regelbalk



 

Canto 3

Sâvarana S'rî Gaura

 

 

Hoofdstuk 33: De Verzaking van Devahûti

(1) Maitreya zei: 'Nadat de beminde echtgenote van Kardama, de moeder genaamd Devahûti, aldus had geluisterd naar de woorden van Heer Kapila, bracht ze, nadat ze bevrijd was van de sluier van onwetendheid, Hem haar eerbetuigingen en droeg ze gebeden op aan de auteur betreffende de fundamentele [Sânkhya-yoga] waarheden die de grondslag vormen van de bevrijding. (2) Devahûti zei: 'Men zegt dat de Ongeborene [Brahmâ], die voortkwam uit de lotusbloem [voortspruitend] uit Je buik, op Jouw in het water neerliggende lichaam mediteerde dat de bron vormt van de stroom van de natuurlijke geaardheden en het beginsel is dat al het gemanifesteerde van de materiële elementen, de zinnen, de zinsobjecten en het denken doordringt. (3) Als die ene persoon van het universum die door de interactie van de geaardheden de schepping en dat alles verdeelde, houdt Je stand op basis van Je heldenmoed. Jij vormt daarbij, door Je te onderscheiden als de onfeilbare die niet handelt, het verschil als de Heer van alle levende wezens wiens duizenden energieën het bevattingsvermogen te boven gaan. (4) Hoe kan het dat Jij als diezelfde persoon geboorte nam uit mijn schoot, mijn Heer, Jij die met Je onvoorstelbare vermogens het universum in je buik draagt, Jij die aan het einde van het millennium, Je geheel alleen neervleiend op het blad van een banyanboom, als een baby Je voet likt? (5) Jij hebt dit lichaam aangenomen om het zondig handelen terug te dringen, o mijn Heer, en instructies te verschaffen over de toewijding. Net als met nederdalingen van Je als de zwijn-incarnatie en anderen, ben Je er, met deze, om het pad van de zelfverwerkelijking te openbaren. (6) Met Jou is op welk moment dan ook zelfs de laagst geborene, met het horen zingen van Je naam, het brengen van eerbetuigingen aan Jou of zelfs maar door de enkele herinnering aan Jou, er terstond toe in staat de Vedische rituelen uit te voeren. En dan hebben ze Jou, o Fortuinlijke, nog niet eens van aangezicht tot aangezicht gezien! (7) O hoe zalig en derhalve aanbiddelijk is hij die Je heilige naam vóór op zijn tong heeft, ook al kookt hij maar hondenvlees. Ter wille van Jou deden de zielen van geestelijke ontwikkeling [de Ariërs] die de Veda's bestudeerden en Jouw heilige naam hebben aanvaard, hun boete, brachten zij vuuroffers en dompelden ze zich onder in de heilige rivieren. (8) Jou biedt ik mijn eerbetuigingen, Jij de Hoogste Geest, de Hoogste Persoonlijkheid, Heer Vishnu die de naam Kapila draagt en de bron van de Veda's bent, Hem naar wie ik mij inwaarts keerde, die ik voor de geest had, waarop ik mediteerde en door wiens vermogen de invloed van de geaardheden verdween.'

(9) Maitreya zei: 'De Allerhoogste Heer genaamd Kapila, gaf, aldus geprezen, vol van liefde voor Zijn moeder haar antwoord met woorden van gewicht. (10) Heer Kapila zei: 'Door dit makkelijk uit te voeren pad te volgen dat Ik u uiteenzette, Mijn beste moeder, zal u zeer spoedig het hoogste doel bereiken. (11) U kan erop vertrouwen dat met deze instructie van Mij die door de transcendentalisten wordt nageleefd, u Mij vrij van angst zult bereiken, terwijl zij die hier niet van op de hoogte zijn de [herhaling van de kringloop van geboorte en] dood realiseren.'

(12) Maitreya zei: 'Na deze uitleg nam die eerbiedwaardige Allerhoogste Heer van het pad van de zelfverwerkelijking, Kapila, de leraar van de Absolute Waarheid, met permissie afscheid van Zijn moeder en vertrok. (13) Zoals haar zoon het haar gezegd had in Zijn yoga-instructie, concentreerde ze zich om, in dat verblijf [in Kardama's paleis], dat met zijn bloemenweelde het kroonjuweel van de Sarasvatî rivier vormde, verbonden te zijn in de wetenschap van de bewustzijnsvereniging. (14) Regelmatig een bad nemend, werd haar krullende, samengeklitte haar grijs en werd haar in oude kleren gehulde lichaam mager van de zware boetedoeningen. (15) Kardama Muni, de stamvader van de mensheid, had op basis van zijn verzaking in de yoga zijn ongeëvenaarde woning met alles wat erbij hoorde tot stand gebracht, een verblijfplaats die zelfs door de bewoners van de hemel werd beneden.  (16) De ivoren bedden wit als melkschuim hadden met goud bestikte spreien en de stoelen en banken waren van goud gemaakt en hadden zachte kussens om te zitten. (17) De wanden waren vervaardigd van puur marmer  en ingelegd met kostbare smaragden en de lampen straalden van de zelfde juwelen als waarmee de dames zich opsierden. (18) De tuin van het huis was prachtig met zijn bloemen en vruchten, vele bomen met paartjes zangvogels en het gezoem van dronken bijen. (19) Als ze een bad nam in de naar lotussen geurende vijver, zongen de hemelse metgezellen voor haar over Kardama's goede zorg.

(20) [Maar] als ze die tuin verliet die zelfs begeerd werd door de vrouwen van Indra, had ze een treurige uitdrukking op haar gezicht omdat ze leed onder het feit dat ze gescheiden was van haar zoon. (21) Met haar echtgenoot naar het woud vertrokken en haar zoon bij haar weg werd ze, ondanks de waarheid waar ze van op de hoogte was, zo verdrietig als een zorgzame koe die haar kalf kwijt is. (22) Met haar gedachten gericht op Hem, haar goddelijke zoon Heer Kapiladeva, raakte ze zeer snel, o beste Vidura, onthecht van haar fijne woning. (23) Volgens de instructie van haar zoon mediterend op de gedaante van de Allerhoogste Heer als het voorwerp van haar spirituele bezinning, hield ze het geheel en de delen van Zijn lachende gezicht in gedachten. (24-25) Er door haar kennis van de Absolute Waarheid toe aangezet op de juiste manier haar plicht te doen, was ze voortdurend bezig in toegewijde dienst en sterk in haar verzaking. Spiritueel gezuiverd door de Grote Ziel wiens gelaat overal wordt waargenomen, zag ze toen in haar zelfrealisatie de symptomen van de natuurlijke geaardheden verdwijnen. (26) Met haar geest gevestigd op zowel Brahman, de Opperheer als de Superziel aanwezig in alle levende wezens, verdween het leed van de ongelukkige toestand van haar ziel en bereikte ze het bovenzinnelijke geluk. (27) Verheven tot de eeuwige staat van complete verzonkenheid, werd ze, vrij van de geaardheden, niet langer herinnerd aan haar materiële lichaam, zoals men ook wat men droomde vergeet als men is opgestaan. (28) Haar lichaam werd onderhouden door anderen [door haar hemelse dienstmaagden], maar, omdat ze niet onder angsten gebukt ging, vermagerde ze niet [verder]; overdekt door onzuiverheden straalde ze als een vuur gehuld in rook. (29) Met haar lichaam onderworpen aan de verzaking van de yoga, was ze, onder de goddelijke bescherming van haar opgegaan zijn in gedachten over Vâsudeva, zich er niet meer van bewust dat haar haar los hing of dat haar kleding wanordelijk was. (30) Aldus het pad volgend haar onderwezen door Kapila, bereikte ze, in de geest van de Absolute Waarheid van de Opperziel, spoedig het einde van haar materiële bestaan en [het hemelverblijf van] de Allerhoogste Heer.

(31) Die allerheiligste plaats waar ze de volmaaktheid bereikte, o dappere ziel, staat in de drie werelden bekend onder de naam Siddhapada ['de toevlucht van de perfectie']. (32) De materiële elementen van haar lichaam dat ze met haar yogapraktijk opgaf, werden een rivier die de belangrijkste van alle rivieren is, o zachtaardige. Voor de vervulling die die rivier verleent wordt ze gezocht door allen die de volmaaktheid wensen. (33) Nadat Heer Kapila, de grote yogi en Opperheer, afscheid had genomen van Zijn moeder en uit de hermitage van Zijn vader vertrok, begaf Hij zich in noordoostelijke richting. (34) De oceaan eerde Hem met het bieden van een verblijfplaats waar hij wordt verheerlijkt door de Siddhas, Cânaras, Gandharvas, munis en Apsaras *. (35) Aldaar aanbeden door de leraren van het voorbeeld die het Sânkhya-yogasysteem beoefenen, verkeert Hij permanent in samâdhi om de verlossing te verzekeren van [alle zielen in] de drie werelden. (36) Mijn beste zondeloze, dit wat ik u op uw verzoek vertelde over Kapila en Zijn conversatie met Devahûti, zuivert [degene die er naar luistert]. (37) Wie ook maar luistert naar of uitweidt over deze vertrouwelijke leringen van Kapila Muni wat betreft de eenheid van de ziel en aldus zijn geest heeft gericht op de Fortuinlijke die de vlag van Garuda voert, zal de lotusvoeten van de Allerhoogste Heer bereiken.'

Aldus eindigt het derde Canto van het S'rîmad Bhâgavatam genaamd: De Status Quo.

  

next                       

 
 


Derde herziene editie, geladen 5 juni 2017.  

 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

 

Tekst 1

Maitreya zei: 'Nadat de beminde echtgenote van Kardama, de moeder genaamd Devahûti, aldus had geluisterd naar de woorden van Heer Kapila, bracht ze, nadat ze bevrijd was van de sluier van onwetendheid, Hem haar eerbetuigingen en droeg ze gebeden op aan de auteur betreffende de fundamentele [Sânkhya-yoga] waarheden die de grondslag vormen van de bevrijding.
Maitreya zei: 'Nadat de beminde echtgenote van Kardama, de moeder genaamd Devahûti, aldus had vernomen van de woorden van Heer Kapila, droeg zij, bevrijd van de lagen van illusie en na Hem haar eerbetuigingen gebracht te hebben, gebeden op aan de auteur in de aangelegenheid van de basisprincipes die de achtergrond vormen van de bevrijding. (Vedabase)

 

Tekst 2

Devahûti zei: 'Men zegt dat de Ongeborene [Brahmâ], die voortkwam uit de lotusbloem [voortspruitend] uit Je buik, op Jouw in het water neerliggende lichaam mediteerde dat de bron vormt van de stroom van de natuurlijke geaardheden en het beginsel is dat al het gemanifesteerde van de materiële elementen, de zinnen, de zinsobjecten en het denken doordringt.

Devahûti zei: 'Men zegt dat het zo is dat de Ongeborene [Brahmâ] die voortkwam uit de lotusbloem uit Jouw onderbuik, zelf op Jouw in het water neerliggende lichaam mediteerde, de bron van de stroom van de natuurlijke geaardheden, dat het beginsel is van al het gemanifesteerde in het doordringen van de materiële elementen, de zinnen, de zinsobjecten en het denken. (Vedabase)

  

Tekst 3

Als die ene persoon van het universum die door de interactie van de geaardheden de schepping en dat alles verdeelde, houdt Je stand op basis van Je heldenmoed. Jij vormt daarbij, door Je te onderscheiden als de  onfeilbare die niet handelt, het verschil als de Heer van alle levende wezens wiens duizenden energieën het bevattingsvermogen te boven gaan.

Als daadwerkelijk diezelfde persoon van het universum ga Je door met Je heldenmoed in verhouding tot dat wat verdeeld is door de interactie van de geaardheden met de schepping en alles, daartoe als degene die niet handelt het verschil vormend van Jouw onderscheid als de Heer van alle levende wezens wiens duizenden energieën het bevattingsvermogen te boven gaan. (Vedabase)

 

Tekst 4

Hoe kan het dat Jij als diezelfde persoon geboorte nam uit mijn schoot, mijn Heer, Jij die met Je onvoorstelbare vermogens het universum in je buik draagt, Jij die aan het einde van het millennium, Je geheel alleen neervleiend op het blad van een banyanboom, als een baby Je voet likt?

Als diezelfde persoon nam Je geboorte uit Mijn onderbuik, mijn Heer; Jij wiens vermogens ondoorgrondelijk zijn, waarvan dan dit universum rustte in de buik, hebt, aan het eind van het millennium, Jezelf alleen neergevlijd op het blad van een Banyanboom, als een baby die zijn voetje likt. (Vedabase)

 

Tekst 5

Jij hebt dit lichaam aangenomen om het zondig handelen terug te dringen, o mijn Heer, en instructies te verschaffen over de toewijding. Net als met nederdalingen van Je als de zwijn-incarnatie en anderen, ben Je er, met deze, om het pad van de zelfverwerkelijking te openbaren.

Jij hebt dit lichaam aangenomen om de zondige activiteit terug te dringen en instructies te verschaffen over de toewijding; o mijn Heer, voor de meerdere glorie van Jouw Avatâra's, de zwijn-incarnatie en anderen, kwam Je daadwerkelijk met de bedoeling het pad der zelfverwerkelijking te openbaren. (Vedabase)

 

Tekst 6

Met Jou is op welk moment dan ook zelfs de laagst geborene, met het horen zingen van Je naam, het brengen van eerbetuigingen aan Jou of zelfs maar door de enkele herinnering aan Jou, er terstond toe in staat de Vedische rituelen uit te voeren. En dan hebben ze Jou, o Fortuinlijke, nog niet eens van aangezicht tot aangezicht gezien!

En wat moet ik er niet van zeggen om Jou, o Fortuinlijke, van aangezicht tot aangezicht te zien, van wie het horen van het zingen van de naam, het brengen van eerbetuigingen en de heugenis, op welk moment ook zelfs de laagst geborene terstond ervoor in aanmerking doet komen de vedische rituelen te voltrekken. (Vedabase)

 

Tekst 7

O hoe zalig en derhalve aanbiddelijk is hij die Je heilige naam vóór op zijn tong heeft, ook al kookt hij maar hondenvlees. Ter wille van Jou deden de zielen van geestelijke ontwikkeling [de Ariërs] die de Veda's bestudeerden en Jouw heilige naam hebben aanvaard, hun boete, brachten zij vuuroffers en dompelden ze zich onder in de heilige rivieren.

O hoe zalig en derhalve aanbiddelijk is degene die de heilige naam voor op zijn tong heeft, ook al kookt hij alleen maar voor zichzelf; terwille van Jouw deden de beschaafden, die de Veda's bestudeerden en Jouw heilige naam hebben aanvaard, hun boete, brachten zij vuuroffers en dompelden ze zich onder in de heilige rivieren. (Vedabase)

   

Tekst 8

Jou biedt ik mijn eerbetuigingen, Jij de Hoogste Geest, de Hoogste Persoonlijkheid, Heer Vishnu die de naam Kapila draagt en de bron van de Veda's bent, Hem naar wie ik mij inwaarts keerde, die ik voor de geest had, waarop ik mediteerde en door wiens vermogen de invloed van de geaardheden verdween.'

Hem, Jou, de Hoogste Geest, de Hoogste Persoonlijkheid, Heer Vishnu die de naam van Kapila draagt die de bewaarplaats van de Veda's is, naar wie ik mij inwaarts keerde, die ik voor de geest had en waarop ik mediteerde en door wiens vermogen de invloed van de geaardheden verdween, biedt ik mijn eerbetuigingen. (Vedabase)

 

Tekst 9

Maitreya zei: 'De Allerhoogste Heer genaamd Kapila, gaf, aldus geprezen, vol van liefde voor Zijn moeder haar antwoord met woorden van gewicht.

Maitreya zei: 'De Allerhoogste Heer genaamd Kapila, aldus geprezen, gaf, vol van genegenheid voor Zijn moeder, haar antwoord met woorden van gewicht. (Vedabase)

 

Tekst 10

Heer Kapila zei: 'Door dit makkelijk uit te voeren pad te volgen dat Ik u uiteenzette, Mijn beste moeder, zal u zeer spoedig het hoogste doel bereiken

Heer Kapila zei: 'Te handelen naar het pad van dit wat Ik u nu heb uiteengezet, Mijn beste moeder, is zeer eenvoudig; zeer spoedig zal u het hoogste doel bereiken. (Vedabase)


Tekst 11

U kan erop vertrouwen dat met deze instructie van Mij die door de transcendentalisten wordt nageleefd, u Mij vrij van angst zult bereiken, terwijl zij die hier niet van op de hoogte zijn de [herhaling van de kringloop van geboorte en] dood realiseren.'

U kan erop vertrouwen dat wat betreft deze instructie van Mij die door de transcendentalisten wordt nageleefd, u de vrijheid van angst zult bereiken terwijl het de [kringloop van geboorte en] dood is die wordt bereikt door degenen die hier niet mee vertrouwd zijn. (Vedabase)

  

Tekst 12

Maitreya zei: 'Na deze uitleg nam die eerbiedwaardige Allerhoogste Heer van het pad van de zelfverwerkelijking, Kapila, de leraar van de Absolute Waarheid, met permissie afscheid van Zijn moeder en vertrok.

Maitreya zei: 'Na aldus uitleg verschaft te hebben nam die eerbiedwaardige Allerhoogste Heer van het pad der zelfverwerkelijking, de zelfgerealiseerde Kapila, met permissie afscheid van Zijn moeder en vertrok Hij. (Vedabase)

 

Tekst 13

Zoals haar zoon het haar gezegd had in Zijn yoga-instructie, concentreerde ze zich om, in dat verblijf [in Kardama's paleis], dat met zijn bloemenweelde het kroonjuweel van de Sarasvatî rivier vormde, verbonden te zijn in de wetenschap van de bewustzijnsvereniging.

Zoals haar zoon haar had gezegd in Zijn uitleg over de yoga, fixeerde ze zichzelf eveneens in samâdhi om in die woonplaats, de bloemenkroon van de Sarasvatî rivier [Kardama's paleis], verbonden te zijn in de yoga. (Vedabase)

 

Tekst 14

Regelmatig een bad nemend, werd haar krullende, samengeklitte haar grijs en werd haar in oude kleren gehulde lichaam mager van de zware boetedoeningen.

Regelmatig badend, werd haar krullende samengeklitte haar grijs en werd haar, in oude kleren gehulde, lichaam mager van de zware boetedoeningen. (Vedabase)

 

Tekst 15

Kardama Muni, de stamvader van de mensheid, had op basis van zijn verzaking in de yoga zijn ongeëvenaarde woning met alles wat erbij hoorde tot stand gebracht, een verblijfplaats die zelfs door de bewoners van de hemel werd beneden. 

Door de verzaking van de yoga had Kardama Muni, een stamvader van de mensheid, het ongeëvenaarde van zijn huis met alle toebehoren ontwikkeld, dat zelfs door de bewoners van de hemel werd beneden. (Vedabase)

 

Tekst 16

De ivoren bedden wit als melkschuim hadden met goud bestikte spreien en de stoelen en banken waren van goud gemaakt en hadden zachte kussens om te zitten.

De ivoren bedden wit als melkschuim hadden goud bestikte spreien en de stoelen en banken waren van goud gemaakt en hadden kussens zacht om op te zitten. (Vedabase)

  

Tekst 17

De wanden waren vervaardigd van puur marmer en ingelegd met kostbare smaragden en de lampen straalden van de zelfde juwelen als waarmee de dames zich opsierden.

De wanden waren van puur marmer ingelegd met kostbare smaragden en lampen die straalden van de juwelen waarmee ook de dames zich opsierden. (Vedabase)

 

Tekst 18

De tuin van het huis was prachtig met zijn bloemen en vruchten, vele bomen met paartjes zangvogels en het gezoem van dronken bijen.

De tuin van de huishouding was prachtig met bloemen en vruchten, vele bomen met paartjes zangvogels en het gezoem van dronken bijen. (Vedabase)

 

Tekst 19

Als ze een bad nam in de naar lotussen geurende vijver, zongen de hemelse metgezellen voor haar over Kardama's goede zorg.

Over de grote zorg van Kardama, zongen aldaar de hemelse metgezellen voor haar als ze een bad nam in de naar lotussen geurende vijver. (Vedabase)

 

Tekst 20

[Maar] als ze die tuin verliet die zelfs begeerd werd door de vrouwen van Indra, had ze een treurige uitdrukking op haar gezicht omdat ze leed onder het feit dat ze gescheiden was van haar zoon.

Het opgevend met de meest begerenswaardige van alle huishoudens, een huishouden waar zelfs de vrouwen van Indra afgunstig op waren, had ze een treurige uitdrukking op haar gezicht, aangedaan als ze was door het van haar zoon gescheiden zijn. (Vedabase)

 

Tekst 21

Met haar echtgenoot naar het woud vertrokken en haar zoon bij haar weg werd ze, ondanks de waarheid waar ze van op de hoogte was, zo verdrietig als een zorgzame koe die haar kalf kwijt is.

Met haar echtgenoot die naar het woud was vertrokken en de afstand tot haar zoon, werd ze, ondanks dat ze van de waarheid op de hoogte was, heel triest, zoals een sentimentele koe die haar kalf kwijt is. (Vedabase)


Tekst 22
Met haar gedachten gericht op Hem, haar goddelijke zoon Heer Kapiladeva
, raakte ze zeer snel, o beste Vidura, onthecht van haar fijne woning.

Op Hem mediterend, haar goddelijke zoon Kapiladev, raakte ze zeer spoedig, o beste Vidura, onthecht van haar fijne woning. (Vedabase)

 

Tekst 23

Volgens de instructie van haar zoon mediterend op de gedaante van de Allerhoogste Heer als het voorwerp van haar spirituele bezinning, hield ze het geheel en de delen van Zijn lachende gezicht in gedachten.

Mediterend op de gedaante van de Allerhoogste Heer, zoals Hij dat had geïnstrueerd, hield zij, als haar voorwerp, het geheel en de delen van het lachende gezicht van haar zoon in gedachten. (Vedabase)

 

Tekst 24-25

Er door haar kennis van de Absolute Waarheid toe aangezet op de juiste manier haar plicht te doen, was ze voortdurend bezig in toegewijde dienst en sterk in haar verzaking. Spiritueel gezuiverd door de Grote Ziel wiens gelaat overal wordt waargenomen, zag ze toen in haar zelfrealisatie de symptomen van de natuurlijke geaardheden verdwijnen.

Voortdurend bezig in toegewijde dienst en zeer sterk door het juiste ten uitvoer brengen van de plichten in verzaking dat resulteerde uit de kennis van de Absolute Waarheid, zag ze toen, door de zuivering van haar geest naar de Grote Ziel wiens gelaat overal wordt waargenomen, door zelfrealisatie de onderscheidingen van de geaardheden der natuur verdwijnen.  (Vedabase)

 

Tekst 26

Met haar geest gevestigd op zowel Brahman, de Opperheer als de Superziel aanwezig in alle levende wezens, verdween het leed van de ongelukkige toestand van haar ziel en bereikte ze het bovenzinnelijke geluk.

Met haar geest gevestigd in Brahman en bevrijd in de Opperheer die in alle levende wezens verblijft, verdween, met het bereiken van de bovenzinnelijke verrukking, de materiële pijn van de onfortuinlijke omstandigheid van haar individuele ziel. (Vedabase)

 

Tekst 27

Verheven tot de eeuwige staat van complete verzonkenheid, werd ze, vrij van de geaardheden, niet langer herinnerd aan haar materiële lichaam, zoals men ook wat men droomde vergeet als men is opgestaan.

Door haar vervoering verblijvend in het eeuwige en bevrijd van de verbijstering door de geaardheden van de materiële natuur, vergat ze toen haar materiële lichaam precies zoals iemand die opgestaan is vergeet wat word gezien in een droom. (Vedabase)

 

Tekst 28

Haar lichaam werd onderhouden door anderen [door haar hemelse dienstmaagden], maar, omdat ze niet onder angsten gebukt ging, vermagerde ze niet [verder]; overdekt door onzuiverheden straalde ze als een vuur gehuld in rook.

Haar lichaam raakte, hoewel onderhouden door anderen, echter niet uitgemergeld daar zorgen haar niet kwelden; ze straalde als een vuur dat verhuld is door een rookgordijn. (Vedabase)


Tekst 29

Met haar lichaam onderworpen aan de verzaking van de yoga, was ze, onder de goddelijke bescherming van haar opgegaan zijn in gedachten over Vâsudeva, zich er niet meer van bewust dat haar haar los hing of dat haar kleding wanordelijk was.

Verzonken in gedachten over Vâsudeva, was ze, onder goddelijke bescherming, er zich met haar lichaam in het volle van de verzaking van haar yogabeoefening, niet van bewust of haar haar los hing of dat haar kleding in het ongerede was. (Vedabase)


Tekst 30

Aldus het pad volgend haar onderwezen door Kapila, bereikte ze, in de geest van de Absolute Waarheid van de Opperziel, spoedig het einde van haar materiële bestaan en [het hemelverblijf van] de Allerhoogste Heer.

Aldus bereikte ze geïnstrueerd door Kapila, met het pad zonder mankeren spoedig het voorbije van de Superziel, de beëindiging van het materiële bestaan vindend in de Geest van de Absolute Waarheid van de Allerhoogste Heer. (Vedabase)

 

Tekst 31

Die allerheiligste plaats waar ze de volmaaktheid bereikte, o dappere ziel, staat in de drie werelden bekend onder de naam Siddhapada ['de toevlucht van de perfectie'].

Dat paleis waar ze de volmaaktheid bereikte, o dappere, was een hoogst heilige plaats en staat in de drie werelden bekend onder de naam Siddhapada [de toevlucht der volmaaktheid]. (Vedabase)

 

Tekst 32

De materiële elementen van haar lichaam dat ze met haar yogapraktijk opgaf, werden een rivier die de belangrijkste van alle rivieren is, o zachtaardige. Voor de vervulling die die rivier verleent wordt ze gezocht door allen die de volmaaktheid wensen.

De materiële elementen van haar lichaam opgegeven met de praktijk van de yoga werden een rivier die de meest vooraanstaande van alle rivieren is, o zachtgeaarde, waartoe allen die de volmaaktheid verlangen hun toevlucht nemen daar ze die volmaaktheid overdraagt.  (Vedabase)

 

Tekst 33

Nadat Heer Kapila, de grote yogi en Opperheer, afscheid had genomen van Zijn moeder en uit de hermitage van Zijn vader vertrok, begaf Hij zich in noordoostelijke richting. 

Heer Kapila, de grote yogi en Opperheer, begaf zich, toen Hij Zelf vandaar vertrok nadat Hij afscheid nam van Zijn moeder, in noordoostelijke richting. (Vedabase)

 

Tekst 34

De oceaan eerde Hem met het bieden van een verblijfplaats waar hij wordt verheerlijkt door de Siddha's,  Cânara's, Gandharva's, muni's en Apsara's.

Door de Siddha's, de Cânara's, de Gandharva's, de muni's en de Apsara's verheerlijkt, bood de oceaan Hem offergaven en een verblijfplaats [heden ten dage nog steeds bekend en aanbeden als Gangâ-sâgara-tîrtha, de plaats waar de Ganges de oceaan vindt]. (Vedabase)

 

Tekst 35

Aldaar aanbeden door de leraren van het voorbeeld die het Sânkhya-yogasysteem beoefenen, verkeert Hij permanent in samâdhi om de verlossing te verzekeren van [alle zielen in] de drie werelden.

Daar blijft Hij in samâdhi, om de verlossing te verzekeren van de drie werelden, aanbeden door de leraren van het voorbeeld die het Sânkhya-yogasysteem beoefenden. (Vedabase)


Tekst 36

Mijn beste zondeloze, dit wat ik u op uw verzoek vertelde over Kapila en Zijn conversatie met Devahûti, zuivert [degene die er naar luistert].

Mijn beste zondeloze, dit wat ik u op uw navraag vertelde over Kapila en Zijn conversatie met Devahûti, is van het zuiverste. (Vedabase)


Tekst 37

Wie ook maar luistert naar of uitweidt over deze vertrouwelijke leringen van Kapila Muni wat betreft de eenheid van de ziel en aldus zijn geest heeft gericht op de Fortuinlijke die de vlag van Garuda voert, zal de lotusvoeten van de Allerhoogste Heer bereiken.'

Wie ook maar hoort of wie ook maar uitweidt over deze vertrouwelijke leringen van Kapila Muni over de eenheid van de ziel en aldus zijn geest heeft gericht op de Fortuinlijke onder de vlag van Garuda, zal de lotusvoeten van de Allerhoogste Heer bereiken. (Vedabase)

*: Heden ten dage nog steeds bekend en aanbeden als Gangâ-sâgara-tîrtha, de plaats waar de Ganges de oceaan instroomt.

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
De afbeelding van Devahûti die zich concentreert in de afwezigheid van haar echtgenoot
is geschilderd door
Raja Ravi Varma.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd


 

 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties