
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
Lord
Balarâma Slays Dvivida Gorilla
Tekst
1:
De
achtenswaardige koning zei: 'Ik zou graag nog meer horen over
Râma, de Onbegrensde en Onpeilbare, wiens handelingen zo
verbazingwekkend zijn; wat deed de Prabhu nog
meer?'
The
glorious King Parîkchit said: I wish to hear further
about S'rî Balarâma, the unlimited and
immeasurable Supreme Lord, whose activities are all
astounding. What else did He do?
Tekst
2:
S'rî
S'uka zei: 'Er was een bepaalde aap genaamd Dvivida ['de
dubbelhartige'], een vriend van Naraka [ofwel
Bhaumâsura, zie 10.59],
die als de machtige broer van Mainda een adviseur was geweest
van Sugrîva [de aanvoerder der apen, zie ook
9.10:
32]
[*].
S'rî
S'ukadeva Gosvâmî said: There was an ape named
Dvivida who was a friend of Narakâsura's. This
powerful Dvivida, the brother of Mainda, had been instructed
by King Sugrîva.
Tekst
3:
De aap ten
einde zijn vriend te wreken [die door Krishna was
gedood] veroorzaakte chaos door de steden, dorpen, mijnen
en koeherdersgemeenschappen in het koninkrijk in brand te
steken.
To
avenge the death of his friend [Naraka], the ape
Dvivida ravaged the land, setting fires that burned cities,
villages, mines and cowherd dwellings.
Tekst
4:
De ene dag trok
hij rotsblokken los en verwoestte daarmee al de landstreken van
de Ânarta provincie, in het bijzonder daar waar de Doder
van zijn vriend, de Heer, zich ophield [in
Dvârakâ].
Once
Dvivida tore up a number of mountains and used them to
devastate all the neighboring kingdoms, especially the
province of Ânarta, wherein dwelt his friend's killer,
Lord Hari.
Tekst
5:
De andere dag
stond hij aan de kust midden in de oceaan om met een kracht van
duizend olifanten het zeewater te doen kolken met zijn armen en
zette hij de kustgebieden onder water.
Another
time he entered the ocean and, with the strength of ten
thousand elephants, churned up its water with his arms and
thus submerged the coastal regions.
Tekst
6:
In de
âs'rama's van de hoog verheven zieners brak hij,
kwaadaardig, de bomen af en bevuilde hij de offervuren met
urine en uitwerpselen.
The
wicked ape tore down the trees in the hermitages of exalted
sages and contaminated their sacrificial fires with his
feces and urine.
Tekst
7:
Zoals een wesp
die een insect verbergt, wierp hij bruut mannen en vrouwen in
een dal in grotten welke hij afgrendelde met grote rotsblokken.
Just
as a wasp imprisons smaller insects, he arrogantly threw
both men and women into caves in a mountain valley and
sealed the caves shut with boulders.
Tekst
8:
Aldus de landen
terroriserend en [zelfs] vrouwen van stand onterend
ging hij, [op een dag] de mooiste muziek horend, naar
de berg genaamd Raivataka.
Once,
while Dvivida was thus engaged in harassing the neighboring
kingdoms and polluting women of respectable families, he
heard very sweet singing coming from Raivataka Mountain. So
he went there.
Tekst
9-10:
Aldaar trof hij
Balarâma de Heer der Yadu's aan die met een
lotusbloemenslinger om en hoogst aantrekkelijk in al Zijn leden
temidden van een verzameling vrouwen met Zijn ogen rollend aan
het zingen was bedwelmd van het vârunî drinken
[zie ook 10.65:
19],
waarbij Zijn lichaam zo schitterend gloeide als een olifant in
de bronst.
There
he saw S'rî Balarâma, the Lord of the Yadus,
adorned with a garland of lotuses and appearing most
attractive in every limb. He was singing amidst a crowd of
young women, and since He had drunk vârunî
liquor, His eyes rolled as if He were intoxicated. His body
shone brilliantly as He behaved like an elephant in
rut.
Tekst
11:
De kwalijke
boombewoner klom op een tak en presenteerde zich door met de
boom te schudden en fanatiek er op los te schreeuwen.
The
mischievous ape climbed a tree branch and then revealed his
presence by shaking the trees and making the sound
kilakilâ.
Tekst
12:
Geplaatst voor
zijn onbeschaamdheid lachten Baladeva's gezellinnen, als
vrouwen dol op een pretje gedachtenloos zijnd, luidkeels.
When
Lord Baladeva's consorts saw the ape's impudence, they began
to laugh. They were, after all, young girls who were fond of
joking and prone to silliness.
Tekst
13:
De aap dreef de
spot met hen met rare bewegingen van zijn wenkbrauwen en
dergelijke en toonde hen recht voor hun neus terwijl Râma
toekeek, zijn achterwerk.
Even
as Lord Balarâma looked on, Dvivida insulted the girls
by making odd gestures with his eyebrows, coming right in
front of them, and showing them his anus.
Tekst
14-15:
Balarâma,
de beste lanceerder, wierp kwaad een steen naar hem, maar de
zotte aap speelde een spelletje met Hem ervoor wegduikend en
greep de kruik met drank beet en maakte Hem verder kwaad door
vals lachend de pot aan stukken te slaan en de dames aan hun
kleren te trekken; en zo was hij, machtig als hij was, vol van
valse trots met zijn beledigingen in overtreding met de
Sterke.
Angered,
Lord Balarâma, the best of fighters, hurled a rock at
him, but the cunning ape dodged the rock and grabbed the
Lord's pot of liquor. Further infuriating Lord
Balarâma by laughing and by ridiculing Him, wicked
Dvivida then broke the pot and offended the Lord even more
by pulling at the girls' clothing. Thus the powerful ape,
puffed up with false pride, continued to insult S'rî
Balarâma.
Tekst
16
Geconfronteerd
met de grofheid en de landstreken door hem geteisterd, nam Hij
vertoornd Zijn knots ter hand en Zijn ploeg, er toe besloten de
vijand ter dood te brengen.
Lord
Balarâma saw the ape's rude behavior and thought of
the disruptions he had created in the surrounding kingdoms.
Thus the Lord angrily took up His club and His plow weapon,
having decided to put His enemy to death.
Tekst
17
Dvivida ook van
een groot talent ontwortelde een s'âla boom met
één hand en er snel mee naderend sloeg hij er
Balarâma mee naar Zijn hoofd.
Mighty
Dvivida also came forward to do battle. Uprooting a
s'âla tree with one hand, he rushed toward
Balarâma and struck Him on the head with the tree
trunk.
Tekst
18
Maar
Sankarshana onverzettelijk als een berg allersterkst greep hem
beet terwijl hij op Zijn hoofd neerkwam en sloeg terug met
Sunanda [Zijn knots].
But
Lord Sankarshana remained as motionless as a mountain and
simply grabbed the log as it fell upon His head. He then
struck Dvivida with His club, named Sunanda.
Tekst
19-21
Op zijn schedel
getroffen door de knots er met de stroom van bloed zo mooi
uitziend als een berg rood van de ijzeroxide, viel hij, de klap
negerend, met het ontwortelen en kaalstrippen van een andere
met veel geweld opnieuw aan, maar Balarâma ermee in woede
ontstoken sloeg hem aan honderd stukken net als een andere,
waar hij vervolgens in razernij mee toesloeg, ook in honderd
stukken werd gebroken.
Struck
on the skull by the Lord's club, Dvivida became brilliantly
decorated by the outpour of blood, like a mountain
beautified by red oxide. Ignoring the wound, Dvivida
uprooted another tree, stripped it of leaves by brute force
and struck the Lord again. Now enraged, Lord Balarâma
shattered the tree into hundreds of pieces, upon which
Dvivida grabbed yet another tree and furiously hit the Lord
again. This tree, too, the Lord smashed into hundreds of
pieces.
Tekst
22
Zo vechtend,
door de Opperheer keer op keer geslagen en geslagen, ontdeed
hij het bos van al zijn bomen ze overal vandaan eruit trekkend.
Thus
fighting the Lord, who again and again demolished the trees
He was attacked with, Dvivida kept on uprooting trees from
all sides until the forest was left treeless.
Tekst
23
Toen hij,
gefrustreerd, daarop een regen van stenen over Baladeva
uitstortte, verpulverde de Hanteerder van de Knots ze allen met
gemak.
The
angry ape then released a rain of stones upon Lord
Balarâma, but the wielder of the club easily
pulverized them all.
Tekst
24
Met zijn beide
armen zo groot als palmbomen zijn vuisten ballend, sloeg de
kampioen der apen, de Zoon van Rohinî er mee
confronterend, op Zijn borst.
Dvivida,
the most powerful of apes, now clenched his fists at the end
of his palm-tree-sized arms, came before Lord Balarâma
and beat his fists against the Lord's body.
Tekst
25
De Grote Heer
der Yadu's wierp daarop Zijn ploeg en knots terzijde en beukte
met Zijn beide handen vertoornd op zijn sleutelbeen zodat
Dvivida bloed opgevend ten val kwam.
The
furious Lord of the Yâdavas then threw aside His club
and plow and with His bare hands hammered a blow upon
Dvivida's collarbone. The ape collapsed, vomiting
blood.
Tekst
26
Van de dreun
die dat gaf stond de hele berg met al zijn hoogten en bomen te
schudden, o tijger onder de Kuru's, als betrof het een boot in
het water door de wind bewogen.
When
he fell, O tiger among the Kurus, Raivataka Mountain shook,
along with its cliffs and trees, like a wind-tossed boat at
sea.
Tekst
27
'Jaya!', 'Alle
eer!' en 'Uitstekend!' ten beste gevend stortten de verlichte
zielen, de vervolmaakten en de grote wijzen die in de hemel
zaten, een regen van bloemen uit.
In
the heavens the demigods, perfect mystics and great sages
cried out, "Victory to You! Obeisances to You! Excellent!
Well done!" and showered flowers upon the Lord.
Tekst
28
Na een einde
gemaakt te hebben aan Dvivida die er een puinzooi van maakte in
de wereld, werd de Allerhoogste Heer bij binnenkomst van de
stad door de mensen met liederen verheerlijkt.'
Having
thus killed Dvivida, who had disturbed the whole world, the
Supreme Lord returned to His capital as the people along the
way chanted His glories.
*
Volgens S'rîla Jîva Gosvâmî, zijn de
Mainda en Dvivida vermeld in dit vers gevolmachtigde expansies
van deze Ramâyana godheden, die als ingezetenen van Heer
Râmacandra's Vaikunthha domein ten val kwamen vanwege een
overtreding met Lakshmâna. S'rîla Vis'vanâtha
Cakravartî vergelijkt de val, door slecht gezelschap met
Nakara, van Dvivida en Mainda - die hij ziet als eeuwig
bevrijdde toegewijden - met die van Jaya en Vijaya.
