Tweede
editie, geladen 28 oktober 2009

Voorgaande
Aadhar-editie en
Vedabase links:
Tekst
1
S'rî
Sûta zei: "Sumantu Rishi, de deskundige van de Atharva
Veda onderrichtte zoals u weet [zie 6:
52-53]
deze verzameling aan zijn leerling [genaamd Kabandha],
die [die in tweeën delend] zich erin verheugde hem
uit te spreken voor Pathya en Vedadars'a.
S'rî
Sûta zei: "Sumantu Rishi, de deskundige van de Atharva
Veda onderrichtte zoals u weet [zie 6.52-53], deze
verzameling aan zijn leerling [genaamd Kabandha],
die [die in tweeën delend] zich erin verheugde
hem uit te spreken voor Pathya en Vedadars'a.
(Vedabase)
Tekst
2
Alstublieft
luister: S'auklâyani, Brahmabali, Modosha en
Pippalâyani, de discipelen van Vedadars'a en de
discipelen van Pathya, mijn beste brahmaan, Kumuda, S'unaka en
Jâjali, waren allen eveneens autoriteiten op het gebied
van de Atharva Veda.
Alstublieft
luister: S'auklâyani, Brahmabali, Modosha en
Pippalâyani, de discipelen van Vedadars'a en de
discipelen van Pathya, mijn beste brahmaan, Kumuda, S'unaka
en Jâjali, waren allen eveneens autoriteiten op het
gebied van de Atharva Veda. (Vedabase)
Tekst
3
Babhru en
Saindhavâyana, discipelen van S'unaka, namen toen op
dezelfde manier kennis van twee Samhitâ's en zo deden dat
andere discipelen met Sâvarna voorop [weer van
hen].
Babhru
en Saindhavâyana, discipelen van S'unaka, namen toen
op dezelfde manier kennis van twee samhitâ's en zo
deden dat andere discipelen met Sâvarna voorop
[weer van hen]. (Vedabase)
Tekst
4
Nakshatrakalpa,
S'ântikalpa, Kas'yapa en Ângirasa behoren tot deze
âcârya's van de Atharva Veda. Verneem nu, o
wijze, over de autoriteiten van de
Purâna's.
Met
Nakshatrakalpa, S'ântikalpa als ook Kas'yapa en
Ângirasa behorend tot deze âcârya's van de
Atharva Veda, verneem nu, o wijze, over de autoriteiten van
de Purâna's. (Vedabase)
Tekst
5
Trayyâruni,
Kas'yapa, Sâvarni, Akritavrana, Vais'ampâyana en
Hârîta vormen de zes meesters van de
Purâna's.
Trayyâruni,
Kas'yapa, Sâvarni, Akritavrana, Vais'ampâyana en
Hârîta vormen de zes meesters van de
purâna's. (Vedabase)
Tekst
6
Zij namen
kennis van de verzameling uit de mond van Vyâsa's
leerling, mijn vader [Romaharshana],
en ik, als een discipel van ieder van hen één
gedeelte lerend, raakte goed onderlegd in hen allemaal.
Zij
namen kennis van de verzameling uit de mond van
Vyâsa's leerling, mijn vader [Romaharshana],
en ik, als een discipel van ieder van hen één
gedeelte lerend, raakte goed onderlegd in hen allemaal.
(Vedabase)
Tekst
7
Kas'yapa, ik,
Sâvarni en Akritavrana, die een leerling is van
Râma [van de Bhârgava's ofwel
Pâras'urâma, zie ook 10.74:
7-9],
hebben zich door de leerling van Vyâsa vier
basisverzamelingen eigengemaakt.
Kas'yapa,
ik, Sâvarni en Akritavrana, die een leerling is van
Râma [van de Bhârgava's ofwel
Pâras'urâma, zie ook 10.74: 7-9], hebben
zich door de leerling van Vyâsa vier
basisverzamelingen eigenmaakt. (Vedabase)
Tekst
8
O brahmaan,
luister alstublieft aandachtig naar wat de kenmerken zijn van
een Purâna, welke in overeenstemming met de vedische
geschriften door de intelligentste brahmaanse zieners zijn
vastgesteld.
O
brahmaan, verneem alstublieft met aandacht over de kenmerken
van een purâna, welke in overeenstemming met de
vedische geschriften door de brahmaanse zieners zich
beroepend op de intelligentie zijn vastgesteld.
(Vedabase)
Tekst
9-10
De schepping
[van dit universum, sarga],
de daaropvolgende schepping [van verschillende werelden en
wezens, visarga],
de handhaving [het onderhoud, de vritti
of sthâna] en bescherming [de
rakshâ of poshana van de levende
wezens], de tijdperken van heersen [van de
verschillende Manu's], de dynastieën
[vams'a's],
de vertellingen over hen
[vams'a-anucaritam], de vernietiging
[van verschillende aard, pralaya
of samsthâ], de motivatie [van het
individuele of hetu] en de allerhoogste toevlucht
[van de Fortuinlijke of apâs'raya], o
brahmaan, vormen de tien onderwerpen van een Purâna zoals
begrepen door de autoriteiten op dit gebied; sommigen stellen
dat in verhouding tot de grotere, de minder grote
Purâna's handelen over vijf onderwerpen [zie ook
S'uka hierover 2.10:
1-7 en
*].
De
schepping [van dit universum, sarga], de
daaropvolgende schepping [van verschillende werelden en
wezens, visarga], de handhaving [het onderhoud, de
vritti of sthâna] en bescherming [de
rakshâ of poshana van de levende wezens], de
tijdperken van heersen [van de verschillende
Manu's], de dynastieën [vams'as], de
vertellingen over hen [vams'a-anucaritam], de
vernietiging [van verschillende aard, pralaya of
samsthâ], de motivatie [van het individuele of
hetu] en de allerhoogste toevlucht [van de
Fortuinlijke of apâs'raya], o brahmaan, vormen de
tien onderwerpen van een purâna zoals begrepen door de
autoriteiten op dit gebied; sommigen stellen dat in
verhouding tot de grotere, de minder grote purâna's
handelen over vijf onderwerpen [zie ook S'uka hierover
2.10.1-7 en *]. (Vedabase)
Tekst
11
Schepping
[sarga]
is wat het genereren wordt genoemd uit de oerstaat. Uit die
staat wordt, door de verstoring door de geaardheden, de
kosmische intelligentie opgewekt waaruit de identificatie met
de materie zich opwierp die is verdeeld in drie aspecten
[of soorten van wezens naar de geaardheden]. Dit leidt
verder tot de manifestatie van de subtiele vormen van
waarnemen, de zintuigen en de waargenomen voorwerpen
[formatie door de conditionering van en identificatie met
Tijd, vergelijk 2.10:
3].
Schepping
[sarga] is wat het genereren wordt genoemd uit de
oerstaat waarvan, door de verstoring door de geaardheden,
kosmische intelligentie wordt opgewekt waarvan de
identificatie met de materie zich opwierp als verdeeld in
drie aspecten [of soorten van wezens naar de
geaardheden], welke verder manifesteerde als de subtiele
vormen van waarnemen, de zintuigen en de waargenomen
voorwerpen [formatie door de conditionering van en
identificatie met Tijd, vergelijk 2.10: 3].
(Vedabase)
Tekst
12
De tweede
schepping [visarga]
is het samenstel bestaande uit de voor de bewegende en
niet-bewegende levende wezens specifieke eigenschappen [de
vâsanâ's].
Deze geneigdheden worden, bij genade van de Oorspronkelijke
Persoon [purusha],
op dezelfde manier voortgebracht als zaad dat meer zaad
voortbrengt.
De
tweede schepping [visarga] is het samenstel
bestaande uit de voor de bewegende en niet-bewegende levende
wezens specifieke eigenschappen [de vâsana's],
de geneigdheden die, bij genade van de Oorspronkelijke
Persoon [purusha], op dezelfde manier worden
voortgebracht als zaad dat meer zaad voortbrengt.
(Vedabase)
Tekst
13
Levende wezens
houden zich in leven [vritti]
met levende wezens die zich rondbewegen dan wel zich niet
rondbewegen. Voor menselijke wezens in het bijzonder geldt dat
men voor zijn levensonderhoud handelt in overeenstemming met de
persoonlijke aard waarin men ofwel leeft naar zijn lust dan wel
zich houdt aan de [religieuze] regels.
Het
onderhoud [vritti] is het zich door de bewegende
wezens in leven houden met de niet-bewegende, danwel, meer
specifiek menselijk, het handelen terwille van het
levensonderhoud in overeenstemming met de persoonlijke aard
waarin men inderdaad ofwel leeft naar zijn lust danwel
volgens de regels. (Vedabase)
Tekst
14
Rakshâ
[of bescherming] is er met de incarnaties van de
Onfeilbare. Tijdperk na tijdperk aanwezig zijnde onder de
dieren, de stervelingen, de zieners en de halfgoden, worden
door deze incarnaties de vijanden van de drievoudige Veda
gedood [zie ook B.G. 4:
7].
Rakshâ
[of bescherming] is er met de incarnaties van de
Onfeilbare, die tijdperk na tijdperk aanwezig is onder de
dieren, de stervelingen, de zieners en de halfgoden; door
hen worden de vijanden van de drievoudige Veda gedood
[zie ook B.G. 4: 7]. (Vedabase)
Tekst
15
In ieder
tijdperk van het heersen van een Manu
is er het zesvoudige van de Heer: de Manu, de halfgoden, de
zoons van de Manu, de verschillende heersers over de verlichte
zielen [de Indra's],
de zieners [of rishi's],
en de gedeeltelijke incarnaties [de Heer Zijn
ams'a-avatâra's].
Naar
ieder tijdperk van heersen van ee Manu is er het zesvoudige
van de Heer: de Manu, de halfgoden, de zoons van de Manu, de
verschillende beheersers der verlichte [de Indra's],
de zieners [of rishi's], en de gedeeltelijke
incarnaties [de Heer Zijn ams'a-avatâra's].
(Vedabase)
Tekst
16
Dynastieën
[vams'a's]
stammend van Brahmâ strekken zich uit in het drievoudige
van de tijd [trikâlika]
als series van koningen, en hun geschiedenissen
[vams'a-anucaritam] beschrijven de handelingen
van de elkaar opvolgende vooraanstaande leden.
Dynastieën
[vams'as] stammend van Brahmâ strekken zich
uit in het drievoudige van de tijd [trikâlika]
als series van koningen, en hun geschiedenissen
[vams'a-anucaritam] beschrijven de handelingen van
de vooraanstaande leden in opeenvolging.
(Vedabase)
Tekst
17
De incidentele,
elementaire, voortdurende en uiteindelijke vernietiging die
door Zijn vermogen plaatsvindt vormt de vier aspecten van wat
de geleerden het zich weer oplossen van dit universum noemen
[de samsthâ in relatie tot de
pralaya,
zie ook 12.4].
De
incidentele, elementaire, voortdurende en uiteindelijke
vernietiging van Zijn vermogen heeft betrekking op het
oplossen in vier aspecten van dit universum aldus door de
geleerden beschreven [als samsthâ of pralaya, zie
ook 12.4]. (Vedabase)
Tekst
18
Het motief
[hetu] van de schepping [sarga]
en alles wat erbij hoort, wordt gevormd door de individuele
levende ziel [jîva], die uit onwetendheid
degene is die baatzuchtige handelingen verricht
[karma]. Anderen daarentegen spreken van de
ongemanifesteerde onderliggende persoonlijkheid.
Het
motief [hetu] van de schepping [sarga] en zo
voorts van dit alles, is de individuele levende ziel
[jîva], die uit onwetendheid degene is die
baatzuchtige handelingen verricht [karma]; of
verschillend daarvan spreken anderen van de
ongemanifesteerde onderliggende persoonlijkheid.
(Vedabase)
Tekst
19
God als de
allerhoogste toevlucht [apâs'raya] is, op
Zichzelf staand en verbonden, aanwezig in het waken, het slapen
en de droomloze slaap, in de zaken voorgespiegeld door de
begoochelende energie en in de functies van de individualiteit.
God
als de allerhoogste toevlucht [apâs'raya] is
er, los staand en verbonden, in het waken, het slapen en de
droomloze slaap, in de zaken voorgespiegeld door de
begoochelende energie en in de functies van de
individualiteit. (Vedabase)
Tekst
20
De
grondsubstantie van materiële voorwerpen is verbonden met,
en staat tevens los van hun afzonderlijke bestaan als dingen
die een naam en een vorm hebben. Zo ook is dat het geval
[met God], die door de verschillende fasen van een
lichamelijk bestaan heen, [verbonden is met en
losstaat] van het zaad in het begin tot aan de vijf
elementen [waarnaar men terugkeert] op het eind
[vergelijk 8.6:
10].
Precies
zoals de grondsubstantie van materiële voorwerpen
verbonden is met, zowel als los staat van, hun enkele
bestaan als dingen die namen en vorm hebben., is het
[met God] zo, door de verscheidene fasen van een
lichamelijk bestaan heen, van het zaad in het begin tot de
vijf elementen [waarnaar men terugkeert] op het eind
[vergelijk 8.6: 10]. (Vedabase)
Tekst
21
Uit zichzelf of
door yogabeoefening, kan het denken stoppen in het overstijgen
van de drievoudige staat [vritti-traya].
Als men afziet van materieel ondernemen kent men de Opperziel
[zie ook 3.25:
32-33].
Uit
zichzelf of door yogabeoefening, kan het denken stoppen in
relatie tot de drievoudige staat [vritti-traya]. Als
men afziet van materieel ondernemen kent men de Opperziel
[zie ook 3.25: 32-33]. (Vedabase)
Tekst
22
Op deze manier
onderscheiden door hun kenmerken zijn er, zo zeggen de wijzen
die thuis zijn in de antieke verhalen, achttien grote en
[achttien] kleine Purâna's [van 9.000 tot aan
81.000 verzen, zie ook Upa-purâna].
Op
deze manier onderscheiden door hun kenmerken zijn er, zo
zeggen de wijzen die deskundig zijn in de antieke verhalen,
achttien grote en [achttien] kleine purâna's
[van 9000 tot aan 81.000 verzen, zie ook
upa-purâna]. (Vedabase)
Tekst
23-24
Zij staan
bekend als de drie keer zes Purâna's [naar iedere
guna-avatâra]
genaamd Brahmâ, Padma, Vishnu, S'iva, Linga, Garuda,
Nârada, Bhâgavata, Agni, Skanda, Bhavishya,
Brahma-vaivarta, Mârkandeya, Vâmana, Varâha,
Matsya, Kûrma en Brahmânda [zie
Purâna's].
Zij
staan bekend als de drie keer zes purâna's [naar
iedere guna-avatâra] genaamd Brahmâ, Padma,
Vishnu, S'iva, Linga, Garuda, Nârada, Bhâgavata,
Agni, Skanda, Bhavishya, Brahma-vaivarta, Mârkandeya,
Vâmana, Varâha, Matsya, Kûrma en
Brahmânda [zie purâna's].
(Vedabase)
Tekst
25
O brahmaan, ik
beschreef aldus grondig de kennis die het geestelijk vermogen
bevordert zoals die is onderverdeeld door de wijze
[Vyâsadeva], zijn discipelen en de discipelen van
zijn discipelen."
Volledig,
o brahmaan, beschreef ik u deze toewijding in afdelingen van
de wijze [Vyâsadeva], zijn discipelen en de
discipelen van zijn discipelen, welke het spiritueel
vermogen [van de luisteraar] doet groeien."
(Vedabase)
*Het
vedische vers (Amarkhasa) naar deze secundaire status
van een purâna zegt: sargas' ca pratisargas'
ca
vams'o
manvantarâni
ca
vams'ânucaritam
ceti
purânam
pañca-lakshanam; "Schepping, secundaire
schepping, de dynastieën van de koningen, hun handelingen
en de regeerperioden van de Manu's zijn de vijf kenmerken van
een Purâna."
S'rîla
Jîva Gosvâmî heeft hierbij duidelijk gemaakt
dat de tien belangrijkste onderwerpen van het
S'rîmad-Bhâgavatam terug te vinden zijn in ieder
van de tien Canto's. Men moet niet proberen ieder van de tien
toe te wijzen tot één canto apart. Noch moet het
S'rîmad-Bhâgavatam kunstmatig worden uitgelegd om
te bewijzen dat het in opeenvolging die onderwerpen behandelt.
Het is eenvoudigweg zo dat alle aspecten van kennis belangrijk
voor menselijke wezens, samengevat in de tien categorieën
hierboven vermeld, worden besproken met wisselende graden van
nadruk en analyse door het hele S'rîmad-Bhâgavatam
heen [pp. 12.7:
9-10].
