
Canto
6
Hoofdstuk 18: Diti doet een Gelofte om Koning Indra te Doden
(1) S'rî S'uka zei: 'Van Pris'ni, de vrouw van Savitâ [de vijfde van de twaalf zoons van Aditi] waren er toen [de drie dochters] Sâvitrî, Vyâhriti en Trayî en [uit hen werden geboren de zoons] Agnihotra, Pas'u, Soma, Câturmâsya en de vijf Mahâyajñas. (2) Siddhi, de echtgenote van Bhaga [de zesde zoon van de twaalf zoons van Aditi], mijn beste Koning, gaf geboorte aan [de zoons] Mahimâ, Vibhu en Prabhu en aan Âs'î, een zeer mooie en deugdzame dochter. (3-4) Uit Dhâtâ [de zevende zoon van Aditi] zijn vrouwen Kuhû, Sinîvâlî, Râkâ en Anumati kwamen respectievelijk [de zoons] Sâyam, Dars'a, Prâtah en Pûrnamâsa ter wereld. De vuurgoden genaamd de Purîshya's werden uit Kriyâ verwekt door de volgende zoon [van Aditi: Vidhâtâ] en Carsanî van Varuna [de negende zoon van Aditi] was degene uit wie Bhrigu opnieuw geboorte nam. (5) Vâlmîki, de grote yogi werd [uit het zaad van Varuna] geboren uit een mierenheuvel [vandaar zijn naam] en inderdaad waren de twee wijzen Âgastya en Vasishthha [als hun gemeenschappelijke zoons] er ook uit Mitra [de tiende zoon] en Varuna. (6) Van het verkeren in de aanwezigheid van Urvas'î werd [door Mitra en Varuna] zaad geloosd in een aarden pot [en uit dat zaad werden de twee wijzen als gemeenschappelijke zoons geboren]. In Revatî verwekte Mitra [de drie zoons] Utsarga, Arishtha en Pippala. (7) In Paulomî [of S'acîdevî] naar wij vernomen mijn beste, verwekte heer Indra drie zoons Jayanta, Rishabha en Mîdhusha als de derde. (8) Van [de twaalfde zoon] Urukrama [of Vâmana], de Heer die vanuit Zijn innerlijk vermogen in de vorm van een dwerg was verschenen, werd uit Zijn vrouw Kîrti de zoon Brihats'loka geboren uit wie er met Saubhaga voorop nog vele anderen waren. (9) De handelingen, kwaliteiten en het vermogen van deze grote ziel en hoe Hij uit Aditi daadwerkelijk nederdaalde als de zoon van Kas'yapa, zal ik later beschrijven.
(10) Nu zal ik u vertellen over hoe uit Diti er de [demonische] zoons geboren uit het zaad van Kas'yapa [zie 3.14] waren, alsook de [latere familieleden, de] grote en rijk gezegende toegewijde Prahlâda en ook Bali Mahârâja [die door Vâmana werd verslagen]. (11) De twee zoons van Diti die konden rekenen op de aanbidding van de daitya's en de dânava's stonden bekend onder de namen Hiranyakas'ipu en Hiranyâksha. (12-13) De vrouw van Hiranyakas'ipu genaamd Kayâdhu, was een dochter geboren uit Jambha en een nazaat van Danu. Zij schonk vier zoons het leven met Samhlâda als de eerste waarna Anuhlâda, Hlâda en Prahlâda er kwamen en een zuster genaamd Simhikâ die van Vipracit Râhu kreeg. (14) Zijn [Râhu's] hoofd werd door Heer Hari met de werpschijf van de romp gescheiden toen hij [met de halfgoden] dronk van de nectar. Kriti, de echtgenote van Samhlâda, gaf van hem geboorte aan [de zoon] Pañcajana. (15) Dhamani, de vrouw van Hlâda, bracht [de zoons] Vâtâpi en Ilvala ter wereld. De laatstgenoemde werd [in de gedaante van een ram] door Vâtâpi gekookt toen Âgastya als haar gast bij haar op bezoek kwam. (16) Van Anuhlâda's vrouw Sûryâ waren er [de twee zoons] Bâshkala en Mahisha. Virocana was ontwijfelbaar [de zoon] van Prahlâda en van zijn echtgenote was er Bali. (17) Met Bâna als zijn oudste verwekte hij [Bali] bij As'anâ een honderdtal zoons; ik ben van zins het loffelijke van zijn karakter op een later tijdstip te bespreken. (18) Bâna die Heer S'iva vereerde werd door hem bevorderd tot het niveau van zijn belangrijkste naaste metgezellen, en om die reden beschermt de grote Heer tot op de dag van vandaag nog zijn hoofdstad. (19)De negenenveertig Maruts, eveneens zonen van Diti, hadden zelf geen zoons en werden door Indra allen verheven tot de positie van halfgoden.'
(20) De koning zei: 'Waarom o goeroe, gaven zij de atheïstische mentaliteit op waarmee ze werden geboren; gingen ze dermate heilig te werk dat ze door Indra daarvan werden veranderd in halfgoden? (21) O brahmaan, deze wijzen met mij tezamen verlangen er allen naar erachter te komen hoe het hiermee zit o grootheid, leg het alstublieft daarom aan ons uit'."
(22) S'rî Sûta zei: "Die woorden van respect horend van de dienaar van Vishnu prees hij, de zoon van Vyâsa, zeer verheugd over de waarde ervan hem kort en gaf hij antwoord, o S'aunaka. (23) S'rî S'uka zei: 'Diti, wiens zoons werden gedood door Heer Vishnu in het bijstaan van Indra, was overmand door woede en dacht, verduisterd door het leed: (24) 'Wanneer zal ik, met de harteloze, wrede en zondige doder van deze op plezier beluste zoons, die [Vishnu] er toe aanzetten een einde te maken aan hun levens, genoegdoening krijgen? (25) Als iemand, aangewezen als de koning, met zijn lichaam, dat onvermijdelijk zal eindigen met de wormen, als uitwerpselen of als as, desalniettemin anderen leed berokkent in het najagen van het eigen geluk, is men dan wel van ware kennis? Wacht zo iemand niet de straf van de hel? (26) Hij, die denkt dat dit [materiële omhulsel] het eeuwige leven heeft, is zijn verstand kwijt; kan ik rekenen op een zoon van mezelf die deze waanzin van Indra zal bestrijden?' (27-28) Zij [Diti] was toen, vol van dat voornemen, voortdurend met allerlei soorten van gepaai vol liefde en nederigheid, zelfbeperking en grote toewijding, o Koning, haar echtgenoot [Kas'yapa] van dienst, wiens geest zij, wel bekend met zijn aard, met bekoorlijke lieve woorden, glimlachen en steelse blikken in haar macht wist te krijgen. (29) Hoewel een zeer bedreven en geleerd deskundige raakte hij aldus door de vrouw bekoord en gaf hij, in haar greep verkerend, derhalve toe aan haar verlangens; iets wat in het geheel niet verrassend is in relatie tot een vrouw. (30) Toen God de Vader in het begin van de schepping de levende wezens onthecht zag, schiep hij de vrouw als de andere helft van zijn lichaam en door haar wordt de mannelijke geest op hol gebracht. (31) Aldus op zijn wenken bediend, o mijn beste, was de machtige Kas'yapa zeer tevreden met de glimlachende vrouw waarop hij vol waardering tot Diti sprak.
(32) Kas'yapa zei: 'Vraag me om welke gunst dan ook, o mijn schoonheid, daar ik, o onberispelijke dame, zeer tevreden over je ben; wat zou er voor een vrouw vol verlangen moeilijk voor elkaar te krijgen zijn als haar echtgenoot het naar de zin heeft? (33-34) De echtgenoot wordt beschouwd als zijnde de verheven godheid waar de vrouw op kan rekenen omdat, in het hart van allen, zich Vâsudeva als de echtgenoot van de Godin van het Geluk ophoudt. Hij, begrepen middels de verschillende gedaanten en namen van de verschillende godheden, wordt als zijnde de Allerhoogste Heer door de mannen aanbeden, alsook door de vrouwen in de vorm van hun echtgenoot [zie ook B.G. 9: 23]. (35) Om die reden hebben gewetensvolle vrouwen achting voor hun echtgenoten, o volslanke dame; en als de echtgenoot van aanbidding en toewijding is wordt hij een man van beheersing die de Superziel vertegenwoordigt. (36) Ik, aanbeden door jou met zoveel toewijding mijn liefste, zal als zijnde zo iemand tegemoet komen aan die verlangens die voor de leugenachtigen niet realistisch zijn.'
(37) Diti zei: 'Als jij voor mij degene bent die de gunsten verleent, o brahmaan, vraag ik jou in dat geval, met mijn twee zoons dood, om een onsterfelijke zoon die in staat is Indra te doden, daar hij degene is die er verantwoordelijk voor is dat de twee ter dood werden gebracht.'
(38) Haar woorden aanhorend was de brahmaan diep bedroefd en weeklaagde hij voor zichzelf: 'Och arme, welk een grote zedeloosheid is mij vandaag ten deel gevallen! (39) Jammer genoeg, ben ik te veel gehecht geraakt aan zinnelijk genot in de gedaante van de vrouw hier aanwezig voor me; met mijn geest corrupt als die in beslag is genomen door mâyâ zal ik voorzeker in de hel belanden. (40) Wat een overtreding is het om in deze wereld naar de pijpen van devrouw te dansen; omdat ik op die manier de controle over mijn zinnen kwijt ben, ben ik helaas gedoemd niet te weten wat goed voor me is. (41) Haar gezicht is als een bloeiende lotusbloem in de herfst en haar woorden zijn zo aangenaam voor het oor, maar het gekonkel van de vrouw snijdt als een scheermes door het hart van hem die weet. (42) Het feitelijk belang van de vrouwen in relatie tot hun teerbeminde echtgenoot, zoon en broer, bestaat eruit niemand zoveel lief te hebben als de wensen die ze voor zichzelf koesteren; ze zouden zelfs in dat belang een moord plegen of laten plegen.(43) Wat beloofd is is beloofd echter, dat mag geen valse voorstelling van zaken zijn, maar het ter dood brengen van Indra in dat verband kan niet de juiste gang van zaken zijn, daarvoor weet ik iets toepasselijks.'
(44) De machtige Muni aldus in gedachten o afstammeling van Kuru, werd lichtelijk kwaad in het vervloeken van zichzelf en sprak toen. (45) S'rî Kas'yapa zei: 'Je zoon zal, als een vriend van de goddelozen, Indra nazitten o zachtmoedige, mits je terwille daarvan voor de duur van een jaar een gelofte in acht neemt
(46) Diti zei: 'Zo'n gelofte neem ik van je aan beste brahmaan, alsjeblieft zeg me wat me te doen staat en wat verboden is en ook wat ik moet doen om niet met de gelofte te breken.'
(47) S'rî Kas'yapa zei: 'Doe geen levend wezen kwaad, vloek noch lieg, knip je nagels en haar niet en raak geen onreine zaken aan. (48) Ga niet het water in om een bad te nemen, maak je niet kwaad en spreek niet met slechte mensen en draag geen vuile kleren of draag ooit een bloemenslinger reeds gedragen. (49) Eet geen kliekjes, noch voedsel waar vlees in zit geofferd aan Kâlî, noch moet je voedsel nuttigen gebracht door een s'ûdra of voedsel waar een vrouw die menstrueert voor heeft gezorgd en drink geen water uit je handen. (50) Ga 's avonds, na het eten, niet uit zonder je gewassen te hebben, met je haren los, zonder sieraden, zonder dat je ernstig bent of zonder je te bedekken. (51) Ga niet naar bed zonder dat je je vuile voeten gewassen hebt noch met je voeten nat, met je hoofd naar het noorden of naar het westen en leg je niet ten ruste met andere vrouwen, naakt of tijdens zonsopkomst of zonsondergang. (52) In schone kleding, altijd gewassen en opgesierd met al wat gunstig is, moet je vóór het ontbijt de koeien en de brahmanen, de Godin van het Geluk en de Onfeilbare de eer bewijzen. (53) Vrouwen met een echtgenoot en zoon moet je eren met het aanbieden van bloemenslingers, sandelhoutpasta en versieringen, en in aanbidding voor je echtgenoot moet je gebeden brengen en mediteren en met hem in je [tijdens de geslachtsgemeenschap of de zwangerschap] moet je dat ook doen. (54) Als je zonder overtredingen vasthoudt aan deze pumsavana gelofte ['van de persoon in het bos'] voor de duur van een jaar, zal er voor jou een zoon zijn om Indra ter dood te brengen.'
(55) Ermee instemmend ontving Diti aldus, o Koning, vol vreugde het zaad van Kas'yapa en leefde ze strikt de gelofte na. (56) O beste koning van respect voor allen, Indra die de voornemens van de zus van zijn moeder door had, ondersteunde, met het oog op zijn eigenbelang, toen Diti door haar van dienst te zijn in de tijd dat ze zich ophield in een âs'rama. (57) Dagelijks bracht hij op de juiste tijd voor haar uit het woud bloemen, vruchten, wortels en hout voor het offervuur alsook bladeren, kus'agras, jonge spruiten, aarde en water. (58) Aldus, o heerser der mensen, met haar gewetensvolle plichtsbetrachting proberend een fout op te merken in haar trouw aan de gelofte, diende Indra haar met bedrog als was hij een jager die zich voordoet als een hert. (59) Maar hij kon geen enkele misser opmerken in haar praktijk en daarop gebrand, o meester van de wereld, vroeg hij toen zich in grote bezorgdheid af: 'Hoe kan het mij nu in deze wereld goed vergaan?' (60) Op een keer echter, beroerde ze, verzwakt door de gelofte, na te hebben gegeten, geen water en waste ze ook haar voeten niet en ging ze, in de war over de regels, naar bed toen de avond viel. (61) Nadat hij de fout opmerkte ging Indra als een meester in de yoga met de macht van zijn mystiek vermogen de baarmoeder binnen van Diti, die zich van niets bewust lag te slapen. (62) Hij sneed de foetus, die er als van goud uitzag, in zeven stukken met zijn bliksemschicht, en sneed ieder huilend stuk in nog weer zeven stukken, ze zeggend dat ze niet moesten huilen. (63) Gepijnigd zeiden ze hem met gevouwen handen: 'O heerser, waarom wilt u ons doden, o Indra, we zijn uw broeders!'
(64) Hij zei toen zijn toegewijde volgelingen, de Maruts: 'Jullie moeten hier niet bang voor zijn mijn broeders.'
(65) Bij de genade van S'rînivâsa [Vishnu als de toevlucht van Lakshmî] ging de vrucht van Diti, die in vele stukken was gesneden door de bliksemschicht, niet dood, net zoals u [mijn beste Parîkchit] niet doodging van het wapen van As'vatthâmâ [zie 1.8]. (66-67) Een persoon die eenmaal de Oorspronkelijke Persoon heeft aanbeden, reikt tot Zijn hoogsteigen natuur, en zo verging het ook Diti na voor bijna een jaar de Heer te hebben aanbeden [zie 5.18:12]. Door wat Indra deed waren de Maruts er om de fouten van hun moeder ongedaan te maken, en door de Heer werden ze veranderd in soma-drinkers [priesters]. (68) Diti, toen ze wakker werd, zag de kinderen tesamen met Indra stralen zo helder als de god van het vuur. Het was een aanblik die de godin, gezuiverd [door de boete], zeer verheugde. (69) Ze zei daarop tegen Indra: 'Om terreur af te roepen over de Âditya's leefde ik, een zoon verlangend, deze gelofte na die zo moeilijk na te komen is. (70) Ik bad slechts voor één zoon maar het werden er negenenveertig; hoe kon dat zo komen? Zeg het me als je het weet, mijn beste zoon, en lieg me niet voor.'
(71) Indra zei: 'O moeder, toen ik begreep wat uw gelofte was merkte ik, me in uw nabijheid begeven hebbend, een fout op waarop ik, in mijn eigenbelang het zicht verloren hebbend op het dharma, de foetus aan stukken sneed. (72) De vrucht werd in zeven stukken gesneden door mij en toen werden het zeven kindjes; en hoewel ik ieder van hen ook weer in zeven stukken sneed, stierf er geen een. (73) Van dat grote wonder getuige kwam ik toen tot de slotsom dat het een neveneffect moest zijn van uw aanbidden van de Allerhoogste Persoonlijkheid. (74) Zij die zonder begeerte te koesteren belang hechten aan de aanbidding van de Allerhoogste Heer en daarbij nog niet eens de bovenzinnelijke positie verlangen, mag men beschouwen als experts in het verlichte eigenbelang [vergelijk 2.3: 10 en B.G. 9: 22]. (75) Zou een intelligent iemand ook nog maar enige vorm van materiële bevrediging op het oog hebben die men zelfs in de hel kan vinden, nadat hij van het eerbetoon is geweest waarmee Hij, de Heer van het Universum en de meest vertrouwde godheid, Zichzelf aan hem heeft gegeven? [zie ook de S'ikshâshthaka] (76) O beste der vrouwen, excuseert u mij alstublieft een dergelijke dwaas te zijn geweest met deze slechte daad van mij; o moeder, door uw goede geluk kwam het kind in u dat ik ter dood bracht weer tot leven.'
(77) S'rî S'uka zei: 'Met haar tevreden over zijn goede manieren vertrok toen, nadat hij de Maruts en haar de eer bewezen had, Indra met haar permissie naar de werelden van de Heer. (78) Aldus heb ik u alles verteld waar u mij om vroeg wat betreft de goedgunstige geboorte van de Maruts, wat moet ik u nog meer vertellen?'
Tweede editie, geladen 28 mei 2007.
![]()
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'Van Pris'ni, de vrouw van Savitâ [de vijfde van de twaalf zoons van Aditi] waren er toen [de drie dochters] Sâvitrî, Vyâhriti en Trayî en [uit hen werden geboren de zoons] Agnihotra, Pas'u, Soma, Câturmâsya en de vijf Mahâyajñas.S'rî S'uka zei: 'Van Prisni, de vrouw van Savitâ [de vijfde van de twaalf zoons van Aditi] waren er toen [de drie dochters] Sâvitrî, Vyâhritii en Trayî en [uit hen werden geboren de zoons] Agnihotra, Pas'u, Soma, Câturmâsya en de vijf Mahâyajñas. (Vedabase)
Siddhi, de echtgenote van Bhaga [de zesde zoon van de twaalf zoons van Aditi], mijn beste Koning, gaf geboorte aan [de zoons] Mahimâ, Vibhu en Prabhu en aan Âs'î, een zeer mooie en deugdzame dochter.
Siddhi, de echtgenote van Bhaga [de zesde zoon van de twaalf zoons van Aditi], mijn beste Koning, gaf geboorte aan [de zoons] Mahimâ, Vibhu en Prabhu en aan Âsi, een zeer mooie en deugdzame dochter. (Vedabase)
Uit Dhâtâ [de zevende zoon van Aditi] zijn vrouwen Kuhû, Sinîvâlî, Râkâ en Anumati kwamen respectievelijk [de zoons] Sâyam, Dars'a, Prâtah en Pûrnamâsa ter wereld. De vuurgoden genaamd de Purîshya's werden uit Kriyâ verwekt door de volgende zoon [van Aditi: Vidhâtâ] en Carsanî van Varuna [de negende zoon van Aditi] was degene uit wie Bhrigu opnieuw geboorte nam.
Uit Dhâtâ [de zevende zoon van Aditi] zijn vrouwen Kuhû, Sinîvâlî, Râkâ en Anumati kwamen respectievelijk [de zoons] Sâyam, Dars'a, Prâtah en Pûrnamâsa ter wereld. De vuurgoden genaamd de Purîshyas werden uit Kriyâ verwekt door de volgende zoon [van Aditi: Vidhâtâ] en Carsanî van Varuna [de negende zoon van Aditi] was degene uit wie Brighu opnieuw geboorte nam. (Vedabase)
Vâlmîki, de grote yogi werd [uit het zaad van Varuna] geboren uit een mierenheuvel [vandaar zijn naam] en inderdaad waren de twee wijzen Âgastya en Vasishthha [als hun gemeenschappelijke zoons] er ook uit Mitra [de tiende zoon] en Varuna.
Vâlmîki, de grote yogî werd [uit het zaad van Varuna] geboren uit een mierenheuvel [vandaar zijn naam] en inderdaad waren de twee wijzen Âgastya en Vasishthha [als hun gemeenschappelijke zoons] er ook uit Mitra [de tiende zoon] en Varuna. (Vedabase)
Van het verkeren in de aanwezigheid van Urvas'î werd [door Mitra en Varuna] zaad geloosd in een aarden pot [en uit dat zaad werden de twee wijzen als gemeenschappelijke zoons geboren]. In Revatî verwekte Mitra [de drie zoons] Utsarga, Arishtha en Pippala.
Van het verkeren in de aanwezigheid van Urvas'î werd [door Mitra en Varuna] zaad geloosd in een aarden pot [en uit dat zaad werden de twee wijzen als gemeenschappelijke zoons geboren]. In Revatî verwekte Mitra [de drie zoons] Utsarga, Arishtha en Pippala. (Vedabase)
In Paulomî [of S'acîdevî] naar wij vernomen mijn beste, verwekte heer Indra drie zoons Jayanta, Rishabha en Mîdhusha als de derde.
In Paulomî [of Sacîdevî] naar wij vernomen mijn beste, verwekte Indra drie zoons Jayanta, Rishabha en Mîdhusha prabhu als de derde. (Vedabase)
Van [de twaalfde zoon] Urukrama [of Vâmana], de Heer die vanuit Zijn innerlijk vermogen in de vorm van een dwerg was verschenen, werd uit Zijn vrouw Kîrti de zoon Brihats'loka geboren uit wie er met Saubhaga voorop nog vele anderen waren.
Van [de twaalfde zoon] Urukrama [of Vâmana], de Heer die vanuit Zijn innerlijk vermogen in de vorm van een dwerg was verschenen, werd uit Zijn vrouw Kîrti de zoon Brihats'loka geboren uit wie er met Saubhaga voorop nog vele anderen waren. (Vedabase)
De handelingen, kwaliteiten en het vermogen van deze grote ziel en hoe Hij uit Aditi daadwerkelijk nederdaalde als de zoon van Kas'yapa, zal ik later beschrijven.
De handelingen, kwaliteiten en het vermogen van deze grote ziel en hoe Hij daadwerkelijk zich ervan verzekerde via Kas'yapa uit Aditi neder te dalen, zal ik later beschrijven. (Vedabase)Nu zal ik u vertellen over hoe uit Diti er de [demonische] zoons geboren uit het zaad van Kas'yapa [zie 3.14] waren, alsook de [latere familieleden, de] grote en rijk gezegende toegewijde Prahlâda en ook Bali Mahârâja [die door Vâmana werd verslagen].
Nu zal ik u vertellen over hoe uit Diti er de [demonische] zoons geboren van Kas'yapa [zie 3.14] waren als ook de grote en rijk gezegende toegewijde Prahlâda zowel als zeker ook Bali [die door Vâmana werd verslagen]. (Vedabase)
De twee zoons van Diti die konden rekenen op de aanbidding van de daitya's en de dânava's stonden bekend onder de namen Hiranyakas'ipu en Hiranyâksha.
De twee zoons van Diti die konden rekenen op de aanbidding van de daitya's en de dânava's stonden bekend onder de namen Hiranyakas'ipu en Hiranyâksha. (Vedabase)
De vrouw van Hiranyakas'ipu genaamd Kayâdhu, was een dochter geboren uit Jambha en een nazaat van Danu. Zij schonk vier zoons het leven met Samhlâda als de eerste waarna Anuhlâda, Hlâda en Prahlâda er kwamen en een zuster genaamd Simhikâ die van Vipracit Râhu kreeg.
De vrouw van Hiranyakas'ipu genaamd Kayâdhu, was een dochter geboren uit Jambha en een nazaat van Danu. Zij schonk effectief vier zoons het leven met Samhlâda als de eerste waarna Anuhlâda, Hlâda en Prahlâda er kwamen en een zuster genaamd Simhikâ die van Vipracit Râhu kreeg. (Vedabase)
Zijn [Râhu's] hoofd werd door Heer Hari met de werpschijf van de romp gescheiden toen hij [met de halfgoden] dronk van de nectar. Kriti, de echtgenote van Samhlâda, gaf van hem geboorte aan [de zoon] Pañcajana.
Zijn [Râhu's] hoofd werd door Heer Hari met de werpschijf van de romp gescheiden toen hij [met de halfgoden] dronk van de nectar. Kriti, de echtgenote van Samhlâda, gaf van hem geboorte aan [de zoon] Pañcajana. (Vedabase)
Dhamani, de vrouw van Hlâda, bracht [de zoons] Vâtâpi en Ilvala ter wereld. De laatstgenoemde werd [in de gedaante van een ram] door Vâtâpi gekookt toen Âgastya als haar gast bij haar op bezoek kwam.
Dhamani, de vrouw van Hlâda, bracht [de zoons] Vâtâpi en Ilvala ter wereld. De laatstgenoemde werd [in de gedaante van een ram] door Vâtâpi gekookt toen Aghastya als haar gast bij haar langskwam. (Vedabase)
Van Anuhlâda's vrouw Sûryâ waren er [de twee zoons] Bâshkala en Mahisha. Virocana was ontwijfelbaar [de zoon] van Prahlâda en van zijn echtgenote was er Bali.
Van Anuhlâda's vrouw Sûryâ waren er [de twee zoons] Bâskala en Mahisha. Virocana was ontwijfelbaar [de zoon] van Prahlâda en van zijn devi was er Bali. (Vedabase)
Met Bâna als zijn oudste verwekte hij [Bali] bij As'anâ een honderdtal zoons; ik ben van zins het loffelijke van zijn karakter op een later tijdstip te bespreken.
Met Bâna als zijn oudste verwekte hij [Bali] bij As'anâ een honderdtal zoons; ik ben van zins het loffelijke van zijn karakter op een later tijdstip te bespreken. (Vedabase)
Bâna die Heer S'iva vereerde werd door hem bevorderd tot het niveau van zijn belangrijkste naaste metgezellen, en om die reden beschermt de grote Heer tot op de dag van vandaag nog zijn hoofdstad.
Bâna die Heer S'iva de eer bewees bracht het bij hem zover bevorderd te worden tot het nivo van de belangrijkste metgezellen naast hem en om die reden beschermt de grote Heer tot op de dag van vandaag nog zijn hoofdstad. (Vedabase)
De negenenveertig Maruts, eveneens zonen van Diti, hadden zelf geen zoons en werden door Indra allen verheven tot de positie van halfgoden.'
De negenenveertig Maruts, eveneens zonen van Diti, hadden zelf geen zoons en werden door Indra allen verheven tot de positie van halfgoden.' (Vedabase)
De koning zei: 'Waarom o goeroe, gaven zij de atheïstische mentaliteit op waarmee ze werden geboren; gingen ze dermate heilig te werk dat ze door Indra daarvan werden veranderd in halfgoden?
De koning zei: 'Waarom o goeroe, gaven zij de atheïstische mentaliteit op waarmee ze werden geboren; gingen ze dermate heilig te werk dat ze door Indra daarvan werden veranderd in halfgoden? (Vedabase)
O brahmaan, deze wijzen met mij tezamen verlangen er allen naar erachter te komen hoe het hiermee zit o grootheid, leg het alstublieft daarom aan ons uit'."
O brahmaan, deze wijzen met mij tezamen zijn begerig er achter te komen hoe het hiermee zit o grootheid, leg het alstublieft daarom aan ons uit'." (Vedabase)
S'rî Sûta zei: "Die woorden van respect horend van de dienaar van Vishnu prees hij, de zoon van Vyâsa, zeer verheugd over de waarde ervan hem kort en gaf hij antwoord, o S'aunaka.
S'rî Sûta zei: "Die woorden horend van de dienaar van Vishnu prees hij, de zoon van Vyâsa die voor een ieder zo voelbaar aanwezig was, zeer verheugd over de waarde ervan hem kort en gaf hij een antwoord, o S'aunaka. (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Diti, wiens zoons werden gedood door Heer Vishnu in het bijstaan van Indra, was overmand door woede en dacht, verduisterd door het leed:
S'rî S'uka zei: 'Diti, wiens zoons werden gedood door Heer Vishnu in het bijstaan van Indra, kookte van woede en dacht verduisterd door het leed: (Vedabase)
'Wanneer zal ik, met de harteloze, wrede en zondige doder van deze op plezier beluste zoons, die [Vishnu] er toe aanzetten een einde te maken aan hun levens, genoegdoening krijgen?
'Wanneer zal ik, met de harteloze, wrede en zondige doder van deze op plezier beluste zoons, die [Vishnu] er toe aanzette een einde te maken aan hun levens, genoegdoening krijgen? (Vedabase)
Als iemand, aangewezen als de koning, met zijn lichaam, dat onvermijdelijk zal eindigen met de wormen, als uitwerpselen of als as, desalniettemin anderen leed berokkent in het najagen van het eigen geluk, is men dan wel van ware kennis? Wacht zo iemand niet de straf van de hel?
Hij wiens lichaam, hoewel er toe bestemd een koning te zijn, tot een idee van wormen, uitwerpselen en as zal vervallen en die dat ten spijt anderen schade berokkent in het najagen van zijn eigenbelang, is die van ware kennis? Hem wacht de bestraffing van de hel! (Vedabase)
Hij, die denkt dat dit [materiële omhulsel] het eeuwige leven heeft, is zijn verstand kwijt; kan ik rekenen op een zoon van mezelf die deze waanzin van Indra zal bestrijden?'
Hij, die denkt dat dit van het eeuwige is, is zijn verstand kwijt; kan ik rekenen op een zoon van mezelf die deze waanzin van Indra zal bestrijden?' (Vedabase)
Zij [Diti] was toen, vol van dat voornemen, voortdurend met allerlei soorten van gepaai vol liefde en nederigheid, zelfbeperking en grote toewijding, o Koning, haar echtgenoot [Kas'yapa] van dienst, wiens geest zij, wel bekend met zijn aard, met bekoorlijke lieve woorden, glimlachen en steelse blikken in haar macht wist te krijgen.
Zij was toen, vol van dat voornemen, voortdurend met allerlei soorten van gepaai vol liefde en nederigheid, zelfbeperking en grote toewijding, o Koning, haar echtgenoot van dienst wiens geest zij, zeer goed bekend met zijn aard, met bekoorlijke lieve woorden, glimlachen en steelse blikken onder haar kontrole bracht. (Vedabase)
Hoewel een zeer bedreven en geleerd deskundige raakte hij aldus door de vrouw bekoord en gaf hij, in haar greep verkerend, derhalve toe aan haar verlangens; iets wat in het geheel niet verrassend is in relatie tot een vrouw.
Hoewel een zeer bedreven en geleerd deskundige raakte hij aldus door de vrouw bekoord en gaf hij, in haar macht verkerend, derhalve toe aan haar verlangens; iets wat in het geheel niet verrassend is in relatie tot een vrouw. (Vedabase)
Toen God de Vader in het begin van de schepping de levende wezens onthecht zag, schiep hij de vrouw als de andere helft van zijn lichaam en door haar wordt de mannelijke geest op hol gebracht.
Toen God de Vader in het begin van de schepping de levende wezens onthecht zag, schiep hij de vrouw als de andere helft van zijn lichaam en door haar wordt de mannelijke geest op hol gebracht. (Vedabase)
Aldus op zijn wenken bediend, o mijn beste, was de machtige Kas'yapa zeer tevreden met de glimlachende vrouw waarop hij vol waardering tot Diti sprak.
Aldus op zijn wenken bediend, o mijn beste, was de machtige Kas'yapa zeer tevreden met de glimlachende vrouw waarop hij vol waardering tot Diti sprak. (Vedabase)
Kas'yapa zei: 'Vraag me om welke gunst dan ook, o mijn schoonheid, daar ik, o onberispelijke dame, zeer tevreden over je ben; wat zou er voor een vrouw vol verlangen moeilijk voor elkaar te krijgen zijn als haar echtgenoot het naar de zin heeft?
Kas'yapa zei: 'Vraag me om welke gunst dan ook, o mijn schoonheid, daar ik, o onberispelijke dame, zeer tevreden over je ben; wat zou er voor een vrouw vol verlangen moeilijk voor elkaar te krijgen zijn als haar echtgenoot het naar de zin heeft? (Vedabase)
De echtgenoot wordt beschouwd als zijnde de verheven godheid waar de vrouw op kan rekenen omdat, in het hart van allen, zich Vâsudeva als de echtgenoot van de Godin van het Geluk ophoudt. Hij, begrepen middels de verschillende gedaanten en namen van de verschillende godheden, wordt als zijnde de Allerhoogste Heer door de mannen aanbeden, alsook door de vrouwen in de vorm van hun echtgenoot [zie ook B.G. 9: 23].
De echtgenoot wordt zeker beschouwd als de verheven god waar de vrouw op kan rekenen omdat, zich bevindend in het hart van allen, zich daar de echtgenoot van de Godin van het Geluk ophoudt die Vâsudeva heet. Hij wordt voorzeker, begrepen middels de verschillende gedaanten en namen van de verschillende godheden, aanbeden als de Allerhoogste Heer door de mannen als ook door de vrouwen in de vorm van de echtgenoot [zie ook B.G. 9:23]. (Vedabase)
Om die reden hebben gewetensvolle vrouwen achting voor hun echtgenoten, o volslanke dame; en als de echtgenoot van aanbidding en toewijding is wordt hij een man van beheersing die de Superziel vertegenwoordigt.
Om die reden zijn vrouwen van respekt voor hun echtgenoten en gewetensvol, o volslanke dame; met de aanbidding en toewijding wordt de echtgenoot de beheerser die de Superziel vertegenwoordigt. (Vedabase)
Ik, aanbeden door jou met zoveel toewijding mijn liefste, zal als zijnde zo iemand tegemoet komen aan die verlangens die voor de leugenachtigen niet realistisch zijn.'
Ik, aanbeden door jou met zoveel toewijding mijn liefste, zal als zo een iemand tegemoet komen aan die verlangens die voor de leugenachtigen niet realistisch zijn.' (Vedabase)
Diti zei: 'Als jij voor mij degene bent die de gunsten verleent, o brahmaan, vraag ik jou in dat geval, met mijn twee zoons dood, om een onsterfelijke zoon die in staat is Indra te doden, daar hij degene is die er verantwoordelijk voor is dat de twee ter dood werden gebracht.'
Diti zei: 'Als jij van mij degene bent die de gunsten verleent, o brahmaan, vraag ik in dat geval, met mijn twee zoons dood, om een onsterfelijke zoon die in staat is Indra te doden, daar hij degene is die ervoor zorgde dat de twee werden gedood.' (Vedabase)
Haar woorden aanhorend was de brahmaan diep bedroefd en weeklaagde hij voor zichzelf: 'Och arme, welk een grote zedeloosheid is mij vandaag ten deel gevallen!
Haar woorden aanhorend was de brahmaan diep bedroefd en weeklaagde hij voor zichzelf: 'Och arme, welk een grote zedeloosheid is mij vandaag ten deel gevallen! (Vedabase)
Jammer genoeg, ben ik te veel gehecht geraakt aan zinnelijk genot in de gedaante van de vrouw hier aanwezig voor me; met mijn geest corrupt als die in beslag is genomen door mâyâ zal ik voorzeker in de hel belanden.
Jammer genoeg, ben ik te veel gehecht geraakt aan zinnelijk genot in de gedaante van de vrouw hier aanwezig voor me; van mijn doortrapte geest in beslag genomen door mâyâ zal ik voorzeker in de hel belanden. (Vedabase)
Wat een overtreding is het om in deze wereld naar de pijpen van de vrouw te dansen; omdat ik op die manier de controle over mijn zinnen kwijt ben, ben ik helaas gedoemd niet te weten wat goed voor me is.
Wat een overtreding is het om zo de aard van de vrouw na te zitten alhier; omdat ik op die manier de kontrole over mijn zinnen kwijt ben, ben ik helaas verdoemd niet wetend wat goed voor me is. (Vedabase)
Haar gezicht is als een bloeiende lotusbloem in de herfst en haar woorden zijn zo aangenaam voor het oor, maar het gekonkel van de vrouw snijdt als een scheermes door het hart van hem die weet.
Haar gezicht is als een bloeiende lotusbloem in augustus en haar woorden zijn zo aangenaam voor het oor, maar het gekonkel van de vrouw snijdt als een scheermes door het hart van hem die weet. (Vedabase)
Het feitelijk belang van de vrouwen in relatie tot hun teerbeminde echtgenoot, zoon en broer, bestaat eruit niemand zoveel lief te hebben als de wensen die ze voor zichzelf koesteren; ze zouden zelfs in dat belang een moord plegen of laten plegen.
Niemand werkelijk voor zo dierbaar houden is met haar hoogst beminde echtgenoot, zoon en broer het feitelijk belang van de vrouw; even zo goed brengt ze hen ter dood of laat ze ze uit de weg ruimen als haar dat zo uitkomt. (Vedabase)
Wat beloofd is is beloofd echter, dat mag geen valse voorstelling van zaken zijn, maar het ter dood brengen van Indra in dat verband kan niet de juiste gang van zaken zijn, daarvoor weet ik iets toepasselijks.'
Wat beloofd is is beloofd echter en dat zal geen valse voorspiegeling zijn, maar het ter dood brengen van Indra in dat verband kan niet de juiste gang van zaken zijn, hier moet ik iets geschikts op verzinnen.' (Vedabase)
De machtige Muni aldus in gedachten o afstammeling van Kuru, werd lichtelijk kwaad in het vervloeken van zichzelf en sprak toen.
De machtige Muni aldus in gedachten o afstammeling van Kuru, werd lichtelijk kwaad op zichzelf in zijn vervloeken en sprak toen. (Vedabase)
S'rî Kas'yapa zei: 'Je zoon zal, als een vriend van de goddelozen, Indra nazitten o zachtmoedige, mits je terwille daarvan voor de duur van een jaar een gelofte in acht neemt.'
S'rî Kas'yapa zei: 'Je zoon zal als een vriend van de goddelozen Indra nazitten o zachtmoedige, mits je voor de duur van één jaar een gelofte in acht neemt.' (Vedabase)
Diti zei: 'Zo'n gelofte neem ik van je aan beste brahmaan, alsjeblieft zeg me wat me te doen staat en wat verboden is en ook wat ik moet doen om niet met de gelofte te breken.'
Diti zei: 'Zo'n gelofte neem ik van je aan beste brahmaan, alsjeblieft zeg me wat me te doen staat en wat verboden is en ook wat ik moet doen om niet met de gelofte te breken.' (Vedabase)
S'rî Kas'yapa zei: 'Doe geen levend wezen kwaad, vloek noch lieg, knip je nagels en haar niet en raak geen onreine zaken aan.
S'rî Kas'yapa zei: 'Doe geen levend wezen kwaad, vloek noch lieg, knip je nagels en haar niet en raak geen onreine zaken aan. (Vedabase)
Ga niet het water in om een bad te nemen, maak je niet kwaad en spreek niet met slechte mensen en draag geen vuile kleren of draag ooit een bloemenslinger reeds gedragen.
Ga niet het water in om een bad te nemen, maak je niet kwaad en spreek niet met slechte mensen en draag geen vuile kleren of draag ooit een bloemenslinger reeds gedragen. (Vedabase)
Eet geen kliekjes, noch voedsel waar vlees in zit geofferd aan Kâlî, noch moet je voedsel nuttigen gebracht door een s'ûdra of voedsel waar een vrouw die menstrueert voor heeft gezorgd en drink geen water uit je handen.
Eet geen kliekjes, noch voedsel waar vlees in zit geofferd aan Kâlî, noch moet je voedsel nuttigen gebracht door een s'ûdra of voedsel waar een vrouw die menstrueert voor heeft gezorgd en drink geen water uit je handen. (Vedabase)
Ga 's avonds, na het eten, niet uit zonder je gewassen te hebben, met je haren los, zonder sieraden, zonder dat je ernstig bent of zonder je te bedekken.
Ga 's avonds, na het eten, niet uit zonder je gewassen te hebben, met je haren los, zonder sieraden, zonder dat je ernstig bent of zonder je te bedekken. (Vedabase)
Ga niet naar bed zonder dat je je vuile voeten gewassen hebt noch met je voeten nat, met je hoofd naar het noorden of naar het westen en leg je niet ten ruste met andere vrouwen, naakt of tijdens zonsopkomst of zonsondergang.
Ga niet naar bed zonder dat je je vuile voeten gewassen hebt noch met je voeten nat, met je hoofd naar het noorden of naar het westen en leg je niet ten ruste met andere vrouwen, naakt of tijdens zonsopkomst of zonsondergang. (Vedabase)
In schone kleding, altijd gewassen en opgesierd met al wat gunstig is, moet je vóór het ontbijt de koeien en de brahmanen, de Godin van het Geluk en de Onfeilbare de eer bewijzen.
In schone kleding, altijd gewassen en opgesierd met al wat gunstig is, moet je vóór het ontbijt de koeien en de brahmanen, de Godin van het Geluk en de Onfeilbare de eer bewijzen. (Vedabase)
Vrouwen met een echtgenoot en zoon moet je eren met het aanbieden van bloemenslingers, sandelhoutpasta en versieringen, en in aanbidding voor je echtgenoot moet je gebeden brengen en mediteren en met hem in je [tijdens de geslachtsgemeenschap of de zwangerschap] moet je dat ook doen.
Vrouwen met een echtgenoot en zoon moet je eren met het aanbieden van bloemenslingers, sandelhoutpasta en versieringen, en in aanbidding voor je echtgenoot moet je gebeden brengen en mediteren en met hem in je [tijdens de geslachtsgemeenschap of de zwangerschap] moet je dat ook doen. (Vedabase)
Als je zonder overtredingen vasthoudt aan deze pumsavana gelofte ['van de persoon in het bos'] voor de duur van een jaar, zal er voor jou een zoon zijn om Indra ter dood te brengen.'
Als je zonder overtredingen vast houdt aan deze pumsavana gelofte ['van de persoon in het bos'] voor de duur van een jaar zal er voor jou een zoon zijn om Indra ter dood te brengen. ' (Vedabase)
Ermee instemmend ontving Diti aldus, o Koning, vol vreugde het zaad van Kas'yapa en leefde ze strikt de gelofte na.
Er in aanvaarding mee instemmend ontving Diti aldus, o Koning, vol vreugde het zaad van Kas'yapa en leefde ze strikt de gelofte na. (Vedabase)
O beste koning van respect voor allen, Indra die de voornemens van de zus van zijn moeder door had, ondersteunde, met het oog op zijn eigenbelang, toen Diti door haar van dienst te zijn in de tijd dat ze zich ophield in een âs'rama.
O beste Koning van respekt voor allen, Indra die de voornemens van de zuster van zijn moeder door had, maakte toen, in het behartigen van zijn eigenbelang, zijn opwachting bij Diti om haar van dienst te zijn terwijl ze verbleef in een âsrama. (Vedabase)
Dagelijks bracht hij op de juiste tijd voor haar uit het woud bloemen, vruchten, wortels en hout voor het offervuur alsook bladeren, kus'agras, jonge spruiten, aarde en water.
Dagelijks bracht hij op de juiste tijd voor haar uit het woud bloemen, vruchten, wortels en hout voor het offervuur als ook bladeren, kus'agras, jonge spruiten, aarde en water. (Vedabase)
Aldus, o heerser der mensen, met haar gewetensvolle plichtsbetrachting proberend een fout op te merken in haar trouw aan de gelofte, diende Indra haar met bedrog als was hij een jager die zich voordoet als een hert.
Aldus, o Heerser der Mensen, was Indra, die met haar gewetensvolle plichtsbetrachting het verlangde een fout op te merken in haar trouw aan de gelofte, haar met bedrog aan het dienen als een jager die zich voordoet als een hert. (Vedabase)
Maar hij kon geen enkele misser opmerken in haar praktijk en daarop gebrand, o meester van de wereld, vroeg hij toen zich in grote bezorgdheid af: 'Hoe kan het mij nu in deze wereld goed vergaan?'
Maar hij kon geen enkele misser opmerken in haar praktijk en daarop gebrand, o meester van de wereld, vroeg hij zich in grote bezorgdheid af: 'Hoe kan ik nu in deze wereld in welzijn leven?' (Vedabase)
Op een keer echter, beroerde ze, verzwakt door de gelofte, na te hebben gegeten, geen water en waste ze ook haar voeten niet en ging ze, in de war over de regels, naar bed toen de avond viel.
Op een keer echter, tegen de avond, vlak na het eten en verzwakt door de gelofte, beroerde ze geen water en waste ze haar voeten niet en ging ze zo door het lot verbijsterd slapen. (Vedabase)
Nadat hij de fout opmerkte ging Indra als een meester in de yoga met de macht van zijn mystiek vermogen de baarmoeder binnen van Diti, die zich van niets bewust lag te slapen.
Toen hij daarop de fout bemerkte ging Indra als een meester in de yoga met de macht van zijn mystiek vermogen de baarmoeder van Diti binnen die zich van niets bewust lag te slapen. (Vedabase)
Hij sneed de foetus, die er als van goud uitzag, in zeven stukken met zijn bliksemschicht, en sneed ieder huilend stuk in nog weer zeven stukken, ze zeggend dat ze niet moesten huilen.
Hij sneed de foetus die er als van goud uitzag in zeven stukken met zijn bliksemschicht en sneed ieder huilend stuk in nog weer zeven stukken ze zeggend dat ze niet moesten huilen. (Vedabase)
Gepijnigd zeiden ze hem met gevouwen handen: 'O heerser, waarom wilt u ons doden, o Indra, we zijn uw broeders!'
Gepijnigd zeiden ze hem met gevouwen handen: 'O heerser, waarom wilt u ons doden, o Indra, we zijn uw broeders!' (Vedabase)
Hij zei toen zijn toegewijde volgelingen, de Maruts: 'Jullie moeten hier niet bang voor zijn mijn broeders.'
Hij zei toen zijn toegewijde volgelingen, de Maruts: 'Jullie moeten hier niet bang voor zijn mijn broeders.' (Vedabase)
Bij de genade van S'rînivâsa [Vishnu als de toevlucht van Lakshmî] ging de vrucht van Diti, die in vele stukken was gesneden door de bliksemschicht, niet dood, net zoals u [mijn beste Parîkchit] niet doodging van het wapen van As'vatthâmâ [zie 1.8].
Bij de genade van S'rinivâsa [Vishnu als de toevlucht van Laxmî] ging de vrucht van Diti in vele stukken gesneden door de bliksemschicht niet dood, net zoals u niet doodging van het wapen van Aswatthâmâ [zie 1.8]. (Vedabase)
Een persoon die eenmaal de Oorspronkelijke Persoon heeft aanbeden, reikt tot Zijn hoogsteigen natuur, en zo verging het ook Diti na voor bijna een jaar de Heer te hebben aanbeden [zie 5.18:12]. Om de fouten van de moeder ongedaan te maken werden de negenveertig delen die Indra had geschapen, de Maruts, de goden die door de Heer in het bestaan waren geroepen als soma-drinkers [priesters].
Als een persoon eenmaal de Oorspronkelijke Persoon heeft aanbeden reikt hij tot Zijn hoogsteigen natuur en zo overkwam dat ook Diti na voor bijna een jaar de Heer te hebben aanbeden. [zie 5.18:12]. Met Indra werden zij de Maruts om de fouten van hun moeder weg te nemen en werden ze door de Heer veranderd in soma-drinkers [priesters]. (Vedabase)
Diti, toen ze wakker werd, zag de kinderen tesamen met Indra stralen zo helder als de god van het vuur. Het was een aanblik die de godin, gezuiverd [door de boete], zeer verheugde.
Diti die wakker werd zag kinderen zo helder stralend als de god van het vuur en zo was de godin gezuiverd blij met Indra. (Vedabase)
Ze zei daarop tegen Indra: 'Om terreur af te roepen over de Âditya's leefde ik, een zoon verlangend, deze gelofte na die zo moeilijk na te komen is.
Ze zei daarop tegen Indra: 'O mijn beste, bang voor de aditya's leefde ik, een zoon verlangend, deze gelofte na die zo moeilijk na te komen is. (Vedabase)
Ik bad slechts voor één zoon maar het werden er negenenveertig; hoe kon dat zo komen? Zeg het me als je het weet, mijn beste zoon, en lieg me niet voor.'
Ik bad slechts voor één zoon maar het werden er negenenveertig; hoe kon dat zo komen, zeg het me als je het weet mijn beste zoon, en lieg me niet voor.' (Vedabase)
Indra zei: 'O moeder, toen ik begreep wat uw gelofte was merkte ik, me in uw nabijheid begeven hebbend, een fout op waarop ik, in mijn eigenbelang het zicht verloren hebbend op het dharma, de foetus aan stukken sneed.
Indra zei: 'O moeder, toen ik begreep wat uw gelofte was merkte ik, me in uw nabijheid begeven hebbend, een fout op waarop ik, in mijn eigenbelang het gezicht verloren hebbend op het dharma, de foetus aan stukken sneed. (Vedabase)
De vrucht werd in zeven stukken gesneden door mij en toen werden het zeven kindjes; en hoewel ik ieder van hen ook weer in zeven stukken sneed, stierf er geen een.
De vrucht werd in zeven stukken gesneden door mij en toen werden het zeven kindjes; en hoewel ik ieder van hen ook weer in zeven stukken sneed stierf er geen een. (Vedabase)
Van dat grote wonder getuige kwam ik toen tot de slotsom dat het een neveneffect moest zijn van uw aanbidden van de Allerhoogste Persoonlijkheid.
Van dat grote wonder getuige kwam ik toen tot de slotsom dat het een neveneffect was van uw aanbidden van de Allerhoogste Persoonlijkheid. (Vedabase)
Zij die zonder begeerte te koesteren belang hechten aan de aanbidding van de Allerhoogste Heer en daarbij nog niet eens de bovenzinnelijke positie verlangen, mag men beschouwen als experts in het verlichte eigenbelang [vergelijk 2.3: 10 en B.G. 9: 22].
Zij die zonder begeerte te koesteren belang stellen in de aanbidding van de Allerhoogste Heer en waarlijk zelfs niet de bovenzinnelijke positie verlangen, worden beschouwd als zijnde de experts van het eigenbelang [vergelijk 2.3.10 en B.G. 9:22]. (Vedabase)
Zou een intelligent iemand ook nog maar enige vorm van materiële bevrediging op het oog hebben die men zelfs in de hel kan vinden, nadat hij van het eerbetoon is geweest waarmee Hij, de Heer van het Universum en de meest vertrouwde godheid, Zichzelf aan hem heeft gegeven? [zie ook de S'ikshâshthaka]
Welke soort van materiële bevrediging die zelfs in de hel nog voor handen is zou de voorkeur van een intelligent persoon genieten ná het eerbetoon waardoor Hij, de Heer van het Universum en de meest vertrouwde godheid, Zichzelf geeft? [zie ook de siksâstaka] (Vedabase)
O beste der vrouwen, excuseert u mij alstublieft een dergelijke dwaas te zijn geweest met deze slechte daad van mij; o moeder, door uw goede geluk kwam het kind in u dat ik ter dood bracht weer tot leven.'
O beste der vrouwen, excuseert u mij alstublieft een dergelijke dwaas te zijn geweest met deze slechte daad van mij; o moeder, door uw goede geluk kwam het kind in u dat ik ter dood bracht weer tot leven. (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Met haar tevreden over zijn goede manieren vertrok toen, nadat hij de Maruts en haar de eer bewezen had, Indra met haar permissie naar de werelden van de Heer.
S'rî S'uka zei: 'Indra met haar permissie en haar tevreden zijn over zijn goede manieren ging toen weg naar de werelden van de Heer nadat hij de Maruts en haar de eer bewezen had. (Vedabase)
Aldus verhaalde ik u over alles waar u mij om gevraagd hebt aangaande het goedgunstige van de geboorte van de Maruts, wat moet ik u nog meer vertellen?'
Aldus verhaalde ik u over alles waar u mij om gevraagd hebt aangaande het goedgunstige van de geboorte van de Maruts, wat moet ik u nog meer vertellen? (Vedabase)
![]()
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
De eerste
afbeelding stelt de Maruts voor als de halfgoden die Indra van ze
maakte.
Bron: Vahini Art Gallery.
De tweede
afbeelding is een reliëf in steen van een oosters paartje. Bron.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd