
Canto
6
Hoofdstuk 8: De Wapening met Mantra's die Indra Beschermde
(1-2) De koning zei: 'Welke bescherming genoot de koning met de duizend ogen [Indra] toen hij de strijdkrachten van de vijand en hun rijdieren tegenspel bood; de drie werelden veroverend genoot hij de weelde, o wijze - leg me alstublieft uit op welke manier de afweer van Heer Nârâyana's genade hem beschermde met het in de strijd verslaan van hen die hem wilden doden. '
(3) De zoon van Vyâsadeva zei: 'Luister nu aandachtig naar dat wat de zoon van Tvashthâ, gekozen als priester, desgevraagd de grote Indra mededeelde als zijnde de beschermende afweer in mantra's van Nârâyana. (4-6) Vis'varûpa zei: 'Nadat men zijn handen en voeten heeft gewassen, behoort men met de nodige mantra's van het water nippend [âcamana], neerzittend met het juiste respect ['met kus'agras'] met het gezicht naar het noorden gewend, zich mentaal in te stellen mantra's toekennend [zoals 'om namo bhagavate vâsudevâya' en 'om namo nârâyanâya'] aan de verschillende delen van het lichaam. In stilte gezuiverd en gewijd aan de heerlijkheid van Nârâyana behoort men, in geval van een opkomende angst, de verdediging op te nemen [genaamd Nârâyana-kavaca] van het brengen van eerbetuigingen aan Nârâyana met het de één na de ander beroeren van de eigen onderbenen, de knieën, de dijen, de buik, het hart, de borst, de mond en het hoofd beginnende met 'om', of zelfs dit nog een keer te doen in omgekeerde volgorde [dit noemt men utpatti-nyâsa en samhâra-nyâsa]. (*) (7) Vervolgens behoort men de [12] lettergrepen van de mantra beginnende met 'om' en eindigend met 'ya' [: om na-mo bha-ga-va-te vâ-su-de-vâ-ya] aan de vingers toe te wijzen, beginnende met de wijsvinger en eindigend met de vier gewrichten van de duimen. (8-10) Het hart moet men 'om' toekennen, 'vi' hoort vervolgens bij de bovenkant van het hoofd, 'sha' komt tussen de wenkbrauwen, 'na' op de s'ikhâ [het toefje haar op het achterhoofd bij vaishnava-monniken], 've' komt tussen de ogen, de lettergreep 'na' moet worden gereserveerd voor al de gewrichten van het lichaam, en 'ma' moet worden gezien als een wapen in de vorm van een mantra. Aldus behoort een intelligent persoon, de mantra beginnend met 'visarga' en eindigend op 'phat' in alle richtingen uit te spreken ['visarga mah astrâya phath' ofwel: 'met dit wapen bevrijd ik mezelf van de wereld'], zich zo op 'Om Vishnave Namah' concentrerend ['Alle eer aan Heer Vishnu']. (11) Men moet de volgende mantra's reciteren die het Allerhoogste Zelf verpersoonlijken zo waardig om op te mediteren, dat toegerust is met de zes volheden van het leren, de macht en de verzaking [als ook de rijkdom, de schoonheid en de roem]:
(12)'Ik bidt dat de Heer, Hij van de acht perfecties [zie 3.15: 45] wiens voeten rusten op de rug van Garuda met het omhooghouden van de schelphoorn, de werpschijf, het schild, het zwaard, de knots, de pijlen en de boog, en de touwen in zijn acht armen, me Zijn bescherming zal vergunnen. (13) Moge Matsya [de vis-incarnatie van Heer Vishnu] me in het water beschermen tegen de roofdieren van Varuna, moge Hij me op het land beschermen met de touwen van Vâmana, de dwerg-incarnatie van Trivikrama [Heer Vishnu als de veroveraar der drie werelden] en moge Hij me in de lucht beschermen als Vis'varûpa [Hem in de gedaante van het universum]. (14) Moge de Allerhoogste Meester me beschermen in mijn gezwoeg in de wildernis en aan het front in de strijd; moge Heer Nrisimhadev me bevrijden, door wiens beangstigende lach, weerklinkend in alle richtingen, de vijand van de leider der demonen en zijn nageslacht in wording ten val komt. (15) Moge er op straat de bescherming zijn van de Ene Heerlijkheid gerespecteerd in de rituelen, Heer Varâha, die met Zijn eigen slagtanden de planeet aarde ophief; moge er voor ons op de toppen der bergen de bescherming zijn van Heer [Paras'u-]Râma en in den vreemde er de bescherming zijn van de oudere broer [Heer Râmacandra] van Bharata, en Zijn broeder Lakshmana. (16) Moge Heer Nârâyana me behoeden voor religieus fanatisme en me weerhouden van handelen in waanzin; moge Nara me van de arrogantie weerhouden, moge Dattâtreya me verre houden van vereniging in ontrouw [non-yoga] en moge de meester van alle Yoga, de beheerser van alle kwaliteiten, Heer Kapila mijn garantie zijn tegen de gebondenheid van het karma. (17) Moge Sanat-kumâra [de volmaakte celibatair] me uit de handen van Cupido houden, moge Hayagrîva [de paard-incarnatie] me op het pad houden weg van het niet respecteren van de goddelijkheid, moge de beste der wijzen Devarishi Nârada me behoeden voor overtredingen in het eerbetoon en moge de Heer als Kûrma [de schildpad-incarnatie] me uit de nimmer eindigende hel houden. (18) Moge Bhagavân Dhanvantari [de arts-avatâra] me beschermen tegen dingen die de gezondheid schaden, moge Rishabhadeva, de volledige controle over de geest en het zelf [zie 5.4: 6], me buiten de dualiteit en de angst houden, moge Yajña [Vishnu als de Heer der offers] me behoeden voor schande en een benarde sociale positie, en moge Heer Balarâma in de gedaante van Ananta S'esha [de Heer van het ego, zie 5.25] me weghouden van de nijdige serpenten. (19) Moge Bhagavân Dvaipâyana [Vyâsadeva] me behoeden voor incompetentie, moge eveneens Heer Boeddha, die leiding geeft aan hen die in de illusie zijn gevangen, me van het wanbegrip weerhouden en moge Kalki, de Heer van dit tijdperk van de twist incarnerend als de allergrootste in het verdedigen van het dharma [als de channa- of bedekte avatâra's], me beschermen tegen de onzuiverheden van de tijd [bedwelming, promiscuïteit, gokken en vlees eten; zie ook 1.17: 24]. (20) Moge Kes'ava met Zijn knots me in de ochtend beschermen, moge Govinda met Zijn fluit in handen dat doen in de voormiddag, moge Nârâyana me beschermen in de namiddag en moge voor het vierde dagdeel Heer Vishnu, de heerser met de schijf, de beheerser van alle krachten zijn [zie tevens 5.21: 10]. (21) Moge Heer Madhusûdana met de ontzagwekkende boog S'ârnga me in de vroege avond beschermen. Moge Mâdhava, de Heer van Brahmâ, Vishnu en S'iva, me laat op de avond beschermen en moge Heer Hrishîkes'a me vroeg in de nacht beschermen. Moge rond middernacht Heer Padmanâbha [de Heer uit wiens navel het universum ontsproot] mijn enige beschermer zijn. (22) Moge de Heer met het S'rîvatsa-teken de Heerser zijn na middernacht, moge Janârdana, de Heer met het zwaard in Zijn hand de Heerser zijn gedurende de nacht, moge Heer Dâmodara [zie Dâmodarâshthaka] me beschermen bij het ochtendgloren en moge de Heerser over het Universum, de Allerhoogste Heer die de tijd in eigen persoon is over de vroege ochtend heersen [**]. (23) Laat alstublieft de scherpgerande schijf die door de Heer wordt aangewend [Zijn orde van de tijd, het cyclische van de natuurlijke tijd], die aan het einde der tijden is als het vuur der vernietiging, met het rondbewegen van het geheel der werelden, de vijandelijke troepen in de as leggen precies zoals een laaiend vuur dat tezamen met zijn vriend de wind in een oogwenk zou doen met droog gras. (24) Moge U, o knots, de onoverwinnelijke Heer zo dierbaar, wiens aanraking als de bliksem vonkt van vuur, aan gruzelementen slaan en in stukken meppen, vernietigen en verpulveren, mijn vijanden, de ondeugden [Kushmânda's], de illusionisten [Vainâyaka's], de boze geesten [Yaksha's], de demonen [Râkshasa's], de spoken [Bhûta's] en de gifmengers [Graha's]. (25) O schelphoorn, moge u met uw schrikwekkende geluid er de oorzaak van zijn dat de harten van de vijandige beulen [Pramatha's], de levende doden [Preta's], de dubbelhartigen [Mâtâ's], de gekken [Pis'âca's] en de ketters [Vipra-graha's] met hun kwade blikken, tot in het diepst mogen sidderen. (26) U, o scherpste der zwaarden, moge u in de handen van de Heer de vijandige soldaten aan mootjes, in stukken hakken. O schild opgesierd met een honderd stralende manen, verblindt de ogen van de afgunstigen zo vol van kwaad en pluk hun zondige ogen uit. (27-28) Moge bij de glorie van Uw naam, gedaante en attributen al de vijandigheid, al de zonde, al de afgunst, de slangen, de schorpioenen en de roofdieren, de aardse geesten, zowel als de vreeswekkende gifmengers van onze geesten en lichamen welken ons welzijn in de weg stonden, naar hun verdoemenis geholpen worden. (29) Garuda, de majesteit des Heren verheerlijkt in de verzen, de verpersoonlijking van de Veda; moge die meester ons met al de namen van Vishvaksena Zelve [de Heer wiens machten door het gehele universum heen worden aangetroffen] beschermen tegen een eindeloos lijden. (30) Moge de omlijsting van Zijn gevolg, van Zijn heilige naam, gedaante, rijdieren en wapens, onze intelligentie, geest en levensadem behouden en beschermen tegen alle vormen van gevaar.
(31) Zo zeker als het feit dat met de Allerhoogste Heer er geen twijfel bestaat over het uiteindelijke dat verheven is boven het manifeste en niet-manifeste, zijn we er zeker van dat bij deze waarheid alles wat ook maar voor ons verstorend werkt zijn einde zal vinden. (32-33) Met hen die bedacht zijn op een afwezigheid van verschillen wordt de eenheid gekend in contrast met de diversiteit. In navolging daarvan, wordt Hij Zelve door Zijn zich uitbreidende spirituele energie met Zijn opsmuk, wapens, kenmerken en behept zijn met zo vele vermogens en verschillende namen, waarlijk begrepen als de alwetende Allerhoogste Heer die de illusie verslaat; moge Hij, de alles-doordringende Ene, met al Zijn gedaanten, ons altijd en overal beschermen. (34) Moge de Allerhoogste Heer in alle uithoeken, in alle windrichtingen, er boven en er onder, van alle kanten, van binnen en van buiten, in de gedaante van Nrisimhadev de wereldse angsten vernietigen met Zijn machtige gebrul [of lied, zie de Nrisimha Pranâma]; moge Hij met Zijn uitstraling alle andere invloeden overschaduwen.
(35) O Koning Indra, onder de bescherming van deze door mij beschreven mystieke wapening met betrekking tot Heer Nârâyana, zal u zeer gemakkelijk de aanvoerders der demonische horden verslaan. (36) Welke persoon ook maar die zijn geest hiertoe heeft gezet, of hij het nu onder ogen kreeg, het aan zijn voeten aantrof of er tegenop liep, zal terstond zijn bevrijd van alle angsten. (37) Hij die dit mystieke gebed aanwendt heeft niets te vrezen, niet van de regering, niet van schurken, niet van de gifmengers en dergelijken, noch van ziekten wanneer dan ook. (38) Dit gebed werd voorheen aangewend door een man genaamd Kaus'ika, een brahmaan, een yoga-aanhanger die zijn lichaam prijs gaf in de woestijn. (39) Zijn dode lichaam werd van bovenaf in zijn hemelse voertuig opgemerkt door de Koning der Ghandarva's, Citraratha toen hij eens, omringd door talrijke schoonheden, zich in de richting begaf waar de tweemaal geborene was gestorven. (40) Opeens kwam hij niet te vermijden, met zijn hoofd naar beneden, uit de hemel gevallen met zijn vliegende wagen. Geslagen door verwondering ontving hij, in ruggespraak met de Vâlikhilya's [de wijzen van de zonnegod], instructie om al de beenderen te verzamelen en ze in de oostwaarts stromende Sarasvatî te werpen. Na een bad te hebben genomen in die rivier kon hij toen naar huis terugkeren.'
(41) S'rî S'uka zei: 'Een ieder die hiervan kennis mag nemen in moeilijke tijden of een ieder die dit volijverig toepast, Hem de eer bewijzend, wordt bevrijd van al het angstwekkende van welk levend schepsel dan ook. (42) Middels dit gebed ontvangen van Vis'varûpa genoot Indra als het vat der verlichting, de rijkdom van al de drie werelden en behaalde hij in de strijd de overwinning op allen der duisternis [zie ook B.G. 4: 34].
Tweede editie, geladen 23 april 2007
![]()
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
De koning zei: 'Welke bescherming genoot de koning met de duizend ogen [Indra] toen hij de strijdkrachten van de vijand en hun rijdieren tegenspel bood; de drie werelden veroverend genoot hij de weelde, o wijze - leg me alstublieft uit op welke manier de afweer van Heer Nârâyana's genade hem beschermde met het in de strijd verslaan van hen die hem wilden doden. 'De koning zei: 'Welke bescherming genoot de koning met de duizend ogen [Indra] toen hij de strijdkrachten van de vijand en hun rijdieren tegenspel bood; de drie werelden veroverend genoot hij de weelde, o wijze - leg me alstublieft uit op welke manier de afweer van Heer Nârâyana's genade hem beschermde met het in de strijd verslaan van hen die hem wilden doden.' (Vedabase)
De zoon van Vyâsadeva zei: 'Luister nu aandachtig naar dat wat de zoon van Tvashthâ, gekozen als priester, desgevraagd de grote Indra mededeelde als zijnde de beschermende afweer in mantra's van Nârâyana.
De zoon van Vyâsadeva zei: 'Luister nu aandachtig naar dat wat de zoon van Tvâsta, gekozen als priester, desgevraagd de grote Indra mededeelde als zijnde de beschermende afweer in mantra's van Nârâyana. (Vedabase)
Vis'varûpa zei: 'Nadat men zijn handen en voeten heeft gewassen, behoort men met de nodige mantra's van het water nippend [âcamana], neerzittend met het juiste respect ['met kus'agras'] met het gezicht naar het noorden gewend, zich mentaal in te stellen mantra's toekennend [zoals 'om namo bhagavate vâsudevâya' en 'om namo nârâyanâya'] aan de verschillende delen van het lichaam. In stilte gezuiverd en gewijd aan de heerlijkheid van Nârâyana behoort men, in geval van een opkomende angst, de verdediging op te nemen [genaamd Nârâyana-kavaca] van het brengen van eerbetuigingen aan Nârâyana met het de één na de ander beroeren van de eigen onderbenen, de knieën, de dijen, de buik, het hart, de borst, de mond en het hoofd beginnende met 'om', of zelfs dit nog een keer te doen in omgekeerde volgorde [dit noemt men utpatti-nyâsa en samhâra-nyâsa]. (*)
Vis'varûpa zei: 'Nadat men zijn handen en voeten heeft gewassen, behoort men met de nodige mantra's van het water nippend [âcamana], neerzittend met het juiste respect ['met Kusa'] met het gezicht naar het noorden gewend, zich mentaal in te stellen mantra's toekennend [zoals 'om namo bhagavate vâsudevâya' en 'om namo nârâyanâya'] aan de verschillende delen van het lichaam. In stilte gezuiverd en gewijd aan de heerlijkheid van Nârâyana behoort men, in geval van een opkomende angst, de verdediging op te nemen [genaamd nârâyana-kavaca] van het brengen van eerbetuigingen aan Nârâyana met het de één na de ander beroeren van de eigen onderbenen, de knieën, de dijen, de buik, het hart, de borst, de mond en het hoofd beginnende met 'om', of zelfs dit nog een keer te doen in omgekeerde volgorde [dit noemt men utpatti-nyâsa en samhâra-nyâsa]. (*) (Vedabase)
Vervolgens behoort men de [12] lettergrepen van de mantra beginnende met 'om' en eindigend met 'ya' [: om na-mo bha-ga-va-te vâ-su-de-vâ-ya] aan de vingers toe te wijzen, beginnende met de wijsvinger en eindigend met de vier gewrichten van de duimen.
Vervolgens behoort men de [12] lettergrepen van de mantra beginnende met 'om' en eindigend met 'ya' [: om na-mo bha-ga-va-te va-su-de-va-ya] aan de vingers toe te wijzen, beginnende met de wijsvinger en eindigend met de vier gewrichten van de duimen. (Vedabase)
Het hart moet men 'om' toekennen, 'vi' hoort vervolgens bij de bovenkant van het hoofd, 'sha' komt tussen de wenkbrauwen, 'na' op de s'ikhâ [het toefje haar op het achterhoofd bij vaishnava-monniken], 've' komt tussen de ogen, de lettergreep 'na' moet worden gereserveerd voor al de gewrichten van het lichaam, en 'ma' moet worden gezien als een wapen in de vorm van een mantra. Aldus behoort een intelligent persoon, de mantra beginnend met 'visarga' en eindigend op 'phat' in alle richtingen uit te spreken ['visarga mah astrâya phath' ofwel: 'met dit wapen bevrijd ik mezelf van de wereld'], zich zo op 'Om Vishnave Namah' concentrerend ['Alle eer aan Heer Vishnu'].
Het hart moet men 'om' toekennen, 'vi' hoort vervolgens bij de bovenkant van het hoofd, 'sha' komt tussen de wenkbrauwen, 'na' op de s'ikhâ [het toefje haar op het achterhoofd bij vaishnava-monniken], 've' komt tussen de ogen, de lettergreep 'na' moet worden gereserveerd voor al de gewrichten van het lichaam, en 'ma' moet worden gezien als een wapen in de vorm van een mantra. Aldus behoort een intelligent persoon, de mantra beginnend met 'visarga' en eindigend op 'phat' in alle richtingen uit te spreken ['visarga mah astrâya phath' ofwel: 'met dit wapen bevrijd ik mezelf van de wereld'], zich zo op 'Om Vishnave Namah' concentrerend ['Alle eer aan Heer Vishnu']. (Vedabase)
Men moet de volgende mantra's reciteren die het Allerhoogste Zelf verpersoonlijken zo waardig om op te mediteren, dat toegerust is met de zes volheden van het leren, de macht en de verzaking [als ook de rijkdom, de schoonheid en de roem]:
Men moet de volgende mantra's reciteren die het Allerhoogste Zelf verpersoonlijken zo waardig om op te mediteren dat toegerust is met de zes volheden van het leren, de macht en de verzaking [als ook de rijkdom, de schoonheid en de roem]: (Vedabase)
'Ik bidt dat de Heer, Hij van de acht perfecties [zie 3.15: 45] wiens voeten rusten op de rug van Garuda met het omhooghouden van de schelphoorn, de werpschijf, het schild, het zwaard, de knots, de pijlen en de boog, en de touwen in zijn acht armen, me Zijn bescherming zal vergunnen.
'Ik bidt dat de Heer, Hij van de acht perfecties [zie 3-15-45] wiens voeten rusten op de rug van Garuda met het omhooghouden van de schelphoorn, de werpschijf, het schild, het zwaard, de knots, de pijlen en de boog, en de touwen in zijn acht armen, me Zijn bescherming zal vergunnen. (Vedabase)
Moge Matsya [de vis-incarnatie van Heer Vishnu] me in het water beschermen tegen de roofdieren van Varuna, moge Hij me op het land beschermen met de touwen van Vâmana, de dwerg-incarnatie van Trivikrama [Heer Vishnu als de veroveraar der drie werelden] en moge Hij me in de lucht beschermen als Vis'varûpa [Hem in de gedaante van het universum].
Moge Matsya [de vis-incarnatie van Heer Vishnu] me in het water beschermen tegen de roofdieren van Varuna, moge Hij me op het land beschermen met de touwen van Vâmana, de dwerg-incarnatie van Trivikrama [Heer Vishnu als de veroveraar der drie werelden] en moge Hij me in de lucht beschermen als Vis'varûpa [Hem in de gedaante van het universum]. (Vedabase)
Moge de Allerhoogste Meester me beschermen in mijn gezwoeg in de wildernis en aan het front in de strijd; moge Heer Nrisimhadev me bevrijden, door wiens beangstigende lach, weerklinkend in alle richtingen, de vijand van de leider der demonen en zijn nageslacht in wording ten val komt.
Moge de Allerhoogste Meester me beschermen in mijn gezwoeg in de wildernis en aan het front in de strijd; moge Heer Nrsimhadev, door wiens beangstigende lach, weerklinkend in alle richtingen, de vijand van de leider der demonen en zijn nageslacht in wording ten val komt, me bevrijden. (Vedabase)
Moge er op straat de bescherming zijn van de Ene Heerlijkheid gerespecteerd in de rituelen, Heer Varâha, die met Zijn eigen slagtanden de planeet aarde ophief; moge er voor ons op de toppen der bergen de bescherming zijn van Heer [Paras'u-]Râma en in den vreemde er de bescherming zijn van de oudere broer [Heer Râmacandra] van Bharata, en Zijn broeder Lakshmana.
Moge er op straat de bescherming zijn van de Ene Heerlijkheid gerespecteerd in de rituelen, Heer Varâha, die met Zijn eigen slagtanden de planeet aarde ophief; moge er voor ons op de toppen der bergen de bescherming zijn van Heer [Parasu-]Râma en in den vreemde er de bescherming zijn van de oudere broer [Heer Râmacandra] van Bharata, en Zijn broeder Lakshmana. (Vedabase)
Moge Heer Nârâyana me behoeden voor religieus fanatisme en me weerhouden van handelen in waanzin; moge Nara me van de arrogantie weerhouden, moge Dattâtreya me verre houden van vereniging in ontrouw [non-yoga] en moge de meester van alle Yoga, de beheerser van alle kwaliteiten, Heer Kapila mijn garantie zijn tegen de gebondenheid van het karma.
Moge Heer Nârâyana me behoeden voor religieus fanatisme en me weerhouden van handelen in waanzin; moge Nara me van de arrogantie weerhouden, moge Dattâtreya me verre houden van vereniging in ontrouw [non-yoga] en moge de meester van alle Yoga, de beheerser van alle kwaliteiten, Heer Kapila mijn garantie zijn tegen de gebondenheid van het karma. (Vedabase)
Moge Sanat-kumâra [de volmaakte celibatair] me uit de handen van Cupido houden, moge Hayagrîva [de paard-incarnatie] me op het pad houden weg van het niet respecteren van de goddelijkheid, moge de beste der wijzen Devarishi Nârada me behoeden voor overtredingen in het eerbetoon en moge de Heer als Kûrma [de schildpad-incarnatie] me uit de nimmer eindigende hel houden.
Moge Sanat-Kumâra [de volmaakte celibatair] me uit de handen van Cupido houden, moge Hayagrîva [de paard-incarnatie] me op het pad houden weg van het niet respecteren van de goddelijkheid, moge de beste der wijzen Devarshi Nârada me behoeden voor overtredingen in het eerbetoon en moge de Heer als Kûrma [de schildpad-incarnatie] me uit de nimmer eindigende hel houden. (Vedabase)
Moge Bhagavân Dhanvantari [de arts-avatâra] me beschermen tegen dingen die de gezondheid schaden, moge Rishabhadeva, de volledige controle over de geest en het zelf [zie 5.4: 6], me buiten de dualiteit en de angst houden, moge Yajña [Vishnu als de Heer der offers] me behoeden voor schande en een benarde sociale positie, en moge Heer Balarâma in de gedaante van Ananta S'esha [de Heer van het ego, zie 5.25] me weghouden van de nijdige serpenten.
Moge Bhagavân Dhanvantari [de arts--avatâra] me beschermen tegen dingen die de gezondheid schaden, moge Rshabhadeva, de volledige controle over de geest en het zelf [zie 5. 4-6], me buiten de dualiteit en de angst houden, moge Yajña [Vishnu als de Heer der offers] me behoeden voor schande en een benarde sociale positie, en moge Heer Balarâma in de gedaante van Ananta S'esha [de Heer van het ego, zie 5.25] me weg houden van de nijdige serpenten. (Vedabase)
Tekst 19
Moge Bhagavân Dvaipâyana [Vyâsadeva] me behoeden voor incompetentie, moge eveneens Heer Boeddha, die leiding geeft aan hen die in de illusie zijn gevangen, me van het wanbegrip weerhouden en moge Kalki, de Heer van dit tijdperk van de twist incarnerend als de allergrootste in het verdedigen van het dharma [als de channa- of bedekte avatâra's], me beschermen tegen de onzuiverheden van de tijd [bedwelming, promiscuïteit, gokken en vlees eten; zie ook 1.17: 24].
Moge Bhagavân Dvaipâyana [Vyâsadeva] me behoeden voor incompetentie, moge eveneens Heer Boeddha, die leiding geeft aan hen die in de illusie zijn gevangen, me van het wanbegrip weerhouden en moge Kalki, de Heer van dit tijdperk van de twist incarnerend als de allergrootste in het verdedigen van het dharma [als de channa- of bedekte avatâra's], me beschermen tegen de onzuiverheden van de tijd [bedwelming, promiscuïteit, gokken en vlees eten; zie ook 1.17:24]. (Vedabase)
Moge Kes'ava met Zijn knots me in de ochtend beschermen, moge Govinda met Zijn fluit in handen dat doen in de voormiddag, moge Nârâyana me beschermen in de namiddag en moge voor het vierde dagdeel Heer Vishnu, de heerser met de schijf, de beheerser van alle krachten zijn [zie tevens 5.21: 10].
Moge Kes'ava met Zijn knots me in de ochtend beschermen, moge Govinda met Zijn fluit in handen dat doen in de voormiddag, moge Nârâyana me beschermen in de namiddag en moge voor het vierde dagdeel Heer Vishnu, de heerser met de schijf, de beheerser van alle krachten zijn [zie tevens 5.21.10]. (Vedabase)
Moge Heer Madhusûdana met de ontzagwekkende boog S'ârnga me in de vroege avond beschermen. Moge Mâdhava, de Heer van Brahmâ, Vishnu en S'iva, me laat op de avond beschermen en moge Heer Hrishîkes'a me vroeg in de nacht beschermen. Moge rond middernacht Heer Padmanâbha [de Heer uit wiens navel het universum ontsproot] mijn enige beschermer zijn.
Moge Heer Madhusûdana met de ontzagwekkende boog Sârnga me in de vroege avond beschermen. Moge Mâdhava, de Heer van Brahmâ, Vishnu en S'iva, me laat op de avond beschermen en moge Heer Hrisikes'a me vroeg in de nacht beschermen. Moge rond middernacht Heer Padmanâbha [de Heer uit wiens navel het universum ontsproot] mijn enige beschermer zijn. (Vedabase)
Moge de Heer met het S'rîvatsa-teken de Heerser zijn na middernacht, moge Janârdana, de Heer met het zwaard in Zijn hand de Heerser zijn gedurende de nacht, moge Heer Dâmodara [zie Dâmodarâshthaka] me beschermen bij het ochtendgloren en moge de Heerser over het Universum, de Allerhoogste Heer die de tijd in eigen persoon is over de vroege ochtend heersen [**].
Moge de Heer met het S'rîvatsa-teken de Heerser zijn na middernacht, moge Janardhana, de Heer met het zwaard in zijn hand de Heerser zijn gedurende de nacht, moge Heer Dâmodara [zie Dâmodarâstaka] me beschermen bij het ochtendgloren en moge de Heerser over het Universum, de Allerhoogste Heer die de tijd in eigen persoon is over de vroege ochtend heersen [**]. (Vedabase)
Laat alstublieft de scherpgerande schijf die door de Heer wordt aangewend [Zijn orde van de tijd, het cyclische van de natuurlijke tijd], die aan het einde der tijden is als het vuur der vernietiging, met het rondbewegen van het geheel der werelden, de vijandelijke troepen in de as leggen precies zoals een laaiend vuur dat tezamen met zijn vriend de wind in een oogwenk zou doen met droog gras.
Laat alstublieft de scherpgerande schijf die door de Heer wordt aangewend [Zijn orde van de tijd, het cyclische van de natuurlijke tijd], die aan het einde der tijden is als het vuur der vernietiging, met het rondbewegen van het geheel der werelden, de vijandelijke troepen in de as leggen precies zoals een laaiend vuur dat tezamen met zijn vriend de wind in een oogwenk zou doen met droog gras. (Vedabase)
Moge U, o knots, de onoverwinnelijke Heer zo dierbaar, wiens aanraking als de bliksem vonkt van vuur, aan gruzelementen slaan en in stukken meppen, vernietigen en verpulveren, mijn vijanden, de ondeugden [Kushmânda's], de illusionisten [Vainâyaka's], de boze geesten [Yaksha's], de demonen [Râkshasa's], de spoken [Bhûta's] en de gifmengers [Graha's].
Moge U, o knots, de onoverwinnelijke Heer zo dierbaar, wiens aanraking als de bliksem vonkt van vuur, aan gruzelementen slaan en in stukken meppen, vernietigen en verpulveren, mijn vijanden, de ondeugden [Kushmânda's], de illusionisten [Vainâyaka's], de boze geesten [Yaksha's], de demonen [Râkshasa's], de spoken [Bhûta's] en de gifmengers [Graha's]. (Vedabase)
O schelphoorn, moge u met uw schrikwekkende geluid er de oorzaak van zijn dat de harten van de vijandige beulen [Pramatha's], de levende doden [Preta's], de dubbelhartigen [Mâtâ's], de gekken [Pis'âca's] en de ketters [Vipra-graha's] met hun kwade blikken, tot in het diepst mogen sidderen.
O schelphoorn, moge u met uw schrikwekkende geluid er de oorzaak van zijn dat de harten van de vijandige beulen [Pramatha's], de levende doden [Preta's], de dubbelhartigen [Mâtâ's], de gekken [Pisâca's] en de ketters [Vipra-graha's] met hun kwade blikken, tot in het diepst moge sidderen. (Vedabase)
U, o scherpste der zwaarden, moge u in de handen van de Heer de vijandige soldaten aan mootjes, in stukken hakken. O schild opgesierd met een honderd stralende manen, verblindt de ogen van de afgunstigen zo vol van kwaad en pluk hun zondige ogen uit.
U, o scherpste der zwaarden, moge u in de handen van de Heer de vijandige soldaten aan mootjes, in stukken hakken. O schild opgesierd met een honderd stralende manen, verblindt de ogen van de afgunstigen zo vol van kwaad en pluk hun zondige ogen uit. (Vedabase)
Moge bij de glorie van Uw naam, gedaante en attributen al de vijandigheid, al de zonde, al de afgunst, de slangen, de schorpioenen en de roofdieren, de aardse geesten, zowel als de vreeswekkende gifmengers van onze geesten en lichamen welken ons welzijn in de weg stonden, naar hun verdoemenis geholpen worden.
Moge bij de glorie van Uw naam, gedaante en attributen al de vijandigheid, al de zonde, al de afgunst, de slangen, de schorpioenen en de roofdieren, de aardse geesten, zowel als de vreeswekkende gifmengers van onze geesten en lichamen welken ons welzijn in de weg stonden, naar hun verdoemenis geholpen worden. (Vedabase)
Garuda, de majesteit des Heren verheerlijkt in de verzen, de verpersoonlijking van de Veda; moge die meester ons met al de namen van Vishvaksena Zelve [de Heer wiens machten door het gehele universum heen worden aangetroffen] beschermen tegen een eindeloos lijden.
Garuda, de majesteit des Heren verheerlijkt in de verzen, de verpersoonlijking van de Veda; moge die meester ons met al de namen van Vis'vaksena Zelve [de Heer wiens machten door het gehele universum heen worden aangetroffen] beschermen tegen een eindeloos lijden. (Vedabase)
Moge de omlijsting van Zijn gevolg, van Zijn heilige naam, gedaante, rijdieren en wapens, onze intelligentie, geest en levensadem behouden en beschermen tegen alle vormen van gevaar.
Moge de omlijsting van Zijn gevolg, van Zijn heilige naam, gedaante, rijdieren en wapens, onze intelligentie, geest en levens-adem behouden en beschermen tegen alle vormen van gevaar. (Vedabase)
Zo zeker als het feit dat met de Allerhoogste Heer er geen twijfel bestaat over het uiteindelijke dat verheven is boven het manifeste en niet-manifeste, zijn we er zeker van dat bij deze waarheid alles wat ook maar voor ons verstorend werkt zijn einde zal vinden.
Zo zeker als het feit dat met de Allerhoogste Heer er geen twijfel bestaat over het uiteindelijke verheven boven het manifeste en niet-manifeste, zijn we er zeker van dat bij deze waarheid al datgene wat ook maar verstorend werkt voor ons zijn einde zal vinden. (Vedabase)
Met hen die bedacht zijn op een afwezigheid van verschillen wordt de eenheid gekend in contrast met de diversiteit. In navolging daarvan, wordt Hij Zelve door Zijn zich uitbreidende spirituele energie met Zijn opsmuk, wapens, kenmerken en behept zijn met zo vele vermogens en verschillende namen, waarlijk begrepen als de alwetende Allerhoogste Heer die de illusie verslaat; moge Hij, de alles-doordringende Ene, met al Zijn gedaanten, ons altijd en overal beschermen.
Met zij die bedacht zijn op een afwezigheid van verschillen wordt de eenheid gekend in contrast met de diversiteit. In navolging daarvan, wordt Hij Zelve door Zijn zich uitbreidende spirituele energie met Zijn opsmuk, wapens, kenmerken en behept zijn met zo vele vermogens en verschillende namen, waarlijk begrepen als de alwetende Allerhoogste Heer die de illusie verslaat; moge Hij, de alles-doordringende Ene, met al Zijn gedaanten, ons altijd en overal beschermen. (Vedabase)
Moge de Allerhoogste Heer in alle uithoeken, in alle windrichtingen, er boven en er onder, van alle kanten, van binnen en van buiten, in de gedaante van Nrisimhadev de wereldse angsten vernietigen met Zijn machtige gebrul [of lied, zie de Nrisimha Pranâma]; moge Hij met Zijn uitstraling alle andere invloeden overschaduwen.
Moge de Allerhoogste Heer in alle uithoeken, in alle windrichtingen, er boven en er onder, van alle kanten, van binnen en van buiten, in de gedaante van Nrsimhadev de wereldse angsten vernietigen met zijn machtige gebrul [of lied, zie de Nrsimha Pranâma]; moge Hij met zijn uitstraling alle andere invloeden overschaduwen. (Vedabase)
O Koning Indra, onder de bescherming van deze door mij beschreven mystieke wapening met betrekking tot Heer Nârâyana, zal u zeer gemakkelijk de aanvoerders der demonische horden verslaan.
O Koning Indra, onder de bescherming van deze door mij beschreven mystieke wapening met betrekking tot Heer Nârâyana, zal u zeer gemakkelijk de aanvoerders der demonische horden verslaan. (Vedabase)
Welke persoon ook maar die zijn geest hiertoe heeft gezet, of hij het nu onder ogen kreeg, het aan zijn voeten aantrof of er tegenop liep, zal terstond zijn bevrijd van alle angsten.
Welke persoon ook maar die zijn geest hiertoe heeft gezet, of hij het nu onder ogen kreeg, het aan zijn voeten aantrof of er tegenop liep, zal terstond zijn bevrijd van alle angsten. (Vedabase)
Hij die dit mystieke gebed aanwendt heeft niets te vrezen, niet van de regering, niet van schurken, niet van de gifmengers en dergelijken, noch van ziekten wanneer dan ook.
Hij die dit mystieke gebed aanwend heeft niets te vrezen, niet van de regering, niet van schurken, niet van de gifmengers en dergelijken noch van ziekten wanneer dan ook. (Vedabase)
Dit gebed werd voorheen aangewend door een man genaamd Kaus'ika, een brahmaan, een yoga-aanhanger die zijn lichaam prijs gaf in de woestijn.
Dit gebed werd voorheen aangewend door een man genaamd Kaus'ika, een brahmaan, een yoga-aanhanger die zijn lichaam prijs gaf in de woestijn. (Vedabase)
Zijn dode lichaam werd van bovenaf in zijn hemelse voertuig opgemerkt door de Koning der Ghandarva's, Citraratha toen hij eens, omringd door talrijke schoonheden, zich in de richting begaf waar de tweemaal geborene was gestorven.
Zijn dode lichaam werd van bovenaf in zijn hemelse voertuig opgemerkt door de Koning der Ghandarva's, Citraratha toen hij eens, omringd door talrijke schoonheden, zich in de richting begaf waar de tweemaal geborene was gestorven. (Vedabase)
Opeens kwam hij niet te vermijden, met zijn hoofd naar beneden, uit de hemel gevallen met zijn vliegende wagen. Geslagen door verwondering ontving hij, in ruggespraak met de Vâlikhilya's [de wijzen van de zonnegod], instructie om al de beenderen te verzamelen en ze in de oostwaarts stromende Sarasvatî te werpen. Na een bad te hebben genomen in die rivier kon hij toen naar huis terugkeren.'
Opeens kwam hij niet te vermijden, met zijn hoofd naar beneden, uit de hemel gevallen met zijn vliegende wagen. Geslagen door verwondering ontving hij, in ruggespraak met de Vâlikhilya's [de wijzen van de zonnegod], instructie om al de beenderen te verzamelen en ze in de oostwaarts stromende Sarasvatî te werpen. Na een bad te hebben genomen in die rivier kon hij toen naar huis terugkeren.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Een ieder die hiervan kennis mag nemen in moeilijke tijden of een ieder die dit volijverig toepast, Hem de eer bewijzend, wordt bevrijd van al het angstwekkende van welk levend schepsel dan ook
S'rî S'uka zei: 'Een ieder die hiervan kennis mag nemen in moeilijke tijden of een ieder die dit volijverig toepast, Hem de eer bewijzend, wordt bevrijd van al het angstwekkende van welk levend schepsel dan ook. (Vedabase)
Middels dit gebed ontvangen van Vis'varûpa genoot Indra als het vat der verlichting, de rijkdom van al de drie werelden en behaalde hij in de strijd de overwinning op allen der duisternis [zie ook B.G. 4: 34].
Middels dit gebed ontvangen van Vis'varûpa genoot Indra als het vat der verlichting, de rijkdom van al de drie werelden en behaalde hij in de strijd de overwinning op allen der duisternis [zie ook B.G. 4.43]. (Vedabase)
*: Dit is een werkelijke praktijk van vaishnava monniken die in de tempel leven. Iedere ochtend brengen ze tilaka, heilige klei, op de verschillende delen van hun lichaam aan Heer Nârâyana aanroepend met verschillende mantra's, aldus de angst bezwerend en het gevaar afwendend van het tegemoet treden van de materiële wereld met al zijn tegenstanders van de leer.
**: In het algemeen wordt iedere dag en nacht verdeeld in zes delen van vijf ghathikâ's of 24 minuten ieder. Voor ieder dagdeel is er een andere naam van de Heer of activiteit voor God om te respecteren overeenkomstig deze verzen.
![]()
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
Het schilderij van Krishna is getiteled
'Raman playing the flute' en is © van D0minique Amendola.
Gebruikt met toestemming. Voor meer van haar spirtuele kunst zie dominiqueamendola.com.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd