regelbalk


 

 

Canto 3

Bhajahû Re Mana

 
 

Hoofdstuk 16: De Twee Poortwachters van Vaikunthha Vervloekt door de Wijzen

(1) Brahmâ zei: 'Na de vier wijzen van het yogageweten gecomplimenteerd te hebben met hun woorden van lof, richtte de Almachtige van de verblijfplaats Vaikunthha het woord tot hen. (2) De Opperheer zei: 'Deze twee dienaren van Mij genaamd Jaya en Vijaya hebben, met minachting voor Mij, zich schuldig gemaakt aan een ernstige overtreding  jegens u. (3) De straf die u, die van toewijding bent, hen toebedeelde, keur Ik goed, o grote wijzen, omdat ze zich vijandig tegen u keerden. (4) Ik zoek nu uw vergeving omdat die overtreding jegens u, brahmanen, die de hoogsten van God bent, geheel de Mijne is. Ik beschouw Mezelf  als degene die de overtreding beging aangezien zij die u niet respecteerden Mijn dienaren zijn. (5) Als een dienaar iets verkeerd doet, verwijt men dat over het algemeen degene in wiens naam de overtreding werd begaan. Het schaadt de reputatie van die persoon zoveel als lepra de huid schaadt. (6) De nectar van de onbezoedelde glorie [van Mijn naam en faam] die iemand ter ore komt, zuivert het ganse universum op slag, met inbegrip van de laagsten der lagen. Ik ben die persoon van de vrijheid van nalatigheid en dwaasheid, van Vaikunthha, en voor u, die de heerlijkheid van dat verheven pelgrimsoord hebt bereikt, zou Ik zelfs mijn arm afhakken als dat oord vijandig tegen u zou werken. (7) Van hen die dienen in het stof van Mijn heilige lotusvoeten worden alle zonden terstond uitgewist. Daaraan ontleen Ik een zodanige aard dat, ondanks dat Ik niet gehecht ben aan de Godin van het Geluk, ze Me nimmer verlaat, terwijl anderen heilige geloften in acht moeten nemen om de geringste gunst van haar te verkrijgen. (8) Anderzijds geniet Ik niet zoveel van de uitgietingen in het vuur van de offeraar die de ghee, die overvloedig vermengd is met het voedsel, in die mond van Mij offert, als Ik geniet van de beetjes voedsel die de monden van de brahmanen in actie tevredenstellen die de resultaten van hun handelen aan Mij opdroegen. (9) Als Ik die met de macht van Mijn oneindig en ongehinderd inwendig vermogen en met het Gangeswater dat van Mijn voeten spoelde, waarmee Heer S'iva terstond de drie werelden heiligt, op Mijn kroon het heilige stof weet te dragen van de voeten van de brahmanen, wie zou dat dan niet [kunnen]? (10) Zij die omdat hun oordeelsvermogen door zonde is belemmerd, de besten van de tweemaal geboren zielen, de koeien en de hulpeloze schepselen die deel uitmaken van Mijn lichaam, als verschillend van Mij beschouwen, zullen door de kwade gieren van boodschappers van de meester van de straf [Yamarâja] verscheurd worden als waren ze nijdige slangen. (11) Maar Ik wordt beheerst door de brahmanen die zich met het leveren van kritiek [kunnen] uiten. Daarom zijn zij in Mij die er, als waren ze hun zonen, intelligent met verheugde harten en de nectar van hun glimlachende lotusgezichten, in slagen om hen te erkennen met waarderende en liefdevolle woorden. (12) Moge het daarom zo zijn dat de verbanning van deze twee dienaren niet te lang duurt. Niet bekend met de bedoeling van hun meester waren ze in overtreding jegens u. Daardoor moeten ze het onmiddellijke gevolg ervan onder ogen zien, zodat ze spoedig weer de gunst van Mijn nabijheid mogen genieten.'

(13) Heer Brahmâ zei: 'Hoewel ze nu Zijn liefdevolle, goddelijke toespraak hadden gehoord die klonk als een reeks mantra's, waren hun zielen, gebeten door de slang van de woede, niet bevredigd. (14) Met hun oren wijd open de uitnemende en zorgvuldig gekozen woorden van monumentaal belang aanhorend, hadden ze er moeite mee ze te begrijpen. Ze konden, diep nadenkend over hun ondoorgrondelijke wijsheid, zich geen voorstelling maken van de bedoeling van de Heer. (15) De grootse conclusie die de Allerhoogste Heer had geopenbaard vanuit Zijn innerlijk vermogen, deed de vier brahmanen met gevouwen handen spreken in de hoogste staat van verrukking met hun haren overeind. (16) De wijzen zeiden: 'O Fortuinlijke, we snappen niet wat U wilt zeggen, o Heer, omdat U, ondanks dat U de heerser bent, spreekt over [het van onze kant] genade hebben met U! (17) U bent de allerhoogste leider van de geestelijke wereld en de hoogste autoriteit van de brahmanen. U, o meester van de geleerden, bent de God van de goden, de Fortuinlijke die de Ziel is, de aanbiddelijke godheid. (18) U vormt in al Uw verschillende verschijningen de bescherming van de eeuwige roeping [sanâtana dharma]. U bent het verheven doel van de religieuze beginselen; volgens ons bent U de ene onveranderlijke werkelijkheid. (19) Omdat dankzij Uw genade de transcendentalisten die breken met alle materiële verlangens zonder moeite geboorte en dood overwinnen, kan het nooit zo zijn dat U afhankelijk zou zijn van de genade van anderen. (20) De Genade van het Fortuin [de godin Lakshmî], van wie anderen, in hun verlangen naar materieel voordeel, bij gelegenheid op hun hoofd het stof van haar voeten aanvaarden, staat voor U klaar, bezorgd om een plaatsje gelijk aan dat van de koning van de hommels die uit zijn op het aroma van de krans van verse tulsîblaadjes die door de toegewijden wordt aangeboden. (21) Hoe kan U, die als het reservoir van alle volheden zich geen zorgen maakt om haar feilloze toegewijde diensten, U, die voor de zuivere toegewijden het voorwerp van de grootste toewijding bent, worden geheiligd door het stof op het pad van de brahmanen of nu het geluk vinden aan de hand van het S'rîvatsa-teken [de paar witte haren op Uw borst]? (22) U, o Fortuinlijke, bent drievoudig [tapas, s'auca, dayâ] aanwezig in al de drie [voorgaande] yuga's [zie 3.11] ter bescherming van het levende en het levenloze van dit universum. Moge voor het heil van de goden en de brahmanen Uw bovenzinnelijke gedaante van zuivere goedheid de onwetendheid en de hartstocht uitbannen en ons zo al het beste brengen. (23) Als U als de beschermer van de brahmanen - de hoogste klasse - hen niet als de besten acht die alle respect verdienen en die het waard zijn in vriendelijke bewoordingen te worden aangesproken, dan zal, o God, Uw heilzame pad verloren zijn, het pad op basis waarvan de gewone man het gezag van de wijsheid zou aanvaarden. (24) En dat is niet wat U wilt. U, die als het vergaarbekken van alle goedheid het goede wenst te doen voor de mensen in het algemeen, vernietigde middels Uw vermogens de tegenstand. O Heer, U bent de Ene van de drievoud van de natuur en de handhaver van het universum en daarom heeft Uw vermogen niet [onder de rol die U nu speelt] te lijden. Die onderworpen houding is slechts [een spel voor] Uw genoegen. (25) Welke straf dan ook, o Heer, waarvan U denkt dat deze twee of zij die van een beter leven zijn [wij], hem verdienen, zullen we met heel ons hart aanvaarden. Neem welke maatregel U ook maar gepast acht; we begrijpen dat we de zondelozen hebben vervloekt.'

(26) De Allerhoogste Heer zei: 'Deze twee zullen spoedig elders geboorte nemen uit een goddeloze moederschoot. Met de door woede versterkte focus van hun geest, zullen ze hecht met Mij verenigd zijn en snel weer naar Mijn aanwezigheid terugkeren. Weet dat uw vloek door Mij alleen is afgeroepen, o wijzen.'

(27) Brahmâ zei: 'De wijzen hadden nu het oogstrelende, zelfverlichte bereik van Vaikunthha gezien, de verblijfplaats van de onweerstaanbare Heer. (28) Ze omliepen de Allerhoogste Heer, toonden hun respect en keerden opgetogen terug, er vol van kennis gemaakt te hebben met de glorie van de Vaishnava's [de dienaren van Heer Vishnu]. (29) De Opperheer zei toen tegen Zijn twee dienaren: 'Ga hier weg, weest onbevreesd, maar leef in saamhorigheid. Hoewel Ik in staat ben de vloek van een brahmaan te herroepen, wens Ik dat niet te doen, integendeel, Ik keur hem zelfs goed. (30) Dit vertrek werd voorzien door Lakshmî die boos op jullie was toen jullie haar ooit eens de toegang weigerden terwijl Ik lag te rusten. (31) Als Mijn vijand verenigd in jullie bewustzijn, zullen jullie worden bevrijd van de gevolgen van het niet respecteren van de brahmanen en na slechts een korte tijd naar Mij terugkeren.'

(32) Na aldus de twee poortwachters te hebben toegesproken, keerde de Opperheer terug naar Zijn verblijfplaats die wordt opgesierd door reeksen paleizen vol van de weelde [van de dienstbaarheid] van de godin Lakshmî. (33) Maar dat gold niet voor de twee excellente halfgoden die, vanwege de vloek van de brahmanen, onvermijdelijk de schoonheid en luister van Vaikunthha moesten missen en versomberden. (34) Toen de twee in de hemel van de Heer van Vaikunthha ten val kwamen, steeg er een luide kreet van teleurstelling op uit de excellente paleizen van de toegewijden. (35) Deze twee vooraanstaande  metgezellen van de Heer kregen nu via het zeer krachtige zaad van Kas'yapa toegang tot de schoot van Diti. (36) Omdat de Allerhoogste Heer het zo wenste, zijn jullie nu geplaatst voor het vermogen van deze twee onverlichte zielen van de Heer en allen uit je doen. (37) Met Hem als de oorzaak van het handhaven, scheppen en vernietigen van het universum, kan het begoochelend yogamâyâ-vermogen van de Alleroudste zelfs door de meesters van de yoga niet makkelijk worden doorgrond. Maar Hij is onze Opperheer en Meester over de Geaardheden en zal alles in orde brengen. Wat zou [anders] de bedoeling zijn van ons uitweiden over dit onderwerp?'

 

next                         

 
 Derde herziene editie, geladen 2 februari 2017.

 

 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

Brahmâ zei: 'Na de vier wijzen van het yogageweten gecomplimenteerd te hebben met hun woorden van lof, richtte de Almachtige van de verblijfplaats Vaikunthha het woord tot hen.
Brahmâ zei: 'Na de vier wijzen van het yoga-geweten gecomplimenteerd te hebben met hun woorden van lof, richtte de Almachtige van de verblijfplaats Vaikunthha het woord tot hen. (Vedabase)

 

Tekst 2

De Opperheer zei: 'Deze twee dienaren van Mij genaamd Jaya en Vijaya hebben, met minachting voor Mij, zich schuldig gemaakt aan een ernstige overtreding  jegens u.

De Opperheer zei: 'Deze twee dienaren van Mij genaamd Jaya en Vijaya begingen voorzeker, omdat ze Mij negeerden, een ernstige overtreding jegens u. (Vedabase)

 

Tekst 3

De straf die u, die van toewijding bent, hen toebedeelde, keur Ik goed, o grote wijzen, omdat ze zich vijandig tegen u keerden.

De straf die u, die van toewijding bent, hen bedeelde, keur Ik zeker goed, o grote wijzen, daar ze zich vijandig tegen u keerden. (Vedabase)

 

Tekst 4

Ik zoek nu uw vergeving omdat die overtreding jegens u, brahmanen, die de hoogsten van God bent, geheel de Mijne is. Ik beschouw Mezelf  als degene die de overtreding beging aangezien zij die u niet respecteerden Mijn dienaren zijn.

Derhalve zoek Ik nu uw vergeving omdat die overtreding jegens u de brahmanen, die de hoogsten van God zijn, de Mijne is; Ik beschouw Mezelf als degene die hem beging daar zij, door wie u niet bent gerespecteerd, Mijn eigen dienaren zijn. (Vedabase)

  

Tekst 5

Als een dienaar iets verkeerd doet, verwijt men dat over het algemeen degene in wiens naam de overtreding werd begaan. Het schaadt de reputatie van die persoon zoveel als lepra de huid schaadt.

In het algemeen, als een dienaar iets verkeerd doet, geeft men degene in wiens naam de overtreding is begaan de schuld; het schaadt de reputatie van die persoon zoveel als lepra dat met de huid doet. (Vedabase)

 

Tekst 6

De nectar van de onbezoedelde glorie [van Mijn naam en faam] die iemand ter ore komt, zuivert het ganse universum op slag, met inbegrip van de laagsten der lagen. Ik ben die persoon van de vrijheid van nalatigheid en dwaasheid, van Vaikunthha, en voor u, die de heerlijkheid van dat verheven pelgrimsoord hebt bereikt, zou Ik zelfs mijn arm afhakken als dat oord vijandig tegen u zou werken.

De nectar van de onbezoedelde glorie die iemand ter ore komt, zuivert het ganse universum op slag met inbegrip van de laagsten der lagen; Ik ben die persoon van de Vrijheid van Luiheid en Dwaasheid, van Vaikunthha, en voor u die de heerlijkheid van dat verheven pelgrimsoord heeft bereikt, zou Ik zelfs mijn arm afhakken als dat vijandig tegen u zou werken. (Vedabase)

  

Tekst 7

Van hen die dienen in het stof van Mijn heilige lotusvoeten worden alle zonden terstond uitgewist. Daaraan ontleen Ik een zodanige aard dat, ondanks dat Ik niet gehecht ben aan de Godin van het Geluk, ze Me nimmer verlaat, terwijl anderen heilige geloften in acht moeten nemen om de geringste gunst van haar te verkrijgen.

Door hen wiens zonden alle terstond zijn uitgewist door het dienen in het stof van Mijn heilige lotusvoeten, heb Ik een zodanige aard verworven dat zelfs al ben Ik niet gehecht aan de Godin van het Fortuin zij, voor wie anderen heilige geloften in acht nemen om de geringste gunst te verkrijgen, Me nimmer verlaat. (Vedabase)


Tekst 8

Anderzijds geniet Ik niet zoveel van de uitgietingen in het vuur van de offeraar die de ghee, die overvloedig vermengd is met het voedsel, in die mond van Mij offert, als Ik geniet van de beetjes voedsel die de monden van de brahmanen in actie tevredenstellen die de resultaten van hun handelen aan Mij opdroegen. 

Anderzijds, geniet Ik niet zoveel van de uitgietingen in het vuur van de offeraar die de ghee, die overvloedig vermengd is met het voedsel, in die mond van Mij offert, als dat Ik geniet van de hoeveelheden voedsel die de monden van de optredende brahmanen tevredenstelden die de resultaten van hun handelen aan Mij opdroegen. (Vedabase)

 

Tekst 9

Als Ik die met de macht van Mijn oneindig en ongehinderd inwendig vermogen en met het Gangeswater dat van Mijn voeten spoelde, waarmee Heer S'iva terstond de drie werelden heiligt, op Mijn kroon het heilige stof weet te dragen van de voeten van de brahmanen, wie zou dat dan niet [kunnen]?

Als Ik, ongebroken en niet gehinderd in Mijn innerlijk vermogen, de zuivere weelde van het stof van hun voeten op Mijn hoofd kan dragen, welk wijs mens zou dan niet het Ganges-water dragen dat de voeten waste en terstond tezamen met Heer S'iva, de drie werelden heiligt? (Vedabase)


Tekst 10

Zij die omdat hun oordeelsvermogen door zonde is belemmerd, de besten van de tweemaal geboren zielen, de koeien en de hulpeloze schepselen die deel uitmaken van Mijn lichaam, als verschillend van Mij beschouwen, zullen door de kwade gieren van boodschappers van de meester van de straf [Yamarâja] verscheurd worden als waren ze nijdige slangen.

Die personen die de besten der tweemaal geborenen, de koeien en de hulpeloze schepselen die Mijn lichaam vormen, als verschillend van Mij zien, omdat hun oordeelsvermogen door zonde is belemmerd, zullen, zelf zo kwaad zijnd als een slang, verscheurd worden door de kwade, gierachtige boodschappers van de meester der bestraffing [Yamarâja]. (Vedabase)

 

Tekst 11

Maar Ik wordt beheerst door de brahmanen die zich met het leveren van kritiek [kunnen] uiten. Daarom zijn zij in Mij die er, als waren ze hun zonen, intelligent met verheugde harten en de nectar van hun glimlachende lotusgezichten, in slagen om hen te erkennen met waarderende en liefdevolle woorden.

Maar zij die met verheugde harten en de nectar van hun lotusgelijke, glimlachende gezichten intelligent de brahmanen die van ernstige bewoordingen zijn respecteren, met lieve woorden zoals een vredelievende zoon zou in zijn lof, zijn in Mij, daar Ik beheerst wordt door die brahmanen. (Vedabase)

 

Tekst 12

Moge het daarom zo zijn dat de verbanning van deze twee dienaren niet te lang duurt. Niet bekend met de bedoeling van hun meester waren ze in overtreding jegens u. Daardoor moeten ze het onmiddellijke gevolg ervan onder ogen zien, zodat ze spoedig weer de gunst van Mijn nabijheid mogen genieten.'

Laat het daarom zo zijn dat de verbanning van deze twee dienaren, die, niet wetend van de bedoeling van hun meester, in overtreding waren jegens u en het onmiddellijke gevolg onder ogen moeten zien, niet te lang moge zijn, zodat ze spoedig de gunst van Mijn nabijheid herkrijgen.' (Vedabase)

  

Tekst 13

Heer Brahmâ zei: 'Hoewel ze nu Zijn liefdevolle, goddelijke toespraak hadden gehoord die klonk als een reeks mantra's, waren hun zielen  gebeten door de slang van de woede, niet bevredigd.

Heer Brahmâ zei: 'Alhoewel ze nu Zijn liefdevolle goddelijke toespraak hadden gehoord die als één doorlopende hymne van wijsheid was, waren hun zielen, die waren gebeten door de slang der woede, niet bevredigd. (Vedabase) 

 

Tekst 14

Met hun oren wijd open de uitnemende en zorgvuldig gekozen woorden van monumentaal belang aanhorend, hadden ze er moeite mee ze te begrijpen. Ze konden, diep nadenkend over hun ondoorgrondelijke wijsheid, zich geen voorstelling maken van de bedoeling van de Heer.

Toen ze met hun oren wijd open vernamen van de uitnemendheid van de zorgvuldig gekozen woorden van monumentaal belang, konden zij, diep nadenkend over het gewicht ervan, zich geen voorstelling maken van de Heer Zijn bedoeling. (Vedabase)

 

Tekst 15

De grootse conclusie die de Allerhoogste Heer had geopenbaard vanuit Zijn innerlijk vermogen, deed de vier brahmanen met gevouwen handen spreken in de hoogste staat van verrukking met hun haren overeind.

De grootse glorie die de Allerhoogste had geopenbaard vanuit Zijn innerlijk vermogen deed de vier brahmanen, in de hoogste verrukking en met gevouwen handen, spreken met hun haren overeind. (Vedabase)


Tekst 16

De wijzen zeiden: 'O Fortuinlijke, we snappen niet wat U wilt zeggen, o Heer, omdat U, ondanks dat U de heerser bent, spreekt over [het van onze kant] genade hebben met U!

De wijzen zeiden: 'O Allerhoogste Heer, we hadden er geen idee van wat U, o God wilde dat we deden en niettemin sprak U ten gunste van ons; daarom, wat zegt U, als de Allerhoogste Heerser, ons nu? (Vedabase)

 

Tekst 17

U bent de allerhoogste leider van de geestelijke wereld en de hoogste autoriteit van de brahmanen. U, o meester van de geleerden, bent de God van de goden, de Fortuinlijke die de Ziel is, de aanbiddelijke godheid.

U bent de allerhoogste leider van de geestelijke wereld en van de hoogste positie van de brahmanen die de anderen onderrichten; o Meester, als zodanig bent U de Opperheer en Ziel, de Godheid, voor de goddelijken en de geschoolden. (Vedabase)

 

Tekst 18

U vormt in al Uw verschillende verschijningen de bescherming van de eeuwige roeping [sanâtana dharma]. U bent het verheven doel van de religieuze beginselen; volgens ons bent U de ene onveranderlijke werkelijkheid. 

Van U is er de bescherming van de eeuwige roeping door al Uw manifestaties en het allerhoogste van de menselijke beginselen; naar onze mening bent U het onveranderlijke doel. (Vedabase)


Tekst 19

Omdat dankzij Uw genade de transcendentalisten die breken met alle materiële verlangens zonder moeite geboorte en dood overwinnen, kan het nooit zo zijn dat U afhankelijk zou zijn van de genade van anderen.

Omdat bij Uw genade de transcendentalisten zonder moeite de dood en geboorte te boven komen met het beëindigen van alle materiële verlangens, kan het nooit zo zijn dat U als zodanig door anderen kan worden begunstigd. (Vedabase)

  

Tekst 20

De Genade van het Fortuin [de godin Lakshmî], van wie anderen, in hun verlangen naar materieel voordeel, bij gelegenheid op hun hoofd het stof van haar voeten aanvaarden, staat voor U klaar, bezorgd om een plaatsje gelijk aan dat van de koning van de hommels die uit zijn op het aroma van de krans van verse tulsîblaadjes die door de toegewijden wordt aangeboden.

De Genade van het Fortuin [de godin Lakshmî], het goede waarvan anderen bij gelegenheid het stof van de voeten op hun hoofd aanvaarden, zit op U te wachten, er naar uitziend zich van een plaats te verzekeren gelijk die van de koning der hommels met het aroma van de krans van verse tulsîblaadjes die door de toegewijden wordt aangeboden. (Vedabase)

 

Tekst 21

Hoe kan U, die als het reservoir van alle volheden zich geen zorgen maakt om haar feilloze toegewijde diensten, U, die voor de zuivere toegewijden het voorwerp van de grootste toewijding bent, worden geheiligd door het stof op het pad van de brahmanen of nu het geluk vinden aan de hand van het S'rîvatsa-teken [de paar witte haren op Uw borst]?

U, als de Hoogste van het zuivere van haar toegewijde dienst, bent nimmer gehecht aan het dienen; hoe kan U dan, als de gehechtheid van de toegewijden, worden gezuiverd door het heilige stof op het pad of door het S'rîvatsa-teken [een paar witte haren op Zijn borst] het reservoir van al het goede verwerven?  (Vedabase)


Tekst 22

U, o Fortuinlijke, bent drievoudig [tapas, s'auca, dayâ] aanwezig in al de drie [voorgaande] yuga's [zie 3.11] ter bescherming van het levende en het levenloze van dit universum. Moge voor het heil van de goden en de brahmanen Uw bovenzinnelijke gedaante van zuivere goedheid de onwetendheid en de hartstocht uitbannen en ons zo al het beste brengen.

Van U, de verpersoonlijking der religie, de Allerhoogste Heer, zijn de voeten waarneembaar in al de drie yuga's [zie 3 - 11] in dit universum van het levende en het levenloze. De tweemaal-geborenen en de goddelijken echter, beschermd door die voeten, zagen de hartstocht en de onwetendheid door hen vernietigd; alstUblieft, ban [het kwade] met Uw bovenzinnelijke gedaante uit, schenk ons al Uw zegeningen van zuivere goedheid. (Vedabase)


Tekst 23

Als U als de beschermer van de brahmanen - de hoogste klasse - hen niet als de besten acht die alle respect verdienen en die het waard zijn in vriendelijke bewoordingen te worden aangesproken, dan zal, o God, Uw heilzame pad verloren zijn, het pad op basis waarvan de gewone man het gezag van de wijsheid zou aanvaarden.

Als U, als de beschermer der tweemaal-geborenen, de hoogste klasse, hen in feite niet waardig acht om als de besten te worden gerespecteerd en met milde woorden te worden aangesproken, dan zal voorzeker het goedgunstige pad, waarvan de mensen in het algemeen de autoriteit der wijsheid zouden aanvaarden, o God, verloren zijn. (Vedabase)


Tekst 24

En dat is niet wat U wilt. U, die als het vergaarbekken van alle goedheid het goede wenst te doen voor de mensen in het algemeen, vernietigde middels Uw vermogens de tegenstand. O Heer, U bent de Ene van de drievoud van de natuur en de handhaver van het universum en daarom heeft Uw vermogen niet [onder de rol die U nu speelt] te lijden. Die onderworpen houding is slechts [een spel voor] Uw genoegen.

En dat wordt door U niet gewenst - U, die als het vergaarbekken van alle goedheid het goede wenst te doen voor de mensen in het algemeen, vernietigde door Uw eigen vermogens de tegenstand; hierdoor, o Heer, o Ene van de drievoud der natuur en handhaver van het universum, blijft Uw vermogen onverminderd en is die onderworpen houding slechts Uw genoegen. (Vedabase)

 

Tekst 25

Welke straf dan ook, o Heer, waarvan U denkt dat deze twee of zij die van een beter leven zijn [wij], hem verdienen, zullen we met heel ons hart aanvaarden. Neem welke maatregel U ook maar gepast acht; we begrijpen dat we de zondelozen hebben vervloekt.'

Wat voor straf ook, o Heer, U denkt dat deze twee verdienen, die van een beter bestaan zijn, zullen we met heel ons hart aanvaarden; doe wat U ook maar denkt dat een gepaste sanctie zou zijn; we begrijpen dat we de zondeloze n hebben vervloekt.' (Vedabase)

 

Tekst 26

De Allerhoogste Heer zei: 'Deze twee zullen spoedig elders geboorte nemen uit een goddeloze moederschoot. Met de door woede versterkte focus van hun geest, zullen ze hecht met Mij verenigd zijn en snel weer naar Mijn aanwezigheid terugkeren. Weet dat uw vloek door Mij alleen is afgeroepen, o wijzen.'

De Allerhoogste Heer zei: 'Deze twee zullen elders spoedig geboorte nemen uit een goddeloze moederschoot. Versterkt door woede en geconcentreerd van geest zullen ze hecht verenigd met Mij zijn en opnieuw Mijn aanwezigheid verkrijgen als ze snel weer terugkeren; weet dat die vervloeking van u door Mij alleen is afgeroepen, o wijzen.' (Vedabase)

 

Tekst 27

Brahmâ zei: 'De wijzen hadden nu het oogstrelende, zelfverlichte bereik van Vaikunthha gezien, de verblijfplaats van de onweerstaanbare Heer.

Brâhma zei: 'De wijzen hadden nu het oogstrelende van het zelf-verlichte bereik van Vaikunthha, de verblijfplaats van de Heer der Onbevreesdheid, gezien. (Vedabase)

 

Tekst 28

Ze omliepen de Allerhoogste Heer, toonden hun respect en keerden opgetogen terug, er vol van kennis gemaakt te hebben met de glorie van de Vaishnava's [de dienaren van Heer Vishnu].

Na de Allerhoogste Heer te hebben omlopen en hun respect te hebben getoond keerden ze terug, in de hoogste staat verkerend over het hebben ontdekt van de alleszins vreedzame heerlijkheid van de Vaishnava's [de dienaren van Heer Vishnu]. (Vedabase)

 

Tekst 29

De Opperheer zei toen tegen Zijn twee dienaren: 'Ga hier weg, weest onbevreesd, maar leef in saamhorigheid. Hoewel Ik in staat ben de vloek van een brahmaan te herroepen, wens Ik dat niet te doen, integendeel, Ik keur hem zelfs goed.

De Opperheer zei toen tegen Zijn twee dienaren: 'Ga hier weg, weest onbevreesd, maar leef in saamhorigheid; hoewel Ik in staat ben een brahmaanse vloek teniet te doen, wens Ik dat niet en keur Ik hem zelfs goed. (Vedabase)

 

Tekst 30

Dit vertrek werd voorzien door Lakshmî die boos op jullie was toen jullie haar ooit eens de toegang weigerden terwijl Ik lag te rusten.

Dit vertrek was voorzien door Lakshmî, die voorheen furieus was toen jullie haar beletten de poort binnen te gaan terwijl Ik lag te rusten. (Vedabase)


Tekst 31

Als Mijn vijand verenigd in jullie bewustzijn, zullen jullie worden bevrijd van de gevolgen van het niet respecteren van de brahmanen en na slechts een korte tijd naar Mij terugkeren.'

Door in woede mystieke yoga te beoefenen zullen jullie worden bevrijd van het gevolg van het niet respecteren van de brahmanen en over een niet al te lange tijd in mijn nabijheid terugkeren.' (Vedabase)


Tekst 32

Na aldus de twee poortwachters te hebben toegesproken, keerde de Opperheer terug naar Zijn verblijfplaats die wordt opgesierd door reeksen paleizen vol van de weelde [van de dienstbaarheid] van de godin Lakshmî.

Aldus de twee poortwachters te hebben toegesproken, keerde de Opperheer terug naar Zijn woning, Hij die altijd in het hoogste van de cultuur wordt gevonden omringd door al de weelde van de godin Lakshmî. (Vedabase)

 

Tekst 33

Maar dat gold niet voor de twee excellente halfgoden die, vanwege de vloek van de brahmanen, onvermijdelijk de schoonheid en luister van Vaikunthha moesten missen en versomberden.

Maar de twee die niet in staat waren [de vloek van] de besten der wijsheid uit de weg te gaan, vielen uit Vaikunthha neer en verloren, vanwege de vloek der brahmanen, hun schoonheid en luister terwijl ze neerslachtig raakten. (Vedabase)

 

Tekst 34

Toen de twee in de hemel van de Heer van Vaikunthha ten val kwamen, steeg er een luide kreet van teleurstelling op uit de excellente paleizen van de toegewijden.

Toen ze ten val kwamen, rees er in reactie daarop vanuit de verblijfplaats van de Heer der Onbevreesdheid, uit de paleizen van al de toegewijden een grote schreeuw van teleurstelling op. (Vedabase)


Tekst 35

Deze twee vooraanstaande  metgezellen van de Heer kregen nu via het zeer krachtige zaad van Kas'yapa toegang tot de schoot van Diti.

Deze twee mannen, op deze manier aangesproken door de belangrijke metgezellen van de Heer, gingen de schoot van Diti binnen door het zeer krachtige zaad van Kas'yapa. (Vedabase)

 

Tekst 36

Omdat de Allerhoogste Heer het zo wenste, zijn jullie nu geplaatst voor het vermogen van deze twee onverlichte zielen van de Heer en allen uit je doen.

Het is door het vermogen van hen, die godverlaten tweeling, dat jullie goddelijken nu zo zijn aangedaan; voorzeker is dit de wil van de Allerhoogste Heer. Hij verlangde dat dit zou gebeuren. (Vedabase)


Tekst 37

Met Hem als de oorzaak van het handhaven, scheppen en vernietigen van het universum, kan het begoochelend yogamâyâ-vermogen van de Alleroudste zelfs door de meesters van de yoga niet makkelijk worden doorgrond. Maar Hij is onze Opperheer en Meester over de Geaardheden en zal alles in orde brengen. Wat zou [anders] de bedoeling zijn van ons uitweiden over dit onderwerp?'

Als de oorzaak van het handhaven, scheppen en vernietigen van het universum, kan de Alleroudste zelfs door de meesters der yoga niet gemakkelijk worden begrepen; Zijn begoochelende eenheid echter zal goed doen daar Hij onze Opperheer en Meester over de Geaardheden is; welk doel zou er dus mee gediend zijn als we hier nog verder over uitweiden?' (Vedabase)


 

 

 

 

 

 

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de

Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License
.

De digitaal verbeterde afbeelding van de Kumâra's
is een muurreliëf in Mayapur, India.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd


 

 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties