
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
Lord
Balarâma Goes on Pilgrimage
Text
1:
S'rî
S'uka zei: 'Toen, op de dag van de nieuwe maan, stak een hevige
wind op die het stof verspreidde, o Koning, met overal de geur
van pus.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Then, on the new-moon day, O King,
a fierce and frightening wind arose, scattering dust all
about and spreading the smell of pus everywhere.
Text
2:
Daarop kwam er
daar in het offerperk een regen van abominabele zaken neer
voortgebracht door Balvala, waarna hij ten tonele verscheen met
een drietand omhoog.
Next,
onto the sacrificial arena came a downpour of abominable
things sent by Balvala, after which the demon himself
appeared, trident in hand.
Text
3-4:
De aanblik van
dat immense lichaam dat er net zo uitzag als een berg roet met
een haarknot en een baard van vlammend koper, angstaanjagende
tanden en een gezicht met samengeknepen wenkbrauwen, deed
Râma denken aan Zijn knots, die vijandige legers
onderuithaalt, en Zijn ploeg, die de daitya's onderwerpt, die
beiden direct aan Zijn zijde klaar stonden.
The
immense demon resembled a mass of black carbon. His topknot
and beard were like molten copper, and his face had horrible
fangs and furrowed eyebrows. Upon seeing him, Lord
Balarâma thought of His club, which tears to pieces
His enemies' armies, and His plow weapon, which punishes the
demons. Thus summoned, His two weapons appeared before Him
at once.
Text
5:
Met de punt van
Zijn ploeg Balvala die zich in de lucht bewoog dichterbij naar
beneden trekkend, bracht Balarâma met Zijn knots de
plaaggeest van de brahmanen een slag op zijn hoofd
toe.
With
the tip of His plow Lord Balarâma caught hold of the
demon Balvala as he flew through the sky, and with His club
the Lord angrily struck that harasser of brâhmanas on
the head.
Text
6:
Hij, een
noodkreet slakend, stortte met zijn voorhoofd opengebarsten
stromend van het bloed ter aarde als een roodaarden berg
getroffen door een blikseminslag.
Balvala
cried out in agony and fell to the ground, his forehead
cracked open and gushing blood. He resembled a red mountain
struck by a lightning bolt.
Text
7:
De wijzen
tezamen van lof beloonden Râma met gegarandeerde
zegeningen, Hem in ceremonie besprenkelend met water, zoals de
grote zielen het deden met de doder van Vritrâsura
[Indra, zie 6.13].
The
exalted sages honored Lord Râma with sincere prayers
and awarded Him infallible blessings. Then they performed
His ritual bath, just as the demigods had formally bathed
Indra when he killed Vritra.
Text
8:
Ze gaven
Râma een vaijayantî
bloemenslinger thuis aan S'rî van nimmer verwelkende
lotussen en een goddelijk stel kleren met goddelijke sieraden.
They
gave Lord Balarâma a Vaijayantî garland of
unfading lotuses in which resided the goddess of fortune,
and they also gave Him a set of divine garments and
jewelry.
Text
9:
Na van hen
afscheid genomen te hebben kwam Hij tezamen met de brahmanen
bij de Kaus'ikî rivier aan alwaar ze een bad namen en
ging Hij vandaar naar het meer waaruit de Sarayû
stroomt.
Then,
given leave by the sages, the Lord went with a contingent of
brâhmanas to the Kaus'ikî River, where He
bathed. From there He went to the lake from which flows the
river Sarayû.
Text
10
De Sarayû
stroom volgend baadde Hij aangekomen in Prayâga zich daar
met het gunstig stemmen van de halfgoden en dergelijke en begaf
Hij zich naar de hermitage van Pulaha
Rishi [zie
ook 5.7:
8-9].
The
Lord followed the course of the Sarayû until He came
to Prayâga, where He bathed and then performed rituals
to propitiate the demigods and other living beings. Next He
went to the âs'rama of Pulaha Rishi.
Text
11-15
Na zich te
hebben ondergedompeld in de Gomatî, de Gandakî, de
S'ona en de Vipâs'â rivier, ging Hij naar
Gayâ, om Zijn voorvaderen te aanbidden en naar de monding
van de Ganges voor rituele wassingen. Op de berg Mahendra Heer
Paras'urâma ziend en vererend nam Hij vervolgens een bad
in de Saptagodâvarî ['zeven
Godâvarî's'] zowel als in de rivieren de
Venâ, de Pampâ en de Bhîmarathî. Na
Heer Skanda [Kârttikeya] te hebben gezien,
bezocht Râma S'rî-s'aila, de verblijfplaats van
Heer Giris'a [S'iva], en zag de Meester in
Dravida-des'a [de zuidelijke provincies] de berg die
het heiligst is, de Venkatha [van Balajî]. Na de
steden Kâmakoshnî en Kâñcî ging
Hij naar de rivier de Kâverî en naar de grootste
van hen allen, de allerheiligste S'rî-ranga, alwaar de
Heer Zich manifesteerde [als Ranganatha]. Op weg naar
de plaats van de Heer de berg Rishabha, ging Hij naar zuidelijk
Mathurâ [Madurai waar de godin
Mînâkshî verblijft] en naar
Setubandha
[Kaap Comorin], waar de zwaarste zonden worden
vernietigd.
Lord
Balarâma bathed in the Gomatî, Gandakî and
Vipâs'â rivers, and also immersed Himself in the
S'ona. He went to Gayâ, where He worshiped His
forefathers, and to the mouth of the Ganges, where He
performed purifying ablutions. At Mount Mahendra He saw Lord
Paras'urâma and offered Him prayers, and then He
bathed in the seven branches of the Godâvarî
River, and also in the rivers Venâ, Pampâ and
Bhîmarathî. Then Lord Balarâma met Lord
Skanda and visited S'rî-s'aila, the abode of Lord
Giris'a. In the southern provinces known as Dravida-des'a
the Supreme Lord saw the sacred Venkatha Hill, as well as
the cities of Kâmakoshnî and
Kâñcî, the exalted Kâverî
River and the most holy S'rî-ranga, where Lord Krishna
has manifested Himself. From there He went to Rishabha
Mountain, where Lord Krishna also lives, and to the southern
Mathurâ. Then He came to Setubandha, where the most
grievous sins are destroyed.
Text
16-17
Daar schonk de
Hanteerder van de Ploeg, Halâyudha, een groot aantal
koeien weg aan de brahmanen. Toen naar de rivieren de
Kritamâlâ en de Tâmraparnî en de Malaya
bergketen, boog Hij zich aldaar voorover om
Âgastya
Muni de eer te bewijzen die neerzat in meditatie en Hem zijn
zegen gaf. Met zijn toestemming weer verder begaf Hij Zich naar
de zuidelijke oceaan naar Kanyâkumârî
['kuis meisje'] alwaar Hij de godin
Durgâ
zag [bekend als Kanyâ].
There
at Setubandha [Râmes'varam] Lord
Halâyudha gave brâhmanas ten thousand cows in
charity. He then visited the Kritamâlâ and
Tâmraparnî rivers and the great Malaya
Mountains. In the Malaya range Lord Balarâma found
Âgastya Rishi sitting in meditation. After bowing down
to the sage, the Lord offered him prayers and then received
blessings from him. Taking leave from Âgastya, He
proceeded to the shore of the southern ocean, where He saw
Goddess Durgâ in her form of
Kanyâ-kumârî.
Text
18
Toen
Phâlguna bereikend en een bad nemend in het heilige meer
van de vijf Apsara's waar Heer Vishnu Zich vertoonde, gaf Hij
een talloos aantal koeien uit handen [ze wegschenkend in
liefdadigheid].
Next
He went to Phâlguna-tîrtha and bathed in the
sacred Pañcâpsarâ Lake, where Lord Vishnu
had directly manifested Himself. At this place He gave away
another ten thousand cows.
Text
19-21
Vervolgens
reisde de Opperheer door Kerala en Trigarta en kwam Hij toen in
Gokarna [noordelijk Karnataka] aan, een plaats heilig
voor de manifestatie van Dhûrjathi ['hij met de massa
samengeklitte lokken'], S'iva. Met het zien van de vereerde
godin [Pârvatî] verblijvend op een eiland
voor de kust ging Balarâma naar S'ûrpâraka om
zich onder te dompelen in de wateren van de Tâpî,
de Payoshnî en de Nirvindhyâ. Toen betrad Hij het
Dandakawoud en ging Hij naar de Revâ waar men de stad
Mâhishmatî aantreft; daar beroerde Hij het water
van de Manu-tîrtha en keerde Hij terug in Prabhâsa.
The
Supreme Lord then traveled through the kingdoms of Kerala
and Trigarta, visiting Lord S'iva's sacred city of Gokarna,
where Lord Dhûrjathi [S'iva] directly
manifests himself. After also visiting Goddess
Pârvatî, who dwells on an island, Lord
Balarâma went to the holy district of
S'ûrpâraka and bathed in the Tâpî,
Payoshnî and Nirvindhyâ rivers. He next entered
the Dandaka forest and went to the river Revâ, along
which the city of Mâhishmatî is found. Then He
bathed at Manu-tîrtha and finally returned to
Prabhâsa.
Text
22
Van de
brahmanen hoorde Hij dat in een slag [bij Kurukshetra]
tussen de Kuru's en de Pândava's al de koningen hun
vernietiging ondergingen, waartoe hij concludeerde dat de aarde
verlost raakte van de last [zie ook b.v.
10.50:
9].
The
Lord heard from some brâhmanas how all the kings
involved in the battle between the Kurus and Pândavas
had been killed. From this He concluded that the earth was
now relieved of her burden.
Text
23
Hij, de
geliefde Zoon van de Yadu's, ging toen naar de veldslag met de
bedoeling Bhîma en Duryodhana te stoppen die elkaar op
het slagveld bestreden met knotsen [zie ook
10.57:
26].
Wanting
to stop the club fight then raging between Bhîma and
Duryodhana on the battlefield, Lord Balarâma went to
Kurukshetra.
Text
24
Maar toen
Yudhishthhira, de tweeling Nakula en Sahadeva, Krishna en
Arjuna Hem zagen, waren ze stil in het brengen van hun
eerbetuigingen met de brandende vraag: 'Wat wil Hij, hier
komend, ons nu vertellen?'
When
Yudhishthhira, Lord Krishna, Arjuna and the twin brothers
Nakula and Sahadeva saw Lord Balarâma, they offered
Him respectful obeisances but said nothing, thinking "What
has He come here to tell us?"
Text
25
De twee ziend
die met knotsen in hun handen, zich vaardig in cirkels
bewegend, verwoed streefden naar de overwinning, zei Hij dit:
Lord
Balarâma found Duryodhana and Bhîma with clubs
in their hands, each furiously striving for victory over the
other as they circled about skillfully. The Lord addressed
them as follows.
Text
26
'O Koning, o
Grote Eter, jullie twee krijgsheren zijn gelijk qua kunnen; de
een is denk ik van een grotere lichaamskracht, terwijl de ander
technisch beter getraind is.
[Lord
Balarâma said:] King Duryodhana! And Bhîma!
Listen! You two warriors are equal in fighting prowess. I
know that one of you has greater physical power, while the
other is better trained in technique.
Text
27
Ik zie niet in
hoe van ieder van jullie hier, van een gelijk vermogen zijnde,
dan een zege of het tegengestelde kan worden verwacht; stop
daarom met dit vruchteloze vechten.'
Since
you are so evenly matched in fighting prowess, I do not see
how either of you can win or lose this duel. Therefore
please stop this useless battle.
Text
28
De twee, hoewel
zinnig, sloegen geen acht op Zijn woorden, o Koning, erop
gebrand als ze waren in hun vijandigheid zich constant elkaars
grove taal en wangedrag te herinneren.
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] They did not accept Lord
Balarâma's request, O King, although it was logical,
for their mutual enmity was irrevocable. Each of them
constantly remembered the insults and injuries he had
suffered from the other.
Text
29
Concluderend
dat het hun lot was ging Râma naar Dvârakâ
waar Hij werd begroet door een uitgelaten familie onder leiding
van Ugrasena.
Concluding
that the battle was the arrangement of fate, Lord
Balarâma went back to Dvârakâ. There He
was greeted by Ugrasena and His other relatives, who were
all delighted to see Him.
Text
30
Met Hem weer
terugkerend naar Naimishâranya betrokken de wijzen Hem,
de Verpersoonlijking Aller Offers die van alle krijg had
afgezien, met genoegen bij al de verschillende soorten rituelen
[*].
Later
Lord Balarâma returned to Naimishâranya, where
the sages joyfully engaged Him, the embodiment of all
sacrifice, in performing various kinds of Vedic sacrifice.
Lord Balarâma was now retired from warfare.
Text
31
De Allerhoogste
Heer, de Almachtige, verleende hen de volmaakt zuivere,
geestelijke kennis waarmee ze daadwerkelijk dit universum
konden waarnemen als zich in Hem bevindend zowel als Hemzelf
alomtegenwoordig in de schepping.
The
all-powerful Lord Balarâma bestowed upon the sages
pure spiritual knowledge, by which they could see the whole
universe within Him and also see Him pervading
everything.
Text
32
Tezamen met
Zijn vrouw [Revatî: zie 9.3:
29-33] het
afsluitende rituele avabhritha bad genomen hebbend verscheen
Hij, goed gekleed, fraai opgesierd en omringd door Zijn familie
en andere verwanten en vrienden, zo schitterend als de maan met
haar eigen licht [de sterren].
After
executing with His wife the avabhritha ablutions, the
beautifully dressed and ornamented Lord Balarâma,
encircled by His immediate family and other relatives and
friends, looked as splendid as the moon surrounded by its
effulgent rays.
Text
33
Van dit soort
[spel en vermaak] van de machtige, onbegrensde en
ondoorgrondelijke Balarâma, die middels Zijn
illusiewekkende energie zich vertoont als een menselijk wezen,
zijn er zeker vele andere.
Countless
other such pastimes were performed by mighty Balarâma,
the unlimited and immeasurable Supreme Lord, whose mystic
Yogamâyâ power makes Him appear to be a human
being.
Text
34
Wie ook die met
regelmaat bij zonsopkomst en zonsondergang zich de handelingen
van Râma herinnert welke allen even verbazingwekkend
zijn, zal Heer Vishnu lief
zijn.'
All
the activities of the unlimited Lord Balarâma are
amazing. Anyone who regularly remembers them at dawn and
dusk will become very dear to the Supreme Personality of
Godhead, S'rî Vishnu.
*
S'rîla Prabhupâda schrijft hier: 'Feitelijk
heeft Heer Balarâma niets van doen met het houden van de
offerplechtigheden die voor de gewone man zijn weggelegd; Hij
is de Hoogste Persoonlijkheid van God, en daarom is hij de
genieter van al dergelijke offers. Als zodanig, was Zijn
voorbeeldige handelen in het uitvoeren van de offers er alleen
maar ter lering van de gewone man, om te laten zien hoe het te
houden op de voorschriften van de Veda's'.
