
BronTeksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands
beschikbaar):
Mârkandeya
Rishi Sees the Illusory Potency of the Lord
Tekst
1:
S'rî
Sûta zei: "De Allerhoogste Heer Nârâyana, de
vriend van Nara, op deze manier door Mârkandeya, de
intelligente wijze, naar behoren gerespecteerd, sprak voldaan
tot de eminente navolger van Bhrigu.
Sûta
Gosvâmî said: The Supreme Lord
Nârâyana, the friend of Nara, was satisfied by
the proper glorification offered by the intelligent sage
Mârkandeya. Thus the Lord addressed that excellent
descendant of Bhrigu.
Tekst
2:
De Opperheer
zei: 'O genoegen van Mij, u, volmaakt in uw concentratie op de
ziel, bent de beste van alle brahmaanse zieners; niet afwijkend
in uw toegewijde dienst, verzakingen, recitaties en
concentratie bent u gericht op Mij.
The
Supreme Personality of Godhead said: My dear
Mârkandeya, you are indeed the best of all learned
brâhmanas. You have perfected your life by practicing
fixed meditation upon the Supreme Soul, as well as by
focusing upon Me your undeviating devotional service, your
austerities, your study of the Vedas and your strict
adherence to regulative principles.
Tekst
3
We zijn geheel
tevreden gesteld door u met uw vasthouden aan de gelofte van
een levenslang celibaat; alstublieft doe een wens naar uw
keuze, want Ik ben de Verlener van Alle Zegeningen die u het
beste wenst'.
We
are perfectly satisfied with your practice of lifelong
celibacy. Please choose whatever benediction you desire,
since I can grant your wish. May you enjoy all good
fortune.
Tekst
4
De
achtenswaardige rishi zei: 'U, o Heer der Heerscharen, o
Onfeilbare, bent zegerijk als de Verdrijver van Al het Leed van
de Overgegevene en aan zoveel als de zegening van het hebben
mogen aanschouwen van Uw goede Zelf hebben we genoeg.
The
sage said: O Lord of lords, all glories to You! O Lord
Acyuta, You remove all distress for the devotees who
surrender unto You. That you have allowed me to see You is
all the benediction I want.
Tekst
5
Brahmâ en
anderen met een geest gerijpt in de yoga ontvingen allen het
zicht op Uw alvermogende lotusvoeten en Hij, U Zelf, bent nu
waarneembaar voor onze ogen.
Such
demigods as Lord Brahmâ achieved their exalted
positions simply by seeing Your beautiful lotus feet after
their minds had become mature in yoga practice. And now, my
Lord, You have personally appeared before me.
Tekst
6
Niettemin
verlang ik, o Kroonjuweel van de Roem met de Lotusogen, het om
getuige te zijn van uw bedrieglijk vermogen waarmee de ganse
wereld tezamen met haar leiders de materiële
differentiatie van het Absolute voor ogen heeft.'
[vergelijk B.G. 11:
3-4]
O
lotus-eyed Lord, O crest jewel of renowned personalities,
although I am satisfied simply by seeing You, I do wish to
see Your illusory potency, by whose influence the entire
world, together with its ruling demigods, considers reality
to be materially variegated.
Tekst
7
Sûta zei:
'In deze bewoordingen door de rishi verheerlijkt zei Hij, de
Opperheer, tot Zijn tevredenheid aanbeden glimlachend, 'Zo zij
het', waarop de Beheerser naar Badarikâs'rama vertrok.
Sûta
Gosvâmî said: O wise S'aunaka, thus satisfied by
Mârkandeya's praise and worship, the Supreme
Personality of Godhead, smiling, replied, "So be it," and
then departed for His hermitage at
Badarikâs'rama.
Tekst
8-9
De rishi die
aldus aan dat doel denkend zich enkel in zijn eigen hermitage
ophield, mediteerde in iedere omstandigheid op de Heer met al
de dingen die hij had - het vuur, de zon, de maan, het water,
de aarde, de wind, de bliksem zowel als zijn eigen hart - en
aldus van aanbidding vergat hij soms zijn eerbewijzen als hij
was verzonken in de vloed van de zuivere liefde van God
[prema].
Thinking
always of his desire to see the Lord's illusory energy, the
sage remained in his âs'rama, meditating constantly
upon the Lord within fire, the sun, the moon, water, the
earth, air, lightning and his own heart and worshiping Him
with paraphernalia conceived in his mind. But sometimes,
overwhelmed by waves of love for the Lord, Mârkandeya
would forget to perform his regular worship.
Tekst
10
Toen de wijze
op een dag, o beste van Bhrigu, met zijn avondritueel bezig was
op de oever van de Pushpabhadrâ, o brahmaan, stak er een
hevige wind op.
O
brâhmana S'aunaka, best of the Bhrigus, one day while
Mârkandeya was performing his evening worship on the
bank of the Pushpabhadrâ, a great wind suddenly
arose.
Tekst
11
Die gaf een
verschrikkelijk rumoer gevolgd door het verschijnen van
dreigende wolken zo compact als wagenwielen die luid rommelend
met blikseminslagen de regen overal in bakken deed neerstromen.
That
wind created a terrible sound and brought in its wake
fearsome clouds that were accompanied by lightning and
roaring thunder and that poured down on all sides torrents
of rain as heavy as wagon wheels.
Tekst
12
Toen verschenen
er van alle kanten de vier oceanen die de oppervlakte van de
aarde in bezit namen met door de wind hoog opgestuwde golven
waarin, gepaard met onheilspellende geluiden, zich
angstwekkende draaikolken en verschrikkelijke zeemonsters
bevonden.
Then
the four great oceans appeared on all sides, swallowing up
the surface of the earth with their wind-tossed waves. In
these oceans were terrible sea monsters, fearful whirlpools
and ominous rumblings.
Tekst
13
Onthutst werd
de wijze bang toen hij zag hoe de aarde onderstroomde en al de
vier soorten bewoners van het universum [uit vocht, zaad,
embryo's en eieren], met inbegrip van hemzelf, innerlijk en
van buiten in hoge nood verkeerden door het water dat hoger dan
de hemel steeg, de felle winden en de
bliksemschichten.
The
sage saw all the inhabitants of the universe, including
himself, tormented within and without by the harsh winds,
the bolts of lightning, and the great waves rising beyond
the sky. As the whole earth flooded, he grew perplexed and
fearful.
Tekst
14
Terwijl hij
toekeek werden van de grote oceaan de wateren die aanzwollen
door de regen uit de wolken die de ganse aarde met zijn
continenten, eilanden en bergen overdekten, door orkanen tot
kolken gebracht met angstwekkende golven.
Even
as Mârkandeya looked on, the rain pouring down from
the clouds filled the ocean more and more until that great
sea, its waters violently whipped into terrifying waves by
hurricanes, covered up all the earth's islands, mountains
and continents.
Tekst
15
Met de drie
werelden, de aarde, de ruimte, de hemellichamen en hemelse
oorden van alle kanten overstroomd, zwierf de wijze, als de
enige die was overgebleven, rond als was hij een persoon blind
en zonder verstand, met zijn samengeklitte haar in wanorde.
The
water inundated the earth, outer space, heaven and the
celestial region. Indeed, the entire expanse of the universe
was flooded in all directions, and out of all its
inhabitants only Mârkandeya remained. His matted hair
scattered, the great sage wandered about alone in the water
as if dumb and blind.
Tekst
16
In de greep van
de honger en de dorst, aangevallen door monsterachtige
krokodillen en walvis-eters en geplaagd door de winden doolde
hij, gekweld door de golven, en overmand door vermoeidheid niet
meer wetend in welke richting van de hemel of de aarde hij zich
begaf, door het eindeloze duister waarin hij was beland.
Tormented
by hunger and thirst, attacked by monstrous makaras and
timingila fish and battered by the wind and waves, he moved
aimlessly through the infinite darkness into which he had
fallen. As he grew increasingly exhausted, he lost all sense
of direction and could not tell the sky from the
earth.
Tekst
17-18
Soms
verdrinkend in een grote draaikolk en dan weer gegeseld door de
golven dreigde hij somtijds te worden verslonden door de
monsters die dan weer elkaar aanvielen, en ervoer hij in nood
soms hoe hij ziek was en pijn leed met depressies bij
gelegenheid en hij op andere ogenblikken verbijsterd was,
ellendig was, een gelukkig moment had of doodsangsten
uitstond.
At
times he was engulfed by the great whirlpools, sometimes he
was beaten by the mighty waves, and at other times the
aquatic monsters threatened to devour him as they attacked
one another. Sometimes he felt lamentation, bewilderment,
misery, happiness or fear, and at other times he experienced
such terrible illness and pain that he felt himself
dying.
Tekst
19
Talloze en
talloze, honderden en duizenden jaren verstreken dat hij met
zijn geest in beslag genomen ronddoolde in die
mâyâ, die begoochelende materiële energie van
Vishnu.
Countless
millions of years passed as Mârkandeya wandered about
in that deluge, his mind bewildered by the illusory energy
of Lord Vishnu, the Supreme Personality of Godhead.
Tekst
20
Op een keer,
toen hij daar zo rondzwierf, zag de tweemaal geborene op een
hoger gelegen stukje aarde een jonge banyanboom prachtig met
vruchten en bloesems.
Once,
while wandering in the water, the brâhmana
Mârkandeya discovered a small island, upon which stood
a young banyan tree bearing blossoms and fruits.
Tekst
21
Op een tak van
die boom in de richting van het noordoosten zag hij bovendien
een baby jongetje liggen in de vouw van een blad dat de
duisternis met zijn uitstraling opslokte [zie ook
3.33:
4].
Upon
a branch of the northeast portion of that tree he saw an
infant boy lying within a leaf. The child's effulgence was
swallowing up the darkness.
Tekst
22-25
Verbaasd dronk
die koning onder de geleerden met zijn ogen de aanblik in van
Zijn huidskleur zo donkerblauw als een geweldige edelsteen,
Zijn mooie lotusgezichtje, Zijn als een schelphoorn gestreepte
nek, Zijn brede borst, fijne neusje en prachtige wenkbrauwtjes;
Zijn mooie haartjes die meetrilden met Zijn ademhaling, Zijn
fraaie schelpvormige oortjes die op de bloemen van een
granaatappel leken, Zijn lippen van koraal die met hun gloed
Zijn nectargelijke glimlach ietwat rood kleurden; Zijn
aangezicht met een bekoorlijke glimlach met Zijn ooghoeken zo
roze als de werveling van een lotus, de door Zijn ademen
bewogen plooien in Zijn buikje ingedeukt door de op een generfd
blad lijkende diepe navel, en ... zag hij hoe het kindje met de
genadige vingertjes van Zijn twee handjes een van Zijn
lotusvoetjes beetgreep en die in Zijn mondje stak
[*].
shone
with a wealth of beauty, and His throat bore marks like the
lines on a conchshell. He had a broad chest, a finely shaped
nose, beautiful eyebrows, and lovely ears that resembled
pomegranate flowers and that had inner folds like a
conchshell's spirals. The corners of His eyes were reddish
like the whorl of a lotus, and the effulgence of His
coral-like lips slightly reddened the nectarean, enchanting
smile on His face. As He breathed, His splendid hair
trembled and His deep navel became distorted by the moving
folds of skin on His abdomen, which resembled a banyan leaf.
The exalted brâhmana watched with amazement as the
infant took hold of one of His lotus feet with His graceful
fingers, placed a toe within His mouth and began to
suck.
Tekst
26
Toen hij het
zag was zijn matheid bij toverslag verdwenen en spreidden zich
uit vreugde de lotus van zijn hart en zijn lotusogen wijd open.
Verward over de identiteit van de wonderlijke verschijning
naderde hij met zijn haren recht overeind, het kindje recht van
voren om navraag te doen.
As
Mârkandeya beheld the child, all his weariness
vanished. Indeed, so great was his pleasure that the lotus
of his heart, along with his lotus eyes, fully blossomed and
the hairs on his body stood on end. Confused as to the
identity of the wonderful infant, the sage approached
Him.
Tekst
27
Juist op dat
moment werd met het ademen van de baby de man van Bhrigu als
een mug in Zijn lichaam gezogen en stond hij stomverbaasd
versteld toen hij vanuit die positie het ganse universum zag
zoals het voorheen was geweest.
Just
then the child inhaled, drawing Mârkandeya within His
body like a mosquito. There the sage found the entire
universe arrayed as it had been before its dissolution.
Seeing this, Mârkandeya was most astonished and
perplexed.
Tekst
28-29
Hij aanschouwde
het ganse uitspansel van al de sterren, de bergen en de
oceanen, en de richtingen van de grote eilanden en de
continenten; hij zag de verlichte en onverlichte zielen, de
bossen, de landen, de rivieren, steden en mijnen; de
boerengehuchten, de weilanden en de verschillende bezigheden
van de varnâs'rama
samenleving. Hij aanschouwde de basiselementen van de natuur en
al hun grofstoffelijke manifestaties, als ook de Tijd zelve van
de verschillende yuga's
en kalpa's
en elk ander materieel voorwerp van nut in het universum dat,
als was het echt, was gemanifesteerd.
The
sage saw the entire universe: the sky, heavens and earth,
the stars, mountains, oceans, great islands and continents,
the expanses in every direction, the saintly and demoniac
living beings, the forests, countries, rivers, cities and
mines, the agricultural villages and cow pastures, and the
occupational and spiritual activities of the various social
divisions. He also saw the basic elements of creation along
with all their by-products, as well as time itself, which
regulates the progression of countless ages within the days
of Brahmâ. In addition, he saw everything else created
for use in material life. All this he saw manifested before
him as if it were real.
Tekst
30
Toen hij van
het universum de Himâlaya's bekeek, de
Pushpabhadrâ-rivier en zijn hermitage waar hij de rishi's
had ontmoet [Nara en Nârâyana], werd hij
met het ademen van de baby opnieuw naar buiten geworpen om
terug te vallen in de oceaan der vernietiging.
He
saw before him the Himâlaya Mountains, the
Pushpabhadrâ River, and his own hermitage, where he
had had the audience of the sages Nara-Nârâyana.
Then, as Mârkandeya beheld the entire universe, the
infant exhaled, expelling the sage from His body and casting
him back into the ocean of dissolution.
Tekst
31-32
Op het hogere
stuk grond in het water waar de banyan groeide, was er daar,
liggend in de vouw van zijn blad, het kind weer, dat met een
nectargelijke blik vol liefde hem aankeek vanuit Zijn
ooghoeken. Met het via zijn ogen plaatsen van die baby in zijn
hart rende hij hogelijkst opgewonden om de Heer van het
Voorbije in zijn armen te sluiten.
In
that vast sea he again saw the banyan tree growing on the
tiny island and the infant boy lying within the leaf. The
child glanced at him from the corner of His eyes with a
smile imbued with the nectar of love, and Mârkandeya
took Him into his heart through his eyes. Greatly agitated,
the sage ran to embrace the transcendental Personality of
Godhead.
Tekst
33
Op dat ogenblik
werd Hij, de Allerhoogste Heer, die rechtstreeks de
Oorspronkelijke van de Yoga is verborgen in het hart van alle
levende wezens, plotsklaps onzichtbaar voor de rishi, op
dezelfde manier als dat wat een incompetente persoon heeft
vervaardigd er plotseling in faalt van dienst te
zijn.
At
that moment the Supreme Personality of Godhead, who is the
original master of all mysticism and who is hidden within
everyone's heart, became invisible to the sage, just as the
achievements of an incompetent person can suddenly
vanish.
Tekst
34
O brahmaan, Hem
volgend verdwenen daarop de banyan en de wateren der
vernietiging van de wereld, en trof hij zichzelf het volgende
moment, als voorheen, recht voor zijn eigen âs'rama
aan."
After
the Lord disappeared, O brâhmana, the banyan tree, the
great water and the dissolution of the universe all vanished
as well, and in an instant Mârkandeya found himself
back in his own hermitage, just as before.
*
Het kindje dat Zijn voetje in Zijn mondje stak werd door
S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî Thhâkura
geïnterpreteerd als zijnde de Heer die zegt, 'zie hoe
lieflijk mijn voeten zijn naar de smaak van de
toegewijde'.
