S'rî
S'uka zei: 'En zo gingen de gopî's maar door met
zingen en praten, vertederend hardop huilend, smachtend, o
Koning, naar de aanwezigheid van Krishna.
S'ukadeva
Gosvâmî said: O King, having thus sung and
spoken their hearts out in various charming ways, the
gopîs began to weep loudly. They were very
eager to see Lord Krishna. (Vedabase)
Tekst
2
De zoon van
Vasudeva [ofwel S'auri, 'de Zoon van de Held'], de
Verdwazer van [Cupido] de Verdwazer van het verstand,
verscheen recht voor hun ogen glimlachend met Zijn lotusgelijke
gezicht, gekleed in een geel gewaad en met een bloemenslinger
om.
Then
Lord Krishna, a smile on His lotus face, appeared before the
gopîs. Wearing a garland and a yellow garment,
He directly appeared as one who can bewilder the mind of
Cupid, who himself bewilders the minds of ordinary people.
(Vedabase)
Tekst
3
Toen ze Hem,
hun teerbeminde, weer teruggekeerd zagen, openden de meisjes
vol van liefde hun ogen wijd en stonden ze allen tegelijkertijd
op alsof het leven weer in hun lichamen was teruggekeerd.
When
the gopîs saw that their dearmost Krishna had
returned to them, they all stood up at once, and out of
their affection for Him their eyes bloomed wide. It was as
if the air of life had reentered their bodies.
(Vedabase)
Tekst
4
Één
van hen greep verheugd de hand van S'auri met gevouwen palmen
terwijl een andere Zijn arm, met sandelhoutpasta opgesierd,
over haar schouder legde.
One
gopî joyfully took Krishna's hand between her
folded palms, and another placed His arm, anointed with
sandalwood paste, on her shoulder. (Vedabase)
Tekst
5
Één
slanke met haar handen bij elkaar nam de resten van de bethel
die Hij had gekauwd, terwijl weer een andere Zijn lotusvoeten
greep en ze op haar brandende borsten plaatste.
A
slender gopî respectfully took in her joined
hands the betel nut He had chewed, and another gopî,
burning with desire, put His lotus feet on her breasts.
(Vedabase)
Tekst
6
Één,
met samengetrokken wenkbrauwen op haar lippen bijtend wierp
aangeslagen, buiten zichzelf in haar liefde voor God,
zijdelingse blikken van opzij alsof ze Hem wat aan wilde doen.
One
gopî, beside herself with loving anger, bit her lips
and stared at Him with frowning eyebrows as if to wound Him
with her harsh glances. (Vedabase)
Tekst
7
Een andere
[Râdhâ naar verluid] die met starende ogen
zich laafde aan Zijn Lotusgezicht kon, ook al had ze de volle
smaak, er net als de heiligen mediterend op Zijn voeten geen
genoeg van krijgen.
Another
gopî looked with unblinking eyes upon His lotus
face, but even after deeply relishing its sweetness She did
not feel satiated, just as mystic saints are never satiated
when meditating upon the Lord's feet. (Vedabase)
Tekst
8
Één
van hen, plaatste Hem via de openingen van haar ogen in haar
hart en bleef Hem daar met de ogen dicht omhelzen, waarbij haar
haren rechtovereind stonden verzonken zijnde in extase als was
ze een yogi. [*]
One
gopî took the Lord through the aperture of her
eyes and placed Him within her heart. Then, with her eyes
closed and her bodily hairs standing on end, she
continuously embraced Him within. Thus immersed in
transcendental ecstasy, she resembled a yogî
meditating upon the Lord. (Vedabase)
Tekst
9
Allen een
vreugde van de hoogste orde ervarend bij de aanblik van
Kes'ava, gaven de treurnis van hun afgescheidenheid op, precies
zoals mensen dat in het algemeen doen als ze een verlichte ziel
ontmoeten.
All
the gopîs enjoyed the greatest festivity when
they saw their beloved Kes'ava again. They gave up the
distress of separation, just as people in general forget
their misery when they gain the association of a spiritually
enlightened person. (Vedabase)
Tekst
10
Temidden van
hen, die geheel waren bevrijd van hun verdriet, schitterde
Acyuta, de Opperheer, zelfs nog meer, mijn beste, als de
Oorspronkelijke Persoonlijkheid omringd door Zijn
bovenzinnelijke vermogens.
Encircled
by the gopîs, who were now relieved of all
distress, Lord Acyuta, the Supreme Personality of Godhead,
shone forth splendidly. My dear King, Krishna thus appeared
like the Supersoul encircled by His spiritual potencies.
(Vedabase)
Tekst
11-12
De Almachtige
die hen met Zich meenam belande met hen op de zachte zandbanken
van de Yamunâ die de zegenrijke rivier had bijeen
gebracht met de handen van haar golven. Daar bloeiden de kunda-
en mandârabloemen met hun bijen geurig in het
herfstbriesje terwijl de maan, helder schijnend, met zijn
stralen het duister van de nacht verdreef.
The
almighty Lord then took the gopîs with Him to
the bank of the Kâlindî, who with the hands of
her waves had scattered piles of soft sand upon the shore.
In that auspicious place the breeze, bearing the fragrance
of blooming kunda and mandâra flowers, attracted many
bees, and the abundant rays of the autumn moon dispelled the
darkness of night. (Vedabase)
Tekst
13
Door de extase
Hem weer te zien werd de pijn van het verlangen in hun hart
verdreven; ze bereikten de uiteindelijke vervulling van hun
zielen, zoals dat uit de doeken wordt gedaan in de geschriften,
met het arrangeren van een zitplaats voor hun beminde vriend
met behulp van hun omslagdoeken die besmeurd waren met het
kunkum van hun borsten [zie ook 10.87:
23].
Their
heartache vanquished by the ecstasy of seeing Krishna, the
gopîs, like the personified Vedas before them,
felt their desires completely fulfilled. For their dear
friend Krishna they arranged a seat with their shawls which
were smeared with the kunkuma powder from their breasts.
(Vedabase)
Tekst
14
Hij, de
Allerhoogste Heer en Beheerser, voor wie de yogameesters een
zitplaats reserveren in hun harten, aldaar in volle luister
neerzittend werd, aanwezig te midden van de
gopî's, en op die manier Zijn persoonlijke
gedaante tentoonspreidend, aanbeden als het enige echte
reservoir van alle schoonheid en weelde in de drie
werelden.
Lord
Krishna, the Supreme Personality of Godhead, for whom the
great masters of mystic meditation arrange a seat within
their hearts, took His seat in the assembly of
gopîs. His transcendental body, the exclusive
abode of beauty and opulence within the three worlds, shone
brilliantly as the gopîs worshiped Him.
(Vedabase)
Tekst
15
Hij, de
Opwekker van Cupido, geëerd met glimlachen, met speelse
blikken, met suggestieve wenkbrauwen en met het masseren van de
voeten en handen op hun schoten, werd door hen aanbeden, maar
nog steeds ietwat boos zijnde richtten ze zich tot
Hem.
S'rî
Krishna had awakened romantic desires within the
gopîs, and they honored Him by glancing at Him
with playful smiles, gesturing amorously with their
eyebrows, and massaging His hands and feet as they held them
in their laps. Even while worshiping Him, however, they felt
somewhat angry, and thus they addressed Him as follows.
(Vedabase)
Tekst
16
De fijne
gopî's zeiden: 'Sommigen beantwoorden de liefde
van hen die hen respecteren, sommigen tonen respect [voor
hen die handelen] waarbij dat niet zo is en sommigen zijn
met geen van beide van de liefde; alstJeblieft o liefste, zeg
ons hoe het nu feitelijk zit.'
The
gopîs said: Some people reciprocate the
affection only of those who are affectionate toward them,
while others show affection even to those who are
indifferent or inimical. And yet others will not show
affection toward anyone. Dear Krishna, please properly
explain this matter to us. (Vedabase)
Tekst
17
De Opperheer
zei: 'Zij die als vrienden wederzijds elkaar tegemoetkomen,
enkel terwille van zichzelf, zijn in dat ondernemen waarlijk
niet naar het principe bezig, niet van ware vriendschap; ze
zijn enkel uit op hun eigen voordeel.
The
Supreme Personality of Godhead said: So-called friends who
show affection for each other only to benefit themselves are
actually selfish. They have no true friendship, nor are they
following the true principles of religion. Indeed, if they
did not expect benefit for themselves, they would not
reciprocate. (Vedabase)
Tekst
18
Zij die vol
toewijding van genade zijn met hen die niet wederkerig zijn,
zoals ouders dat b.v. zijn, zijn foutloos naar het principe in
dezen en van ware vriendschap, o slanke
meisjes.
My
dear slender-waisted gopîs, some people are
genuinely merciful or, like parents, naturally affectionate.
Such persons, who devotedly serve even those who fail to
reciprocate with them, are following the true, faultless
path of religion, and they are true well-wishers.
(Vedabase)
Tekst
19
Sommigen zijn
er zeker van zelfs niet de liefde te beantwoorden van hen die
toegewijd zijn; wat moet men zeggen van hen die niet wederkerig
zijn, van de [spiritueel] in zichzelf tevredenen, van
hen die al hun verlangens vervuld zien, van de ondankbaren en
van hen die vijandschap koesteren jegens de
achtenswaardigen?
Then
there are those individuals who are spiritually
self-satisfied, materially fulfilled or by nature ungrateful
or simply envious of superiors. Such persons will not love
even those who love them, what to speak of those who are
inimical. (Vedabase)
Tekst
20
Ik dan Mijn
vriendinnen, beantwoord niet altijd de liefde van hen die van
aanbidding zijn opdat hun [- en jullie -] toeneiging
zijn beslag kan krijgen en er met hen, zoals dat gaat met een
arme drommel die vol van angst is zijn verworven rijkdom te
verliezen, geen gedachte bestaat aan iets anders [zie ook
B.G.:
4: 11 en
10.29:
27].
But
the reason I do not immediately reciprocate the affection of
living beings even when they worship Me, O
gopîs, is that I want to intensify their loving
devotion. They then become like a poor man who has gained
some wealth and then lost it, and who thus becomes so
anxious about it that he can think of nothing else.
(Vedabase)
Tekst
21
Aldus met het
door jullie om Mijnentwille weerstaan van wat de mensen, de
geschriften en jullie verwanten allemaal zeggen verdween Ik uit
het zicht Mijn beste meisjes, in feite inderdaad wederkerigheid
betrachtend met jullie inschikkelijkheid jegens Mij
[**];
daarom moeten jullie je Geliefde geen verwijten maken, Mijn
liefjes.
My
dear girls, understanding that simply for My sake you had
rejected the authority of worldly opinion, of the Vedas and
of your relatives, I acted as I did only to increase your
attachment to Me. Even when I removed Myself from your sight
by suddenly disappearing, I never stopped loving you.
Therefore, My beloved gopîs, please do not
harbor any bad feelings toward Me, your beloved.
(Vedabase)
Tekst
22
Zelfs niet
zolang levend als een god in de hemel ben Ik in staat jullie
terug te betalen voor jullie onbevangen aanbidden van Mij; laat
dat breken met de zo moeilijk te boven te komen ketenen van
jullie burgermansleventjes worden beantwoord [worden
beloond] door zijn eigen deugd.'
I
am not able to repay My debt for your spotless service, even
within a lifetime of Brahmâ. Your connection with Me
is beyond reproach. You have worshiped Me, cutting off all
domestic ties, which are difficult to break. Therefore
please let your own glorious deeds be your compensation.
(Vedabase)
*
S'rîla
Vis'vanâtha Cakravartî Thhâkura stelt dat de
zeven gopîs waar tot dusverre sprake van is in dit
hoofdstuk de eerste zeven van de acht belangrijkste
gopî's zijn waarvan de S'rî
Vaishnava-toshanî in een vers de namen geeft als
zijnde Candrâvalî, S'yâmalâ,
S'aibyâ, Padmâ, S'rî Râdhâ,
Lalitâ en Vis'âkhâ. De achtste wordt begrepen
als zijnde Bhadrâ. De Skanda Purâna verklaart dat
deze acht gopî's de belangrijkste zijn onder de
drie miljard gopî's en Râdhâ is, zoals
bevestigd door Padma Purâna,
Brihad-gautamîya-tantra en de Rig-paris'ishtha, de Heer
Zijn meest geliefde.
**
In feite levert onderbroken bekrachtiging zoals gepraktiseerd
door Krishna zo vluchtig hier, de sterkste band op zo bevestigt
de moderne gedragswetenschap; en zo zijn er met al Zijn
religies overal in de wereld dagen van materieel gemotiveerde
arbeid waarin we Hem niet zien, met Zijn verdwijnen naar de
achtergrond, en dagen van gebed waarin we Hem wel tegemoet
treden.