S'rî
Uddhava zei: 'Dit yogaproces is, zo denk ik, allermoeilijkst in
de praktijk te brengen voor iemand die niet spiritueel is.
AlsJeblieft o Acyuta, zeg me in eenvoudige bewoordingen hoe
iemand er met gemak in kan slagen [zie ook B.G.
6:
33-34].
S'rî
Uddhava zei: 'Dit yogaproces is, zo denk ik, allermoeilijkst
in de praktijk te brengen voor iemand die niet spiritueel
is; alsJeblieft o Acyuta, zeg me in eenvoudige bewoordingen
hoe een persoon daarin volmaakt kan zijn [zie ook B.G.
6: 33-34]. (Vedabase)
Tekst
2
Over het
algemeen, o Lotus-ogige, raken yogi's gefrustreerd als ze hun
geest willen oefenen en worden ze, als het ze niet lukt de
verzonkenheid te bereiken, het moe te proberen de geest te
onderwerpen.
Over
het algemeen, o Lotus-ogige, raken yogi's gefrustreerd met
het oefenen van de geest en worden ze, er niet toe in staat
de verzonkenheid te bereiken, het moe te proberen de geest
te onderwerpen. (Vedabase)
Tekst
3
Om
die reden, o Lotus-ogige, zijn de zwaangelijken er gelukkig mee
hun toevlucht te zoeken bij Jouw lotusvoeten die de bron vormen
van alle vervoering o Heer van het Universum. Maar zij die prat
gaan op de resultaten van hun yoga doen dat niet en worden
verslagen door Jouw materiële
energie.
Daarom,
o Lotus-ogige, zijn de zwaangelijken er dan inderdaad
gelukkig mee zich te beroepen op de bron van alle
vervoering, de toevlucht van Jouw lotusvoeten, o Heer van
het Universum; maar zij die prat gaan op de resultaten van
hun yoga, doen dat niet, daar dezen verslagen zijn door Jouw
materiële energie. (Vedabase)
Tekst
4
Het wekt geen
verbazing Acyuta, dat Jij een vriend bent voor alle dienaren
die, zonder een andere toevlucht, vereend zijn in de
vertrouwlijkheid met Jou, Jij die vol genegenheid was voor de
dier-gelijken [Vânara's]
terwijl de zijkanten van je voetenbankje werden overdekt door
de stralende helmen van de grote beheersers [Brahmâ
b.v.].
Het
wekt geen verwondering Acyuta, dat Jij een vriend bent voor
alle dienaren die met geen andere toevlucht vereend zijn in
de vertrouwlijkheid met Jou, Jij die vol genegenheid was
voor de dier-gelijken [vânara's] terwijl de
zijkanten van je voetenbankje werden overdekt door de
stralende helmen van de grote beheersers [Brahmâ
b.v.]. (Vedabase)
Tekst
5
Wie zou, bekend
met het voordeel dat Jij biedt, o Allerhoogste Ziel, Verlener
van Alle Volmaaktheden en Heer het meest geliefd bij hen die
hun toevlucht zoeken, Jou nu van de hand wijzen of ooit iets
anders toegewijd zijn om enkel maar een goed gevoel te hebben
en dan [Jou] te vergeten? Zou er ook maar iets te
wensen overblijven als we het stof van Jouw voeten dienen
[zie ook 10.44:
15,
10.47:
46]?
Bekend
met het voordeel dat Jij biedt, de Allerhoogste Ziel, de
Verlener van Alle Volmaaktheden en de Heer het meest geliefd
bij hen die hun toevlucht zoeken, wie zou er Jou dan
afwijzen of ooit iets anders toegewijd zijn enkel maar om
een goed gevoel te hebben en bijgevolg van het vergeten te
zijn; wat staat ons feitelijk niet ter beschikking met het
dienen van het stof van Jouw voeten? [zie ook 10.44: 15,
10.47: 46]. (Vedabase)
Tekst
6
Zelfs niet met
een levensduur zolang als die van Brahmâ zouden de
geschoolden - al hun werk ten spijt - er toe in staat zijn
uitdrukking te geven aan de dankbaarheid [die we Jou
verschuldigd zijn] o Heer. Want Jij toont Je weg op twee
manieren: in de vorm van het verstandelijk begrepene [gezag
van de Superziel] vanbinnen zodat men zich de vreugde kan
heugen en in de vorm van de âcârya
vanbuiten om het onfortuinlijke te verdrijven van het
belichaamd zijn [de caittya-
en de paramparâ-guru].'
Zelfs
niet met een levensduur gerekt tot die van Brahmâ
zouden de geschoolden, al hun werk ten spijt, er toe in
staat zijn uitdrukking te geven aan de dankbaarheid o Heer,
daar Jij Je weg toont in de vormen van het mentaal begrepene
[gezag van de Superziel] van binnen teneinde zich de
vreugde te heugen en de âcârya van buiten om het
onfortuinlijke te verdrijven van het belichaamd zijn [de
caittya- en de paramparâ-guru].'
(Vedabase)
Tekst
7
S'rî
S'uka zei: 'Aldus door Uddhava die zeer aan Hem was verknocht
ertoe verzocht, sprak de Heer liefdevol met een aantrekkelijke
glimlach, Hij die het universum als Zijn speeltje heeft en
middels Zijn eigen energieën de drie verschillende
persoonlijke gedaanten van de Beheersers [de
guna-avatâra's]
heeft aangenomen.
S'rî
S'uka zei: 'Hij die het universum als Zijn speeltje heeft en
middels Zijn eigen energieën de drie verschillende
persoonlijke gedaanten van de Beheersers [de
guna-avatâra's] heeft aangenomen, aldus door
Uddhava in het hart zeer gehecht ertoe verzocht, sprak
liefdevol met een aantrekkelijke glimlach.
(Vedabase)
Tekst
8
De Allerhoogste
Heer zei: 'Ik zal nu hier voor jou het dharma uitleggen dat in
relatie tot Mij het meest zegenrijk is en waarmee een
sterfelijk wezen, dat met geloof tewerk gaat, de zo
onoverwinnelijke dood overwint.
De
Allerhoogste Heer zei: 'Hier dan, zal Ik me uitlaten over
het dharma dat in relatie tot Mij het meest zegenrijk is en
waarmee een sterfelijk wezen, met geloof te werk gaand, de
zo onoverwinnelijke dood overwint.
(Vedabase)
Tekst
9
Als men aan Mij
zijn geest en intelligentie heeft opgedragen, behoort men
stapsgewijze alle arbeid te Mijnentwille [leren] te
verrichten, en daarbij, bij de genade van de eigen liefdevolle
geest, de manier waarop Ik Mijn plichten nakom in gedachten te
houden.
Met
het aan Mij geofferd hebben van de geest en intelligentie,
behoort men voor de bedoeling die Ik ben stapsgewijze
[het te leren] alle arbeid te verrichten, met
daarbij, bij de genade van de eigen liefdevolle geest, Mijn
plichtsbetrachting in gedachten gehouden.
(Vedabase)
Tekst
10
Men moet zijn
toevlucht zoeken in de heilige plaatsen die worden bezocht door
Mijn vrome toegewijden en [het voorbeeld volgen van] de
handelingen van Mijn toegewijden optredend onder de
goddelijken, hen die van de duivel zijn bezeten en onder de
menselijke wezens.
Men
moet zijn toevlucht zoeken in de heilige plaatsen bezocht
door Mijn vrome toegewijden en [het voorbeeld volgen
van] de handelingen van Mijn toegewijden onder de
goddelijken, onder hen die van de duivel zijn bezeten en
onder de menselijke wezens. (Vedabase)
Tekst
11
Alleen dan wel
in samenkomst behoort men overeenkomstig de maanstand, bij
speciale gelegenheden en met feestdagen zich bezig te houden
met zang en dans en dergelijke, en gul te zijn met
bijdragen.
Alleen
danwel in samenkomst behoort men naar de maan, bij speciale
gelegenheden en met feestdagen het zo te regelen dat men te
werk gaat met zang, dans en zeer royale bewijzen van genade.
(Vedabase)
Tekst
12
Men moet Mij
met een zuiver hart in zichzelf aanwezig zien als de Superziel
die zich, net als de onbegrensde ether, binnen en buiten alle
levende wezens bevindt [zie ook B.G. 13:
16 en
1.7:
10].
Mij
inderdaad moet men met een zuiver hart bezien als de
zelfbewogen Superziel die zich net als de ether binnen en
buiten alle levende wezens bevindt als ook in jezelf
[zie ook B.G. 13: 16 en 1.7: 10].
(Vedabase)
Tekst
13-14
O heldere
geest, als men met Mijn liefde aldus van respect is voor alle
levende wezens, heeft men met zo'n benadering zijn toevlucht
genomen tot zuiver spirituele kennis. Als men op deze manier de
brahmaan en de uitgestotene, de dief en degene die trouw is aan
de brahmaanse cultuur, de zon en de vonk, de zachtgeaarde en de
wreedaard gelijkgezind beziet, mag men zich een wijs mens
noemen [zie B.G. 5:
18].
O
groot licht, met deze weg naar Mijn respect van liefde voor
alle levende wezens, zal men aldus van overweging zijnde
zijn toevlucht aan het nemen zijn tot zuiver spirituele
kennis. Als men op deze manier in de brahmaan en de
uitgestotene, de dief en de mens trouw aan de brahmaanse
cultuur, in de zon en in de vonk, in de zachtgeaarde en in
de wreedaard een gelijke blik heeft, wordt men geschoold
geacht [een pandit, zie B.G. 5: 18].
(Vedabase)
Tekst
15
Van de persoon
die voortdurend op Mijn aanwezigheid in alle mensen aan het
mediteren is, zal snel de rivaliteit, de afgunst, het
neerkijken op anderen en het valse ego verdwijnen.
Van
de persoon die voortdurend op Mijn aanwezigheid in alle
mensen aan het mediteren is, zal voorzeker snel de
rivaliteit, de afgunst, het neerkijken op en het valse ego
verdwijnen. (Vedabase)
Tekst
16
Onverschillig
erover uitgelachen te worden door vrienden of zonder zich te
schamen voor uiterlijkheden, moet men als een stok op de grond
gevallen zijn eerbetuigingen brengen aan [allen,] zelfs
[aan] honden, uitgestotenen, koeien en ezels [zie
ook de S'rî
S'rî
S'ikshâshthaka-3].
Onverschillig
erover uitgelachen te worden door vrienden of zich te
schamen over uiterlijkheden, moet men als een stok op de
grond zijn eerbetuigingen brengen aan [allen,] zelfs
de honden, uitgestotenen, koeien en ezels [zie ook de
s'ikshâshthaka-3]. (Vedabase)
Tekst
17
Zolang men niet
de visie heeft ontwikkeld van Mij als zijnde aanwezig in alle
levende wezens, zal men op deze wijze met wat men zegt, denkt
en doet met het lichaam van aanbidding moeten zijn [zie ook
tridanda].
Zolang
men niet de visie heeft ontwikkeld van Mij als zijnde
aanwezig in alle levende wezens, zal men voor die tijd op
deze wijze in uitlatingen, de geest en met het lichaam van
aanbidding moeten zijn [zie ook tridanda].
(Vedabase)
Tekst
18
Voor degene die
door kennis en realisatie de alomtegenwoordige Superziel ziet,
is alles gebaseerd op de Absolute Waarheid. Aldus vrij van alle
twijfel bestaat er voor zo iemand de plicht zich uit de wereld
terug te trekken.
Voor
hem die door kennis en realisatie de alomtegenwoordige
Superziel ziet, is alles gebaseerd op de Absolute Waarheid
en is er, bevrijd van twijfel, de plicht om aan alle
wereldse activiteiten een einde te maken.
(Vedabase)
Tekst
19
Dit met de
functies van je geest, je woorden en je lichaam gaan voor de
waarheid van Mij in alle levende wezens, acht Ik de meest
geëigende van alle processen.
Dit
met de functies van je geest, je woorden en je lichaam gaan
voor de waarheid van Mij in alle levende wezens wordt
inderdaad door Mij beschouwd als zijnde de meest
geëigende van alle processen.
(Vedabase)
Tekst
20
Mijn beste,
omdat deze door Mij op volmaakte wijze ingestelde methode vrij
is van de geaardheden en geen nevenmotieven kent is er als men
probeert Mij aldus van dienst te zijn Uddhava, bijgevolg niet
het geringste verlies [zie ook B.G. 2:
40].
Mijn
beste, omdat het, door Mij op volmaakte wijze gevestigd,
vrij is van de geaardheden en van nevenmotieven is er,
Uddhava, in het pogen van Mijn plichtbetrachting te zijn
dienovereenkomstig niet het geringste verlies [zie ook
B.G. 2: 40]. (Vedabase)
Tekst
21
O beste onder
de vromen, van welk werelds ondernemen ook zal de angst en dat
alles niks om het lijf hebben als het, aan Mij, het
Allerhoogste, opgedragen zijnde, religieus is in de neiging tot
een handelen dat vrij is van nevenmotieven [zie ook B.G.
18:
6].
O
beste onder de gelovigen, welke vorm van angst of
soortgelijk enzovoorts van ondernemen er ook moge zijn,
heeft niets om het lijf als dat [ondernemen], welk
neigt tot vruchteloosheid, religiositeit is richting Mij, de
Allerhoogste [zie ook B.G. 18: 6].
(Vedabase)
Tekst
22
Het in dit
leven op deze manier via het valse en sterfelijke bereiken van
Mij, het onsterfelijke, vormt de schranderheid der schranderen
en de intelligentie der intelligenten.
Dit
waarmee men middels het valse en sterfelijke in dit leven
het ware verwerft van Mij, het onsterfelijke, is de
schranderheid der schranderen en de intelligentie der
intelligenten. (Vedabase)
Tekst
23
Hiermee is
zowel in het kort als tot in detail het volledige overzicht
geboden van de Absolute Waarheid die een wetenschap vormt die
zelfs voor de goden moeilijk toegankelijk is.
Hiermee
is zowel in het kort als tot in detail het volledige
overzicht geboden van de Absolute Waarheid die zelfs voor de
goden moeilijk te overzien is. (Vedabase)
Tekst
24
Met het naar
behoren hebben doorgrond van deze kennis die steeds weer met
logische argumenten voor je werd uiteengezet, zal een persoon
zijn twijfels uitgebannen zien en bevrijd zijn.
Met
het naar behoren hebben doorgrond van deze kennis, bij
herhaling met logische argumenten voor je uiteengezet, zal
een persoon, met zijn twijfels teniet gedaan, bevrijd zijn.
(Vedabase)
Tekst
25
Hij die zich
enkel maar concentreert op deze vraag van jou die naar behoren
door Mij werd opgehelderd, reikt tot het eeuwige geheim van de
Veda's, het Allerhoogste Absolute van de
Waarheid.
Hij
die zich enkel maar concentreert op deze vraag van jou naar
behoren opgehelderd door Mij, reikt tot het eeuwige geheim
van de Veda's, het Allerhoogste Absolute van de Waarheid.
(Vedabase)
Tekst
26
Ik zal als
vanzelf Mijn gezag verlenen aan degene die deze Allerhoogste
Spirituele Waarheid zonder enig voorbehoud verkondigt als de
traditie voor Mijn toegewijden.
Degene
die als de verlener van het Allerhoogste Spirituele
vrijmoedig dit verkondigt onder Mijn toegewijden zal Ik
Mijzelf middels Mijzelf vergunnen.
(Vedabase)
Tekst
27
Hij die hardop
dit Allerhoogste reciteert dat zo heiligend en helder is, zal,
omdat hij met de lamp der kennis Mijn aanwezigheid gestalte
geeft, alle dagen zuivering vinden.
Hij
die hardop dit Allerhoogste reciteert dat zo heiligend en
helder is, zal, met de lamp der kennis Mijn aanwezigheid
gestalte gevend, dag na dag gezuiverd zijn.
(Vedabase)
Tekst
28
De persoon die
aandachtig, met geloof hier regelmatig naar luistert is Mij
bovenzinnelijk toegewijd [is een bhakta] en raakt niet
verstrikt in karmische terugslagen [zie ook B.G.
3:
9].
De
persoon die zonder afgeleid te zijn, met geloof regelmatig
hiernaar luistert zal, met het doen van bovenzinnelijke
toegewijde dienst [bhakti], niet gebonden zijn aan
karmische terugslagen [zie ook B.G. 3: 9].
(Vedabase)
Tekst
29
Uddhava, o
vriend, heb je het spirituele nu duidelijk voor de geest en
heeft het weeklagen en de illusie die in je geest opkwam nu het
veld geruimd [zie 11.6:
42-49 en ook
B.G. 18:
72]?
Uddhava,
o vriend, heb je afdoende het spirituele begrepen en heeft
dit weeklagen en deze illusie die uit je geest voortkwam nu
het veld geruimd [zie 11.6: 42-49 en ook B.G. 18:
72]? (Vedabase)
Tekst
30
Vertel
dit niet aan een schijnheilig iemand, een atheïst of een
bedrieger, en zeg het ook niet aan iemand die niet wil
luisteren of een opstandige niet-toegewijde [vergelijk met
B.G.
18:
67].
Deel
dit niet met een schijnheilig iemand, een atheïst of
een bedrieger, noch met iemand die niet met geloof luistert
of met een obstinate niet-toegewijde [vergelijk met B.G.
18: 67]. (Vedabase)
Tekst
31
Deel dit met de
persoon die vrij is van deze slechte eigenschappen, met hem die
geheiligd en zuiver is, hij die vriendelijk toegenegen is en
het welzijn van de brahmanen voor ogen heeft, zowel als met
arbeiders en vrouwen als ze van bhakti zijn [vergelijk B.G.
9:
32].
Deel
dit met de persoon vrij van deze slechte eigenschappen, hij
die geheiligd en zuiver is, vriendelijk toegenegen is en het
welzijn van de brahmanen voor ogen heeft, zowel als met
arbeiders en vrouwen vermits ze van de bhakti zijn
[vergelijk B.G. 9: 32].
(Vedabase)
Tekst
32
Voor de
onderzoekende geest die hiervoor volledig begrip heeft, is er
verder niets meer om in te drinken; wat zou iemand nog meer in
zich op moeten nemen als hij gedronken heeft van de
smakelijkste ambrozijnen drank die er is?
Voor
de onderzoekende geest die volledig van begrip is hiervoor,
is er verder niets meer om in te drinken; met het hebben
gedronken van de smakelijke ambrozijnen drank is er verder
niets meer te drinken over. (Vedabase)
Tekst
33
Ongeacht wat
mensen van succes met de vier levensdoelen
[catuh-vidah]
ook vinden in geestelijke kennis, in baatzuchtige arbeid, in
mystieke yoga, in alledaagse bezigheden of in politiek
besturen, kan je in gelijke mate in Mij vinden.
Wat
mensen van succes naar de vier doelen [catuh-vidah]
ook vinden in geestelijke kennis, in baatzuchtige arbeid, in
mystieke yoga, in alledaagse bezigheden of in politiek
besturen, ben Ik in gelijke mate voor jou.
(Vedabase)
Tekst
34
Als een
sterveling zich opoffert en al zijn baatzuchtige arbeid opgeeft
in het verlangen naar het bijzondere van Mij, komt hij in dat
proces van het bereiken van de onsterfelijkheid met Mij op dat
moment in aanmerking voor het delen in de weelde die bij Mij
hoort'
Als
een sterveling zich opofferend, al zijn baatzuchtige arbeid
eraan gegeven heeft in het verlangen naar het bijzondere van
Mij, komt hij in het proces van het bereiken van de
onsterfelijkheid, met Mij te dien tijde waarlijk ook in
aanmerking voor een weelde die gelijk is.'
(Vedabase)
Tekst
35
S'rî
S'uka zei: 'Nadat hij de woorden van Uttamas'loka had
aangehoord en hem aldus het pad van de yoga was getoond, zei
Uddhava met zijn handen samengevouwen niets omdat zijn keel was
dichtgesnoerd door de liefde en zijn ogen overstroomden van de
tranen.
S'uka
zei: 'Hij, die aldus het pad van de yoga was getoond, zei
toen met het met gevouwen handen aangehoord hebben van de
woorden van Uttamas'loka niets, daar zijn keel dichtgesnoerd
was van de liefde en zijn ogen overstroomden van de tranen.
(Vedabase)
Tekst
36
Volledig door
de liefde van de kaart zichzelf intomend om zijn geest in
evenwicht te krijgen o Koning, sprak hij, zich dankbaar
voelend, met gevouwen handen voor de Grote Held der Yadu's en
raakte daarbij met zijn hoofd Zijn lotusvoeten
aan.
Volledig
door de liefde van de kaart zichzelf intomend om zijn geest
in evenwicht te krijgen, o Koning, sprak hij, zich dankbaar
voelend, met gevouwen handen voor de Grootste Held van de
Yadu's, waarbij hij met zijn hoofd Zijn lotusvoeten
aanraakte. (Vedabase)
Tekst
37
S'rî
Uddhava zei: 'De grote duisternis van de begoocheling waar ik
in belandde, werd in de aanwezigheid van de Zon die Jij bent
verdreven. Welke kou, duisternis en vrees zou zich kunnen doen
gelden met degene die Jou benaderde, o Ongeboren
Oorspronkelijke Persoon?
S'rî
Uddhava zei: 'De grote duisternis van mijn begoocheling
waaraan ik mij overgaf in de aanwezigheid van de Zon die Jij
bent, is verdreven; welke kou, duisternis en vrees zou zich
kunnen doen gelden over degene die het tot de nabijheid
bracht, o Ongeborene Allereerste?
(Vedabase)
Tekst
38
Door Jou die in
Je goedheid zo genadig bent werd aan mij, Je dienaar, als
antwoord de fakkel geboden die bestaat uit Jouw wijsheid. Wie
ook die dankbaarheid voelt is er toe in staat af te zien van de
basis van Jouw voeten en elders zijn heil te
zoeken?
In
wederkeer werd door Jouw goede Zelf zo genadig mij, je
dienaar, de fakkel geboden bestaande uit Jouw wijsheid;
welke dankbare dan ook zou de basis van Jouw voeten kunnen
verlaten en af kunnen gaan op een andere toevlucht?
(Vedabase)
Tekst
39
Het
door Jouw mâyâ stevig bindende touw van mijn
genegenheid voor de zich naar Jouw wil uitbreidende schepping
[de familie] van de Dâs'ârha's, Vrishni's,
Andhaka's en Sâtvata's, werd doorkliefd met het zwaard
van de juiste kennis omtrent de ziel.
Het
door Jouw mâyâ, terwille van de toename van Je
Schepping [Je familie], door Jou geknoopte, stevig
bindende touw van mijn genegenheid voor de
Dâs'ârha's, Vrishni's, Andhaka's en
Sâtvata's, is doorsneden met het zwaard van de juiste
kennis omtrent de ziel. (Vedabase)
Tekst
40
Mogen er mijn
eerbetuigingen voor Jou zijn, o Grootste der Mystici, leg me
alsJeblieft uit hoe ik stabiel kan zijn met de transcendentale
aantrekking van Jouw lotusvoeten.'
Mogen
er mijn eerbetuigingen voor Jou zijn, o Grootste der
Mystici, alsJeblieft geef instructie over hoe constant te
blijven met de transcendentale aantrekking van Jouw
lotusvoeten.'
(Vedabase)
Tekst
41-44
De Allerhoogste
Heer zei: 'Alsjeblieft, o Uddhava, aanvaard Mijn advies om naar
Mijn hermitage genaamd Badârika
te gaan. Zuiver je aan de oevers aldaar met het water
wegstromend van Mijn voeten door er in te baden en het te
beroeren [zie 5.17].
Wees met je ogen gericht op de Alakanandâ [een
zijrivier van de Ganges] gezuiverd van alle smetten en
kleed je met boombast Mijn beste, leef van wat het bos je biedt
en vindt vrij van begeerte het geluk. Oefen met je
intelligentie, spirituele kennis en wijsheid, verdraagzaamheid
met alle dualiteiten, houdt heilig vast aan je principes,
beteugel je zinnen, en verkeer in vrede en verzonkenheid. Hecht
geloof aan en mediteer op dat wat je van Mij leerde te
onderscheiden. Als je met je woorden en geest in Mij verzonken
je ertoe wijdt om Mijn deugd te verwerkelijken zal je, met die
disipline de oversteek wagend tot voorbij de drie bestemmingen
[de guna's], vervolgens Mij
bereiken.'
De
Allerhoogste Heer zei: 'Alsjeblieft, o Uddhava, ga op Mijn
voorspraak naar Mijn hermitage genaamd Badârika; wees
er, op de oevers, gezuiverd door het beroeren van en baden
in het water wegstromend van Mijn voeten [zie 5.17].
Met het met jouw ogen gericht op de Alakanandâ
[een zijrivier van de Ganges] weggezuiverd zijn van
alle onzuiverheid, en boombast dragend mijn beste, leef van
wat het bos je biedt en zij gelukkig vrij van begeerte. Met
intelligentie, spirituele kennis en wijsheid toegerust, wees
verdraagzaam met alle dualiteiten, van een heilig karakter,
van zinsbeheersing, van vrede en verzonkenheid. Wees
consequent met dat wat je in onderscheidingsvermogen van Mij
geleerd hebt; met je woorden en je geest in Mij verzonken
ertoe gewijd tot het besef van Mijn dharma te komen zal je,
aldus gevestigd overstekend tot voorbij de drie bestemmingen
[de guna's], daarna tot Mij
komen.'
(Vedabase)
Tekst
45
S'rî
S'uka zei: 'Aldus toegesproken door de Heer Vol van Begrip,
omliep Uddhava Hem linksom en ondanks dat hij op het moment van
zijn vertrek vrij was van de invloed der materiële
tegenstellingen, doordrenkte hij, met een brekend hart met zijn
hoofd voorover, Zijn voeten met zijn tranen.
S'rî
S'uka zei: 'Aldus toegesproken door de Heer der Heugenis,
omliep Uddhava Hem, Hem rechts houdend, en doordrenkte hij,
met een hart dat het begaf, met zijn hoofd naar beneden
geplaatst, Zijn voeten met zijn tranen, ondanks het feit dat
hij ten tijde van het vertrek niet betrokken was bij de
materiële dualiteit. (Vedabase)
Tekst
46
Het er moeilijk
mee hebbend om te vertrekken was hij niet in staat Hem te
verlaten zodat hij buiten zichzelf overweldigd door grote pijn
afscheid nam en daarbij keer op keer zijn eerbetuigingen bracht
en de slippers van Zijn Handhaver op zijn hoofd nam
[*].
Met
de gehechtheid die allermoeilijkst te verzaken was, was hij,
niet in staat Hem te verlaten bij de scheiding, overweldigd
in grote pijn buiten zichzelf, en ging hij, keer op keer
zijn eerbetuigingen brengend, heen met het meedragen van de
slippers van Zijn Handhaver op zijn hoofd [*].
(Vedabase)
Tekst
47
Daarna Hem in
zijn hart installerend, ging de grote toegewijde naar het
luisterrijke pelgrimsoord [dat als zodanig ookwel
Vis'âlâ wordt genoemd] waar de Enige Vriend van
het Universum het over had. Daar bereikte hij, nadat hij
gewetensvol de boetedoeningen had volbracht, de bestemming van
de Heer [Vaikunthha].
Daarna
Hem in zijn hart installerend, ging de grote toegewijde,
zoals hem dat gezegd was door de Enige Vriend van het
Universum, naar het luisterrijke pelgrimsoord [dat als
zodanig ookwel Vis'âlâ wordt genoemd] en
bereikte hij, met het naar behoren uitvoeren van de
boetedoeningen, de Heer Zijn bestemming
[Vaikunthha].
(Vedabase)
Tekst
48
Onverschillig
wie ter wereld die oprecht gelovig de dienst aanvaardt van deze
oceaan van vervoering, deze nectarzee van kennis die door
Krishna, Hij wiens voeten worden gediend door de meesters van
de Yoga, voor Zijn toegewijde werd bijeengebracht, zal bevrijd
raken.
Wie
dan ook ter wereld die waarachtig in het geloof dienst
levert aan deze oceaan van vervoering, deze nectar van de
kennis die, bijeengebracht door Krishna, door Hem wiens
voeten worden gediend door de meesters van de yoga,
uitgesproken werd voor Zijn toegewijde, zal bevrijd raken.
(Vedabase)
Tekst
49
Ik buig voor de
Eerste en Grootse Persoonlijkheid genaamd Krishna, die zorgt
dat Zijn vele toegewijden de nectar van de oceaan te drinken
krijgen die wordt gevormd door de essentie van de Veda's, de
essentie van de spirituele kennis en wijsheid die Hij, als de
auteur van de Veda's, gelijk een bij levert teneinde de angst
weg te nemen van het materieel bestaan.'
Ik
verbuig me voor de Grootste en Eerste Persoonlijkheid
genaamd Krishna, die zorgt dat Zijn vele toegewijden de
nectar krijgen te drinken van de oceaan, de essentie van de
Veda's, de essentie van de spirituele kennis en wijsheid die
Hij, als de auteur van de Veda's, gelijk een bij levert
teneinde de angst weg te nemen van een materieel
bestaan.
(Vedabase)
*: De paramparâ voegt hier toe: 'Volgens het
S'rîmad-Bhâgavatam [3.4:
5],
vernam Uddhava toen hij onderweg was naar Badarikâs'rama
over de Heer Zijn reis naar Prabhâsa. Terugkerend en Heer
Krishna achterna komend, trof hij de Heer alleen, vlak na het
zich terugtrekken van de Yadu dynastie. Na opnieuw genadevol
geïnstrueerd te zijn door de Persoonlijkheid van God
(tezamen met Maitreya, die juist was aangekomen), voelde
Uddhava dat zijn kennis van de waarheid nieuw leven was
ingeblazen, en begaf hij zich toen, op last van de Heer, op
weg.'