regelbalk



 

Canto 9

S'rî S'rî S'ikshâshthaka

 

 
 

Hoofdstuk 8: De Zonen van Sagara Ontmoeten Heer Kapiladeva

(1) S'rî S'uka zei: 'Harita was de zoon van Koning Rohita [zie voorgaand hoofdstuk] en zijn zoon Campa bouwde een stad genaamd Campâpurî. Na hem was er Sudeva die ook een zoon had genaamd Vijaya. (2) Bharuka was de zoon van Vijaya, hij had er een genaamd Vrika en Vrika had Bâhuka van wie al het land dat hij bezat werd ingepikt door zijn vijanden zodat de koning met zijn vrouw het bos in moest. (3) Toen hij van ouderdom moest sterven wilde zijn koningin samen met hem heengaan maar de wijze Aurva, die begreep dat ze zwanger was met een jongetje in haar schoot, verbood dat. (4) De bijvrouwen die dat wisten dienden haar vergif toe via haar voedsel, maar met dat gif werd Sagara ['met vergif'] geboren, die een keizer werd van een grote vermaardheid. Zijn zonen waren verantwoordelijk voor [het leiden van de Ganges naar] de oceaan [die toen Sâgara werd genoemd]. (5-6) Hij doodde niet de asociale types [Tâlajangha's, of boom-mensen], noch de dwarsliggers [de Yavana's, ook: bezetters als de Moslims en de Europeanen] en ook niet de goddelozen [de S'aka's], de schurken [Haihaya's] en de barbaren [Barbara's]. In plaats daarvan stond hij het in opdracht van de geestelijk leraar toe dat ze verschenen in ongewone kleding, glad geschoren waren of snorren droegen. Sommigen [mochten van hem verschijnen] met loshangend haar, half geschoren, zonder ondergoed of helemaal niet gekleed. (7) Trouw aan de instructies van Aurva aanbad hij, yoga beoefenend met de Superziel, middels paardoffers de Heer die het Oorspronkelijke Zelf en de meester is van alle Vedische kennis en al de verlichte zielen. Op een dag ontdekte hij dat het paard dat werd gebruikt voor het offer was gestolen door Purandara [Indra, zie ook 4.19: 17]. (8) De trotse zoons geboren uit Sumati [een vrouw van Sagara] zochten toen in opdracht van hun vader gezamenlijk het gehele land af naar het paard. (9-10) In de noordoostelijke richting zagen ze het paard bij de âs'rama van Kapila. Ze zeiden: 'Nu weten we waar die paardendief met zijn ogen dicht leeft. Doodt hem, doodt hem die zondaar!' De zestigduizend mannen van Sagara kwamen aldus met hun wapens geheven op hem af. Op datzelfde moment opende de muni zijn ogen. (11) Van hun verstand beroofd [door Indra] en in overtreding met zo'n grote persoonlijkheid [als Kapila], vatten hun lichamen ter plekke spontaan vlam en veranderden ze in as. (12) Het is niet het standpunt van de wijzen te beweren dat de zonen van de keizer ter plekke tot as verbrandden vanwege de woede van de muni, want hoe kan zich nu in het zelf van hem [Hem] die steeds in de geaardheid goedheid verkeert en door wiens genade het ganse universum gezuiverd raakt, zich de geaardheid onwetendheid voordoen zodat er woede ontstaat? Hoe kan aards stof nu de ether vervuilen? (13) Hoe kan er bij hem die zo diepgaand de wereld analytisch verklaarde [zie 3.25-33] en die in deze wereld aanwezig is als een boot voor de zoeker om de zo moeilijk in dit sterfelijk bestaan te overwinnen oceaan der onwetendheid over te steken, bij een dergelijke geleerde verheven in bovenzinnelijkheid, nu een idee van onderscheid bestaan tussen vriend en vijand [want zo iemand is altijd vreugdevol: prasannâtmâ]?

(14) Hij die werd geboren uit Kes'inî [een andere echtgenote van Sagara] werd Asamañjasa genoemd. Deze prins verwekte een zoon die bekend staat als Ams'umân. Hij deed altijd zijn best om zo goed hij kon zijn grootvader van dienst te zijn. (15-16) In een voorgaand leven was Asamañjasa een yogi geweest, zo herinnerde hij zich, die van het pad van de yoga was afgedwaald vanwege slecht gezelschap. In dit leven [geen gezelschap meer verdragend] bewees hij zich daarom persoonlijk op een hoogst storende manier. Toen hij eens met zijn verwanten sportte, gedroeg hij zich zeer vijandig door al de jongens in de rivier de Sarayû te duwen. Daardoor was hij de oorzaak van veel verdriet in zijn familie. (17) Vanwege deze daden werd hij verbannen door zijn vader die zijn liefde voor hem had opgegeven. Met de kracht van zijn yoga liet hij toen de jongens [aan hun ouders] zien en ging hij weg. (18) O Koning, al de bewoners van Ayodhyâ waren stomverbaasd dat ze hun zonen weer teruggekeerd zagen. Het speet de koning dan ook oprecht [dat zijn zoon verdwenen was].

(19) De koning droeg Ams'umân [Asamañjasa's zoon] op te zoeken naar het paard [dat Indra gestolen had]. Hij ging er achteraan en volgde het pad dat zijn ooms naar verluid hadden genomen. Zo trof hij het paard aan vlakbij een hoop as. (20) Toen de grote yogi de Bovenzinnelijke Heer [de Vishnu avatâra] die bekendstond als Kapila daar zag zitten, bracht hij, languit voorover geworpen, aandachtig met gevouwen handen gebeden.

(21) Ams'umân zei: 'Niemand van ons levende wezens kan zich een voorstelling maken van U als de Transcendentale Persoon. Tot op de dag van vandaag kan zelfs Heer Brahmâ U niet doorgronden. En door welk mediteren of ernaar raden ook zouden anderen dat kunnen, wij schepselen van de materiële wereld die, het lichaam aanziend voor het [ware] zelf, in het duister tasten [zie ook B.G. 7: 27]? (22) Het bewustzijn van hen die verkerend onder de invloed van de drie geaardheden [de guna's, zie ook B.G. 14: 5] het lichaam vereren, is versluierd door de begoochelende materiële energie en zien, zo zegt men, ook als ze slapen, niets anders dan die drie geaardheden. Zij die alleen maar op de uiterlijkheid letten kunnen U niet kennen die Zich binnenin het lichaam bevindt. (23) Hoe kan ik, deze dwaas van de materie, U in gedachten houden die vol bent van de geestelijke kennis, U die wordt geacht door Sanandana en andere wijzen vrij van de besmettende en verbijsterende illusie van de materiële diversiteit die wordt veroorzaakt door de gunas [zie B.G. 14: 26 & 2: 45]? (24) O Vreedzame, ik bied U, de Oorspronkelijke Persoon, mijn eerbetuigingen, U die, vrij van een specifieke naam en gedaante, transcendentaal bent aan zowel de manifeste als de niet-manifeste materiële energieën maar, teneinde de bovenzinnelijke kennis uit te dragen, een materieel lichaam hebt aangenomen dat zich kenmerkt door vruchtdragende handelingen in relatie tot de geaardheden der natuur. (25) Zij wiens geesten verbijsterd zijn door lust, hebzucht, afgunst en illusie, dolen rond in deze wereld en zien hun huis en haard, deze producten van Uw materiële energie, aan voor het ware. (26) O Allerhoogste Heer, door enkel maar U te zien werd vandaag de harde en hechte knoop van onze illusie doorbroken, die begoocheling als gevolg waarvan men in zijn zintuiglijkheid, o Ziel van alle levende wezens, in de greep verkeert van de lust en de baatzucht.'

(27) S'rî S'uka zei: 'O meester der mensen, de grote wijze en Allerhoogste Heer Kapila die op deze manier werd verheerlijkt, zei met een geest vol van genade het volgende tegen Ams'umân. (28) De Allerhoogste Heer zei: 'Neem dit paard Mijn zoon, het is het offerdier van uw grootvader, maar uw voorvaderen die tot as verbrandden, kunnen door niets anders worden gered dan door Gangeswater.' (29) Na Hem te hebben omlopen en zich tot Zijn voldoening voor hem te hebben verbogen, bracht hij het paard terug naar Sagara en werd met het dier de ceremonie afgerond. (30) Nadat hij zijn koninkrijk had overgedragen aan Ams'umân bereikte hij [Sagara] bevrijd van zijn materiële banden, de hoogste bestemming door het pad te volgen dat was uitgestippeld door Aurva.'

 

next

 

 

Derde herziene editie, geladen 24 december 2012.

 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'Harita was de zoon van Koning Rohita [zie voorgaand hoofdstuk] en zijn zoon Campa bouwde een stad genaamd Campâpurî. Na hem was er Sudeva die ook een zoon had genaamd Vijaya.
S'rî S'uka zei: 'Hârîta was de zoon van Koning Rohita [zie voorgaand hoofdstuk] en zijn zoon Campa bouwde een stad genaamd Campâpurî. Na hem was er Sudeva die ook een zoon had genaamd Vijaya. (Vedabase)

 

Tekst 2

Bharuka was de zoon van Vijaya, hij had er een genaamd Vrika en Vrika had Bâhuka van wie al het land dat hij bezat werd ingepikt door zijn vijanden zodat de koning met zijn vrouw het bos in moest.

Bharuka was de zoon van Vijaya, hij had er een genaamd Vrika en Vrika had Bâhuka wiens land allemaal werd afgepakt door zijn vijanden zodat de koning met zijn vrouw het bos inging. (Vedabase)

 

Tekst 3

Toen hij van ouderdom moest sterven wilde zijn koningin samen met hem heengaan maar de wijze Aurva, die begreep dat ze zwanger was met een jongetje in haar schoot, verbood dat.

Toen hij van ouderdom was gestorven wilde zijn koningin tezamen met hem sterven maar de wijze Aurva, die begreep dat ze zwanger was met een jongetje in haar schoot, verbood dat. (Vedabase)

 

Tekst 4

De bijvrouwen die dat wisten dienden haar vergif toe via haar voedsel, maar met dat gif werd Sagara ['met vergif'] geboren, die een keizer werd van een grote vermaardheid. Zijn zonen waren verantwoordelijk voor [het leiden van de Ganges naar] de oceaan [die toen Sâgara werd genoemd].

De bijvrouwen die dit ontdekten dienden haar vergif toe met haar voedsel, maar met het gif werd Sagara ['met vergif'] geboren, die een keizer werd met een grote vermaardheid. Zijn zonen waren verantwoordelijk voor de plaats genaamd Gangâsâgara. (Vedabase)

 

Tekst 5-6

Hij doodde niet de asociale types [Tâlajangha's, of boom-mensen], noch de dwarsliggers [de Yavana's, ook: bezetters als de Moslims en de Europeanen] en ook niet de goddelozen [de S'aka's], de schurken [Haihaya's] en de barbaren [Barbara's]. In plaats daarvan stond hij het in opdracht van de geestelijk leraar toe dat ze verschenen in ongewone kleding, glad geschoren waren of snorren droegen. Sommigen [mochten van hem verschijnen] met loshangend haar, half geschoren, zonder ondergoed of helemaal niet gekleed.

Het was hij die, niet de anti-socialen [tâlajangha, of boom-mensen], de tegenstrevers [de yavana's, ook: bezetters als de Moslims en de Europeanen], de goddelozen [de s'akâ's], de schurken [haihaya's] en de barbaren [barbara's] naar het leven staand, in opdracht van de goeroe, hen deed verschijnen in ongewone kleding, glad geschoren, snorren dragend of ze soms accepteerde als mensen met loshangend haar, half geschoren, zonder ondergoed en anderen die helemaal niet gekleed waren. (Vedabase)

   

Tekst 7

Trouw aan de instructies van Aurva aanbad hij, yoga beoefenend met de Superziel, middels paardoffers de Heer die het Oorspronkelijke Zelf en de meester is van alle Vedische kennis en al de verlichte zielen. Op een dag ontdekte hij dat het paard dat werd gebruikt voor het offer was gestolen door Purandara [Indra, zie ook 4.19: 17].

Hij was op voorspraak van Aurva, in yoga met de Superziel van alle vedische kennis en de verlichte zielen, met paardenoffers van aanbidding voor de Heer, het Oorspronkelijke Zelf en de Beheerser waarin hem [op een dag] het offerpaard gebruikt in het eerbetoon werd ontstolen door Purandara [Indra[Indra, zie ook 4.19: 17]. (Vedabase)

 

Tekst 8

De trotse zoons geboren uit Sumati [een vrouw van Sagara] zochten toen in opdracht van hun vader gezamenlijk het gehele land af naar het paard.

De trotse zoons geboren uit Sumati [een vrouw van Sagara] zetten in opdracht van hun vader de aarde op z'n kop op zoek naar het paard. (Vedabase)

 

Tekst 9-10

In de noordoostelijke richting zagen ze het paard bij de âs'rama van Kapila. Ze zeiden: 'Nu weten we waar die paardendief met zijn ogen dicht leeft. Doodt hem, doodt hem die zondaar!' De zestigduizend mannen van Sagara kwamen aldus met hun wapens geheven op hem af. Op datzelfde moment opende de muni zijn ogen.

In de noordoostelijke richting zagen ze een paard nabij de âs'rama van Kapila en zeiden: 'Nu weten we waar de paardendief, met zijn ogen gesloten, leeft; doodt hem, doodt hem die zondaar!'. Toen aldus de zestigduizend mannen van Sagara met hun wapens geheven op hem afkwamen, opende de muni op dat moment zijn ogen. (Vedabase)

 

Tekst 11

Van hun verstand beroofd [door Indra] en in overtreding met zo'n grote persoonlijkheid [als Kapila], vatten hun lichamen ter plekke spontaan vlam en veranderden ze in as.

Van hun verstand beroofd [door Indra] en in overtreding met zo een grote persoonlijkheid [als Kapila], vatten hun lichamen ter plekke spontaan vlam en veranderden ze in as. (Vedabase)

 

Tekst 12

Het is niet het standpunt van de wijzen te beweren dat de zonen van de keizer ter plekke tot as verbrandden vanwege de woede van de muni, want hoe kan zich nu in het zelf van hem [Hem] die steeds in de geaardheid goedheid verkeert en door wiens genade het ganse universum gezuiverd raakt, zich de geaardheid onwetendheid voordoen zodat er woede ontstaat? Hoe kan aards stof nu de ether vervuilen?

Het is niet naar de mening van de geheiligden te beweren dat de zonen van de keizer dus tot as werden verbrand door de woede van de muni; hoe kan met hem [Hem] als de hemel der goedheid van wie het hele universum gezuiverd raakt, de geaardheid der onwetendheid overwegen en er woede ontstaan - hoe kan aards stof de ether vervuilen? (Vedabase)

 

Tekst 13

Hoe kan er bij hem die zo diepgaand de wereld analytisch verklaarde [zie 3.25-33] en die in deze wereld aanwezig is als een boot voor de zoeker om de zo moeilijk in dit sterfelijk bestaan te overwinnen oceaan der onwetendheid over te steken, bij een dergelijke geleerde verheven in bovenzinnelijkheid, nu een idee van onderscheid bestaan tussen vriend en vijand [want zo iemand is altijd vreugdevol: prasannâtmâ]?

Met hem die zo diepgaand de wereld analytisch verklaarde [zie 3.25-33] en er in deze wereld is als een boot waarmee een zoeker de oceaan der onwetendheid kan oversteken die men in zijn materiële bestaan zo moeilijk te boven kan komen - hoe kan er daar, met een geleerd persoon verheven in bovenzinnelijkheid, enig idee van een onderscheid zijn tussen vriend en vijand? [zo'n iemand is altijd vreugdevol: prasannâtmâ]. (Vedabase)

 

Tekst 14

Hij die werd geboren uit Kes'inî [een andere echtgenote van Sagara] werd Asamañjasa genoemd. Deze prins verwekte een zoon die bekend staat als Ams'umân. Hij deed altijd zijn best om zo goed hij kon zijn grootvader van dienst te zijn.

Hij die geboren uit Kes'inî [Sagara's andere echtgenote] Asamañjasa werd genoemd had als prins een eigen zoon bekend als Ams'umân die altijd zijn best deed om voor zijn grootvader te doen wat hij maar kon. (Vedabase)

  

Tekst 15-16

In een voorgaand leven was Asamañjasa een yogi geweest, zo herinnerde hij zich, die van het pad van de yoga was afgedwaald vanwege slecht gezelschap. In dit leven [geen gezelschap meer verdragend] bewees hij zich daarom persoonlijk op een hoogst storende manier. Toen hij eens met zijn verwanten sportte, gedroeg hij zich zeer vijandig door al de jongens in de rivier de Sarayû te duwen. Daardoor was hij de oorzaak van veel verdriet in zijn familie.

Voorheen een yogî, zoals hij zich dat kon herinneren uit een vorig leven, was Asamañjasa van het pad van de yoga afgedwaald vanwege slecht gezelschap en had hij zich persoonlijk bewezen op een hoogst storende manier. Zich slecht gedragend bezorgde hij iedereen in de samenleving moeilijkheden en was hij, voor de sport met zijn verwanten bezig, alleronaardigst geweest door al de jongens in de rivier de Sarayû te smijten. (Vedabase)

  

Tekst 17

Vanwege deze daden werd hij verbannen door zijn vader die zijn liefde voor hem had opgegeven. Met de kracht van zijn yoga liet hij toen de jongens [aan hun ouders] zien en ging hij weg.

Van deze daden [de jongens waren verdwenen] werd hij door zijn vader, die zijn liefde voor hem op had gegeven, zowaar verbannen. Met de macht van de yoga [echter] slaagde hij erin de jongens weer te laten verschijnen en ging hij weg. (Vedabase)
 
Tekst 18

O Koning, al de bewoners van Ayodhyâ waren stomverbaasd dat ze hun zonen weer teruggekeerd zagen. Het speet de koning dan ook oprecht [dat zijn zoon verdwenen was].

O Koning, de bewoners van Ayodhyâ waren stomverbaasd om hun zonen weer te zien opduiken terwijl het de koning oprecht speet [dat nu zijn zoon verdwenen was]. (Vedabase)

 

Tekst 19

De koning droeg Ams'umân [Asamañjasa's zoon] op te zoeken naar het paard [dat Indra gestolen had]. Hij ging er achteraan en volgde het pad dat zijn ooms naar verluid hadden genomen. Zo trof hij het paard aan vlakbij een hoop as.

Ams'umân er door de koning toe opgedragen op zoek te gaan naar het paard, ging er op uit het pad volgend dat zijn ooms hadden beschreven en trof het paard aan nabij een hoop as. (Vedabase)

 

Tekst 20

Toen de grote yogi de Bovenzinnelijke Heer [de Vishnu avatâra] die bekendstond als Kapila daar zag zitten, bracht hij, languit voorover geworpen, aandachtig met gevouwen handen gebeden.

Toen hij de Bovenzinnelijke [de Vishnu-avatâra] die bekend stond als Kapila zag, bracht hij de grote persoonlijkheid oplettend met gevouwen handen gebeden waarbij hij zich languit voorover wierp. (Vedabase)

 

 Tekst 21

Ams'umân zei: 'Niemand van ons levende wezens kan zich een voorstelling maken van U als de Transcendentale Persoon. Tot op de dag van vandaag kan zelfs Heer Brahmâ U niet doorgronden. En door welk mediteren of ernaar raden ook zouden anderen dat kunnen, wij schepselen van de materiële wereld die, het lichaam aanziend voor het [ware] zelf, in het duister tasten [zie ook B.G. 7: 27]?

Ams'umân zei: 'Niemand van ons levende wezens kan zich een voorstelling maken van U als de Transcendentale. Tot op de dag van vandaag kan zelfs Heer Brahmâ U niet doorgronden en door welk mediteren of ernaar raden zouden anderen dat, wij schepselen van de materiële wereld die, het lichaam aanziend voor het zelf, de bovenzinnelijkheid missen [zie ook B.G. 7: 27]? (Vedabase)

 

Tekst 22

Het bewustzijn van hen die verkerend onder de invloed van de drie geaardheden [de guna's, zie ook B.G. 14: 5] het lichaam vereren, is versluierd door de begoochelende materiële energie en zien, zo zegt men, ook als ze slapen, niets anders dan die drie geaardheden. Zij die alleen maar op de uiterlijkheid letten kunnen U niet kennen die Zich binnenin het lichaam bevindt.

Zij die een materieel lichaam aanvaardden onder de invloed van de drie geaardheden [de guna's, zie ook B.G. 14:5] kunnen enkel die drie geaardheden zien, zo zegt men, en verbijsterd door de illusieverwekkende energie U niet kennen die zich in goedheid bevindt in de kern van het hart van het lichaam; ze zien enkel maar de uiterlijke bijprodukten. (Vedabase)

 

Tekst 23

Hoe kan ik, deze dwaas van de materie, U in gedachten houden die vol bent van de geestelijke kennis, U die wordt geacht door Sanandana en andere wijzen vrij van de besmettende en verbijsterende illusie van de materiële diversiteit die wordt veroorzaakt door de gunas  [zie B.G. 14: 26 & 2: 45].

Door Sanandana en andere aanbiddelijke wijzen die vrij zijn van de vervuilende en verbijsterende illusoire differentiatie veroorzaakt door de guna's, wordt alle wijsheid met de oorspronkelijke aard [svabhâva] tot één geheel samengevoegd [zie B.G. 14:26 & 2:45], maar hoe kan ik als een dwaas der materie nu U, die Persoonlijkheid, in gedachten houden? (Vedabase)


Tekst 24

O Vreedzame, ik bied U, de Oorspronkelijke Persoon, mijn eerbetuigingen, U die, vrij van een specifieke naam en gedaante, transcendentaal bent aan zowel de manifeste als de niet-manifeste materiële energieën maar, teneinde de bovenzinnelijke kennis uit te dragen, een materieel lichaam hebt aangenomen dat zich kenmerkt door vruchtdragende handelingen in relatie tot de geaardheden der natuur.

O Vreedzame, ik bied U, de Oorspronkelijke Allerhoogste Persoonlijkheid, mijn eerbetuigingen, U die zonder een naam en een vorm, transcendentaal aan het tijdelijke en eeuwige, teneinde de bovenzinnelijke kennis uit te dragen, naar de geaardheden der natuur een materieel lichaam heeft aangenomen dat zich kenmerkt door vruchtdragende handelingen. (Vedabase)


Tekst 25

Zij wiens geesten verbijsterd zijn door lust, hebzucht, afgunst en illusie, dolen rond in deze wereld en zien hun huis en haard, deze producten van Uw materiële energie, aan voor het ware.

Met hun huis en haard, Uw materiële energie aanvaardend als ware het datgene waar het om gaat, dolen ze [geboorte na geboorte] rond in deze wereld in hun harten verbijsterd door lust, hebzucht, afgunst en illusie. (Vedabase)

 

Tekst 26

O Allerhoogste Heer, door enkel maar U te zien werd vandaag de harde en hechte knoop van onze illusie doorbroken, die begoocheling als gevolg waarvan men in zijn zintuiglijkheid, o Ziel van alle levende wezens, in de greep verkeert van de lust en de baatzucht.'

O Allerhoogste Heer, door U enkel maar te zien is vandaag deze harde en hechte knoop van onze illusie, als gevolg waarvan men zinnelijk onder de invloed staat van de lust en de baatzucht, gebroken, o Ziel van Alle levenden!' (Vedabase)

 

Tekst 27

S'rî S'uka zei: 'O meester der mensen, de grote wijze en Allerhoogste Heer Kapila die op deze manier werd verheerlijkt, zei met een geest vol van genade het volgende tegen Ams'umân.

S'rî S'uka zei: 'O meester der mensen, de grote wijze en Allerhoogste Heer Kapila op deze manier de heerlijkheid bezongen, zei Ams'umân genadig het volgende over het pad der kennis. (Vedabase)

 

Tekst 28

De Allerhoogste Heer zei: 'Neem dit paard Mijn zoon, het is het offerdier van uw grootvader, maar uw voorvaderen die tot as verbrandden, kunnen door niets anders worden gered dan door Gangeswater.'

De Allerhoogste Heer zei: 'Neem dit paard mijn zoon, het is het offerdier van uw grootvader, maar al deze lichamen van uw voorvaderen die tot as verbrand zijn kunnen op geen enkele andere manier worden gered dan door Ganges-water.' (Vedabase)

  

Tekst 29

Na Hem te hebben omlopen en zich tot Zijn voldoening voor hem te hebben verbogen, bracht hij het paard terug naar Sagara en werd met het dier de ceremonie afgerond.

Na om hem heen gelopen te hebben, voor Hem buigend tot Zijn voldoening, bracht hij het paard terug naar Sagara en werd door middel van het offeren van dat dier de afsluitende ceremonie volbracht. (Vedabase)

 

Tekst 30

Nadat hij zijn koninkrijk had overgedragen aan Ams'umân bereikte hij [Sagara] bevrijd van zijn materiële banden, de hoogste bestemming door het pad te volgen dat was uitgestippeld door Aurva.'

Het pad volgend uitgestippeld door Aurva droeg hij [Sagara], bevrijd van gehechtheden en verlangens, het koninkrijk over aan Ams'umân en bereikte hij de allerhoogste bestemming. (Vedabase)


 

 

 

 

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
De afbeelding is getiteld: 'Kapila burns the 60.000 sons © Pieter Weltevrede (commercieel gebruik verboden).
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties