regelbalk

 

S'rî Râdhika Stava

 

 

 

Canto 10

 

Hoofdstuk 79

 

Heer Balarâma Doodt Balvala en Bezoekt de Heilige Plaatsen

(1) S'rî S'uka zei: 'Toen, op de dag van de nieuwe maan, stak een hevige wind op die het stof verspreidde, o Koning, met overal de geur van pus. (2) Daarop kwam er daar in het offerperk een regen van abominabele zaken neer voortgebracht door Balvala, waarna hij ten tonele verscheen met een drietand omhoog. (3-4) De aanblik van dat immense lichaam dat er net zo uitzag als een berg roet met een haarknot en een baard van vlammend koper, angstaanjagende tanden en een gezicht met samengeknepen wenkbrauwen, deed Râma denken aan Zijn knots, die vijandige legers onderuithaalt, en Zijn ploeg, die de daitya's onderwerpt, die beiden direct aan Zijn zijde klaar stonden. (5) Met de punt van Zijn ploeg Balvala die zich in de lucht bewoog dichterbij naar beneden trekkend, bracht Balarâma met Zijn knots de plaaggeest van de brahmanen een slag op zijn hoofd toe. (6) Hij, een noodkreet slakend, stortte met zijn voorhoofd opengebarsten stromend van het bloed ter aarde als een roodaarden berg getroffen door een blikseminslag. (7) De wijzen tezamen van lof beloonden Râma met gegarandeerde zegeningen, Hem in ceremonie besprenkelend met water, zoals de grote zielen het deden met de doder van Vritrâsura [Indra, zie 6.13]. (8) Ze gaven Râma een vaijayantî bloemenslinger thuis aan S'rî van nimmer verwelkende lotussen en een goddelijk stel kleren met goddelijke sieraden.

(9) Na van hen afscheid genomen te hebben kwam Hij tezamen met de brahmanen bij de Kaus'ikî rivier aan alwaar ze een bad namen en ging Hij vandaar naar het meer waaruit de Sarayû stroomt. (10) De Sarayû stroom volgend baadde Hij aangekomen in Prayâga zich daar met het gunstig stemmen van de halfgoden en dergelijke en begaf Hij zich naar de hermitage van Pulaha Rishi [zie ook 5.7: 8-9]. (11-15) Na zich te hebben ondergedompeld in de Gomatî, de Gandakî, de S'ona en de Vipâs'â rivier, ging Hij naar Gayâ, om Zijn voorvaderen te aanbidden en naar de monding van de Ganges voor rituele wassingen. Op de berg Mahendra Heer Paras'urâma ziend en vererend nam Hij vervolgens een bad in de Saptagodâvarî ['zeven Godâvarî's'] zowel als in de rivieren de Venâ, de Pampâ en de Bhîmarathî. Na Heer Skanda [Kârttikeya] te hebben gezien, bezocht Râma S'rî-s'aila, de verblijfplaats van Heer Giris'a [S'iva], en zag de Meester in Dravida-des'a [de zuidelijke provincies] de berg die het heiligst is, de Venkatha [van Balajî]. Na de steden Kâmakoshnî en Kâñcî ging Hij naar de rivier de Kâverî en naar de grootste van hen allen, de allerheiligste S'rî-ranga, alwaar de Heer Zich manifesteerde [als Ranganatha]. Op weg naar de plaats van de Heer de berg Rishabha, ging Hij naar zuidelijk Mathurâ [Madurai waar de godin Mînâkshî verblijft] en naar Setubandha [Kaap Comorin], waar de zwaarste zonden worden vernietigd. (16-17) Daar schonk de Hanteerder van de Ploeg, Halâyudha, een groot aantal koeien weg aan de brahmanen. Toen naar de rivieren de Kritamâlâ en de Tâmraparnî en de Malaya bergketen, boog Hij zich aldaar voorover om Âgastya Muni de eer te bewijzen die neerzat in meditatie en Hem zijn zegen gaf. Met zijn toestemming weer verder begaf Hij Zich naar de zuidelijke oceaan naar Kanyâkumârî ['kuis meisje'] alwaar Hij de godin Durgâ zag [bekend als Kanyâ]. (18) Toen Phâlguna bereikend en een bad nemend in het heilige meer van de vijf Apsara's waar Heer Vishnu Zich vertoonde, gaf Hij een talloos aantal koeien uit handen [ze wegschenkend in liefdadigheid]. (19-21) Vervolgens reisde de Opperheer door Kerala en Trigarta en kwam Hij toen in Gokarna [noordelijk Karnataka] aan, een plaats heilig voor de manifestatie van Dhûrjathi ['hij met de massa samengeklitte lokken'], S'iva. Met het zien van de vereerde godin [Pârvatî] verblijvend op een eiland voor de kust ging Balarâma naar S'ûrpâraka om zich onder te dompelen in de wateren van de Tâpî, de Payoshnî en de Nirvindhyâ. Toen betrad Hij het Dandakawoud en ging Hij naar de Revâ waar men de stad Mâhishmatî aantreft; daar beroerde Hij het water van de Manu-tîrtha en keerde Hij terug in Prabhâsa.

(22) Van de brahmanen hoorde Hij dat in een slag [bij Kurukshetra] tussen de Kuru's en de Pândava's al de koningen hun vernietiging ondergingen, waartoe hij concludeerde dat de aarde verlost raakte van de last [zie ook b.v. 10.50: 9]. (23) Hij, de geliefde Zoon van de Yadu's, ging toen naar de veldslag met de bedoeling Bhîma en Duryodhana te stoppen die elkaar op het slagveld bestreden met knotsen [zie ook 10.57: 26]. (24) Maar toen Yudhishthhira, de tweeling Nakula en Sahadeva, Krishna en Arjuna Hem zagen, waren ze stil in het brengen van hun eerbetuigingen met de brandende vraag: 'Wat wil Hij, hier komend, ons nu vertellen?' (25) De twee ziend die met knotsen in hun handen, zich vaardig in cirkels bewegend, verwoed streefden naar de overwinning, zei Hij dit: (26) 'O Koning, o Grote Eter, jullie twee krijgsheren zijn gelijk qua kunnen; de een is denk ik van een grotere lichaamskracht, terwijl de ander technisch beter getraind is. (27) Ik zie niet in hoe van ieder van jullie hier, van een gelijk vermogen zijnde, dan een zege of het tegengestelde kan worden verwacht; stop daarom met dit vruchteloze vechten.'

(28) De twee, hoewel zinnig, sloegen geen acht op Zijn woorden, o Koning, erop gebrand als ze waren in hun vijandigheid zich constant elkaars grove taal en wangedrag te herinneren. (29) Concluderend dat het hun lot was ging Râma naar Dvârakâ waar Hij werd begroet door een uitgelaten familie onder leiding van Ugrasena. (30) Met Hem weer terugkerend naar Naimishâranya betrokken de wijzen Hem, de Verpersoonlijking Aller Offers die van alle krijg had afgezien, met genoegen bij al de verschillende soorten rituelen [*]. (31) De Allerhoogste Heer, de Almachtige, verleende hen de volmaakt zuivere, geestelijke kennis waarmee ze daadwerkelijk dit universum konden waarnemen als zich in Hem bevindend zowel als Hemzelf alomtegenwoordig in de schepping. (32) Tezamen met Zijn vrouw [Revatî: zie 9.3: 29-33] het afsluitende rituele avabhritha bad genomen hebbend verscheen Hij, goed gekleed, fraai opgesierd en omringd door Zijn familie en andere verwanten en vrienden, zo schitterend als de maan met haar eigen licht [de sterren].

(33) Van dit soort [spel en vermaak] van de machtige, onbegrensde en ondoorgrondelijke Balarâma, die middels Zijn illusiewekkende energie zich vertoont als een menselijk wezen, zijn er zeker vele andere. (34) Wie ook die met regelmaat bij zonsopkomst en zonsondergang zich de handelingen van Râma herinnert welke allen even verbazingwekkend zijn, zal Heer Vishnu lief zijn.

 

next        

 
 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):

Lord Balarâma Goes on Pilgrimage

 

Text 1:

S'rî S'uka zei: 'Toen, op de dag van de nieuwe maan, stak een hevige wind op die het stof verspreidde, o Koning, met overal de geur van pus.

S'ukadeva Gosvâmî said: Then, on the new-moon day, O King, a fierce and frightening wind arose, scattering dust all about and spreading the smell of pus everywhere.

 

Text 2:

Daarop kwam er daar in het offerperk een regen van abominabele zaken neer voortgebracht door Balvala, waarna hij ten tonele verscheen met een drietand omhoog.

Next, onto the sacrificial arena came a downpour of abominable things sent by Balvala, after which the demon himself appeared, trident in hand.

 

Text 3-4:

De aanblik van dat immense lichaam dat er net zo uitzag als een berg roet met een haarknot en een baard van vlammend koper, angstaanjagende tanden en een gezicht met samengeknepen wenkbrauwen, deed Râma denken aan Zijn knots, die vijandige legers onderuithaalt, en Zijn ploeg, die de daitya's onderwerpt, die beiden direct aan Zijn zijde klaar stonden.

The immense demon resembled a mass of black carbon. His topknot and beard were like molten copper, and his face had horrible fangs and furrowed eyebrows. Upon seeing him, Lord Balarâma thought of His club, which tears to pieces His enemies' armies, and His plow weapon, which punishes the demons. Thus summoned, His two weapons appeared before Him at once.

 

Text 5:

Met de punt van Zijn ploeg Balvala die zich in de lucht bewoog dichterbij naar beneden trekkend, bracht Balarâma met Zijn knots de plaaggeest van de brahmanen een slag op zijn hoofd toe.

With the tip of His plow Lord Balarâma caught hold of the demon Balvala as he flew through the sky, and with His club the Lord angrily struck that harasser of brâhmanas on the head.

 

Text 6:

Hij, een noodkreet slakend, stortte met zijn voorhoofd opengebarsten stromend van het bloed ter aarde als een roodaarden berg getroffen door een blikseminslag.

Balvala cried out in agony and fell to the ground, his forehead cracked open and gushing blood. He resembled a red mountain struck by a lightning bolt.

     

Text 7:

De wijzen tezamen van lof beloonden Râma met gegarandeerde zegeningen, Hem in ceremonie besprenkelend met water, zoals de grote zielen het deden met de doder van Vritrâsura [Indra, zie 6.13].

The exalted sages honored Lord Râma with sincere prayers and awarded Him infallible blessings. Then they performed His ritual bath, just as the demigods had formally bathed Indra when he killed Vritra.

 

 Text 8:

Ze gaven Râma een vaijayantî bloemenslinger thuis aan S'rî van nimmer verwelkende lotussen en een goddelijk stel kleren met goddelijke sieraden.

They gave Lord Balarâma a Vaijayantî garland of unfading lotuses in which resided the goddess of fortune, and they also gave Him a set of divine garments and jewelry.

 

Text 9:

Na van hen afscheid genomen te hebben kwam Hij tezamen met de brahmanen bij de Kaus'ikî rivier aan alwaar ze een bad namen en ging Hij vandaar naar het meer waaruit de Sarayû stroomt.

Then, given leave by the sages, the Lord went with a contingent of brâhmanas to the Kaus'ikî River, where He bathed. From there He went to the lake from which flows the river Sarayû.

  

Text 10

De Sarayû stroom volgend baadde Hij aangekomen in Prayâga zich daar met het gunstig stemmen van de halfgoden en dergelijke en begaf Hij zich naar de hermitage van Pulaha Rishi [zie ook 5.7: 8-9].

The Lord followed the course of the Sarayû until He came to Prayâga, where He bathed and then performed rituals to propitiate the demigods and other living beings. Next He went to the âs'rama of Pulaha Rishi.

 

Text 11-15

Na zich te hebben ondergedompeld in de Gomatî, de Gandakî, de S'ona en de Vipâs'â rivier, ging Hij naar Gayâ, om Zijn voorvaderen te aanbidden en naar de monding van de Ganges voor rituele wassingen. Op de berg Mahendra Heer Paras'urâma ziend en vererend nam Hij vervolgens een bad in de Saptagodâvarî ['zeven Godâvarî's'] zowel als in de rivieren de Venâ, de Pampâ en de Bhîmarathî. Na Heer Skanda [Kârttikeya] te hebben gezien, bezocht Râma S'rî-s'aila, de verblijfplaats van Heer Giris'a [S'iva], en zag de Meester in Dravida-des'a [de zuidelijke provincies] de berg die het heiligst is, de Venkatha [van Balajî]. Na de steden Kâmakoshnî en Kâñcî ging Hij naar de rivier de Kâverî en naar de grootste van hen allen, de allerheiligste S'rî-ranga, alwaar de Heer Zich manifesteerde [als Ranganatha]. Op weg naar de plaats van de Heer de berg Rishabha, ging Hij naar zuidelijk Mathurâ [Madurai waar de godin Mînâkshî verblijft] en naar Setubandha [Kaap Comorin], waar de zwaarste zonden worden vernietigd.

Lord Balarâma bathed in the Gomatî, Gandakî and Vipâs'â rivers, and also immersed Himself in the S'ona. He went to Gayâ, where He worshiped His forefathers, and to the mouth of the Ganges, where He performed purifying ablutions. At Mount Mahendra He saw Lord Paras'urâma and offered Him prayers, and then He bathed in the seven branches of the Godâvarî River, and also in the rivers Venâ, Pampâ and Bhîmarathî. Then Lord Balarâma met Lord Skanda and visited S'rî-s'aila, the abode of Lord Giris'a. In the southern provinces known as Dravida-des'a the Supreme Lord saw the sacred Venkatha Hill, as well as the cities of Kâmakoshnî and Kâñcî, the exalted Kâverî River and the most holy S'rî-ranga, where Lord Krishna has manifested Himself. From there He went to Rishabha Mountain, where Lord Krishna also lives, and to the southern Mathurâ. Then He came to Setubandha, where the most grievous sins are destroyed.

 

Text 16-17

Daar schonk de Hanteerder van de Ploeg, Halâyudha, een groot aantal koeien weg aan de brahmanen. Toen naar de rivieren de Kritamâlâ en de Tâmraparnî en de Malaya bergketen, boog Hij zich aldaar voorover om Âgastya Muni de eer te bewijzen die neerzat in meditatie en Hem zijn zegen gaf. Met zijn toestemming weer verder begaf Hij Zich naar de zuidelijke oceaan naar Kanyâkumârî ['kuis meisje'] alwaar Hij de godin Durgâ zag [bekend als Kanyâ].

There at Setubandha [Râmes'varam] Lord Halâyudha gave brâhmanas ten thousand cows in charity. He then visited the Kritamâlâ and Tâmraparnî rivers and the great Malaya Mountains. In the Malaya range Lord Balarâma found Âgastya Rishi sitting in meditation. After bowing down to the sage, the Lord offered him prayers and then received blessings from him. Taking leave from Âgastya, He proceeded to the shore of the southern ocean, where He saw Goddess Durgâ in her form of Kanyâ-kumârî.

 

Text 18

Toen Phâlguna bereikend en een bad nemend in het heilige meer van de vijf Apsara's waar Heer Vishnu Zich vertoonde, gaf Hij een talloos aantal koeien uit handen [ze wegschenkend in liefdadigheid].

Next He went to Phâlguna-tîrtha and bathed in the sacred Pañcâpsarâ Lake, where Lord Vishnu had directly manifested Himself. At this place He gave away another ten thousand cows.

 

Text 19-21

Vervolgens reisde de Opperheer door Kerala en Trigarta en kwam Hij toen in Gokarna [noordelijk Karnataka] aan, een plaats heilig voor de manifestatie van Dhûrjathi ['hij met de massa samengeklitte lokken'], S'iva. Met het zien van de vereerde godin [Pârvatî] verblijvend op een eiland voor de kust ging Balarâma naar S'ûrpâraka om zich onder te dompelen in de wateren van de Tâpî, de Payoshnî en de Nirvindhyâ. Toen betrad Hij het Dandakawoud en ging Hij naar de Revâ waar men de stad Mâhishmatî aantreft; daar beroerde Hij het water van de Manu-tîrtha en keerde Hij terug in Prabhâsa.

The Supreme Lord then traveled through the kingdoms of Kerala and Trigarta, visiting Lord S'iva's sacred city of Gokarna, where Lord Dhûrjathi [S'iva] directly manifests himself. After also visiting Goddess Pârvatî, who dwells on an island, Lord Balarâma went to the holy district of S'ûrpâraka and bathed in the Tâpî, Payoshnî and Nirvindhyâ rivers. He next entered the Dandaka forest and went to the river Revâ, along which the city of Mâhishmatî is found. Then He bathed at Manu-tîrtha and finally returned to Prabhâsa.

    

 Text 22

Van de brahmanen hoorde Hij dat in een slag [bij Kurukshetra] tussen de Kuru's en de Pândava's al de koningen hun vernietiging ondergingen, waartoe hij concludeerde dat de aarde verlost raakte van de last [zie ook b.v. 10.50: 9].

The Lord heard from some brâhmanas how all the kings involved in the battle between the Kurus and Pândavas had been killed. From this He concluded that the earth was now relieved of her burden.

   

Text 23

Hij, de geliefde Zoon van de Yadu's, ging toen naar de veldslag met de bedoeling Bhîma en Duryodhana te stoppen die elkaar op het slagveld bestreden met knotsen [zie ook 10.57: 26].

Wanting to stop the club fight then raging between Bhîma and Duryodhana on the battlefield, Lord Balarâma went to Kurukshetra.

 

Text 24

Maar toen Yudhishthhira, de tweeling Nakula en Sahadeva, Krishna en Arjuna Hem zagen, waren ze stil in het brengen van hun eerbetuigingen met de brandende vraag: 'Wat wil Hij, hier komend, ons nu vertellen?'

When Yudhishthhira, Lord Krishna, Arjuna and the twin brothers Nakula and Sahadeva saw Lord Balarâma, they offered Him respectful obeisances but said nothing, thinking "What has He come here to tell us?"

 

 Text 25

De twee ziend die met knotsen in hun handen, zich vaardig in cirkels bewegend, verwoed streefden naar de overwinning, zei Hij dit:

Lord Balarâma found Duryodhana and Bhîma with clubs in their hands, each furiously striving for victory over the other as they circled about skillfully. The Lord addressed them as follows.

 

 Text 26

'O Koning, o Grote Eter, jullie twee krijgsheren zijn gelijk qua kunnen; de een is denk ik van een grotere lichaamskracht, terwijl de ander technisch beter getraind is.

[Lord Balarâma said:] King Duryodhana! And Bhîma! Listen! You two warriors are equal in fighting prowess. I know that one of you has greater physical power, while the other is better trained in technique.

 

 Text 27

Ik zie niet in hoe van ieder van jullie hier, van een gelijk vermogen zijnde, dan een zege of het tegengestelde kan worden verwacht; stop daarom met dit vruchteloze vechten.'

Since you are so evenly matched in fighting prowess, I do not see how either of you can win or lose this duel. Therefore please stop this useless battle.

 

 Text 28

De twee, hoewel zinnig, sloegen geen acht op Zijn woorden, o Koning, erop gebrand als ze waren in hun vijandigheid zich constant elkaars grove taal en wangedrag te herinneren.

[S'ukadeva Gosvâmî continued:] They did not accept Lord Balarâma's request, O King, although it was logical, for their mutual enmity was irrevocable. Each of them constantly remembered the insults and injuries he had suffered from the other.

 

 Text 29

Concluderend dat het hun lot was ging Râma naar Dvârakâ waar Hij werd begroet door een uitgelaten familie onder leiding van Ugrasena.

Concluding that the battle was the arrangement of fate, Lord Balarâma went back to Dvârakâ. There He was greeted by Ugrasena and His other relatives, who were all delighted to see Him.

 

 Text 30

Met Hem weer terugkerend naar Naimishâranya betrokken de wijzen Hem, de Verpersoonlijking Aller Offers die van alle krijg had afgezien, met genoegen bij al de verschillende soorten rituelen [*].

Later Lord Balarâma returned to Naimishâranya, where the sages joyfully engaged Him, the embodiment of all sacrifice, in performing various kinds of Vedic sacrifice. Lord Balarâma was now retired from warfare.

 

 Text 31

De Allerhoogste Heer, de Almachtige, verleende hen de volmaakt zuivere, geestelijke kennis waarmee ze daadwerkelijk dit universum konden waarnemen als zich in Hem bevindend zowel als Hemzelf alomtegenwoordig in de schepping.

The all-powerful Lord Balarâma bestowed upon the sages pure spiritual knowledge, by which they could see the whole universe within Him and also see Him pervading everything.

  

 Text 32

Tezamen met Zijn vrouw [Revatî: zie 9.3: 29-33] het afsluitende rituele avabhritha bad genomen hebbend verscheen Hij, goed gekleed, fraai opgesierd en omringd door Zijn familie en andere verwanten en vrienden, zo schitterend als de maan met haar eigen licht [de sterren].

After executing with His wife the avabhritha ablutions, the beautifully dressed and ornamented Lord Balarâma, encircled by His immediate family and other relatives and friends, looked as splendid as the moon surrounded by its effulgent rays.

  

 Text 33

Van dit soort [spel en vermaak] van de machtige, onbegrensde en ondoorgrondelijke Balarâma, die middels Zijn illusiewekkende energie zich vertoont als een menselijk wezen, zijn er zeker vele andere.

Countless other such pastimes were performed by mighty Balarâma, the unlimited and immeasurable Supreme Lord, whose mystic Yogamâyâ power makes Him appear to be a human being.

 

 Text 34

Wie ook die met regelmaat bij zonsopkomst en zonsondergang zich de handelingen van Râma herinnert welke allen even verbazingwekkend zijn, zal Heer Vishnu lief zijn.

All the activities of the unlimited Lord Balarâma are amazing. Anyone who regularly remembers them at dawn and dusk will become very dear to the Supreme Personality of Godhead, S'rî Vishnu.

 

* S'rîla Prabhupâda schrijft hier: 'Feitelijk heeft Heer Balarâma niets van doen met het houden van de offerplechtigheden die voor de gewone man zijn weggelegd; Hij is de Hoogste Persoonlijkheid van God, en daarom is hij de genieter van al dergelijke offers. Als zodanig, was Zijn voorbeeldige handelen in het uitvoeren van de offers er alleen maar ter lering van de gewone man, om te laten zien hoe het te houden op de voorschriften van de Veda's'.

 

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Produktie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties