
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
Nârada
Muni Visits Lord Krishna's Palaces in
Dvârakâ
Tekst
1-6:
S'rî
S'uka zei: 'Toen hij hoorde dat Heer Krishna Naraka ter dood
had gebracht [zie 10.
59] en dat
Hij als enkeling was getrouwd met zo vele vrouwen, wilde
Nârada dat wel eens zien [en dacht:]: 'Hoe
wonderlijk dit met één enkel lichaam
tegelijkertijd getrouwd zijn, in zestienduizend afzonderlijke
woningen alleen zijnd met de vrouwen.' Aldus er benieuwd naar
kwam de wijze der goden naar Dvârakâ, bloemrijk met
zijn parken en lusthoven die weerklonken van de groepjes vogels
en zwermen bijen. Bloeiende blauwe lotussen
[indîvara's], overdag bloeiende exemplaren
[ambhoja's], witte eetbare lotussen
[kahlâra's], bij maanlicht bloeiende lotussen
[kumuda's] en waterlelies [utpala's] vulden de
vijvers luidruchtig met de geluiden van de zwanen en
kraanvogels. Er waren, versierd met kristalglas, zilver en
grote smaragden, negenhonderdduizend paleiselijke woningen
weelderig ingericht met goud en juwelen. Systematisch gepland
met vele lanen, wegen, kruispunten en pleinen; met sociale
ruimten en bekoorlijke tempels voor de goden, waren zijn paden
en hoven, winkelstraten en veranda's, allen besprenkeld met
water en werd de zon tegengehouden door de vaandels die aan de
vlaggenmasten wapperden.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Hearing that Lord Krishna had
killed Narakâsura and had alone married many brides,
Nârada Muni desired to see the Lord in this situation.
He thought, "It is quite amazing that in a single body Lord
Krishna simultaneously married sixteen thousand women, each
in a separate palace." Thus the sage of the demigods eagerly
went to Dvârakâ.
The city
was filled with the sounds of birds and bees flying about
the parks and pleasure gardens, while its lakes, crowded
with blooming indîvara, ambhoja, kahlâra, kumuda
and utpala lotuses, resounded with the calls of swans and
cranes. Dvârakâ boasted nine hundred thousand
royal palaces, all constructed with crystal and silver and
splendorously decorated with huge emeralds. Inside these
palaces, the furnishings were bedecked with gold and jewels.
Traffic moved along a well laid-out system of boulevards,
roads, intersections and marketplaces, and many assembly
houses and temples of demigods graced the charming city. The
roads, courtyards, commercial streets and residential patios
were all sprinkled with water and shaded from the sun's heat
by banners waving from flagpoles.
Tekst
7-8:
In de stad was
er een luxueuze wijk waar al de verschillende autoriteiten naar
bogen alwaar Tvashtâ [de architect
Vis'vakarmâ] voor de Heer zijn kunnen ten volle ten
toon had gespreid. Daar ging hij een groot paleis binnen,
één van de zestienduizend verblijfplaatsen voor
S'auri's
echtgenotes die de stad verfraaiden.
In
the city of Dvârakâ was a beautiful private
quarter worshiped by the planetary rulers. This district,
where the demigod Vis'vakarmâ had shown all his divine
skill, was the residential area of Lord Hari, and thus it
was gorgeously decorated by the sixteen thousand palaces of
Lord Krishna's queens. Nârada Muni entered one of
these immense palaces.
Tekst
9-12:
Het werd omhoog
gehouden door zuilen van koraal zeer mooi ingelegd met
vaidûrya ['kattenoog' edelgesteente], had muren
overdekt met saffieren en een immer glanzende vloer, was
opgetrokken met baldakijnen door Tvashtâ gebouwd met
paarlen neerhangend aan de randen en kende zitplaatsen en
bedden gemaakt van ivoor versierd met de fijnste juwelen. Er
waren daar goed aangeklede, opgesierde dienstmaagden met
hangers om hun nekken en goed geklede mannen met tulbanden en
wapenrusting, juwelen en oorhangers. Vele met edelstenen
ingelegde lampen verdreven met hun licht het duister en op de
dakranden met reliëf, mijn beste, dansten de pauwen
luidkeels schreeuwend in het hun voor wolken aanzien van de
aguru-rook die opkringelde uit het lattenwerk van de
ramen.
Supporting
the palace were coral pillars decoratively inlaid with
vaidûrya gems. Sapphires bedecked the walls, and the
floors glowed with perpetual brilliance. In that palace
Tvashthâ had arranged canopies with hanging strands of
pearls; there were also seats and beds fashioned of ivory
and precious jewels. In attendance were many well-dressed
maidservants bearing lockets on their necks, and also
armor-clad guards with turbans, fine uniforms and jeweled
earrings. The glow of numerous jewel-studded lamps dispelled
all darkness in the palace. My dear King, on the ornate
ridges of the roof danced loudly crying peacocks, who saw
the fragrant aguru incense escaping through the holes of the
latticed windows and mistook it for a cloud.
Tekst
13:
Binnen zag de
geleerde man de Heer van de Sâtvata's samen met Zijn
vrouw die Hem koelte toewuifde met een yakstaarten-wuifkwast
met een gouden handvat, die op ieder moment ondersteuning
verkreeg van een duizendtal dienstmeisjes qua persoonlijke
kwaliteiten, schoonheid, jeugd en kwaliteit van kleding gelijk
aan haar.
In
that palace the learned brâhmana saw the Lord of the
Sâtvatas, S'rî Krishna, together with His wife,
who fanned Him with a gold-handled yak-tail fan. She
personally served Him in this way, even though she was
constantly attended by a thousand maidservants equal to her
in personal character, beauty, youth and fine dress.
Tekst
14:
De Allerhoogste
Heer, de beste van Allen ten Dienste van het Dharma, hem
opmerkend, stond direct op van S'rî haar bank en liet hem
Zich neerbuigend met samengebrachte handpalmen plaats nemen op
Zijn eigen zitplaats.
The
Supreme Lord is the greatest upholder of religious
principles. Thus when He noticed Nârada, He rose at
once from Goddess S'rî's bed, bowed His crowned head
at Nârada's feet and, joining His palms, had the sage
sit in His own seat.
Tekst
15:
Zelfs al was
Hij de Allerhoogste Goeroe van het Levende Wezen, waste Hij
zijn voeten en nam Hij dat water op Zijn hoofd; [het water
waarmee] Hij als de Meester der Geheiligden met recht de
naam draagt van 'de Heer die er voor de Brahmanen is'
[Brâhmanya deva] daar het van het heiligdom van
Zijn voeten is dat de volledige wassing wordt gevonden [zie
ook de verhalen over de Ganges 5.17
& 9.9].
The
Lord bathed Nârada's feet and then put the water on
His own head. Although Lord Krishna is the supreme spiritual
authority of the universe and the master of His devotees, it
was proper for Him to behave in this way, for His name is
Brahmanya-deva, "the Lord who favors the brâhmanas."
Thus S'rî Krishna honored the sage Nârada by
bathing his feet, even though the water that bathes the
Lord's own feet becomes the Ganges, the ultimate holy
shrine.
Tekst
16
Na zoals in de
geschriften voorgeschreven van volle aanbidding te zijn geweest
voor de devarishi ging de Grootste Wijze, de Oorspronkelijke
Nârâyana, de vriend van Nara, een gesprek met hem
aan in afgemeten woorden zo zoet als nectar en vroeg: 'O
Meester, wat mogen We betekenen voor de Fortuinlijke?'.
After
fully worshiping the great sage of the demigods according to
Vedic injunctions, Lord Krishna, who is Himself the original
sage - Nârâyana, the friend of Nara - conversed
with Nârada, and the Lord's measured speech was as
sweet as nectar. Finally the Lord asked Nârada, "What
may We do for you, Our lord and master?"
Tekst
17
S'rî
Nârada zei: 'Het wekt in het geheel geen verbazing dat U,
o Almachtige Heerser van Al de Werelden die de afgunstigen
onderwerpt, [desondanks] van vriendschap bent voor de
mensen, daar U, alom geprezen, er bekend om staat uit eigen
beweging te zijn nedergedaald voor het hoogste goed van de
continuering en de bescherming van het Levende Wezen
[*].
S'rî
Nârada said: O almighty Lord, it is no surprise that
You, the ruler of all worlds, show friendship for all people
and yet subdue the envious. As we well know, You descend by
Your sweet will in order to bestow the highest good on this
universe by maintaining and protecting it. Thus Your glories
are widely sung.
Tekst
18
Na het gezien
hebben van Uw voetenpaar, die voor Uw toegewijden de weg der
bevrijding vormen waarop heer Brahmâ en de andere goden
met hun onpeilbare intelligentie mediteren in het hart en die
voor hen die gevallen zijn in de put van een materieel bestaan
de toevlucht voor hun verlossing vormen, vraag ik om Uw zegen U
te mogen herinneren zodat ik tijdens mijn reizen voortdurend
aan U kan denken.'
Now
I have seen Your feet, which grant liberation to Your
devotees, which even Lord Brahmâ and other great
personalities of unfathomable intelligence can only meditate
upon within their hearts, and which those who have fallen
into the well of material existence resort to for
deliverance. Please favor me so that I may constantly think
of You as I travel about. Please grant Me the power to
remember You.
Tekst
19
Vervolgens ging
Nârada, mijn beste, een ander paleis van een vrouw van
Krishna binnen, met het verlangen de mystieke macht der illusie
[yoga-mâyâ] van de Meester Aller
Yogameesters te leren kennen.
Nârada
then entered the palace of another of Lord Krishna's wives,
my dear King. He was eager to witness the spiritual potency
possessed by the master of all masters of mystic
power.
Tekst
20-22
Er daar,
voorwaar, zag hij Hem eveneens, met Uddhava een potje aan het
dobbelen, van aanbidding zijnde met bovenzinnelijke toewijding
en opstaand met de bedoeling hem te doen plaats nemen
enzovoorts, hem vragend, alsof Hij er geen weet van had,
'Wanneer is Uw goede zelf hier aangekomen? Hoe kunnen diegenen
[de huishouders] die niet zo compleet zijn, zoals Wij,
doen wat behoort te worden gedaan voor hen [de
sannyâsî's] die compleet zijn? Hoe dan ook,
alstublieft zeg Ons, o brahmaan, hoe in deze geboorte succesvol
te zijn', maar Nârada, verbluft, stond op en ging
stilletjes naar een ander paleis.
There
he saw the Lord playing at dice with His beloved consort and
His friend Uddhava. Lord Krishna worshiped Nârada by
standing up, offering him a seat, and so on, and then, as if
He did not know, asked him, "When did you arrive? What can
needy persons like Us do for those who are full in
themselves? In any case, My dear brâhmana, please make
My life auspicious." Thus addressed, Nârada was
astonished. He simply stood up silently and went to another
palace.
Tekst
23
En daar zag hij
Govinda die Zijn kleine kindjes knuffelde. Toen, in een ander
huis, zag hij Hem Zich voorbereidend op een bad.
This
time Nâradajî saw that Lord Krishna was engaged
as an affectionate father petting His small children. From
there he entered another palace and saw Lord Krishna
preparing to lake His bath.
Tekst
24
Hier zag hij
Hem offers brengen en daar zag hij Hem van aanbidding voor de
vijf offervuren [zie mahâ-yajña's]
met de gebruikelijke rituelen; dan weer voedde Hij de tweemaal
geborenen en ergens anders at Hij de
overblijfselen.
In
one place the Lord was offering oblations into the
sacrificial fires; in another, worshiping through the five
mahâ-yajñas; in another, feeding
brâhmanas; and in yet another, eating the remnants of
food left by brâhmanas.
Tekst
25
Ergens van
zonsondergang-aanbidding zijnd reciteerde Hij, Zijn spraak
beheersend, de mantra [zie gâyatrî
en japa]
en elders bewoog Hij zich rond met Zijn zwaard en schild in de
oefengangen.
Somewhere
Lord Krishna was observing the rituals for worship at sunset
by refraining from speech and quietly chanting the
Gâyatrî mantra, and elsewhere He was moving
about with sword and shield in the areas set aside for sword
practice.
Tekst
26
Hier weer
bereed de Oudere broer van Gada, paarden, olifanten en wagens
en daar weer lag Hij op Zijn sofa bezongen door
barden.
In
one place Lord Gadâgraja was riding on horses,
elephants and chariots, and in another place He was resting
on His bed while bards recited His glories.
Tekst
27
Op deze plek
hield Hij ruggespraak met Zijn adviseurs, Uddhava en anderen en
op die plek vermaakte Hij Zich in het water omringd door
dansmeisjes en andere vrouwen.
Somewhere
He was consulting with royal ministers like Uddhava, and
somewhere else He was enjoying in the water, surrounded by
many society girls and other young women.
Tekst
28
Ergens schonk
Hij excellente, fraai opgesierde koeien weg aan de tweemaal
geborenen en weer elders luisterde Hij naar de zegenrijke
klassieke verhalen [de purâna's] en historische
epossen [de itihâsa's].
Somewhere
He was giving well-decorated cows to exalted
brâhmanas, and elsewhere he was listening to the
auspicious narration of epic histories and
Purânas.
Tekst
29
Lachend en
grappen makend met Zijn geliefde in deze woning, beoefende Hij
ergens anders de religie [dharma], de economie
[artha] en de [kâma] fysieke lusten
[ter regulatie, zie ook de
purushârtha's].
Somewhere
Lord Krishna was found enjoying the company of a particular
wife by exchanging joking words with her. Somewhere else He
was found engaged, along with His wife, in religious
ritualistic functions. Somewhere Krishna was found engaged
in matters of economic development, and somewhere else He
was found enjoying family life according to the regulative
principles of the s'âstras.
Tekst
30
Op een plaats
alleen neerzittend om te mediteren op de Oorspronkelijke
Persoon Verheven Boven de Materiële Natuur, verrichtte Hij
op een andere plaats klusjes voor de ouderen van aanbidding
zijnd met gewenste artikelen.
Somewhere
He was sitting alone, meditating on the Supreme Personality
of Godhead, who is transcendental to material nature, and
somewhere He was rendering menial service to His elders,
offering them desirable things and reverential
worship.
Tekst
31
Plannen makend
voor oorlog met bepaalde lieden hier en elders vrede sluitend,
waren Kes'ava samen met Râma ergens anders het welzijn
der vromen aan het behartigen.
In
one place He was planning battles in consultation with some
of His advisers, and in another place He was making peace.
Somewhere Lord Kes'ava and Lord Balarâma were together
pondering the welfare of the pious.
Tekst
32
[Hij zag
Hem] weelderige huwelijken regelen van dochters en zoons op
het juiste tijdstip overeenkomstig de vidhi
met echtgenotes en echtgenoten die bij hen
pasten.
Nârada
saw Lord Krishna engaged in getting His sons and daughters
married to suitable brides and bridegrooms at the
appropriate time, and the marriage ceremonies were being
performed with great pomp.
Tekst
33
[Hij zag
hoe] met de mensen in verwondering met grote vieringen de
kinderen van de Meester der Yogameesters van huis werden
weggezonden en weer terug werden gebracht.
Nârada
observed how S'rî Krishna, the master of all yoga
masters, arranged to send away His daughters and
sons-in-law, and also to receive them home again, at the
time of great holiday celebrations. All the citizens were
astonished to see these celebrations.
Tekst
34
Met uitvoerige
offeranden in aanbidding van al de goden druk in de weer hier,
was Hij daar overeenkomstig het dharma in publieke dienst
voorzieningen aan het treffen als putten, parken en kloosters
en dergelijke.
Somewhere
He was worshiping all the demigods with elaborate
sacrifices, and elsewhere He was fulfilling His religious
obligations by doing public welfare work, such as the
construction of wells, public parks and monasteries.
Tekst
35
Voor een
jachtpartij beklom Hij op deze plaats een paard afkomstig uit
Sindhî terwijl Hij op een andere plaats, omringd door de
meest ondernemende Yadu's, de dieren doodde voor het brengen
van offers bestemd [zie **].
In
another place He was on a hunting expedition. Mounted on His
Sindhî horse and accompanied by the most heroic of the
Yadus, He was killing animals meant for offering in
sacrifice.
Tekst
36
Op de ene plek
hing de Yogameester in de buurt in vermomming rond in de
woningen van Zijn ministers, benieuwd om bij ieder van hen er
achter te komen wat hun mentaliteit was.
Somewhere
Krishna, the Lord of mystic power, was moving about in
disguise among the homes of ministers and other citizens in
order to understand what each of them was thinking.
Tekst
37
Daarop zei
Nârada tot Hrishîkes'a, zijn lachen inhoudend met
wat zich zo had ontvouwen van Zijn yogamâyâ
van het aannemen van de menselijke rol:
Having
thus seen this display of the Lord's Yogamâyâ,
Nârada mildly laughed and then addressed Lord
Hrishîkes'a, who was adopting the behavior of a human
being.
Tekst
38
'Zoals
waargenomen met de dienst aan Uw voeten hebben we [nu]
weet van Uw mystieke vermogens, die zelfs voor de grote mystici
moeilijk voorstelbaar zijn, o Heer van de Yoga, o Allerhoogste
Ziel.
[Nârada
said:] Now we understand Your mystic potencies, which
are difficult to comprehend, even for great mystics, O
Supreme Soul, master of all mystic power. Only by serving
Your feet have I been able to perceive Your powers.
Tekst
39
Sta het me toe
te volgen in nederigheid, o Godheid, ik zal rondtrekken langs
Uw plaatsen doordrongen van Uw faam, luidkeels Uw tijdverdrijf
bezingend dat al de werelden zuivert.'
O
Lord, please give me Your leave. I will wander about the
worlds, which are flooded with Your fame, loudly singing
about Your pastimes, which purify the universe.
Tekst
40
De Allerhoogste
Heer zei: 'O brahmaan, Ik ben er de spreker van, Ik ben er de
uitvoerder van en Ik ben degene die de sancties stelt het de
wereld onderrichtend; met het hierin verwijlen, o zoon, weest
niet verstoord.'
The
Supreme Personality of Godhead said: O brâhmana, I am
the speaker of religion, its performer and sanctioner. I
observe religious principles to teach them to the world, My
child, so do not be disturbed.
Tekst
41
S'rî
S'uka zei: 'Aldus zag hij [zoals niemand anders dat kon
zien ***]
Hem aanwezig in één gedaante in al de woningen de
zuiverende spirituele plichten nalevend die er voor de
huishouders zijn.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Thus in every palace Nârada
saw the Lord in His same personal form, executing the
transcendental principles of religion that purify those
engaged in household affairs.
Tekst
42
Na getuige te
zijn geweest van Krishna's onbegrensde kunnen in de
uitgebreide, herhaalde manifestatie van Zijn
yogamâyâ, stond de ziener vervuld van verwondering
verbaasd te kijken.
Having
repeatedly seen the vast mystic display of Lord Krishna,
whose power is unlimited, the sage was amazed and filled
with wonder.
Tekst
43
Met de artha,
de kâma en het dharma [van het huishoudelijk bestaan,
zie ook 7.14]
aldus door Heer Krishna's trouwe hart grondig eer aangedaan,
ging hij waarlijk verheugd heen Hem in gedachten
houdend.
Lord
Krishna greatly honored Nârada, faithfully presenting
him with gifts related to economic prosperity, sense
gratification and religious duties. Thus fully satisfied,
the sage departed, constantly remembering the Lord.
Tekst
44
Met het aldus
volgen van het pad der menselijke wezens genoot
Nârâyana, voor ieders welzijn Zijn vermogens
gemanifesteerd hebbend, mijn beste, in Zijn voldoening over de
verlegen toegenegen blikken en het lachen van zestienduizend
van de fijnste gemalinnen.
In
this way Lord Nârâyana imitated the ways of
ordinary humans, manifesting His divine potencies for the
benefit of all beings. Thus He enjoyed, dear King, in the
company of His sixteen thousand exalted consorts, who served
the Lord with their shy, affectionate glances and
laughter.
Tekst
45
Wie dan ook,
mijn beste, die ook maar zingt, luistert of waardering opbrengt
[leest over] de zinnelijke activiteiten die,
onnavolgbaar in deze wereld, aan de dag worden gelegd door Hem
die de oorzaak is van de voleinding, de opwekking en de
voortgaande zaak van het universum, zal toewijding ontwikkelen
voor de Allerhoogste Heer, hetgeen waarlijk het pad der
bevrijding is.
Lord
Hari is the ultimate cause of universal creation,
maintenance and destruction. My dear King, anyone who chants
about, hears about or simply appreciates the extraordinary
activities He performed in this world, which are impossible
to imitate, will surely develop devotion for the Supreme
Lord, the bestower of liberation.
*
De
paramparâ voegt hier aan toe:
'Zoals
aangegeven door S'rîla Vis'vanâtha
Cakravartî, zijn alle levende wezens in feite dienaren
van de Heer. De âcârya haalt ter verduidelijking er
het volgende vers uit de Padma Purâna bij aan:
a-kârenocyate
vishnuh
s'rîr u-kârena kathyate
ma-kâras tu tayor dâsah
pañca-vims'ah prakîrtitah
"[In
de mantra aum] betekent de letter a Heer Vishnu, de letter
u betekent de godin S'rî, en de letter m heeft betrekking
op hun dienaar, die het vijfentwintigste element is." Het
vijfentwintigste element is de jiva, het levende wezen. Ieder
levend wezen is een dienaar van de Heer, en de Heer is de ware
vriend van ieder levend wezen. Zelfs dus als de Heer
afgunstigen als Jarâsandha de les leest, leidt die
afstraffing tot ware vriendschap, aangezien zowel de Heer Zijn
bestraffing als Zijn Zegen er zijn voor het heil van het levend
wezen.'
**
Hoewel deze aktiviteit door de vidhi-regel van dayâ
verboden is voor de gewone man en de brahmanen, ten einde
fundamenteel van mededogen te zijn met alle levende wezens, is
het in bepaalde gevallen toegestaan in de vedische orde dieren
te doden. S'rîla Prabhupâda geeft als commentaar:
"Overeenkomstig de vedische voorschriften, is het de
kshatriya's toegestaan bij bepaalde gelegenheden dieren te
doden, dan wel om de vrede in de bossen te handhaven dan wel om
dieren te offeren in het offervuur. Kshatriya's wordt het
toegestaan de kunst van het doden te beoefenen omdat ze
genadeloos vijanden moeten kunnen doden om de vrede in de
samenleving te handhaven." [zie ook b.v. 4:
26,
7:
15,
10.1:
4,
10.56:
13 en
10.58:
13-16].
***
De paramparâ voegt hier aan toe: 'Zoals gesteld in
text
2 van
dit hoofdstuk, werden al de handelingen in de vele paleizen van
de Heer uitgevoerd door de Heer Zijn enkele geestelijke
gedaante (ekena vapushâ), welke zich op vele plaatsen
tegelijk manifesteerde. Dit visioen werd Nârada vergund
vanwege zijn verlangen het te aanschouwen en de Heer Zijn
verlangen het hem te tonen. S'rîla Vis'vanâtha
Cakravartî duidt uit dat de andere ingezetenen van
Dvârakâ Krishna alleen maar konden zien in dat deel
van de stad waar ze zelf zaten, en niet ergens anders, zelfs al
gingen ze soms naar een andere wijk voor zaken. Aldus gunde de
Heer Zijn geliefde toegewijde Nârada Muni een bijzondere
kijk op Zijn spel en vermaak.'
