
Bronteksten
(geen voorgaande tekst in het Nederlands beschikbaar):
The
Lord Travels to Indraprastha
Tekst
1
S'rî
S'uka zei: 'Toen hij aldus vernam van de woorden uitgesproken
door de deva-rishi, sprak de begaafde Uddhava met begrip voor
het standpunt ingenomen door de koninklijke vergadering en
Krishna.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Having thus heard the statements
of Devarshi Nârada, and understanding the opinions of
both the assembly and Lord Krishna, the great-minded Uddhava
began to speak.
Tekst
2
S'rî
Uddhava zei: 'O Heer, U moet doen wat de rishi zegt, en hem, de
zoon van Uw vader, bijstaan die van zins is een
offerplechtigheid te houden, als ook van bescherming zijn voor
hen [de koningen] die hun toevlucht
zoeken.
S'rî
Uddhava said: O Lord, as the sage advised, You should help
Your cousin fulfill his plan for performing the
Râjasûya sacrifice, and You should also protect
the kings who are begging for Your shelter.
Tekst
3
Aangezien het
Râjasûya offer behoort te worden gebracht door
degene die het geheel en al in alle windstreken heeft gewonnen,
o Almachtige, zal U, naar mijn mening, met het overwinnen van
de zoon van Jarâ beide doeleinden dienen.
Only
one who has conquered all opponents in every direction can
perform the Râjasûya sacrifice, O almighty one.
Thus, in my opinion, conquering Jarâsandha will serve
both purposes.
Tekst
4
Hieruit zal een
groot voordeel voor ons en voor U ressorteren, o Govinda die de
gevangen koningen zal bevrijden; dat zal zo gedaan de glorie
zijn.
By
this decision there will be great gain for us, and You will
save the kings. Thus, Govinda, You will be glorified.
Tekst
5:
Hij
[Jarâsandha] een koning qua kracht zo sterk als
een duizend olifanten, is inderdaad niet te overwinnen door
andere mannen aan de macht, behalve dan door Bhîma die
net zo sterk is.
The
invincible King Jarâsandha is as strong as ten
thousand elephants. Indeed, other powerful warriors cannot
defeat him. Only Bhîma is equal to him in
strength.
Tekst
6:
Alleen in een
wagen-tot-wagen gevecht kan hij worden verslagen, niet met een
honderd akshauhinî's bij elkaar; ook zal hij, het
brahmaanse toegewijd, nimmer weigeren wat de geschoolden van
hem vragen.
He
will be defeated in a match of single chariots, not when he
is with his hundred military divisions. Now,
Jarâsandha is so devoted to brahminical culture that
he never refuses requests from brâhmanas.
Tekst
7:
Aangekleed als
een brahmaan op hem afgaand moet Bhîma bedelen om
liefdadigheid en zonder aarzeling hem in een man-tot-man
gevecht doden in Uw aanwezigheid.
Bhîma
should go to him disguised as a brâhmana and beg
charity. Thus he will obtain single combat with
Jarâsandha, and in Your presence Bhîma will no
doubt kill him.
Tekst
8:
Hiranyagarbha
['hij van het gouden licht' ofwel Brahmâ] en
S'arva ['hij die met de pijl doodt', te weten S'iva, zie
7.10:
67], zijn
van de Beheerser van het Universum, Uw vormeloosheid van de
Tijd, enkel het instrument in de schepping en vernietiging.
Even
Lord Brahmâ and Lord S'iva act only as Your
instruments in cosmic creation and annihilation, which are
ultimately done by You, the Supreme Lord, in Your invisible
aspect of time.
Tekst
9:
In hun huizen
zingen de godsbewuste vrouwen van de [gevangen genomen]
koningen over Uw onberispelijke daden erop rekenend dat U hun
vijand zal doden en U ze zal bevrijden; net als de gopî's
[toen ze U misten, zie 10.31]
en de heer der olifanten [Gajendra vast gegrepen, zie
8.3],
net als de dochter van Janaka [Râmacandra's
Sîtâ, zie 9.10]
en Uw ouders [in Kamsa's gevangenis, zie
10.3],
net als de wijzen met het verworven hebben van Uw beschutting
[zie b.v. 9.5]
en wij eveneens dat doen.
In
their homes, the godly wives of the imprisoned kings sing of
Your noble deeds - about how You will kill their husbands'
enemy and deliver them. The gopîs also sing Your
glories - how You killed the enemy of the elephant king,
Gajendra; the enemy of Sîtâ, daughter of Janaka;
and the enemies of Your own parents as well. So also do the
sages who have obtained Your shelter glorify You, as do we
ourselves.
Tekst
10:
Het doden van
Jarâsandha, o Krishna, zal ons zeker een immens voordeel
opleveren: de bijkomstige uitnemendheid [der koningen]
èn het offer waar Uw voorkeur naar uitgaat.'
O
Krishna, the killing of Jarâsandha, which is certainly
a reaction of his past sins, will bring immense benefit.
Indeed, it will make possible the sacrificial ceremony You
desire.
Tekst
11:
S'rî
S'uka zei: 'De woorden van Uddhava aldus geuit, in ieder
opzicht goedgunstig en feilloos o Koning, werden in reactie
door de deva-rishi, de yadu-ouderen en door Krishna eveneens
geprezen.
S'ukadeva
Gosvâmî said: O King, Devarshi Nârada, the
Yadu elders and Lord Krishna all welcomed Uddhava's
proposal, which was entirely auspicious and
infallible.
Tekst
12:
De Almachtige
Allerhoogste, de zoon van Devakî, van Zijn
bovengeschikten [in navolging der menselijke manieren]
de toestemming krijgend, droeg toen Zijn dienaren Dâruka,
Jaitra en anderen op om voorbereidingen te treffen om te
vertrekken.
The
almighty Personality of Godhead, the son of Devakî,
begged His superiors for permission to leave. Then He
ordered His servants, headed by Dâruka and Jaitra, to
prepare for departure.
Tekst
13:
Zijn vrouwen en
zoons wegsturend voor de bagage en afscheid nemend van
Sankarshana [Balarâma] en de yadu-koning
[Ugrasena], o doder van de vijanden, klom Hij in Zijn
wagen gebracht door Zijn menner, waarop de vlag van Garuda
wapperde.
O
slayer of enemies, after He had arranged for the d eparture
of His wives, children and baggage and taken leave of Lord
Sankarshana and King Ugrasena, Lord Krishna mounted His
chariot, which had been brought by His driver. It flew a
flag marked with the emblem of Garuda.
Tekst
14:
Toen, omringd
door Zijn aanvoerders en stoere wacht, wagens, olifanten,
infanterie, en cavalerie - Zijn persoonlijke leger - trok Hij
eropuit met van alle kanten het weerklinken van de geluiden van
mridanga's, bherî hoorns, gomukha hoorns, pauken en
schelphoorns.
As
the vibrations resounding from mridangas, bherîs,
kettledrums, conchshells and gomukhas filled the sky in all
directions, Lord Krishna set out on His journey. He was
accompanied by the chief officers of His corps of chariots,
elephants, infantry and cavalry and surrounded on all sides
by His fierce personal guard.
Tekst
15:
In gouden
draagstoelen gedragen door mannen kwamen daarop volgend in
mooie kleren, met sieraden, met geparfumeerde olie en met
bloemenslingers, Acyuta's vrouwen samen met hun kinderen goed
bewaakt door soldaten met schilden en zwaarden in hun
handen.
Lord
Acyuta's faithful wives, along with their children, followed
the Lord on golden palanquins carried by powerful men. The
queens were adorned with fine clothing, ornaments, fragrant
oils and flower garlands, and they were surrounded on all
sides by soldiers carrying swords and shields in their
hands.
Tekst
16
De fraai
opgesmukte dames van de huishouding en de courtisanes kwamen
mee samen met menselijke dragers, kamelen, stieren, buffels,
ezels, muildieren, ossenwagens, en wijfjesolifanten beladen met
grashutten, dekens, kleding en meer van dat soort zaken.
On
all sides proceeded finely adorned women - attendants of the
royal household, as well as courtesans. They rode on
palanquins and camels, bulls and buffalo, donkeys, mules,
bullock carts and elephants. Their conveyances were fully
loaded with grass tents, blankets, clothes and other items
for the trip.
Tekst
17
Het enorme
leger met een keur aan vlaggenstokken, banieren, parasols,
yak-staartenwaaiers, wapens, juwelen, helmen en
wapenuitrustingen voor de dag in de stralen van de zon
schitterend en glanzend, was met het tumult van zijn geluiden
als een oceaan rusteloos met timingila's en golven.
The
Lord's army boasted royal umbrellas, câmara fans and
huge flagpoles with waving banners. During the day the sun's
rays reflected brightly from the soldiers' fine weapons,
jewelry, helmets and armor. Thus Lord Krishna's army, noisy
with shouts and clatter, appeared like an ocean stirring
with agitated waves and timingila fish.
Tekst
18
Nadat hij van
Zijn plan had vernomen en het had goedgekeurd, boog de muni
[Nârada], geëerd door de Heer van de Yadu's
en gelukkig met de ontmoeting die hij had met Mukunda, zich
voor Hem en ging hij, Hem in zijn hart plaatsend, weg door de
lucht.
Honored
by S'rî Krishna, the chief of the Yadus, Nârada
Muni bowed down to the Lord. All of Nârada's senses
were satisfied by his meeting with Lord Krishna. Thus,
having heard the decision of the Lord and having been
worshiped by Him, Nârada placed Him firmly within his
heart and departed through the sky.
Tekst
19
De boodschapper
van de koningen werd door de Allerhoogste Heer, om hem te
behagen met Zijn woord, aangesproken met: 'Vreest niet, o
gezant, alle geluk aan u [en de uwen]. Ik zal zorg
dragen voor het ter dood brengen van de koning van
Mâgadha.'
With
pleasing words the Lord addressed the messenger sent by the
kings: "My dear messenger, I wish all good fortune to you. I
shall arrange for the killing of King Magadha. Do not
fear."
Tekst
20
Aldus
toegesproken vertrok de boodschapper en stelde hij de koningen
tot in detail op de hoogte, waarop zij, uitziend naar hun
bevrijding er toen op wachtten S'auri te
ontmoeten.
Thus
addressed, the messenger departed and accurately relayed the
Lord's message to the kings. Eager for freedom, they then
waited expectantly for their meeting with Lord
Krishna.
Tekst
21
Reizend door
Ânarta [het gebied van Dvârakâ],
Sauvîra [oostelijk Gujarat], Marudes'a [de
woestijn van Rajasthan] en Vinas'ana [het Kurukshetra
district], kwam de Heer door heuvels, rivieren, steden,
dorpen, graslanden en delfplaatsen.
As
He traveled through the provinces of Ânarta,
Sauvîra, Marudes'a and Vinas'ana, Lord Hari crossed
rivers and passed mountains, cities, villages, cow pastures
and quarries.
Tekst
22
Mukunda eerst
de rivier de Drishadvatî overstekend stak toen de
Sarasvatî over, trok toen door de provincies
Pañcâla en Matsya en bereikte ten slotte
Indraprastha.
After
crossing the rivers Drishadvatî and Sarasvatî,
He passed through Pañcâla and Matsya and
finally came to Indraprastha.
Tekst
23
Horend dat Hij,
die zich zo zelden laat zien bij de mensen, was aangekomen,
kwam hij wiens vijand nog niet ter wereld was gekomen
[koning Yudhishthhira] naar buiten, omringd door zijn
priesters en verwanten.
King
Yudhishthhira was delighted to hear that the Lord, whom
human beings rarely see, had now arrived. Accompanied by his
priests and dear associates, the King came out to meet Lord
Krishna.
Tekst
24
Met een
stortvloed aan geluiden van gezangen en instrumentale muziek en
met het weerklinken van hymnen stapte hij op Hrishîkes'a
af zo eerbiedig als de zinnen ingesteld op het
leven.
As
songs and musical instruments resounded along with the loud
vibration of Vedic hymns, the King went forth with great
reverence to meet Lord Hrishîkes'a, just as the senses
go forth to meet the consciousness of life.
Tekst
25
Toen hij Heer
Krishna na zo een lange tijd weer zag smolt het hart van de
Pândava van genegenheid waarop hij Hem, zijn innigste
vriend, keer op keer omhelsde.
The
heart of King Yudhishthhira melted with affection when he
saw his dearmost friend, Lord Krishna, after such a long
separation, and he embraced the Lord again and again.
Tekst
26
De heerser der
mensen die het lichaam van Mukunda in zijn armen sloot, het
foutloze verblijf van Ramâ, zag al zijn ongeluk
vernietigd en bereikte de hoogste verrukking, uitgelaten met
tranen in zijn ogen de illusoire aangelegenheid vergetend van
het belichaamd zijn in de materiële wereld.
The
eternal form of Lord Krishna is the everlasting residence of
the goddess of fortune. As soon as King Yudhishthhira
embraced Him, the King became free of all the contamination
of material existence. He immediately felt transcendental
bliss and merged in an ocean of happiness. There were tears
in his eyes, and his body shook due to ecstasy. He
completely forgot that he was living in this material
world.
Tekst
27
Bhîma
vervuld van vreugde Hem, zijn neef van moeders zijde, omhelzend
lachte het uit van de liefde met ogen overlopend van de tranen
en ook van de tweeling [Nakula en Sahadeva], en van
Kirîtî ['hij met de helm' ofwel Arjuna]
vloeiden rijkelijk de tranen toen ze met vreugde Acyuta, hun
innigste vriend, omhelsden.
Then
Bhîma, his eyes brimming with tears, laughed with joy
as he embraced his maternal cousin, Krishna. Arjuna and the
twins - Nakula and Sahadeva - also joyfully embraced their
dearmost friend, the infallible Lord, and they cried
profusely.
Tekst
28
Omarmd door
Arjuna, en van de tweeling hun eerbetuigingen hebben ontvangen
boog Hij, zoals de etiquette het voorschreef, voor de
brahmanen, de ouderen en de achtenswaardige Kuru's,
Sriñjaya's en Kaikaya's.
After
Arjuna had embraced Him once more and Nakula and Sahadeva
had offered Him their obeisances, Lord Krishna bowed down to
the brâhmanas and elders present, thus properly
honoring the respectable members of the Kuru,
Sriñjaya and Kaikaya clans.
Tekst
29
De barden, de
geschiedschrijvers, de hemelse zangers, de lofsprekers en de
grappenmakers, gebruik makend van mridanga's, schelpen, pauken,
vînâ's, trommeltjes en gomukha hoorns, zongen,
dansten en verheerlijkten met lofzangen allen Hem met de
Lotusogen zoals ook de brahmanen dat deden.
Sûtas,
Mâgadhas, Gandharvas, Vandîs, jesters and
brâhmanas all glorified the lotus-eyed Lord - some
reciting prayers, some dancing and singing - as mridangas,
conchshells, kettledrums, vînâs, panavas and
gomukhas resounded.
Tekst
30
De Allerhoogste
Heer, het Kroonjuweel van de Vermaarden der Vroomheid, ging
aldus verheerlijkt door Zijn weldoeners om Hem heen, de
versierde stad binnen.
Thus
surrounded by His well-wishing relatives and praised on all
sides, Lord Krishna, the crest jewel of the justly renowned,
entered the decorated city.
Tekst
31-32
In de stad van
de koning der Kuru's zag Hij de straten besprenkeld met water
geurig van de mada [het bronstvocht] van olifanten,
kleurige vlaggen, doorgangen versierd met gouden potten vol met
water en jonge mannen en vrouwen allen in nieuwe kleren met
sieraden, bloemenslingers en sandelhout op hun lichamen. In
ieder huis waren lampen aangestoken en offergaven als eerbetoon
uitgestald waarbij de rook van wierook door het lattenwerk voor
de ramen kringelde en wimpels wapperden vanaf de daken die
waren opgesierd met gouden koepels met een brede zilveren
onderbouw.
The
roads of Indraprastha were sprinkled with water perfumed by
the liquid from elephants' foreheads, and colorful flags,
golden gateways and full waterpots enhanced the city's
splendor. Men and young girls were beautifully arrayed in
fine, new garments, adorned with flower garlands and
ornaments, and anointed with aromatic sandalwood paste.
Every home displayed glowing lamps and respectful offerings,
and from the holes of the latticed windows drifted incense,
further beautifying the city. Banners waved, and the roofs
were decorated with golden domes on broad silver bases. Thus
Lord Krishna saw the royal city of the King of the
Kurus.
Tekst
33
Horend van de
aankomst van het Reservoir voor de Ogen van de Mens om uit te
Drinken, gingen de jonge vrouwen, om toe te kijken, de
hoofdstraat van de koning op, onverwijld hun huishoudingen of
echtgenoten in bed achterlatend, waarbij in hun gretigheid de
knopen in hun haar en kleding losschoten.
When
the young women of the city heard that Lord Krishna, the
reservoir of pleasure for human eyes, had arrived, they
hurriedly went onto the royal road to see Him. They
abandoned their household duties and even left their
husbands in bed, and in their eagerness the knots of their
hair and garments came loose.
Tekst
34
Daar, zeer druk
met olifanten, paarden, wagens en soldaten te voet, kregen ze
Krishna in het oog met Zijn vrouwen, en strooiden, terwijl ze
Hem in hun harten omhelsden, de vrouwen die op de daken
geklommen waren, bloemen met het Hem, breed glimlachend bij hun
blikken, bereiden van een hartelijk welkom.
The
royal road being quite crowded with elephants, horses,
chariots and foot soldiers, the women climbed to the top of
their houses, where they caught sight of Lord Krishna and
His queens. The city ladies scattered flowers upon the Lord,
embraced Him in their minds and expressed their heartfelt
welcome with broadly smiling glances.
Tekst
35
Toen ze
Mukunda's vrouwen op staat zagen als sterren rondom de maan,
riepen de dames uit: 'Wat hebben zij gedaan dat het Diadeem der
Mannen hun ogen, met het kleine aandeel van Zijn speelse
glimlachen en blikken, de eer van het [hele] feest
vergunt?
Observing
Lord Mukunda's wives passing on the road like stars
accompanying the moon, the women exclaimed, "What have these
ladies done so that the best of men bestows upon their eyes
the joy of His generous smiles and playful sidelong
glances?"
Tekst
36
Her en der
naderden burgers met zegenrijke gaven in hun handen en waren de
meesters der gilden, die hun zonden hadden uitgebannen, van
aanbidding voor Krishna.
In
various places citizens of the city came forward holding
auspicious offerings for Lord Krishna, and sinless leaders
of occupational guilds came forward to worship the
Lord.
Tekst
37
Met het
betreden van het paleis van de koning naderden hals over kop de
leden van de koninklijke huishouding om vol van liefde met
stralende ogen Mukunda te begroeten.
With
wide-open eyes, the members of the royal household came
forward in a flurry to lovingly greet Lord Mukunda, and thus
the Lord entered the royal palace.
Tekst
38
Prithâ
[koningin Kuntî], toen ze de Zoon van haar broer
zag, Krishna, de Beheerser van de drie Werelden, rees samen met
haar schoondochter [Draupadî] op van haar bank
met een hart vol van liefde om Hem te omhelzen.
When
Queen Prithâ saw her nephew Krishna, the master of the
three worlds, her heart became filled with love. Rising from
her couch with her daughter-in- law, she embraced the
Lord.
Tekst
39
De koning die
Govinda, de Allerhoogste God der Goden, naar Zijn vertrekken
bracht kon, overweldigd door zijn grote vreugde, zich niet meer
herinneren wat hij allemaal ook weer moest doen voor het
eerbiedig vertoon van de aanbidding.
King
Yudhishthhira respectfully brought Lord Govinda, the Supreme
God of gods, to his personal quarters. The King was so
overcome with joy that he could not remember all the rituals
of worship.
Tekst
40
Krishna gaf een
vertoning van eerbetuigingen ten beste voor de zuster van Zijn
vader en de oudere vrouwen, o Koning, en zo ook verbogen zich
voor Hem Zijn zuster [Subhadrâ] en Krishnâ
[Draupadî].
Lord
Krishna bowed down to His aunt and the wives of His elders,
O King, and then Draupadî and the Lord's sister bowed
down to Him.
Tekst
41-42
Ertoe aangezet
door haar schoonmoeder [Kuntî] bewees
Krishnâ met kleding, bloemenslingers, juwelen en zo
voorts, al Krishna's vrouwen de eer: Rukminî,
Satyabhâmâ, Bhadrâ, Jâmbavatî,
Kâlindî, Mitravindâ de nakomelinge van S'ibi,
de kuise Nâgnajitî als ook de anderen die waren
gekomen.
Encouraged
by her mother-in-law, Draupadî worshiped all of Lord
Krishna's wives, including Rukminî;
Satyabhâmâ; Bhadrâ; Jâmbavatî;
Kâlindî; Mitravindâ, the descendant of
S'ibi; the chaste Nâgnajitî; and the other
queens of the Lord who were present. Draupadî honored
them all with such gifts as clothing, flower garlands and
jewelry.
Tekst
43
De koning van
het dharma [Yudhishthhira] die het Janârdana
met Zijn leger, Zijn dienaren en ministers en Zijn vrouwen naar
de zin maakte, zag er op toe dat het hen op ieder moment aan
niets zou mankeren.
King
Yudhishthhira arranged for Krishna's rest and saw to it that
all who came along with Him - namely His queens, soldiers,
ministers and secretaries - were comfortably situated. He
arranged that they would experience a new feature of
reception every day while staying as guests of the
Pândavas.
Tekst
44-45
Verschillende
maanden verblijvend naar Zijn wens de koning te behagen, ging
Hij, sportief met Arjuna en omringd door lijfwachten, uit
rijden met Zijn wagen en stelde Hij, vergezeld van Arjuna, de
vuurgod tevreden met het Khândava woud waartoe Maya
[een demon] die Hij toen redde, een hemelse raadszaal
bouwde [in Hastinâpura].
Desiring
to please King Yudhishthhira, the Lord resided at
Indraprastha for several months. During His stay, He and
Arjuna satisfied the fire-god by offering him the
Khândava forest, and they saved Maya Dânava, who
then built King Yudhishthhira a celestial assembly hall. The
Lord also took the opportunity to go riding in His chariot
in the company of Arjuna, surrounded by a retinue of
soldiers.
