regelbalk

 

Mânasa Deho Geho

 

 

 

Canto 11

 

Hoofdstuk 29

 

Bhakti Yoga: de Meest Zegenrijke Manier om de Dood te Overwinnen

(1) S'rî Uddhava zei: 'Dit yogaproces is, zo denk ik, allermoeilijkst in de praktijk te brengen voor iemand die niet spiritueel is; alsJeblieft o Acyuta, zeg me in eenvoudige bewoordingen hoe een persoon daarin volmaakt kan zijn [zie ook B.G. 6: 33-34]. (2) Over het algemeen, o Lotus-ogige, raken yogî's gefrustreerd met het oefenen van de geest en worden ze, er niet toe in staat de verzonkenheid te bereiken, het moe te proberen de geest te onderwerpen. (3) Daarom, o Lotus-ogige, zijn de zwaangelijken er dan inderdaad gelukkig mee zich te beroepen op de bron van alle vervoering, de toevlucht van Jouw lotusvoeten, o Heer van het Universum; maar zij die prat gaan op de resultaten van hun yoga, doen dat niet, daar dezen verslagen zijn door Jouw materiële energie. (4) Het wekt geen verwondering Acyuta, dat Jij een vriend bent voor alle dienaren die met geen andere toevlucht vereend zijn in de vertrouwlijkheid met Jou, Jij die vol genegenheid was voor de dier-gelijken [vânara's] terwijl de zijkanten van je voetenbankje werden overdekt door de stralende helmen van de grote beheersers [Brahmâ b.v.]. (5) Bekend met het voordeel dat Jij biedt, de Allerhoogste Ziel, de Verlener van Alle Volmaaktheden en de Heer het meest geliefd bij hen die hun toevlucht zoeken, wie zou er Jou dan afwijzen of ooit iets anders toegewijd zijn enkel maar om een goed gevoel te hebben en bijgevolg van het vergeten te zijn; wat staat ons feitelijk niet ter beschikking met het dienen van het stof van Jouw voeten? [zie ook 10.44: 15, 10.47: 46] (6) Zelfs niet met een levensduur gerekt tot die van Brahmâ zouden de geschoolden, al hun werk ten spijt, er toe in staat zijn uitdrukking te geven aan de dankbaarheid o Heer, daar Jij Je weg toont in de vormen van het mentaal begrepene [gezag van de Superziel] van binnen ten einde zich de vreugde te heugen en de âcârya van buiten om het onfortuinlijke te verdrijven van het belichaamd zijn [de caittya- en de paramparâ-guru].'

(7) S'rî S'uka zei: 'Hij die het universum als Zijn speeltje heeft en middels Zijn eigen energieën de drie verschillende persoonlijke gedaanten van de Beheersers [de guna-avatâra's] heeft aangenomen, aldus door Uddhava in het hart zeer gehecht ertoe verzocht, sprak liefdevol met een aantrekkelijke glimlach. (8) De Allerhoogste Heer zei: 'Hier dan, zal Ik me uitlaten over het dharma dat in relatie tot Mij het meest zegenrijk is en waarmee een sterfelijk wezen, met geloof te werk gaand, de zo onoverwinnelijke dood overwint. (9) Met het aan Mij geofferd hebben van de geest en intelligentie, behoort men voor de bedoeling die Ik ben stapsgewijze [het te leren] alle arbeid te verrichten, met daarbij, bij de genade van de eigen liefdevolle geest, Mijn plichtsbetrachting in gedachten gehouden. (10) Men moet zijn toevlucht zoeken in de heilige plaatsen bezocht door Mijn vrome toegewijden en [het voorbeeld volgen van] de handelingen van Mijn toegewijden onder de goddelijken, onder hen die van de duivel zijn bezeten en onder de menselijke wezens. (11) Alleen dan wel in samenkomst behoort men naar de maan, bij speciale gelegenheden en met feestdagen het zo te regelen dat men te werk gaat met zang, dans en zeer royale bewijzen van genade. (12) Mij inderdaad moet men met een zuiver hart bezien als de zelfbewogen Superziel die zich net als de ether binnen en buiten alle levende wezens bevindt als ook in jezelf [zie ook B.G. 13: 16 en 1.7: 10]. (13-14) O groot licht, met deze weg naar Mijn respect van liefde voor alle levende wezens, zal men aldus van overweging zijnde zijn toevlucht aan het nemen zijn tot zuiver spirituele kennis. Als men op deze manier in de brahmaan en de uitgestotene, de dief en de mens trouw aan de brahmaanse cultuur, in de zon en in de vonk, in de zachtgeaarde en in de wreedaard een gelijke blik heeft, wordt men geschoold geacht [een pandit, zie B.G. 5: 18]. (15) Van de persoon die voortdurend op Mijn aanwezigheid in alle mensen aan het mediteren is, zal voorzeker snel de rivaliteit, de afgunst, het neerkijken op en het valse ego verdwijnen. (16) Onverschillig erover uitgelachen te worden door vrienden of zich te schamen over uiterlijkheden, moet men als een stok op de grond zijn eerbetuigingen brengen aan [allen,] zelfs de honden, uitgestotenen, koeien en ezels [zie ook de s'ikshâshthaka-3]. (17) Zolang men niet de visie heeft ontwikkeld van Mij als zijnde aanwezig in alle levende wezens, zal men voor die tijd op deze wijze in uitlatingen, de geest en met het lichaam van aanbidding moeten zijn [zie ook tridanda]. (18) Voor hem die door kennis en realisatie de alomtegenwoordige Superziel ziet, is alles gebaseerd op de Absolute Waarheid en is er, bevrijd van twijfel, de plicht om aan alle wereldse activiteiten een einde te maken. (19) Dit met de functies van je geest, je woorden en je lichaam gaan voor de waarheid van Mij in alle levende wezens wordt inderdaad door Mij beschouwd als zijnde de meest geëigende van alle processen. (20) Mijn beste, omdat het, door Mij op volmaakte wijze gevestigd, vrij is van de geaardheden en van nevenmotieven is er, Uddhava, in het pogen van Mijn plichtbetrachting te zijn dienovereenkomstig niet het geringste verlies [zie ook B.G. 2: 40]. (21) O beste onder de gelovigen, welke vorm van angst of soortgelijk enzovoorts van ondernemen er ook moge zijn, heeft niets om het lijf als dat [ondernemen], welk neigt tot vruchteloosheid, religiositeit is richting Mij, de Allerhoogste [zie ook B.G. 18: 6]. (22) Dit waarmee men middels het valse en sterfelijke in dit leven het ware verwerft van Mij, het onsterfelijke, is de schranderheid der schranderen en de intelligentie der intelligenten. (23) Hiermee is zowel in het kort als tot in detail het volledige overzicht geboden van de Absolute Waarheid die zelfs voor de goden moeilijk te overzien is. (24) Met het naar behoren hebben doorgrond van deze kennis, bij herhaling met logische argumenten voor je uiteengezet, zal een persoon, met zijn twijfels teniet gedaan, bevrijd zijn. (25) Hij die zich enkel maar concentreert op deze vraag van jou naar behoren opgehelderd door Mij, reikt tot het eeuwige geheim van de Veda's, het Allerhoogste Absolute van de Waarheid. (26) Degene die als de verlener van het Allerhoogste Spirituele vrijmoedig dit verkondigt onder Mijn toegewijden zal Ik Mijzelf middels Mijzelf vergunnen. (27) Hij die hardop dit Allerhoogste reciteert dat zo heiligend en helder is, zal, met de lamp der kennis Mijn aanwezigheid gestalte gevend, dag na dag gezuiverd zijn. (28) De persoon die zonder afgeleid te zijn, met geloof regelmatig hiernaar luistert zal, met het doen van bovenzinnelijke toegewijde dienst [bhakti], niet gebonden zijn aan karmische terugslagen [zie ook B.G. 3: 9]. (29) Uddhava, o vriend, heb je afdoende het spirituele begrepen en heeft dit weeklagen en deze illusie die uit je geest voortkwam nu het veld geruimd [zie 11.6: 42-49 en ook B.G. 18: 72]? (30) Deel dit niet met een schijnheilig iemand, een atheïst of een bedrieger, noch met iemand die niet met geloof luistert of met een obstinate niet-toegewijde [vergelijk met B.G. 18: 67]. (31) Deel dit met de persoon vrij van deze slechte eigenschappen, hij die geheiligd en zuiver is, vriendelijk toegenegen is en het welzijn van de brahmanen voor ogen heeft, zowel als met arbeiders en vrouwen vermits ze van de bhakti zijn [vergelijk B.G. 9: 32]. (32) Voor de onderzoekende geest die volledig van begrip is hiervoor, is er verder niets meer om in te drinken; met het hebben gedronken van de smakelijke ambrozijnen drank is er verder niets meer te drinken over. (33) Wat mensen van succes naar de vier doelen [catuh-vidah] ook vinden in geestelijke kennis, in baatzuchtige arbeid, in mystieke yoga, in alledaagse bezigheden of in politiek besturen, ben Ik in gelijke mate voor jou. (34) Als een sterveling zich opofferend, al zijn baatzuchtige arbeid eraan gegeven heeft in het verlangen naar het bijzondere van Mij, komt hij in het proces van het bereiken van de onsterfelijkheid, met Mij te dien tijde waarlijk ook in aanmerking voor een weelde die gelijk is. '

(35) S'uka zei: 'Hij, die aldus het pad van de yoga was getoond, zei toen met het met gevouwen handen aangehoord hebben van de woorden van Uttamas'loka niets, daar zijn keel dichtgesnoerd was van de liefde en zijn ogen overstroomden van de tranen. (36) Volledig door de liefde van de kaart zichzelf intomend om zijn geest in evenwicht te krijgen, o Koning, sprak hij, zich dankbaar voelend, met gevouwen handen voor de Grootste Held van de Yadu's, waarbij hij met zijn hoofd Zijn lotusvoeten aanraakte. (37) S'rî Uddhava zei: 'De grote duisternis van mijn begoocheling waaraan ik mij overgaf in de aanwezigheid van de Zon die Jij bent, is verdreven; welke kou, duisternis en vrees zou zich kunnen doen gelden over degene die het tot de nabijheid bracht, o Ongeborene Allereerste? (38) In wederkeer werd door Jouw goede Zelf zo genadig mij, je dienaar, de fakkel geboden bestaande uit Jouw wijsheid; welke dankbare dan ook zou de basis van Jouw voeten kunnen verlaten en af kunnen gaan op een andere toevlucht? (39) Het door Jouw mâyâ, terwille van de toename van Je Schepping [Je familie], door Jou geknoopte, stevig bindende touw van mijn genegenheid voor de Dâs'ârha's, Vrishni's, Andhaka's en Sâtvata's, is doorsneden met het zwaard van de juiste kennis omtrent de ziel. (40) Mogen er mijn eerbetuigingen voor Jou zijn, o Grootste der Mystici, alsJeblieft geef instructie over hoe constant te blijven met de transcendentale aantrekking van Jouw lotusvoeten.'

(41-44) De Allerhoogste Heer zei: 'Alsjeblieft, o Uddhava, ga op Mijn voorspraak naar Mijn hermitage genaamd Badârika; wees er, op de oevers, gezuiverd door het beroeren van en baden in het water wegstromend van Mijn voeten [zie 5.17]. Met het met jouw ogen gericht op de Alakanandâ [een zijrivier van de Ganges] weggezuiverd zijn van alle onzuiverheid, en boombast dragend mijn beste, leef van wat het bos je biedt en zij gelukkig vrij van begeerte. Met intelligentie, spirituele kennis en wijsheid toegerust, wees verdraagzaam met alle dualiteiten, van een heilig karakter, van zinsbeheersing, van vrede en verzonkenheid. Wees consequent met dat wat je in onderscheidingsvermogen van Mij geleerd hebt; met je woorden en je geest in Mij verzonken ertoe gewijd tot het besef van Mijn dharma te komen zal je, aldus gevestigd overstekend tot voorbij de drie bestemmingen [de guna's], daarna tot Mij komen.'

(45) S'rî S'uka zei: 'Aldus toegesproken door de Heer der Heugenis, omliep Uddhava Hem, Hem rechts houdend, en doordrenkte hij, met een hart dat het begaf, met zijn hoofd naar beneden geplaatst, Zijn voeten met zijn tranen, ondanks het feit dat hij ten tijde van het vertrek niet betrokken was bij de materiële dualiteit. (46) Met de gehechtheid die allermoeilijkst te verzaken was, was hij, niet in staat Hem te verlaten bij de scheiding, overweldigd in grote pijn buiten zichzelf, en ging hij, keer op keer zijn eerbetuigingen brengend, heen met het meedragen van de slippers van Zijn Handhaver op zijn hoofd [*]. (47) Daarna Hem in zijn hart installerend, ging de grote toegewijde, zoals hem dat gezegd was door de Enige Vriend van het Universum, naar het luisterrijke pelgrimsoord [dat als zodanig ookwel Vis'âlâ wordt genoemd] en bereikte hij, met het naar behoren uitvoeren van de boetedoeningen, de Heer Zijn bestemming [Vaikunthha]. (48) Wie dan ook ter wereld die waarachtig in het geloof dienst levert aan deze oceaan van vervoering, deze nectar van de kennis die, bijeengebracht door Krishna, door Hem wiens voeten worden gediend door de meesters van de yoga, uitgesproken werd voor Zijn toegewijde, zal bevrijd raken. (49) Ik verbuig me voor de Grootste en Eerste Persoonlijkheid genaamd Krishna, die zorgt dat Zijn vele toegewijden de nectar krijgen te drinken van de oceaan, de essentie van de Veda's, de essentie van de spirituele kennis en wijsheid die Hij, als de auteur van de Veda's, gelijk een bij levert ten einde de angst weg te nemen van een materieel bestaan.

 

 next        

 
 

 

 

Bronteksten [geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar]:

Bhakti Yoga

 

Tekst 1:

S'rî Uddhava zei: 'Dit yogaproces is, zo denk ik, allermoeilijkst in de praktijk te brengen voor iemand die niet spiritueel is; alsJeblieft o Acyuta, zeg me in eenvoudige bewoordingen hoe een persoon daarin volmaakt kan zijn [zie ook B.G. 6: 33-34].

S'rî Uddhava said - My dear Lord Acyuta, I fear that the method of yoga described by You is very difficult for one who cannot control his mind. Therefore please explain to me in simple terms how someone can more easily execute it.

  

Tekst 2

Over het algemeen, o Lotus-ogige, raken yogî's gefrustreerd met het oefenen van de geest en worden ze, er niet toe in staat de verzonkenheid te bereiken, het moe te proberen de geest te onderwerpen.

O lotus-eyed Lord, generally those yogîs who try to steady the mind experience frustration because of their inability to perfect the state of trance. Thus they weary in their attempt to bring the mind under control.

  

 Tekst 3

Daarom, o Lotus-ogige, zijn de zwaangelijken er dan inderdaad gelukkig mee zich te beroepen op de bron van alle vervoering, de toevlucht van Jouw lotusvoeten, o Heer van het Universum; maar zij die prat gaan op de resultaten van hun yoga, doen dat niet, daar dezen verslagen zijn door Jouw materiële energie.

Therefore, O lotus-eyed Lord of the universe, swanlike men happily take shelter of Your lotus feet, the source of all transcendental ecstasy. But those who take pride in their accomplishments in yoga and karma fail to take shelter of You and are defeated by Your illusory energy.

 

 Tekst 4

Het wekt geen verwondering Acyuta, dat Jij een vriend bent voor alle dienaren die met geen andere toevlucht vereend zijn in de vertrouwlijkheid met Jou, Jij die vol genegenheid was voor de dier-gelijken [vânara's] terwijl de zijkanten van je voetenbankje werden overdekt door de stralende helmen van de grote beheersers [Brahmâ b.v.].

My dear infallible Lord, it is not very astonishing that You intimately approach Your servants who have taken exclusive shelter of You. After all, during Your appearance as Lord Râmacandra, even while great demigods like Brahmâ were vying to place the effulgent tips of their helmets upon the cushion where Your lotus feet rested, You displayed special affection for monkeys such as Hanumân because they had taken exclusive shelter of You.

 

Tekst 5

Bekend met het voordeel dat Jij biedt, de Allerhoogste Ziel, de Verlener van Alle Volmaaktheden en de Heer het meest geliefd bij hen die hun toevlucht zoeken, wie zou er Jou dan afwijzen of ooit iets anders toegewijd zijn enkel maar om een goed gevoel te hebben en bijgevolg van het vergeten te zijn; wat staat ons feitelijk niet ter beschikking met het dienen van het stof van Jouw voeten? [zie ook 10.44: 15, 10.47: 46]

Who, then, could dare reject You, the very Soul, the most dear object of worship, and the Supreme Lord of all - You who give all possible perfections to the devotees who take shelter of You? Who could be so ungrateful, knowing the benefits You bestow? Who would reject You and accept something for the sake of material enjoyment, which simply leads to forgetfulness of You? And what lack is there for us who are engaged in the service of the dust of Your lotus feet?

 

Tekst 6

Zelfs niet met een levensduur gerekt tot die van Brahmâ zouden de geschoolden, al hun werk ten spijt, er toe in staat zijn uitdrukking te geven aan de dankbaarheid o Heer, daar Jij Je weg toont in de vormen van het mentaal begrepene [gezag van de Superziel] van binnen ten einde zich de vreugde te heugen en de âcârya van buiten om het onfortuinlijke te verdrijven van het belichaamd zijn [de caittya- en de paramparâ-guru].'

O my Lord! Transcendental poets and experts in spiritual science could not fully express their indebtedness to You, even if they were endowed with the prolonged lifetime of Brahmâ, for You appear in two features - externally as the âcârya and internally as the Supersoul - to deliver the embodied living being by directing him how to come to You.

 

Tekst 7

S'rî S'uka zei: 'Hij die het universum als Zijn speeltje heeft en middels Zijn eigen energieën de drie verschillende persoonlijke gedaanten van de Beheersers [de guna-avatâra's] heeft aangenomen, aldus door Uddhava in het hart zeer gehecht ertoe verzocht, sprak liefdevol met een aantrekkelijke glimlach.

S'ukadeva Gosvâmî said - Thus questioned by the most affectionate Uddhava, Lord Krishna, the supreme controller of all controllers, who takes the entire universe as His plaything and assumes the three forms of Brahmâ, Vishnu and S'iva, began to reply, lovingly displaying His all-attractive smile.

 

 Tekst 8

De Allerhoogste Heer zei: 'Hier dan, zal Ik me uitlaten over het dharma dat in relatie tot Mij het meest zegenrijk is en waarmee een sterfelijk wezen, met geloof te werk gaand, de zo onoverwinnelijke dood overwint.

The Supreme Personality of Godhead said - Yes, I shall describe to you the principles of devotion to Me, by executing which a mortal human being will conquer unconquerable death.

 

Tekst 9

Met het aan Mij geofferd hebben van de geest en intelligentie, behoort men voor de bedoeling die Ik ben stapsgewijze [het te leren] alle arbeid te verrichten, met daarbij, bij de genade van de eigen liefdevolle geest, Mijn plichtsbetrachting in gedachten gehouden.

Always remembering Me, one should perform all his duties for Me without becoming impetuous. With mind and intelligence offered to Me, one should fix his mind in attraction to My devotional service.

 

Tekst 10

Men moet zijn toevlucht zoeken in de heilige plaatsen bezocht door Mijn vrome toegewijden en [het voorbeeld volgen van] de handelingen van Mijn toegewijden onder de goddelijken, onder hen die van de duivel zijn bezeten en onder de menselijke wezens.

One should take shelter of holy places where My saintly devotees reside, and one should be guided by the exemplary activities of My devotees, who appear among the demigods, demons and human beings.

 

Tekst 11

Alleen dan wel in samenkomst behoort men naar de maan, bij speciale gelegenheden en met feestdagen het zo te regelen dat men te werk gaat met zang, dans en zeer royale bewijzen van genade.

One should take shelter of holy places where My saintly devotees reside, and one should be guided by the exemplary activities of My devotees, who appear among the demigods, demons and human beings.

 

 Tekst 12

Mij inderdaad moet men met een zuiver hart bezien als de zelfbewogen Superziel die zich net als de ether binnen en buiten alle levende wezens bevindt als ook in jezelf [zie ook B.G. 13: 16 en 1.7: 10].

With a pure heart one should see Me, the Supreme Soul within all beings and also within oneself, to be both unblemished by anything material and also present everywhere, both externally and internally, just like the omnipresent sky.

 

Tekst 13-14

O groot licht, met deze weg naar Mijn respect van liefde voor alle levende wezens, zal men aldus van overweging zijnde zijn toevlucht aan het nemen zijn tot zuiver spirituele kennis. Als men op deze manier in de brahmaan en de uitgestotene, de dief en de mens trouw aan de brahmaanse cultuur, in de zon en in de vonk, in de zachtgeaarde en in de wreedaard een gelijke blik heeft, wordt men geschoold geacht [een pandit, zie B.G. 5: 18].

O brilliant Uddhava, one who thus views all living entities with the idea that I am present within each of them, and who by taking shelter of this divine knowledge offers due respect to everyone, is considered actually wise. Such a man sees equally the brâhmana and the outcaste, the thief and the charitable promoter of brahminical culture, the sun and the tiny sparks of fire, the gentle and the cruel.

 

Tekst 15

Van de persoon die voortdurend op Mijn aanwezigheid in alle mensen aan het mediteren is, zal voorzeker snel de rivaliteit, de afgunst, het neerkijken op en het valse ego verdwijnen.

For him who constantly meditates upon My presence within all persons, the bad tendencies of rivalry, envy and abusiveness, along with false ego, are very quickly destroyed.

  

Tekst 16

Onverschillig erover uitgelachen te worden door vrienden of zich te schamen over uiterlijkheden, moet men als een stok op de grond zijn eerbetuigingen brengen aan [allen,] zelfs de honden, uitgestotenen, koeien en ezels [zie ook de s'ikshâshthaka-3].

Disregarding the ridicule of one's companions, one should give up the bodily conception and its accompanying embarrassment. One should offer obeisances before all - even the dogs, outcasts, cows and asses - falling flat upon the ground like a rod.

 

Tekst 17

Zolang men niet de visie heeft ontwikkeld van Mij als zijnde aanwezig in alle levende wezens, zal men voor die tijd op deze wijze in uitlatingen, de geest en met het lichaam van aanbidding moeten zijn [zie ook tridanda].

Until one has fully developed the ability to see Me within all living beings, one must continue to worship Me by this process with the activities of his speech, mind and body.

 

 Tekst 18

Voor hem die door kennis en realisatie de alomtegenwoordige Superziel ziet, is alles gebaseerd op de Absolute Waarheid en is er, bevrijd van twijfel, de plicht om aan alle wereldse activiteiten een einde te maken.

By such transcendental knowledge of the all-pervading Personality of Godhead, one is able to see the Absolute Truth everywhere. Freed thus from all doubts, one gives up fruitive activities.

   

Tekst 19

Dit met de functies van je geest, je woorden en je lichaam gaan voor de waarheid van Mij in alle levende wezens wordt inderdaad door Mij beschouwd als zijnde de meest geëigende van alle processen.

Indeed, I consider this process - using one's mind, words and bodily functions for realizing Me within all living beings - to be the best possible method of spiritual enlightenment.

 

Tekst 20

Mijn beste, omdat het, door Mij op volmaakte wijze gevestigd, vrij is van de geaardheden en van nevenmotieven is er, Uddhava, in het pogen van Mijn plichtbetrachting te zijn dienovereenkomstig niet het geringste verlies [zie ook B.G. 2: 40].

My dear Uddhava, because I have personally established it, this process of devotional service unto Me is transcendental and free from any material motivation. Certainly a devotee never suffers even the slightest loss by adopting this process.

 

 Tekst 21

O beste onder de gelovigen, welke vorm van angst of soortgelijk enzovoorts van ondernemen er ook moge zijn, heeft niets om het lijf als dat [ondernemen], welk neigt tot vruchteloosheid, religiositeit is richting Mij, de Allerhoogste [zie ook B.G. 18: 6].

O Uddhava, greatest of saints, in a dangerous situation an ordinary person cries, becomes fearful and laments, although such useless emotions do not change the situation. But activities offered to Me without personal motivation, even if they are externally useless, amount to the actual process of religion.

 

 Tekst 22

Dit waarmee men middels het valse en sterfelijke in dit leven het ware verwerft van Mij, het onsterfelijke, is de schranderheid der schranderen en de intelligentie der intelligenten.

This process is the supreme intelligence of the intelligent and the cleverness of the most clever, for by following it one can in this very life make use of the temporary and unreal to achieve Me, the eternal reality.

  

Tekst 23

Hiermee is zowel in het kort als tot in detail het volledige overzicht geboden van de Absolute Waarheid die zelfs voor de goden moeilijk te overzien is.

Thus have I related to you - both in brief and in detail - a complete survey of the science of the Absolute Truth. Even for the demigods, this science is very difficult to comprehend.

 

Tekst 24

Met het naar behoren hebben doorgrond van deze kennis, bij herhaling met logische argumenten voor je uiteengezet, zal een persoon, met zijn twijfels teniet gedaan, bevrijd zijn.

I have repeatedly spoken this knowledge to you with clear reasoning. Anyone who properly understands it will become free from all doubts and attain liberation.

 

Tekst 25

Hij die zich enkel maar concentreert op deze vraag van jou naar behoren opgehelderd door Mij, reikt tot het eeuwige geheim van de Veda's, het Allerhoogste Absolute van de Waarheid.

Anyone who fixes his attention on these clear answers to your questions will attain to the eternal, confidential goal of the Vedas - the Supreme Absolute Truth.

  

Tekst 26

Degene die als de verlener van het Allerhoogste Spirituele vrijmoedig dit verkondigt onder Mijn toegewijden zal Ik Mijzelf middels Mijzelf vergunnen.

One who liberally disseminates this knowledge among My devotees is the bestower of the Absolute Truth, and to him I give My very own self.

 

Tekst 27

Hij die hardop dit Allerhoogste reciteert dat zo heiligend en helder is, zal, met de lamp der kennis Mijn aanwezigheid gestalte gevend, dag na dag gezuiverd zijn.

He who loudly recites this supreme knowledge, which is the most lucid and purifying, becomes purified day by day, for he reveals Me to others with the lamp of transcendental knowledge.

 

Tekst 28

De persoon die zonder afgeleid te zijn, met geloof regelmatig hiernaar luistert zal, met het doen van bovenzinnelijke toegewijde dienst [bhakti], niet gebonden zijn aan karmische terugslagen [zie ook B.G. 3: 9].

Anyone who regularly listens to this knowledge with faith and attention, all the while engaging in My pure devotional service, will never become bound by the reactions of material work.

 

Tekst 29

Uddhava, o vriend, heb je afdoende het spirituele begrepen en heeft dit weeklagen en deze illusie die uit je geest voortkwam nu het veld geruimd [zie 11.6: 42-49 en ook B.G. 18: 72]?

My dear friend Uddhava, have you now completely understood this transcendental knowledge? Are the confusion and lamentation that arose in your mind now dispelled?

 

Tekst 30

Deel dit niet met een schijnheilig iemand, een atheïst of een bedrieger, noch met iemand die niet met geloof luistert of met een obstinate niet-toegewijde [vergelijk met B.G. 18: 67].

You should not share this instruction with anyone who is hypocritical, atheistic or dishonest, or with anyone who will not listen faithfully, who is not a devotee, or who is simply not humble.

 

Tekst 31

Deel dit met de persoon vrij van deze slechte eigenschappen, hij die geheiligd en zuiver is, vriendelijk toegenegen is en het welzijn van de brahmanen voor ogen heeft, zowel als met arbeiders en vrouwen vermits ze van de bhakti zijn [vergelijk B.G. 9: 32].

This knowledge should be taught to one who is free from these bad qualities, who is dedicated to the welfare of the brâhmanas, and who is kindly disposed, saintly and pure. And if common workers and women are found to have devotion for the Supreme Lord, they are also to be accepted as qualified hearers.

 

Tekst 32

Voor de onderzoekende geest die volledig van begrip is hiervoor, is er verder niets meer om in te drinken; met het hebben gedronken van de smakelijke ambrozijnen drank is er verder niets meer te drinken over.

When an inquisitive person comes to understand this knowledge, he has nothing further to know. After all, one who has drunk the most palatable nectar cannot remain thirsty.

 

Tekst 33

Wat mensen van succes naar de vier doelen [catuh-vidah] ook vinden in geestelijke kennis, in baatzuchtige arbeid, in mystieke yoga, in alledaagse bezigheden of in politiek besturen, ben Ik in gelijke mate voor jou.

Through analytic knowledge, ritualistic work, mystic yoga, mundane business and political rule, people seek to advance in religiosity, economic development, sense gratification and liberation. But because you are My devotee, whatever men can accomplish in these multifarious ways you will very easily find within Me.

  

Tekst 34

Als een sterveling zich opofferend, al zijn baatzuchtige arbeid eraan gegeven heeft in het verlangen naar het bijzondere van Mij, komt hij in het proces van het bereiken van de onsterfelijkheid, met Mij te dien tijde waarlijk ook in aanmerking voor een weelde die gelijk is. '

A person who gives up all fruitive activities and offers himself entirely unto Me, eagerly desiring to render service unto Me, achieves liberation from birth and death and is promoted to the status of sharing My own opulences.

 

Tekst 35

S'uka zei: 'Hij, die aldus het pad van de yoga was getoond, zei toen met het met gevouwen handen aangehoord hebben van de woorden van Uttamas'loka niets, daar zijn keel dichtgesnoerd was van de liefde en zijn ogen overstroomden van de tranen.

S'ukadeva Gosvâmî said - Hearing these words spoken by Lord Krishna, and having thus been shown the entire path of yoga, Uddhava folded his hands to offer obeisances. But his throat choked up with love and his eyes overflowed with tears; so he could say nothing.

 

Tekst 36

Volledig door de liefde van de kaart zichzelf intomend om zijn geest in evenwicht te krijgen, o Koning, sprak hij, zich dankbaar voelend, met gevouwen handen voor de Grootste Held van de Yadu's, waarbij hij met zijn hoofd Zijn lotusvoeten aanraakte.

Steadying his mind, which had become overwhelmed with love, Uddhava felt extremely grateful to Lord Krishna, the greatest hero of the Yadu dynasty. My dear King Parîkshit, Uddhava bowed down to touch the Lord's lotus feet with his head and then spoke with folded hands.

 

Tekst 37

S'rî Uddhava zei: 'De grote duisternis van mijn begoocheling waaraan ik mij overgaf in de aanwezigheid van de Zon die Jij bent, is verdreven; welke kou, duisternis en vrees zou zich kunnen doen gelden over degene die het tot de nabijheid bracht, o Ongeborene Allereerste?

S'rî Uddhava said - O unborn, primeval Lord, although I had fallen into the great darkness of illusion, my ignorance has now been dispelled by Your merciful association. Indeed, how can cold, darkness and fear exert their power over one who has approached the brilliant sun?

 

Tekst 38

In wederkeer werd door Jouw goede Zelf zo genadig mij, je dienaar, de fakkel geboden bestaande uit Jouw wijsheid; welke dankbare dan ook zou de basis van Jouw voeten kunnen verlaten en af kunnen gaan op een andere toevlucht?

In return for my insignificant surrender, You have mercifully bestowed upon me, Your servant, the torchlight of transcendental knowledge. Therefore, what devotee of Yours who has any gratitude could ever give up Your lotus feet and take shelter of another master?

 

Tekst 39

Het door Jouw mâyâ, terwille van de toename van Je Schepping [Je familie], door Jou geknoopte, stevig bindende touw van mijn genegenheid voor de Dâs'ârha's, Vrishni's, Andhaka's en Sâtvata's, is doorsneden met het zwaard van de juiste kennis omtrent de ziel.

The firmly binding rope of my affection for the families of the Dâs'ârhas, Vrishnis, Andhakas and Sâtvatas - a rope You originally cast over me by Your illusory energy for the purpose of developing Your creation - is now cut off by the weapon of transcendental knowledge of the self.

 

Tekst 40

Mogen er mijn eerbetuigingen voor Jou zijn, o Grootste der Mystici, alsJeblieft geef instructie over hoe constant te blijven met de transcendentale aantrekking van Jouw lotusvoeten.'

Obeisances unto You, O greatest of yogîs. Please instruct me, who am surrendered unto You, how I may have undeviating attachment to Your lotus feet.

 

Tekst 41-44

De Allerhoogste Heer zei: 'Alsjeblieft, o Uddhava, ga op Mijn voorspraak naar Mijn hermitage genaamd Badârika; wees er, op de oevers, gezuiverd door het beroeren van en baden in het water wegstromend van Mijn voeten [zie 5.17]. Met het met jouw ogen gericht op de Alakanandâ [een zijrivier van de Ganges] weggezuiverd zijn van alle onzuiverheid, en boombast dragend mijn beste, leef van wat het bos je biedt en zij gelukkig vrij van begeerte. Met intelligentie, spirituele kennis en wijsheid toegerust, wees verdraagzaam met alle dualiteiten, van een heilig karakter, van zinsbeheersing, van vrede en verzonkenheid. Wees consequent met dat wat je in onderscheidingsvermogen van Mij geleerd hebt; met je woorden en je geest in Mij verzonken ertoe gewijd tot het besef van Mijn dharma te komen zal je, aldus gevestigd overstekend tot voorbij de drie bestemmingen [de guna's], daarna tot Mij komen.'

The Supreme Personality of Godhead said - My dear Uddhava, take My order and go to My âs'rama called Badarikâ. Purify yourself by both touching and also bathing in the holy waters there, which have emanated from My lotus feet. Rid yourself of all sinful reactions with the sight of the sacred Alakanandâ River. Dress yourself in bark and eat whatever is naturally available in the forest. Thus you should remain content and free from desire, tolerant of all dualities, good-natured, self-controlled, peaceful and endowed with transcendental knowledge and realization. With fixed attention, meditate constantly upon these instructions I have imparted to you and assimilate their essence. Fix your words and thoughts upon Me, and always endeavor to increase your realization of My transcendental qualities. In this way you will cross beyond the destinations of the three modes of nature and finally come back to Me.

 

Tekst 45

S'rî S'uka zei: 'Aldus toegesproken door de Heer der Heugenis, omliep Uddhava Hem, Hem rechts houdend, en doordrenkte hij, met een hart dat het begaf, met zijn hoofd naar beneden geplaatst, Zijn voeten met zijn tranen, ondanks het feit dat hij ten tijde van het vertrek niet betrokken was bij de materiële dualiteit.

S'ukadeva Gosvâmî said - Thus addressed by Lord Krishna, whose intelligence destroys all the suffering of material life, S'rî Uddhava circumambulated the Lord and then fell down, placing his head upon the Lord's feet. Although Uddhava was free from the influence of all material dualities, his heart was breaking, and at this time of departure he drenched the Lord's lotus feet with his tears.

 

Tekst 46

Met de gehechtheid die allermoeilijkst te verzaken was, was hij, niet in staat Hem te verlaten bij de scheiding, overweldigd in grote pijn buiten zichzelf, en ging hij, keer op keer zijn eerbetuigingen brengend, heen met het meedragen van de slippers van Zijn Handhaver op zijn hoofd [*].

Greatly fearing separation from Him for whom he felt such indestructible affection, Uddhava was distraught, and he could not give up the Lord's company. Finally, feeling great pain, he bowed down to the Lord again and again, placed the slippers of his master upon his head, and departed.

 

Tekst 47

Daarna Hem in zijn hart installerend, ging de grote toegewijde, zoals hem dat gezegd was door de Enige Vriend van het Universum, naar het luisterrijke pelgrimsoord [dat als zodanig ookwel Vis'âlâ wordt genoemd] en bereikte hij, met het naar behoren uitvoeren van de boetedoeningen, de Heer Zijn bestemming [Vaikunthha].

Thereupon, placing the Lord deeply within his heart, the great devotee Uddhava went to Badarikâs'rama. By engaging there in austerities, he attained to the Lord's personal abode, which had been described to him by the only friend of the universe, Lord Krishna Himself.

 

Tekst 48

Wie dan ook ter wereld die waarachtig in het geloof dienst levert aan deze oceaan van vervoering, deze nectar van de kennis die, bijeengebracht door Krishna, door Hem wiens voeten worden gediend door de meesters van de yoga, uitgesproken werd voor Zijn toegewijde, zal bevrijd raken.

Thus Lord Krishna, whose lotus feet are served by all great yoga masters, spoke to His devotee this nectarean knowledge, which comprises the entire ocean of spiritual bliss. Anyone within this universe who receives this narration with great faith is assured of liberation.

 

Tekst 49

Ik verbuig me voor de Grootste en Eerste Persoonlijkheid genaamd Krishna, die zorgt dat Zijn vele toegewijden de nectar krijgen te drinken van de oceaan, de essentie van de Veda's, de essentie van de spirituele kennis en wijsheid die Hij, als de auteur van de Veda's, gelijk een bij levert ten einde de angst weg te nemen van een materieel bestaan.

I offer my obeisances to that Supreme Personality of Godhead, the original and greatest of all beings, Lord S'rî Krishna. He is the author of the Vedas, and just to destroy His devotees' fear of material existence, like a bee He has collected this nectarean essence of all knowledge and self-realization. Thus He has awarded to His many devotees this nectar from the ocean of bliss, and by His mercy they have drunk it.

 

  *: De paramparâ voegt hier toe: 'Volgens het S'rîmad-Bhâgavatam [3.4: 5], vernam Uddhava toen hij onderweg was naar Badarikâs'rama over de Heer Zijn reis naar Prabhâsa. Terugkerend en Heer Krishna achterna komend, trof hij de Heer alleen, vlak na het zich terugtrekken van de Yadu dynastie. Na opnieuw genadevol geïnstrueerd te zijn door de Persoonlijkheid van God (tezamen met Maitreya, die juist was aangekomen), voelde Uddhava dat zijn kennis van de waarheid nieuw leven was ingeblazen, en begaf hij zich toen, op last van de Heer, op weg.'

 

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties