat men zijn
aderen kan zien, van aanbidding zijn voor Mij, het Doel van
Alle Boete, Mij bereikend in de wereld der zieners [zie ook
maharloka].
The
saintly vânaprastha, practicing severe penances and
accepting only the bare necessities of life, becomes so
emaciated that he appears to be mere skin and bones. Thus
worshiping Me through severe penances, he goes to the
Maharloka planet and then directly achieves Me.
Tekst
10
Iemand die dan
voor een lange tijd van deze zware maar zegerijke boete is
welke de bevrijding schenkt, maar die beoefent uit zijnde op
oppervlakkige zinsbevrediging - bestaat er een grotere dwaas
dan hij? [zie ook vântâs'î]
One
who with long endeavor executes this painful but exalted
penance, which awards ultimate liberation, simply to achieve
insignificant sense gratification must be considered the
greatest fool.
Tekst
11
Als hij in zijn
gereguleerde activiteiten als gevolg van de ouderdom met zijn
lichaam trillend niet langer in staat is ermee door te gaan
[voordat hij sannyâsa bereikt], moet hij,
geconcentreerd op Mij, de vuren in zijn hart plaatsen en het
vuur binnengaan [zie ook 7.12:
23].
If
the vânaprastha is overtaken by old age and because of
his trembling body is no longer able to execute his
prescribed duties, he should place the sacrificial fire
within his heart by meditation. Then, fixing his mind on Me,
he should enter into the fire and give up his body.
Tekst
12
Als alles wat
is verkregen door het karma, met inbegrip van een hogere
leefwereld, niets anders dan de hel is voor hem en zich
volledige onthechting heeft ontwikkeld, mag hij op dat punt het
offervuur opgeven en overgaan tot de wereldverzakende orde
[zie ook B.G.
18: 2 en
**].
If
the vânaprastha, understanding that even promotion to
Brahmaloka is a miserable situation, develops complete
detachment from all possible results of fruitive activities,
then he may take the sannyâsa order of life.
Tekst
13
Met het volgens
de voorschriften hebben aanbeden en alles wat hij had hebben
overhandigd aan de leider van de plechtigheid, behoort hij, met
het plaatsen van het offervuur in zijn levensadem, vrij van
verwachtingen sannyâsa
te nemen [zie ook 9.6*].
Having
worshiped Me according to scriptural injunctions and having
given all one's property to the sacrificial priest, one
should place the fire sacrifice within oneself. Thus, with
the mind completely detached, one should enter the
sannyâsa order of life.
Tekst
14
Aan de
geschoolde die waarachtig sannyâsa neemt verschijnen de
halfgoden in de gedaante van zijn oorspronkelijke vrouw [en
andere verleidingen] die hindernissen voor hem opwerpt; aan
hen voorbij gaand moet de sannyâsî
voor het hogere gaan [zie ook B.G. 6.25,
1.19:
2-3,
5.6:
4,
11.4:
7].
'This
man taking sannyâsa is going to surpass us and go back
home, back to Godhead.' Thus thinking, the demigods create
stumbling blocks on the path of the sannyâsî by
appearing before him in the shape of his former wife or
other women and attractive objects. But the
sannyâsî should pay the demigods and their
manifestations no heed.
Tekst
15
Als de wijze
dan enige kleding zou dragen, zou hij zijn lendendoek [of
kaupîna] ermee bedekken; met eigenlijk niets meer
nodig hebbend behalve zijn staf en zijn waterpot, moet al het
overige worden opgegeven.
If
the sannyâsî desires to wear something besides a
mere kaupîna, he may use another cloth around his
waist and hips to cover the kaupîna. Otherwise, if
there is no emergency, he should not accept anything besides
his danda and waterpot.
Tekst
16
Hij behoort
zijn voet te plaatsen waar zijn ogen zeggen dat het zuiver is
[te weten, de afwezigheid van levende wezens], hij
behoort water te drinken gefiltreerd door zijn kleed, hij
behoort woorden te bezigen waarachtig naar zuiverheid; hij moet
doen wat zijn geest hem ingeeft als zijnde
zuiver.
A
saintly person should step or place his foot on the ground
only after verifying with his eyes that there are no living
creatures, such as insects, who might be injured by his
foot. He should drink water only after filtering it through
a portion of his cloth, and he should speak only words that
possess the purity of truth. Similarly, he should perform
only those activities his mind has carefully ascertained to
be pure.
Tekst
17
Zwijgzaamheid,
terughoudendheid en het stoppen van de ademhaling zijn de
strikte disciplines van de stem, van het lichaam en van de
geest; hij inderdaad bij wie er geen sprake is van dezen, mijn
beste, is met zijn bamboestokken nimmer een echte
sannyâsî
[zie ook tridanda].
One
who has not accepted the three internal disciplines of
avoiding useless speech, avoiding useless activities and
controlling the life air can never be considered a
sannyâsî merely because of his carrying bamboo
rods.
Tekst
18
Uit bedelen bij
de vier varna's
moet men de onzuiveren [de zondige huishoudens]
afwijzen terwijl men willekeurig zeven verschillende huizen
benadert en tevreden is met de verworven hoeveelheid [zie
ook cakra,
vergelijk 1.4:
8].
Rejecting
those houses that are polluted and untouchable, one should
approach without previous calculation seven houses and be
satisfied with that which is obtained there by begging.
According to necessity, one may approach each of the four
occupational orders of society.
Tekst
19
Ergens buitenaf
zich naar een waterbekken begevend moet hij, er schoon van, in
stilte plichtsgetrouw uitdelen wat werd ingezameld en
vervolgens wat er van over is schoongemaakt in zijn geheel
verorberen.
Taking
the food gathered through begging, one should leave the
populated areas and go to a reservoir of water in a secluded
place. There, having taken a bath and washed one's hands
thoroughly, one should distribute portions of the food to
others who may request it. One should do this without
speaking. Then, having thoroughly cleansed the remnants, one
should eat everything on one's plate, leaving nothing for
future consumption.
Tekst
20
Zich alleen en
vrij van gehechtheid over deze aarde rondbewegend, met de
zinnen volledig onder controle en innerlijk voldaan in de
realisatie van het Ware Zelf, is hij, stabiel op het spirituele
vlak, van een gelijkgezinde blik [B.G. 5:
18, zie
bhajan].
Without
any material attachment, with senses fully controlled,
remaining enthusiastic, and satisfied in realization of the
Supreme Lord and his own self, the saintly person should
travel about the earth alone. Having equal vision
everywhere, he should be steady on the spiritual
platform.
Tekst
21
Zich ophoudend
op een afgezonderde en veilige plek en gezuiverd in zijn liefde
voor Mij, behoort de wijze in zijn bewustzijn zich te
concentreren op de ziel alleen als zijnde niet-verschillend van
Mij.
Dwelling
in a safe and solitary place, his mind purified by constant
thought of Me, the sage should concentrate on the soul
alone, realizing it to be nondifferent from Me.
Tekst
22
Mediterend op
het zelf als zijnde gebonden en niet gebonden [zie
11.10]
is er, als men stabiel in de kennis de zinnen afgeleid door de
zinneprikkeling heeft ingeperkt, de volledige controle over hen
en de bevrijding.
By
steady knowledge a sage should clearly ascertain the nature
of the soul's bondage and liberation. Bondage occurs when
the senses are deviated to sense gratification, and complete
control of the senses constitutes liberation.
Tekst
23
Daarom moet de
wijze, met de zes afdelingen [de zinnen en de geest]
volledig onder controle, onthecht van de zinledige zaken van de
lust, met het ervaren hebben van het grote geluk in de ziel
leven bij het bewustzijn van Mij.
Therefore,
completely controlling the five senses and the mind by
Krishna consciousness, a sage, having experienced spiritual
bliss within the self, should live detached from
insignificant material sense gratification.
Tekst
24
Hij behoort te
reizen naar de toevluchtsoorden die de aarde kent en die zuiver
zijn met rivieren, bergen en wouden en [enkel] de
steden, dorpen en weidegronden te betreden om aalmoezen te
bedelen bij hen die leven voor het lichaam.
The
sage should travel in sanctified places, by flowing rivers
and within the solitude of mountains and forests. He should
enter the cities, towns and pasturing grounds and approach
ordinary working men only to beg his bare sustenance.
Tekst
25
De levensorde
verblijvend in het woud moet altijd de positie innemen van het
bedelen, daar door voedsel verkregen met het bijeen garen
[of van de bijstand leven] men snel de bevrijding,
vrijheid van illusie en een gezuiverd bestaan zal
vinden.
One
in the vânaprastha order of life should always
practice taking charity from others, for one is thereby
freed from illusion and quickly becomes perfect in spiritual
life. Indeed, one who subsists on food grains obtained in
such u humble manner purifies his existence.
Tekst
26
Nimmer moet men
het vergankelijke dat men ziet in de directe ervaring houden
voor de uiteindelijke werkelijkheid; met een bewustzijn vrij
van gehechtheid behoort men af te zien van activiteiten om er
materieel op vooruit te gaan in deze wereld en in de
volgende.
One
should never see as ultimate reality those material things
which obviously will perish. With consciousness free from
material attachment, one should retire from all activities
meant for material progress in this life and the
next.
Tekst
27
Geconcentreerd
in zichzelf bij machte van de rede het opgevend met dit
universum, welk in het Zelf verknoopt is met de geest, de
spraak en de levensadem [zie ahankâra],
moet men die begoochelende materiële energie niet in
gedachten houden.
One
should logically consider the universe, which is situated
within the Lord, and one's own material body, which is
composed of mind, speech and life air, to be ultimately
products of the Lord's illusory energy. Thus situated in the
self, one should give up one's faith in these things and
should never again make them the object of one's
meditation.
Tekst
28
Ofwel als
iemand levend voor de geestelijke kennis onthecht zijnde van
uiterlijke verschijningsvormen, ofwel als Mijn toegewijde zelfs
niet verlangend naar de bevrijding, behoort men [als een
paramahamsa],
het opgevend met de specifieke uiterlijke routines met
betrekking tot de levensfase, te leven voorbij het bereik van
de regels en regelingen [zie ook 10.78:
31-32,
3.29:
25 en
5.1*].
A
learned transcendentalist dedicated to the cultivation of
knowledge and thus detached from external objects, or My
devotee who is detached even from desire for liberation -
both neglect those duties based on external rituals or
paraphernalia. Thus their conduct is beyond the range of
rules and regulations.
Tekst
29
Hoewel
intelligent moet hij genieten als was hij een kind, hoewel zeer
bekwaam behoort hij te handelen als was hij onontwikkeld,
hoewel hij hoogst geschoold is behoort hij zich uit te laten
als was hij verstrooid en hoewel zeer goed op de hoogte van de
voorschriften, moet hij leven zonder enige belemmering
['ronddolen als een koe'].
Although
most wise, the paramahamsa should enjoy life like a child,
oblivious to honor and dishonor; although most expert, he
should behave like a stunted, incompetent person; although
most learned, he should speak like an insane person; and
although a scholar learned in Vedic regulations, he should
behave in an unrestricted manner.
Tekst
30
Hij moet nimmer
strikt van aandacht zijn voor dat waar de Veda's over spreken
[te weten, de vruchtdragende plechtigheden], noch
behoort hij tegen ze in te gaan; hij moet niet een scepticus
zijn, noch partijdig zijn enkel pratend terwille van het
argument.
A
devotee should never engage in the fruitive rituals
mentioned in the karma-kânda section of the Vedas, nor
should he become atheistic, acting or speaking in opposition
to Vedic injunctions. Similarly, he should never speak like
a mere logician or skeptic or take any side whatsoever in
useless arguments.
Tekst
31
De geheiligde
persoon moet zich nooit storen aan andere mensen, noch moet hij
anderen storen of ooit als een dier met wie dan ook een
negatieve sfeer creëren naar het belang van het lichaam
[vijandig zijn wat betreft het territorium, het voedsel
e.d.]; in plaats daarvan moet hij barse woorden over zijn
kant laten gaan en nimmer wie dan ook kleineren [zie ook
B.G. 12:
15].
A
saintly person should never let others frighten or disturb
him and, similarly, should never frighten or disturb other
people. He should tolerate the insults of others and should
never himself belittle anyone. He should never create
hostility with anyone for the sake of the material body, for
he would thus be no better than an animal.
Tekst
32
De Allerhoogste
is voorzeker de Ziel die zich bevindt in alle levende wezens en
ook in het eigen lichaam; precies zoals de maan is in
verschillende waterbekkens zijn ook de materiële lichamen
individuele vonken van de Ene [zie ook B.G.
6.29
& 13:
34].
The
one Supreme Lord is situated within all material bodies and
within everyone's soul. Just as the moon is reflected in
innumerable reservoirs of water, the Supreme Lord, although
one, is present within everyone. Thus every material body is
ultimately composed of the energy of the one Supreme
Lord.
Tekst
33
Verankerd in de
eigen overtuiging behoort men, bij tijden geen voedsel
verkrijgend, niet neerslachtig te zijn noch met wat men dan ook
verwerft zich te verheugen; beiden staan onder controle van
God.
If
at times one does not obtain proper food one should not be
depressed, and when one obtains sumptuous food one should
not rejoice. Being fixed in determination, one should
understand both situations to be under the control of
God.
Tekst
34
Men moet zich
ervoor inspannen om te eten en naar behoren de eigen
persoonlijke levenskracht in stand te houden, daar men zich met
die kracht bezint op de spirituele waarheid welke, eenmaal
begrepen, bevrijding schenkt [zie B.G. 6:
16].
If
required, one should endeavor to get sufficient foodstuffs,
because it is always necessary and proper to maintain one's
health. When the senses, mind and life air are fit, one can
contemplate spiritual truth, and by understanding the truth
one is liberated.
Tekst
35
Welk eerste
klas voedsel of voedsel van een mindere kwaliteit de wijze ook
verwerft moet hij eten, en evenzo moet hij ook de kleding en
het beddengoed aanvaarden dat hij zonder enige inspanning
verwerft [zie ook 7.13].
A
sage should accept the food, clothing and bedding - be they
of excellent or inferior quality - that come of their own
accord.
Tekst
36
Algemene
reinheid, het wassen van de handen, het nemen van een bad en
andere reguliere plichten moet hij die spiritueel tot inzicht
is gekomen zonder dwangmatigheid naleven, net zoals Ik, de
Beheerser, handel naar Mijn eigen wilsbesluit.
Just
as I, the Supreme Lord, execute regulative duties by My own
free will, similarly, one who has realized knowledge of Me
should maintain general cleanliness, purify his hands with
water, take bath and execute other regulative duties not by
force but by his own free will.
Tekst
37
Voorzeker is
voor hem de waarneming van gescheidenheid dat wat wordt
vernietigd door het zich realiseren van Mij; somtijds houdt
zo'n idee aan totdat het lichaam sterft, maar dan zal alles
zich met Mij ten goede keren.
A
realized soul no longer sees anything as separate from Me,
for his realized knowledge of Me has destroyed such illusory
perception. Since the material body and mind were previously
accustomed to this kind of perception, it may sometimes
appear to recur; but at the time of death the self-realized
soul achieves opulences equal to Mine.
Tekst
38
Ongelukkig over
de gevolgen van een wellustig leven moet degene die nog niet
serieus Mij in overweging heeft genomen, met de gerezen weerzin
de spirituele volmaaktheid verlangend, het als zijn plicht zien
een wijze [bona-fide] persoon [van gepaste
referentie] te benaderen, een goeroe [zie ook B.G.
16:
23-24,
4.34
& 17:
14].
One
who is detached from sense gratification, knowing its result
to be miserable, and who desires spiritual perfection, but
who has not seriously analyzed the process for obtaining Me,
should approach a bona fide and learned spiritual
master.
Tekst
39
De toegewijde
moet met veel geloof en respect, vrij van afgunst net zo lang
de geestelijk leraar, die inderdaad Mij is, dienen, totdat hij
duidelijk inzicht heeft in het spirituele [zie ook
11.
17: 27].
Until
a devotee has clearly realized spiritual knowledge, he
should continue with great faith and respect and without
envy to render personal service to the guru, who is
nondifferent from Me.
Tekst
40-41
Hij dan die
niet de groep van zes beheerste [ook wel: de
anartha's],
hij die als de wagenmenner impulsief is met de zinnen, hij die
verstoken is van de kennis en de onthechting, hij die de
staf
met de drie stokken
aanwendt voor het verwerven van een inkomen en die Mij ontkent,
zichzelf en de goddelijken binnenin zichzelf, is, met het niet
hebben afgerekend met de besmetting en aldus het dharma
bedervend, ongeschikt voor deze wereld zowel als voor de
volgende.
One
who has not controlled the six forms of illusion [lust,
anger, greed, excitement, false pride and intoxication],
whose intelligence, the leader of the senses, is extremely
attached to material things, who is bereft of knowledge and
detachment, who adopts the sannyâsa order of life to
make a living, who denies the worshipable demigods, his own
self and the Supreme Lord within himself, thus ruining all
religious principles, and who is still infected by material
contamination, is deviated and lost both in this life and
the next.
Tekst
42
Het is de aard
van een bedelmonnik om gelijkmoedig en geweldloos te zijn;
boete en onderscheidingsvermogen horen bij hem die in het woud
leeft; de huishouder biedt onderdak en houdt offerplechtigheden
en een celibataire novice dient de
âcârya.
The
main religious duties of a sannyâsî are
equanimity and nonviolence, whereas for the
vânaprastha austerity and philosophical understanding
of the difference between the body and soul are prominent.
The main duties of a householder are to give shelter to all
living entities and perform sacrifices, and the
brahmacârî is mainly engaged in serving the
spiritual master.
Tekst
43
Het celibaat,
de verzaking, de reinheid, de tevredenheid en het vriendelijk
zijn voor alle levende wezens van al degenen die Mij aanbidden,
is [de plicht] van zelfs de huishouder die op de juiste
tijd [zoals verwacht wordt van hem] zijn vrouw benadert
[voor de voortplanting, zie ook voorgaand hoofdstuk en B.G.
7:
11].
A
householder may approach his wife for sex only at the time
prescribed for begetting children. Otherwise, the
householder should practice celibacy, austerity, cleanliness
of mind and body, satisfaction in his natural position, and
friendship toward all living entities. Worship of Me is to
be practiced by all human beings, regardless of social or
occupational divisions.
Tekst
44
Degene die
aldus overeenkomstig zijn aard Mij aanbidt met geen ander
voorwerp van toewijding, zal zich Mij realiseren in alle
levende wezens en bereikt een onversaagde toegewijde dienst tot
Mij.
One
who worships Me by his prescribed duty, having no other
object of worship, and who remains conscious of Me as
present in all living entities, achieves unflinching
devotional service unto Me.
Tekst
45
Middels een
niet aflatende devotie, Uddhava, komt hij tot Mij, de
Allerhoogste Beheerser van Al de Werelden, de Absolute Waarheid
en Uiteindelijke Oorzaak die alles in het leven roept en aan
alles een einde maakt.
My
dear Uddhava, I am the Supreme Lord of all worlds, and I
create and destroy this universe, being its ultimate cause.
I am thus the Absolute Truth, and one who worships Me with
unfailing devotional service comes to Me.
Tekst
46
Aldus naar zijn
eigen plichtsbesef zijn bestaan gezuiverd hebbend, volledig van
begrip voor Mijn verheven positie en begiftigd met kennis en
wijsheid, zal hij zeer spoedig samen zijn met
Mij.
Thus,
one who has purified his existence by execution of his
prescribed duties, who fully understands My supreme position
and who is endowed with scriptural and realized knowledge,
very soon achieves Me.
Tekst
47
Gekenmerkt door
een gevestigde gedragscode vergunt dit religieuze beginsel van
de volgelingen van het varnâs'rama-systeem, die aldus
verenigd zijn met deze toewijding tot Mij, de hoogste
volmaaktheid des levens.
Those
who are followers of this varnâs'rama system accept
religious principles according to authorized traditions of
proper conduct. When such varnâs'rama duties are
dedicated to Me in loving service, they award the supreme
perfection of life.
Tekst
48
O vrome ziel,
hiermee heb Ik je, zoals je vroeg, de middelen beschreven
waarmee men als toegewijde zich volmaakt in kan zetten
overeenkomstig de eigen aard en men tot Mij, de Allerhoogste
kan komen.
My
dear saintly Uddhava, I have now described to you, just as
you inquired, the means by which My devotee, perfectly
engaged in his prescribed duty, can come back to Me, the
Supreme Personality of Godhead.
*
S'rîla Bhaktisiddhânta Sarasvatî
Thhâkur citerend uit de Manu-samhitâ wijst erop dat
het woord medhyaih ofwel 'zuiver' in deze context
betekent dat terwijl hij verblijft in het woud een wijze niet
dranken gebaseerd op honing moet aanvaarden, noch het vlees van
dieren, schimmels, paddestoelen, mierikswortel of welke
hallucinogene of bedwelmende kruiden dan ook, zelfs die
ingenomen als een zogenaamd medicijn.
**
Shastri C.L. Goswami geeft hier als commentaar bij zijn
vertaling van het boek: 'De s'ruti stelt vast dat een
brâhmana een kluizenaar kan blijken te zijn
wanneer ook maar vairâgya zich in hem voordoet,
ongeacht het levensstadium waarin hij zich bevindt'.
