regelbalk

 

Mahâmantra 2

 

 

 

Canto 11

 

Hoofdstuk 15

 

Mystieke Volmaaktheid: de Siddhi's

(1) De Allerhoogste Heer zei: 'De yogî die in Mij zijn bewustzijn vestigend, zich verbonden hebbend, zijn zinnen en ademen heeft overwonnen, nadert tot de mystieke volmaaktheden. 

(2) Uddhava zei: 'AlsJeblieft, Jij Schenker van de Volmaaktheid aan Alle Yogî's, zeg met welk soort van concentreren of op welke manier men mogelijk van mystieke perfectie is en, Acyuta, hoeveel volmaaktheden zijn er? 

(3) De Allerhoogste Heer zei: 'De meesters van de yoga spreken van achttien mystieke volmaaktheden [siddhi's] en meditaties [die tot hen leiden], waarbij acht van hen primair in Mij te vinden zijn en zich er tien [secundaire] manifesteren uit de kwaliteit [der goedheid]. (4-5) Om, naar de vorm, in het kleinste te geraken [animâ], het grootste [mahimâ] of het lichtste [laghimâ in verhouding tot garimâ, het zwaarste], om welk materieel voorwerp dan ook te verwerven [prâpti], het vermogen om zinnelijk wat dan ook dat te zien en te horen is te genieten [prâkâmya], de overhand te hebben met het in gang zetten van de krachten [îs'itâ of îs'itvâ], om ongehinderd door de geaardheden op magische wijze te onderwerpen [vas'itvâ] en om aan ieder verlangen tegemoet te komen dat [Zijn] genade zoekt [kâmâvasâyitâ] zijn de acht mystieke volmaaktheden, o zachtgeaarde, waarvan je moet weten dat ze oorspronkelijk de Mijne zijn. (6-7) Om in dit lichaam niet te worden geplaagd door honger en dorst en dergelijke, om dingen ver weg te zien en te horen, om met de snelheid van de geest zich te verplaatsen, om naar believen iedere willekeurige vorm aan te nemen, om de lichamen van anderen binnen te gaan, te sterven bij wilsbesluit, getuige te zijn van het spel [van de meisjes van de hemel] met de goden, om naar eigen besluit van volmaakt succes te zijn, en om zijn wilsuiting ongehinderd nageleefd te krijgen [zijn de tien secundaire siddhi's]. (8-9) Kennis te hebben van het verleden, het heden en de toekomst, om vrij te zijn van de dualiteiten, weet te hebben van wat anderen denken, om de werking van het vuur, de zon, het water, vergif enzovoorts te stoppen en niet door anderen overweldigd te zijn, zijn de perfecties die men eveneens ziet als zijnde illustratief voor het zich concentreren in de yoga; alsjeblieft verneem nu van Mij met welke meditatiemethoden zich welke volmaaktheden voordoen. 

(10) De aanbidder van Mij, Ik die alle fijnstoffelijke vormen van bestaan bezielt, verkrijgt de animâ-perfectie [om het kleinste binnen te gaan] door de geest te concentreren op die werkelijkheid der elementen. (11) Men verwerft de mahimâ-perfectie [om het grootste binnen te gaan] door de geest te vestigen op het totaal van de materie door Mij tot leven gewekt als ook, afhankelijk van de situatie in kwestie, op ieder van de elementen der materie afzonderlijk [van het grote van de ether te zijn, het vuur, het water, de lucht en de aarde]. (12) De yogî kan laghimâ [lichtheid] verwerven door zijn bewustzijn tot rust te brengen in Mij als zijnde de fijnstoffelijke substantie van de [natuurlijke verdeling van de] tijd voor de materiële elementen die er zijn in de vorm van atomen [zie ook cakra]. (13) Hij die met zijn geest in Mij gevestigd de geest in zijn geheel concentreert binnen het emotionele van het Ik-principe, verkrijgt de siddhi van de prâpti [het mystiek verwerven] in het eigenaarschap van de zinnen van alle levende wezens. (14) Om van Mij, wiens verschijnen zich bevindt voorbij de waarneming, de buitengewoon bijzondere siddhi der prâkâmya te verkrijgen [om van wat dan ook wanneer dan ook te genieten] moet men zijn geestelijke activiteiten vastleggen in Mij als de Superziel die de draad vormt in het grote van de materie [zie ook sûtra]. (15) Als men het bewustzijn in Vishnu vestigt, de Oorspronkelijke Beheerser van de Drie [guna's, zie ook B.G. 7: 13] in de vorm van de Tijd, zal men de siddhi van îs'itvâ [de oppermacht] verwerven om het geconditioneerde lichaam [het veld] en zijn kenner aan te sporen [*]. (16) De yogî die zijn geest plaatst in Mij, Nârâyana als gekenschetst door het woord Fortuinlijk [bhagavat] en bekend staat als het vierde [vlak voorbij de andere drie **], vermag, begiftigd met Mijn natuur, het mystieke vermogen te verwerven van vas'itva [te onderwerpen met magie]. (17) Met de geest zuiver in Mij zich concentrerend in het onpersoonlijke [brahman] vrij van materiële kwaliteiten, verwerft men het opperste geluk waarin het verlangen zijn volledige bevrediging vindt [kâmâvasâyitâ]. 

(18) Het bewustzijn in Mij concentrerend, de Heer van S'vetadvîpa, de personificatie van de goedheid, de optelsom van alle dharma, verkrijgt een persoon de vrijheid van de zes golven [anûrmi-mattvam, zie ook shath-ûrmi]. (19) In Mij, de verpersoonlijking van de ether, zich met zijn geest concentrerend op het bovenzinnelijk geluid in de prâna [zie 11: 14: 35], wordt daar de Zwaan [Heer Hamsa of de heilige persoon 11.13: 19] waargenomen en hoort men de woorden gesproken door alle levende wezens [dûra-s'ravana, zie ook divyam s'rotam]. (20) Met het samenvoegen van zijn ogen met de zon [dat bovenzinnelijk doend en niet fysiek erin starend] ziet men, met zijn geest in meditatie, wat dan ook dat ver weg is [dûra-dars'ana, zie ook 2.1: 30]. (21) Met het volledig verzinken van de geest in Mij zal men met de wind [de adem, de subtiele lucht], die de geest volgt om het lichaam op Mij gericht te hebben, bijgevolg het zelf zien gaan waarheen de geest zich ook begeeft [mano-javah]. (22) Als de geest welke vorm dan ook in zich sluit die men verlangt aan te nemen, kan, met de macht van Mijn Yoga [om welke gedaante dan ook aan te nemen] als toevlucht, die zelfde vorm verschijnen die men in gedachten had [kâmarûpa]. (23) Als men het als een siddha verlangt het lichaam van een ander binnen te gaan moet men, met het loslaten van het eigen lichaam, zich in dat lichaam voorstellen [projecteren], er net als de wind in binnengaand via de vitale adem gelijk een bij die van bloem verwisselt [para-kâya-praves'anam]. (24) Met de hiel de anus blokkerend en de vitale adem van het hart omhoog brengend naar de borst en van de keel naar het hoofd, behoort men, zich bevindend op de top van de schedel [de brahma randhrena], met het opgeven van het materiële lichaam [om te sterven], zichzelf te leiden naar de geestelijke wereld [svacchandu-mrityu, zie ook 2.2: 19-21]. (25) Met het verlangen de plaatsen van de goddelijken te genieten moet men, zich in Mij bevindend, mediteren op de geaardheid goedheid en dan de bij de goedheid bestaande vrouwen van de halfgoden eraan zien komen per vimâna [devânâm saha-krîdânudars'anam]. (26) Als een man volledig in Mij gelooft of van geestelijke overtuiging is in Mij, Ik die er ben om waar te zijn, zal hij op die manier verkrijgen waar hij zich op had vastgelegd [yathâ-sankalpa-samsiddhi]. (27) De persoon die het zo ver bracht van Mijn aard, de Oppermacht en de Heerschappij, is iemand die geen strobreed in de weg kan worden gelegd daar zijn wilsbesluit en gezag zo goed is als het Mijne [âjñâpratihatâ gatih, zie ook B.G. 9.31].

(28) Van een yogî zuiver van karakter, die middels de toewijding tot Mij [anderen] kent door zich te concentreren, is er daar de intelligentie wat betreft de drie fasen van de tijd, met inbegrip van de kennis van [dualiteiten als] geboorte en dood [zie tri-kâlika]. (29) Van een wijze onderlegd in de yoga wiens bewustzijn tot vrede is gebracht kan van Mijn yoga het lichaam geen schade oplopen als gevolg van het vuur en dergelijke, net zoals dat bij waterdieren niet kan die van het water zijn [zie ook 7.5: 33-50]. (30) Hij wordt onoverwinnelijk mediterend op de expansies van Mij, die gesierd zijn met de s'rîvatsa en de wapens, de vlaggen, ceremoniële parasols en verschillende waaiers [zie ook B.G. 11: 32]. 

(31) De man van wijsheid die Mij aldus aanbidt middels het proces van het zich concentreren in de yoga [dhârana] zal de mystieke volmaaktheden bereiken als beschreven, in ieder opzicht [naar de aard van zijn praktijk]. (32) Welke perfectie zou moeilijk te behalen zijn voor een wijze die in Mij uit op meditatie de zaak in z'n greep kreeg met het overwinnen van de zintuigen, zijn ademen en zijn geest? (33) Men zegt dat dezen [de siddhi's] voor hem die zich inperkt in het allerhoogste van de yoga om met Mij volledig te zijn, als belemmeringen, er de oorzaak van zijn dat men zijn tijd verspilt. (34) De vele volmaaktheden die men in deze wereld heeft van geboorte, van kruiden, verzakingen en door mantra's worden allen verkregen door de yoga; met geen enkele ander methode kan men de eigenlijke perfectie van de yoga bereiken [***]. (35) Van alle perfecties ben Ik inderdaad de oorzaak en de beschermer; Ik ben de meester van de yoga [de uiteindelijke eenheid], de analyse, het dharma, en de gemeenschap van vedische leraren. (36) Op dezelfde manier als de materiële elementen inwendig en uitwendig van de levende wezens bestaan besta Ik Zelve, de Ziel, niet overdekt zijnd, binnen en buiten al de belichaamde wezens [zie ook B.G. 2: 29-30].

 

 next        

 
 

 

 

Bronteksten [geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar]:

Lord Krishna's Description of Mystic Yoga Perfections

 

Tekst 1:

De Allerhoogste Heer zei: 'De yogî die in Mij zijn bewustzijn vestigend, zich verbonden hebbend, zijn zinnen en ademen heeft overwonnen, nadert tot de mystieke volmaaktheden. 

The Supreme Personality of Godhead said - My dear Uddhava, the mystic perfections of yoga are acquired by a yogî who has conquered his senses, steadied his mind, conquered the breathing process and fixed his mind on Me.

 

Tekst 2:

Uddhava zei: 'AlsJeblieft, Jij Schenker van de Volmaaktheid aan Alle Yogî's, zeg met welk soort van concentreren of op welke manier men mogelijk van mystieke perfectie is en, Acyuta, hoeveel volmaaktheden zijn er? 

S'rî Uddhava said: My dear Lord Acyuta, by what process can mystic perfection be achieved, and what is the nature of such perfection? How many mystic perfections are there? Please explain these things to me. Indeed, You are the bestower of all mystic perfections.

 

Tekst 3:

De Allerhoogste Heer zei: 'De meesters van de yoga spreken van achttien mystieke volmaaktheden [siddhi's] en meditaties [die tot hen leiden], waarbij acht van hen primair in Mij te vinden zijn en zich er tien [secundaire] manifesteren uit de kwaliteit [der goedheid].

The Supreme Personality of Godhead said - The masters of the yoga system have declared that there are eighteen types of mystic perfection and meditation, of which eight are primary, having their shelter in Me, and ten are secondary, appearing from the material mode of goodness.

 

Tekst 4-5:

Om, naar de vorm, in het kleinste te geraken [animâ], het grootste [mahimâ] of het lichtste [laghimâ in verhouding tot garimâ, het zwaarste], om welk materieel voorwerp dan ook te verwerven [prâpti], het vermogen om zinnelijk wat dan ook dat te zien en te horen is te genieten [prâkâmya], de overhand te hebben met het in gang zetten van de krachten [îs'itâ of îs'itvâ], om ongehinderd door de geaardheden op magische wijze te onderwerpen [vas'itvâ] en om aan ieder verlangen tegemoet te komen dat [Zijn] genade zoekt [kâmâvasâyitâ] zijn de acht mystieke volmaaktheden, o zachtgeaarde, waarvan je moet weten dat ze oorspronkelijk de Mijne zijn.

Among the eight primary mystic perfections, the three by which one transforms one's own body are animâ, becoming smaller than the smallest; mahimâ, becoming greater than the greatest; and laghimâ, becoming lighter than the lightest. Through the perfection of prâpti one acquires whatever one desires, and through prâkâmya-siddhi one experiences any enjoyable object, either in this world or the next. Through is'itâ-siddhi one can manipulate the subpotencies of mâyâ, and through the controlling potency called vas'itâ-siddhi one is unimpeded by the three modes of nature. One who has acquired kâmâvasâyitâ-siddhi can obtain anything from anywhere, to the highest possible limit. My dear gentle Uddhava, these eight mystic perfections are considered to be naturally existing and unexcelled within this world.

  

Tekst 6-7:

Om in dit lichaam niet te worden geplaagd door honger en dorst en dergelijke, om dingen ver weg te zien en te horen, om met de snelheid van de geest zich te verplaatsen, om naar believen iedere willekeurige vorm aan te nemen, om de lichamen van anderen binnen te gaan, te sterven bij wilsbesluit, getuige te zijn van het spel [van de meisjes van de hemel] met de goden, om naar eigen besluit van volmaakt succes te zijn, en om zijn wilsuiting ongehinderd nageleefd te krijgen [zijn de tien secundaire siddhi's].

The ten secondary mystic perfections arising from the modes of nature are the powers of freeing oneself from hunger and thirst and other bodily disturbances, hearing and seeing things far away, moving the body at the speed of the mind, assuming any form one desires, entering the bodies of others, dying when one desires, witnessing the pastimes between the demigods and the celestial girls called Apsarâs, completely executing one's determination and giving orders whose fulfillment is unimpeded.

 

Tekst 8-9

Kennis te hebben van het verleden, het heden en de toekomst, om vrij te zijn van de dualiteiten, weet te hebben van wat anderen denken, om de werking van het vuur, de zon, het water, vergif enzovoorts te stoppen en niet door anderen overweldigd te zijn, zijn de perfecties die men eveneens ziet als zijnde illustratief voor het zich concentreren in de yoga; alsjeblieft verneem nu van Mij met welke meditatiemethoden zich welke volmaaktheden voordoen. 

The power to know past, present and future; tolerance of heat, cold and other dualities; knowing the minds of others; checking the influence of fire, sun, water, poison, and so on; and remaining unconquered by others - these constitute five perfections of the mystic process of yoga and meditation. I am simply listing these here according to their names and characteristics. Now please learn from Me how specific mystic perfections arise from specific meditations and also of the particular processes involved.

 

Tekst 10

De aanbidder van Mij, Ik die alle fijnstoffelijke vormen van bestaan bezielt, verkrijgt de animâ-perfectie [om het kleinste binnen te gaan] door de geest te concentreren op die werkelijkheid der elementen.

One who worships Me in My atomic form pervading all subtle elements, fixing his mind on that alone, obtains the mystic perfection called animâ.

 

 Tekst 11

Men verwerft de mahimâ-perfectie [om het grootste binnen te gaan] door de geest te vestigen op het totaal van de materie door Mij tot leven gewekt als ook, afhankelijk van de situatie in kwestie, op ieder van de elementen der materie afzonderlijk [van het grote van de ether te zijn, het vuur, het water, de lucht en de aarde].

One who absorbs his mind in the particular form of the mahat-tattva and thus meditates upon Me as the Supreme Soul of the total material existence achieves the mystic perfection called mahimâ. By further absorbing the mind in the situation of each individual element such as the sky, air, fire, and so on, one progressively acquires the greatness of each material element.

 

Tekst 12

De yogî kan laghimâ [lichtheid] verwerven door zijn bewustzijn tot rust te brengen in Mij als zijnde de fijnstoffelijke substantie van de [natuurlijke verdeling van de] tijd voor de materiële elementen die er zijn in de vorm van atomen [zie ook cakra]. 

I exist within everything, and I am therefore the essence of the atomic constituents of material elements. By attaching his mind to Me in this form, the yogî may achieve the perfection called laghimâ, by which he realizes the subtle atomic substance of time.

 

Tekst 13

Hij die met zijn geest in Mij gevestigd de geest in zijn geheel concentreert binnen het emotionele van het Ik-principe, verkrijgt de siddhi van de prâpti [het mystiek verwerven] in het eigenaarschap van de zinnen van alle levende wezens.

Fixing his mind completely in Me within the element of false ego generated from the mode of goodness, the yogî obtains the power of mystic acquisition, by which he becomes the proprietor of the senses of all living entities. He obtains such perfection because his mind is absorbed in Me.

 

Tekst 14

Om van Mij, wiens verschijnen zich bevindt voorbij de waarneming, de buitengewoon bijzondere siddhi der prâkâmya te verkrijgen [om van wat dan ook wanneer dan ook te genieten] moet men zijn geestelijke activiteiten vastleggen in Mij als de Superziel die de draad vormt in het grote van de materie [zie ook sûtra].

One who concentrates all mental activities in Me as the Supersoul of that phase of the mahat-tattva which manifests the chain of fruitive activities obtains from Me, whose appearance is beyond material perception, the most excellent mystic perfection called prâkâmya.

 

Tekst 15

Als men het bewustzijn in Vishnu vestigt, de Oorspronkelijke Beheerser van de Drie [guna's, zie ook B.G. 7: 13] in de vorm van de Tijd, zal men de siddhi van îs'itvâ [de oppermacht] verwerven om het geconditioneerde lichaam [het veld] en zijn kenner aan te sporen [*]. 

One who places his consciousness on Vishnu, the Supersoul, the prime mover and Supreme Lord of the external energy consisting of three modes, obtains the mystic perfection of controlling other conditioned souls, their material bodies and their bodily designations.

 

Tekst 16

De yogî die zijn geest plaatst in Mij, Nârâyana als gekenschetst door het woord Fortuinlijk [bhagavat] en bekend staat als het vierde [vlak voorbij de andere drie **], vermag, begiftigd met Mijn natuur, het mystieke vermogen te verwerven van vas'itva [te onderwerpen met magie].

The yogî who places his mind in My form of Nârâyana, known as the fourth factor, full of all opulences, becomes endowed with My nature and thus obtains the mystic perfection called vas'itâ.

  

Tekst 17

Met de geest zuiver in Mij zich concentrerend in het onpersoonlijke [brahman] vrij van materiële kwaliteiten, verwerft men het opperste geluk waarin het verlangen zijn volledige bevrediging vindt [kâmâvasâyitâ]. 

One who fixes his pure mind on Me in My manifestation as the impersonal Brahman obtains the greatest happiness, wherein all his desires are completely fulfilled.

 

Tekst 18

Het bewustzijn in Mij concentrerend, de Heer van S'vetadvîpa, de personificatie van de goedheid, de optelsom van alle dharma, verkrijgt een persoon de vrijheid van de zes golven [anûrmi-mattvam, zie ook shath-ûrmi].

A human being who concentrates on Me as the upholder of religious principles, the personification of purity and the Lord of S'vetadvîpa obtains the pure existence in which he is freed from the six waves of material disturbance, namely hunger, thirst, decay, death, grief and illusion.

 

Tekst 19

In Mij, de verpersoonlijking van de ether, zich met zijn geest concentrerend op het bovenzinnelijk geluid in de prâna [zie 11: 14: 35], wordt daar de Zwaan [Heer Hamsa of de heilige persoon 11.13: 19] waargenomen en hoort men de woorden gesproken door alle levende wezens [dûra-s'ravana, zie ook divyam s'rotam]. 

That purified living entity who fixes his mind on the extraordinary sound vibrations occurring within Me as the personified sky and total life air is then able to perceive within the sky the speaking of all living entities.

 

Tekst 20

Met het samenvoegen van zijn ogen met de zon [dat bovenzinnelijk doend en niet fysiek erin starend] ziet men, met zijn geest in meditatie, wat dan ook dat ver weg is [dûra-dars'ana, zie ook 2.1: 30]. 

Merging one's sight into the sun planet and then the sun planet into one's eyes, one should meditate on Me as existing within the combination of sun and vision; thus one acquires the power to see any distant thing.

 

Tekst 21

Met het volledig verzinken van de geest in Mij zal men met de wind [de adem, de subtiele lucht], die de geest volgt om het lichaam op Mij gericht te hebben, bijgevolg het zelf zien gaan waarheen de geest zich ook begeeft [mano-javah]. 

The yogî who completely absorbs his mind in Me, and who then makes use of the wind that follows the mind to absorb the material body in Me, obtains through the potency of meditation on Me the mystic perfection by which his body immediately follows his mind wherever it goes.

 

 Tekst 22

Als de geest welke vorm dan ook in zich sluit die men verlangt aan te nemen, kan, met de macht van Mijn Yoga [om welke gedaante dan ook aan te nemen] als toevlucht, die zelfde vorm verschijnen die men in gedachten had [kâmarûpa].

When the yogî, applying his mind in a certain way, desires to assume a particular form, that very form immediately appears. Such perfection is possible by absorbing the mind in the shelter of My inconceivable mystic potency, by which I assume innumerable forms.

 

 Tekst 23

Als men het als een siddha verlangt het lichaam van een ander binnen te gaan moet men, met het loslaten van het eigen lichaam, zich in dat lichaam voorstellen [projecteren], er net als de wind in binnengaand via de vitale adem gelijk een bij die van bloem verwisselt [para-kâya-praves'anam]. 

When a perfect yogî desires to enter another's body, he should meditate upon himself within the other body, and then, giving up his own gross body, he should enter the other's body through the pathways of air, as easily as a bee leaves one flower and flies into another.

 

 Tekst 24

Met de hiel de anus blokkerend en de vitale adem van het hart omhoog brengend naar de borst en van de keel naar het hoofd, behoort men, zich bevindend op de top van de schedel [de brahma randhrena], met het opgeven van het materiële lichaam [om te sterven], zichzelf te leiden naar de geestelijke wereld [svacchandu-mrityu, zie ook 2.2: 19-21].

The yogî who has achieved the mystic perfection called svacchandu-mrityu blocks the anus with the heel of the foot and then lifts the soul from the heart to the chest, to the neck and finally to the head. Situated within the brahma-randhra, the yogî then gives up his material body and guides the spirit soul to the selected destination.

 

 Tekst 25

Met het verlangen de plaatsen van de goddelijken te genieten moet men, zich in Mij bevindend, mediteren op de geaardheid goedheid en dan de bij de goedheid bestaande vrouwen van de halfgoden eraan zien komen per vimâna [devânâm saha-krîdânudars'anam]. 

The yogî who desires to enjoy in the pleasure gardens of the demigods should meditate on the purified mode of goodness, which is situated within Me, and then the heavenly women, generated from the mode of goodness, will approach him in airplanes.

 

 Tekst 26

Als een man volledig in Mij gelooft of van geestelijke overtuiging is in Mij, Ik die er ben om waar te zijn, zal hij op die manier verkrijgen waar hij zich op had vastgelegd [yathâ-sankalpa-samsiddhi]. 

A yogî who has faith in Me, absorbing his mind in Me and knowing that My purpose is always fulfilled, will always achieve his purpose by the very means he has determined to follow.

 

 Tekst 27

De persoon die het zo ver bracht van Mijn aard, de Oppermacht en de Heerschappij, is iemand die geen strobreed in de weg kan worden gelegd daar zijn wilsbesluit en gezag zo goed is als het Mijne [âjñâpratihatâ gatih, zie ook B.G. 9.31].

A person who perfectly meditates on Me acquires My nature of being the supreme ruler and controller. His order, like Mine, can never be frustrated by any means.

 

 Tekst 28

Van een yogî zuiver van karakter, die middels de toewijding tot Mij [anderen] kent door zich te concentreren, is er daar de intelligentie wat betreft de drie fasen van de tijd, met inbegrip van de kennis van [dualiteiten als] geboorte en dood [zie tri-kâlika].

A yogî who has purified his existence by devotion to Me and who thus expertly knows the process of meditation obtains knowledge of past, present and future. He can therefore see the birth and death of himself and others.

 

 Tekst 29

Van een wijze onderlegd in de yoga wiens bewustzijn tot vrede is gebracht kan van Mijn yoga het lichaam geen schade oplopen als gevolg van het vuur en dergelijke, net zoals dat bij waterdieren niet kan die van het water zijn [zie ook 7.5: 33-50]. 

Just as the bodies of aquatics cannot be injured by water, similarly, the body of a yogî whose consciousness is pacified by devotion to Me and who is fully developed in yoga science cannot be injured by fire, sun, water, poison, and so forth.

 

 Tekst 30

Hij wordt onoverwinnelijk mediterend op de expansies van Mij, die gesierd zijn met de s'rîvatsa en de wapens, de vlaggen, ceremoniële parasols en verschillende waaiers [zie ook B.G. 11: 32]. 

My devotee becomes unconquerable by meditating on My opulent incarnations, which are decorated with S'rîvatsa and various weapons and are endowed with imperial paraphernalia such as flags, ornamental umbrellas and fans.

 

 Tekst 31

De man van wijsheid die Mij aldus aanbidt middels het proces van het zich concentreren in de yoga [dhârana] zal de mystieke volmaaktheden bereiken als beschreven, in ieder opzicht [naar de aard van zijn praktijk].

A learned devotee who worships Me through yoga meditation certainly obtains in all respects the mystic perfections that I have described.

 

 Tekst 32

Welke perfectie zou moeilijk te behalen zijn voor een wijze die in Mij uit op meditatie de zaak in z'n greep kreeg met het overwinnen van de zintuigen, zijn ademen en zijn geest? 

For a sage who has conquered his senses, breathing and mind, who is self-controlled and always absorbed in meditation on Me, what mystic perfection could possibly be difficult to achieve?

 

 Tekst 33

Men zegt dat dezen [de siddhi's] voor hem die zich inperkt in het allerhoogste van de yoga om met Mij volledig te zijn, als belemmeringen, er de oorzaak van zijn dat men zijn tijd verspilt. 

Learned experts in devotional service state that the mystic perfections of yoga that I have mentioned are actually impediments and are a waste of time for one who is practicing the supreme yoga, by which one achieves all perfection in life directly from Me.

 

 Tekst 34

De vele volmaaktheden die men in deze wereld heeft van geboorte, van kruiden, verzakingen en door mantra's worden allen verkregen door de yoga; met geen enkele ander methode kan men de eigenlijke perfectie van de yoga bereiken [***]. 

Whatever mystic perfections can be achieved by good birth, herbs, austerities and mantras can all be achieved by devotional service to Me; indeed, one cannot achieve the actual perfection of yoga by any other means.

 

 Tekst 35

Van alle perfecties ben Ik inderdaad de oorzaak en de beschermer; Ik ben de meester van de yoga [de uiteindelijke eenheid], de analyse, het dharma, en de gemeenschap van vedische leraren. 

My dear Uddhava, I am the cause, the protector and the Lord of all mystic perfections, of the yoga system, of analytic knowledge, of pure activity and of the community of learned Vedic teachers.

 

 Tekst 36

Op dezelfde manier als de materiële elementen inwendig en uitwendig van de levende wezens bestaan besta Ik Zelve, de Ziel, niet overdekt zijnd, binnen en buiten al de belichaamde wezens [zie ook B.G. 2: 29-30].

Just as the same material elements exist within and outside of all material bodies, similarly, I cannot be covered by anything else. I exist within everything as the Supersoul and outside of everything in My all-pervading feature.

 

*: Vers 15 heeft betrekking op het realiseren van de spirituele volmaaktheid in het mediteren van het persoonlijke, transcendentale aspect van de tijd van Vishnu als de essentiële samenhangende substantie, als tegengesteld aan het mediteren van de tijd zoals vermeld in vers 12, dat meer betrekking heeft op het onpersoonlijk aspect van de natuurlijke orde met de elementen, van de cakra, welke het wapen van Vishnu is.

**: Behalve de drie guna's in relatie tot Heer Nârâyana, is er ook sprake van de drie vlakken van bestaan van het fysieke grove van het grote van het universum bestaande uit de vijf elementen; het astrale, subtiele, van de tien werkende en waarnemende zintuigen en hun voorwerpen, de geest en de intelligentie, en het causale vlak van het bewustzijn en de kenner; ofwel kort gezegd: de wereld, het zinnelijk lijf en de individuele kenner waarbij er dan de Oorspronkelijke Persoon is van God als de vierde [zie ook B.G. 13: 19].

***: De eigenlijke perfectie van de yoga wordt, indachtig vers 35 erop volgend, Krishna-bewustzijn genoemd door de vaishnava's die het Bhâgavatam in het Westen verdedigen.

 

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties