regelbalk


  
 

Canto 8

Râdhâ Mâdhava 2

 

 

Hoofdstuk 18: Heer Vâmanadeva, de Dwerg-incarnatie

(1) S'rî S'uka zei: 'Het Eeuwig Wezen, Hij met de schelphoorn, de knots, de lotus en de werpschijf in Zijn vier handen, de gele kledij en de lotusblaadjes-ogen, Hij wiens heldendaden de lof van Brahmâ gelden, manifesteerde zich bijgevolg uit Aditi. (2) Met een zuivere, donkere huidskleur, de luister van twee oorhangers in de vorm van haaien en een allerbekoorlijkst lotusgezicht was Hij de Allerhoogste Persoonlijkheid met het S'rîvatsa-teken op Zijn borst, pols- en armbanden, een glimmende helm, een gordel, een heilige draad en lieftallige enkelbelletjes. (3) Met een zwerm bijen druk voor het zoete zoemend rondom een buitengewoon mooie bloemenslinger en met om Zijn nek het Kaustubha-juweel, verdreef de Heer met Zijn gloed de duisternis van het huis van Kas'yapa. (4) Op dat moment was men overal in geluk verzet, alle levende wezens, in de wateren, in de bergen, de hogere werelden, in de buitenruimte en op aarde; er was de volheid van de kwaliteit van ieder seizoen en de koeien, de godheden van het vuur en de tweemaal geborenen waren allen in hun beste doen. (5) Op het tijdstip dat de maan zich in het huis S'ravana bevond [met dvâdas'î, de twaalfde dag van de heldere maandhelft van Bhâdra], waren, met de geboorte van de Heer ten tijde van het middaguur [Abhijit], al de planeten en de sterren, de zon en de maan op hun gunstigst. (6) Op dvâdas'î met de zon boven de meridiaan, o Koning, was het precieze moment, door de geleerden Vijayâ genaamd, waarop de Heer verscheen. (7) Het gerucht van de verschillende geluiden van de schelphoorns, trommels, pauken, panava's en ânaka's [andere trommels], en andere instrumenten, zwol aan tot een enorm tumult. (8) In vreugde dansten de hemelse dansmeisjes en zongen de zangers van de hemel, terwijl de wijzen, de goddelijken, de vaders der mensheid, de voorvaderen en de goden van het vuur de Heer behaagden met gebeden. (9-10) De vervolmaakten, de wetenschappers, de aapachtigen [de krijgers van Râma], zij van de supermacht, de eerbiedwaardigen, de spoken [de schatbewaarders], zij die van de duivel waren [de bewakers], de reciteerders [de 'broeders van Garuda'], de beste deskundigen [de 'slangen'] en alle volgelingen van de halfgoden, verheerlijkten en zongen hun lof waarbij ze Aditi's woning met de bloemen bedolven [vergelijk 6.7: 2-8 en 5.5: 21-22]. (11) Toen Aditi Hem, de Allerhoogste Persoonlijkheid van God die was verwekt in geluk en geboorte had genomen uit haar eigen baarmoeder, ontwaarde, was ze met verwondering geslagen over het feit dat Hij vanuit Zijn eigen geestelijk vermogen een lichaam had aangenomen en ook Kas'yapa riep daarbij in grote verwondering uit: 'Alle heil, alle heerlijkheid!' [jaya jaya!].

(12) Het bovenzinnelijk lichaam dat de Heer had aangenomen, compleet met sieraden en wapens, kan materieel niet worden waargenomen maar had zich geestelijk gemanifesteerd; het verdween meteen daarop weer en recht voor hun ogen zagen ze hoe Hij wiens avonturen allen even wonderbaarlijk zijn, zich manifesteerde, als een toneelspeler in een theater, in de gedaante van een brahmaanse dwerg [Vâmana].(13) Hem als een brahmacârî dwerg ziend maakte de grote rishi's zeer gelukkig en aldus voerden ze, met de stamvader die Kas'yapa was als hun leider, al de plechtigheden uit [zoals de jâta-karma geboorteplechtigheid]. (14) Toen Hij van Brihaspati ceremonieel Zijn heilige draad kreeg werd voor de zonnegod de Gâyatrî [zie notitie ** 5.7] gezongen en bood Kas'yapa Hem een gordel [van strohalmen, als aanduiding van de tweemaal geboren status]. (15) Moeder aarde bood hem een hertenvel, de maangod die in het bos heerst schonk Hem een staf, om Zijn lichaam te bedekken gaf Aditi hem ondergoed en van de meester van het universum, de heerser der hemel ontving Hij een parasol. (16) De Kenner van Binnen [Brahmâ] gaf een waterpot, de zeven wijzen gaven Hem kus'agras mee en de godin Sarasvatî schonk de Onvergankelijke Ziel een snoer rudrâkshakralen, o Koning. (17) Toen Hij op die manier Zijn heilige draad had gekregen leverde de Heerser der Yaksha's [Kuvera, de schatbewaarder van de Hemel] een bedelnap en verschafte de kuise moeder van het universum Bhavânî [de echtgenote van S'iva] rechtstreeks de aalmoezen zelf.

(18) Hij als brahmacârî aldus door iedereen verwelkomd, was met Zijn brahmaanse gloed de beste van allen, het stralende middelpunt van de gehele vergadering waar al de grote brahmaanse wijzen bijeen waren. (19) Na in een vuur te hebben voorzien zoals het hoorde, voltooide Hij met offerandes de plechtigheid van het aanbidden, hetgeen hij beter deed dan de beste der brahmanen. (20) Nadat Hij had vernomen over Bali's heerlijkheid als een uitvoerder van paardenoffers onder de leiding van de Bhrigu-brahmanen, ging Hij naar de plaats waar ze werden uitgevoerd, en met iedere stap die Hij als de Volkomen en Volledig Toegeruste Essentie deed voorzag Hij de aarde daarmee van Zijn voetafdrukken. (21) Aan de noordelijke oever van de rivier de Narmadâ in het gebied Bhrigukaccha, waar al de priesters van Bhrigu hun rituelen aan het opvoeren waren terwille van het zo hoogst belangrijke paardoffer, zagen ze Hem in hun nabijheid [stralend] als de rijzende zon. (22) De priesters zowel als Bali, de aanstichter van de yajña, en alle anderen die daar bijeengekomen waren, zagen zichzelf overweldigd door de schittering van Heer Vâmana, o Koning, en vroegen zich af of ze nu de zon zagen opkomen, of dat de vuurgod of Sanat-kumâra er nu aankwam erop uit hun plechtigheid bij te wonen. (23) Terwijl de Bhrigu's op deze manier met hun discipelen in dispuut verkeerden betrad de Allerhoogste Heer, Vâmana met in Zijn handen, Zijn parasol, staf en kamandalu gevuld met water, het perk van het as'vamedha offer. (24-25) Toen Vâmana, het geleerde, schijnbaar menselijke kind dat de Heer was, met Zijn munja gordel van stro en de heilige draad om Hem heen, Zijn bovenkleding van hertenvel en Zijn samengeklitte haarlokken arriveerde en de priesters van Bhrigu met hun discipelen zag, werd Hij die met Zijn glans hen allen overschaduwde, op gepaste wijze verwelkomt waarbij men van het vuuroffer voor Hem opstond. (26) De aanstichter van het offer, in vreugde over het treffen met Hem die zo prachtig was in al Zijn luisterrijke leden, bood Hem een zitplaats aan. (27) Met een welkomstwoord werd aldus de Schoonheid van de Bevrijde Zielen door Bali Mahârâja vereerd die Hem de voeten waste. (28) Het zuivere water van die voeten dat alle zonden van de mens wegwast nam hij, zich welbewust van het dharma, op zijn hoofd; het bracht hem al de zegen, een zegen die zelfs de beste van allen, Heer S'iva met de maansikkel op zijn hoofd, met toewijding en bovenzinnelijkheid op zijn hoofd zou aanvaarden.'

(29) S'rî Bali zei: 'Mag ik U van harte welkom heten, mijn eerbetuigingen voor U, o brahmaan, wat kunnen we voor U betekenen; ik denk dat U, o edele, de verzaking in eigen persoon bent van de brahmaanse zieners. (30) Omdat Uwe Heerlijkheid vandaag bij ons verblijf bent aangekomen, zijn al onze voorvaderen tevredengesteld, is nu de gehele familie gezuiverd en is dit offer dat we brengen compleet! (31) Vandaag, o brahmaanse zoon, zijn mijn offervuren naar behoren gediend overeenkomstig de beginselen; door het water dat van Uw lotusvoeten spoelde is de aarde gezuiverd van alle zonden en, o Heer, is zij tevens door de aanraking met Uw kleine voeten geheiligd. (32) Wat het ook is waar Uw hart naar uitgaat, o brahmacârî, mag U van mij nemen; of het nu een koe is, goud, een ingerichte woning, smakelijk eten en drinken of anders een brahmanendochter, o beste der aanbiddelijken, welvarende dorpen, paarden, olifanten of wagens; wat mij betreft mag U hebben wat U zich ook maar wenst.'

 

 

next                         

 

 

 
Tweede editie, geladen 17 oktober 2007

 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

 

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'Het Eeuwig Wezen, Hij met de schelphoorn, de knots, de lotus en de werpschijf in Zijn vier handen, de gele kledij en de lotusblaadjes-ogen, Hij wiens heldendaden de lof van Brahmâ gelden, manifesteerde zich bijgevolg uit Aditi.

S'rî S'uka zei: 'Het Eeuwig Wezen, Hij met de schelphoorn, de knots, de lotus en de werpschijf in Zijn vier handen, de gele kledij en de lotusblaadjes-ogen, Hij wiens heldendaden de lof van Brahmâ gelden, manifesteerde zich bijgevolg uit Aditi. (Vedabase)

 

Tekst 2

Met een zuivere, donkere huidskleur, de luister van twee oorhangers in de vorm van haaien en een allerbekoorlijkst lotusgezicht was Hij de Allerhoogste Persoonlijkheid met het S'rîvatsa-teken op Zijn borst, pols- en armbanden, een glimmende helm, een gordel, een heilige draad en lieftallige enkelbelletjes.

Met een zuivere, donkere huidskleur, de luister van twee oorhangers in de vorm van haaien en een allerbekoorlijkst lotusgezicht was Hij de Allerhoogste Persoonlijkheid met het srîvatsa teken op Zijn borst, pols- en armbanden, een glimmende helm, een gordel, een heilige draad en lieftallige enkelbelletjes. (Vedabase)

 

Tekst 3

Met een zwerm bijen druk voor het zoete zoemend rondom een buitengewoon mooie bloemenslinger en met om Zijn nek het Kaustubha-juweel, verdreef de Heer met Zijn gloed de duisternis van het huis van Kas'yapa.

Met een troep bijen druk zoemend voor het zoete rondom een buitengewoon mooie bloemenslinger en met om Zijn nek het Kaustubha-juweel, verdreef de Heer met Zijn gloed de duisternis van het huis van Kas'yapa. (Vedabase)

 

Tekst 4

Op dat moment was men overal in geluk verzet, alle levende wezens, in de wateren, in de bergen, de hogere werelden, in de buitenruimte en op aarde; er was de volheid van de kwaliteit van ieder seizoen en de koeien, de godheden van het vuur en de tweemaal geborenen waren allen in hun beste doen.

Overal was men in geluk verzet, alle levende wezens, in de wateren, in de bergen, de hogere werelden, in de buitenruimte en op aarde; er was de volheid van de kwaliteit van ieder seizoen en de koeien, de godheden van het vuur en de tweemaal geborenen waren te dien tijde allen in hun beste doen. (Vedabase)

 

Tekst 5

Op het tijdstip dat de maan zich in het huis S'ravana bevond [met dvâdas'î, de twaalfde dag van de heldere maandhelft van Bhâdra], waren, met de geboorte van de Heer ten tijde van het middaguur [Abhijit], al de planeten en de sterren, de zon en de maan op hun gunstigst.

Op het tijdstip dat de maan zich in het huis Sravana bevond [met dvâdasî, de twaalfde dag van de heldere maandhelft van Bhâdra], waren, met de geboorte van de Heer ten tijde van het middaguur [Abhijit], al de planeten en de sterren, de zon en de maan op hun gunstigst. (Vedabase)

 

Tekst 6

Op dvâdas'î met de zon boven de meridiaan, o Koning, was het precieze moment, door de geleerden Vijayâ genaamd, waarop de Heer verscheen.

Op dvâdasî met de zon boven de meridiaan, o Koning, was het precieze moment, door de geleerden Vijayâ genaamd, waarop de Heer verscheen. (Vedabase)

 

Tekst 7

Het gerucht van de verschillende geluiden van de schelphoorns, trommels, pauken, panava's en ânaka's [andere trommels], en andere instrumenten, zwol aan tot een enorm tumult.

Het gerucht van de verschillende geluiden van de schelphoorns, trommels, pauken, panava's en ânaka's [andere trommels], en andere instrumenten, zwol aan tot een enorm tumult. (Vedabase)

 

Tekst 8

In vreugde dansten de hemelse dansmeisjes en zongen de zangers van de hemel, terwijl de wijzen, de goddelijken, de vaders der mensheid, de voorvaderen en de goden van het vuur de Heer behaagden met gebeden.

In vreugde dansten de hemelse dansmeisjes en zongen de hemelse zangers, en de wijzen, de goddelijken, de vaders der mensheid, de voorvaderen en de goden van het vuur behaagden met gebeden. (Vedabase)

 

Tekst 9-10

De vervolmaakten, de wetenschappers, de aapachtigen [de krijgers van Râma], zij van de supermacht, de eerbiedwaardigen, de spoken [de schatbewaarders], zij die van de duivel waren [de bewakers], de reciteerders [de 'broeders van Garuda'], de beste deskundigen [de 'slangen'] en alle volgelingen van de halfgoden, verheerlijkten en zongen hun lof waarbij ze Aditi's woning met de bloemen bedolven [vergelijk 6.7: 2-8 en 5.5: 21-22].

De vervolmaakten, de wetenschappers, de aapachtigen [de krijgers van Râma], zij van de supermacht, de eerbiedwaardigen, de spoken [de schatbewaarders], zij die van de duivel waren [de bewakers], de reciteerders [de 'broeders van Garuda'] en de beste deskundigen [de 'slangen'], en alle volgelingen van de halfgoden, verheerlijkten en zongen hun lof het verblijf van Aditi overstelpend met bloemen [vergelijk 6.7: 2-8 en 5.5: 21-22]. (Vedabase)

  

Tekst 11

Toen Aditi Hem, de Allerhoogste Persoonlijkheid van God die was verwekt in geluk en geboorte had genomen uit haar eigen baarmoeder, ontwaarde, was ze met verwondering geslagen over het feit dat Hij vanuit Zijn eigen geestelijk vermogen een lichaam had aangenomen en ook Kas'yapa riep daarbij in grote verwondering uit: 'Alle heil, alle heerlijkheid!' [jaya jaya!].

Toen Aditi Hem, de Allerhoogste Persoonlijkheid van God die was verwekt in geluk en geboorte had genomen uit haar eigen baarmoeder, ontwaarde, was ze met verwondering geslagen over het feit dat Hij vanuit Zijn eigen geestelijk vermogen een lichaam had aangenomen en ook Kas'yapa riep daarbij in grote verwondering uit: 'Alle heil, alle heerlijkheid!' [jaya jaya!]. (Vedabase)

 

Tekst 12

Het bovenzinnelijk lichaam dat de Heer had aangenomen, compleet met sieraden en wapens, kan materieel niet worden waargenomen maar had zich geestelijk gemanifesteerd; het verdween meteen daarop weer en recht voor hun ogen zagen ze hoe Hij wiens avonturen allen even wonderbaarlijk zijn, zich manifesteerde, als een toneelspeler in een theater, in de gedaante van een brahmaanse dwerg [Vâmana].

Het bovenzinnelijk lichaam dat de Heer had aangenomen, zich vertonend met sierselen en wapens, kan materieel niet worden waargenomen maar had zich geestelijk gemanifesteerd; het verdween terstond vandaar en recht voor hun ogen konden ze zich toen verzekeren van Hem als een brahmaanse dwerg [Vâmana], als een toneelspeler wiens avonturen allen even wonderbaarlijk zijn. (Vedabase)

 

Tekst 13

Hem als een brahmacârî dwerg ziend maakte de grote rishi's zeer gelukkig en aldus voerden ze, met de stamvader die Kas'yapa was als hun leider, al de plechtigheden uit [zoals de jâta-karma geboorteplechtigheid].

Hem als een brahmacârî [een celibataire student] dwerg ziend maakte de grote rishi's zeer gelukkig, en, vooropgaand met de stamvader die Kas'yapa was, voerden ze al de plechtigheden uit [zoals de jâta-karma verjaardagsplechtigheid]. (Vedabase)

 

Tekst 14

Toen Hij van Brihaspati ceremonieel Zijn heilige draad kreeg werd voor de zonnegod de Gâyatrî [zie notitie ** 5.7] gezongen en bood Kas'yapa Hem een gordel [van strohalmen, als aanduiding van de tweemaal geboren status].

Toen Hij van Brihaspati ceremonieel Zijn heilige draad kreeg werd voor de zonnegod de Gâyatrî [zie notitie ** 5.7] gezongen en bood Kas'yapa Hem een gordel [van strohalmen, als aanduiding van de tweemaal geboren status]. (Vedabase)

 

Tekst 15

Moeder aarde bood hem een hertenvel, de maangod die in het bos heerst schonk Hem een staf, om Zijn lichaam te bedekken gaf Aditi hem ondergoed en van de meester van het universum, de heerser der hemel ontving Hij een parasol.

Moeder aarde bood hem een hertenvel, de maangod die in het bos heerst schonk Hem een staf, om Zijn lichaam te bedekken gaf Aditi hem ondergoed en van de meester van het universum, de heerser der hemel ontving Hij een parasol. (Vedabase)

  

Tekst 16

De Kenner van Binnen [Brahmâ] gaf een waterpot, de zeven wijzen gaven Hem kus'agras mee en de godin Sarasvatî schonk de Onvergankelijke Ziel een snoer rudrâkshakralen, o Koning.

De Kenner van Binnen [Brahmâ] gaf een waterpot, de zeven wijzen gaven Hem kus'agras mee en de godin Sarasvatî schonk de Onvergankelijke Ziel een snoer rudrâksakralen, o Koning. (Vedabase)

 

Tekst 17

Toen Hij op die manier Zijn heilige draad had gekregen leverde de Heerser der Yaksha's [Kuvera, de schatbewaarder van de Hemel] een bedelnap en verschafte de kuise moeder van het universum Bhavânî [de echtgenote van S'iva] rechtstreeks de aalmoezen zelf.

Toen Hij op die manier Zijn heilige draad had gekregen leverde de Heerser der Yaksha's [Kuvera, de schatbewaarder van de Hemel] een pot voor zijn aalmoezen en verschafte de kuise moeder van het universum Bhavânî [de echtgenote van S'iva] rechtstreeks de aalmoezen zelf. (Vedabase)

  

Tekst 18

Hij als brahmacârî aldus door iedereen verwelkomd, was met Zijn brahmaanse gloed de beste van allen, het stralende middelpunt van de gehele vergadering waar al de grote brahmaanse wijzen bijeen waren.

Hij als de brahmacârî aldus door iedereen verwelkomd, was, als het stralend middelpunt van de gehele vergadering vol van al de grote brahmaanse wijzen, met Zijn brahmaanse gloed de beste van hen allen. (Vedabase)

 

Tekst 19

Na in een vuur te hebben voorzien zoals het hoorde, voltooide Hij met offerandes de plechtigheid van het aanbidden, hetgeen hij beter deed dan de beste der brahmanen.

Na in een vuur te hebben voorzien zoals het hoorde voltooide Hij met offerandes de plechtigheid van het aanbidden op een manier beter dan de beste der brahmanen dat kon. (Vedabase)

 

Tekst 20

Nadat Hij had vernomen over Bali's heerlijkheid als een uitvoerder van paardenoffers onder de leiding van de Bhrigu-brahmanen, ging Hij naar de plaats waar ze werden uitgevoerd, en met iedere stap die Hij als de Volkomen en Volledig Toegeruste Essentie deed voorzag Hij de aarde daarmee van Zijn voetafdrukken.

Nadat hij had vernomen over Bali's heerlijkheid als een uitvoerder van paardenoffers onder de leiding van de Bhrigu-brahmanen, ging Hij naar de plaats waar ze werden uitgevoerd, de aarde voorziend van Zijn voetafdrukken met iedere stap die Hij als de Volkomen en Volledig Toegeruste Essentie deed. (Vedabase)

 

Tekst 21

Aan de noordelijke oever van de rivier de Narmadâ in het gebied Bhrigukaccha, waar al de priesters van Bhrigu hun rituelen aan het opvoeren waren terwille van het zo hoogst belangrijke paardoffer, zagen ze Hem in hun nabijheid [stralend] als de rijzende zon.

Aan de noordelijke oever van de rivier de Narmadâ in het gebied Bhrigukaccha, waar al de priesters van Bhrigu hun rituelen aan het opvoeren waren terwille van het zo hoogst belangrijke paardenoffer, zagen ze Hem van een afstand als was Hij de rijzende zon. (Vedabase)

 

Tekst 22

De priesters zowel als Bali, de aanstichter van de yajña, en alle anderen die daar bijeengekomen waren, zagen zichzelf overweldigd door de schittering van Heer Vâmana, o Koning, en vroegen zich af of ze nu de zon zagen opkomen, of dat de vuurgod of Sanat-kumâra er nu aankwam erop uit hun plechtigheid bij te wonen.

De priesters zowel als Bali, de aanstichter van de jayna, en alle anderen die daar bijeengekomen waren, zagen zichzelf overweldigd door de schittering van Heer Vâmana, o Koning, en vroegen zich af of ze nu de zon zagen opkomen, of dat de vuurgod of Sanat-kumâra er nu aankwam erop uit hun plechtigheid bij te wonen. (Vedabase)

 

Tekst 23

Terwijl de Bhrigu's op deze manier met hun discipelen in dispuut verkeerden betrad de Allerhoogste Heer, Vâmana met in Zijn handen, Zijn parasol, staf en kamandalu gevuld met water, het perk van het as'vamedha offer.

Terwijl de Bhrigu's op deze manier met hun discipelen in dispuut verkeerden betrad de Allerhoogste Heer, Vâmana met in Zijn handen, Zijn parasol, staf en kamandalu gevuld met water, het perk van het asvamedha-offer. (Vedabase)

 

Tekst 24-25

Toen Vâmana, het geleerde, schijnbaar menselijke kind dat de Heer was, met Zijn munja gordel van stro en de heilige draad om Hem heen, Zijn bovenkleding van hertenvel en Zijn samengeklitte haarlokken arriveerde en de priesters van Bhrigu met hun discipelen zag, werd Hij die met Zijn glans hen allen overschaduwde, op gepaste wijze verwelkomt waarbij men van het vuuroffer voor Hem opstond.

Toen Vâmana, het geleerde, schijnbaar menselijke kind dat de Heer was, met zijn munja gordel van stro en de heilige draad om Hem heen, Zijn bovenkleding van hertenvel en Zijn samengeklitte haarlokken arriveerde en de priesters van Bhrigu met hun discipelen zag, werd Hij die met Zijn glans hen allen overschaduwde, op gepaste wijze verwelkomt waarbij men van het vuuroffer voor Hem opstond. (Vedabase)

  

Tekst 26

De aanstichter van het offer, in vreugde over het treffen met Hem die zo prachtig was in al Zijn luisterrijke leden, bood Hem een zitplaats aan.

De aanstichter van het offer, in vreugde over het treffen met Hem die zo prachtig was in al Zijn luisterrijke leden, bood Hem een zitplaats aan. (Vedabase)

 

Tekst 27

Met een welkomstwoord werd aldus de Schoonheid van de Bevrijde Zielen door Bali Mahârâja vereerd die Hem de voeten waste.

Met een welkomstwoord werd aldus de Schoonheid van de Bevrijde Zielen door Bali Mahârâja vereerd en de voeten gewassen. (Vedabase)

  

Tekst 28

Het zuivere water van die voeten dat alle zonden van de mens wegwast nam hij, zich welbewust van het dharma, op zijn hoofd; het bracht hem al de zegen, een zegen die zelfs de beste van allen, Heer S'iva met de maansikkel op zijn hoofd, met toewijding en bovenzinnelijkheid op zijn hoofd zou aanvaarden.'

Het zuivere water van die voeten dat alle zonden van de mens wegwast nam hij op zijn hoofd, zich welbewust van het dharma; het bracht hem al de zegen die zelfs de beste van allen, Heer S'iva met de maan op zijn hoofd, met toewijding en bovenzinnelijkheid op zijn hoofd zou dragen. (Vedabase)

 

Tekst 29

S'rî Bali zei: 'Mag ik U van harte welkom heten, mijn eerbetuigingen voor U, o brahmaan, wat kunnen we voor U betekenen; ik denk dat U, o edele, de verzaking in eigen persoon bent van de brahmaanse zieners.

S'rî Bali zei: 'Mag ik U van harte welkom heten, mijn eerbetuigingen voor U, o brahmaan, wat kunnen we voor U betekenen; ik denk dat U, o edele, de direkte verpersoonlijKoning van de verzaKoning van de brahmaanse wijze bent. (Vedabase)

 

Tekst 30

Omdat Uwe Heerlijkheid vandaag bij ons verblijf bent aangekomen, zijn al onze voorvaderen tevredengesteld, is nu de gehele familie gezuiverd en is dit offer dat we brengen compleet!

Omdat Uwe Heerlijkheid vandaag bij ons verblijf bent aangekomen, zijn al onze voorvaderen tevreden gesteld, is nu de gehele familie gezuiverd en is dit offer volledig in zijn uitvoering! (Vedabase)

 

Tekst 31

Vandaag, o brahmaanse zoon, zijn mijn offervuren naar behoren gediend overeenkomstig de beginselen; door het water dat van Uw lotusvoeten spoelde is de aarde gezuiverd van alle zonden en, o Heer, is zij tevens door de aanraking met Uw kleine voeten geheiligd.

Vandaag, o brahmaanse zoon, zijn mijn offervuren naar behoren gediend overeenkomstig de beginselen; door het water dat van Uw lotusvoeten spoelde is de aarde gezuiverd van alle zonden en, o Heer, is zij tevens door de aanraking met Uw kleine voeten geheiligd. (Vedabase)

 

Tekst 32

Wat het ook is waar Uw hart naar uitgaat, o brahmacârî, mag U van mij nemen; of het nu een koe is, goud, een ingerichte woning, smakelijk eten en drinken of anders een brahmanendochter, o beste der aanbiddelijken, welvarende dorpen, paarden, olifanten of wagens; wat mij betreft mag U hebben wat U zich ook maar wenst.'

Wat het ook is waar Uw hart naar uitgaat, o brahmacârî, mag U van mij nemen; of het nu een koe is, goud, een ingerichte woning, smakelijk eten en drinken inderdaad of anders een brahmaanse dochter, o beste der aanbiddelijken, welvarende dorpen, paarden, olifanten of wagens eveneens; ik denk dat U mag hebben wat U ook maar verlangt.' (Vedabase)

 

 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
Het digitaal verbeterde schilderij is getiteld: "Vamana and Five Priests".
Number Five of the Vamana (Dwarf Incarnation of Vishnu) Suit.
Playing Card from a Dashavatara (Ten Avatars) Ganjifa Set, Mid-18th century.
India, Maharashtra, Sawantwadi (?), Bron:
LACMA.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties