
Bronteksten
(geen voorgaande tekst in het Nederlands beschikbaar):
Paundraka,
the False Vâsudeva
Tekst
1:
S'rî
S'uka zei: 'Met Balarâma vertrokken naar Nanda's
koeherdersdorp stuurde de heerser van Karûsha
[Paundraka], o Koning, dwaas denkend 'Ik ben
Vâsudeva', een boodschapper naar Krishna.
S'ukadeva
Gosvâmî said: O King, while Lord Balarâma
was away visiting Nanda's village of Vraja, the ruler of
Karûsha, foolishly thinking "I am the Supreme Lord,
Vâsudeva," sent a messenger to Lord Krishna.
Tekst
2:
Kinderlijke
lieden hadden hem ingefluisterd: 'Je bent Vâsudeva, de
Allerhoogste Heer nedergedaald als de Meester van het
Universum!', en aldus beeldde hij zich in dat hij de Onfeilbare
was.
Paundraka
was emboldened by the flattery of childish men, who told
him, "You are Vâsudeva, the Supreme Lord and master of
the universe, who have now descended to the earth." Thus he
imagined himself to be the infallible Personality of
Godhead.
Tekst
3:
Als een
jongetje van een gering bevattingsvermogen door kinderen tot
koning uitgeroepen stuurde hij, in zijn zotternij, een
boodschapper naar Krishna Wiens Wegen Ondoorgrondelijk Zijn in
Dvârakâ.
Thus
slow-witted King Paundraka sent a messenger to the
inscrutable Lord Krishna at Dvârakâ. Paundraka
was acting just like an unintelligent child whom other
children are pretending is a king.
Tekst
4:
De afgezant in
Dvârakâ aangekomen bracht toen in de koninklijke
vergadering aan Krishna Almachtig met de Lotusblaadjesogen het
bericht over van zijn koning:
Arriving
in Dvârakâ, the messenger found lotus-eyed
Krishna in His royal assembly and relayed the King's message
to that almighty Lord.
Tekst
5:
'Ik
Vâsudeva, de enige ware echte, ben naar deze wereld
nedergedaald met de bedoeling van genade te zijn voor de
levende wezens. U echter, moet de valse aanspraak op de titel
opgeven!
[On
Paundraka's behalf, the messenger said:] I am the one
and only Lord Vâsudeva, and there is no other. It is I
who have descended to this world to show mercy to the living
beings. Therefore give up Your false name.
Tekst
6:
O
Sâtvata, met het opgeven van Uw symbolen, welke U in de
waan met U meevoert, kan U maar beter naar mij als Uw toevlucht
toe komen; zo niet, lever dan anders strijd.'
O
Sâtvata, give up my personal symbols, which out of
foolishness You now carry, and come to me for shelter. If
You do not, then You must give me battle.
Tekst
7:
S'rî
S'uka zei: 'Toen ze die opsnijderij van de idiote Paundraka
hoorden, lachten de leden van de vergadering voorgezeten door
Ugrasena luidkeels.
S'ukadeva
Gosvâmî said: King Ugrasena and the other
members of the assembly laughed loudly when they heard this
vain boasting of unintelligent Paundraka.
Tekst
8:
De Allerhoogste
Heer zei toen, nadat iedereen was uitgegierd, tot de
boodschapper: 'Ik zal jouw, o dwaas, de symbolen naar je hoofd
slingeren waar je zo over opschept.
The
Personality of Godhead, after enjoying the jokes of the
assembly, told the messenger [to relay a message to his
master:] "You fool, I will indeed let loose the weapons
you boast of in this way.
Tekst
9:
De toevlucht
van honden zal je zijn, jij onbenul, voor lijk liggend met dat
gezicht van je overdekt door gieren, reigers en vatha's overal
om je heen.'
"When
you lie dead, O fool, your face covered by vultures, herons
and vatha birds, you will become the shelter of
dogs."
Tekst
10:
Aldus
toegesproken bracht de boodschapper die beledigingen in hun
geheel over aan zijn meester en ging Krishna, rijdend met Zijn
wagen, naar Kâs'î
[Vârânasî].
When
the Lord had thus spoken, the messenger conveyed His
insulting reply to his master in its entirety. Lord Krishna
then mounted His chariot and went to the vicinity of
Kâs'î.
Tekst
11:
De machtige
krijgsheer Paundraka toen hij Zijn voorbereidingen zag, kwam
snel uit de stad tevoorschijn vergezeld door twee
akshauhinî's.
Upon
observing Lord Krishna's preparations for battle, the mighty
warrior Paundraka quickly went out of the city with two full
military divisions.
Tekst
12-14:
De Heer zag
Paundraka met achter zich aan zijn vriend, de meester van
Kâs'î, met drie akshauhinî's, o Koning,
terwijl hij met zich meevoerde een schelphoorn, een werpschijf,
een zwaard en een knots, een S'ârnga en het
s'rîvatsa-teken en andere symbolen, met inbegrip van een
kaustubha-juweel en de sier van een woudbloemenslinger. Een
stel fijne geelzijden kleren dragend en met in zijn vaandel
Garuda droeg hij een kostbare kroon en had hij glanzende
haaienvormige oorhangers als zijn sieraad.
Paundraka's
friend, the King of Kâs'î, followed behind, O
King, leading the rear guard with three akshauhinî
divisions. Lord Krishna saw that Paundraka was carrying the
Lord's own insignia, such as the conchshell, disc, sword and
club, and also an imitation S'ârnga bow and
S'rîvatsa mark. He wore a mock Kaustubha gem, was
decorated with a garland of forest flowers and was dressed
in upper and lower garments of fine yellow silk. His banner
bore the image of Garuda, and he wore a valuable crown and
gleaming, shark- shaped earrings.
Tekst
15:
De aanblik van
hem uitgedost als Zijn evenbeeld, als was hij een acteur op het
toneel, deed de Heer hartelijk lachen.
Lord
Hari laughed heartily when He saw how the King had dressed
up in exact imitation of His own appearance, just like an
actor on a stage.
Tekst
16
Met drietanden,
knotsen en knuppels, spiesen, messen, projectielen met
weerhaken, lansen, zwaarden, bijlen en pijlen werd de Heer
aangevallen door de vijanden.
The
enemies of Lord Hari attacked Him with tridents, clubs,
bludgeons, pikes, rishtis, barbed darts, lances, swords,
axes and arrows.
Tekst
17
Krishna echter
met Zijn strijdknots, zwaard, werpschijf en pijlen teisterde
die militaire macht van olifanten, wagens, paarden en
voetsoldaten van Paundraka en de koning van Kâs'î
hevig, als was hij het vuur aan het einde van de wereld voor de
verschillende levende wezens.
But
Lord Krishna fiercely struck back at the army of Paundraka
and Kâs'îrâja, which consisted of
elephants, chariots, cavalry and infantry. The Lord
tormented His enemies with His club, sword, Sudars'ana disc
and arrows, just as the fire of annihilation torments the
various kinds of creatures at the end of a cosmic
age.
Tekst
18
Dat slagveld,
bezaaid met de door Zijn schijf aan stukken gesneden wagens,
paarden, muilezels, olifanten, tweebenigen en kamelen, straalde
als het verschrikkelijke schouwtoneel van de Heer der Geesten
[Bhûtapati, of S'iva], de wijzen genoegen
verschaffend.
The
battlefield, strewn with the dismembered chariots, horses,
elephants, humans, mules and camels that had been cut to
pieces by the Lord's disc weapon, shone like the gruesome
playground of Lord Bhûtapati, giving pleasure to the
wise.
Tekst
19
S'auri zei toen
tot Paundraka: 'Die wapens waar je het tegen Mij over had bij
monde van je afgezant, laat Ik nu op jou los.
Lord
Krishna then addressed Paundraka: My dear Paundraka, the
very weapons you spoke of through your messenger, I now
release unto you.
Tekst
20
Ik zal je
dwingen afstand te doen van Mijn naam en alles erbij, door jou
valselijk aangenomen, o dwaas; voor vandaag [zoals je het
wilde] bij jou Mijn toevlucht zoekend, zo niet strijd met
je te leveren.'
O
fool, now I shall make you renounce My name, which you have
falsely assumed. And I will certainly take shelter of you if
I do not wish to fight you.
Tekst
21
Aldus de spot
drijvend en met Zijn scherpe pijlen Paundraka uit zijn wagen
drijvend, sneed Hij met Zijn schijf hem het hoofd eraf, zoals
Indra met zijn bliksemstraal een bergtop klieft.
Having
thus derided Paundraka, Lord Krishna destroyed his chariot
with His sharp arrows. The Lord then cut off his head with
the Sudars'ana disc, just as Lord Indra lops off a mountain
peak with his thunderbolt weapon.
Tekst
22
Zo ook scheidde
Hij met Zijn pijlen het hoofd van de romp van de koning van
Kâs'î, het vliegend door de lucht
Kâs'î-puri injagend als de wind die een bloemkelk
van een lotus meevoert.
With
His arrows, Lord Krishna similarly severed
Kâs'îrâja's head from his body, sending it
flying into Kâs'î city like a lotus flower
thrown by the wind.
Tekst
23
Na aldus de
jaloerse Paundraka tezamen met zijn vriend ter dood te hebben
gebracht ging de Heer Dvârakâ binnen aangeroepen
door de vervolmaakten die de nectargelijke verhalen over Hem
zongen.
Having
thus killed envious Paundraka and his ally, Lord Krishna
returned to Dvârakâ. As He entered the city, the
Siddhas of heaven chanted His immortal, nectarean
glories.
Tekst
24
En zo gebeurde
het dat hij [Paundraka], van wie door zijn voortdurend
mediteren op Hem in het aannemen van de persoonlijke gedaante
van de Heer alle gebondenheid volledig werd vernietigd,
volledig verzonken raakte in Hem [ofwel Krishnabewust
werd], o Koning [zie sârûpya].
By
constantly meditating upon the Supreme Lord, Paundraka
shattered all his material bonds. Indeed, by imitating Lord
Krishna's appearance, O King, he ultimately became Krishna
conscious.
Tekst
25
Toen zij het
hoofd met de oorhangers neergevallen bij de paleispoort zagen
twijfelden de mensen: 'Wiens hoofd zou dat zijn?'
Seeing
a head decorated with earrings lying at the gate of the
royal palace, the people present were puzzled. Some of them
asked, "What is this?" and others said, "It is a head, but
whose is it?"
Tekst
26
Het herkennend
als het hoofd van de koning, de heerser van Kâs'î,
riepen zijn koninginnen, zijn zoons en andere verwanten en de
burgers er toen luidkeels bij uit: 'Helaas meester, o meester,
o Koning, we zijn gedood!'
My
dear King, when they recognized it as the head of their King
- the lord of Kâs'î - his queens, sons and other
relatives, along with all the citizens of the city, began to
cry pitifully: "Alas, we are killed! O my lord, my
lord!"
Tekst
27-28
Zijn zoon
genaamd Sudakshina die voor de vader de begrafenisplechtigheden
voltrok, ging bij zichzelf te rade en besloot: 'Om mijn vader
te wreken zal ik de moordenaar van mijn vader ter dood brengen'
en zo aanbad hij als su-dakshina, 'de kampioen der beloning',
tezamen met de priesters met grote aandacht Mahes'vara
[Heer S'iva].
After
the King's son Sudakshina had performed the obligatory
funeral rituals for his father, he resolved within his mind:
"Only by killing my father's murderer can I avenge his
death." Thus the charitable Sudakshina, together with his
priests, began worshiping Lord Mahes'vara with great
attention.
Tekst
29
In [de
heilige plaats] Avimukta bood de grote heer hem tevreden
gesteld een zegen naar eigen keuze, waarop hij voor zichzelf
bij de machtige halfgod de gunst bedong van een manier om de
Doder van zijn vader te verslaan.
Satisfied
by the worship, the powerful Lord S'iva appeared in the
sacred precinct of Avimukta and offered Sudakshina his
choice of benedictions. The prince chose as his benediction
a means to slay his father's killer.
Tekst
30-31
[S'iva zei:
] 'Weest met brahmanen en de geëigende priester van
dienst voor het dakshina [zuidelijke] vuur met een
abhicâra ['schade berokkenend'] ritueel dat van
nut is tegen een vijand van de brahmanen, zodat omringd door de
Pramatha's [zie ook 10.63:
6] uw wens
in vervulling zal gaan', en aldus geïnstrueerd nam hij met
de bedoeling Krishna kwaad te doen de geloften in acht.
Lord
S'iva told him, "Accompanied by brâhmanas, serve the
Dakshinâgni fire - the original priest - following the
injunctions of the abhicâra ritual. Then the
Dakshinâgni fire, together with many Pramathas, will
fulfill your desire if you direct it against someone
inimical to the brâhmanas." So instructed, Sudakshina
strictly observed the ritualistic vows and invoked the
abhicâra against Lord Krishna.
Tekst
32-33
Uit het vuur
rees toen op uit de offerplaats een indrukwekkende figuur
allerverschrikkelijkst met een haarknot, baard en snor als van
gesmolten koper, roodgloeiende kolen van ogen, afschrikwekkende
tanden en een ruw gezicht met omhooggetrokken, samengeknepen
wenkbrauwen, die, met zijn tong zijn mondhoeken likkend, naakt
met een laaiende drietand zwaaide [zie ook
4.5:
3 en
6.9:
12].
Thereupon
the fire rose up out of the altar pit, assuming the form of
an extremely fearsome, naked person. The fiery creature's
beard and tuft of hair were like molten copper, and his eyes
emitted blazing hot cinders. His face looked most frightful
with its fangs and terrible arched and furrowed brows. As he
licked the corners of his mouth with his tongue, the demon
shook his flaming trident.
Tekst
34
Met benen
massief als palmbomen het aardoppervlak doen schuddend rende
hij vergezeld van geesten naar Dvârakâ de
windrichtingen in lichterlaaie zettend.
On
legs as tall as palm trees, the monster raced toward
Dvârakâ in the company of ghostly spirits,
shaking the ground and burning the world in all
directions.
Tekst
35
Toen ze hem,
voortgebracht uit het abhicâra-vuur, op zich af zagen
komen, raakten al de ingezeten van Dvârakâ als
dieren voor een grote bosbrand door angst
bevangen.
Seeing
the approach of the fiery demon created by the
abhicâra ritual, the residents of Dvârakâ
were all struck with fear, like animals terrified by a
forest fire.
Tekst
36
Van streek
gingen ze in paniek naar de Hoogste Persoonlijkheid van God die
in het hof een potje aan het dobbelen was [en zeiden]:
'Redt ons, redt ons van het vuur dat de stad verzengt, o Heer
van de Drie Werelden!'
Distraught
with fear, the people cried out to the Supreme Personality
of Godhead, who was then playing at dice in the royal court:
"Save us! Save us, O Lord of the three worlds, from this
fire burning up the city!"
Tekst
37
Horend van deze
roep van de mensen en ziend hoezeer Zijn eigen mannen van
streek waren, lachte S'aranya, de Beschermheer, hardop en zei:
'Wees hier maar niet bang voor, Ik zal jullie
beschermen!'
When
Lord Krishna heard the people's agitation and saw that even
His own men were disturbed, that most worthy giver of
shelter simply laughed and told them, "Do not fear; I shall
protect you."
Tekst
38
De Almachtige
Heer, van binnen en van buiten ieders Getuige, begreep dat het
schepsel van Mahes'vara afkomstig was en mikte toen voor zijn
vernietiging Zijn cakra die zich aan Zijn zijde bevond.
The
almighty Lord, the internal and external witness of all,
understood that the monster had been produced by Lord S'iva
from the sacrificial fire. To defeat the demon, Krishna
dispatched His disc weapon, who was waiting at His
side.
Tekst
39
Dat wapen, de
sudars'ana cakra van Krishna, gelijk miljoenen zonnen laaiend
met een gloed gelijk het vuur aan het einde van het universum,
teisterde met zijn hitte de lucht, de hemelen en de aarde in
alle tien de richtingen zowel als het vuur [van de demon;
zie ook 9.4:
46].
That
Sudars'ana, the disc weapon of Lord Mukunda, blazed forth
like millions of suns. His effulgence blazed like the fire
of universal annihilation, and with his heat he pained the
sky, all the directions, heaven and earth, and also the
fiery demon.
Tekst
40
Hij, het vuur
dat was geschapen, maakte gefrustreerd door de macht van het
wapen van Hem met de Cakra in Zijn Hand rechtsomkeert, o
Koning, en belaagde in zijn verslagenheid van alle kanten
Vârânasî en verbrandde Sudakshina en al zijn
priesters met de abhicâra die hij zelf in het leven had
geroepen.
Frustrated
by the power of Lord Krishna's weapon, O King, the fiery
creature produced by black magic turned his face away and
retreated. Created for violence, the demon then returned to
Vârânasî, where he surrounded the city and
then burned Sudakshina and his priests to death, even though
Sudakshina was his creator.
Tekst
41
Zo ook ging de
cakra van Vishnu er achter aan Vârânasî
binnen met zijn toegangspoorten, wachttorens en zijn vele hoge
veranda's, vergaderzalen, marktplaatsen, warenhuizen en
gebouwen die de olifanten, paarden, wagens en granen behuisden.
Lord
Vishnu's disc also entered Vârânasî, in
pursuit of the fiery demon, and proceeded to burn the city
to the ground, including all its assembly halls and
residential palaces with raised porches, its numerous
marketplaces, gateways, watchtowers, warehouses and
treasuries, and all the buildings housing elephants, horses,
chariots and grains.
Tekst
42
Na heel
Vârânasî in de as te hebben gelegd keerde
Vishnu's sudars'ana schijf terug naar de zijde van Krishna die
Moeiteloos in Zijn Handelingen is.
After
burning down the entire city of Vârânasî,
Lord Vishnu's Sudars'ana cakra returned to the side of
S'rî Krishna, whose actions are effortless.
Tekst
43
De sterfelijke
mens die geconcentreerd verhaalt van of luistert naar dit
heldhaftige avontuur van de Allerhoogste Geprezen in de Verzen
zal worden verlost van al zijn zonden.
Any
mortal who recounts this heroic pastime of Lord
Uttamah-s'loka's, or who simply hears it attentively, will
become freed from all sins.
