
Bronteksten
(geen voorgaande tekst in het Nederlands beschikbaar)::
The
Perfection of Spiritual Knowledge
Tekst
1:
De Allerhoogste
Heer zei: 'Iemand die, toegerust met de kennis naar de orale
traditie, zelfgerealiseerd niet aan het speculeren is moet, dit
universum - zowel als de kennis erover - kennende als in hoge
mate illusoir, zijn schreden naar Mij richten.
The
Supreme Personality of Godhead said: A self-realized person
who has cultivated scriptural knowledge up to the point of
enlightenment and who is free from impersonal speculation,
understanding the material universe to be simply illusion,
should surrender unto Me both that knowledge and the means
by which he achieved it.
Tekst
2:
Voor de
spiritueel filosoof ben Ik alleen waarlijk de geliefde, het
eigenbelang, het motief en de overeenkomst als ook de
verheffing en de weg naar de hemel; voorwaar buiten Mij als
favoriet kent hij geen ander doel.
For
learned, self-realized philosophers I am the only object of
worship, the desired goal of life, the means for achieving
that goal, and the settled conclusion of all knowledge.
Indeed, because I am the cause of their happiness and their
freedom from unhappiness, such learned souls have no
effective purpose or dear object in life except Me.
Tekst
3:
Zij die
alleszins volkomen zijn in de kennis en de wijsheid, kennen
Mijn lotusvoeten als het allerhoogste voorwerp en aldus is de
geschoolde transcendentalist die middels de spirituele kennis
vast houdt aan Mij, Mij het meest dierbaar [zie ook B.G.
7:
17-18].
Those
who have achieved complete perfection through philosophical
and realized knowledge recognize My lotus feet to be the
supreme transcendental object. Thus the learned
transcendentalist is most dear to Me, and by his perfect
knowledge he maintains Me in happiness.
Tekst
4
Dat wat het
loon is van verzakingen, het bezoeken van heilige oorden, het
doen van japa, het beoefenen van liefdadigheid en het doen van
andere vrome daden kan zich niet meten met de volmaaktheid die
het loon is van een fractie van deze spirituele kennis
[vergelijk 10.46:
32-33].
That
perfection which is produced by a small fraction of
spiritual knowledge cannot be duplicated by performing
austerities, visiting holy places, chanting silent prayers,
giving in charity or engaging in other pious
activities.
Tekst
5
Aanbid daarom
met de spirituele kennis je eigen ziel kennend, beste Uddhava,
van succes met de kennis en de wijsheid, Mij [delend]
in de stemming der toegewijde dienst.
Therefore,
My dear Uddhava, through knowledge you should understand
your actual self. Then, advancing by clear realization of
Vedic knowledge, you should worship Me in the mood of loving
devotion.
Tekst
6
Met het offer
van de vedische kennis en wijsheid Mij aanbeden hebbend, de
Opperziel in henzelve - Mij, de Heer van Alle Offers, waren de
wijzen er zeker van de hoogste volmaaktheid te
verwerven.
Formerly,
great sages, through the sacrifice of Vedic knowledge and
spiritual enlightenment, worshiped Me within themselves,
knowing Me to be the Supreme Lord of all sacrifice and the
Supersoul in everyone's heart. Thus coming to Me, these
sages achieved the supreme perfection.
Tekst
7
O Uddhava, dat
wat zich heeft gevestigd, is verdeeld in drie afdelingen en
zich voortdurend omvormt, is de begoochelende energie die zich
doet gelden in het heden, maar aangezien die niet aanwezig is
in den beginne noch aan het eind, in welke relatie zouden dan,
als ze [deze drie, zie tri-kâlika
en guna]
slechts betrekking hebben op de geboorte en dat alles van je
materiële lichaam, dezen dan staan tot [het ware
van] jou? Dat wat er eerst niet was en er op het einde ook
niet is, is er enkel maar tussentijds.'
My
dear Uddhava, the material body and mind, composed of the
three modes of material nature, attach themselves to you,
but they are actually illusion, since they appear only at
the present, having no original or ultimate existence. How
is it possible, therefore, that the various stages of the
body, namely birth, growth, reproduction, maintenance,
dwindling and death, can have any relation to your eternal
self? These phases relate only to the material body, which
previously did not exist and ultimately will not exist. The
body exists merely at the present moment.
Tekst
8
S'rî
Uddhava zei: 'AlsJeblieft o Beheerser van het Universum, o Jij
in de Gedaante van het Universum, verklaar Mij de bhakti-yoga
voor Jou waar ook de groten op uit zijn, met inbegrip van deze
uitgebreide, ter dege gevestigde kennis die zo traditioneel is
als de [oorspronkelijke] onthechting en wijsheid
[van Brahmâ].
S'rî
Uddhava said - O Lord of the universe! O form of the
universe! Please explain to me that process of knowledge
which automatically brings detachment and direct perception
of the truth, which is transcendental, and which is
traditional among great spiritual philosophers. This
knowledge, sought by elevated personalities, describes
loving devotional service unto Your Lordship.
Tekst
9
O Heer, voor
degene die, gekweld op de gewelddadige materiële weg, is
overweldigd door de drievoudige misère [zie
1.17:
19], zie
ik geen andere beschutting dan het bladerdak van Jouw twee
lotusvoeten die de nectar doen regenen.
My
dear Lord, for one who is being tormented on the terrible
path of birth and death and is constantly overwhelmed by the
threefold miseries, I do not see any possible shelter other
than Your two lotus feet, which are just like a refreshing
umbrella that pours down showers of delicious nectar.
Tekst
10
AlsJeblieft
beur deze persoon op die, gebeten door de slang van de tijd,
hopeloos neerviel in dit donkere gat, beur deze persoon op die
zo geweldig smacht naar wat onbeduidend geluk; o Macht van het
Verstaan, stort uit Je woorden van genade die iemand tot de
bevrijding wekken!'
O
almighty Lord, please be merciful and uplift this hopeless
living entity who has fallen into the dark hole of material
existence, where the snake of time has bitten him. In spite
of such abominable conditions, this poor living entity has
tremendous desire to relish the most insignificant material
happiness. Please save me, my Lord, by pouring down the
nectar of Your instructions, which awaken one to spiritual
freedom.
Tekst
11
De Allerhoogste
Heer zei: 'Dit wat je vraagt werd in het verleden door de
koning die niemand als zijn vijand beschouwt
[Yudhishthhira] gevraagd aan Bhîshma, de beste
van de verdedigers van het dharma, in het bijzijn van ons allen
die nauwgelet luisterden [zie 1.9:
25-42 ].
The
Supreme Personality of Godhead said: My dear Uddhava, just
as you are now inquiring from Me, similarly, in the past
King Yudhishthhira, who considered no one his enemy,
inquired from the greatest of the upholders of religious
principles, Bhîshma, while all of us were carefully
listening.
Tekst
12
Toen de oorlog
tussen de nazaten van Bharata voorbij was, vroeg hij, overmand
door de vernietiging van zijn geliefde weldoeners, met het
vernomen hebben over de vele religieuze beginselen op het
laatst naar de aard van de bevrijding.
When
the great Battle of Kurukshetra had ended, King
Yudhishthhira was overwhelmed by the death of many beloved
well-wishers, and thus, after listening to instructions
about many religious principles, he finally inquired about
the path of liberation.
Tekst
13
Ik zal je de
vedische kennis beschrijven bestaande uit onthechting,
zelfverwerkelijking, geloof en toegewijde dienst, zoals die
vernomen werd uit de mond van degene die voor God een eed had
afgelegd [te weten Bhîshma].
I
will now speak unto you those religious principles of Vedic
knowledge, detachment, self-realization, faith and
devotional service that were heard directly from the mouth
of Bhîshmadeva.
Tekst
14
Met de negen,
elf, vijf en drie elementen
in alle
levende wezens naar waarheid het ene element [van de Tijd,
de Superziel, de Heer, zie 1.2:
11] in hen
zien, is de spirituele kennis die Mijn goedkeuring
wegdraagt.
I
personally approve of that knowledge by which one sees the
combination of nine, eleven, five and three elements in all
living entities, and ultimately one element within those
twenty-eight.
Tekst
15
Niet van al de
elementen onderhevig aan de drie geaardheden zijnd moet men het
bezien met de Ene die dit universum handhaaft, schept en
vernietigt; het zo ziend is voorzeker de kennis der
verwerkelijking [vijñâna].
When
one no longer sees the twenty-eight separated material
elements, which arise from a single cause, but rather sees
the cause itself, the Personality of Godhead - at that time
one's direct experience is called vijñâna, or
self-realization.
Tekst
16
Dat [of
Hij] wat van de ene productie naar de andere van
begeleiding is in de aanvang, op het eind en in de tussentijd
en zich handhaaft met de vernietiging wederom van dat alles, is
voorwaar de Ware Doener.
Commencement,
termination and maintenance are the stages of material
causation. That which consistently accompanies all these
material phases from one creation to another and remains
alone when all material phases are annihilated is the one
eternal.
Tekst
17
Met de vier
soorten van bewijs - de vedische waarheid [s'ruti], de
waarheid van de directe ervaring [pratyaksha], de
waarheid per traditie [aitihya of smriti], en de
waarheid van het logisch doorredeneren [anumâna]
- raakt men onthecht van de wisselvallige aard van de
werkelijkheid der tegenstellingen [zie pramâna].
From
the four types of evidence - Vedic knowledge, direct
experience, traditional wisdom and logical induction - one
can understand the temporary, insubstantial situation of the
material world, by which one becomes detached from the
duality of this world.
Tekst
18
Omdat alle
materiële aktiviteiten van voorbijgaande aard zijn is er
tot aan de wereld van Viriñca
[brahmaloka] het ongeluk te vinden; een intelligente
persoon behoort dat wat werd ervaren als ook dat wat niet werd
ervaren als tijdelijk te zien [zie tevens
shath-ûrmi,
11.3;
20 en B.G.
8:
16].
An
intelligent person should see that any material activity is
subject to constant transformation and that even on the
planet of Lord Brahmâ there is thus simply
unhappiness. Indeed, a wise man can understand that just as
all that he has seen is temporary, similarly, all things
within the universe have a beginning and an end.
Tekst
19
Ik had het
voorheen met jou, die de liefde heeft ontwikkeld, over
bhakti-yoga, o zondeloze, laat Me ook uitweiden over de
eigenlijke methoden van verheffing van de toegewijde dienst
voor Mij.
O
sinless Uddhava, because you love Me, I previously explained
to you the process of devotional service. Now I will again
explain the supreme process for achieving loving service
unto Me.
Tekst
20-24
Geloof in de
nectar van de vertellingen over Mij, steeds Mijn heerlijkheden
bezingend, verankerd zijn in de gehechtheid van de
ceremoniële aanbidding, zich met lofzangen en gebed tot
Mij verhouden; van een hoge achting zijn voor Mijn toegewijde
dienst, met het hele lichaam zijn eerbetuigingen brengen, van
de eersteklas aanbidding van Mijn toegewijden zijn, zich bewust
zijn van Mij aanwezig in alle levende wezens, al zijn normale
handelingen aan Mij opdragen als ook met woorden Mijn
kwaliteiten hooghouden, de geest in Mij te plaatsen en alle
materiële begeerten af te wijzen; te Mijnent wille het met
het geld op te geven als ook met het zinnelijk genot, het
materieel geluk en de hartstochten, aan liefdadigheid doen en
offers brengen in eerbetoon, de namen te herhalen om Mij te
bereiken en zich aan geloften en verzakingen te houden; aldus,
Uddhava, doet zich bij die menselijke wezens die zich middels
dergelijke dharmische handelingen ingezet hebben, de
liefdevolle dienst jegens Mij voor - welk ander doel blijft er
dan nog over voor Mijn toegewijde?
Firm
faith in the blissful narration of My pastimes, constant
chanting of My glories, unwavering attachment to ceremonial
worship of Me, praising Me through beautiful hymns, great
respect for My devotional service, offering obeisances with
the entire body, performing first-class worship of My
devotees, consciousness of Me in all living entities,
offering of ordinary, bodily activities in My devotional
service, use of words to describe My qualities, offering the
mind to Me, rejection of all material desires, giving up
wealth for My devotional service, renouncing material sense
gratification and happiness, and performing all desirable
activities such as charity, sacrifice, chanting, vows and
austerities with the purpose of achieving Me - these
constitute actual religious principles, by which those human
beings who have actually surrendered themselves to Me
automatically develop love for Me. What other purpose or
goal could remain for My devotee?
Tekst
25
Als in vrede
verkerend het bewustzijn is verzonken in de ziel, bereikt hij,
met de kracht van de geaardheid goedheid, religiositeit,
spirituele kennis, onthechting en volheid.
When
one's peaceful consciousness, strengthened by the mode of
goodness, is fixed on the Personality of Godhead, one
achieves religiosity, knowledge, detachment and
opulence.
Tekst
26
Als men
daartoe, gefixeerd op de materiële verscheidenheid, met
zijn zinnen jaagt in alle richtingen en men in de hartstocht
wordt bekrachtigd, moet je weten dat dat
[materialistische] bewustzijn gewijd aan het
voorbijgaande van het tegenovergestelde is.
When
consciousness is fixed on the material body, home and other,
similar objects of sense gratification, one spends one's
life chasing after material objects with the help of the
senses. Consciousness, thus powerfully affected by the mode
of passion, becomes dedicated to impermanent things, and in
this way irreligion, ignorance, attachment and wretchedness
arise.
Tekst
27
Van het dharma
zegt men dat die leidt tot Mijn toegewijde dienst en de
spirituele kennis acht men als de visie van de aanwezigheid van
de Superziel; onthechting noemt men het verlies van de
belangstelling voor zinsobjecten en de volheid herkent men in
de animâ en dergelijke [perfecties en vermogens zie
11.15
& 11.16
en bhaga].'
Actual
religious principles are stated to be those that lead one to
My devotional service. Real knowledge is the awareness that
reveals My all-pervading presence. Detachment is complete
disinterest in the objects of material sense gratification,
and opulence is the eight mystic perfection, such as
animâ-siddhi.
Tekst
28-32
S'rî
Uddhava zei: 'Van hoeveel soorten van onthoudingen
[yama] en inachtnemingen [niyama] is er sprake,
o Onderwerper van de Vijand, wat is evenwicht, wat is
zelfbeheersing, beste Krishna, wat is tolerantie en wat heet
stabiliteit, mijn Heer? Wat is liefdadigheid, wat is boete,
heldhaftigheid, wat zegt men over waarheid en werkelijkheid,
wat is verzaking en weelde, wat is wenselijk, wat een offer en
wat is een religieuze vergoeding? Wat denk Je dat de kracht van
een persoon is, o Fortuinlijke, de volheid en de winst, o
Kes'ava, wat heet scholing, bescheidenheid, wat is superieur,
wat is schoonheid en wat is geluk en ook het ongeluk? Wie heet
geschoold, wie is een dwaas, wat is de ware weg en wat de
dwaalweg, wat is de hemel en wat is de hel en wie zeg Je dat
een vriend is en wat heet een thuis? Wie is welvarend, wie is
arm, wie is een ellendeling en wie een beheerser; alsJeblieft
spreek tot me over al deze zaken als ook over de tegengestelde
kwaliteiten, o Heer der Waarachtigen.
S'rî
Uddhava said - My dear Lord Krishna, O chastiser of the
enemies, please tell me how many types of disciplinary
regulations and regular daily duties there are. Also, my
Lord, tell me what is mental equilibrium, what is
self-control, and what is the actual meaning of tolerance
and steadfastness. What are charity, austerity and heroism,
and how are reality and truth to he described? What is
renunciation, and what is wealth? What is desirable, what is
sacrifice, and what is religious remuneration? My dear
Kes'ava, O most fortunate one, how am I to understand the
strength, opulence and profit of a particular person? What
is the best education, what is actual humility, and what is
real beauty? What are happiness and unhappiness? Who is
learned, and who is a fool? What are the true and the false
paths in life, and what are heaven and hell? Who is indeed a
true friend, and what is one's real home? Who is a rich man,
and who is a poor man? Who is wretched, and who is an actual
controller? O Lord of the devotees, kindly explain these
matters to me, along with their opposites.
Tekst
33-35
De Allerhoogste
Heer zei: 'Geweldloosheid, waarheidliefde, het niet begeren of
toeëigenen van het bezit van anderen, onthechting,
bescheidenheid, zonder bezitsdrang zijn, geloven in God,
celibaat als ook van de stilte zijn, standvastigheid,
vergevingsgezindheid en onbevreesdheid enerzijds, en reinheid
[intern en extern], het bidsnoer doen, boete doen,
opofferen, vertrouwen koesteren, gastvrij zijn, Mij aanbidden,
heilige plaatsen bezoeken, optreden en verlangen ter wille van
het Allerhoogste, tevreden zijn en het dienen van de geestelijk
leraar anderzijds zijn de twaalf die men van
yama
in gedachten houdt en die samen met die van de
niyama
door menselijke wezens met toewijding worden gecultiveerd, mijn
beste, en overeenkomstig iemands verlangen resultaat opleveren
[van zaligheid of voorspoed].
The
Supreme Personality of Godhead said - Nonviolence,
truthfulness, not coveting or stealing the property of
others, detachment, humility, freedom from possessiveness,
trust in the principles of religion, celibacy, silence,
steadiness, forgiveness and fearlessness are the twelve
primary disciplinary principles. Internal cleanliness,
external cleanliness, chanting the holy names of the Lord,
austerity, sacrifice, faith, hospitality, worship of Me,
visiting holy places, acting and desiring only for the
supreme interest, satisfaction, and service to the spiritual
master are the twelve elements of regular prescribed duties.
These twenty-four elements bestow all desired benedictions
upon those persons who devotedly cultivate them.
Tekst
36-39
Evenwichtigheid
houdt de gedurige verzonkenheid van de intelligentie in Mij in
[zie ook 11.16:
10] en
zelfbeheersing is de volmaakte discipline van de zintuigen;
tolerantie betekent dat men het ongeluk moet verdragen en
stabiliteit is het overwinnen van de tong en de geslachtsdelen.
De hoogste liefdadigheid is het opgeven van de roede
[anderen te bestraffen], boete herinnert men zich als
het opgeven van de lust, heldhaftigheid bestaat eruit je
eigenliefde te overwinnen en waarheid impliceert de Heer overal
te zien. Het andere [d.w.z. de werkelijkheid] houdt in
dat men van aangename bewoordingen is die door de wijzen worden
goedgekeurd [*],
reinheid betekent dat men onthecht is in vruchtdragende
activiteiten [zie ook b.v. 1.1:
2 en B.G.
18:
6] en van
de verzaking zegt men dat die van sannyâsa, de
wereldverzakende orde is. Voor menselijke wezens is
religiositeit de wenselijke weelde, ben Ik de Meest
Fortuinlijke, is religieuze vergoeding de gift [ter
compensatie] van de spirituele kennis en vormt de
adembeheersing de grootste kracht.
Absorbing
the intelligence in Me constitutes mental equilibrium, and
complete discipline of the senses is self-control. Tolerance
means patiently enduring unhappiness, and steadfastness
occurs when one conquers the tongue and genitals. The
greatest charity is to give up all aggression toward others,
and renunciation of lust is understood to be real austerity.
Real heroism is to conquer one's natural tendency to enjoy
material life, and reality is seeing the Supreme Personality
of Godhead everywhere. Truthfulness means to speak the truth
in a pleasing way, as declared by great sages. Cleanliness
is detachment in fruitive activities, whereas renunciation
is the sannyâsa order of life. The true desirable
wealth for human beings is religiousness, and I, the Supreme
Personality of Godhead, am sacrifice. Religious remuneration
is devotion to the âcârya with the purpose of
acquiring spiritual instruction, and the greatest strength
is the prânâyâma system of breath
control.
Tekst
40-45
De volheid is
Mijn goddelijke aard [zie 11.16
en bhaga],
de winst is Mijn bhakti, scholing houdt het teniet doen van de
verdeeldheid van het zelf in [zie siddhânta
en advaita]
en bescheidenheid is de weerzin tegen het falen in
voorgeschreven plichten [tegen zonde dus]; schoonheid
is het hebben van goede eigenschappen als onthecht zijn van
materiële hoop en dergelijke, geluk betekent dat men boven
voor- en tegenspoed staat, ongeluk bestaat uit het mediteren op
het geluk van de lust, en een wijs iemand is iemand die weet
heeft van de bevrijding uit de gebondenheid. Een dwaas is
degene die zich identificeert met zijn lichaam en zo meer
[het denken etc.], de juiste weg is de weg die tot Mij
leidt, de dwaalweg moet worden begrepen als de weg die leidt
tot de verbijstering van het verstand, en de hemel als het
overwegen van de geaardheid goedheid. De hel is het domineren
van de geaardheid der duisternis, de ware vriend is de
geestelijk leraar die Ik ben, mijn beste vriend, je thuis is
het menselijk lichaam, voorzeker wordt iemand rijk genoemd die
rijk is aan goede kwaliteiten terwijl een armoedzaaier iemand
is die ontevreden is. De ellendeling is degene die zijn
zintuigen niet de baas is, een beheerser is iemand wiens
verstand niet gehecht is aan de materiële aangelegenheid
en van het tegengestelde [in kwaliteiten] is degene die
gehecht is aan zijn zinsbevrediging; dezen, Uddhava, zijn de
onderwerpen waarnaar je vroeg die Ik allen netjes heb
toegelicht. Maar wat heb je aan de uitvoerige beschrijving van
de kenmerken van goede en kwade eigenschappen als het zien van
goed en kwaad nog steeds een fout is in verhouding tot het ware
goede dat zogezegd los staat van die twee [vergelijk met
3.10:
28-29,
6.16:
10-11,
11.7:
8,
11.11.16
en B.G. 7:
5].
Actual
opulence is My own nature as the Personality of Godhead,
through which I exhibit the six unlimited opulences. The
supreme gain in life is devotional service to Me, and actual
education is nullifying the false perception of duality
within the soul. Real modesty is to be disgusted with
improper activities, and beauty is to possess good qualities
such as detachment. Real happiness is to transcend material
happiness and unhappiness, and real misery is to be
implicated in searching for sex pleasure. A wise man is one
who knows the process of freedom from bondage, and a fool is
one who identifies with his material body and mind. The real
path in life is that which leads to Me, and the wrong path
is sense gratification, by which consciousness is
bewildered. Actual heaven is the predominance of the mode of
goodness, whereas hell is the predominance of ignorance. I
am everyone's true friend, acting as the spiritual master of
the entire universe, and one's home is the human body. My
dear friend Uddhava, one who is enriched with good qualities
is actually said to be rich, and one who is unsatisfied in
life is actually poor. A wretched person is one who cannot
control his senses, whereas one who is not attached to sense
gratification is a real controller. One who attaches himself
to sense gratification is the opposite, a slave. Thus,
Uddhava, I have elucidated all of the matters about which
you inquired. There is no need for a more elaborate
description of these good and bad qualities, since to
constantly see good and bad is itself a bad quality. The
best quality is to transcend material good and evil.
*:
Waarheid is hier het zien van de Heer overal en werkelijkheid
is het spreken in gunstige termen. Hier is letterlijk
weergegeven wat de tekst suggereert, terwijl het logischer
lijkt om de werkelijkheid het zien van de Heer overal te noemen
en de zin voor de waarheid het gebruik van de juiste termen.
Niettemin kan men het ook zo heel goed zien als men niet liegt
dat alles een deel van Hem is en alles dus die achting verdient
en de liefde voor die waarheid dan inhoudt dat men zich niet
onaangenaam uitdrukt, maar steeds achting heeft voor de woorden
van de wijzen. In feite zijn beide vertalingen even waarachtig
in verhouding tot deze dubbelzinnigheid van de
tekst.
