regelbalk


 

Canto 10

Dâlâlera Gîtâ

  

 

Hoofdstuk 24: Krishna in Tegen Indra ten Gunste van de Brahmanen, de Koeien en de Heuvel Govardhana

(1) S'rî S'uka zei: 'De Allerhoogste Heer zich ophoudend in diezelfde plaats [Vraja] in het gezelschap van ook Baladeva, zag hoe de gopa's druk in de weer waren met het regelen van een offerplechtigheid voor Indra. (2) Hoewel de Allerhoogste Heer, de Ziel van Allen die Allen Overschouwt, wist wat dat betekende [zie B.G. 9: 23], verboog Hij zich nederig en deed Hij navraag bij de ouderen aangevoerd door Nanda [Zijn stiefvader]: (3) 'Vertel Me, beste vader, wat al dit gedoe te betekenen heeft waarmee u bent opgezadeld, waar leidt dat toe, voor wie doet men het en met welke middelen wil men dit offer volbrengen? (4) Vertel Me er alstublieft over, Ik heb dit sterke verlangen erover te vernemen o vader; het kan toch niet zo zijn dat de handelingen die men hier aantreft van de geheiligden die allen gelijkgezind zijn - gelijk in wat het hunne is of van anderen of wie een vriend of vijand is of een neutraal iemand - iets zou zijn waar je geheimzinnig over doet, is het wel? (5) Een onverschillige persoon moet als een vijand worden gemeden terwijl een medestander moet worden behandeld als je eigen zelf zo zegt men. (6) Mensen houden zich met deze activiteiten bezig met begrip voor wat ze doen, maar ook zonder te begrijpen wat ze doen; voor zij die wijs weten wat ze doen is er dan de volmaaktheid te vinden met de arbeid die men verricht, maar voor dwazen zonder dat benul is die volmaaktheid niet in zicht. (7) Met die wijsheid, vraag Ik u, of deze gezamenlijke inspanning van jullie iets is dat voorgeschreven staat [in de geschriften] of enkel maar een gebruik is; dat moet u Me duidelijk uitleggen.'

(8) S'rî Nanda zei: 'Indra is de grote heer van de regen, de wolken zijn zijn persoonlijke representanten, zij verschaffen de regen voor alle levende wezens die net als melk de voedende levenskracht is. (9) Voor het vocht dat hij loslaat aanbidden wij en andere mensen ook met allerlei dingen en vuuroffers hem, die heer en meester van de wolken, mijn beste zoon. (10) Met wat ervan overblijft houden de mensen hun levens op de drievoudige manier in stand [religieus, economisch en zinnelijk]; hij is het bovenmenselijk wezen dat hen de vruchten brengt die in hun menselijke handelingen op resultaten uit zijn. (11) Een ieder die deze religieuze plicht die ons per traditie werd doorgegeven afwijst is een persoon die vanwege lust, vijandigheid, angst en hebzucht voorzeker niet de schittering [van God] kan bereiken [zie B.G. 10: 36].'

(12) S'rî S'uka zei: 'Toen Hij had geluisterd naar wat Nanda en ook de andere ingezetenen van Vraja te zeggen hadden, sprak Heer Kes'ava tot Zijn vader op een manier die Heer Indra kwaad maakte. (13) De Allerhoogste Heer zei: 'Het is vanwege karma dat een levend wezen geboorte neemt, het is door karma alleen dat hij voor vernietiging komt te staan; geluk en ongeluk, geborgenheid en angst zijn allen het resultaat van karma. (14) Als er dan een of andere beheerser zou zijn die beloont met de vruchten van arbeid die door anderen werd verricht, dan is die heerser nog steeds afhankelijk van iemand die [vanuit zijn karma] offers brengt; per slot van rekening is er geen sprake van de meester te zijn als er niemand is die productieve arbeid verricht! (15) Dus wat hebben levende wezens, die ieder de weg van hun eigen karma volgen, te maken met Indra die ook niets kan doen aan wat er voor mensen overeenkomstig hun aard is weggelegd? (16) Een persoon inderdaad wordt beheerst door zijn eigen aard - hij volgt zijn aard; deze ganse wereld met zijn goden, demonen en gewone mensen bestaat op basis van ieder zijn eigen aard. (17) De hoger of lager geëvolueerde lichamen die de levende wezens verwerven en opgeven als gevolg van hun handelingen, maken dat hun karma hun vijand, hun vriend of onpartijdige rechter is; dat karma alleen is hun beheerser, hun goeroe [zie ook B.G. 8: 15 & 16, 4.29: 26-27 en 7.7: 46-47]. (18) Daarom behoort men, vasthoudend aan de eigen plichten zonder veel moeite tewerk gaand, respect te oefenen voor het karma van de eigen aard [zie varnâs'rama]; men leeft met dat karma, het is dat karma dat zonder twijfel iemands aanbiddelijke godheid is. (19) Zoals een overspelige vrouw met haar minnaar, behaalt men geen wezenlijk voordeel zijn heil zoekend bij een ander wezen dan het wezen [de aanbiddelijke godheid] waar men zijn leven aan ontleent. (20) De geschoolden leven naar de Veda's, de heersende klasse leeft van het beschermen van de aarde, de vais'ya's leven van handel drijven en de s'ûdra van het dienen van de tweemaal geborenen [de voorgaande drie, zie ook 7.11: 21-24]. (21) Landbouwen, handel drijven, koeien beschermen en nummer vier bankieren zegt men is de viervoudige beroepsmatige plicht [van de vais'ya]; van dezen is dat waar wij mee bezig zijn de constante zorg voor de koeien. (22) Van de goedheid, de hartstocht en de onwetendheid veroorzaakt door handhaving, schepping en vernietiging [zie guna] werd door de geaardheid hartstocht [het rond bewegen] dit universum voortgebracht en is er van het tweevoudige de verscheidenheid van de wereld. (23) De wolken ertoe gedreven door die hartstocht storten overal hun water uit en door dat water handhaven ze eenvoudig de bevolking, dus wat zou Indra dan doen? (24) De steden, de cultuurgebieden en de dorpen zijn niet de plaatsen waar we thuis zijn, we zijn de mensen van het bos beste vader, we leven altijd in de wouden en de heuvels. (25) Laten we daarom een begin maken met een offerplechtigheid voor de koeien, de brahmanen en de heuvel [Govardhana], en moge dit worden uitgevoerd met de benodigdheden voor het offer voor Indra! [zie ook voetnoot 10.8*3] (26) Laten we allerlei soorten van gerechten en soepen bereiden, te beginnen met zoete rijst, havermout, broodjes en gebak en laten we allerlei soorten melkproducten gebruiken. (27) Voedt de vuren naar behoren met het voedsel goed klaargemaakt door de brahmanen die thuis zijn in de Veda's; hen moet u belonen met koeien. (28) Zoals dat gepast is voor iedereen moet er ook worden gedacht aan honden en uitgestotenen en andere gevallen zielen, gras moet worden gegeven aan de koeien en voor de berg moeten allerlei offers worden gebracht. (29) Mooi opgesierd en met ons buikje vol moeten met ons in onze beste kleren en ingesmeerd met sandelhoutpasta de koeien, de brahmanen, de vuren en de heuvel [altijd rechts gehouden] omlopen worden. (30) Dit is wat Ik denk o vader, moge dat geschieden als u het goed vindt, daar dit voor de koeien, de brahmanen en de heuvel een feest is dat ook Mij naar de zin is.'

(31) S'rî S'uka zei: 'Deze woorden horend uitgesproken door de Allerhoogste Heer, de Tijd in eigen persoon, met de bedoeling de trots van Indra te breken, aanvaarden Nanda en de oudere mannen ze als zijnde uitstekend. (32-33) En zo brachten ze alles ten uitvoer waar Madusûdhana over had gesproken: ze zorgden voor de geslaagde manier van het reciteren met de hulpmiddelen die ter beschikking stonden; de heuvel, de brahmanen betuigden ze allen gezamenlijk respectvol de eer; de koeien, de stieren en kalveren werden gras voorgezet en vervolgens ging men over tot het omlopen van de heuvel. (34) De koeherdersvrouwen fraai opgesierd rijdend op wagens getrokken door ossen bezongen, tezamen met de tweemaal geborenen die hun heilswensen uitriepen, de heerlijkheden van S'rî Krishna. (35) Toen, om de gopa's in hun geloof te sterken, nam Krishna een andere gedaante aan met de woorden 'Ik ben de heuvel' en verzwolg Hij de overvloed aan offergaven met het gigantische van Zijn lichaam [zie vapu en de voetnoot*]. (36) Voor Hem tezamen met het volk van Vraja bracht Hij middels Zichzelf aan Zichzelf Zijn eerbetuigingen: 'Oh, zie toch, hoe deze heuvel in eigen persoon aanwezig ons de genade heeft vergund!'

 

 

next          

 
 

 Tweede editie, geladen 20 mei 2008.

 

 

 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande tekst in het Nederlands beschikbaar):

Worshiping Govardhana Hill

 

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'De Allerhoogste Heer zich ophoudend in diezelfde plaats [Vraja] in het gezelschap van ook Baladeva, zag hoe de gopa's druk in de weer waren met het regelen van een offerplechtigheid voor Indra.

S'ukadeva Gosvâmî said: While staying in that very place with His brother Baladeva, Lord Krishna happened to see the cowherd men busily arranging for a sacrifice to Indra. (Vedabase)

 

Tekst 2

Hoewel de Allerhoogste Heer, de Ziel van Allen die Allen Overschouwt, wist wat dat betekende [zie B.G. 9: 23], verboog Hij zich nederig en deed Hij navraag bij de ouderen aangevoerd door Nanda [Zijn stiefvader]:

Being the omniscient Supersoul, the Supreme Lord Krishna already understood the situation, yet He still humbly inquired from the elders, headed by His father, Nanda Mahârâja. (Vedabase)

 

Tekst 3

'Vertel Me, beste vader, wat al dit gedoe te betekenen heeft waarmee u bent opgezadeld, waar leidt dat toe, voor wie doet men het en met welke middelen wil men dit offer volbrengen?

[Lord Krishna said:] My dear father, kindly explain to Me what this great endeavor of yours is all about. What is it meant to accomplish? If this is a ritual sacrifice, then for whose satisfaction is it intended and by what means is it going to be executed? (Vedabase)

 

Tekst 4

Vertel Me er alstublieft over, Ik heb dit sterke verlangen erover te vernemen o vader; het kan toch niet zo zijn dat de handelingen die men hier aantreft van de geheiligden die allen gelijkgezind zijn - gelijk in wat het hunne is of van anderen of wie een vriend of vijand is of een neutraal iemand - iets zou zijn waar je geheimzinnig over doet, is het wel?

Please tell Me about it, O father. I have a great desire to know and am ready to hear in good faith. Certainly, no secrets are to be kept by saintly personalities, who see all others as equal to themselves, who have no conception of "mine" or "another's" and who do not consider who is a friend, who is an enemy and who is neutral. (Vedabase)

 

Tekst 5

Een onverschillige persoon moet als een vijand worden gemeden terwijl een medestander moet worden behandeld als je eigen zelf zo zegt men.

One who is neutral may be avoided like an enemy, but a friend should be considered like one's own self. (Vedabase)

 

Tekst 6

Mensen houden zich met deze activiteiten bezig met begrip voor wat ze doen, maar ook zonder te begrijpen wat ze doen; voor zij die wijs weten wat ze doen is er dan de volmaaktheid te vinden met de arbeid die men verricht, maar voor dwazen zonder dat benul is die volmaaktheid niet in zicht.

When people in this world perform activities, sometimes they understand what they are doing and sometimes they don't. Those who know what they are doing achieve success in their work, whereas ignorant people do not. (Vedabase)

   

Tekst 7

Met die wijsheid, vraag Ik u, of deze gezamenlijke inspanning van jullie iets is dat voorgeschreven staat [in de geschriften] of enkel maar een gebruik is; dat moet u Me duidelijk uitleggen.'

Such being the case, this ritualistic endeavor of yours should be clearly explained to Me. Is it a ceremony based on scriptural injunction, or simply a custom of ordinary society? (Vedabase)

 

Tekst 8

S'rî Nanda zei: 'Indra is de grote heer van de regen, de wolken zijn zijn persoonlijke representanten, zij verschaffen de regen voor alle levende wezens die net als melk de voedende levenskracht is.

Nanda Mahârâja replied: The great Lord Indra is the controller of the rain. The clouds are his personal representatives, and they directly provide rainwater, which gives happiness and sustenance to all creatures. (Vedabase)

  

Tekst 9

Voor het vocht dat hij loslaat aanbidden wij en andere mensen ook met allerlei dingen en vuuroffers hem, die heer en meester van de wolken, mijn beste zoon.

Not only we, my dear son, but also many other men worship him, the lord and master of the rain-giving clouds. We offer him grain and other paraphernalia of worship produced through his own discharge in the form of rain. (Vedabase)

 

 Tekst 10

Met wat ervan overblijft houden de mensen hun levens op de drievoudige manier in stand [religieus, economisch en zinnelijk]; hij is het bovenmenselijk wezen dat hen de vruchten brengt die in hun menselijke handelingen op resultaten uit zijn.

By accepting the remnants of sacrifices performed to Indra, people sustain their lives and accomplish the threefold aims of religiosity, economic development and sense gratification. Thus Lord Indra is the agent responsible for the fruitive success of industrious people. (Vedabase)

   

Tekst 11

Een ieder die deze religieuze plicht die ons per traditie werd doorgegeven afwijst is een persoon die vanwege lust, vijandigheid, angst en hebzucht voorzeker niet de schittering [van God] kan bereiken [zie B.G. 10: 36].'

This religious principle is based on sound tradition. Anyone who rejects it out of lust, enmity, fear or greed will certainly fail to achieve good fortune. (Vedabase)

 

Tekst 12

S'rî S'uka zei: 'Toen Hij had geluisterd naar wat Nanda en ook de andere ingezetenen van Vraja te zeggen hadden, sprak Heer Kes'ava tot Zijn vader op een manier die Heer Indra kwaad maakte.

S'ukadeva Gosvâmî said: When Lord Kes'ava [Krishna] heard the statements of His father, Nanda, and other senior residents of Vraja, He addressed His father as follows, to arouse anger in Lord Indra. (Vedabase)

 

Tekst 13

De Allerhoogste Heer zei: 'Het is vanwege karma dat een levend wezen geboorte neemt, het is door karma alleen dat hij voor vernietiging komt te staan; geluk en ongeluk, geborgenheid en angst zijn allen het resultaat van karma.

Lord Krishna said: It is by the force of karma that a living entity takes birth, and it is by karma alone that he meets his destruction. His happiness, distress, fear and sense of security all arise as the effects of karma. (Vedabase)

 

Tekst 14

Als er dan een of andere beheerser zou zijn die beloont met de vruchten van arbeid die door anderen werd verricht, dan is die heerser nog steeds afhankelijk van iemand die [vanuit zijn karma] offers brengt; per slot van rekening is er geen sprake van de meester te zijn als er niemand is die productieve arbeid verricht!

Even if there is some supreme controller who awards all others the results of their activities, He must also depend upon a performer's engaging in activity. After all, there is no question of being the bestower of fruitive results unless fruitive activities have actually been performed. (Vedabase)

  

Tekst 15

Dus wat hebben levende wezens, die ieder de weg van hun eigen karma volgen, te maken met Indra die ook niets kan doen aan wat er voor mensen overeenkomstig hun aard is weggelegd?

Living beings in this world are forced to experience the consequences of their own particular previous work. Since Lord Indra cannot in any way change the destiny of human beings, which is born of their own nature, why should people worship him? (Vedabase)

 

Tekst 16

Een persoon inderdaad wordt beheerst door zijn eigen aard - hij volgt zijn aard; deze ganse wereld met zijn goden, demonen en gewone mensen bestaat op basis van ieder zijn eigen aard.

Every individual is under the control of his own conditioned nature, and thus he must follow that nature. This entire universe, with all its demigods, demons and human beings, is based on the conditioned nature of the living entities. (Vedabase)

 

Tekst 17

De hoger of lager geëvolueerde lichamen die de levende wezens verwerven en opgeven als gevolg van hun handelingen, maken dat hun karma hun vijand, hun vriend of onpartijdige rechter is; dat karma alleen is hun beheerser, hun goeroe [zie ook B.G. 8: 15 & 16, 4.29: 26-27 en 7.7: 46-47].

Because it is karma that causes the conditioned living entity to accept and then give up different high-and low-grade material bodies, this karma is his enemy, friend and neutral witness, his spiritual master and controlling lord. (Vedabase)

 

Tekst 18

Daarom behoort men, vasthoudend aan de eigen plichten zonder veel moeite tewerk gaand, respect te oefenen voor het karma van de eigen aard [zie varnâs'rama]; men leeft met dat karma, het is dat karma dat zonder twijfel iemands aanbiddelijke godheid is.

Therefore one should seriously worship work itself. A person should remain in the position corresponding to his nature and should perform his own duty. Indeed, that by which we may live nicely is really our worshipable deity. (Vedabase)

 

Tekst 19

Zoals een overspelige vrouw met haar minnaar, behaalt men geen wezenlijk voordeel zijn heil zoekend bij een ander wezen dan het wezen [de aanbiddelijke godheid] waar men zijn leven aan ontleent.

If one thing is actually sustaining our life but we take shelter of something else, how can we achieve any real benefit? We would be like an unfaithful woman, who can never achieve any actual benefit by consorting with her paramour. (Vedabase)

 

Tekst 20

De geschoolden leven naar de Veda's, de heersende klasse leeft van het beschermen van de aarde, de vais'ya's leven van handel drijven en de s'ûdra van het dienen van de tweemaal geborenen [de voorgaande drie, zie ook 7.11: 21-24].

The brâhmana maintains his life by studying and teaching the Vedas, the member of the royal order by protecting the earth, the vais'ya by trade, and the s'ûdra by serving the higher, twice-born classes. (Vedabase)

 

Tekst 21

Landbouwen, handel drijven, koeien beschermen en nummer vier bankieren zegt men is de viervoudige beroepsmatige plicht [van de vais'ya]; van dezen is dat waar wij mee bezig zijn de constante zorg voor de koeien.

The occupational duties of the vais'ya are conceived in four divisions: farming, commerce, cow protection and moneylending. Out of these, we as a community are always engaged in cow protection. (Vedabase)

 

Tekst 22

Van de goedheid, de hartstocht en de onwetendheid veroorzaakt door handhaving, schepping en vernietiging [zie guna] werd door de geaardheid hartstocht [het rond bewegen] dit universum voortgebracht en is er van het tweevoudige de verscheidenheid van de wereld.

The causes of creation, maintenance and destruction are the three modes of nature - namely goodness, passion and ignorance. In particular, the mode of passion creates this universe and through sexual combination causes it to become full of variety. (Vedabase)

 

Tekst 23

De wolken ertoe gedreven door die hartstocht storten overal hun water uit en door dat water handhaven ze eenvoudig de bevolking, dus wat zou Indra dan doen?

Impelled by the material mode of passion, the clouds pour down their rain everywhere, and by this rain all creatures gain their sustenance. What has the great Indra to do with this arrangement? (Vedabase)

 

Tekst 24

De steden, de cultuurgebieden en de dorpen zijn niet de plaatsen waar we thuis zijn, we zijn de mensen van het bos beste vader, we leven altijd in de wouden en de heuvels.

My dear father, our home is not in the cities or towns or villages. Being forest dwellers, we always live in the forest and on the hills. (Vedabase)

 

Tekst 25

Laten we daarom een begin maken met een offerplechtigheid voor de koeien, de brahmanen en de heuvel [Govardhana], en moge dit worden uitgevoerd met de benodigdheden voor het offer voor Indra! [zie ook voetnoot 10.8*3]

Therefore may a sacrifice for the pleasure of the cows, the brâhmanas and Govardhana Hill begin! With all the paraphernalia collected for worshiping Indra, let this sacrifice be performed instead. (Vedabase)

 

Tekst 26

Laten we allerlei soorten van gerechten en soepen bereiden, te beginnen met zoete rijst, havermout, broodjes en gebak en laten we allerlei soorten melkproducten gebruiken.

Let many different kinds of food be cooked, from sweet rice to vegetable soups! Many kinds of fancy cakes, both baked and fried, should be prepared. And all the available milk products should be taken for this sacrifice. (Vedabase)

 

Tekst 27

Voedt de vuren naar behoren met het voedsel goed klaargemaakt door de brahmanen die thuis zijn in de Veda's; hen moet u belonen met koeien.

The brâhmanas who are learned in the Vedic mantras must properly invoke the sacrificial fires. Then you should feed the priests with nicely prepared food and reward them with cows and other gifts. (Vedabase)

 

Tekst 28

Zoals dat gepast is voor iedereen moet er ook worden gedacht aan honden en uitgestotenen en andere gevallen zielen, gras moet worden gegeven aan de koeien en voor de berg moeten allerlei offers worden gebracht.

After giving the appropriate food to everyone else, including such fallen souls as dogs and dog-eaters, you should give grass to the cows and then present your respectful offerings to Govardhana Hill. (Vedabase)

 

Tekst 29

Mooi opgesierd en met ons buikje vol moeten met ons in onze beste kleren en ingesmeerd met sandelhoutpasta de koeien, de brahmanen, de vuren en de heuvel [altijd rechts gehouden] omlopen worden.

After everyone has eaten to his satisfaction, you should all dress and decorate yourselves handsomely, smear your bodies with sandalwood paste and then circumambulate the cows, the brâhmanas, the sacrificial fires and Govardhana Hill. (Vedabase)

 

Tekst 30

Dit is wat Ik denk o vader, moge dat geschieden als u het goed vindt, daar dit voor de koeien, de brahmanen en de heuvel een feest is dat ook Mij naar de zin is.'

This is My idea, O father, and you may carry it out if it appeals to you. Such a sacrifice will be very dear to the cows, the brâhmanas and Govardhana Hill, and also to Me. (Vedabase)

 

Tekst 31

S'rî S'uka zei: 'Deze woorden horend uitgesproken door de Allerhoogste Heer, de Tijd in eigen persoon, met de bedoeling de trots van Indra te breken, aanvaarden Nanda en de oudere mannen ze als zijnde uitstekend.

S'ukadeva Gosvâmî said: Lord Krishna, who is Himself powerful time, desired to destroy the false pride of Lord Indra. When Nanda and the other senior men of Vrindâvana heard S'rî Krishna's statement, they accepted His words as proper. (Vedabase)

 

Tekst 32-33

En zo brachten ze alles ten uitvoer waar Madusûdhana over had gesproken: ze zorgden voor de geslaagde manier van het reciteren met de hulpmiddelen die ter beschikking stonden; de heuvel, de brahmanen betuigden ze allen gezamenlijk respectvol de eer; de koeien, de stieren en kalveren werden gras voorgezet en vervolgens ging men over tot het omlopen van de heuvel.

The cowherd community then did all that Madhusûdana had suggested. They arranged for the brâhmanas to recite the auspicious Vedic mantras, and using the paraphernalia that had been intended for Indra's sacrifice, they presented offerings to Govardhana Hill and the brâhmanas with reverential respect. They also gave grass to the cows. Then, placing the cows, bulls and calves in front of them, they circumambulated Govardhana. (Vedabase)

 

Tekst 34

De koeherdersvrouwen fraai opgesierd rijdend op wagens getrokken door ossen bezongen, tezamen met de tweemaal geborenen die hun heilswensen uitriepen, de heerlijkheden van S'rî Krishna.

As the beautifully ornamented cowherd ladies followed along, riding on wagons drawn by oxen, they sang the glories of Lord Krishna, and their songs mingled with the brâhmanas' chanting of benedictions. (Vedabase)

 

Tekst 35

Toen, om de gopa's in hun geloof te sterken, nam Krishna een andere gedaante aan met de woorden 'Ik ben de heuvel' en verzwolg Hij de overvloed aan offergaven met het gigantische van Zijn lichaam [zie vapu en de voetnoot*].

Krishna then assumed an unprecedented, huge form to instill faith in the cowherd men. Declaring "I am Govardhana Mountain!" He ate the abundant offerings. (Vedabase)

 

Tekst 36

Voor Hem tezamen met het volk van Vraja bracht Hij middels Zichzelf aan Zichzelf Zijn eerbetuigingen: 'Oh, zie toch, hoe deze heuvel in eigen persoon aanwezig ons de genade heeft vergund!'  

Together with the people of Vraja, the Lord bowed down to this form of Govardhana Hill, thus in effect offering obeisances to Himself. Then He said, "Just see how this hill has appeared in person and bestowed mercy upon us! (Vedabase)

 

* S'rîla Prabhupâda schrijft hierbij (Krishnaboek ch. 24): "De identiteit van Krishna en de heuvel Govardhana wordt nog steeds hoog gehouden, en grote toegewijden nemen stukken steen van de heuvel Govardhana mee en aanbidden ze precies zoals ze de beeltenis van Krishna aanbidden in de tempels. Toegewijden verzamelen om die reden keien en steentjes van de heuvel Govardhana en vereren ze thuis, omdat deze aanbidding even goed is als het aanbidden van een beeltenis."

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Het schilderij op deze pagina is van
Drigha devî dâsî (Dominique Amendola)
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties