Tweede editie,
geladen 17 juni 2009

Voorgaande
Aadhar-editie en
Vedabase links:
Tekst
1
De
Allerhoogste Heer zei: 'Iemand die, toegerust met de kennis
overeenkomstig de orale traditie, zelfgerealiseerd is en zich
niet verliest in gissingen over wat ware kennis is, moet, op de
hoogte van het feit dat dit universum zowel als de kennis
erover in hoge mate illusoir is, zijn schreden naar Mij
richten.
De
Allerhoogste Heer zei: 'Iemand die, toegerust met de kennis
naar de orale traditie, zelfgerealiseerd niet aan het
speculeren is moet, dit universum - zowel als de kennis
erover - kennende als in hoge mate illusoir, zijn schreden
naar Mij richten. (Vedabase)
Tekst
2
Voor de
spiritueel filosoof ben Ik de enige ware liefde, het
eigenbelang, het motief en de slotconclusie alsook de
verheffing en de weg naar de hemel; buiten Mij als zijnde de
favoriet bestaat er voor hem geen ander doel.
Voor
de spiritueel filosoof ben Ik alleen waarlijk de geliefde,
het eigenbelang, het motief en de overeenkomst als ook de
verheffing en de weg naar de hemel; voorwaar buiten Mij als
favoriet kent hij geen ander doel.
(Vedabase)
Tekst
3
Zij die in
ieder opzicht volkomen zijn in de kennis en de wijsheid, kennen
Mijn lotusvoeten als het allerhoogste voorwerp [van
aanbidding] en om die reden is de geleerde
transcendentalist die op basis van de spirituele kennis aan Mij
vasthoudt, Mij het meest dierbaar [zie ook B.G.
7:
17-18].
Zij
die alleszins volkomen zijn in de kennis en de wijsheid,
kennen Mijn lotusvoeten als het allerhoogste voorwerp en
aldus is de geschoolde transcendentalist die middels de
spirituele kennis vast houdt aan Mij, Mij het meest dierbaar
[zie ook B.G. 7:
17-18].(Vedabase)
Tekst
4
Dat wat het
loon is van verzakingen, het bezoeken van heilige plaatsen, het
doen van japa, het beoefenen van liefdadigheid en het
verrichten van andere vrome daden is niet te vergelijken met de
volmaaktheid die men verwerft met slechts een fractie van deze
spirituele kennis [vergelijk 10.46:
32-33].
Dat
wat het loon is van verzakingen, het bezoeken van heilige
oorden, het doen van japa, het beoefenen van liefdadigheid
en het doen van andere vrome daden kan zich niet meten met
de volmaaktheid die het loon is van een fractie van deze
spirituele kennis [vergelijk 10.46: 32-33].
(Vedabase)
Tekst
5
Aanbid daarom
liefdevol gestemd Mij met de spirituele kennis waarmee je je
ziel kent o beste Uddhava, en waarmee je van succes bent met de
kennis en de wijsheid.
Aanbid
daarom met de spirituele kennis je eigen ziel kennend, beste
Uddhava, van succes met de kennis en de wijsheid, Mij
[delend] in de stemming der toegewijde dienst.
(Vedabase)
Tekst
6
De wijzen
verzekerden zich van de hoogste volmaaktheid door met het offer
van de vedische kennis en wijsheid Mij, de Heer van Alle
offers, te aanbidden die de Opperziel in henzelf
is.
Met
het offer van de vedische kennis en wijsheid Mij aanbeden
hebbend, de Opperziel in henzelve - Mij, de Heer van Alle
Offers, waren de wijzen er zeker van de hoogste volmaaktheid
te verwerven. (Vedabase)
Tekst
7
O Uddhava, de
manifeste wereld die is verdeeld in drie afdelingen en zich
voortdurend omvormt, bestaat uit de begoochelende energie die
zich in het heden doet gelden. Maar omdat die manifestatie niet
aanwezig is in den beginne en er ook niet meer is als het einde
daar is, mag je je afvragen in welke relatie ze [de
geaardheden] dan tot [het ware van] jou staan. Ze
hebben slechts betrekking op het geboren worden en zo meer van
je materiële lichaam. Dat wat er eerst niet was en er op
het einde ook niet is, is er enkel maar tijdelijk.'
O
Uddhava, dat wat zich heeft gevestigd, is verdeeld in drie
afdelingen en zich voortdurend omvormt, is de begoochelende
energie die zich doet gelden in het heden, maar aangezien
die niet aanwezig is in den beginne noch aan het eind, in
welke relatie zouden dan, als ze [deze drie, zie
tri-kâlika en guna] slechts betrekking hebben op
de geboorte en dat alles van je materiële lichaam,
dezen dan staan tot [het ware van] jou? Dat wat er
eerst niet was en er op het einde ook niet is, is er enkel
maar tussentijds.'
(Vedabase)
Tekst
8
S'rî
Uddhava zei: 'O Beheersing van het Universum, o Jij in de
Gedaante van het Universum, verklaar alsJeblieft de bhakti-yoga
jegens Jou waar ook de groten op uit zijn, en die deze
uitgebreide, terdege gevestigde kennis omvat die zo
traditioneel is als de [oorspronkelijke] onthechting en
wijsheid [van Brahmâ].
S'rî
Uddhava zei: 'AlsJeblieft o Beheerser van het Universum, o
Jij in de Gedaante van het Universum, verklaar Mij de
bhakti-yoga voor Jou waar ook de groten op uit zijn, met
inbegrip van deze uitgebreide, ter dege gevestigde kennis
die zo traditioneel is als de [oorspronkelijke]
onthechting en wijsheid [van
Brahmâ].
(Vedabase)
Tekst
9
O Heer, voor
degene die gekweld op de gewelddadige materiële weg is
overweldigd door de drievoudige misère [zie
1.17:
19], zie
ik geen andere beschutting dan het bladerdak van Jouw twee
lotusvoeten die de nectar doen neerregenen.
O
Heer, voor degene die, gekweld op de gewelddadige
materiële weg, is overweldigd door de drievoudige
misère [zie 1.17: 19], zie ik geen andere
beschutting dan het bladerdak van Jouw twee lotusvoeten die
de nectar doen regenen. (Vedabase)
Tekst
10
AlsJeblieft
beur deze persoon op die, gebeten door de slang van de tijd,
hopeloos ten val kwam in dit donkere gat. Beur deze persoon op
die zo erg smacht naar wat onbeduidend geluk. O Macht van het
Verstaan, stort uit Je woorden van genade die iemand tot de
bevrijding wekken!'
AlsJeblieft
beur deze persoon op die, gebeten door de slang van de tijd,
hopeloos neerviel in dit donkere gat, beur deze persoon op
die zo geweldig smacht naar wat onbeduidend geluk; o Macht
van het Verstaan, stort uit Je woorden van genade die iemand
tot de bevrijding wekken!'
(Vedabase)
Tekst
11
De Allerhoogste
Heer zei: 'Wat je nu vraagt werd in het verleden door de koning
die niemand als zijn vijand beschouwt [Yudhishthhira]
gevraagd aan Bhîshma, de beste van de verdedigers van het
dharma, terwijl wij allen aanwezig aandachtig luisterden
[zie 1.9:
25-42].
De
Allerhoogste Heer zei: 'Dit wat je vraagt werd in het
verleden door de koning die niemand als zijn vijand
beschouwt [Yudhishthhira] gevraagd aan
Bhîshma, de beste van de verdedigers van het dharma,
in het bijzijn van ons allen die nauwgelet luisterden
[zie 1.9: 25-42 ]. (Vedabase)
Tekst
12
Toen de oorlog
tussen de nazaten van Bharata voorbij was, vroeg hij, overmand
door de vernietiging van zijn geliefde weldoeners, wat, met
alles wat hij had gehoord over de vele religieuze beginselen,
nu uiteindelijk de aard van de bevrijding is.
Toen
de oorlog tussen de nazaten van Bharata voorbij was, vroeg
hij, overmand door de vernietiging van zijn geliefde
weldoeners, met het vernomen hebben over de vele religieuze
beginselen op het laatst naar de aard van de bevrijding.
(Vedabase)
Tekst
13
Ik zal je de
vedische kennis beschrijven die bestaat uit onthechting,
zelfverwerkelijking, geloof en toegewijde dienst, zoals die
vernomen werd uit de mond van degene die voor God een eed had
afgelegd [te weten Bhîshma].
Ik
zal je de vedische kennis beschrijven bestaande uit
onthechting, zelfverwerkelijking, geloof en toegewijde
dienst, zoals die vernomen werd uit de mond van degene die
voor God een eed had afgelegd [te weten
Bhîshma]. (Vedabase)
Tekst
14
Als men met de
negen, elf, vijf en drie elementen
die men
terugvindt in alle levende wezens getrouw de waarheid het ene
element [van de Geest van het Absolute, de Superziel, de
Heer, zie 1.2:
11] in hen
ziet, draagt die spirituele kennis Mijn goedkeuring
weg.
Met
de negen, elf, vijf en drie elementen in alle levende wezens
naar waarheid het ene element [van de Tijd, de
Superziel, de Heer, zie 1.2: 11] in hen zien, is de
spirituele kennis die Mijn goedkeuring wegdraagt.
(Vedabase)
Tekst
15
Niet van al de
elementen onderhevig aan de drie geaardheden zijnd maar meer de
Ene die dit universum handhaaft, schept en vernietigt voor zich
ziend, is men feitelijk van de kennis der zelfverwerkelijking
[vijñâna].
Niet
van al de elementen onderhevig aan de drie geaardheden zijnd
moet men het bezien met de Ene die dit universum handhaaft,
schept en vernietigt; het zo ziend is voorzeker de kennis
der verwerkelijking [vijñâna].
(Vedabase)
Tekst
16
Met moet alleen
datgene als het ware en eeuwige beschouwen wat zowel aanwezig
is in den beginne, als in de tussentijd waarin het met de ene
vorm overgaat in de andere, als op het laatst wanneer het zich
handhaaft als alles zijn vernietiging vindt.
Dat
[of Hij] wat van de ene productie naar de andere van
begeleiding is in de aanvang, op het eind en in de
tussentijd en zich handhaaft met de vernietiging wederom van
dat alles, is voorwaar de Ware Doener.
(Vedabase)
Tekst
17
Met de vier
soorten van bewijs - de vedische waarheid
[s'ruti], de waarheid van de directe ervaring
[pratyaksha], de waarheid per traditie
[aitihya of smriti], en de waarheid van
het logisch doorredeneren [anumâna] -
ontwikkelt men onthechting van de wisselvallige aard van de
werkelijkheid der tegenstellingen [zie pramâna].
Met
de vier soorten van bewijs - de vedische waarheid
[s'ruti], de waarheid van de directe ervaring
[pratyaksha], de waarheid per traditie [aitihya
of smriti], en de waarheid van het logisch doorredeneren
[anumâna] - raakt men onthecht van de
wisselvallige aard van de werkelijkheid der tegenstellingen
[zie pramâna]. (Vedabase)
Tekst
18
Omdat alle
materiële activiteiten van voorbijgaande aard zijn is er
tot aan de wereld van Viriñca
[brahmaloka] het ongeluk te vinden. Een
intelligente persoon die inziet dat al wat men ervaren heeft
tijdgebonden is zal ook begrijpen dat dat evenzo geldt voor al
het overige in het universum [zie tevens
shath-ûrmi,
11.3:
20 en B.G.
8:
16].
Omdat
alle materiële aktiviteiten van voorbijgaande aard zijn
is er tot aan de wereld van Viriñca
[brahmaloka] het ongeluk te vinden; een intelligente
persoon behoort dat wat werd ervaren als ook dat wat niet
werd ervaren als tijdelijk te zien [zie tevens
shath-ûrmi, 11.3; 20 en B.G. 8:
16].
(Vedabase)
Tekst
19
Omdat je van Me
houdt sprak Ik voorheen met je over bhakti-yoga, o zondeloze.
Laat Me nu ook uitweiden over de manier waarop men de
verheffing van Mijn toegewijde dienst bereikt.
Ik
had het voorheen met jou, die de liefde heeft ontwikkeld,
over bhakti-yoga, o zondenloze, laat Me ook uitweiden over
de eigenlijke methoden van verheffing van de toegewijde
dienst voor Mij. (Vedabase)
Tekst
20-24
Geloof in de
nectar van de vertellingen over Mij, steeds Mijn heerlijkheden
bezingen, verankerd zijn in de gehechtheid van de
ceremoniële aanbidding, zich met lofzangen en gebed tot
Mij verhouden; van een hoge achting zijn voor Mijn toegewijde
dienst, met het hele lichaam zijn eerbetuigingen brengen, van
de eersteklas aanbidding van Mijn toegewijden zijn, zich bewust
zijn van Mij als zijnde aanwezig in alle levende wezens, alles
wat men normaal doet aan Mij opdragen alsook het met woorden
hooghouden van Mijn kwaliteiten, de geest op Mij richten en
alle materiële begeerten afwijzen; te Mijnentwille het
opgeven met het geld alsook met het zinnelijk genot, het
materieel geluk en de hartstochten; aan liefdadigheid doen en
offers brengen in eerbetoon, de namen herhalen om Mij te
bereiken en zich aan geloften en verzakingen houden; dat zijn
de manieren waarop, Uddhava, bij die mensen die zich
daadwerkelijk inzetten voor het dharma, zich de liefdevolle
dienst voor Mij ontwikkelt - welk ander doel zou er voor Mijn
toegewijde nou overblijven?
Geloof
in de nectar van de vertellingen over Mij, steeds Mijn
heerlijkheden bezingend, verankerd zijn in de gehechtheid
van de ceremoniële aanbidding, zich met lofzangen en
gebed tot Mij verhouden; van een hoge achting zijn voor Mijn
toegewijde dienst, met het hele lichaam zijn eerbetuigingen
brengen, van de eersteklas aanbidding van Mijn toegewijden
zijn, zich bewust zijn van Mij aanwezig in alle levende
wezens, al zijn normale handelingen aan Mij opdragen als ook
met woorden Mijn kwaliteiten hooghouden, de geest in Mij te
plaatsen en alle materiële begeerten af te wijzen; te
Mijnent wille het met het geld op te geven als ook met het
zinnelijk genot, het materieel geluk en de hartstochten, aan
liefdadigheid doen en offers brengen in eerbetoon, de namen
te herhalen om Mij te bereiken en zich aan geloften en
verzakingen te houden; aldus, Uddhava, doet zich bij die
menselijke wezens die zich middels dergelijke dharmische
handelingen ingezet hebben, de liefdevolle dienst jegens Mij
voor - welk ander doel blijft er dan nog over voor Mijn
toegewijde? (Vedabase)
Tekst
25
Als in vrede
verkerend het bewustzijn is verzonken in de ziel, bereikt men,
met de kracht van de geaardheid goedheid, religiositeit,
spirituele kennis, onthechting en volheid.
Als
in vrede verkerend het bewustzijn is verzonken in de ziel,
bereikt hij, met de kracht van de geaardheid goedheid,
religiositeit, spirituele kennis, onthechting en volheid.
(Vedabase)
Tekst
26
Als men echter
gefixeerd op de materiële verscheidenheid, zijn zinnen
najaagt in alle richtingen en men aan de hartstocht verslingerd
raakt, moet je weten dat men met dat [materialistische]
bewustzijn gewijd aan zaken van voorbijgaande aard, het
tegenovergestelde bereikt.
Als
men daartoe, gefixeerd op de materiële verscheidenheid,
met zijn zinnen jaagt in alle richtingen en men in de
hartstocht wordt bekrachtigd, moet je weten dat dat
[materialistische] bewustzijn gewijd aan het
voorbijgaande van het tegenovergestelde is.
(Vedabase)
Tekst
27
Van dharma zegt
men dat het leidt tot Mijn toegewijde dienst. Spirituele kennis
acht men als de visie van de aanwezigheid van de Superziel.
Onthechting ziet men als het verlies van de belangstelling voor
zinsobjecten en de volheid herkent men in de animâ
en dergelijke [perfecties en vermogens zie
11.15
& 11.16
en bhaga].'
Van
het dharma zegt men dat die leidt tot Mijn toegewijde dienst
en de spirituele kennis acht men als de visie van de
aanwezigheid van de Superziel; onthechting noemt men het
verlies van de belangstelling voor zinsobjecten en de
volheid herkent men in de animâ en dergelijke
[perfecties en vermogens zie 11.15 & 11.16 en
bhaga].' (Vedabase)
Tekst
28-32
S'rî
Uddhava zei: 'Van hoeveel soorten van onthoudingen
[yama] en inachtnemingen [niyama]
is er sprake, o Onderwerper van de Vijand, wat is evenwicht,
wat is zelfbeheersing, beste Krishna, wat is tolerantie en wat
heet stabiliteit, mijn Heer? Wat is liefdadigheid, wat is
boete, heldhaftigheid, wat zegt men over waarheid en
werkelijkheid, wat is verzaking en weelde, wat is wenselijk,
wat een offer en wat is een religieuze vergoeding? Wat denk Je
dat de kracht van een persoon is, o Fortuinlijke, de volheid en
de winst, o Kes'ava, wat heet scholing, bescheidenheid, wat is
superieur, wat is schoonheid en wat is geluk en ook het
ongeluk? Wie heet geschoold, wie is een dwaas, wat is de ware
weg en wat de dwaalweg, wat is de hemel en wat is de hel en wie
noem Je een vriend en wat heet een thuis? Wie is welvarend, wie
is arm, wie is een ellendeling en wie een beheerser;
alsJeblieft praat met me over al deze zaken alsook over de
tegengestelde kwaliteiten, o Heer der
Waarachtigen.'
S'rî
Uddhava zei: 'Van hoeveel soorten van onthoudingen
[yama] en inachtnemingen [niyama] is er
sprake, o Onderwerper van de Vijand, wat is evenwicht, wat
is zelfbeheersing, beste Krishna, wat is tolerantie en wat
heet stabiliteit, mijn Heer? Wat is liefdadigheid, wat is
boete, heldhaftigheid, wat zegt men over waarheid en
werkelijkheid, wat is verzaking en weelde, wat is wenselijk,
wat een offer en wat is een religieuze vergoeding? Wat denk
Je dat de kracht van een persoon is, o Fortuinlijke, de
volheid en de winst, o Kes'ava, wat heet scholing,
bescheidenheid, wat is superieur, wat is schoonheid en wat
is geluk en ook het ongeluk? Wie heet geschoold, wie is een
dwaas, wat is de ware weg en wat de dwaalweg, wat is de
hemel en wat is de hel en wie zeg Je dat een vriend is en
wat heet een thuis? Wie is welvarend, wie is arm, wie is een
ellendeling en wie een beheerser; alsJeblieft spreek tot me
over al deze zaken als ook over de tegengestelde
kwaliteiten, o Heer der Waarachtigen.
(Vedabase)
Tekst
33-35
De Allerhoogste
Heer zei: 'Geweldloosheid, waarheidsliefde, het niet begeren of
toeëigenen van het bezit van anderen, onthechting,
bescheidenheid, zonder bezitsdrang zijn, geloven in God,
celibatair en stil zijn, standvastigheid, vergevingsgezindheid
en onbevreesdheid enerzijds, en reinheid [vanbinnen en
vanbuiten], het bidsnoer hanteren, boete doen, opofferen,
vertrouwen koesteren, gastvrij zijn, Mij aanbidden, heilige
plaatsen bezoeken, handelen en streven terwille van het
Allerhoogste, tevreden zijn en het dienen van de geestelijk
leraar anderzijds zijn de twaalf onderdelen die men van
yama
in gedachten houdt en die samen met die van de
niyama
door mensen toegewijd worden gecultiveerd, mijn beste, en
afhankelijk van wat iemand wil resultaat opleveren [in de
zin van zaligheid of voorspoed].
De
Allerhoogste Heer zei: 'Geweldloosheid, waarheidliefde, het
niet begeren of toeëigenen van het bezit van anderen,
onthechting, bescheidenheid, zonder bezitsdrang zijn,
geloven in God, celibaat als ook van de stilte zijn,
standvastigheid, vergevingsgezindheid en onbevreesdheid
enerzijds, en reinheid [intern en extern], het
bidsnoer doen, boete doen, opofferen, vertrouwen koesteren,
gastvrij zijn, Mij aanbidden, heilige plaatsen bezoeken,
optreden en verlangen ter wille van het Allerhoogste,
tevreden zijn en het dienen van de geestelijk leraar
anderzijds zijn de twaalf die men van yama in gedachten
houdt en die samen met die van de niyama door menselijke
wezens met toewijding worden gecultiveerd, mijn beste, en
overeenkomstig iemands verlangen resultaat opleveren
[van zaligheid of voorspoed].
(Vedabase)
Tekst
36-39
Evenwichtigheid
houdt de gedurige verzonkenheid van de intelligentie in Mij in
[zie ook 11.16:
10] en
zelfbeheersing is de volmaakte discipline van de zintuigen;
tolerantie betekent dat men het ongeluk moet verdragen en
stabiliteit is het overwinnen van de tong en de geslachtsdelen.
De hoogste liefdadigheid is het opgeven van de roede
[anderen te bestraffen], boete herinnert men zich als
het opgeven van de lust, heldhaftigheid bestaat eruit je
eigenliefde te overwinnen en werkelijkheid impliceert dat men
de Heer overal ziet. Waarachtigheid houdt in dat men van de
ware en aangename bewoordingen is die door de wijzen worden
goedgekeurd, reinheid betekent dat men onthecht is van het
verrichten van productieve arbeid [zie ook b.v.
1.1:
2 en B.G.
18:
6] en van
de verzaking zegt men dat die van sannyâsa, de
wereldverzakende orde is. Voor mensen vormt religiositeit de na
te streven weelde, ben Ik de Meest Fortuinlijke, is religieuze
vergoeding de donatie [ter compensatie] van de genoten
spirituele kennis en vormt de adembeheersing de grootste
kracht.
Evenwichtigheid
houdt de gedurige verzonkenheid van de intelligentie in Mij
in [zie ook 11.16: 10] en zelfbeheersing is de
volmaakte discipline van de zintuigen; tolerantie betekent
dat men het ongeluk moet verdragen en stabiliteit is het
overwinnen van de tong en de geslachtsdelen. De hoogste
liefdadigheid is het opgeven van de roede [anderen te
bestraffen], boete herinnert men zich als het opgeven
van de lust, heldhaftigheid bestaat eruit je eigenliefde te
overwinnen en waarheid impliceert de Heer overal te zien.
Het andere [d.w.z. de werkelijkheid] houdt in dat
men van aangename bewoordingen is die door de wijzen worden
goedgekeurd [*], reinheid betekent dat men onthecht
is in vruchtdragende activiteiten [zie ook b.v. 1.1: 2
en B.G. 18: 6] en van de verzaking zegt men dat die van
sannyâsa, de wereldverzakende orde is. Voor menselijke
wezens is religiositeit de wenselijke weelde, ben Ik de
Meest Fortuinlijke, is religieuze vergoeding de gift
[ter compensatie] van de spirituele kennis en vormt
de adembeheersing de grootste kracht.
(Vedabase)
Tekst
40-45
De volheid is
Mijn goddelijke aard [zie 11.16
en bhaga],
de winst is Mijn bhakti, scholing houdt het teniet doen in van
de verdeeldheid van het zelf [zie siddhânta
en advaita]
en bescheidenheid is de weerzin tegen nalatigheid wat betreft
voorgeschreven plichten [tegen zonde dus]. Schoonheid
is het hebben van goede eigenschappen als onthecht zijn van
materieel verlangen en dergelijke, geluk betekent dat men boven
voor- en tegenspoed staat, ongeluk bestaat uit het mediteren op
het geluk van de lust, en een wijs iemand is iemand die weet
heeft van de bevrijding uit de gebondenheid. Een dwaas is
degene die zich identificeert met zijn lichaam en zo meer
[het denken etc.], de juiste weg is de weg die tot Mij
leidt, de dwaalweg moet worden begrepen als de weg die leidt
tot de verbijstering van het verstand, en de hemel moet men
zien als het overwegen van de geaardheid goedheid. De hel is
het domineren van de geaardheid der onwetendheid, de ware
vriend is de geestelijk leraar die Ik ben, Mijn beste vriend en
je thuis is het menselijk lichaam. Voorzeker wordt iemand rijk
genoemd die rijk is aan goede kwaliteiten terwijl een
armoedzaaier iemand is die ontevreden is. De ellendeling is
degene die zijn zintuigen niet de baas is, een beheerser is
iemand die zijn intelligentie niet vastlegt op de
materiële aangelegenheid en van het tegengestelde [in
kwaliteiten] is degene die gehecht is aan zijn
zinsbevrediging. Dit, Uddhava, zijn de onderwerpen waar je naar
vroeg en die Ik zo allemaal netjes heb toegelicht. Maar wat heb
je aan de uitvoerige beschrijving van de kenmerken van goede en
kwade eigenschappen als het voor ogen hebben van goed en kwaad
nog steeds de fout inhoudt dat men het ware goede [van de
transcendentie] niet voor zich heeft dat losstaat van die
twee [vergelijk met 3.10:
28-29,
6.16:
10-11,
11.7:
8,
11.11:
16 en B.G.
7:
5].'
De
volheid is Mijn goddelijke aard [zie 11.16 en
bhaga], de winst is Mijn bhakti, scholing houdt het
teniet doen van de verdeeldheid van het zelf in [zie
siddhânta en advaita] en bescheidenheid is de
weerzin tegen het falen in voorgeschreven plichten
[tegen zonde dus]; schoonheid is het hebben van
goede eigenschappen als onthecht zijn van materiële
hoop en dergelijke, geluk betekent dat men boven voor- en
tegenspoed staat, ongeluk bestaat uit het mediteren op het
geluk van de lust, en een wijs iemand is iemand die weet
heeft van de bevrijding uit de gebondenheid. Een dwaas is
degene die zich identificeert met zijn lichaam en zo meer
[het denken etc.], de juiste weg is de weg die tot
Mij leidt, de dwaalweg moet worden begrepen als de weg die
leidt tot de verbijstering van het verstand, en de hemel als
het overwegen van de geaardheid goedheid. De hel is het
domineren van de geaardheid der duisternis, de ware vriend
is de geestelijk leraar die Ik ben, mijn beste vriend, je
thuis is het menselijk lichaam, voorzeker wordt iemand rijk
genoemd die rijk is aan goede kwaliteiten terwijl een
armoedzaaier iemand is die ontevreden is. De ellendeling is
degene die zijn zintuigen niet de baas is, een beheerser is
iemand wiens verstand niet gehecht is aan de materiële
aangelegenheid en van het tegengestelde [in
kwaliteiten] is degene die gehecht is aan zijn
zinsbevrediging; dezen, Uddhava, zijn de onderwerpen
waarnaar je vroeg die Ik allen netjes heb toegelicht. Maar
wat heb je aan de uitvoerige beschrijving van de kenmerken
van goede en kwade eigenschappen als het zien van goed en
kwaad nog steeds een fout is in verhouding tot het ware
goede dat zogezegd los staat van die twee [vergelijk met
3.10: 28-29, 6.16: 10-11, 11.7: 8, 11.11.16 en B.G. 7:
5].
(Vedabase)