
Bronteksten
[geen voorgaande versie in het Nederlands
beschikbaar]:
Lord
Krishna's Description of Mystic Yoga Perfections
Tekst
1:
De Allerhoogste
Heer zei: 'De yogî die in Mij zijn bewustzijn vestigend,
zich verbonden hebbend, zijn zinnen en ademen heeft overwonnen,
nadert tot de mystieke volmaaktheden.
The
Supreme Personality of Godhead said - My dear Uddhava, the
mystic perfections of yoga are acquired by a yogî who
has conquered his senses, steadied his mind, conquered the
breathing process and fixed his mind on Me.
Tekst
2:
Uddhava zei:
'AlsJeblieft, Jij Schenker van de Volmaaktheid aan Alle
Yogî's, zeg met welk soort van concentreren of op welke
manier men mogelijk van mystieke perfectie is en, Acyuta,
hoeveel volmaaktheden zijn er?
S'rî
Uddhava said: My dear Lord Acyuta, by what process can
mystic perfection be achieved, and what is the nature of
such perfection? How many mystic perfections are there?
Please explain these things to me. Indeed, You are the
bestower of all mystic perfections.
Tekst
3:
De Allerhoogste
Heer zei: 'De meesters van de yoga spreken van achttien
mystieke volmaaktheden [siddhi's]
en meditaties [die tot hen leiden], waarbij acht van
hen primair in Mij te vinden zijn en zich er tien
[secundaire] manifesteren uit de kwaliteit [der
goedheid].
The
Supreme Personality of Godhead said - The masters of the
yoga system have declared that there are eighteen types of
mystic perfection and meditation, of which eight are
primary, having their shelter in Me, and ten are secondary,
appearing from the material mode of goodness.
Tekst
4-5:
Om, naar de
vorm, in het kleinste te geraken [animâ], het
grootste [mahimâ] of het lichtste
[laghimâ in verhouding tot garimâ, het
zwaarste], om welk materieel voorwerp dan ook te verwerven
[prâpti], het vermogen om zinnelijk wat dan ook
dat te zien en te horen is te genieten
[prâkâmya], de overhand te hebben met het
in gang zetten van de krachten [îs'itâ of
îs'itvâ], om ongehinderd door de geaardheden op
magische wijze te onderwerpen [vas'itvâ] en om
aan ieder verlangen tegemoet te komen dat [Zijn] genade
zoekt [kâmâvasâyitâ] zijn de
acht mystieke volmaaktheden, o zachtgeaarde, waarvan je moet
weten dat ze oorspronkelijk de Mijne zijn.
Among
the eight primary mystic perfections, the three by which one
transforms one's own body are animâ, becoming smaller
than the smallest; mahimâ, becoming greater than the
greatest; and laghimâ, becoming lighter than the
lightest. Through the perfection of prâpti one
acquires whatever one desires, and through
prâkâmya-siddhi one experiences any enjoyable
object, either in this world or the next. Through
is'itâ-siddhi one can manipulate the subpotencies of
mâyâ, and through the controlling potency called
vas'itâ-siddhi one is unimpeded by the three modes of
nature. One who has acquired
kâmâvasâyitâ-siddhi can obtain
anything from anywhere, to the highest possible limit. My
dear gentle Uddhava, these eight mystic perfections are
considered to be naturally existing and unexcelled within
this world.
Tekst
6-7:
Om in dit
lichaam niet te worden geplaagd door honger en dorst en
dergelijke, om dingen ver weg te zien en te horen, om met de
snelheid van de geest zich te verplaatsen, om naar believen
iedere willekeurige vorm aan te nemen, om de lichamen van
anderen binnen te gaan, te sterven bij wilsbesluit, getuige te
zijn van het spel [van de meisjes van de hemel] met de
goden, om naar eigen besluit van volmaakt succes te zijn, en om
zijn wilsuiting ongehinderd nageleefd te krijgen [zijn de
tien secundaire siddhi's].
The
ten secondary mystic perfections arising from the modes of
nature are the powers of freeing oneself from hunger and
thirst and other bodily disturbances, hearing and seeing
things far away, moving the body at the speed of the mind,
assuming any form one desires, entering the bodies of
others, dying when one desires, witnessing the pastimes
between the demigods and the celestial girls called
Apsarâs, completely executing one's determination and
giving orders whose fulfillment is unimpeded.
Tekst
8-9
Kennis te
hebben van het verleden, het heden en de toekomst, om vrij te
zijn van de dualiteiten, weet te hebben van wat anderen denken,
om de werking van het vuur, de zon, het water, vergif
enzovoorts te stoppen en niet door anderen overweldigd te zijn,
zijn de perfecties die men eveneens ziet als zijnde
illustratief voor het zich concentreren in de yoga; alsjeblieft
verneem nu van Mij met welke meditatiemethoden zich welke
volmaaktheden voordoen.
The
power to know past, present and future; tolerance of heat,
cold and other dualities; knowing the minds of others;
checking the influence of fire, sun, water, poison, and so
on; and remaining unconquered by others - these constitute
five perfections of the mystic process of yoga and
meditation. I am simply listing these here according to
their names and characteristics. Now please learn from Me
how specific mystic perfections arise from specific
meditations and also of the particular processes
involved.
Tekst
10
De aanbidder
van Mij, Ik die alle fijnstoffelijke vormen van bestaan
bezielt, verkrijgt de animâ-perfectie [om het
kleinste binnen te gaan] door de geest te concentreren op
die werkelijkheid der elementen.
One
who worships Me in My atomic form pervading all subtle
elements, fixing his mind on that alone, obtains the mystic
perfection called animâ.
Tekst
11
Men verwerft de
mahimâ-perfectie [om het grootste binnen te gaan]
door de geest te vestigen op het totaal van de materie door Mij
tot leven gewekt als ook, afhankelijk van de situatie in
kwestie, op ieder van de elementen der materie afzonderlijk
[van het grote van de ether te zijn, het vuur, het water,
de lucht en de aarde].
One
who absorbs his mind in the particular form of the
mahat-tattva and thus meditates upon Me as the Supreme Soul
of the total material existence achieves the mystic
perfection called mahimâ. By further absorbing the
mind in the situation of each individual element such as the
sky, air, fire, and so on, one progressively acquires the
greatness of each material element.
Tekst
12
De yogî
kan laghimâ [lichtheid] verwerven door zijn
bewustzijn tot rust te brengen in Mij als zijnde de
fijnstoffelijke substantie van de [natuurlijke verdeling
van de] tijd voor de materiële elementen die er zijn
in de vorm van atomen [zie ook cakra].
I
exist within everything, and I am therefore the essence of
the atomic constituents of material elements. By attaching
his mind to Me in this form, the yogî may achieve the
perfection called laghimâ, by which he realizes the
subtle atomic substance of time.
Tekst
13
Hij die met
zijn geest in Mij gevestigd de geest in zijn geheel
concentreert binnen het emotionele van het Ik-principe,
verkrijgt de siddhi van de prâpti [het mystiek
verwerven] in het eigenaarschap van de zinnen van alle
levende wezens.
Fixing
his mind completely in Me within the element of false ego
generated from the mode of goodness, the yogî obtains
the power of mystic acquisition, by which he becomes the
proprietor of the senses of all living entities. He obtains
such perfection because his mind is absorbed in Me.
Tekst
14
Om van Mij,
wiens verschijnen zich bevindt voorbij de waarneming, de
buitengewoon bijzondere siddhi der prâkâmya te
verkrijgen [om van wat dan ook wanneer dan ook te
genieten] moet men zijn geestelijke activiteiten vastleggen
in Mij als de Superziel die de draad vormt in het grote van de
materie [zie ook sûtra].
One
who concentrates all mental activities in Me as the
Supersoul of that phase of the mahat-tattva which manifests
the chain of fruitive activities obtains from Me, whose
appearance is beyond material perception, the most excellent
mystic perfection called prâkâmya.
Tekst
15
Als men het
bewustzijn in Vishnu vestigt, de Oorspronkelijke Beheerser van
de Drie [guna's, zie ook B.G. 7:
13] in de
vorm van de Tijd, zal men de siddhi van îs'itvâ
[de oppermacht] verwerven om het geconditioneerde
lichaam [het veld] en zijn kenner aan te sporen
[*].
One
who places his consciousness on Vishnu, the Supersoul, the
prime mover and Supreme Lord of the external energy
consisting of three modes, obtains the mystic perfection of
controlling other conditioned souls, their material bodies
and their bodily designations.
Tekst
16
De yogî
die zijn geest plaatst in Mij, Nârâyana als
gekenschetst door het woord Fortuinlijk [bhagavat] en
bekend staat als het vierde [vlak voorbij de andere drie
**],
vermag, begiftigd met Mijn natuur, het mystieke vermogen te
verwerven van vas'itva [te onderwerpen met
magie].
The
yogî who places his mind in My form of
Nârâyana, known as the fourth factor, full of
all opulences, becomes endowed with My nature and thus
obtains the mystic perfection called vas'itâ.
Tekst
17
Met de geest
zuiver in Mij zich concentrerend in het onpersoonlijke
[brahman] vrij van materiële kwaliteiten, verwerft
men het opperste geluk waarin het verlangen zijn volledige
bevrediging vindt
[kâmâvasâyitâ].
One
who fixes his pure mind on Me in My manifestation as the
impersonal Brahman obtains the greatest happiness, wherein
all his desires are completely fulfilled.
Tekst
18
Het bewustzijn
in Mij concentrerend, de Heer van
S'vetadvîpa,
de personificatie van de goedheid, de optelsom van alle dharma,
verkrijgt een persoon de vrijheid van de zes golven
[anûrmi-mattvam, zie ook shath-ûrmi].
A
human being who concentrates on Me as the upholder of
religious principles, the personification of purity and the
Lord of S'vetadvîpa obtains the pure existence in
which he is freed from the six waves of material
disturbance, namely hunger, thirst, decay, death, grief and
illusion.
Tekst
19
In Mij, de
verpersoonlijking van de ether, zich met zijn geest
concentrerend op het bovenzinnelijk geluid in de prâna
[zie 11:
14: 35],
wordt daar de Zwaan [Heer Hamsa of de heilige persoon
11.13:
19]
waargenomen en hoort men de woorden gesproken door alle levende
wezens [dûra-s'ravana, zie ook divyam
s'rotam].
That
purified living entity who fixes his mind on the
extraordinary sound vibrations occurring within Me as the
personified sky and total life air is then able to perceive
within the sky the speaking of all living entities.
Tekst
20
Met het
samenvoegen van zijn ogen met de zon [dat bovenzinnelijk
doend en niet fysiek erin starend] ziet men, met zijn geest
in meditatie, wat dan ook dat ver weg is
[dûra-dars'ana, zie ook 2.1:
30].
Merging
one's sight into the sun planet and then the sun planet into
one's eyes, one should meditate on Me as existing within the
combination of sun and vision; thus one acquires the power
to see any distant thing.
Tekst
21
Met het
volledig verzinken van de geest in Mij zal men met de wind
[de adem, de subtiele lucht], die de geest volgt om het
lichaam op Mij gericht te hebben, bijgevolg het zelf zien gaan
waarheen de geest zich ook begeeft
[mano-javah].
The
yogî who completely absorbs his mind in Me, and who
then makes use of the wind that follows the mind to absorb
the material body in Me, obtains through the potency of
meditation on Me the mystic perfection by which his body
immediately follows his mind wherever it goes.
Tekst
22
Als de geest
welke vorm dan ook in zich sluit die men verlangt aan te nemen,
kan, met de macht van Mijn Yoga [om welke gedaante dan ook
aan te nemen] als toevlucht, die zelfde vorm verschijnen
die men in gedachten had
[kâmarûpa].
When
the yogî, applying his mind in a certain way, desires
to assume a particular form, that very form immediately
appears. Such perfection is possible by absorbing the mind
in the shelter of My inconceivable mystic potency, by which
I assume innumerable forms.
Tekst
23
Als men het als
een siddha
verlangt het lichaam van een ander binnen te gaan moet men, met
het loslaten van het eigen lichaam, zich in dat lichaam
voorstellen [projecteren], er net als de wind in
binnengaand via de vitale adem gelijk een bij die van bloem
verwisselt
[para-kâya-praves'anam].
When
a perfect yogî desires to enter another's body, he
should meditate upon himself within the other body, and
then, giving up his own gross body, he should enter the
other's body through the pathways of air, as easily as a bee
leaves one flower and flies into another.
Tekst
24
Met de hiel de
anus blokkerend en de vitale adem van het hart omhoog brengend
naar de borst en van de keel naar het hoofd, behoort men, zich
bevindend op de top van de schedel [de brahma
randhrena], met het opgeven van het materiële lichaam
[om te sterven], zichzelf te leiden naar de geestelijke
wereld [svacchandu-mrityu, zie ook 2.2:
19-21].
The
yogî who has achieved the mystic perfection called
svacchandu-mrityu blocks the anus with the heel of the foot
and then lifts the soul from the heart to the chest, to the
neck and finally to the head. Situated within the
brahma-randhra, the yogî then gives up his material
body and guides the spirit soul to the selected
destination.
Tekst
25
Met het
verlangen de plaatsen van de goddelijken te genieten moet men,
zich in Mij bevindend, mediteren op de geaardheid goedheid en
dan de bij de goedheid bestaande vrouwen van de halfgoden eraan
zien komen per vimâna
[devânâm
saha-krîdânudars'anam].
The
yogî who desires to enjoy in the pleasure gardens of
the demigods should meditate on the purified mode of
goodness, which is situated within Me, and then the heavenly
women, generated from the mode of goodness, will approach
him in airplanes.
Tekst
26
Als een man
volledig in Mij gelooft of van geestelijke overtuiging is in
Mij, Ik die er ben om waar te zijn, zal hij op die manier
verkrijgen waar hij zich op had vastgelegd
[yathâ-sankalpa-samsiddhi].
A
yogî who has faith in Me, absorbing his mind in Me and
knowing that My purpose is always fulfilled, will always
achieve his purpose by the very means he has determined to
follow.
Tekst
27
De persoon die
het zo ver bracht van Mijn aard, de Oppermacht en de
Heerschappij, is iemand die geen strobreed in de weg kan worden
gelegd daar zijn wilsbesluit en gezag zo goed is als het Mijne
[âjñâpratihatâ gatih, zie ook B.G.
9.31].
A
person who perfectly meditates on Me acquires My nature of
being the supreme ruler and controller. His order, like
Mine, can never be frustrated by any means.
Tekst
28
Van een
yogî zuiver van karakter, die middels de toewijding tot
Mij [anderen] kent door zich te concentreren, is er
daar de intelligentie wat betreft de drie fasen van de tijd,
met inbegrip van de kennis van [dualiteiten als]
geboorte en dood [zie tri-kâlika].
A
yogî who has purified his existence by devotion to Me
and who thus expertly knows the process of meditation
obtains knowledge of past, present and future. He can
therefore see the birth and death of himself and
others.
Tekst
29
Van een wijze
onderlegd in de yoga wiens bewustzijn tot vrede is gebracht kan
van Mijn yoga het lichaam geen schade oplopen als gevolg van
het vuur en dergelijke, net zoals dat bij waterdieren niet kan
die van het water zijn [zie ook 7.5:
33-50].
Just
as the bodies of aquatics cannot be injured by water,
similarly, the body of a yogî whose consciousness is
pacified by devotion to Me and who is fully developed in
yoga science cannot be injured by fire, sun, water, poison,
and so forth.
Tekst
30
Hij wordt
onoverwinnelijk mediterend op de expansies van Mij, die gesierd
zijn met de s'rîvatsa en de wapens, de vlaggen,
ceremoniële parasols en verschillende waaiers [zie ook
B.G. 11:
32].
My
devotee becomes unconquerable by meditating on My opulent
incarnations, which are decorated with S'rîvatsa and
various weapons and are endowed with imperial paraphernalia
such as flags, ornamental umbrellas and fans.
Tekst
31
De man van
wijsheid die Mij aldus aanbidt middels het proces van het zich
concentreren in de yoga [dhârana]
zal de mystieke volmaaktheden bereiken als beschreven, in ieder
opzicht [naar de aard van zijn
praktijk].
A
learned devotee who worships Me through yoga meditation
certainly obtains in all respects the mystic perfections
that I have described.
Tekst
32
Welke perfectie
zou moeilijk te behalen zijn voor een wijze die in Mij uit op
meditatie de zaak in z'n greep kreeg met het overwinnen van de
zintuigen, zijn ademen en zijn geest?
For
a sage who has conquered his senses, breathing and mind, who
is self-controlled and always absorbed in meditation on Me,
what mystic perfection could possibly be difficult to
achieve?
Tekst
33
Men zegt dat
dezen [de siddhi's] voor hem die zich inperkt in het
allerhoogste van de yoga om met Mij volledig te zijn, als
belemmeringen, er de oorzaak van zijn dat men zijn tijd
verspilt.
Learned
experts in devotional service state that the mystic
perfections of yoga that I have mentioned are actually
impediments and are a waste of time for one who is
practicing the supreme yoga, by which one achieves all
perfection in life directly from Me.
Tekst
34
De vele
volmaaktheden die men in deze wereld heeft van geboorte, van
kruiden, verzakingen en door mantra's worden allen verkregen
door de yoga; met geen enkele ander methode kan men de
eigenlijke perfectie van de yoga bereiken
[***].
Whatever
mystic perfections can be achieved by good birth, herbs,
austerities and mantras can all be achieved by devotional
service to Me; indeed, one cannot achieve the actual
perfection of yoga by any other means.
Tekst
35
Van alle
perfecties ben Ik inderdaad de oorzaak en de beschermer; Ik ben
de meester van de yoga [de uiteindelijke eenheid], de
analyse, het dharma, en de gemeenschap van vedische
leraren.
My
dear Uddhava, I am the cause, the protector and the Lord of
all mystic perfections, of the yoga system, of analytic
knowledge, of pure activity and of the community of learned
Vedic teachers.
Tekst
36
Op dezelfde
manier als de materiële elementen inwendig en uitwendig
van de levende wezens bestaan besta Ik Zelve, de Ziel, niet
overdekt zijnd, binnen en buiten al de belichaamde wezens
[zie ook B.G. 2:
29-30].
Just
as the same material elements exist within and outside of
all material bodies, similarly, I cannot be covered by
anything else. I exist within everything as the Supersoul
and outside of everything in My all-pervading
feature.
*:
Vers 15 heeft betrekking op het realiseren van de spirituele
volmaaktheid in het mediteren van het persoonlijke,
transcendentale aspect van de tijd van Vishnu als de
essentiële samenhangende substantie, als tegengesteld aan
het mediteren van de tijd zoals vermeld in vers 12, dat meer
betrekking heeft op het onpersoonlijk aspect van de natuurlijke
orde met de elementen, van de cakra, welke het wapen van Vishnu
is.
**:
Behalve de drie guna's in relatie tot Heer
Nârâyana, is er ook sprake van de drie vlakken van
bestaan van het fysieke grove van het grote van het
universum bestaande uit de vijf elementen; het astrale,
subtiele, van de tien werkende en waarnemende zintuigen en hun
voorwerpen, de geest en de intelligentie, en het causale
vlak van het bewustzijn en de kenner; ofwel kort gezegd: de
wereld, het zinnelijk lijf en de individuele kenner waarbij er
dan de Oorspronkelijke Persoon is van God als de vierde
[zie ook B.G. 13:
19].
***:
De
eigenlijke perfectie van de yoga wordt, indachtig vers 35 erop
volgend, Krishna-bewustzijn genoemd door de vaishnava's die het
Bhâgavatam in het Westen verdedigen.