Canto
10
Hoofdstuk 8: De Naam-plechtigheid, Zijn Streken en Opnieuw het Universum in Zijn Mond
(1) S'rî S'uka zei: 'Garga de familiepriester van de Yadu's, hoog verheven in de boete, o Koning, begaf zich op verzoek van Vasudeva naar Nanda's koeiengemeenschap. (2) Toen Nanda hem zag kwam hij hem zeer verheugd tegemoet om hem met gevouwen handen met eerbetoon welkom te heten hem kennende als iemand die boven het zintuiglijke staat [adhokshaja] en wierp hij zich ter aarde om zijn eerbetuigingen te brengen. (3) Met de grootste gastvrijheid en de zoetste woorden liet hij de wijze plaats nemen en het hem op deze manier naar de zin makend zei hij: 'O brahmaan zo volledig in uw zelfverwerkelijking, wat kan ik voor u betekenen? (4) Als de groten zich bewegen in de richting van de gewone man, de eenvoudig ingestelde huishouders, is dat iets dat nooit moet worden beschouwd als plaatsvindend om enige andere reden dan voor hun eigen bestwil. (5) Een ieder is in staat zich een idee te vormen van zijn verleden en toekomst door de kennis over de loop der hemellichamen die het verstand van de gewone man te boven gaat en die u zo genadevol, voor iedereen na te gaan, hebt vastgelegd [in een boek over astrologie]. (6) U inderdaad als de beste van de kenners van het Brahman bent de brahmaan van geboorte [*] die er is als de goeroe van iedereen; voert u dus alstublieft de naamgevingsplechtigheid uit [de samskâra] voor deze twee jongens [Krishna en Balarâma].'
(7) S'rî Garga zei: 'Ik ben, zoals iedereen weet, de leraar van het voorbeeld van de Yadu's; altijd hebben de zonen met mij de zuiveringsriten ondergaan, maar in uw geval zouden de mensen ervan kunnen denken dat we dat deden voor de zoon van Devakî. (8-9) Kamsa, die grote zondaar, met uw vriendschap met Vasudeva in gedachten en het feit dat het achtste kind van Devakî niet een meisje kan zijn, zou, met de notie die hij nam van het bericht van Devakî's dochter [Durgâ 10.4: 12], zelfs kunnen overwegen het ter dood te brengen en derhalve is het niet verstandig voor ons om dat te gaan doen.'
(10) S'rî Nanda zei: 'Voer dan zonder dat hij of zelfs maar mijn verwanten er weet van hebben nu hier ter plekke op een afgezonderde plaats, in de koeienstal, het tweedegeboorte zuiveringsritueel uit met de heilbrengende zang van de klassieke hymnen.'
(11) S'rî S'uka zei: 'Op dit dringende verzoek voerde de geleerde man voor de twee jongens in geheime afzondering de naamgevings-plechtigheid uit waarvoor hij was gekomen. (12) S'rî Garga zei: 'Deze hier inderdaad is de zoon van Rohinî die met Zijn bovenzinnelijke kwaliteiten er is voor het genoegen van al de Zijnen en om die reden Râma zal heten; zo ook zal Hij bekend staan als Bala vanwege Zijn buitengemene kracht en zal Hij voor het feit dat Hij de beide families verenigt [van Nanda en Vasudeva, zie ook 10.2: 8] ook wel Sankarshana heten [de samenbrenger]. (13) Er zijn drie kleuren die uw zoon heeft aangenomen in het aanvaarden van gedaanten overeenkomstig de yuga: wit, rood alsook geel en nu is Hij Krishna [donker van kleur, zie **]. (14) Kort hiervoor werd dit kind geboren uit Vasudeva en daarom zullen zij die hiervan op de hoogte zijn over uw kind spreken als de in alle opzichten prachtige Vâsudeva. (15) Van deze zoon van u zijn er vele namen en gedaanten naar de aard van Zijn kwaliteiten en handelingen; ik ben daarvan op de hoogte, maar de gewone man weet het niet. (16) Dit kind zal altijd handelen naar wat voor jullie allen het gunstigst is in Zijn rol als een Nanda-Gokula koeherder; door Hem zullen jullie allen met gemak alle gevaar trotseren [*3]. (17) In vervlogen tijden werden door Hem, o Koning van Vraja, de vromen die waren verstoord door de schurken van een foute regering beschermd zodat zij, met de slechten verslagen, konden floreren [zie ook 1.3: 28]. (18) Zoals degenen trouw aan Vishnu niets te vrezen hebben van de Asura's, zullen zij die zo fortuinlijk zijn jegens dit kind te handelen uit genegenheid niet door vijanden worden overweldigd. (19) Daarom, o Nanda, draag nauwgezet zorg voor de opvoeding van dit kind: in Zijn kwaliteiten, rijkdom, naam en faam is deze zoon van u zo goed als Nârâyana!'
(20) S'rî S'uka zei: 'Nadat Garga hen aldus volledig op de hoogte had gesteld van de Allerhoogste Ziel [zoals die zich met de twee jongens had gemanifesteerd] en naar zijn eigen plaats was vertrokken, beschouwde Nanda zichzelf, gezegend met al het fortuinlijke, een zeer gelukkig man. (21) Een tijdje later waren in Gokula Râma en Kes'ava [Krishna] op hun handjes en knietjes rondkruipend van hun jeugd aan het genieten. (22) Zij, als slangen door de modder van die koeienplaats kruipend produceerden, met hun voetjes achter zich aan slepend, een lief geluid met hun enkelbelletjes, maar bekoord door de geluiden enthousiast achter andere mensen aankruipend, werden ze bang en keerden ze snel weer terug naar hun moeders. (23) De moeders met het omarmen van de door de modder schattig gekleurde lichaampjes lieten hen dan drinken van de melk die vanuit de grote liefde voor ieder van hun zoontjes uit hun borst vloeide, en als ze, terwijl ze zoogden, in hun mondjes keken waren ze als de hemel zo gelukkig om de doorkomende tandjes te ontdekken. (24) Van binnen hun huizen de kinderen gadeslaand die buiten in Vraja aan het spelen waren vergaten ze lachend hun huishoudelijke taken geamuseerd bij de aanblik van hun beiden die met het vastgrijpen van de uiteinden van de staarten van de kalfjes zich in het rond lieten slepen.(25) In hun onvermoeibare spelen bezig met de koeien, met vuur, met scherpgetande beestenmuilen, met zwaarden, water, vogels en doornen, raakten de moeders ontmoedigd als ze, met het doen van hun huishouding, er niet iets op konden vinden ze een halt toe te roepen. (26) Binnen de kortste keren, o Koning, begonnen Râma en Krishna met gemak zonder de hulp van hun knietjes op enkel hun twee beentjes in Gokula rond te lopen. (27) Daaropvolgend wekte de Allerhoogste Heer, in Zijn samen met Balarâma blij spelen met andere kinderen in Vraja, bij de dames van Vraja een hemelse verrukking op. (28) De gopî's, die met ogen voor Krishna er enkel op belust om telkens weer opnieuw over Zijn kinderstreken te vernemen, kwamen bijeen in de aanwezigheid van Zijn moeder en zeiden: (29) 'Hij heeft eens zonder dat het er de tijd voor was de kalveren losgelaten en zat toen te lachen over de woede die daarover bestond; op één of andere manier stal Hij en at Hij uit de potten de smakelijke yoghurt, melk en boter en gaf Hij de apen ieder ervan een deel te eten; als die [zat zijn en] niet meer willen eten breekt hij de pot en als Hij niets kan vinden [om de apen te eten te geven] gaat Hij boos op de mensen in het huis de babytjes knijpen. (30) [Met de potten] buiten Zijn bereik opgehangen vindt Hij er wat op door dingen op te stapelen of een stampvat om te keren en weet Hij de inhoud te bereiken door een gat te maken in de hangende pot. De tijd afwachtend dat de gopî's druk bezig zijn met hun huishoudelijke bezigheden, weet Hij Zijn weg te vinden in een donkere kamer met genoeg licht om te zien van de stralende juwelen op Zijn lichaam! (31) Hij is zo stout dat Hij soms vrijelijk plast op een schoon plekje in onze huizen en die slimme, vindingrijke dief zit daar nu als een lief jongetje!' Aldaar bijeen bespraken de gopî's al dit soort zaken, maar als ze Hem voor zich zagen zitten, bang kijkend met Zijn mooie gezichtje, konden de gopî's blij om Hem te zien met hun klachten tegen Hem ingebracht enkel glimlachen en zich vermaken en konden ze waarlijk niet boos op Hem zijn. (32) Op een dag, toen Hij wat ouder was, kwamen Balarâma en de andere kinderen uit de buurt om Zijn moeder te zeggen: 'Krishna heeft aarde gegeten!'
(33) Yas'odâ bezorgd over Zijn welzijn nam Krishna berispend bij de hand en keek bezorgd in Zijn mondje om Hem aan een nader onderzoek te onderwerpen en zei: (34) 'Waarom heb jij, ongehoorzame jongen, stiekem modder gegeten, wat hoor ik nu van Je oudere broertje en je speelkameraadjes?'
(35) 'O mammie ik heb geen modder gegeten, ze hebben het helemaal verkeerd; als dat wat zij zeggen waar zou zijn, kijk dan nu meteen in Mijn mond!'
(36) 'Doe Je mondje dan maar eens wijd open als dat zo is', droeg ze Hem op en Hij, de Allerhoogste Persoonlijkheid, de Heer wiens weelde onbegrensd is, opende toen, in Zijn spel als een mensenkind, Zijn mond.(37-39) Binnenin Zijn mond zag ze [voor de tweede keer, zie hoofdstuk 10.7: 35-37] het hele universum met alle bewegende en niet-bewegende levensvormen en de hemel in alle richtingen, de bergen, de continenten, de oceanen, de oppervlakte van de aarde, de waaiende wind, het vuur, de maan en de sterren. Ze zag de planetenstelsels, de wateren, het licht, het uitspansel met de hele buitenruimte en al die [godheden] gebonden aan verandering, de zinnen, de geest en de drie geaardheden. De schakering van dat alles ziend tezamen met de tijd van leven van iedere ziel, de natuurlijke instincten, het karma, wat er allemaal begeerd wordt en de verschillende subtiele lichamen, met inbegrip van Vraja en haarzelf binnenin de wijd open mond van het lichaam van haar zoontje, deed haar vol ongeloof versteld staan: (40) 'Is dit allemaal een droom, een waanidee van God of misschien een drogbeeld van mijn eigen intelligentie, of zou anders dat wat ik zie een of ander yogafenomeen zijn eigen aan mijn kind? (41) Omdat ik, voor zover ik dat kan zien, niet vermag te begrijpen wat allemaal het bewustzijn, de geest, het handelen en de woorden te boven gaat, geef ik mezelf over aan de voeten van Hem buiten mijn gezichtsbereik onder wiens gezag ik leef en door wie ik kan ontwaken. (42) In het idee van ik als hebbende deze echtgenoot en die zoon, als zijnde de echtgenote die het allemaal zou bezitten met de heerser van Vraja, met al de gopî's en gopa's onder mijn gezag met de koeien en de kalveren, heb ik het helemaal bij het verkeerde eind omdat alleen maar Hij mijn vooruitgang is [zie 5.5: 8, 7.9: 19 en B.G. 5: 29].' (43) Nadat ze op deze manier haar werkelijkheid had begrepen zoals die was, bereidde Hij, de Heer, voor die dame van leiding over de gopî's [wederom] Zijn bijzondere genade als Vishnu zodat zij, met haar genegenheid voor haar zoontje, aangetrokken kon zijn tot de Almachtige. (44) Met de herinnering [aan het visioen] abrupt verdwenen zette zij, de gopî, geraakt in haar hart haar zoontje op haar schoot met een liefde hersteld naar de situatie zoals die voorheen was geweest. (45) Door de drie [Veda's] en ook door de filosofische oefeningen [de Upanishads], de yoga-analyse [sânkhya-yoga] en door middel van de toegewijden [pañcarâtra's] wordt de Heer verheerlijkt in al Zijn grootheid, maar zij dacht simpelweg over Hem na als zijnde haar zoon.'
(46) De achtenswaardige koning zei: 'Wat waren de vrome handelingen [zie B.G. 7: 16] o brahmaan, volbracht door Nanda en Yas'odâ, van wiens moedermelk de Heer dronk, waardoor ze de hoogste vervolmaking bereikten van het aldus gezegend zijn? (47) Zelfs niet Zijn eigen vader en moeder konden van de verheffende kinderavonturen van Krishna genieten die de ongerechtigheid van de wereld wegnemen en welke zelfs vandaag de dag nog worden bezongen door de intelligenten!'
(48) 'S'rî S'uka zei: 'Drona, de beste der goddelijken [de Vasu's] zei samen met zijn vrouw Dharâ in het verleden tot Heer Brahmâ, enkel om uit te vinden wat zijn opdracht was: (49) 'Mogen wij [als Zijn ouders] geboorte nemen op deze aarde om, terwille van de grootheid van God, er te zijn in toegewijde dienst voor de Heer, de Heerser van het ganse Universum, die het uiteindelijke doel is in de wereld en dankzij wie moeiteloos een miserabel leven kan worden vermeden?' (50) 'Het zij zo', klonk het daarop zodat hij, de Grootheid [de Bhagavân voor de Bhagavân], Drona, die hoogst verheven ziel, geboren werd in Vraja en daar bekend stond als Nanda en zij, Dharâ, er verscheen als Yas'odâ [vergelijk 10.3: 32-45 en zie *4]. (51) O zoon van Bharata, als gevolg daarvan was er van de echtgenoot zowel als van de echtgenote en al de gopa's en gopî's, de onophoudelijke [liefde] van de toegewijde dienst voor de Heer die was verschenen als hun zoon en die een ieder het beste toewenst. (52) Om de woorden van Brahmâ gestand te doen verbleef Krishna toen samen met de almachtige [of Bala-]Râma in Vraja om, tot hun grote genoegen, Zijn spel en vermaak [Zijn 'lîlâ'] tentoon te spreiden.'
Tweede editie, geladen 20 maart 2008
Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'Garga de familiepriester van de Yadu's, hoog verheven in de boete, o Koning, begaf zich op verzoek van Vasudeva naar Nanda's koeiengemeenschapS'rî S'uka zei: 'Garga de familiepriester van de Yadu's, hoog verheven in de boete, o Koning, begaf zich op verzoek van Vasudeva naar Nanda's koeien-gemeenschap. (Vedabase)
Toen Nanda hem zag kwam hij hem zeer verheugd tegemoet om hem met gevouwen handen met eerbetoon welkom te heten hem kennende als iemand die boven het zintuiglijke staat [adhokshaja] en wierp hij zich ter aarde om zijn eerbetuigingen te brengen.
Hem ziend trad hij zeer verheugd naar voren om hem met gevouwen handen met eerbetoon welkom te heten hem kennende als iemand van voorbij de zinnen [adhokshaja] en wierp hij zich ter aarde om zijn eerbetuigingen te brengen. (Vedabase)
Met de grootste gastvrijheid en de zoetste woorden liet hij de wijze plaats nemen en het hem op deze manier naar de zin makend zei hij: 'O brahmaan zo volledig in uw zelfverwerkelijking, wat kan ik voor u betekenen?
Met de grootste gastvrijheid en de zoetste woorden liet hij de wijze plaats nemen en het hem op deze manier naar de zin makend zei hij: 'O Brahmaan zo volledig in uw zelfverwerkelijking, wat kan ik voor u betekenen? (Vedabase)
Als de groten zich bewegen in de richting van de gewone man, de eenvoudig ingestelde huishouders, is dat iets dat nooit moet worden beschouwd als plaatsvindend om enige andere reden dan voor hun eigen bestwil.
Als de groten zich bewegen in de richting van de gewone man, de eenvoudig ingestelde huishouders, is dat iets wat nooit moet worden beschouwd als plaats vindend om enige andere reden dan voor hun eigen bestwil. (Vedabase)
Een ieder is in staat zich een idee te vormen van zijn verleden en toekomst door de kennis over de loop der hemellichamen die het verstand van de gewone man te boven gaat en die u zo genadevol, voor iedereen na te gaan, hebt vastgelegd [in een boek over astrologie].
Een ieder is in staat zich een idee te vormen van zijn verleden en toekomst door de kennis over de loop der hemellichamen die het verstand van de gewone man te boven gaat en die u zo genadevol voor iedereen na te gaan hebt vastgelegd [in een boek over astrologie]. (Vedabase)
U inderdaad als de beste van de kenners van het Brahman bent de brahmaan van geboorte [*] die er is als de goeroe van iedereen; voert u dus alstublieft de naamgevingsplechtigheid uit [de samskâra] voor deze twee jongens [Krishna en Balarâma].'
(6) U inderdaad als de beste van de kenners van het Brahman bent de brahmaan van geboorte [*] die er is als de goeroe van iedereen; voert u dus alstublieft de naamgevings-plechtigheid uit [de samskâra] voor deze twee jongens [Krishna en Balarâma].' (Vedabase)
S'rî Garga zei: 'Ik ben, zoals iedereen weet, de leraar van het voorbeeld van de Yadu's; altijd hebben de zonen met mij de zuiveringsriten ondergaan, maar in uw geval zouden de mensen ervan kunnen denken dat we dat deden voor de zoon van Devakî.
S'rî Garga zei: 'Ik ben de leraar van het voorbeeld van de Yadu's zoals iedereen weet; altijd hebben de zonen met mij de zuiveringsriten ondergaan, maar in uw geval zou men dat beschouwen als zijn verricht voor de zoon van Devakî. (Vedabase)
Kamsa, die grote zondaar, met uw vriendschap met Vasudeva in gedachten en het feit dat het achtste kind van Devakî niet een meisje kan zijn, zou, met de notie die hij nam van het bericht van Devakî's dochter [Durgâ 10.4: 12], zelfs kunnen overwegen het ter dood te brengen en derhalve is het niet verstandig voor ons om dat te gaan doen.'
Kamsa, die grote zondaar, met uw vriendschap met Vasudeva in gedachten en het feit dat het achtste kind van Devakî niet een meisje kan zijn, zou, met het gehoord hebben van het bericht van Devakî's dochter [Durgâ 10.4: 12], zelfs kunnen overwegen het ter dood te brengen en derhalve is het niet verstandig voor ons om dat te gaan doen.' (Vedabase)
S'rî Nanda zei: 'Voer dan zonder dat hij of zelfs maar mijn verwanten er weet van hebben nu hier ter plekke op een afgezonderde plaats, in de koeienstal, het tweedegeboorte zuiveringsritueel uit met de heilbrengende zang van de klassieke hymnen.'
S'rî Nanda zei: 'Voer dan zonder dat hij of zelfs maar mijn verwanten er weet van hebben nu hier ter plekke op een afgezonderde plaats, in de koeienstal, het tweede-geboorte zuiveringsritueel uit met de heilbrengende zang van de klassieke hymnen.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Op dit dringende verzoek voerde de geleerde man voor de twee jongens in geheime afzondering de naamgevings-plechtigheid uit waarvoor hij was gekomen.
S'rî S'uka zei: 'Op dit dringende verzoek voerde de man van scholing voor de twee jongens in geheime afzondering de naamgevings-plechtigheid uit waarvoor hij was gekomen. (Vedabase)
S'rî Garga zei: 'Deze hier inderdaad is de zoon van Rohinî die met Zijn bovenzinnelijke kwaliteiten er is voor het genoegen van al de Zijnen en om die reden Râma zal heten; zo ook zal Hij bekend staan als Bala vanwege Zijn buitengemene kracht en zal Hij voor het feit dat Hij de beide families verenigt [van Nanda en Vasudeva, zie ook 10.2: 8] ook wel Sankarshana heten [de samenbrenger].
S'rî Garga zei: 'Deze hier inderdaad is de zoon van Rohinî die met Zijn bovenzinnelijke kwaliteiten er is voor het genoegen van al de zijnen en om die reden Râma zal heten; zo ook zal Hij bekend staan als Bala vanwege Zijn buitengemene kracht en voor het feit dat hij niet apart staat in aantrekking van de beide families [van Nanda en Vasudeva, zie ook 10.2: 8] zal men hem kennen als Sankarshana [de samenbrenger]. (Vedabase)
Er zijn drie kleuren die uw zoon heeft aangenomen in het aanvaarden van gedaanten overeenkomstig de yuga: wit, rood alsook geel en nu is Hij Krishna [donker van kleur, zie **].
Drie kleuren daadwerkelijk heeft uw zoon aangenomen in het aanvaarden van gedaanten overeenkomstig de yuga: wit, rood als ook geel en nu is Hij Krishna [donker van kleur, zie **]. (Vedabase)
Kort hiervoor werd dit kind geboren uit Vasudeva en daarom zullen zij die hiervan op de hoogte zijn over uw kind spreken als de in alle opzichten prachtige Vâsudeva.
Kort hiervoor werd dit kind geboren uit Vasudeva en daarom zullen diegenen die op de hoogte zijn over uw kind spreken als de in alle opzichten prachtige Vâsudeva. (Vedabase)
Van deze zoon van u zijn er vele namen en gedaanten naar de aard van Zijn kwaliteiten en handelingen; ik ben daarvan op de hoogte, maar de gewone man weet het niet.
Van deze zoon van u zijn er vele namen en gedaanten naar de aard van Zijn kwaliteiten en handelingen; ik heb daar weet van, maar de gewone man weet het niet. (Vedabase)
Dit kind zal altijd handelen naar wat voor jullie allen het gunstigst is in Zijn rol als een Nanda-Gokula koeherder; door Hem zullen jullie allen met gemak alle gevaar trotseren [*3].
Dit kind zal altijd handelen naar wat voor jullie allen het gunstigst is in Zijn rol als een nanda-gokula koeherder; door hem zullen jullie allen met gemak alle gevaar trotseren [*3]. (Vedabase)
In vervlogen tijden werden door Hem, o Koning van Vraja, de vromen die waren verstoord door de schurken van een foute regering beschermd zodat zij, met de slechten verslagen, konden floreren [zie ook 1.3: 28].
In vervlogen tijden werden door Hem, o Koning van Vraja, de vromen die waren verstoord door de schurken van een foute regering beschermd zodat zij, met de slechten verslagen, konden floreren [zie ook 1.3: 28]. (Vedabase)
Zoals degenen trouw aan Vishnu niets te vrezen hebben van de Asura's, zullen zij die zo fortuinlijk zijn jegens dit kind te handelen uit genegenheid niet door vijanden worden overweldigd.
Zoals degenen trouw aan Vishnu met asura's, zullen die personen die jegens dit kind zo fortuinlijk zijn te handelen uit genegenheid niet door vijanden worden overweldigd. (Vedabase)
Daarom, o Nanda, draag nauwgezet zorg voor de opvoeding van dit kind: in Zijn kwaliteiten, rijkdom, naam en faam is deze zoon van u zo goed als Nârâyana!'
Daarom, o Nanda, draag nauwgezet zorg voor de opvoeding van dit kind: in Zijn kwaliteiten, rijkdom, naam en faam is deze zoon van u zo goed als Nârâyana!' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Nadat Garga hen aldus volledig op de hoogte had gesteld van de Allerhoogste Ziel [zoals die zich met de twee jongens had gemanifesteerd] en naar zijn eigen plaats was vertrokken, beschouwde Nanda zichzelf, gezegend met al het fortuinlijke, een zeer gelukkig man.
S'rî S'uka zei: 'Nadat Garga hen aldus volledig op de hoogte had gesteld van de Allerhoogste Ziel [die zich in tweeën voordeed] en naar zijn eigen plaats was vertrokken beschouwde Nanda zichzelf, gezegend met al het fortuinlijke, een zeer gelukkig man. (Vedabase)
Een tijdje later waren in Gokula Râma en Kes'ava [Krishna] op hun handjes en knietjes rondkruipend van hun jeugd aan het genieten.
Een tijdje later waren in Gokula Râma en Kes'ava [Krishna] op hun handjes en knietjes rondkruipend van hun jeugd aan het genieten. (Vedabase)
Zij, als slangen door de modder van die koeienplaats kruipend produceerden, met hun voetjes achter zich aan slepend, een lief geluid met hun enkelbelletjes, maar bekoord door de geluiden enthousiast achter andere mensen aankruipend, werden ze bang en keerden ze snel weer terug naar hun moeders.
Zij, als slangen door de modder van die koeienplaats rondkruipend produceerden, met hun voetjes achter zich aan slepend, een lief geluid met hun enkelbelletjes maar bekoord door de geluiden enthousiast achter andere mensen aankruipend, werden ze bang en keerden ze snel weer terug naar hun moeders. (Vedabase)
De moeders met het omarmen van de door de modder schattig gekleurde lichaampjes lieten hen dan drinken van de melk die vanuit de grote liefde voor ieder van hun zoontjes uit hun borst vloeide, en als ze, terwijl ze zoogden, in hun mondjes keken waren ze als de hemel zo gelukkig om de doorkomende tandjes te ontdekken.
De moeders met het omarmen van de door de modder schattig gekleurde lichaampjes lieten, vanuit de grote genegenheid voor ieder van hun zoontjes de melk gevend die hun uit de borst vloeide, hen dan drinken en als ze, terwijl ze zoogden, in hun mondjes keken waren ze als de hemel zo gelukkig om de doorkomende tandjes te ontdekken. (Vedabase)
Van binnen hun huizen de kinderen gadeslaand die buiten in Vraja aan het spelen waren vergaten ze lachend hun huishoudelijke taken geamuseerd bij de aanblik van hun beiden die met het vastgrijpen van de uiteinden van de staarten van de kalfjes zich in het rond lieten slepen.
Van binnen hun huizen de kinderen gadeslaand die buiten in Vraja aan het spelen waren vergaten ze lachend hun huishoudelijke taken geamuseerd bij de aanblik van hun beiden die met het vastgrijpen van de uiteinden van de staarten van de kalfjes zich in het rond lieten slepen. (Vedabase)
In hun onvermoeibare spelen bezig met de koeien, met vuur, met scherpgetande beestenmuilen, met zwaarden, water, vogels en doornen, raakten de moeders ontmoedigd als ze, met het doen van hun huishouding, er niet iets op konden vinden ze een halt toe te roepen.
In hun onvermoeibare spelen bezig met de koeien, met vuur, met scherpgetande beestenmuilen, met zwaarden, water, vogels en doornen, raakten de moeders ontmoedigd als ze, met het doen van hun huishouding, er niet iets op konden vinden ze een halt toe te roepen. (Vedabase)
Binnen de kortste keren, o Koning, begonnen Râma en Krishna met gemak zonder de hulp van hun knietjes op enkel hun twee beentjes in Gokula rond te lopen.
Binnen de kortste keren, o Koning, begonnen Râma en Krishna met gemak zonder de hulp van hun knietjes op enkel hun twee beentjes in Gokula rond te lopen. (Vedabase)
Daaropvolgend wekte de Allerhoogste Heer, in Zijn samen met Balarâma blij spelen met andere kinderen in Vraja, bij de dames van Vraja een hemelse verrukking op.
Maar toen wekte de Allerhoogste Heer bij de dames van Vraja de hemelse verrukking op in Zijn samen met Balarâma blij spelen met andere kinderen in Vraja. (Vedabase)
De gopî's, die met ogen voor Krishna er enkel op belust om telkens weer opnieuw over Zijn kinderstreken te vernemen, kwamen bijeen in de aanwezigheid van Zijn moeder en zeiden:
De gopî's met ogen voor Krishna er enkel op belust om telkens weer opnieuw over Zijn kinderstreken te vernemen kwamen bijeen in de aanwezigheid van Zijn moeder en zeiden: (Vedabase)
'Hij heeft eens zonder dat het er de tijd voor was de kalveren losgelaten en zat toen te lachen over de woede die daarover bestond; op één of andere manier stal Hij en at Hij uit de potten de smakelijke yoghurt, melk en boter en gaf Hij de apen ieder ervan een deel te eten; als die [zat zijn en] niet meer willen eten breekt hij de pot en als Hij niets kan vinden [om de apen te eten te geven] gaat Hij boos op de mensen in het huis de babytjes knijpen.
'Hij heeft eens zonder dat het er de tijd voor was de kalveren losgelaten en zat te lachen over de woede die daarover bestond; op één of andere manier stal Hij en at Hij uit de potten de smakelijke yoghurt, melk en boter en gaf Hij de apen ieder ervan een deel te eten; als die niet willen eten breekt hij de pot en als Hij niets kan vinden gaat Hij boos op de mensen in het huis de babytjes knijpen. (Vedabase)
[Met de potten] buiten Zijn bereik opgehangen vindt Hij er wat op door dingen op te stapelen of een stampvat om te keren en weet Hij de inhoud te bereiken door een gat te maken in de hangende pot. De tijd afwachtend dat de gopî's druk bezig zijn met hun huishoudelijke bezigheden, weet Hij Zijn weg te vinden in een donkere kamer met genoeg licht om te zien van de stralende juwelen op Zijn lichaam!
Buiten Zijn bereik opgehangen vindt Hij er wat op door dingen op te stapelen of een stampblok om te keren en weet Hij de inhoud te bereiken door een gat te maken in de hangende pot. Hij weet Zijn weg te vinden in een donkere kamer met genoeg licht om te zien van de stralende juwelen op Zijn lichaam en wacht de tijd af dat de gopî's druk bezig zijn met hun huishoudelijke bezigheden! (Vedabase)
Hij is zo stout dat Hij soms vrijelijk plast op een schoon plekje in onze huizen en die slimme, vindingrijke dief zit daar nu als een lief jongetje!' Aldaar bijeen bespraken de gopî's al dit soort zaken, maar als ze Hem voor zich zagen zitten, bang kijkend met Zijn mooie gezichtje, konden de gopî's blij om Hem te zien met hun klachten tegen Hem ingebracht enkel glimlachen en zich vermaken en konden ze waarlijk niet boos op Hem zijn.
Hij is zo stout dat Hij soms vrijelijk plast op een schoon plekje in onze huizen en die slimme, vindingrijke dief zit daar nu als een lief jongetje!' Aldaar bijeen bespraken de gopî's al dit soort zaken, maar als ze Hem voor zich zagen zitten, bang kijkend met Zijn mooie gezichtje, konden de gopî's blij om Hem te zien met hun klachten tegen hem ingebracht enkel glimlachen en zich vermaken en konden ze waarlijk niet boos op Hem zijn. (Vedabase)
Op een dag, toen Hij wat ouder was, kwamen Balarâma en de andere kinderen uit de buurt om Zijn moeder te zeggen: 'Krishna heeft aarde gegeten!'
Eens toen Hij ietwat ouder was kwamen Balarâma en de andere kinderen uit de buurt om Zijn moeder te zeggen: 'Krishna heeft aarde gegeten!' (Vedabase)
Yas'odâ bezorgd over Zijn welzijn nam Krishna berispend bij de hand en keek bezorgd in Zijn mondje om Hem aan een nader onderzoek te onderwerpen en zei:
Yas'odâ bezorgd over Zijn welzijn nam Krishna berispend bij de hand en keek bezorgd in Zijn mondje om Hem aan een nader onderzoek te onderwerpen en zei: (Vedabase)
'Waarom heb jij, ongehoorzame jongen, stiekem modder gegeten, wat hoor ik nu van Je oudere broertje en je speelkameraadjes?'
'Waarom heb jij, ongehoorzame jongen, stiekem modder gegeten, wat hoor ik nu van Je oudere broertje en je speelkameraadjes?' (Vedabase)
'O mammie ik heb geen modder gegeten, ze hebben het helemaal verkeerd; als dat wat zij zeggen waar zou zijn, kijk dan nu meteen in Mijn mond!'
'O mammie ik heb geen modder gegeten, ze hebben het helemaal verkeerd; als dat wat zij zeggen waar zou zijn, kijk dan nu meteen in Mijn mond!' (Vedabase)
'Doe Je mondje dan maar eens wijd open als dat zo is', droeg ze Hem op en Hij, de Allerhoogste Persoonlijkheid, de Heer wiens weelde onbegrensd is, opende toen, in Zijn spel als een mensenkind, Zijn mond.
'Doe je mondje dan maar eens wijd open als dat zo is', droeg ze hem op en Hij, de Allerhoogste Persoonlijkheid, de Heer wiens weelde onbegrensd is, opende in Zijn spel als een mensenkind Zijn mond. (Vedabase)
Binnenin Zijn mond zag ze [voor de tweede keer, zie hoofdstuk 10.7: 35-37] het hele universum met alle bewegende en niet-bewegende levensvormen en de hemel in alle richtingen, de bergen, de continenten, de oceanen, de oppervlakte van de aarde, de waaiende wind, het vuur, de maan en de sterren. Ze zag de planetenstelsels, de wateren, het licht, het uitspansel met de hele buitenruimte en al die [godheden] gebonden aan verandering, de zinnen, de geest en de drie geaardheden. De schakering van dat alles ziend tezamen met de tijd van leven van iedere ziel, de natuurlijke instincten, het karma, wat er allemaal begeerd wordt en de verschillende subtiele lichamen, met inbegrip van Vraja en haarzelf binnenin de wijd open mond van het lichaam van haar zoontje, deed haar vol ongeloof versteld staan:
Binnen in Zijn mond zag ze [voor de tweede keer, zie hoofdstuk 10.7: 35-37] het hele universum met alle bewegende en niet-bewegende levensvormen en de hemel in alle richtingen, de bergen, de continenten, de oceanen, de oppervlakte van de aarde, de waaiende wind, het vuur, de maan en de sterren. Ze zag de planetenstelsels, de wateren, het licht, het uitspansel met de hele buitenruimte en al die [godheden] gebonden aan verandering, de zinnen, de geest en de drie geaardheden. De schakering van dat alles ziend tezamen met de tijd van leven van iedere ziel, de natuurlijke instincten, het karma, wat er allemaal begeerd wordt en de verschillende subtiele lichamen, met inbegrip van Vraja en haarzelf binnen in de wijd open mond van het lichaam van haar zoontje, deed haar vol ongeloof versteld staan: (Vedabase)
'Is dit allemaal een droom, een waanidee van God of misschien een drogbeeld van mijn eigen intelligentie, of zou anders dat wat ik zie een of ander yogafenomeen zijn eigen aan mijn kind?
'Is dit allemaal een droom, een waanidee van God of misschien een drogbeeld van mijn eigen intelligentie of zou anders dat wat ik zie een of ander yogafenomeen zijn eigen aan mijn kind? (Vedabase)
Omdat ik, voor zover ik dat kan zien, niet vermag te begrijpen wat allemaal het bewustzijn, de geest, het handelen en de woorden te boven gaat, geef ik mezelf over aan de voeten van Hem buiten mijn gezichtsbereik onder wiens gezag ik leef en door wie ik kan ontwaken.
Omdat ik, voor zover ik dat kan zien, niet vermag te begrijpen wat allemaal het bewustzijn, de geest, het handelen en de woorden ontgaat, geef ik mezelf over aan de voeten van Hem buiten mijn gezichtsbereik onder wiens gezag ik leef en van wie ik mag ontwaken. (Vedabase)
In het idee van ik als hebbende deze echtgenoot en die zoon, als zijnde de echtgenote die het allemaal zou bezitten met de heerser van Vraja, met al de gopî's en gopa's onder mijn gezag met de koeien en de kalveren, heb ik het helemaal bij het verkeerde eind omdat alleen maar Hij mijn vooruitgang is [zie 5.5: 8, 7.9: 19 en B.G. 5: 29].'
In het idee van ik als hebbende deze echtgenoot en die zoon, naar het zijn van de echtgenote die het allemaal zou bezitten met de heerser van Vraja, naar het ressorteren van al de gopî's en gopa's onder mij met de koeien en de kalveren, heb ik het helemaal bij het verkeerde eind daar alleen maar Hij mijn vooruitgang is [zie 5.5: 8, 7.9: 19 en B.G. 5: 29].' (Vedabase)
Nadat ze op deze manier haar werkelijkheid had begrepen zoals die was, bereidde Hij, de Heer, voor die dame van leiding over de gopî's [wederom] Zijn bijzondere genade als Vishnu uit zodat zij, met haar genegenheid voor haar zoontje, aangetrokken kon zijn tot de Almachtige.
Op deze manier haar werkelijkheid begrijpend zoals die was breidde Hij, de Beheerser, voor die dame van leiding over de gopî's [wederom] Zijn bijzondere genade als Vishnu uit om met haar genegenheid voor haar zoontje tot de Almachtige aangetrokken te zijn. (Vedabase)
Met de herinnering [aan het visioen] abrupt verdwenen zette zij, de gopî, geraakt in haar hart haar zoontje op haar schoot met een liefde hersteld naar de situatie zoals die voorheen was geweest.
Met de herinnering [aan het visioen] abrupt verdwenen zette zij, de gopî, geraakt in haar hart haar zoontje op haar schoot met een liefde hersteld naar de situatie zoals die voorheen was geweest. (Vedabase)
Door de drie [Veda's] en ook door de filosofische oefeningen [de Upanishads], de yoga-analyse [sânkhya-yoga] en door middel van de toegewijden [pañcarâtra's] wordt de Heer verheerlijkt in al Zijn grootheid, maar zij dacht simpelweg over Hem na als zijnde haar zoon.'
Door de drie [Veda's] en ook door de filosofische oefeningen [de Upanishads], de yoga-analyse [sânkhya-yoga] en door middel van de toegewijden [pancarâtra's] wordt de Heer verheerlijkt in al Zijn grootheid, maar zij dacht simpelweg over Hem na als zijnde haar zoon.' (Vedabase)
De achtenswaardige koning zei: 'Wat waren de vrome handelingen [zie B.G. 7: 16] o brahmaan, volbracht door Nanda en Yas'odâ, van wiens moedermelk de Heer dronk, waardoor ze de hoogste vervolmaking bereikten van het aldus gezegend zijn?
De achtenswaardige koning zei: 'Wat waren de vrome handelingen [zie B.G. 7: 16] o brahmaan, volbracht door Nanda en Yas'odâ, van wiens moedermelk de Heer dronk, waardoor ze de hoogste vervolmaking bereikten van het aldus gezegend zijn? (Vedabase)
Zelfs niet Zijn eigen vader en moeder konden van de verheffende kinderavonturen van Krishna genieten die de ongerechtigheid van de wereld wegnemen en welke zelfs vandaag de dag nog worden bezongen door de intelligenten!'
Zelfs niet Zijn eigen vader en moeder konden van de verheffende kinderavonturen van Krishna genieten die de ongerechtigheid van de wereld wegnemen en welke zelfs vandaag de dag nog worden bezongen door de intelligenten!' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Drona, de beste der goddelijken [de Vasu's] zei samen met zijn vrouw Dharâ in het verleden tot Heer Brahmâ, enkel om uit te vinden wat zijn opdracht was:
S'rî S'uka zei: 'Drona, de beste der goddelijken [de vasu's] met Dharâ zijn vrouw zeiden in het verleden tot Heer Brahmâ, enkel om uit te vinden wat zijn opdracht was: (Vedabase)
'Mogen wij [als Zijn ouders] geboorte nemen op deze aarde om, terwille van de grootheid van God, er te zijn in toegewijde dienst voor de Heer, de Heerser van het ganse Universum, die het uiteindelijke doel is in de wereld en dankzij wie moeiteloos een miserabel leven kan worden vermeden?'
'Mag de geboorte van ons op deze aarde in het Grote van God, er zijn in toegewijde dienst met de Heer, de Beheerser van het ganse Universum, die het uiteindelijke doel is in de wereld en dankzij wie moeiteloos een miserabel leven kan worden vermeden?' (Vedabase)
'Het zij zo', klonk het daarop zodat hij, de Grootheid [de Bhagavân voor de Bhagavân], Drona, die hoogst verheven ziel, geboren werd in Vraja en daar bekend stond als Nanda en zij, Dharâ, er verscheen als Yas'odâ [vergelijk 10.3: 32-45 en zie *4].
'Het zij zo', klonk het daarop zodat hij, de Grootheid [de Bhagavân voor Bhagavân], Drona, de hoogst verhevene, geboren in Vraja gevierd raakte als Nanda en zij, Dharâ, verscheen als Yas'odâ [vergelijk 10.3: 32-45 en zie *4]. (Vedabase)
O zoon van Bharata, als gevolg daarvan was er van de echtgenoot zowel als van de echtgenote en al de gopa's en gopî's, de onophoudelijke [liefde] van de toegewijde dienst voor de Heer die was verschenen als hun zoon en die een ieder het beste toewenst.
O zoon van Bharata, daaropvolgend was er van de echtgenoot zowel als de echtgenote en al de gopa's en gopî's, de niet aflatende toegewijde dienst voor de Heer verschenen als hun zoon die een ieder het beste toewenst. (Vedabase)
Om de woorden van Brahmâ gestand te doen verbleef Krishna toen samen met de almachtige [of Bala-]Râma in Vraja om, tot hun grote genoegen, Zijn spel en vermaak [Zijn 'lîlâ'] tentoon te spreiden.'
Om de woorden van Brahmâ gestand te doen verbleef Krishna samen met de almachtige [of Bala-]Râma in Vraja met Zijn spel [Zijn 'lîla'] tot hun meerdere genoegen.' (Vedabase)
* Het Sanskriet zegt hier 'bij geboorte', maar de paramparâ benadrukt de tweede geboorte of initiatie. Svâmî Prabhupâda geeft als commentaar: 'Niemand komt als een brâhmana ter wereld; iedereen wordt geboren als een s'ûdra. Maar onder de leiding van een brâhmana en door samskâra, kan men dvija worden, tweemaal geboren, en dan stap voor stap een brâhmana worden. Brahmanisme is niet een systeem bedoeld om een monopolie te creëren voor een bepaald soort mensen. Iedereen zou er toe moeten worden opgevoed een brâhmana te worden. Er moet ten minste een gelegenheid bestaan om het iedereen mogelijk te maken het doel van het leven te bereiken.' Naast deze tweede geboorte is er ook de derde geboorte die men heeft vanwege de offers die men brengt: men bereikt de onafhankelijkheid met het internaliseren van de goeroe (zie ook 4.31: 10, 7.11: 35).
** Het woord Krishna betekent behalve donker nog meer, Svâmî Prabhupâda geeft als commentaar: 'Als we het nirukti, of de semantische afleiding analyseren van het woord "Krishna," ontdekken we dat na betekent dat Hij de herhaling van geboorte en dood stopt, en dat krish sattârtha, ofwel "bestaan" betekent (Krishna vormt het geheel van het bestaan.) Ook betekent krish "aantrekking," en betekent na ânanda, of "gelukzaligheid." Zijn kleuren worden later in het elfde Canto besproken onder: 11.5: 21, 24, 27 en 34.
*3 Een van de mantra's die de Vaishnava's gebruiken om hun voedsel te offeren voor Krishna luidt:
namo brahmanya-devâya
go-brâhmana-hitâya ca
jagad-dhitâya krishnâya
govindâya namo namah'Mijn eerbetuigingen voor de godheid der brahmanen altijd bezorgd om de koeien, de brahmanen en het ganse universum; voor Krishna, Govinda, mijn respectbetoon.'
*4 Wat betreft dit verschil tussen het privilege van het zijn van de eigenlijke ouders Vasudeva en Devakî en het zijn van Zijn pleegouders Nanda en Yas'odâ, legt Prabhupâda uit dat er twee soorten van siddha's, vervolmaakte of bevrijde zielen zijn: nitya siddha's en sâdhana siddha's: zij die eeuwig zijn bevrijd zoals Nanda en Yas'odâ en die Krishna's eeuwige metgezellen zijn of expansies van Krishna's persoonlijke lichaam, en die normale levende wezens die een bijzondere positie verwerven door gedurige sâdhana, de spirituele praktijk van het uitvoeren van vrome handelingen en het volgen van de regulerende beginselen van de toegewijde dienst.
Voor
deze vertaling werd het enige deel dat Svâmi Prabhupâda
van het tiende Canto schreef gebruikt.
Zie de
S'rîmad
Bhâgavatam linkspagina.
voor een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
De eerste afbeelding is een detail van een schilderij genaamd:
"Maharao Shatru Sal I of Kota and Courtiers Celebrate Krishna's
Birthday"
Made in Kota, Rajasthan, India, 1764. Bron: Philadelphia
Museum of Art.
De tweede afbeelding is een blad uit de Bhagavata Purana
voorstellende Krishna die boter steelt. Rajastani schilderij.
Source.
De derde afbeelding is een schilderij van
Raja Ravi Varma
van Krishna met Yas'oda.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.