Hoofdstuk 76:
De Veldslag
tussen S'âlva en de Vrishni's
(1)
S'rî
S'uka zei: 'Alstublieft, o Koning, luister nu hoe Krishna, in
Zijn lichaam voor mens spelend, met nog weer een andere
wonderbaarlijke heldendaad de heer van Saubha ter dood bracht.
(2)
Hij, S'âlva geheten, kwam als een vriend van
S'is'upâla naar Rukminî's huwelijk en werd door de
Yadu's in de strijd verslagen tezamen met Jarâsandha en
anderen [zie 10.54
en ook 10.50].
(3)
In het bijzijn van al de koningen legde hij de eed af: 'Wacht
maar, ik zal met al wat in me is de aarde van de Yâdava's
bevrijden!'
(4)
De
dwaze koning aldus besloten at slechts eenmaal daags een handje
stof met het aanbidden als zijn meester van de heer die de
dierlijkheid beschermt [Pas'upati ofwel S'iva afgebeeld met
S'âlva als een jongen biddend samen met Yama].
(5)
Nadat een jaar was verstreken verleende de grote heer die zo
snel te behagen is [Âs'utosha], de meester van
Umâ, S'âlva, die bij hem zijn toevlucht had
gezocht, een gunst naar zijn keuze. (6)
Hij verkoos een voertuig verschrikkelijk voor de Vrishni's
waarmee hij zou kunnen reizen zoals hij dat wilde en dat niet
te vernietigen zou zijn voor de goden, de demonen, de mensen,
de zangers van de hemel, de serpenten en de wildemannen.
(7)
Met de heer van de berg zeggende 'zo zij het' werd het Maya
Dânava, die er was om de steden van de vijanden te
verslaan [zie 7.10:
53], opgedragen
een [vliegend] fort van ijzer genaamd Saubha te bouwen
en aan te bieden aan S'âlva. (8)
Toen hij het voertuig in zijn bezit kreeg dat, als een plaats
van duisternis en zich bewegend zoals hij maar wilde,
ongenaakbaar was, ging S'âlva naar Dvârakâ,
met in gedachten de vijandschap die de Vrishni's hadden
getoond. (9-11)
O beste van de Bharata's, S'âlva, die de stad met een
grote strijdmacht belegerde, veranderde al de parken, de tuinen
en de torens, de stadspoorten, de woningen, buitenmuren,
uitkijkposten en recreatiegebieden erom heen in een puinhoop.
Van die superieure vimâna die hij had kwam een
stortvloed aan wapens, stenen en bomen alsook bliksemschichten,
slangen en hagelstenen naar beneden en raakten met het opsteken
van een heftige wervelwind alle richtingen door een laag stof
overdekt. (12)
De stad van Krishna aldus verschrikkelijk geteisterd door
Saubha kon, net als de aarde met Tripura [zie
7.10:
56], o Koning,
geen vrede vinden.
(13)
Toen
de Grote Heer Pradyumna zag hoezeer Zijn onderdanen werden
belaagd zei Hij tot hen: 'Wees niet bang!', waarna de grote
held die van een ongekende glorie was in Zijn strijdwagen klom.
(14-15)
Sâtyaki, Cârudeshna, Sâmba, Akrûra en
zijn jongere broers, Hârdikya, Bhânuvinda alsook
Gada, S'uka en Sârana en andere eminente en
vooraanstaande boogschietende leiders, gingen eropaf in kuras
onder de dekking van strijdwagens, olifanten, cavalerie en
infanterie. (16)
Daarop nam tussen de Yadu's en de volgelingen van S'âlva
een huiveringwekkende strijd zijn aanvang die zo heftig was als
de strijd tussen de demonen en de halfgoden [zie
8.10].
(17)
Zoals de duisternis van de nacht wordt verdreven door de warme
stralen van de zon, werden door de zoon van Rukminî in
een oogwenk met de door God gezegende wapens de toverkunsten
van de meester van Saubha vernietigd. (18-19)
Met vijfentwintig ijzergepunte, in hun voegen perfect
vereffende pijlen met gouden schachten trof Hij S'âlva's
opperbevelhebber [Dyumân], met een honderdtal
raakte hij S'âlva en met één ieder van zijn
soldaten, met tien ieder van zijn wagenmenners en met drie
ieder van zijn draagdieren. (20)
Met de aanblik van dat verbazingwekkende, machtige wapenfeit
van Pradyumna, de grote persoonlijkheid, eerden al Zijn troepen
en de soldaten van de vijand Hem. (21)
Dan weer waargenomen in vele vormen, dan weer als een enkele
vorm en dan weer helemaal niet te zien, was die magische
illusie geschapen door Maya iets veranderlijks dat onmogelijk
door de tegenstander kon worden gelokaliseerd. (22)
Zich her en der bewegend als een wervelende toorts, van het ene
moment op het andere gezien op de aarde, dan weer in de lucht,
dan op een bergtop en dan in het water, bleef dat Saubha
luchtschip nooit op één plaats. (23)
Waar ook maar S'âlva met zijn soldaten opdook met zijn
Saubha-schip, richtten de legerbevelhebbers van de Yadu's op
die plek dan hun pijlen. (24)
S'âlva verloor door de vijand zijn greep op de zaak toen
zijn leger en fort ondraaglijk te lijden hadden onder de pijlen
die, als vuur en zon hun doel treffend, als slangengif werkten.
(25)
Hoewel de Vrishni-helden, begerig naar de overwinning in deze
wereld en de volgende, uitermate gepijnigd werden door de
stortvloed aan wapens van S'âlva's bevelhebbers, gaven ze
hun stellingen niet op. (26)
S'âlva's metgezel genaamd Dyumân - voordien
getroffen door Pradyumna - zich opstellend met een strijdknots
van maura-ijzer, sloeg met een machtige brul toe.
(27)
Pradyumna, de onderwerper van de vijanden, die door de knots
buiten westen was geslagen, werd toen door Zijn wagenmenner,
een zoon van Dâruka, getrouw de zeden en gebruiken van
het slagveld afgevoerd.
(28)
In
een mum van tijd Zijn bewustzijn herwinnend, zei de zoon van
Krishna tot Zijn wagenmenner: 'Je hebt er verkeerd aan gedaan
wagenmenner, om Me van het slagveld weg te halen!
(29)
Buiten Mij, was er nog nooit van iemand geboren in het huis van
Yadu bekend dat hij het slagveld verliet; nu is Mijn eer te
grabbel gegooid door een wagenmenner die denkt als een eunuch!
(30)
Wat moet Ik, die Zijn vege lijf redde door voor de strijd te
vluchten, nu zeggen als Ik Mijn vaders Râma en Krishna
onder ogen kom? Wat moet Ik dan zeggen ter verdediging?
(31)
Ongetwijfeld zullen Mijn schoonzussen de spot met Me drijven en
zeggen: 'Hoe is het, o held, Je vijanden nu gelukt om van Jou
zo'n lafaard in de strijd te maken?'
(32)
De
wagenmenner zei: 'O Langlevende, wat ik deed werd met het
volste vertrouwen in de regels van het dharma gedaan, o Heer;
een menner behoort zijn meester te beschermen als die in
moeilijkheden is geraakt, net zoals de meester ook de menner
moet beschermen. (33)
Aangezien U feitelijk door de knots van de vijand buiten westen
geslagen, heb ik U met die gedachte van het veld afgevoerd. Wat
mij betreft was U gewond geraakt!'

Tweede editie,
geladen 2 december 2008

Voorgaande
Aadhar-editie en
Vedabase links:
Tekst
1
S'rî
S'uka zei: 'Alstublieft, o Koning, luister nu hoe Krishna, in
Zijn lichaam voor mens spelend, met nog weer een andere
wonderbaarlijke heldendaad de heer van Saubha ter dood
bracht.
S'rî
S'uka zei: 'Alstublieft, o Koning, luister nu hoe Krishna,
in Zijn lichaam voor mens spelend, met nog weer een andere
wonderbaarlijke heldendaad van Hem de heer van Saubha ter
dood bracht. (Vedabase)
Tekst
2
Hij,
S'âlva geheten, kwam als een vriend van S'is'upâla
naar Rukminî's huwelijk en werd door de Yadu's in de
strijd verslagen tezamen met Jarâsandha en anderen
[zie 10.54
en ook 10.50].
Hij,
S'âlva geheten, kwam als een vriend van
S'is'upâla naar Rukminî's huwelijk en werd door
de Yadu's in de strijd verslagen tezamen met
Jarâsandha en anderen [zie 10: 54 en ook
10.50]. (Vedabase)
Tekst
3
In het bijzijn
van al de koningen legde hij de eed af: 'Wacht maar, ik zal met
al wat in me is de aarde van de Yâdava's bevrijden!'
In
het bijzijn van al de koningen legde hij de eed af: 'Wacht
maar, ik zal met al wat in me is de aarde van de
Yâdava's bevrijden!'
(Vedabase)
Tekst
4
De dwaze koning
aldus besloten at slechts eenmaal daags een handje stof met het
aanbidden als zijn meester van de heer die de dierlijkheid
beschermt [Pas'upati ofwel S'iva afgebeeld met S'âlva
als een jongen biddend samen met Yama]
De
dwaze koning hiertoe gezworen slechts eenmaal daags een
handje stof etend, aanbad als zijn meester de heer die de
dierlijkheid beschermt [Pas'upati ofwel S'iva afgebeeld
met S'âlva als een jongen biddend samen met Yama].
(5) Nadat een jaar was verstreken verleende de grote heer zo
snel behaagd [Âs'utosha], de meester van
Umâ, S'âlva, die bij hem zijn toevlucht had
gezocht, een gunst naar zijn keuze.
(Vedabase)
Tekst
5
Nadat een jaar
was verstreken verleende de grote heer die zo snel te behagen
is [Âs'utosha], de meester van Umâ,
S'âlva, die bij hem zijn toevlucht had gezocht, een gunst
naar zijn keuze.
Hij
verkoos een voertuig verschrikkelijk voor de Vrishni's
waarmee hij zou kunnen reizen zoals hij dat wilde en dat
niet te vernietigen zou zijn voor de goden, de demonen, de
mensen, de zangers van de hemel, de serpenten en de
wildemannen.
(Vedabase)
Tekst
6
Hij verkoos een
voertuig verschrikkelijk voor de Vrishni's waarmee hij zou
kunnen reizen zoals hij dat wilde en dat niet te vernietigen
zou zijn voor de goden, de demonen, de mensen, de zangers van
de hemel, de serpenten en de wildemannen.
Met
de heer van de berg zeggende 'Zo zij het' werd het Maya
Dânava, die er was om de steden van de vijanden te
overtreffen [zie 7.10: 53], opgedragen een
[vliegend] fort van ijzer genaamd Saubha te bouwen
en aan te bieden aan S'âlva.
(Vedabase)
Tekst
7
Met de heer van
de berg zeggende 'zo zij het' werd het Maya Dânava, die
er was om de steden van de vijanden te verslaan [zie
7.10:
53],
opgedragen een [vliegend] fort van ijzer genaamd Saubha
te bouwen en aan te bieden aan S'âlva.
Toen
hij het voertuig in zijn bezit kreeg dat, als een plaats van
duisternis en zich bewegend zoals hij maar wilde,
ongenaakbaar was, ging S'âlva naar
Dvârakâ, met in gedachten gehouden de
vijandschap die de Vrishni's hadden
getoond.
(Vedabase)
Tekst
8
Toen hij het
voertuig in zijn bezit kreeg dat, als een plaats van duisternis
en zich bewegend zoals hij maar wilde, ongenaakbaar was, ging
S'âlva naar Dvârakâ, met in gedachten de
vijandschap die de Vrishni's hadden getoond.
O
beste van de Bharata's, S'âlva, die de stad met een
grote strijdmacht belegerde, veranderde al de parken, de
tuinen en de torens, de stadspoorten, de woningen,
buitenmuren, uitkijkposten en recreatiegebieden erom heen in
een puinhoop. Van die bovenste beste vimâna die hij
had kwam een stortvloed aan wapens, stenen en bomen als ook
bliksenschichten, slangen en hagelstenen naar beneden en
raakten met het opsteken van een heftige wervelwind alle
richtingen door een laag stof overdekt.
(Vedabase)
Tekst
9-11
O beste van de
Bharata's, S'âlva, die de stad met een grote strijdmacht
belegerde, veranderde al de parken, de tuinen en de torens, de
stadspoorten, de woningen, buitenmuren, uitkijkposten en
recreatiegebieden erom heen in een puinhoop. Van die superieure
vimâna die hij had kwam een stortvloed aan wapens,
stenen en bomen alsook bliksemschichten, slangen en hagelstenen
naar beneden en raakten met het opsteken van een heftige
wervelwind alle richtingen door een laag stof
overdekt.
De
stad van Krishna aldus verschikkelijk geteisterd door Saubha
kon, net als de aarde met Tripura [zie 7.10: 56], o
Koning, geen vrede vinden. (Vedabase)
Tekst
12
De stad van
Krishna aldus verschrikkelijk geteisterd door Saubha kon, net
als de aarde met Tripura [zie 7.10:
56], o
Koning, geen vrede vinden.
De
Gote Heer Pradyumna ziende hoe Zijn onderdanen werden
geplaagd zei toen tot hen: 'Wees niet bang!', waarna de
grote held van een ongekende glorie in Zijn strijdwagen
klom. (Vedabase)
Tekst
13
Toen de Grote
Heer Pradyumna zag hoezeer Zijn onderdanen werden belaagd zei
Hij tot hen: 'Wees niet bang!', waarna de grote held die van
een ongekende glorie was in Zijn strijdwagen klom.
Sâtyaki,
Cârudeshna, Sâmba, Akrûra en zijn jongere
broers, Hârdikya, Bhânuvinda als ook Gada, S'uka
en Sârana en andere eminente leiders van de
aanvoerende krijgers-boogschieters, gingen er op af in kuras
beschermd door strijdwagens, olifanten, cavalerie en
infanterie. (Vedabase)
Tekst
14-15
Sâtyaki,
Cârudeshna, Sâmba, Akrûra en zijn jongere
broers, Hârdikya, Bhânuvinda alsook Gada, S'uka en
Sârana en andere eminente en vooraanstaande
boogschietende leiders, gingen eropaf in kuras onder de dekking
van strijdwagens, olifanten, cavalerie en
infanterie.
Daarop
nam tussen de Yadu's en de volgelingen van S'âlva een
huiveringwekkende strijd zijn aanvang zo tumultueus als de
strijd tussen de demonen en de halfgoden [zie 8:10].
(Vedabase)
Tekst
16
Daarop nam
tussen de Yadu's en de volgelingen van S'âlva een
huiveringwekkende strijd zijn aanvang die zo heftig was als de
strijd tussen de demonen en de halfgoden [zie
8.10].
Zoals
de duisternis van de nacht wordt verdreven door de warme
stralen van de zon, werden door de zoon van Rukminî in
een ogenblik met wapens door God verleend de toverkunsten
van de meester van Saubha vernietigd.
(Vedabase)
Tekst
17
Zoals de
duisternis van de nacht wordt verdreven door de warme stralen
van de zon, werden door de zoon van Rukminî in een
oogwenk met de door God gezegende wapens de toverkunsten van de
meester van Saubha vernietigd.
Met
vijfentwintig ijzergepunte, in hun voegen perfect vereffende
pijlen met gouden schachten trof Hij S'âlva's
opperbevelhebber [Dyumân], met een honderdtal
raakte hij S'âlva en met één ieder van
zijn soldaten, met tien ieder van zijn wagenmenners en met
drie ieder zijn draagdieren. (Vedabase)
Tekst
18-19
Met
vijfentwintig ijzergepunte, in hun voegen perfect vereffende
pijlen met gouden schachten trof Hij S'âlva's
opperbevelhebber [Dyumân], met een honderdtal
raakte hij S'âlva en met één ieder van zijn
soldaten, met tien ieder van zijn wagenmenners en met drie
ieder van zijn draagdieren.
Dat
verbazingwekkende, machtige wapenfeit van Pradyumna, de
grote persoonlijkheid, aanschouwend, werd Hij geëerd
door al de zijnen en de soldaten van de vijand.
(Vedabase)
Tekst
20
Met de aanblik
van dat verbazingwekkende, machtige wapenfeit van Pradyumna, de
grote persoonlijkheid, eerden al Zijn troepen en de soldaten
van de vijand Hem.
Dan
weer waargenomen in vele vormen, dan weer als een enkele
vorm en dan weer helemaal niet te zien, was die magische
illusie geschapen door Maya veranderd in iets dat onmogelijk
door de tegenstander kon worden
gelokaliseerd.
(Vedabase)
Tekst
21
Dan weer
waargenomen in vele vormen, dan weer als een enkele vorm en dan
weer helemaal niet te zien, was die magische illusie geschapen
door Maya iets veranderlijks dat onmogelijk door de
tegenstander kon worden gelokaliseerd.
Zich
her en der bewegend als een wervelende toorts, van het ene
moment op het andere gezien op de aarde, dan weer in de
lucht, dan op een bergtop en dan in het water, bleef die
Saubha nooit op één plaats.
(Vedabase)
Tekst
22
Zich her en der
bewegend als een wervelende toorts, van het ene moment op het
andere gezien op de aarde, dan weer in de lucht, dan op een
bergtop en dan in het water, bleef dat Saubha luchtschip nooit
op één plaats.
Waar
ook S'âlva met zijn soldaten opdook met zijn Saubha,
vuurden de legerbevelhebbers van de Yadu's daar en dan hun
pijlen af. (Vedabase)
Tekst
23
Waar ook maar
S'âlva met zijn soldaten opdook met zijn Saubha-schip,
richtten de legerbevelhebbers van de Yadu's op die plek dan hun
pijlen.
S'âlva
verloor door de vijand zijn greep op de zaak toen zijn leger
en fort ondraaglijk te lijden hadden onder de pijlen die
gelijk vuur en zon hun doel treffend in aanraking als
slangengif waren.
(Vedabase)
Tekst
24
S'âlva
verloor door de vijand zijn greep op de zaak toen zijn leger en
fort ondraaglijk te lijden hadden onder de pijlen die, als vuur
en zon hun doel treffend, als slangengif werkten.
Hoewel
de vrishni-helden, begerig naar de overwinning in deze
wereld en de volgende, uitermate gepijnigd werden door de
stortvloed aan wapens van S'âlva's bevelhebbers, gaven
ze hun stellingen niet op.
(Vedabase)
Tekst
25
Hoewel de
Vrishni-helden, begerig naar de overwinning in deze wereld en
de volgende, uitermate gepijnigd werden door de stortvloed aan
wapens van S'âlva's bevelhebbers, gaven ze hun stellingen
niet op.
S'âlva's
metgezel genaamd Dyumân - voordien getroffen door
Pradyumna - zich opstellend met een strijdknots van
maura-ijzer, sloeg met een machtige brul
toe.
(Vedabase)
Tekst
26
S'âlva's
metgezel genaamd Dyumân - voordien getroffen door
Pradyumna - zich opstellend met een strijdknots van
maura-ijzer, sloeg met een machtige brul
toe.
Pradyumna,
de onderwerper van de vijanden, die door de knots buiten
westen was gemept, werd toen door Zijn wagenmenner, een zoon
van Dâruka, getrouw de zeden en gebruiken van het
slagveld afgevoerd.
(Vedabase)
Tekst
27
Pradyumna, de
onderwerper van de vijanden, die door de knots buiten westen
was geslagen, werd toen door Zijn wagenmenner, een zoon van
Dâruka, getrouw de zeden en gebruiken van het slagveld
afgevoerd.
Pradyumna,
de onderwerper van de vijanden, die door de knots buiten
westen was gemept, werd toen door Zijn wagenmenner, een zoon
van Dâruka, getrouw de zeden en gebruiken van het
slagveld afgevoerd. (Vedabase)
Tekst
28
In een mum van
tijd Zijn bewustzijn herwinnend, zei de zoon van Krishna tot
Zijn wagenmenner: 'Je hebt er verkeerd aan gedaan wagenmenner,
om Me van het slagveld weg te halen!
In
een mum van tijd Zijn bewustzijn herwinnend, zei de zoon van
Krishna tot Zijn wagenmenner: 'Hoe fout van je, menner, om
Me van het slagveld weg te halen!
(Vedabase)
Tekst
29
Buiten Mij, was
er nog nooit van iemand geboren in het huis van Yadu bekend dat
hij het slagveld verliet; nu is Mijn eer te grabbel gegooid
door een wagenmenner die denkt als een eunuch!
Buiten
Mij, was er nog nooit van iemand geboren in het huis van
Yadu bekend dat hij het slagveld verliet; mijn eer te
grabbel vanwege een menner die denkt als een eunuch!
(Vedabase)
Tekst
30
Wat moet Ik,
die Zijn vege lijf redde door voor de strijd te vluchten, nu
zeggen als Ik Mijn vaders Râma en Krishna onder ogen kom?
Wat moet Ik dan zeggen ter verdediging?
Wat
moet ik, met M'n vege lijf voor de strijd gevlucht, nu
zeggen als ik Mijn vaders Râma en Krishna onder ogen
kom? Wat zou desgevraagd dan passend zijn ter
verdediging?
(Vedabase)
Tekst
31
Ongetwijfeld
zullen Mijn schoonzussen de spot met Me drijven en zeggen: 'Hoe
is het, o held, Je vijanden nu gelukt om van Jou zo'n lafaard
in de strijd te maken?'
Ongetwijfeld
zullen Mijn schoonzussen de spot met me drijven en zeggen:
'Hoe o hoe, o held, lukte het Je vijanden om van Jou zo'n
lafaard in de strijd te maken?'
(Vedabase)
Tekst
32
De wagenmenner
zei: 'O Langlevende, wat ik deed werd met het volste vertrouwen
in de regels van het dharma gedaan, o Heer; een menner behoort
zijn meester te beschermen als die in moeilijkheden is geraakt,
net zoals de meester ook de menner moet beschermen.
De
wagenmenner zei: 'O Langlevende, wat ik deed werd met het
volste vertrouwen in het dharma gedaan, o Heer; een menner
behoort zijn meester te beschermen als die in moeilijkheden
is geraakt, net zoals de meester ook de menner moet
beschermen. (Vedabase)
Tekst
33
Aangezien U
feitelijk door de knots van de vijand buiten westen geslagen,
heb ik U met die gedachte van het veld afgevoerd. Wat mij
betreft was U gewond geraakt!'
Dit
wetende werd U, door de knots van de vijand feitelijk buiten
westen geslagen, van het veld afgevoerd door mij denkende
dat U gewond was geraakt!'
(Vedabase)

Voor
deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van
Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn
vertaling van het Bhâgavatam.
Zie
de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.

Feed-back |
Links
| Downloads
| Muziek
| Afbeeldingen
| Wat
is er Nieuw?
|
Zoeken |
Donaties