Canto
3
Hoofdstuk 28: Kapila's Instructies over de Uitvoeringspraktijk
(1) De Allerhoogste Heer zei: 'Ik zal u nu, o dochter van de koning, het oorspronkelijke van het yoga-systeem uiteenzetten, met de praktijk waarvan het denken voorzeker vervuld zal raken van vreugde en men het pad van de Absolute Waarheid zal bereiken. (2) Men behoort met het zo goed mogelijk naleven van de eigen verplichtingen en het vermijden van verplichtingen die zijn bedoeld voor anderen, zijn leven te richten naar de voeten van de geestelijk leraar [de zelf-verwerkelijkte ziel] in tevredenheid over dat wat bereikt is. (3) Met het ophouden met de gebruikelijke verplichtingen en in aantrekking tot de rechtgeaarde plichten der verlossing, weinig en zuiver etend, altijd in afzondering levend, is men dan op zijn gemak. (4) Geweldloos, waarheidlievend en vrij van onrechtmatige toeëigening, slechts in bezit van zoveel als men nodig heeft, in celibaat en verzaking, rein en met het bestuderen van de Veda's, behoort men de Oorspronkelijke Persoonlijkheid te eren. (5) In stilte met het goede van het standvastig zijn in de beheersing van yogahoudingen en de levensadem, zich geleidelijk terugtrekkend van de voorwerpen van de zintuigen, moet men zijn geest naar het hart richten. (6) Met de levensadem gefixeerd in het eigen centrum, met een éénpuntige geest zich concentrerend op het reilen en zeilen van [de Heer van] Vaikunthha, is men door de ziel aldus verzonken [in samâdhi]. (7) Bij deze en andere processen moet de besmette geest op het pad van het materieel genieten geleidelijk aan worden beheerst met intelligentie, daadwerkelijk alert zijnde in het fixeren van de ademhaling. (8) Dit moet men doen nadat men plaats heeft genomen op een gewijde plek met het beoefenen van de yogahoudingen, aldaar het lichaam op een makkelijke manier overeind houdend. (9) De instroom van de levensadem vrijmakend behoort men in te ademen, de adem vast te houden en weer uit te ademen of andersom, zodat het denken stabiel wordt en vrij van wisselingen. (10) De geest van de yogi in een dergelijke zelfbeheersing kan spoedig vrij zijn van verstoringen, precies zoals goud in het vuur met lucht aangewakkerd waarlijk snel gezuiverd raakt. (11) Door adembeheersing verdrijft men besmettingen, door zich naar binnen te keren neemt het nadenken over het materiële af, door het denken te concentreren komt men de zonde te boven en door meditatie rijst men uit boven de macht van de geaardheden der natuur.
(12) Als het eigen denken gezuiverd is en beheerst wordt door de yogapraktijk, behoort men te mediteren op de Allerhoogste Heer Zijn gedaante en tijdmaat [een mechanische of een waterklok gefixeerd op het hoogste punt van de zon met de verdeling van de tijd overeenkomstig het Bhâgavatam], kijkend naar de punt van de neus. (13) Zijn knots, schelphoorn en werpschijf dragend, met roodachtige ogen die eruitzien als de binnenkant van een lotus en een donkere huidskleur gelijk de bloembladen van een blauwe lotus, heeft Hij een opgewekte lotusgelijke gelaatsuitdrukking. (14) Met gele zijden kleding die eruitziet als de meeldraden van een lotus, draagt hij het S'rîvatsa-teken [een paar witte haren] op Zijn borst, en draagt Hij het schitterende Kaustubha-juweel om Zijn nek. (15-16) Er is een slinger van woudbloemen zoemend van de dronken hommels, een halsketting van onschatbare waarde, zowel als armbanden, een kroon, polsbanden, enkelbanden en een gordel van de fijnste kwaliteit om Zijn middel; Hij die zetelt in de lotus van het hart is hoogst bekoorlijk om te zien, sereen voor de geest en een lust voor het oog. (17) Voor de mensen van overal is Hij altijd zeer mooi en aanbiddelijk in de bloei van de jeugd van een jongen, begerig Zijn zegen uit te spreken over degene die offers brengt. (18) Men moet mediteren op alle delen van de Godheid, de glorie versterkend door de verzen van de toegewijden over Zijn grootheid te zingen, tot de geest het opgeeft af te dwalen. (19) Men behoort in zijn denken uit te zien naar de zuivere aard van de tijd dat men staat, zich rondbeweegt, neerzit en zich te ruste legt met de wonderschone Heer die verblijft in het hart. (20) Met het denken gefixeerd op de gedaante waarbij men zich heeft vergewist van al de ledematen in de concentratie, moet hij die zich zo bezint, acht slaan op ieder afzonderlijk onderdeel van de Heer. (21) Men moet aandacht besteden aan de lotusvoeten van de Heer die versierd zijn met de merktekens van de bliksemschicht, de drijfstok voor olifanten, de banier en de lotus en zich bewust zijn van de in het oog springende schittering van Zijn rode nagels die de pracht kennen van de sikkel van de maan welke de hechte duisternis van het hart verdreef. (22) Van het water van de Ganges dat van Zijn voeten wegstroomt, is het heilige geboren op het hoofd van S'iva, dat van de mediterende het gunstige werd dat als een bliksemschicht werd uitgeworpen naar zijn berg van zonde; voor een lange tijd behoort men zo te mediteren op de Heer Zijn voeten.
(23) Tot Zijn knieën moet men mediteren op de Godin van het Fortuin, Lakshmî, de lotus-ogige moeder van het gehele universum van Brahmâ die door alle goddelijken wordt aanbeden en die met haar zorgzame vingers de onderbenen masseert van de Almachtige Heer transcendentaal aan het materieel bestaan. (24) Eveneens moet men dan mediteren op Zijn twee benen, die op de schouders van Garuda staan, waar alle energie in huist en die zich naar beneden uitstrekken met de luister van de [blauw-witte] lijnzaadbloem, zowel als op de ronding van Zijn heupen in de uitgelezen gele stof, met de gordel daar omheen. (25) Dan mediteert men op de uitgestrektheid van Zijn navel, welke de bestaansgrond vormt van al de werelden zich bevindend in Zijn onderbuik, van waaruit de lotus ontsprong die de verblijfplaats is van de zelfgeborene [Brahmâ] die alle bestaande planetenstelsels omvat. Men moet mediteren op het meest delicate van de twee tepels van de Heer die als smaragden zijn in het witte licht van de paarlen van Zijn halssnoer. (26) De borst van de Heer der Wijsheid waar Mahâ-Lakshmî haar verblijf heeft, vergunt de geest en ogen der mensen al het bovenzinnelijk genoegen. Men moet in zijn denken ook mediteren op de hals van degene die door het hele universum wordt bewonderd, welke de schoonheid verhoogt van het Kaustubha juweel. (27) Op de armen met hun opsmuk die gepolijst is door het ronddraaien van de berg Mandara en waar de heersers van het universum hun oorsprong vinden, behoort men eveneens te mediteren als ook op de oogverblindende schittering van de Sudarshana werpschijf [met zijn duizend spaken] en de zwaangelijke schelphoorn in de lotushand van de Heer. (28) Men moet zich de strijdknots van de Allerhoogste Heer heugen, die de naam Kaumodakî draagt en Hem zeer dierbaar is, besmeurd als Hij is met het bloed van de soldaten van de vijand; de bloemslinger die gonst van het gezoem van de hommels eromheen, en het halssnoer van parels om Zijn nek dat het principe vertegenwoordigt van het zuivere levende wezen [de toegewijde]. (29) Men moet mediteren op het lotusgelijke voorkomen van de Opperheer dat staat voor de verschillende gedaanten die Hij aannam in deze wereld uit mededogen voor de toegewijden en op de glinsterende krokodilvormige oorhangers die weerspiegelend Zijn vooruitstekende neus en Zijn wangen kristalhelder belichten. (30) Vervolgens mediteert men aandachtig met het geestesoog gericht op de gratie van Zijn gezicht dat opgesierd is met veel krullend haar, Zijn lotusogen en dansende wenkbrauwen, die een lotus omringd door bijen en een paar zwemmende vissen zouden beschamen. (31) Hij die van toewijding is, moet van binnenuit zijn hart een langere tijd, vol van devotie, mediteren op de veelvuldige blikken van medeleven van Zijn ogen, die het meest beangstigende van de drie vormen van ellende [door eigen toedoen, door anderen en door de materiële natuur veroorzaakt] verzachten en welke worden vergezeld door de overdaad van de volle genade van Zijn liefhebbende glimlachen. (32) De glimlach van de Heer doet de oceaan van tranen opdrogen van alle personen die zich voor Hem verbogen en de bogen van Zijn wenkbrauwen, hoogst begunstigend door Zijn innerlijk vermogen, zijn gemanifesteerd om, ter bescherming van alle wijzen, de bekoring van de God der Seksualiteit te zijn. (33) Gemakkelijk te mediteren is het overdadige lachen van Zijn lippen, die de pracht toont van Zijn kleine tanden die gelijk een rij jasmijnknoppen zijn. In het diepst van het hart moet men mediteren om de geest op Hem vast te leggen, vanwege de toewijding voor Vishnu verzonken in liefde voor Hem die daar verblijft, het niet wensend iets anders te zien.
(34) Van de zuivere liefde aldus door devotie ontwikkeld jegens Hari, de Allerhoogste Heer, is men in het smelten van zijn hart voortdurend aangedaan, waarbij de haren overeind staan van het extreme genoegen en er een stroom van tranen is uit intense liefde, op zo'n manier, dat met name het denken, alsof het aan de haak is geslagen, zich geleidelijk aan terugtrekt. (35) Vanaf het moment dat de geest zich in de bevrijde positie bevindt, wordt die terstond onverschillig en dooft hij uit in onthechting van de zinsobjecten; gelijk een vlam is de persoon met een dergelijke geest op dat ogenblik niet langer afgescheiden [van het 'grote vuur'] van de Superziel en geniet hij de verlossing vrij van de dynamiek van de geaardheden van de materiële natuur. (36) Zich bevindend in zijn uiteindelijke heerlijkheid door het stoppen van de op de materie reagerende geest, ziet hij hiertoe bovendien in het uitstijgen boven het geluk en het leed, dat zowaar de oorzaak van het plezier en de pijn ligt in de onwetendheid van het zich in ego valselijk identificeren, waarin hij aan zichzelf toeschreef wat nu wordt gerealiseerd als de vorm en de tijdmaat [de kâshthha] van de Superziel [het gelokaliseerd aspect van de Heer]. (37) En wat betreft het lichaam heeft de vervolmaakte ziel er geen notie van dat dat niet zou voortbestaan, er zou blijven of geboorte zou nemen omdat hij zijn voorbestemde ware identiteit bereikt heeft; zoals dat het geval is met iemand die beschonken verblind is en niet beseft of hij nu wel of geen kleren aan zijn lijf heeft. (38) Zo zijn er dan de activiteiten van het lichaam die, bestuurd door het Goddelijke, zich voortzetten voor de duur van hun geplande handelingen; omdat voorzeker dan het lichaam, tezamen met de zinnen en de bijproducten van de yoga, zich bevindt in de verzonkenheid waarvan hij, die ontwaakt is wat betreft zijn wezensstaat, dat lichaam als uit een droom voortgekomen niet als het zijne aanvaard. (39) Zo goed als een sterfelijk mens wordt begrepen als zijnde verschillend van de zoon en de weelde [die hij heeft] ondanks zijn natuurlijke voorliefde voor hen, verschilt dienovereenkomstig de persoon in zijn oorspronkelijke aard van zijn lichaam, zinnen, geest en dergelijke, ondanks zijn identificatie met hen. (40) Hoewel zowel door de vlammen, de vonken ervan of door de rook een vuur nauw met zichzelf is verbonden, verschilt het in de manier waarop het opvlamt. (41) De elementen, de zinnen, de geest en de primaire natuur [zie 3-26:10] van de individuele ziel, verschillen zo ook van de waarnemer, die de Allerhoogste Heer is die wordt gekend als de spirituele volkomenheid [brahman]. (42) De ziel in al het gemanifesteerde en al het gemanifesteerde in de ziel ziend, behoort men met een gelijke blik alles wat zich gemanifesteerd heeft te beschouwen als zijnde van dezelfde aard. (43) Zoals het ene van het vuur zich verschillend manifesteert in verschillende soorten hout, zo ook heeft de geestelijke ziel verschillende geboorten onder verschillende natuurlijke omstandigheden met haar positie in de materiële natuur. (44) Na aldus de moeilijk te overwinnen werking van oorzaak en gevolg van de eigen materiële energie te hebben overwonnen, blijft men dan in de bovenzinnelijke positie.'
Tweede Editie, geladen 8 augustus 2006
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
De Allerhoogste Heer zei: 'Ik zal u nu, o dochter van de koning, het oorspronkelijke van het yoga-systeem uiteenzetten, met de praktijk waarvan het denken voorzeker vervuld zal raken van vreugde en men het pad van de Absolute Waarheid zal bereiken.De Allerhoogste Heer zei: 'Ik zal u nu, o dochter van de koning, het oorspronkelijke van het yoga-systeem uiteenzetten, met de praktijk waarvan het denken voorzeker vervuld zal raken van vreugde en men het pad van de Absolute Waarheid zal bereiken. (Vedabase)
Men behoort met het zo goed mogelijk naleven van de eigen verplichtingen en het vermijden van verplichtingen die zijn bedoeld voor anderen, zijn leven te richten naar de voeten van de geestelijk leraar [de zelf-verwerkelijkte ziel] in tevredenheid over dat wat bereikt is.
Men behoort met het zo goed mogelijk naleven van de eigen verplichtingen en het vermijden van verplichtingen die zijn bedoeld voor anderen, zijn leven te richten naar de voeten van de geestelijk leraar [de zelf-verwerkelijkte ziel] in tevredenheid over dat wat bereikt is. (Vedabase)
Geweldloos, waarheidlievend en vrij van onrechtmatige toeëigening, slechts in bezit van zoveel als men nodig heeft, in celibaat en verzaking, rein en met het bestuderen van de Veda's, behoort men de Oorspronkelijke Persoonlijkheid te eren.
Met het ophouden met de gebruikelijke verplichtingen en in aantrekking tot de rechtgeaarde plichten der verlossing, weinig en zuiver etend, altijd in afzondering levend, is men dan op zijn gemak. (Vedabase)
In stilte met het goede van het standvastig zijn in de beheersing van yogahoudingen en de levensadem, zich geleidelijk terugtrekkend van de voorwerpen van de zintuigen, moet men zijn geest naar het hart richten.
Geweldloos, waarheidlievend en vrij van onrechtmatige toeëigening, slechts in bezit van zoveel als men nodig heeft, in celibaat en verzaking, rein en met het bestuderen van de Veda's, behoort men de Oorspronkelijke Persoonlijkheid te eren. (Vedabase)
In stilte met het goede van het standvastig zijn in de beheersing van yogahoudingen en de levensadem, zich geleidelijk terugtrekkend van de voorwerpen van de zintuigen, moet men zijn geest naar het hart richten.
In stilte met het goede van het standvastig zijn in de beheersing van yogahoudingen en de levensadem, zich geleidelijk terugtrekkend van de voorwerpen van de zintuigen, moet men zijn geest naar het hart richten. (Vedabase)
Met de levensadem gefixeerd in het eigen centrum, met een éénpuntige geest zich concentrerend op het reilen en zeilen van [de Heer van] Vaikunthha, is men door de ziel aldus verzonken [in samâdhi].
Met de levensadem gefixeerd in het eigen centrum, met een éénpuntige geest zich concentrerend op het reilen en zeilen van [de Heer van] Vaikunthha, is men door de ziel aldus verzonken [in samâdhi]. (Vedabase)
Bij deze en andere processen moet de besmette geest op het pad van het materieel genieten geleidelijk aan worden beheerst met intelligentie, daadwerkelijk alert zijnde in het fixeren van de ademhaling.
Bij deze en andere processen moet de besmette geest op het pad van het materieel genieten geleidelijk aan worden beheerst met intelligentie, daadwerkelijk alert zijnde in het fixeren van de ademhaling. (Vedabase)
Dit moet men doen nadat men plaats heeft genomen op een gewijde plek met het beoefenen van de yogahoudingen, aldaar het lichaam op een makkelijke manier overeind houdend.
Dit moet men doen nadat men plaats heeft genomen op een gewijde plek met het beoefenen van de yogahoudingen, aldaar het lichaam op een makkelijke manier overeind houdend. (Vedabase)
De instroom van de levensadem vrijmakend behoort men in te ademen, de adem vast te houden en weer uit te ademen of andersom, zodat het denken stabiel wordt en vrij van wisselingen.
De instroom van de levensadem vrijmakend behoort men in te ademen, de adem vast te houden en weer uit te ademen of andersom, zodat het denken stabiel wordt en vrij van wisselingen. (Vedabase)
De geest van de yogi in een dergelijke zelfbeheersing kan spoedig vrij zijn van verstoringen, precies zoals goud in het vuur met lucht aangewakkerd waarlijk snel gezuiverd raakt.
De geest van de yogî in een dergelijke zelfbeheersing kan spoedig vrij zijn van verstoringen, precies zoals goud in het vuur met lucht aangewakkerd waarlijk snel gezuiverd raakt. (Vedabase)
Door adembeheersing verdrijft men besmettingen, door zich naar binnen te keren neemt het nadenken over het materiële af, door het denken te concentreren komt men de zonde te boven en door meditatie rijst men uit boven de macht van de geaardheden der natuur.
Door adembeheersing verdrijft men besmettingen, door zich naar binnen te keren neemt het nadenken over het materiële af, door het denken te concentreren komt men de zonde te boven en door meditatie rijst men uit boven de macht van de geaardheden der natuur. (Vedabase)
Als het eigen denken gezuiverd is en beheerst wordt door de yogapraktijk, behoort men te mediteren op de Allerhoogste Heer Zijn gedaante en tijdmaat [een mechanische of een waterklok gefixeerd op het hoogste punt van de zon met de verdeling van de tijd overeenkomstig het Bhâgavatam], kijkend naar de punt van de neus.
Als het eigen denken gezuiverd is en beheerst wordt door de yogapraktijk, behoort men te mediteren op de Allerhoogste Heer Zijn gedaante en tijdmaat [een mechanische of een waterklok gefixeerd op het hoogste punt van de zon met de verdeling van de tijd overeenkomstig het Bhâgavatam], kijkend naar de punt van de neus. (Vedabase)
Zijn knots, schelphoorn en werpschijf dragend, met roodachtige ogen die eruitzien als de binnenkant van een lotus en een donkere huidskleur gelijk de bloembladen van een blauwe lotus, heeft Hij een opgewekte lotusgelijke gelaatsuitdrukking.
Zijn knots, schelphoorn en werpschijf dragend, met roodachtige ogen die eruitzien als de binnenkant van een lotus en een donkere huidskleur gelijk de bloembladen van een blauwe lotus, heeft Hij een opgewekte lotusgelijke gelaatsuitdrukking. (Vedabase)
Met gele zijden kleding die eruitziet als de meeldraden van een lotus, draagt hij het S'rîvatsa-teken [een paar witte haren] op Zijn borst, en draagt Hij het schitterende Kaustubha-juweel om Zijn nek.
Met gele zijden kleding die eruitziet als de meeldraden van een lotus, draagt hij het S'rîvatsa-teken [een paar witte haren] op Zijn borst, en draagt Hij het schitterende Kaustubha-juweel om Zijn nek. (Vedabase)
Er is een slinger van woudbloemen zoemend van de dronken hommels, een halsketting van onschatbare waarde, zowel als armbanden, een kroon, polsbanden, enkelbanden en een gordel van de fijnste kwaliteit om Zijn middel; Hij die zetelt in de lotus van het hart is hoogst bekoorlijk om te zien, sereen voor de geest en een lust voor het oog.
Er is een slinger van woudbloemen zoemend van de dronken hommels, een halsketting van onschatbare waarde, zowel als armbanden, een kroon, polsbanden, enkelbanden en een gordel van de fijnste kwaliteit om Zijn middel; Hij die zetelt in de lotus van het hart is hoogst bekoorlijk om te zien, sereen voor de geest en een lust voor het oog. (Vedabase)
Voor de mensen van overal is Hij altijd zeer mooi en aanbiddelijk in de bloei van de jeugd van een jongen, begerig Zijn zegen uit te spreken over degene die offers brengt.
Voor de mensen van overal is Hij altijd zeer mooi en aanbiddelijk in de bloei van de jeugd van een jongen, begerig Zijn zegen uit te spreken over degene die offers brengt. (Vedabase)
Men moet mediteren op alle delen van de Godheid, de glorie versterkend door de verzen van de toegewijden over Zijn grootheid te zingen, tot de geest het opgeeft af te dwalen.
Men moet mediteren op alle delen van de Godheid, de glorie versterkend door de verzen van de toegewijden over Zijn grootheid te zingen, tot de geest het opgeeft af te dwalen. (Vedabase)
Men behoort in zijn denken uit te zien naar de zuivere aard van de tijd dat men staat, zich rondbeweegt, neerzit en zich te ruste legt met de wonderschone Heer die verblijft in het hart.
Men behoort in zijn denken uit te zien naar de zuivere aard van de tijd dat men staat, zich rondbeweegt, neerzit en zich te ruste legt met de wonderschone Heer die verblijft in het hart. (Vedabase)
Met het denken gefixeerd op de gedaante waarbij men zich heeft vergewist van al de ledematen in de concentratie, moet hij die zich zo bezint, acht slaan op ieder afzonderlijk onderdeel van de Heer.
Met het denken gefixeerd op de gedaante waarbij men zich heeft vergewist van al de ledematen in de concentratie, moet hij die zich zo bezint, acht slaan op ieder afzonderlijk onderdeel van de Heer. (Vedabase)
Men moet aandacht besteden aan de lotusvoeten van de Heer die versierd zijn met de merktekens van de bliksemschicht, de drijfstok voor olifanten, de banier en de lotus en zich bewust zijn van het in het oog springen van de schittering van Zijn rode nagels die de pracht kennen van de sikkel van de maan welke de hechte duisternis van het hart verdreef.
Men moet aandacht besteden aan de lotusvoeten van de Heer die versierd zijn met de merktekens van de bliksemschicht, de drijfstok voor olifanten, de banier en de lotus en zich bewust zijn van de in het oog springende schittering van Zijn rode nagels die de pracht kennen van de sikkel van de maan welke de hechte duisternis van het hart verdreef. (Vedabase)
Van het water van de Ganges dat van Zijn voeten wegstroomt, is het heilige geboren op het hoofd van S'iva, dat van de mediterende het gunstige werd dat als een bliksemschicht werd uitgeworpen naar zijn berg van zonde; voor een lange tijd behoort men zo te mediteren op de Heer Zijn voeten.
Van het water van de Ganges dat van Zijn voeten wegstroomt, is het heilige geboren op het hoofd van S'iva, dat van de mediterende het gunstige werd dat als een bliksemschicht werd uitgeworpen naar zijn berg van zonde; voor een lange tijd behoort men zo te mediteren op de Heer Zijn voeten. (Vedabase)
Tot Zijn knieën moet men mediteren op de Godin van het Fortuin, Lakshmî, de lotus-ogige moeder van het gehele universum van Brahmâ die door alle goddelijken wordt aanbeden en die met haar zorgzame vingers de onderbenen masseert van de Almachtige Heer transcendentaal aan het materieel bestaan.
Tot Zijn knieën moet men mediteren op de Godin van het Fortuin, Laksmî, de lotus-ogige moeder van het gehele universum van Brahmâ die door alle goddelijken wordt aanbeden en die met haar zorgzame vingers de onderbenen van de Almachtige Heer masseert die is ontstegen aan het materieel bestaan. (Vedabase)
Eveneens moet men dan mediteren op Zijn twee benen staande op de schouders van Garuda waar alle energie in huist en die zich naar beneden uitstrekken met de luister van de [blauw-witte] lijnzaadbloem, zowel als op de ronding van Zijn heupen in de uitgelezen gele stof, met de gordel daar omheen.
Eveneens moet men dan mediteren op Zijn twee dijen, die op de schouders van Garuda staan, waar alle energie in huist zich naar beneden uitstrekkend met de luister van de [blauw-witte] lijnzaadbloem, zowel als op de ronding van Zijn heupen in de uitgelezen gele stof, met de gordel daar omheen. (Vedabase)
Dan mediteert men op de uitgestrektheid van Zijn navel, welke de bestaansgrond vormt van al de werelden zich bevindend in Zijn onderbuik, van waaruit de lotus ontsprong die de verblijfplaats is van de zelfgeborene [Brahmâ] die alle bestaande planetenstelsels omvat. Men moet mediteren op het meest delicate van de twee tepels van de Heer die als smaragden zijn in het witte licht van de paarlen van Zijn halssnoer.
Dan mediteert men op de uitgestrektheid van Zijn navel, welke de bestaansgrond vormt van al de werelden zich bevindend in Zijn onderbuik, van waaruit de lotus ontsprong die de verblijfplaats is van de zelfgeborene [Brahmâ] die alle bestaande planetenstelsels omvat. Men moet mediteren op het meest delicate van de twee tepels van de Heer die als smaragden zijn in het witte licht van de paarlen van Zijn halssnoer. (Vedabase)
De borst van de Heer der Wijsheid waar Mahâ-Lakshmî haar verblijf heeft, vergunt de geest en ogen der mensen al het bovenzinnelijk genoegen. Men moet in zijn denken ook mediteren op de hals van degene die door het hele universum wordt bewonderd, welke de schoonheid verhoogt van het Kaustubha juweel.
De borst van de Heer der Wijsheid waar Mahâ-Lakshmî haar verblijf heeft, vergunt de geest en ogen der mensen al het bovenzinnelijk genoegen. Men moet in zijn denken ook mediteren op de hals van degene die door het hele universum wordt bewonderd, welke de schoonheid verhoogt van het Kaustubha juweel. (Vedabase)
Op de armen met hun opsmuk die gepolijst is door het ronddraaien van de berg Mandara en waar de heersers van het universum hun oorsprong vinden, behoort men eveneens te mediteren als ook op de oogverblindende schittering van de Sudarshana werpschijf [met zijn duizend spaken] en de zwaangelijke schelphoorn in de lotushand van de Heer.
Op de armen met hun opsmuk die gepolijst is door het ronddraaien van de Berg Mandara, waar de heersers van het universum vandaan komen, behoort men eveneens te mediteren als ook op de oogverblindende schittering van de Sudarshana werpschijf en de zwaangelijke schelphoorn in de lotushand van de Heer. (Vedabase)
Men moet zich de strijdknots van de Allerhoogste Heer heugen, die de naam Kaumodakî draagt en Hem zeer dierbaar is, besmeurd als Hij is met het bloed van de soldaten van de vijand; de bloemslinger die gonst van het gezoem van de hommels eromheen, en het halssnoer van parels om Zijn nek dat het principe vertegenwoordigt van het zuivere levende wezen [de toegewijde].
Men moet zich de strijdknots van de Allerhoogste Heer heugen, die de naam Kaumodakî draagt en Hem zeer dierbaar is, besmeurd als Hij is met het bloed van de soldaten van de vijand; de bloemslinger die gonst van het gezoem van de hommels eromheen, en het halssnoer van parels om Zijn nek dat het principe vertegenwoordigt van het zuivere levende wezen [de toegewijde]. (Vedabase)
Men moet mediteren op het lotusgelijke voorkomen van de Opperheer dat staat voor de verschillende gedaanten die Hij aannam in deze wereld uit mededogen voor de toegewijden en op de glinsterende krokodilvormige oorhangers die weerspiegelend Zijn vooruitstekende neus en Zijn wangen kristalhelder belichten.
Men moet mediteren op het lotusgelijke voorkomen van de Opperheer dat staat voor de verschillende gedaanten die Hij aannam in deze wereld uit mededogen voor de toegewijden en op de glinsterende krokodilvormige oorhangers die weerspiegelend Zijn vooruitstekende neus en Zijn wangen kristalhelder belichten. (Vedabase)
Vervolgens mediteert men aandachtig met het geestesoog gericht op de gratie van Zijn gezicht dat opgesierd is met veel krullend haar, Zijn lotusogen en dansende wenkbrauwen, die een lotus omringd door bijen en een paar zwemmende vissen zouden beschamen.
Vervolgens mediteert men aandachtig met het geestesoog gericht op de gratie van Zijn gezicht dat opgesierd is met veel krullend haar, Zijn lotusogen en dansende wenkbrauwen, die een lotus omringd door bijen en een paar zwemmende vissen zouden beschamen. (Vedabase)
Hij die van toewijding is, moet van binnenuit zijn hart een langere tijd, vol van devotie, mediteren op de veelvuldige blikken van medeleven van Zijn ogen, die het meest beangstigende van de drie vormen van ellende [door eigen toedoen, door anderen en door de materiële natuur veroorzaakt] verzachten en welke worden vergezeld door de overdaad van de volle genade van Zijn liefhebbende glimlachen.
Hij die van toewijding is, moet van binnenuit zijn hart een langere tijd, vol van devotie, mediteren op de veelvuldige blikken van medeleven van Zijn ogen, die het meest beangstigende van de drie vormen van ellende [door eigen toedoen, door anderen en door de materiële natuur veroorzaakt] verzachten en welke worden vergezeld door de overdaad van de volle genade van Zijn liefhebbende glimlachen. (Vedabase)
De glimlach van de Heer doet de oceaan van tranen opdrogen van alle personen die zich voor Hem verbogen en de bogen van Zijn wenkbrauwen, hoogst begunstigend door Zijn innerlijk vermogen, zijn gemanifesteerd om, ter bescherming van alle wijzen, de bekoring van de God der Seksualiteit te zijn.
De glimlach van de Heer doet de oceaan van tranen opdrogen van alle personen die zich voor Hem verbogen en de bogen van Zijn wenkbrauwen, hoogst begunstigend door Zijn innerlijk vermogen, zijn gemanifesteerd om, ter bescherming van alle wijzen, de bekoring van de God der Sexualiteit te zijn. (Vedabase)
Gemakkelijk te mediteren is het overdadige lachen van Zijn lippen, die de pracht toont van Zijn kleine tanden die gelijk een rij jasmijnknoppen zijn. In het diepst van het hart moet men mediteren om de geest op Hem vast te leggen, vanwege de toewijding voor Vishnu verzonken in liefde voor Hem die daar verblijft, het niet wensend iets anders te zien.
Gemakkelijk te mediteren is het overdadige lachen van Zijn lippen, die de pracht toont van Zijn kleine tanden die gelijk een rij jasmijnknoppen zijn. In het diepst van het hart moet men mediteren om de geest op Hem vast te leggen, verzonken in liefde voor Hij die daar verblijft vanwege de toewijding voor Vishnu, het niet wensend iets anders te zien. (Vedabase)
Van de zuivere liefde aldus door devotie ontwikkeld jegens Hari, de Allerhoogste Heer, is men in het smelten van zijn hart voortdurend aangedaan, waarbij de haren overeind staan van het extreme genoegen en er een stroom van tranen is uit intense liefde, op zo'n manier, dat met name het denken, alsof het aan de haak is geslagen, zich geleidelijk aan terugtrekt.
Van de zuivere liefde aldus door devotie ontwikkeld jegens Hari, de Allerhoogste Heer, is men in het smelten van zijn hart voortdurend aangedaan, waarbij de haren overeind staan van het extreme genoegen en er een stroom van tranen is uit intense liefde, op zo'n manier, dat met name het denken, alsof het aan de haak is geslagen, zich geleidelijk aan terugtrekt. (Vedabase)
Vanaf het moment dat de geest zich in de bevrijde positie bevind, wordt die terstond onverschillig en dooft hij uit in onthechting van de zinsobjecten; gelijk een vlam is de persoon met een dergelijke geest op dat ogenblik niet langer afgescheiden [van het 'grote vuur'] van de Superziel en geniet hij de verlossing vrij van de dynamiek van de geaardheden van de materiële natuur.
Vanaf het moment dat de geest zich in de bevrijde positie bevindt, wordt die terstond onverschillig en dooft hij uit in onthechting van de zinsobjecten; gelijk een vlam is de persoon met een dergelijke geest op dat ogenblik niet langer afgescheiden [van het 'grote vuur'] van de Superziel en geniet hij de verlossing vrij van de dynamiek van de geaardheden van de materiële natuur. (Vedabase)
Zich bevindend in zijn uiteindelijke heerlijkheid door het stoppen van de op de materie reagerende geest, ziet hij hiertoe bovendien in het uitstijgen boven het geluk en het leed, dat zowaar de oorzaak van het plezier en de pijn ligt in de onwetendheid van het zich in ego valselijk identificeren, waarin hij aan zichzelf toeschreef wat nu wordt gerealiseerd als de vorm en de tijdmaat [de kâshthha] van de Superziel [het gelokaliseerd aspect van de Heer].
Zich bevindend in zijn uiteindelijke heerlijkheid door het stoppen van de op de materie reagerende geest, ziet hij hiertoe bovendien in het uitstijgen boven het geluk en het leed, dat zowaar de oorzaak van het plezier en de pijn ligt in de onwetendheid van het zich in ego valselijk identificeren, waarin hij aan zichzelf toeschreef wat nu wordt gerealiseerd als de vorm en de tijdmaat [de kastha]van de Superziel [het gelokaliseerd aspekt van de Heer]. (Vedabase)
En wat betreft het lichaam heeft de vervolmaakte ziel er geen notie van dat dat niet zou voortbestaan, er zou blijven of geboorte zou nemen omdat hij zijn voorbestemde ware identiteit bereikt heeft; zoals het geval is met iemand die beschonken verblind is en niet beseft of hij nu wel of geen kleren aan zijn lijf heeft.
En wat betreft het lichaam heeft de vervolmaakte ziel er geen notie van dat dat niet zou voortbestaan, er zou blijven of geboorte zou nemen omdat hij zijn voorbestemde ware identiteit bereikt heeft; zoals dat het geval is met iemand die beschonken verblind is en niet beseft of hij nu wel of geen kleren aan zijn lijf heeft. (Vedabase)
Zo zijn er dan de activiteiten van het lichaam die, bestuurd door het Goddelijke, zich voortzetten voor de duur van hun geplande handelingen; omdat voorzeker dan het lichaam, tezamen met de zinnen en de bijproducten van de yoga, zich bevindt in de verzonkenheid waarvan hij, die ontwaakt is wat betreft zijn wezensstaat, dat lichaam als uit een droom voortgekomen niet als het zijne aanvaard.
Zo zijn daar dan de aktiviteiten van het lichaam, bestuurd door het Goddelijke, die zich voortzetten voor de duur van hun geplande handelingen; omdat voorzeker dan het lichaam, tezamen met de zinnen en de bijprodukten van de yoga, zich bevindt in de verzonkenheid waarvan hij, dat lichaam als uit een droom voortgekomen, niet als het zijne aanvaard, ontwaakt als hij is wat betreft zijn wezensstaat. (Vedabase)
Zo goed als een sterfelijk mens wordt begrepen als zijnde verschillend van de zoon en de weelde [die hij heeft] ondanks zijn natuurlijke voorliefde voor hen, verschilt dienovereenkomstig de persoon in zijn oorspronkelijke aard van zijn lichaam, zinnen, geest en dergelijke, ondanks zijn identificatie met hen.
Op de manier waarop door de genegenheid voor een zoon en door weelde een sterfelijk mens zelfs wat zichzelf betreft wordt begrepen als zijnde verschillend, zo verschilt dienovereenkomstig de oorspronkelijke persoon van zijn fysieke belang. (Vedabase)
Hoewel zowel door de vlammen, de vonken ervan of door de rook een vuur nauw met zichzelf is verbonden, verschilt het in de manier waarop het opvlamt.
Hoewel zowel door de vlammen, de vonken ervan of door de rook een vuur nauw met zichzelf is verbonden, verschilt het in de manier waarop het opvlamt. (Vedabase)
De elementen, de zinnen, de geest en de primaire natuur [zie 3-26:10] van de individuele ziel, verschillen zo ook van de waarnemer, die de Allerhoogste Heer is die wordt gekend als de spirituele volkomenheid [brahman].
De elementen, de zinnen, de geest en de primaire natuur [zie 3-26:10] van de individuele ziel, verschillen zo ook van de waarnemer, de Allerhoogste Heer die gekend wordt als de spirituele volkomenheid [Brahman]. (Vedabase)
De ziel in al het gemanifesteerde en al het gemanifesteerde in de ziel ziend, behoort men met een gelijke blik alles wat zich gemanifesteerd heeft te beschouwen als zijnde van dezelfde aard.
De ziel in al het gemanifesteerde en al het gemanifesteerde in de ziel ziend, behoort men met een gelijke blik alles wat zich heeft vertoond te beschouwen als zijnde van dezelfde aard. (Vedabase)
Zoals het ene van het vuur zich verschillend manifesteert in verschillende soorten hout, zo ook heeft de geestelijke ziel verschillende geboorten onder verschillende natuurlijke omstandigheden met haar positie in de materiële natuur.
Zoals het ene van het vuur zich verschillend manifesteert in verschillende soorten hout, zo ook heeft de geestelijke ziel verschillende geboorten onder verschillende natuurlijke omstandigheden met haar positie in de materiële natuur. (Vedabase)
Na aldus de moeilijk te overwinnen werking van oorzaak en gevolg van de eigen materiële energie te hebben overwonnen, blijft men dan in de bovenzinnelijke positie.'
Na aldus de moeilijk te overwinnen werking van oorzaak en gevolg van de eigen materiële energie te hebben overwonnen, blijft men dan in de bovenzinnelijke positie. (Vedabase)
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de S'rîmad
Bhâgavatam linkspagina.
De afbeelding is een klassiek schilderij van S'rî
Nârâyana met Lakshmî en Brahmâ.
Artiest onbekend.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties