Canto
8
Hoofdstuk 7: Heer S'iva Drinkt het Gif Gekarnd met de Berg Mandara
(1) S'rî S'uka zei: 'De Sura's nodigden allen de koning der slangen, Vâsuki, uit, hem een aandeel belovende en wonden hem om de berg als het touw om te karnen. Daarop begonnen ze opgetogen met het karwei om zich voor de nectar in te spannen, o beste van de Kuru's. (2) Heer Hari nam hem als eerste bij de kop en de rest van de goddelijken volgde Zijn voorbeeld. (3) De daitya leiders zagen die regeling echter niet zitten en dachten naar de rijpheid en ontwikkelde kennis van hun studie, hun geboorte en ervaring: 'Geen van ons zal het proberen met de staart van het serpent daar dat het minderwaardige deel is'.(4) Ziende hoe daaropvolgend de Daitya's het zwijgen ertoe deden, glimlachte de Allerhoogste Persoonlijkheid. Hij gaf het voorste gedeelte op en greep met de halfgoden de achterkant vast. (5) Aldus uitmakend waar er moest worden vastgehouden, sloegen zij, de zonen van Kas'yapa [goddelijk en demonisch], met veel enthousiasme aan het karnen om de nectar uit de oceaan van melk te verkrijgen. (6) Terwijl ze aan het karnen waren zonk door zijn gewicht, omdat niets hem ondersteunde, die berg toen in het water naar beneden ondanks dat hij werd vastgehouden door de sterken, o zoon van Pându. (7) Zwaar teleurgesteld, verliet al de schoonheid hun gezichten toen ze zagen hoe hun inspanning door de sterkere wil van God buiten spel werd gezet. (8) Toen Hij zag hoe door goddelijke tussenkomst de berg zonk, expandeerde de Onfeilbare Beheerser wiens wegen en vermogens zo ondoorgrondelijk zijn, Zichzelf in het wonderbaarlijke lichaam van een gigantische schildpad, ging Hij het water in en tilde Hij [Kûrma] hem op [zie ook Das'âvatâra-stotra vers 2]. (9) De aanblik van de opgetilde berg monterde zowel Sura als Asura op om de massa te karnen die als een groot eiland boven op een ander eiland zich voor zo'n honderdduizend yojana's uitstrekte op Zijn rug. (10) Het roteren van de berg bewogen door de sterke armen van de sura en asura leiders, mijn beste, werd door de uit zichzelf verschenen schildpad die hem op Zijn rug droeg beschouwd als een eindeloos aangenaam gekrab. (11) Daarna, om ze aan te moedigen en hun kracht en inzet te versterken, ging Heer Vishnu de Asura's binnen in de vorm van hun eigen kwaliteit [die der hartstocht], doortrok Hij de Sura's met goddelijkheid [de geaardheid goedheid], en nam Hij de gedaante van de onwetendheid aan met de koning der serpenten. (12) Op de top van de grote berg als een tweede berg Mandara vastgrijpend met één hand, toonde Hij zich met duizenden handen terwijl vanuit de hemel Heer Brahmâ en S'iva met Indra voorop voor Hem hun gebeden brachten en Hem bestrooiden met bloemen. (13) Er zowel van boven als van onderen, als met henzelve, met de berg en met het touw erin zijn binnengegaan als het Allerhoogste, raakte de oceaan, die met grote kracht verwoed werd gekarnd, in heftige beroering door de grote steenmassa, en raakten alle krokodillen van streek. (14) De slangenkoning heftig blazend in alle richtingen, spuwde met een duizendtal der zijnen vuur en rook waardoor de Asura's, die werden aangevoerd door Pauloma, Kâleya, Bali en Ilvala, zwaar te kampen hadden met de hitte van zijn straling en ze er allen kwamen uit te zien als sarala bomen verschroeid in een bosbrand. (15) Ook de goddelijken werden aangetast in hun luister door zijn vurige adem die hun kleding, fraaie bloemenslingers, wapenrusting en gezichten beroette; bij beschikking van de Allerhoogste Heer regende het toen overvloedig terwijl winden waterdamp opbliezen van de golven van de oceaan. (16) Toen de oceaan naar het beste vermogen van de goddelijken en de Asura's naar behoren was gekarnd maar er geen nectar verscheen, begon de Onoverwinnelijke zelf te karnen. (17) Zo donker als een wolk, in gele kledij, met schitterende oorhangers aan Zijn oren, met Zijn glanzende haar op Zijn hoofd loshangend, met Zijn bloemenslinger, roze oogwit en zegevierende armen het universum veilig stellend, karnde Hij, na de slang gegrepen te hebben, de karnstok waartoe de berg diende en nam Hij daarbij een formaat aan gelijk aan dat van een berg. (18) Na eerst allerlei soorten vissen, haaien, slangen, alle typen schildpadden, walvissen, water-olifanten, krokodillen en timingila's [walvis-etende walvissen] enorm in beroering te hebben gebracht, kwam er, met al het gekarn, uit de oceaan een zeer krachtig gif genaamd Hâlahala tevoorschijn [of Kâlakûtha, zie 8.6: 25]. (19) Dat krachtige, onverdraaglijke gif, onstuitbaar zich in alle richtingen hoog en laag verspreidend, maakte alle mensen bang zodat ze rusteloos het met de Heer hun beheerser niet meer wisten hoe ze het hadden, o mijn beste, niet beschermd als ze waren door de beschutting van Heer S'iva zijn lotusvoeten. (20) Toen ze hem zagen die voor het welzijn van de drie werelden tezamen met zijn echtgenote op zijn berg [Kailâsa] zat, hij, de beste van alle halfgoden door de heiligen hooggehouden die in verzaking het pad der bevrijding in dienstbaarheid bewandelen, brachten ze hem hun eerbetuigingen.
(21) De leiders der mensheid zeiden: 'O Heer der Heerscharen, o Mahâdeva, o ziel van allen, o liefde van een ieder, verlos ons, die hun heil zoeken bij uw lotusvoeten, van dit vergif dat de drie werelden verbrandt. (22) U alleen in het ganse universum bent heer en meester over de gebondenheid en de bevrijding, u bent degene die wij als gelukszoekers aanbidden; u bent de geestelijk leraar om alle leed te verzachten. (23) Middels de geaardheden der materie, middels uw eigen vermogen, verricht u de schepping, handhaving en vernietiging van deze materiële wereld, o machtige, als u zich manifesteert, o grootste, als Brahmâ, Vishnu of S'iva. (24) U bent het Allerhoogste Brahman, het vertrouwelijke van de oorzaak en het gevolg van al de levensvormen der schepping; u met al uw vermogens tentoongespreid bent de Superziel en de Beheerser van het Universum. (25) U bent de bron van het [spirituele, vedische] geluid, de oorsprong van het universum, de Ziel, de levensadem, de zinnen en de elementen, de geaardheden der natuur en de zelfontplooiing, de eeuwige tijd, de vastberadenheid en de religiositeit van de waarheid [satya] en de waarachtigheid [rita]; het is voor u dat men de oorspronkelijke lettergreep van drie letters uitspreekt [A-U-M]. (26) Het vuur, uw mond, staat voor het geheel van al de goddelijke zielen; het oppervlak van de aardbol kent men, o liefde aller werelden, als uw lotusvoeten; de tijd is de vooruitgang van het geheel van uw halfgoden tezamen; de windrichtingen vormen uw oren en de heerser der wateren [Varuna] is er als uw smaak. (27) Met de ether als uw navel, de lucht als uw adem, de zonneschijf als uw ogen, het water inderdaad als uw zaad, de maan als uw geest en de hogere werelden, o Heer, als uw hoofd, vormt uw zelf de beschutting van alle levende wezens hoog en laag [vergelijk 8.5: 33-43].(28) Met de oceanen als uw buik, de bergen als uw gebeente, de planten, klimranken en kruiden als uw haren en de mantra's als uw zeven lagen [kosha's], vormen, o Veda's in eigen persoon, al de religies de kern van uw hart [zie ook 2.1: 32]. (29) De vijf opties [basisteksten] der [vedische] filosofie [genaamd Tatpurusha, Aghora, Sadyojâta,Vâmadeva, en Îs'âna] vormen uw gezichten met de achtendertig belangrijke mantra's [*] die de werkelijkheid van de Superziel verzekeren, de werkelijkheid van u o Heer, gevierd als S'iva in de positie van uw zelfverlichting. (30) De aanstormende golven der goddeloosheid [lust, woede, begeerte en illusie] vormen slechts uw schaduw, de schaduw op basis waarvan er zo vele vormen van scheppen bestaan; uw drie ogen zijn de goedheid, de hartstocht en de duisternis; uw enkele overschouwen bracht de analytische geschriften van de ziel teweeg, o Heer vol van verzen, o god van de vedische literatuur en haar supplementen. (31) Geen van de bestuurders van de wereld, o Heerser op de Berg, Brahmâ niet, Vishnu niet, noch de koning der Sura's [Indra], kunnen uw allerhoogste gloed peilen, de onpersoonlijke geest gelijk voor goden en mensen, waarin de geaardheden der hartstocht, onwetendheid en goedheid niet worden aangetroffen. (32) In deze wereld die, uit u voortgekomen, door u wordt vernietigd met de vonken van het vuur van uw ogen ten tijde van haar ondergang, hebt u Tripura in de as gelegd [7.10: 53], alsook de offers uit begeerte [zie b.v. 4.5], het gif van de tijd [in deze geschiedenis] en vele andere vormen van ellende voor de levende wezens; maar deze zaken dienen, omdat u deze wereld uit uw geest houdt, niet de verheerlijking van u. (33) Mensen die met de in zichzelf tevreden geestelijk leraren in hun harten aan uw twee lotusvoeten denken als zich bewegende met Umâ uw gezellin, kritiseren, in een later stadium van hun boete, uw handelingen en beschouwen u in het crematorium niet altijd als zijnde een aardig iemand; zij inderdaad die zich dermate schaamteloos opstellen hebben geen begrip voor wat u doet. (34) Om de reden van dat transcendentaal verheven zijn boven wat zich wel en niet rondbeweegt, bent u moeilijk te begrijpen; als het zelfs niet mogelijk is voor Brahmâ en zij die hem toebehoren om uw werkelijkheid zoals-die-is te doorgronden, o grootheid, hoe zou het ons dan lukken? Niettemin doen we, ookal zijn we maar creaties van de schepping [die van Brahmâ is], naar ons beste vermogen onze gebeden voor u. (35) Met al het transcendentale kunnen we de eigenlijke bovenzinnelijke positie van u, die er inderdaad bent voor het geluk van de manifeste wereld, niet waarnemen, o grote beheerser ongekend in uw handelingen.'
(36) S'rî S'uka zei: 'Met voor ogen hun benarde positie sprak hij, Mahâdeva, de vriend van alle levende wezens, vanuit zijn mededogen met het grote verdriet tot zijn gezellin Satî. (37) Heer S'iva zei: 'Liefste Bhavânî, hoe deerniswekkend deze toestand van al de levende wezens, kijk nu eens welk een bedreiging de huidige situatie vormt met al het vergif dat geproduceerd wordt met het karnen van de oceaan. (38) Mij verantwoordelijk voelend voor al hun levens moet ik inderdaad iets ondernemen voor hun veiligheid; mij beschouwend als hun meester is het mijn plicht hen die lijden bescherming te bieden. (39) Toegewijden beschermen met hun leven andere levende wezens die tijdgebonden, begoocheld door de uitwendige energie, elkaar vijandig gezind zijn. (40) Met het verrichten van goede daden voor anderen o zachtgeaarde, is de Ziel van Allen, de Heer, behaagd en omdat de Hoogste Persoonlijkheid van de Heer is behaagd zijn ook ik en alle andere zich wel en niet rondbewegende wezens gelukkig; laat me daarom dit gif opdrinken zodat er van mij het welzijn van alle schepselen zal zijn.'
(41) S'rî S'uka zei: 'Heer S'iva de begunstiger van het universum, zich op deze manier tot Bhavânî richtend, begon toen met de instemming van zij die met het beste van hem op de hoogte was, het gif op te drinken. (42) Mahâdeva nam daartoe het wijdverspreide Hâlahala-gif in zijn hand en dronk het genadevol op voor het heil van alle levende wezens. (43) Voor hem toonde het gif van het water zijn werking door zijn hals een blauwe streep te geven, de streep die er in de ogen van de heilige is als een sieraad. (44) De heiligen nemen zo goed als altijd vrijwillig het lijden op zich van de gewone man; dat optreden van hun vormt de hoogste vorm van aanbidding van de oorspronkelijke persoon, het volledige van de ziel [zie ook 1.5: 17-19 , B.G. 18: 68-69 en 4: 7-8]. (45) Vernemend van die daad van S'iva, de god der goden, de genadige, werd hij hoog geprezen door al de mensen, door de dochter van Daksha [Satî zie ook 4.3 & 4], en door Brahmâ en de Heer van Vaikunthha. (46) En voor het kleine beetje dat hier en daar verspreid achterbleef toen hij uit zijn palm dronk, droegen toen enkele andere bekende levende wezens zorg, zoals daar zijn de schorpioenen, de cobra's en andere giftige dieren en planten.
Tweede editie, geladen 10 september 2007
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'De Sura's nodigden allen de koning der slangen, Vâsuki, uit, hem een aandeel belovende en wonden hem om de berg als het touw om te karnen. Daarop begonnen ze opgetogen met het karwei om zich voor de nectar in te spannen, o beste van de Kuru's.S'rî S'uka zei: 'De sura's nodigden allen de koning der slangen, Vâsuki, uit, hem een aandeel belovende en wonden hem om de berg als het touw om te karnen. Daarop begonnen ze opgetogen met het karwei om zich voor de nektar in te spannen, o beste van de Kuru's. (Vedabase)
Heer Hari nam hem als eerste bij de kop en de rest van de goddelijken volgde Zijn voorbeeld.
Heer Hari nam hem als eerste bij de kop en de rest van de goddelijken volgde zijn voorbeeld. (Vedabase)
De daitya leiders zagen die regeling echter niet zitten en dachten naar de rijpheid en ontwikkelde kennis van hun studie, hun geboorte en ervaring: 'Geen van ons zal het proberen met de staart van het serpent daar dat het minderwaardige deel is'.
De daitya leiders zagen die regeling echter niet zitten en dachten naar de rijpheid en ontwikkelde kennis van hun studie, hun geboorte en ervaring: 'Geen van ons zal het proberen met de staart van het serpent daar dat het minderwaardige deel is'. (Vedabase)
Ziende hoe daaropvolgend de Daitya's het zwijgen ertoe deden, glimlachte de Allerhoogste Persoonlijkheid. Hij gaf het voorste gedeelte op en greep met de halfgoden de achterkant vast.
Ziende hoe daaropvolgend de daitya's het zwijgen ertoe deden, glimlachte de Allerhoogste Persoonlijkheid met het opgeven van het voorste gedeelte en greep Hij met de halfgoden de achterkant vast. (Vedabase)
Aldus uitmakend waar er moest worden vastgehouden, sloegen zij, de zonen van Kas'yapa [goddelijk en demonisch], met veel enthousiasme aan het karnen om de nectar uit de oceaan van melk te verkrijgen.
Aldus uitmakend waar er moest worden vastgehouden, sloegen zij, de zonen van Kas'yapa [goddelijk en demonisch], met veel enthousiasme aan het karnen om de nektar uit de oceaan van melk te verkrijgen. (Vedabase)
Terwijl ze aan het karnen waren zonk door zijn gewicht, omdat niets hem ondersteunde, die berg toen in het water naar beneden ondanks dat hij werd vastgehouden door de sterken, o zoon van Pându.
Terwijl ze aan het karnen waren zonk door zijn gewicht, omdat niets hem ondersteunde, die berg toen in het water naar beneden ondanks dat hij werd vastgehouden door de sterken, o zoon van Pându. (Vedabase)
Zwaar teleurgesteld, verliet al de schoonheid hun gezichten toen ze zagen hoe hun inspanning door de sterkere wil van God buiten spel werd gezet.
Zwaar teleurgesteld, verliet al de schoonheid hun gezichten toen ze zagen hoe hun inspanning door de sterkere wil van God buiten spel werd gezet. (Vedabase)
Toen Hij zag hoe door goddelijke tussenkomst de berg zonk, expandeerde de Onfeilbare Beheerser wiens wegen en vermogens zo ondoorgrondelijk zijn, Zichzelf in het wonderbaarlijke lichaam van een gigantische schildpad, ging Hij het water in en tilde Hij [Kûrma] hem op [zie ook Das'âvatâra-stotra vers 2].
Toen Hij zag hoe door goddelijke tussenkomst de berg zonk, expandeerde de Onfeilbare Beheerser wiens wegen en vermogens zo ondoorgrondelijk zijn, Zichzelf in het wonderbaarlijke lichaam van een gigantische schildpad en tilde Hij [Kurma] hem, het water binnengaand, op [zie ook dasâvatâra-stotra verse 2]. (Vedabase)
De aanblik hem te zien opgetild monterde zowel Sura als Asura op om de massa te karnen die als een groot eiland boven op een ander eiland zich voor zo'n honderdduizend yojana's uitstrekte op Zijn rug.
De aanblik hem te zien opgetild monterde zowel sura als asura op om de massa te karnen die als een groot eiland boven op een ander eiland zich voor zo'n honderdduizend yojana's uitstrekte op Zijn rug. (Vedabase)
Het roteren van de berg bewogen door de sterke armen van de sura en asura leiders, mijn beste, werd door de uit zichzelf verschenen schildpad die hem op Zijn rug droeg beschouwd als een eindeloos aangenaam gekrab.
Het roteren van de berg bewogen door de sterke armen van de sura- en asura-leiders, mijn beste, werd door de uit zichzelf verschenen schildpad die hem op Zijn rug droeg beschouwd als een eindeloos aangenaam gekrab. (Vedabase)
Daarna, om ze aan te moedigen en hun kracht en inzet te versterken, ging Heer Vishnu de Asura's binnen in de vorm van hun eigen kwaliteit [die der hartstocht], doortrok Hij de Sura's met goddelijkheid [de geaardheid goedheid], en nam Hij de gedaante van de onwetendheid aan met de koning der serpenten.
Daarna, om ze aan te moedigen en hun kracht en inzet te versterken, ging Heer Vishnu de asura's binnen in de vorm van hun eigen kwaliteit [die der hartstocht], doortrok Hij de sura's van de goddelijkheid [de geaardheid goedheid], terwijl Hij de gedaante van de onwetendheid aannam met de koning der serpenten. (Vedabase)
Op de top van de grote berg als een tweede berg Mandara vastgrijpend met één hand, toonde Hij zich met duizenden handen terwijl vanuit de hemel Heer Brahmâ en S'iva met Indra voorop voor Hem hun gebeden brachten en Hem bestrooiden met bloemen.
Op de top van de grote berg als een tweede hem grijpend met één hand liet Hij duizenden handen zien terwijl vanuit de hemel Heer Brahmâ en S'iva met Indra voorop hem gebeden brachten en Hem bestrooiden met bloemen. (Vedabase)
Er zowel van boven als van onderen, als met henzelve, met de berg en met het touw erin zijn binnengegaan als het Allerhoogste, raakte de oceaan, die met grote kracht verwoed werd gekarnd, in heftige beroering door de grote steenmassa, en raakten alle krokodillen van streek.
Er zowel van boven als van onderen, als met henzelve, met de berg en met het touw erin zijn binnengegaan als het Allerhoogste, raakte de oceaan, die met grote kracht dol werd gekarnd, in heftige beroering door de grote steenmassa, en raakten alle krokodillen van streek. (Vedabase)
De slangenkoning heftig blazend in alle richtingen, spuwde met een duizendtal der zijnen vuur en rook waardoor de Asura's, die werden aangevoerd door Pauloma, Kâleya, Bali en Ilvala, zwaar te kampen hadden met de hitte van zijn straling en ze er allen kwamen uit te zien als sarala bomen verschroeid in een bosbrand.
De slangenkoning heftig blazend in alle richtingen, spuwde met een duizendtal der zijnen vuur en rook uit die de asura's aangevoerd door Pauloma, Kâleya, Bali en Ilvala aantastte met zijn straling welke hen allen verschroeide als waren ze sarala bomen in een bosbrand. (Vedabase)
Ook de goddelijken werden aangetast in hun luister door zijn vurige adem die hun kleding, fraaie bloemenslingers, wapenrusting en gezichten beroette; bij beschikking van de Allerhoogste Heer regende het toen overvloedig terwijl winden waterdamp opbliezen van de golven van de oceaan.
Ook de goddelijken werden aangetast in hun luister door zijn vurige adem die hun kleding, fraaie bloemenslingers, wapenrusting en gezichten beroette; bij beschikking van de Allerhoogste Heer regende het toen overvloedig terwijl winden wolken waterdruppels opbliezen van de golven van de oceaan. (Vedabase)
Toen de oceaan naar het beste vermogen van de goddelijken en de Asura's naar behoren was gekarnd maar er geen nectar verscheen, begon de Onoverwinnelijke zelf te karnen.
Toen de oceaan naar het beste vermogen van de goddelijken en de asura's naar behoren was gekarnd maar er geen nektar verscheen, begon de Onoverwinnelijke zelve te karnen. (Vedabase)
Zo donker als een wolk, in gele kledij, met schitterende oorhangers aan Zijn oren, met Zijn glanzende haar op Zijn hoofd loshangend, met Zijn bloemenslinger, roze oogwit en zegevierende armen het universum veilig stellend, karnde Hij, na de slang gegrepen te hebben, de karnstok waartoe de berg diende en nam Hij daarbij een formaat aan gelijk aan dat van een berg.
Zo donker als een wolk, in gele kledij, met lichtende oorhangers aan Zijn oren, Zijn glanzende haar op Zijn hoofd loshangend, met Zijn bloemenslinger, roze oogwit en zegerijke armen het universum veilig stellend, karnde Hij, na de slang gegrepen te hebben, de karnstok waartoe de berg diende, waarbij Hij zelve zich voordeed met een formaat gelijk aan dat van een berg. (Vedabase)
Na eerst allerlei soorten vissen, haaien, slangen, alle typen schildpadden, walvissen, water-olifanten, krokodillen en timingila's [walvis-etende walvissen] enorm in beroering te hebben gebracht, kwam er, met al het gekarn, uit de oceaan een zeer krachtig gif genaamd Hâlahala tevoorschijn [of Kâlakûtha, zie 8.6: 25].
Na eerst allerlei soorten vissen, haaien, slangen, alle typen schildpadden, walvissen, water-olifanten, krokodillen en timingila's [walvis-etende walvissen] enorm in beroering te hebben gebracht, kwam er, met al het gekarn, uit de oceaan een zeer krachtig gif genaamd hâlahala tevoorschijn [of kâlakûtha, zie 8.6: 25]. (Vedabase)
Dat krachtige, onverdraaglijke gif, onstuitbaar zich in alle richtingen hoog en laag verspreidend, maakte alle mensen bang zodat ze rusteloos het met de Heer hun beheerser niet meer wisten hoe ze het hadden, o mijn beste, niet beschermd als ze waren door de beschutting van Heer S'iva zijn lotusvoeten.
Dat krachtige, onverdraaglijke gif, onbeheersbaar opkringelend in alle richtingen hoog en laag, maakte alle mensen bang zodat ze rusteloos het met de Heer hun beheerser niet meer wisten hoe ze hadden, o mijn beste, niet beschermd als ze waren door de beschutting van Heer S'iva zijn lotusvoeten. (Vedabase)
Toen ze hem zagen die voor het welzijn van de drie werelden tezamen met zijn echtgenote op zijn berg [Kailâsa] zat, hij, de beste van alle halfgoden door de heiligen hooggehouden die in verzaking het pad der bevrijding in dienstbaarheid bewandelen, brachten ze hem hun eerbetuigingen.
Toen ze zagen hoe hij, de beste van alle halfgoden [S'iva] zo toegejuicht door de heiligen die in verzaking het pad der bevrijding in dienstbaarheid bewandelen, voor het welzijn van de drie werelden tezamen met zijn echtgenote op zijn berg [Kailâsa] zat, brachten ze hem hun eerbetuigingen. (Vedabase)
De leiders der mensheid zeiden: 'O Heer der Heerscharen, o Mahâdeva, o ziel van allen, o liefde van een ieder, verlos ons, die hun heil zoeken bij uw lotusvoeten, van dit vergif dat de drie werelden verbrandt.
De leiders der mensheid zeiden: 'O Heer der Heerscharen, o Mahâdeva, o ziel van allen, o liefde van een ieder, verlos ons, die hun heil zoeken bij uw lotusvoeten, van dit vergif dat de drie werelden verbrandt. (Vedabase)
U alleen in het ganse universum bent heer en meester over de gebondenheid en de bevrijding, u bent degene die wij als gelukszoekers aanbidden; u bent de geestelijk leraar om alle leed te verzachten.
U alleen in het ganse universum bent de beheerser der gebondenheid en bevrijding, u bent degene die wij als gelukszoekers aanbidden; u bent de geestelijk leraar om alle leed te verzachten. (Vedabase)
Middels de geaardheden der materie, middels uw eigen vermogen, verricht u de schepping, handhaving en vernietiging van deze materiële wereld, o machtige, als u zich manifesteert, o grootste, als Brahmâ, Vishnu of S'iva.
Middels de geaardheden der materie, middels uw eigen vermogen, verricht u de schepping, handhaving en vernietiging van deze materiële wereld, o Machtige, als u zich manifesteert, o Grootste, als Brahmâ, Vishnu of S'iva. (Vedabase)
U bent het Allerhoogste Brahman, het vertrouwelijke van de oorzaak en het gevolg van al de levensvormen der schepping; u met al uw vermogens tentoongespreid bent de Superziel en de Beheerser van het Universum.
U bent het Allerhoogste Brahman, het vertrouwelijke van de oorzaak en het gevolg van al de levensvormen der schepping; u met al uw vermogens ten toon gespreid bent de Superziel en de Beheerser van het Universum. (Vedabase)
U bent de bron van het [spirituele, vedische] geluid, de oorsprong van het universum, de Ziel, de levensadem, de zinnen en de elementen, de geaardheden der natuur en de zelfontplooiing, de eeuwige tijd, de vastberadenheid en de religiositeit van de waarheid [satya] en de waarachtigheid [rita]; het is voor u dat men de oorspronkelijke lettergreep van drie letters uitspreekt [A-U-M].
U bent de bron van het [spirituele, vedische] geluid, de oorsprong van het universum, de Ziel, de levensadem, de zinnen en de elementen, de geaardheden der natuur en de zelfontplooiing, de eeuwige tijd, de vastberadenheid en de religiositeit van de waarheid [satya] en de waarachtigheid [rta]; het is voor u dat men de oorspronkelijke lettergreep van drie letters uitspreekt [A-U-M]. (Vedabase)
Het vuur, uw mond, staat voor het geheel van al de goddelijke zielen; het oppervlak van de aardbol kent men, o liefde aller werelden, als uw lotusvoeten; de tijd is de vooruitgang van het geheel van uw halfgoden tezamen; de windrichtingen vormen uw oren en de heerser der wateren [Varuna] is er als uw smaak.
Het vuur, uw mond, maakt het complete uit van al de goddelijke zielen; het oppervak van de aardbol kent men, o liefde aller werelden, als uw lotusvoeten; de tijd is de vooruitgang van het geheel van uw halfgoden tezamen; de windrichtingen vormen uw oren en de heerser der wateren [Varuna] is er als uw smaak. (Vedabase)
Met de ether als uw navel, de lucht als uw adem, de zonneschijf als uw ogen, het water inderdaad als uw zaad, de maan als uw geest en de hogere werelden, o Heer, als uw hoofd, vormt uw zelf de beschutting van alle levende wezens hoog en laag [vergelijk 8.5: 33-43].
Met de ether als uw navel, de lucht als uw adem, de zonneschijf als uw ogen, het water inderdaad als uw zaad, de maan als uw geest en de hogere werelden, o Heer, als uw hoofd, vormt uw zelf de beschutting van alle levende wezens hoog en laag [vergelijk 8.5: 33-43]. (Vedabase)
Met de oceanen als uw buik, de bergen als uw gebeente, de planten, klimranken en kruiden als uw haren en de mantra's als uw zeven lagen [kosha's], vormen, o Veda's in eigen persoon, al de religies de kern van uw hart [zie ook 2.1: 32].
Met de oceanen als uw buik, de bergen als uw gebeente, de planten, klimranken en kruiden als uw haren en de mantra's als uw zeven lagen [kosha's], vormen, o Veda's in eigen persoon, al de religies de kern van uw hart [zie ook 2.1: 32]. (Vedabase)
De vijf opties [basisteksten] der [vedische] filosofie [genaamd Tatpurusha, Aghora, Sadyojâta,Vâmadeva, en Îs'âna] vormen uw gezichten met de achtendertig belangrijke mantra's [*] die de werkelijkheid van de Superziel verzekeren, de werkelijkheid van u o Heer, gevierd als S'iva in de positie van uw zelfverlichting.
De vijf opties der filosofie [van Purusha, Aghora, Sadyojâta,Vâmadeva, en Sâna] vormen uw gezichten met de achtendertig belangrijke mantra's [*] die feitelijk de werkelijkheid van de Superziel verzekeren, de werkelijkheid van u o Heer, gevierd als S'iva in de positie van uw zelf-verlichting. (Vedabase)
De aanstormende golven der goddeloosheid [lust, woede, begeerte en illusie] vormen slechts uw schaduw, de schaduw op basis waarvan er zo vele vormen van scheppen bestaan; uw drie ogen zijn de goedheid, de hartstocht en de duisternis; uw enkele overschouwen bracht de analytische geschriften van de ziel teweeg, o Heer vol van verzen, o god van de vedische literatuur en haar supplementen.
De aanstormende golven der goddeloosheid [lust, woede, begeerte en illusie] zijn slechts uw schaduw waarvan er zo vele vormen van scheppen bestaan; uw drie ogen zijn de goedheid, de hartstocht en de duisternis; uw enkele overschouwen bracht de analytische geschriften van de ziel teweeg, o Heer vol van verzen, o god van de vedische literatuur en haar supplementen. (Vedabase)
Geen van de bestuurders van de wereld, o Heerser op de Berg, Brahmâ niet, Vishnu niet, noch de koning der Sura's [Indra], kunnen uw allerhoogste gloed peilen, de onpersoonlijke geest gelijk voor goden en mensen, waarin de geaardheden der hartstocht, onwetendheid en goedheid niet worden aangetroffen.
Geen van de bestuurders van de wereld, o Heerser op de Berg, Brahmâ niet, Vishnu niet, noch de koning der sura's [Indra], kunnen uw allerhoogste gloed peilen, de onpersoonlijke geest gelijk voor goden en mensen, waarin de geaardheden der hartstocht, onwetendheid en goedheid niet worden aangetroffen. (Vedabase)
In deze wereld die, uit u voortgekomen, door u wordt vernietigd met de vonken van het vuur van uw ogen ten tijde van haar ondergang, hebt u Tripura in de as gelegd [7.10: 53], alsook de offers uit begeerte [zie b.v. 4.5], het gif van de tijd [in deze geschiedenis] en vele andere vormen van ellende voor de levende wezens; maar deze zaken dienen, omdat u deze wereld uit uw geest houdt, niet de verheerlijking van u.
Omdat u er zelf geen weet van heeft hoe u met de vonken van het vuur van uw ogen, ten tijde van de vernietiging, deze wereld Tripura in de as legde [7.10 53], alsook de offers uit begeerte [zie b.v. 4.5], het gif van de tijd [zoals dat gebeurt in dit verhaal] en vele andere vormen van ellende voor de levende wezens, kunnen we dit alles niet ter sprake brengen in onze gebeden voor u. (Vedabase)
Mensen die met de in zichzelf tevreden geestelijk leraren in hun harten aan uw twee lotusvoeten denken als zich bewegende met Umâ uw gezellin, kritiseren, in een later stadium van hun boete, uw handelingen en beschouwen u in het crematorium niet altijd als zijnde een aardig iemand; zij inderdaad die zich dermate schaamteloos opstellen hebben geen begrip voor wat u doet.
Mensen die met de in zichzelf tevreden geestelijk leraren in hun harten aan uw twee lotusvoeten denken als zich bewegende met Umâ uw gezellin, kritiseren, in een later stadium van hun boete, uw handelingen en beschouwen u in het crematorium niet altijd als zijnde een aardig iemand; zij inderdaad die zich dermate schaamteloos opstellen begrijpen niet wat uw aktiviteiten zijn. (Vedabase)
Om de reden van dat transcendentaal verheven zijn boven wat zich wel en niet rondbeweegt, bent u moeilijk te begrijpen; als het zelfs niet mogelijk is voor Brahmâ en zij die hem toebehoren om uw werkelijkheid zoals-die-is te doorgronden, o grootheid, hoe zou het ons dan lukken? Niettemin doen we, ookal zijn we maar creaties van de schepping [die van Brahmâ is], naar ons beste vermogen onze gebeden voor u.
Daarvan, van dat transcendentaal verheven zijn boven wat zich wel en niet rondbeweegt, bent u moeilijk te begrijpen; als het zelfs niet mogelijk is voor Brahmâ en zij die hem toebehoren om uw werkelijkheid zoals-die-is te doorgronden, o Grootheid, hoe zou het ons dan lukken? Hoewel we ons best doen gebeden aan u op te dragen, zijn we voor u, wat ons betreft, schepselen van de schepping [die van Brahmâ is]. (Vedabase)
Met al het transcendentale kunnen we de eigenlijke bovenzinnelijke positie van u, die er inderdaad bent voor het geluk van de manifeste wereld, niet waarnemen, o grote beheerser ongekend in uw handelingen.'
Met al het transcendentale kunnen we de eigenlijke bovenzinnelijke positie van u, die er inderdaad bent voor het geluk van de manifeste wereld, niet waarnemen, o grote beheerser wiens handelingen men niet kent.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Met voor ogen hun benarde positie sprak hij, Mahâdeva, de vriend van alle levende wezens, vanuit zijn mededogen met het grote verdriet tot zijn gezellin Satî.
S'rî S'uka zei: 'Toen hij ze in hun benarde positie zag sprak hij, Mahâdeva, de vriend van alle levende wezens vanuit zijn mededogen met het grote verdriet tot zijn gezellin Satî. (Vedabase)
Heer S'iva zei: 'Liefste Bhavânî, hoe deerniswekkend deze toestand van al de levende wezens, kijk nu eens welk een bedreiging de huidige situatie vormt met al het vergif dat geproduceerd wordt met het karnen van de oceaan.
Heer S'iva zei: 'Liefste Bhavânî, hoe deerniswekkend deze toestand van al de levende wezens, kijk nu eens welk een bedreiging de huidige situatie vormt met al het vergif dat geproduceerd wordt met het karnen van de oceaan. (Vedabase)
Mij verantwoordelijk voelend voor al hun levens moet ik inderdaad iets ondernemen voor hun veiligheid; mij beschouwend als hun meester is het mijn plicht hen die lijden bescherming te bieden.
Mij verantwoordelijk voelend voor al hun levens moet ik inderdaad iets ondernemen voor hun veiligheid; mij beschouwend als hun meester is het mijn plicht hen die lijden bescherming te bieden. (Vedabase)
Toegewijden beschermen met hun leven andere levende wezens die tijdgebonden, begoocheld door de uitwendige energie, elkaar vijandig gezind zijn.
Toegewijden beschermen met hun leven andere levende wezens die tijdgebonden, begoocheld door de uitwendige energie, elkaar vijandig gezind zijn. (Vedabase)
Met het verrichten van goede daden voor anderen o zachtgeaarde, is de Ziel van Allen, de Heer, behaagd en omdat de Hoogste Persoonlijkheid van de Heer is behaagd zijn ook ik en alle andere zich wel en niet rondbewegende wezens gelukkig; laat me daarom dit gif opdrinken zodat er van mij het welzijn van alle schepselen zal zijn.'
Met het verrichten van goede daden voor anderen o zachtgeaarde, is de Ziel van Allen, de Heer, behaagd en omdat de Hoogste Persoonlijkheid van de Heer is behaagd zijn ook ik en alle andere zich wel en niet rondbewegende wezens gelukkig; laat me daarom dit gif opdrinken zodat er van mij het welzijn van alle schepselen zal zijn.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Heer S'iva de begunstiger van het universum, zich op deze manier tot Bhavânî richtend, begon toen met de instemming van zij die met het beste van hem op de hoogte was, het gif op te drinken.
S'rî S'uka zei: 'Heer S'iva de begunstiger van het universum, zich op deze manier tot Bhavânî richtend, begon toen met de instemming van zij die met het beste van hem op de hoogte was, het gif op te drinken. (Vedabase)
Mahâdeva nam daartoe het wijdverspreide Hâlahala-gif in zijn hand en dronk het genadevol op voor het heil van alle levende wezens.
Mahâdeva nam daartoe het wijdverspreide hâlahala-gif in zijn hand en dronk het voor het heil van alle levende wezens op uit mededogen. (Vedabase)
Voor hem toonde het gif van het water zijn werking door zijn hals een blauwe streep te geven, de streep die er in de ogen van de heilige is als een sieraad.
Voor hem toonde het gif van het water zijn vermogen door zijn hals een blauwe band te geven, de band die er voor de heilige is als een sieraad. (Vedabase)
De heiligen nemen zo goed als altijd vrijwillig het lijden op zich van de gewone man; dat optreden van hun vormt de hoogste vorm van aanbidding van de oorspronkelijke persoon, het volledige van de ziel [zie ook 1.5: 17-19 , B.G. 18: 68-69 en 4: 7-8].
De heiligen nemen zo goed als altijd vrijwillig het lijden op zich van de gewone man; dat optreden van hun is de hoogste vorm van aanbidding van de oorspronkelijke persoon, het volledige van de ziel [zie ook 1.5: 17-19 , B.G. 18: 68-69 en 4:7-8]. (Vedabase)
Vernemend van die daad van S'iva, de god der goden, de genadige, werd hij hoog geprezen door al de mensen, door de dochter van Daksha [Satî zie ook 4.3 & 4], en door Brahmâ en de Heer van Vaikunthha.
Vernemend van die daad van S'iva, de god der goden, de genadige, werd hij hoog geprezen door al de mensen, door de dochter van Daksha [Satî zie ook 4.3&4], en door Brahmâ en de Heer van Vaikuntha. (Vedabase)
En voor het kleine beetje dat hier en daar verspreid achterbleef toen hij uit zijn palm dronk, droegen toen enkele andere bekende levende wezens zorg, zoals daar zijn de schorpioenen, de cobra's en andere giftige dieren en planten.
En het kleine beetje dat hier en daar verspreid achterbleef toen hij uit zijn palm had gedronken, kreeg inderdaad de aandacht van enkele andere bekende levende wezens zoals de schorpioenen, cobra's en andere giftige dieren en planten. (Vedabase)
*: De zesendertig mantra's genaamd mukhâni pañcopanishadas taves'a zijn: (1) tat purushâya vidmahe s'ântyai, (2) mahâ-devâya dhîmahi vidyâyai, (3) tan no rudrah pratishthhâyai, (4) pracodayât dhrityai, (5) aghorebhyas tamâ. .., (6) atha ghorebhyo mohâ. .., (7) aghorebhyo rakshâ. .., (8) aghoratarebhyo nidrâ. .., (9) sarvebhyah sarva-vyâdhyai, (10) sarva-sarvebhyo mrityave, (11) namas te 'stu kshudhâ. .., (12) rudra-rûpebhyas trishnâ. .., (13) vamadevâya rajâ. .., (14) jyeshthhâya svâhâ. .., (15) s'reshthhâya ratyai, (16) rudrâya kalyânyai, (17) kâlâya kâmâ. .., (18) kala-vikaranâya sandhinyai, (19) bala-vikaranâya kriyâ. .., (20) balâya vriddhyai, (21) balacchâyâ. .., (22) pramathanâya dhâtryai, (23) sarva-bhûta-damanâya bhrâmanyai, (24) manah-s'oshinyai, (25) unmanâya jvarâ. .., (26) sadyojâtam prapadyâmi siddhyai, (27) sadyojâtâya vai namah riddhyai, (28) bhave dityai, (29) abhave lakshmyai, (30) nâtibhave medhâ. .., (31) bhajasva mâm kântyai, (32) bhava svadhâ. .., (33) udbhavâya prabhâ. .., (34) îs'ânah sarva-vidyânâm s'as'inyai, (35) îs'varah sarva-bhûtânâm abhaya-dâ. .., (36) brahmâdhipatir brahmanodhipatir brahman brahmeshtha-dâ. .., (37) s'ivo me astu marîcyai, (38) sadâs'ivah jvâlinyai.
![]()
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
Het eerste schilderij toont de Sura's and Asura's die met de berg
karnen op de rug van Kurma. Bron.
De tweede afbeelding is getiteld: 'Shiva drinking the world-poison'
en is van Nanda
Lâl Bose.
Bron: 'Myths of the Hindus and Buddhists', Ballantine Press, Oct.
1913.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd