regelbalk

 

Jaya Râdhâ Mâdhava 1

 

 
 

 

Canto 12

 

Hoofdstuk 9

 

Mârkandeya Wordt de Heer Zijn Begoochelend Vermogen Getoond

(1) S'rî Sûta zei: "De Allerhoogste Heer Nârâyana, de vriend van Nara, op deze manier door Mârkandeya, de intelligente wijze, naar behoren gerespecteerd, sprak voldaan tot de eminente navolger van Bhrigu. (2) De Opperheer zei: 'O genoegen van Mij, u, volmaakt in uw concentratie op de ziel, bent de beste van alle brahmaanse zieners; niet afwijkend in uw toegewijde dienst, verzakingen, recitaties en concentratie bent u gericht op Mij. (3) We zijn geheel tevreden gesteld door u met uw vasthouden aan de gelofte van een levenslang celibaat; alstublieft doe een wens naar uw keuze, want Ik ben de Verlener van Alle Zegeningen die u het beste wenst'.

(4) De achtenswaardige rishi zei: 'U, o Heer der Heerscharen, o Onfeilbare, bent zegerijk als de Verdrijver van Al het Leed van de Overgegevene en aan zoveel als de zegening van het hebben mogen aanschouwen van Uw goede Zelf hebben we genoeg. (5) Brahmâ en anderen met een geest gerijpt in de yoga ontvingen allen het zicht op Uw alvermogende lotusvoeten en Hij, U Zelf, bent nu waarneembaar voor onze ogen. (6) Niettemin verlang ik, o Kroonjuweel van de Roem met de Lotusogen, het om getuige te zijn van uw bedrieglijk vermogen waarmee de ganse wereld tezamen met haar leiders de materiële differentiatie van het Absolute voor ogen heeft.' [vergelijk B.G. 11: 3-4]

(7) Sûta zei: 'In deze bewoordingen door de rishi verheerlijkt zei Hij, de Opperheer, tot Zijn tevredenheid aanbeden glimlachend, 'Zo zij het', waarop de Beheerser naar Badarikâs'rama vertrok. (8-9) De rishi die aldus aan dat doel denkend zich enkel in zijn eigen hermitage ophield, mediteerde in iedere omstandigheid op de Heer met al de dingen die hij had - het vuur, de zon, de maan, het water, de aarde, de wind, de bliksem zowel als zijn eigen hart - en aldus van aanbidding vergat hij soms zijn eerbewijzen als hij was verzonken in de vloed van de zuivere liefde van God [prema]. (10) Toen de wijze op een dag, o beste van Bhrigu, met zijn avondritueel bezig was op de oever van de Pushpabhadrâ, o brahmaan, stak er een hevige wind op. (11) Die gaf een verschrikkelijk rumoer gevolgd door het verschijnen van dreigende wolken zo compact als wagenwielen die luid rommelend met blikseminslagen de regen overal in bakken deed neerstromen. (12) Toen verschenen er van alle kanten de vier oceanen die de oppervlakte van de aarde in bezit namen met door de wind hoog opgestuwde golven waarin, gepaard met onheilspellende geluiden, zich angstwekkende draaikolken en verschrikkelijke zeemonsters bevonden. (13) Onthutst werd de wijze bang toen hij zag hoe de aarde onderstroomde en al de vier soorten bewoners van het universum [uit vocht, zaad, embryo's en eieren], met inbegrip van hemzelf, innerlijk en van buiten in hoge nood verkeerden door het water dat hoger dan de hemel steeg, de felle winden en de bliksemschichten. (14) Terwijl hij toekeek werden van de grote oceaan de wateren die aanzwollen door de regen uit de wolken die de ganse aarde met zijn continenten, eilanden en bergen overdekten, door orkanen tot kolken gebracht met angstwekkende golven. (15) Met de drie werelden, de aarde, de ruimte, de hemellichamen en hemelse oorden van alle kanten overstroomd, zwierf de wijze, als de enige die was overgebleven, rond als was hij een persoon blind en zonder verstand, met zijn samengeklitte haar in wanorde. (16) In de greep van de honger en de dorst, aangevallen door monsterachtige krokodillen en walvis-eters en geplaagd door de winden doolde hij, gekweld door de golven, en overmand door vermoeidheid niet meer wetend in welke richting van de hemel of de aarde hij zich begaf, door het eindeloze duister waarin hij was beland. (17-18) Soms verdrinkend in een grote draaikolk en dan weer gegeseld door de golven dreigde hij somtijds te worden verslonden door de monsters die dan weer elkaar aanvielen, en ervoer hij in nood soms hoe hij ziek was en pijn leed met depressies bij gelegenheid en hij op andere ogenblikken verbijsterd was, ellendig was, een gelukkig moment had of doodsangsten uitstond. (19) Talloze en talloze, honderden en duizenden jaren verstreken dat hij met zijn geest in beslag genomen ronddoolde in die mâyâ, die begoochelende materiële energie van Vishnu. (20) Op een keer, toen hij daar zo rondzwierf, zag de tweemaal geborene op een hoger gelegen stukje aarde een jonge banyanboom prachtig met vruchten en bloesems. (21) Op een tak van die boom in de richting van het noordoosten zag hij bovendien een baby jongetje liggen in de vouw van een blad dat de duisternis met zijn uitstraling opslokte [zie ook 3.33: 4]. (22-25) Verbaasd dronk die koning onder de geleerden met zijn ogen de aanblik in van Zijn huidskleur zo donkerblauw als een geweldige edelsteen, Zijn mooie lotusgezichtje, Zijn als een schelphoorn gestreepte nek, Zijn brede borst, fijne neusje en prachtige wenkbrauwtjes; Zijn mooie haartjes die meetrilden met Zijn ademhaling, Zijn fraaie schelpvormige oortjes die op de bloemen van een granaatappel leken, Zijn lippen van koraal die met hun gloed Zijn nectargelijke glimlach ietwat rood kleurden; Zijn aangezicht met een bekoorlijke glimlach met Zijn ooghoeken zo roze als de werveling van een lotus, de door Zijn ademen bewogen plooien in Zijn buikje ingedeukt door de op een generfd blad lijkende diepe navel, en ... zag hij hoe het kindje met de genadige vingertjes van Zijn twee handjes een van Zijn lotusvoetjes beetgreep en die in Zijn mondje stak [*]. (26) Toen hij het zag was zijn matheid bij toverslag verdwenen en spreidden zich uit vreugde de lotus van zijn hart en zijn lotusogen wijd open. Verward over de identiteit van de wonderlijke verschijning naderde hij met zijn haren recht overeind, het kindje recht van voren om navraag te doen. (27) Juist op dat moment werd met het ademen van de baby de man van Bhrigu als een mug in Zijn lichaam gezogen en stond hij stomverbaasd versteld toen hij vanuit die positie het ganse universum zag zoals het voorheen was geweest. (28-29) Hij aanschouwde het ganse uitspansel van al de sterren, de bergen en de oceanen, en de richtingen van de grote eilanden en de continenten; hij zag de verlichte en onverlichte zielen, de bossen, de landen, de rivieren, steden en mijnen; de boerengehuchten, de weilanden en de verschillende bezigheden van de varnâs'rama samenleving. Hij aanschouwde de basiselementen van de natuur en al hun grofstoffelijke manifestaties, als ook de Tijd zelve van de verschillende yuga's en kalpa's en elk ander materieel voorwerp van nut in het universum dat, als was het echt, was gemanifesteerd. (30) Toen hij van het universum de Himâlaya's bekeek, de Pushpabhadrâ-rivier en zijn hermitage waar hij de rishi's had ontmoet [Nara en Nârâyana], werd hij met het ademen van de baby opnieuw naar buiten geworpen om terug te vallen in de oceaan der vernietiging. (31-32) Op het hogere stuk grond in het water waar de banyan groeide, was er daar, liggend in de vouw van zijn blad, het kind weer, dat met een nectargelijke blik vol liefde hem aankeek vanuit Zijn ooghoeken. Met het via zijn ogen plaatsen van die baby in zijn hart rende hij hogelijkst opgewonden om de Heer van het Voorbije in zijn armen te sluiten. (33) Op dat ogenblik werd Hij, de Allerhoogste Heer, die rechtstreeks de Oorspronkelijke van de Yoga is verborgen in het hart van alle levende wezens, plotsklaps onzichtbaar voor de rishi, op dezelfde manier als dat wat een incompetente persoon heeft vervaardigd er plotseling in faalt van dienst te zijn. (34) O brahmaan, Hem volgend verdwenen daarop de banyan en de wateren der vernietiging van de wereld, en trof hij zichzelf het volgende moment, als voorheen, recht voor zijn eigen âs'rama aan."

 

 next        

 
 

 

 

BronTeksten (geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):

Mârkandeya Rishi Sees the Illusory Potency of the Lord

 

Tekst 1:

S'rî Sûta zei: "De Allerhoogste Heer Nârâyana, de vriend van Nara, op deze manier door Mârkandeya, de intelligente wijze, naar behoren gerespecteerd, sprak voldaan tot de eminente navolger van Bhrigu.

Sûta Gosvâmî said: The Supreme Lord Nârâyana, the friend of Nara, was satisfied by the proper glorification offered by the intelligent sage Mârkandeya. Thus the Lord addressed that excellent descendant of Bhrigu.

 

Tekst 2:

De Opperheer zei: 'O genoegen van Mij, u, volmaakt in uw concentratie op de ziel, bent de beste van alle brahmaanse zieners; niet afwijkend in uw toegewijde dienst, verzakingen, recitaties en concentratie bent u gericht op Mij.

The Supreme Personality of Godhead said: My dear Mârkandeya, you are indeed the best of all learned brâhmanas. You have perfected your life by practicing fixed meditation upon the Supreme Soul, as well as by focusing upon Me your undeviating devotional service, your austerities, your study of the Vedas and your strict adherence to regulative principles.

   

Tekst 3

We zijn geheel tevreden gesteld door u met uw vasthouden aan de gelofte van een levenslang celibaat; alstublieft doe een wens naar uw keuze, want Ik ben de Verlener van Alle Zegeningen die u het beste wenst'.

We are perfectly satisfied with your practice of lifelong celibacy. Please choose whatever benediction you desire, since I can grant your wish. May you enjoy all good fortune.

 

Tekst 4

De achtenswaardige rishi zei: 'U, o Heer der Heerscharen, o Onfeilbare, bent zegerijk als de Verdrijver van Al het Leed van de Overgegevene en aan zoveel als de zegening van het hebben mogen aanschouwen van Uw goede Zelf hebben we genoeg.

The sage said: O Lord of lords, all glories to You! O Lord Acyuta, You remove all distress for the devotees who surrender unto You. That you have allowed me to see You is all the benediction I want.

 

 Tekst 5

Brahmâ en anderen met een geest gerijpt in de yoga ontvingen allen het zicht op Uw alvermogende lotusvoeten en Hij, U Zelf, bent nu waarneembaar voor onze ogen.

Such demigods as Lord Brahmâ achieved their exalted positions simply by seeing Your beautiful lotus feet after their minds had become mature in yoga practice. And now, my Lord, You have personally appeared before me.

   

Tekst 6

Niettemin verlang ik, o Kroonjuweel van de Roem met de Lotusogen, het om getuige te zijn van uw bedrieglijk vermogen waarmee de ganse wereld tezamen met haar leiders de materiële differentiatie van het Absolute voor ogen heeft.' [vergelijk B.G. 11: 3-4]

O lotus-eyed Lord, O crest jewel of renowned personalities, although I am satisfied simply by seeing You, I do wish to see Your illusory potency, by whose influence the entire world, together with its ruling demigods, considers reality to be materially variegated.

 

Tekst 7

Sûta zei: 'In deze bewoordingen door de rishi verheerlijkt zei Hij, de Opperheer, tot Zijn tevredenheid aanbeden glimlachend, 'Zo zij het', waarop de Beheerser naar Badarikâs'rama vertrok.

Sûta Gosvâmî said: O wise S'aunaka, thus satisfied by Mârkandeya's praise and worship, the Supreme Personality of Godhead, smiling, replied, "So be it," and then departed for His hermitage at Badarikâs'rama.

 

Tekst 8-9

De rishi die aldus aan dat doel denkend zich enkel in zijn eigen hermitage ophield, mediteerde in iedere omstandigheid op de Heer met al de dingen die hij had - het vuur, de zon, de maan, het water, de aarde, de wind, de bliksem zowel als zijn eigen hart - en aldus van aanbidding vergat hij soms zijn eerbewijzen als hij was verzonken in de vloed van de zuivere liefde van God [prema].

Thinking always of his desire to see the Lord's illusory energy, the sage remained in his âs'rama, meditating constantly upon the Lord within fire, the sun, the moon, water, the earth, air, lightning and his own heart and worshiping Him with paraphernalia conceived in his mind. But sometimes, overwhelmed by waves of love for the Lord, Mârkandeya would forget to perform his regular worship.

 

Tekst 10

Toen de wijze op een dag, o beste van Bhrigu, met zijn avondritueel bezig was op de oever van de Pushpabhadrâ, o brahmaan, stak er een hevige wind op.

O brâhmana S'aunaka, best of the Bhrigus, one day while Mârkandeya was performing his evening worship on the bank of the Pushpabhadrâ, a great wind suddenly arose.

 

Tekst 11

Die gaf een verschrikkelijk rumoer gevolgd door het verschijnen van dreigende wolken zo compact als wagenwielen die luid rommelend met blikseminslagen de regen overal in bakken deed neerstromen.

That wind created a terrible sound and brought in its wake fearsome clouds that were accompanied by lightning and roaring thunder and that poured down on all sides torrents of rain as heavy as wagon wheels.

 

Tekst 12

Toen verschenen er van alle kanten de vier oceanen die de oppervlakte van de aarde in bezit namen met door de wind hoog opgestuwde golven waarin, gepaard met onheilspellende geluiden, zich angstwekkende draaikolken en verschrikkelijke zeemonsters bevonden.

Then the four great oceans appeared on all sides, swallowing up the surface of the earth with their wind-tossed waves. In these oceans were terrible sea monsters, fearful whirlpools and ominous rumblings.

 

Tekst 13

Onthutst werd de wijze bang toen hij zag hoe de aarde onderstroomde en al de vier soorten bewoners van het universum [uit vocht, zaad, embryo's en eieren], met inbegrip van hemzelf, innerlijk en van buiten in hoge nood verkeerden door het water dat hoger dan de hemel steeg, de felle winden en de bliksemschichten.

The sage saw all the inhabitants of the universe, including himself, tormented within and without by the harsh winds, the bolts of lightning, and the great waves rising beyond the sky. As the whole earth flooded, he grew perplexed and fearful.

 

Tekst 14

Terwijl hij toekeek werden van de grote oceaan de wateren die aanzwollen door de regen uit de wolken die de ganse aarde met zijn continenten, eilanden en bergen overdekten, door orkanen tot kolken gebracht met angstwekkende golven.

Even as Mârkandeya looked on, the rain pouring down from the clouds filled the ocean more and more until that great sea, its waters violently whipped into terrifying waves by hurricanes, covered up all the earth's islands, mountains and continents.

 

Tekst 15

Met de drie werelden, de aarde, de ruimte, de hemellichamen en hemelse oorden van alle kanten overstroomd, zwierf de wijze, als de enige die was overgebleven, rond als was hij een persoon blind en zonder verstand, met zijn samengeklitte haar in wanorde.

The water inundated the earth, outer space, heaven and the celestial region. Indeed, the entire expanse of the universe was flooded in all directions, and out of all its inhabitants only Mârkandeya remained. His matted hair scattered, the great sage wandered about alone in the water as if dumb and blind.

 

Tekst 16

In de greep van de honger en de dorst, aangevallen door monsterachtige krokodillen en walvis-eters en geplaagd door de winden doolde hij, gekweld door de golven, en overmand door vermoeidheid niet meer wetend in welke richting van de hemel of de aarde hij zich begaf, door het eindeloze duister waarin hij was beland.

Tormented by hunger and thirst, attacked by monstrous makaras and timingila fish and battered by the wind and waves, he moved aimlessly through the infinite darkness into which he had fallen. As he grew increasingly exhausted, he lost all sense of direction and could not tell the sky from the earth.

 

Tekst 17-18

Soms verdrinkend in een grote draaikolk en dan weer gegeseld door de golven dreigde hij somtijds te worden verslonden door de monsters die dan weer elkaar aanvielen, en ervoer hij in nood soms hoe hij ziek was en pijn leed met depressies bij gelegenheid en hij op andere ogenblikken verbijsterd was, ellendig was, een gelukkig moment had of doodsangsten uitstond.

At times he was engulfed by the great whirlpools, sometimes he was beaten by the mighty waves, and at other times the aquatic monsters threatened to devour him as they attacked one another. Sometimes he felt lamentation, bewilderment, misery, happiness or fear, and at other times he experienced such terrible illness and pain that he felt himself dying.

 

Tekst 19

Talloze en talloze, honderden en duizenden jaren verstreken dat hij met zijn geest in beslag genomen ronddoolde in die mâyâ, die begoochelende materiële energie van Vishnu.

Countless millions of years passed as Mârkandeya wandered about in that deluge, his mind bewildered by the illusory energy of Lord Vishnu, the Supreme Personality of Godhead.

 

Tekst 20

Op een keer, toen hij daar zo rondzwierf, zag de tweemaal geborene op een hoger gelegen stukje aarde een jonge banyanboom prachtig met vruchten en bloesems.

Once, while wandering in the water, the brâhmana Mârkandeya discovered a small island, upon which stood a young banyan tree bearing blossoms and fruits.

 

Tekst 21

Op een tak van die boom in de richting van het noordoosten zag hij bovendien een baby jongetje liggen in de vouw van een blad dat de duisternis met zijn uitstraling opslokte [zie ook 3.33: 4].

Upon a branch of the northeast portion of that tree he saw an infant boy lying within a leaf. The child's effulgence was swallowing up the darkness.

 

Tekst 22-25

Verbaasd dronk die koning onder de geleerden met zijn ogen de aanblik in van Zijn huidskleur zo donkerblauw als een geweldige edelsteen, Zijn mooie lotusgezichtje, Zijn als een schelphoorn gestreepte nek, Zijn brede borst, fijne neusje en prachtige wenkbrauwtjes; Zijn mooie haartjes die meetrilden met Zijn ademhaling, Zijn fraaie schelpvormige oortjes die op de bloemen van een granaatappel leken, Zijn lippen van koraal die met hun gloed Zijn nectargelijke glimlach ietwat rood kleurden; Zijn aangezicht met een bekoorlijke glimlach met Zijn ooghoeken zo roze als de werveling van een lotus, de door Zijn ademen bewogen plooien in Zijn buikje ingedeukt door de op een generfd blad lijkende diepe navel, en ... zag hij hoe het kindje met de genadige vingertjes van Zijn twee handjes een van Zijn lotusvoetjes beetgreep en die in Zijn mondje stak [*].

shone with a wealth of beauty, and His throat bore marks like the lines on a conchshell. He had a broad chest, a finely shaped nose, beautiful eyebrows, and lovely ears that resembled pomegranate flowers and that had inner folds like a conchshell's spirals. The corners of His eyes were reddish like the whorl of a lotus, and the effulgence of His coral-like lips slightly reddened the nectarean, enchanting smile on His face. As He breathed, His splendid hair trembled and His deep navel became distorted by the moving folds of skin on His abdomen, which resembled a banyan leaf. The exalted brâhmana watched with amazement as the infant took hold of one of His lotus feet with His graceful fingers, placed a toe within His mouth and began to suck.

 

Tekst 26

Toen hij het zag was zijn matheid bij toverslag verdwenen en spreidden zich uit vreugde de lotus van zijn hart en zijn lotusogen wijd open. Verward over de identiteit van de wonderlijke verschijning naderde hij met zijn haren recht overeind, het kindje recht van voren om navraag te doen.

As Mârkandeya beheld the child, all his weariness vanished. Indeed, so great was his pleasure that the lotus of his heart, along with his lotus eyes, fully blossomed and the hairs on his body stood on end. Confused as to the identity of the wonderful infant, the sage approached Him.

 

Tekst 27

Juist op dat moment werd met het ademen van de baby de man van Bhrigu als een mug in Zijn lichaam gezogen en stond hij stomverbaasd versteld toen hij vanuit die positie het ganse universum zag zoals het voorheen was geweest.

Just then the child inhaled, drawing Mârkandeya within His body like a mosquito. There the sage found the entire universe arrayed as it had been before its dissolution. Seeing this, Mârkandeya was most astonished and perplexed.

 

Tekst 28-29

Hij aanschouwde het ganse uitspansel van al de sterren, de bergen en de oceanen, en de richtingen van de grote eilanden en de continenten; hij zag de verlichte en onverlichte zielen, de bossen, de landen, de rivieren, steden en mijnen; de boerengehuchten, de weilanden en de verschillende bezigheden van de varnâs'rama samenleving. Hij aanschouwde de basiselementen van de natuur en al hun grofstoffelijke manifestaties, als ook de Tijd zelve van de verschillende yuga's en kalpa's en elk ander materieel voorwerp van nut in het universum dat, als was het echt, was gemanifesteerd.

The sage saw the entire universe: the sky, heavens and earth, the stars, mountains, oceans, great islands and continents, the expanses in every direction, the saintly and demoniac living beings, the forests, countries, rivers, cities and mines, the agricultural villages and cow pastures, and the occupational and spiritual activities of the various social divisions. He also saw the basic elements of creation along with all their by-products, as well as time itself, which regulates the progression of countless ages within the days of Brahmâ. In addition, he saw everything else created for use in material life. All this he saw manifested before him as if it were real.

 

Tekst 30

Toen hij van het universum de Himâlaya's bekeek, de Pushpabhadrâ-rivier en zijn hermitage waar hij de rishi's had ontmoet [Nara en Nârâyana], werd hij met het ademen van de baby opnieuw naar buiten geworpen om terug te vallen in de oceaan der vernietiging.

He saw before him the Himâlaya Mountains, the Pushpabhadrâ River, and his own hermitage, where he had had the audience of the sages Nara-Nârâyana. Then, as Mârkandeya beheld the entire universe, the infant exhaled, expelling the sage from His body and casting him back into the ocean of dissolution.

 

Tekst 31-32

Op het hogere stuk grond in het water waar de banyan groeide, was er daar, liggend in de vouw van zijn blad, het kind weer, dat met een nectargelijke blik vol liefde hem aankeek vanuit Zijn ooghoeken. Met het via zijn ogen plaatsen van die baby in zijn hart rende hij hogelijkst opgewonden om de Heer van het Voorbije in zijn armen te sluiten.

In that vast sea he again saw the banyan tree growing on the tiny island and the infant boy lying within the leaf. The child glanced at him from the corner of His eyes with a smile imbued with the nectar of love, and Mârkandeya took Him into his heart through his eyes. Greatly agitated, the sage ran to embrace the transcendental Personality of Godhead.

 

Tekst 33

Op dat ogenblik werd Hij, de Allerhoogste Heer, die rechtstreeks de Oorspronkelijke van de Yoga is verborgen in het hart van alle levende wezens, plotsklaps onzichtbaar voor de rishi, op dezelfde manier als dat wat een incompetente persoon heeft vervaardigd er plotseling in faalt van dienst te zijn.

At that moment the Supreme Personality of Godhead, who is the original master of all mysticism and who is hidden within everyone's heart, became invisible to the sage, just as the achievements of an incompetent person can suddenly vanish.

 

Tekst 34

O brahmaan, Hem volgend verdwenen daarop de banyan en de wateren der vernietiging van de wereld, en trof hij zichzelf het volgende moment, als voorheen, recht voor zijn eigen âs'rama aan."

After the Lord disappeared, O brâhmana, the banyan tree, the great water and the dissolution of the universe all vanished as well, and in an instant Mârkandeya found himself back in his own hermitage, just as before.

  

* Het kindje dat Zijn voetje in Zijn mondje stak werd door S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî Thhâkura geïnterpreteerd als zijnde de Heer die zegt, 'zie hoe lieflijk mijn voeten zijn naar de smaak van de toegewijde'.

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties